Terug
Gepubliceerd op 19/12/2025

Besluit  gemeenteraad

do 18/12/2025 - 20:00

Reglement belasting op bedrijven - Vaststellen.

Aanwezig: Glenn Lambert, voorzitter
Luc Vannieuwenhuyze, burgemeester
Pascale Baert, Birger De Coninck, Lieve Germonprez, Vincent Byttebier, Grietje Goossens, Didier Van Nieuwenhuyse, Bert Verdru, Marie De Cloet, Klaas Carrette, schepenen
Danny Bossuyt, Veerle Vervaeke, Dirk Verwilst, Simon Bekaert, Nele Callens-Gelaude, Hedwig Verdoodt, Katrien Seys, Benedikt Van Staen, Kristof Vande Walle, Joris Vande Vyvere, Jean-Marie Gunst, Mouna Belkadi, Rik Stevens, Bernard De Marez, Lieven Vaneeckhoute, Koen Desmet, Filip Naert, Stijn Dermul, Isabelle Van de Cappelle, gemeenteraadsleden
Hendrik Vandenbruwane, algemeen directeur
Afwezig: Pieterjan Delbaere, gemeenteraadslid
Bevoegdheid

De grondwet, in het bijzonder artikel 41, 162 en 170§4 over de fiscale bevoegdheid van de gemeenten en de bevoegdheid van de gemeenteraad inzake het invoeren van een belasting.

Het decreet van 22.12.2017 over het lokaal bestuur, in het bijzonder artikel 2, artikel 40§3 en artikel 41.

Juridische grond

Het decreet van 30.05.2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen, gewijzigd bij decreten van 28.05.2010, 17.02.2012 en 03.05.2024.

De omzendbrief KB/ABB/2019/2 van 15.02.2019 betreffende de gemeentefiscaliteit.

Het decreet van 22.12.2017 over het lokaal bestuur in het bijzonder artikel 369 over de reglementen in geval van vrijwillige samenvoeging van gemeenten.

Feiten, context en argumentatie

Het is aangewezen om de personen, zowel natuurlijke als rechtspersonen, die op het grondgebied een economische bedrijvigheid uitoefenen, en daardoor in belangrijke mate gebruik maken van de gemeentelijke infrastructuur en investeringen, aan een gemeentebelasting te onderwerpen.

Er wordt geopteerd om de bijdrageplicht te diversifiëren, onder meer rekening houdende met de mate waarin men geacht wordt gebruik te maken van de algemene dienstverlening, met de uitoefening van bepaalde activiteiten, en de aard en de omvang van die activiteiten, met de draagkracht van de belastingplichtigen, en met de mate waarin men reeds bijdraagt in de kosten van de voorzieningen van diensten van algemeen nut via andere belastingen, heffingen of bijdragen.

Het oppervlaktecriterium met een daaraan gekoppelde gedifferentieerde tariefstructuur laat op adequate wijze toe om, bij benadering en in overeenstemming met het beginsel van de verdelende rechtvaardigheid, de belasting vast te stellen;

Het oppervlaktecriterium wordt als berekeningsbasis redelijk en objectief beschouwd teneinde de gemeentebelasting op bedrijven te berekenen;

het heffen van een minimumbelasting is daarnaast gerechtvaardigd door enerzijds de noodzaak om de administratieve kost van de belastingheffing te dekken en anderzijds doordat kan worden aangenomen dat de voorziene minimumbedragen binnen de draagkracht liggen van elke belastingplichtige;

De belasting beoogt belastingplichtigen met verschillende toestanden en die verscheidenheid moet noodzakelijkerwijs worden opgevangen in vereenvoudigde categorieën. De normen van een belasting kunnen niet worden aangepast naargelang de eigenheid van elk individueel geval. Er kan niet voor elk soort bedrijf (elk met hun eigen en meest uiteenlopende kenmerken) worden voorzien in een specifieke belastingregeling;

Verschillen inzake financiële draagkracht en/of economische rentabiliteit maken redelijk verantwoorde differentiatiecriteria uit voor de toepassing van het belastingreglement en het verschil in tarifering;

