De Vlaamse vervoersmaatschappij De Lijn wordt geconfronteerd met aanzienlijke structurele besparingen die een directe, ontwrichtende en onmiskenbare impact hebben op de lokale mobiliteit in onze regio.
Specifiek voor de Vervoerregio Midwest, die historisch gezien reeds over het laagste exploitatiebudget van alle Vlaamse vervoerregio's beschikt, is een bijkomende vermindering van maar liefst 11% aangekondigd.
Deze ingrijpende besparing dreigt het bestaande en reeds sterk afgeslankte openbaarvervoersnetwerk fundamenteel aan te tasten, waarbij landelijke kernen de zwaarste tol betalen. Voor de dorpsgemeenschap van Aarsele zijn de mogelijke gevolgen van deze budgettaire inkrimpingen uiterst verontrustend. Er is een reële dreiging dat buslijn 132, die de vitale verbinding vormt tussen Tielt en Deinze, volledig of gedeeltelijk zal verdwijnen.
Deze lijn is geenszins een overbodige luxe, maar een absolute basisvoorziening voor diverse kwetsbare groepen binnen onze samenleving.
Dagelijks maken scholieren, werknemers van een beschutte werkplaats en burgers zonder eigen vervoersmiddel noodgedwongen gebruik van dit traject. Het wegvallen van dit aanbod treft hen onevenredig hard.
Het structureel afbouwen van dergelijke dienstverlening werkt vervoersarmoede in de hand en isoleert dorpskernen zoals Aarsele van essentiële maatschappelijke diensten, onderwijs en werkgelegenheid.
Door in de schoot van de vervoerregioraad met een duidelijk mandaat op te komen voor het behoud van deze lijn, kunnen we de mobiliteit, de zelfredzaamheid en de levenskwaliteit van de getroffen Vlaming vrijwaren.
Dit voorstel is dan ook volstrekt noodzakelijk om het college van burgemeester en schepenen de formele opdracht te geven om de belangen van onze inwoners te verdedigen, in samenwerking met omliggende besturen die dezelfde nefaste gevolgen ervaren.
• Gelet op het Decreet Lokaal Bestuur;
• Overwegende dat de Vervoerregio Midwest recentelijk geconfronteerd werd met een aangekondigde bijkomende besparing op haar exploitatiebudget, ontegensprekelijk een buitensporige maatregel voor een regio die reeds het laagste budget van Vlaanderen hanteert;
• Rekening houdend met de rol die buslijn 132 (Tielt-Deinze) speelt in de dagelijkse verplaatsingen van de inwoners van Aarsele, in het bijzonder voor de ontsluiting van scholieren, de werknemers en personen zonder rijbewijs;
• Overwegende dat het verdwijnen van deze essentiële busverbinding onherroepelijk zal leiden tot een toename van de vervoersarmoede en het versterkte sociale isolement van de Vlaming in landelijke gebieden;
• Gelet op de bevoegdheid en de exclusieve verantwoordelijkheid van de afgevaardigden van onze gemeente in de Vervoerregioraad Midwest om de lokale mobiliteitsbehoeften te verdedigen en onvoorwaardelijk te ijveren voor een adequaat en toegankelijk openbaarvervoersaanbod.
Het recente persbericht waarin werd meegedeeld dat ook Tielt zal aansluiten bij het Vlaams decreet inzake Buitenschoolse Opvang en Activiteiten, heeft bij talrijke ouders grote bezorgdheid teweeggebracht. Volgens de huidige plannen zal Tielt vanaf 01.01.2027 zelf geen buitenschoolse opvang meer aanbieden. In de plaats daarvan zouden mogelijks zestien scholen bijkomende middelen ontvangen om eigen opvang en activiteiten te organiseren.
Daarnaast zouden de 31 huidige begeleiders mogelijks kunnen worden overgeheveld naar deze nieuwe structuur.
De begeleiders hebben jarenlang geïnvesteerd in kwaliteit, huiselijkheid en veiligheid.
De buitenschoolse opvang ontwikkelde zich tot een warme en vertrouwde omgeving waar kinderen ruimte kregen om zich sociaal, emotioneel en persoonlijk te ontplooien.
Die kleinschalige en huiselijke aanpak kan onmogelijk worden gegarandeerd binnen een schoolse opvangstructuur, waar doorgaans grotere groepen en minder individuele aandacht de norm zijn.
Vooral kinderen met een ontwikkelingsachterstand of verhoogde zorgnoden dreigen hiervan het grootste slachtoffer te worden.
De opgebouwde expertise, de nabijheid en de intensieve begeleiding waarop zij vandaag kunnen rekenen, dreigen verloren te gaan.
Wat jarenlang werd uitgebouwd als een tweede thuis voor vele kinderen, staat op het spel door besparingen en beleidskeuzes.
Wat goed werkt, moet men niet veranderen. Dit voorstel beoogt dan ook dat het stadsbestuur deze beslissing grondig heroverweegt en de belangen van kinderen, ouders en begeleiders centraal stelt.
