De grondwet, in het bijzonder artikel 41, 162 en 170§4 over de fiscale bevoegdheid van de gemeenten en de bevoegdheid van de gemeenteraad inzake het invoeren van een belasting.
Het decreet van 22.12.2017 over het lokaal bestuur, in het bijzonder artikel 2, artikel 40§3 en artikel 41.
Het decreet van 30.05.2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen, gewijzigd bij decreten van 28.05.2010, 17.02.2012 en 03.05.2024.
De omzendbrief KB/ABB/2019/2 van 15.02.2019 betreffende de gemeentefiscaliteit.
Het decreet van 22.12.2017 over het lokaal bestuur in het bijzonder artikel 369 over de reglementen in geval van vrijwillige samenvoeging van gemeenten.
Besluit van de gemeenteraad van Tielt van 05.12.2019 houdende het reglement 'belasting op de aanplakborden'.
Het reglement zoals goedgekeurd bij besluit van de gemeenteraad van Tielt van 05.12.2019 betreffende de belasting op de aanplakborden wordt ingevolge de bepalingen van artikel 369 van het decreet over het lokaal bestuur van 22.12.2017 van rechtswege opgeheven m.i.v. 01.01.2026.
Rekening houdende met enerzijds de financiële toestand van de gemeente en de wettelijke verplichting om een financieel evenwicht te handhaven en om anderzijds de visuele hinder, voortgebracht door aanplakborden, te beperken, de wildgroei van borden tegen te houden, en om het stedelijk en tegelijk landelijk historisch karakter van de stad te beschermen wordt er een belasting op aanplakborden ingevoerd voor de jaren 2026 tot en met 2031.
Het ontwerp van reglement wordt ter goedkeuring aan de gemeenteraad voorgelegd.
De geraamde ontvangsten uit de belasting op aanplakborden worden opgenomen in het meerjarenplan 2026-2031.
De gemeenteraad beslist:
Artikel 1
Het reglement betreffende de belasting op aanplakborden wordt voor de jaren 2026 tot en met 2031 als volgt vastgesteld:
DOEL VAN HET REGLEMENT
Artikel 1
Met dit reglement wil de stad de visuele hinder voortgebracht door aanplakborden beperken, wildgroei van borden tegen houden, beschermen van het stedelijk/landelijk en historisch karakter van de stad, en het waarborgen van de verkeersveiligheid en leesbaarheid van het openbaar domein.
Dit reglement bepaalt wie de belasting moet betalen, waarop ze van toepassing is, hoe het bedrag berekend wordt, en op welke manier ze wordt geïnd.
DE BELASTBARE PERIODE
Artikel 2
De belasting wordt geheven voor de aanslagjaren 2026 tot en met 2031.
DE BELASTBARE GRONDSLAG OF HET BELASTBAAR FEIT
Artikel 3
De stad heft een belasting op de aanplakborden, opgesteld op het grondgebied van de stad langs de openbare weg of op een plaats in de open lucht, zichtbaar vanaf de openbare weg en bestemd voor het voeren van reclame.
DEFINITIES
Artikel 4
In dit reglement betekent:
DE BELASTINGPLICHTIGE
Artikel 5
De belasting is verschuldigd door de natuurlijke of de rechtspersonen die de beschikking (vrij gebruik) hebben over het aanplakbord; als deze niet gekend is, is de belasting verschuldigd door de eigenaar van de grond waarop het bord is geplaatst of de eigenaar van de muur of de afsluiting waarop de reclame is aangebracht.
BEREKINGSGRONDSLAG EN TARIEF OF AANSLAGVOET
Artikel 6
De belasting wordt vastgesteld op 60,00 euro per vierkante meter of per gedeelte van een vierkante meter.
Artikel 7
Voor een bord wordt als belastbare oppervlakte, de nuttige oppervlakte in aanmerking genomen, zijnde de oppervlakte die voor aanplakking kan worden gebruikt, met uitzondering van de omlijsting; voor muren en afsluitingen beperkt de belastbare oppervlakte zich tot het beschilderde of beplakte deel ervan, of tot de oppervlakte die bekomen wordt door een rechthoek, waarbij de uiterste punten van een op een andere wijze vastgehechte reclame, de raakpunten vormen. Voor constructies waarvan beide zijden zichtbaar zijn, dient de oppervlakte van deze zijden samengeteld.
Artikel 8
De belasting is ondeelbaar verschuldigd voor gans het jaar, ongeacht het tijdstip in de loop van het belastingjaar waarop het betrokken bord wordt geplaatst.
Artikel 9
De tarieven zoals vermeld in het belastingreglement worden jaarlijks op 1 januari aangepast aan de evolutie van de gezondheidsindex, waarbij volgende formule wordt toegepast:
Het geïndexeerde nieuwe tarief = basistarief x nieuwe index
aanvangsindex
Waarbij:
Basistarief = Het tarief zoals vermeld in het belastingreglement.
Nieuwe index = De gezondheidsindex van de maand september van het jaar voorafgaand aan de indexering.
Aanvangsindex = gezondheidsindex van de maand september 2025.
VRIJSTELLINGEN EN/OF VERMINDERINGEN
Artikel 10
Van de belasting wordt vrijgesteld:
WIJZE VAN INNING EN BETALING
Artikel 11
De belasting wordt ingevorderd overeenkomstig het decreet van 30 mei 2008 en latere wijzigingen betreffende de vestiging, de invordering en geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen.
De belasting wordt ingevorderd door middel van kohier dat vastgesteld en uitvoerbaar wordt verklaard door het College van Burgemeester en Schepenen.
De belasting moet worden betaald binnen de twee maanden na de verzending van het aanslagbiljet.
PROCEDURE VASTSTELLING EN AANGIFTE
Artikel 12
De belastingplichtigen moet ieder jaar, uiterlijk op 1 april van het aanslagjaar, bij het stadsbestuur aangifte doen van de aanplakborden waarover zij beschikken, met opgave van het aantal, evenals van de oppervlakte per bord.
De aangifte moet de toestand aangeven op 1 maart van het aanslagjaar.
De personen die, na hierboven opgegeven normale aangiftedatum, overgaan tot het plaatsen van belastbare aanplakborden, of die het aantal en/of de oppervlakte van de oorspronkelijk aangegeven belastbare borden vermeerderen of vergroten, dienen binnen de vijftien dagen volgend op het ontstaan van de nieuwe of gewijzigde toestand, hiervan aangifte te doen bij het gemeentebestuur met vermelding van het vermeerderd aantal en/of van de vergrote oppervlakte.
Artikel 13
Bij gebrek aan aangifte, of in geval van onjuiste, onvolledige of onnauwkeurige aangifte vanwege de belastingplichtige wordt de belasting ambtshalve ingekohierd overeenkomstig de procedure voorzien in de wet ter vestiging en de invordering van de provincie- en gemeentebelastingen.
BEZWAARMOGELIJKHEID
Artikel 14
De belastingschuldige of zijn vertegenwoordiger kan tegen de aanslag of een eventuele belastingverhoging een bezwaarschrift indienen bij het College van Burgemeester en Schepenen, dat handelt als administratieve overheid. Het bezwaar moet schriftelijk worden ingediend, ondertekend en gemotiveerd zijn en op straffe van verval worden ingediend binnen een termijn van 3 maanden te rekenen vanaf de derde werkdag volgend op de datum van verzending van het aanslagbiljet.
Artikel 2
Dit reglement treedt in werking op 1 januari 2026.
Artikel 3
Dit besluit zal worden bekendgemaakt overeenkomstig artikel 286 en artikel 287 van het decreet over het lokaal bestuur van 22.12.2017.