Categorieën van bedrijven die door hun aard de grond (bodem) als natuurlijk productiemiddel aanwenden en die in vergelijking met andere categorieën een lager rendement per vierkante meter oppervlakte hebben, hebben een uitzonderlijke nood aan grotere oppervlakten om een economisch leefbare (rendabele) exploitatie te kunnen realiseren. De tariefstructuur komt tegemoet aan de doelstelling van een evenwichtige spreiding in functie van de financiële draagkracht door voor land- en tuinbouwbedrijven hun weilanden en cultuurgronden niet te belasten;

Het is billijk dat de rechtspersonen bedoeld in de artikelen 180 en 181 van het wetboeken van inkomstenbelastingen 1992 worden vrijgesteld van deze belasting omdat deze entiteiten zich exclusief of hoofdzakelijk bezig houden met onbaatzuchtige activiteiten;

Om enerzijds jongeren zoveel als mogelijk aan te moedigen om te proeven van het ondernemerschap tijdens hun studies, en anderzijds studenten in sommige gevallen over een ondernemingsnummer dienen te beschikken om bv. een stage te kunnen lopen, worden student-zelfstandigen vrijgesteld van deze belasting, zolang ze voldoen aan de voorwaarden van het statuut van student-zelfstandige:

  • tussen de 18 en de 25 jaar bent;
  • ingeschreven bent in een erkende onderwijsinstelling in binnen- of buitenland, om een in België erkend diploma te halen;
  • studies volgt van minstens 27 studiepunten per jaar of minstens 17 lesuren per week;
  • regelmatig lessen volgt of deelneemt aan de examens, tenzij de universiteit of hogeschool je ondernemingsproject begeleidt;
  • een zelfstandige beroepsactiviteit hebt;
  • geen meewerkende echtgenoot bent;
  • het statuut hebt aangevraagd en verkregen bij je sociaal verzekeringsfonds. 

Rekening houdende met enerzijds de financiële toestand van de gemeente en de wettelijke verplichting om een financieel evenwicht te handhaven, en met anderzijds bovenstaande argumenten; wordt er een belasting op bedrijven ingevoerd voor de jaren 2026 tot en met 2031.

Financiële gevolgen

De geraamde ontvangsten uit de belasting op bedrijven worden opgenomen in het meerjarenplan 2026-2031.

Publieke stemming
Aanwezig: Glenn Lambert, Luc Vannieuwenhuyze, Pascale Baert, Birger De Coninck, Lieve Germonprez, Vincent Byttebier, Grietje Goossens, Didier Van Nieuwenhuyse, Bert Verdru, Marie De Cloet, Klaas Carrette, Danny Bossuyt, Veerle Vervaeke, Dirk Verwilst, Simon Bekaert, Nele Callens-Gelaude, Hedwig Verdoodt, Katrien Seys, Benedikt Van Staen, Kristof Vande Walle, Joris Vande Vyvere, Jean-Marie Gunst, Mouna Belkadi, Rik Stevens, Bernard De Marez, Lieven Vaneeckhoute, Koen Desmet, Filip Naert, Stijn Dermul, Isabelle Van de Cappelle, Hendrik Vandenbruwane
Voorstanders: Glenn Lambert, Luc Vannieuwenhuyze, Pascale Baert, Birger De Coninck, Lieve Germonprez, Vincent Byttebier, Grietje Goossens, Didier Van Nieuwenhuyse, Bert Verdru, Marie De Cloet, Klaas Carrette, Simon Bekaert, Nele Callens-Gelaude, Hedwig Verdoodt, Joris Vande Vyvere, Mouna Belkadi, Rik Stevens, Stijn Dermul
Tegenstanders: Danny Bossuyt, Veerle Vervaeke, Dirk Verwilst, Katrien Seys, Benedikt Van Staen, Kristof Vande Walle, Jean-Marie Gunst, Bernard De Marez, Lieven Vaneeckhoute, Koen Desmet, Filip Naert, Isabelle Van de Cappelle
Resultaat: Met 18 stemmen voor, 12 stemmen tegen
Besluit

De gemeenteraad beslist:

Artikel 1

Het reglement betreffende de belasting op bedrijven wordt voor de jaren 2026 tot en met 2031 als volgt vastgesteld:

DOEL VAN HET REGLEMENT
Artikel 1
De Stad Tielt wil alle personen, zowel natuurlijke als rechtspersonen, die op het grondgebied een economische bedrijvigheid uitoefenen, en daardoor in belangrijke mate gebruik maken van de gemeentelijke dienstverlening, infrastructuur en investeringen, aan een gemeentebelasting onderwerpen.
Dit reglement bepaalt wie de belasting moet betalen, waarop ze van toepassing is, hoe het bedrag berekend wordt, en op welke manier ze wordt geïnd.