Gelet op het Decreet van 22.12.2017 over het lokaal bestuur, in het bijzonder artikelen 40 en 41, die de gemeenteraad exclusief bevoegd maken voor de vaststelling van het organogram, de rechtspositieregeling van het personeel en de goedkeuring en aanpassingen van het meerjarenplan;
Gelet op het Decreet van 03.05.2019 houdende de organisatie van buitenschoolse opvang en de afstemming tussen buitenschoolse activiteiten (BOA-decreet), in het bijzonder artikel 4, 3° dat verplicht tot het besteden van bijzondere aandacht aan de toegankelijkheid van het aanbod voor kleuters, kwetsbare gezinnen en kinderen met een specifieke zorgbehoefte;
Gelet op de fundamentele doelstellingen van kwaliteitszorg in de kinderopvang, zoals verwoord door het Vlaams Intersectoraal Akkoord (VIA) en de verplichtingen rond gekwalificeerd medewerkersbeleid;
Overwegende dat het college van burgemeester en schepenen publiekelijk te kennen heeft gegeven om vanaf 01.01.2027 niet langer in eigen beheer buitenschoolse opvang te organiseren en de stedelijke locaties (Tanneke Tielt, Tanneke Aarsele, Tanneke Kanegem en 't Berenhuisje) definitief te sluiten teneinde het aanbod te spreiden over zestien schoollocaties met behulp van een externe partner;
Overwegende dat de decretaal opgelegde 'regierol' aan steden en gemeenten binnen het BOA-decreet het lokaal bestuur geenszins verbiedt om zelf opvangorganisator te blijven, mits neutraliteit in de regie wordt gerespecteerd;
Overwegende dat de stedelijke buitenschoolse opvang over een tijdsspanne van decennia een onschatbare pedagogische expertise heeft opgebouwd inzake kleinschalige, kwalitatieve en huiselijke kinderopvang, gedragen door 31 gemotiveerde en gekwalificeerde kinderbegeleiders;
Overwegende dat de drastische decentralisatie naar de schoolse context, gepaard gaande met de noodzaak om de bestaande financiële middelen te spreiden over een potentieel van meer dan 3.000 kinderen, reële en zwaarwichtige risico’s inhoudt voor de pedagogische kwaliteit, waarbij de specifieke één-op-één aandacht en de zintuiglijke rust in het bijzonder voor kinderen met een ontwikkelingsachterstand of verhoogde zorgnoden, onmogelijk kan worden gegarandeerd in een grootschalige infrastructuur;
Overwegende dat een dergelijke structurele afstoting van stedelijke diensten verstrekkende gevolgen heeft voor het statutaire en contractuele personeel en bijgevolg niet kan worden beslist of in de markt gezet zonder de formele goedkeuring van een vernieuwd organogram en aangepast meerjarenplan door de gemeenteraad;
Overwegende dat behoorlijk bestuur verplicht dat dergelijke ingrijpende maatschappelijke hervormingen voorafgegaan worden door een brede, objectieve en becijferde impactanalyse alvorens tot de uitvoering wordt overgegaan;
Onze fractie wenst de uitvoering van dit plan te pauzeren in afwachting van een onafhankelijke, impactanalyse. Deze impactanalyse dient minimaal de volgende pijlers te bevatten:
a. De pedagogische as. Een objectivering van de gevolgen van het school gebaseerde model op de pedagogische kwaliteit, de zintuiglijke rust (huiselijkheid) en de specifieke ondersteuning voor kinderen met verhoogde zorg- en ontwikkelingsnoden.
b. De arbeidsrechtelijke as: Een gedetailleerd sociaal plan dat duidelijkheid verschaft over de werkzekerheid, het behoud van verworven rechten, de anciënniteit en de inzetbaarheid van de huidige stedelijke begeleiders binnen de nieuwe beleidsopties.
c. De financiële en infrastructurele as: Een raming van de budgettaire verdeelsleutel per kind, evenals een draagkrachtanalyse van de 16 betrokken schoolinfrastructuren inzake facilitair beheer en capaciteit.
Het college van burgemeester en schepenen wordt belast met de onmiddellijke opstart van een gestructureerd sociaal overleg met alle directe belanghebbenden. Dit overleg omvat minstens de afvaardigingen van de vakbonden van het gemeentelijk personeel, de lokale schoolbesturen, oudervertegenwoordigers en het recent opgerichte lokaal samenwerkingsverband BOA.
Het primaire doel van dit overleg is het ontwikkelen en toetsen van volwaardige alternatieve scenario's waarbij de stedelijke regierol wordt opgenomen met het duurzaam behoud van de bestaande stedelijke kwaliteitsopvang en de bijhorende expertise.
Via de media hebben we vernomen dat er grondige wijzigingen worden doorgevoerd door het college, betreffende de beleidsvisie van de buitenschoolse opvang. Onze bezorgdheid is groot en delen we met de betrokkenen (kindjes – ouders en medewerkers) omdat er geen duidelijkheid is op heden omtrent de toekomst en de algemene werking.
Gelet op de niet goed beredeneerde en veel nadelige gevolgen voor alle directe betrokkenen, kindjes, ouders en medewerkers dient een grondige aanpassing op voorliggend plan te gebeuren. Een buitenschoolse opvang dient een betaalbare meerwaarde te zijn, met extra zorg voor de actieve bevolking die hun kindjes tijdens school- en vakantieperiodes veilig en zorgeloos laten opvangen door de voorziene openbare en/of private opvangvoorzieningen.
Met de huidige inzameling van huishoudelijk afval, gebaseerd binnen het diftar-systeem, kunnen gemeenten een sociale tegemoetkoming voorzien aan specifieke doelgroepen van de bevolking.
TEAM BURGEMEESTER stelt voor om een tussenkomst in de kosten van huishoudelijk afval in te voeren, als een sociale correctie op het algehele diftar-principe.
Wij wensen om aan 2 specifieke doelgroepen, die hierbij heel terecht in het vizier komen, een tegemoetkoming te voorzien:
Een reglement opmaak, met bovenstaande elementen, is ons voorstel.
Namens gemeenteraad,
Hendrik Vandenbruwane
algemeen directeur
Glenn Lambert
voorzitter