DE BELASTBARE PERIODE
Artikel 2
De belasting wordt geheven voor de aanslagjaren 2026 tot en met 2031.

DE BELASTBARE GRONDSLAG OF HET BELASTBAAR FEIT
Artikel 3
§1 De stad heft een belasting ten laste van iedereen die houder is van een ondernemingsnummer, en die op 1 januari van het aanslagjaar op het grondgebied Tielt, in hoofd- of bijberoep:
• een vrij beroep of een zelfstandige activiteit uitoefent;
• een handels-, nijverheids-, land- of tuinbouwbedrijf exploiteert, of een andere economische activiteit uitoefent.
§2 Voor de toepassing van dit reglement wordt eenieder die houder is van een ondernemingsnummer op 1 januari van het aanslagjaar, beschouwd als een beoefenaar van een belastbare activiteit, behoudens bewijs van tegendeel.
Artikel 4
De belasting wordt per belastingplichtige berekend en gevestigd per afzonderlijke vestiging, hoe ook genoemd, op het grondgebied van Stad Tielt.

DEFINITIES
Artikel 5
In dit reglement betekent:
• Bedrijf = Elke houder van een ondernemingsnummer die beroeps- of bedrijfsdoeleinden nastreeft;
• Vestiging = Elke oppervlakte die voor beroeps- of bedrijfsdoeleinden is bestemd of in het kader van beroeps- of bedrijfsdoeleinden wordt gebruikt, tot gebruik is voorbehouden, of bijdraagt tot de realisatie/uitvoering van de beroeps- of bedrijfsdoeleinden, met inbegrip van bestuur of beheer in de ruimste zin;
• Oppervlakte = Elk (gedeelte van een) onroerend goed, elke lokaliteit of ruimte onder gelijk welke vorm, en die individueel of collectief worden gebruikt of kunnen gebruikt worden voor de exploitatie;
• Gebruik = Elke vorm van gebruik dat nuttig is voor de exploitatie van het bedrijf, met inbegrip van parkings, laad-, los- of stortplaatsen, en opslag- of overslagruimtes;
• Groenzone = Grond die enkel dient voor esthetische doeleinden en die geen verder functioneel nut heeft in het kader van de exploitatie;
• Braakliggende grond = Grond waarop geen gebouwen staan, en die geen functioneel nut heeft voor de exploitatie;
• Cultuurgrond = Elke grond of oppervlakte waarop gewassen gekweekt worden.

DE BELASTINGPLICHTIGE
Artikel 6
De belastingplichtige is de houder van het ondernemingsnummer op 1 januari van het aanslagjaar.

BEREKINGSGRONDSLAG EN TARIEF OF AANSLAGVOET
Artikel 7
Het bedrag van de verschuldigde belasting wordt op basis van de belastbare oppervlakte per 1 januari van het aanslagjaar per vestiging vastgesteld op:
• forfaitair 132,00 euro tot en met een oppervlakte van 1.000 m²;
• voor de oppervlakte tussen 1.001 m² en 10.000 m²: 0,20 euro per m²;
• voor de oppervlakte tussen 10.001 m² en 500.000 m²: 0,17 euro per m²;
• de oppervlakte boven de 500.000 m² is niet belastbaar.
Het bedrag van de totale verschuldigde belasting wordt steeds afgerond naar de lagere euro.
Artikel 8
De belastbare oppervlakte die in aanmerking komt, is zowel de bebouwde als de onbebouwde, die voor de uitoefening van de beroepsactiviteit of voor de bedrijfsuitbating wordt gebruikt, kan gebruikt worden, of hiervoor noodzakelijk is, met inbegrip van alle oppervlakte die een functionele band heeft met de uitoefening van de beroepsactiviteit of met de bedrijfsuitbating.
Oppervlakte die niet als belastbare oppervlakte wordt gezien:
• Voor alle bedrijven: De oppervlakte van groenzones en/of braakliggende gronden;
• Voor alle land- en tuinbouwbedrijven: Weilanden en cultuurgronden.
Artikel 9
Alle belastingplichtigen worden geacht over een belastbare bedrijfsvestiging te beschikken waarvoor minstens de minimumbelasting verschuldigd is.
Artikel 10
De vaststelling van de belastbare oppervlakte gebeurt op basis van de jaarlijkse lijst aangeleverd door Provincie West-Vlaanderen, de informatie uit het kadaster of door vaststelling van de feitelijke toestand.
Artikel 11
De belasting is ondeelbaar verschuldigd voor het hele jaar. De stopzetting, vermindering of uitbreiding van de economische activiteit in de loop van het aanslagjaar, evenals de vermindering van de oppervlakte tijdens dezelfde periode, geven geen aanleiding tot belastingvermindering.
Artikel 12
De tarieven zoals vermeld in het belastingreglement worden jaarlijks op 1 januari aangepast aan de evolutie van de gezondheidsindex, waarbij volgende formule wordt toegepast:
Het geïndexeerde nieuwe tarief = basistarief x nieuwe index

                                                         aanvangsindex
Waarbij:
Basistarief = Het tarief zoals vermeld in het belastingreglement.
Nieuwe index = De gezondheidsindex van de maand september van het jaar voorafgaand aan de indexering.
Aanvangsindex = gezondheidsindex van de maand september 2025.

VRIJSTELLINGEN EN/OF VERMINDERINGEN
Artikel 13
van de belasting wordt vrijgesteld:
• De rechtspersonen bedoeld in de artikelen 180 en 181 van het Wetboek van de Inkomstenbelasting 1992.

• Natuurlijke personen met het statuut van student-zelfstandige worden niet beschouwd als belastingplichtigen overeenkomstig dit reglement, zolang ze voldoen aan de voorwaarden om dit statuut te bezitten:
Je bent student-zelfstandige als je:
- tussen de 18 en de 25 jaar bent;
- ingeschreven bent in een erkende onderwijsinstelling in binnen- of buitenland, om een in België erkend diploma te halen;
- studies volgt van minstens 27 studiepunten per jaar of minstens 17 lesuren per week;
- regelmatig lessen volgt of deelneemt aan de examens, tenzij de universiteit of hogeschool je ondernemingsproject begeleidt;
- een zelfstandige beroepsactiviteit hebt;
- geen meewerkende echtgenoot bent;
- het statuut hebt aangevraagd en verkregen bij je sociaal verzekeringsfonds.

WIJZE VAN INNING EN BETALING
Artikel 14
De belasting wordt ingevorderd overeenkomstig het decreet van 30 mei 2008 en latere wijzigingen; betreffende de vestiging, de invordering en geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen.
De belasting wordt ingevorderd door middel van kohier dat vastgesteld en uitvoerbaar wordt verklaard door het College van Burgemeester en Schepenen.
De belasting moet worden betaald binnen de twee maanden na de verzending van het aanslagbiljet.

BEZWAARMOGELIJKHEID
Artikel 15
De belastingschuldige of zijn vertegenwoordiger kan tegen de aanslag of een eventuele belastingverhoging een bezwaarschrift indienen bij het College van Burgemeester en Schepenen, dat handelt als administratieve overheid. Het bezwaar moet schriftelijk worden ingediend, ondertekend en gemotiveerd zijn en op straffe van verval worden ingediend binnen een termijn van 3 maanden te rekenen vanaf de derde werkdag volgend op de datum van verzending van het aanslagbiljet.

INWERKINGTREDING
Artikel 16
Dit reglement treedt in werking op 1 januari 2026.

BEKENDMAKING
Artikel 17
Dit reglement wordt bekendgemaakt via de website van de stad.

Artikel 2

Dit reglement treedt in werking op 01.01.2026.

Artikel 3

Dit besluit zal worden bekendgemaakt overeenkomstig artikel 286 en artikel 287 van het decreet over het lokaal bestuur van 22.12.2017.