De grondwet, in het bijzonder artikel 41, 162 en 170§4 over de fiscale bevoegdheid van de gemeenten en de bevoegdheid van de gemeenteraad inzake het invoeren van een belasting.
Het decreet van 22.12.2017 over het lokaal bestuur, in het bijzonder artikel 2, artikel 40§3 en artikel 41.
Het decreet van 30.05.2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen, gewijzigd bij decreten van 28.05.2010, 17.02.2012 en 03.05.2024.
De omzendbrief KB/ABB/2019/2 van 15.02.2019 betreffende de gemeentefiscaliteit.
Het decreet van 22.12.2017 over het lokaal bestuur in het bijzonder artikel 369 over de reglementen in geval van vrijwillige samenvoeging van gemeenten.
Besluit van de gemeenteraad van Tielt 02.12.2021, gewijzigd in zitting van 07.12.2023 betreffende belasting op het vellen, rooien en kandelaberen van bomen.
Het reglement zoals goedgekeurd bij besluit van de gemeenteraad van Tielt van 02.12.2021, gewijzigd in zitting van 07.12.2023, betreffende belasting op het vellen, rooien en kandelaberen van bomen wordt ingevolge de bepalingen van artikel 369 van het decreet over het lokaal bestuur van 22.12.2017 van rechtswege opgeheven m.i.v. 01.01.2026.
Het vellen, rooien en kandelaberen van bomen zijn ingrepen waarvoor een omgevingsvergunning noodzakelijk is.
Bomen leveren over het volledige grondgebied van de Stad verspreid belangrijke ecosysteemdiensten; ze capteren koolstofdioxide, filteren fijn stof, zorgen voor schaduw en verkoeling, houden grond vast, zijn voedselbron of gastheer voor tal van organismen. Bij het vellen, rooien of kandelaberen van een boom worden deze ecosysteemdiensten teniet gedaan.
Bij het aanplanten van bomen daarentegen worden deze ecosysteemdiensten opnieuw verzorgd.
Daarom is het noodzakelijk om voldoende bomen te behouden op het grondgebied van de stad.
Evenwel kan het soms gebeuren dat een boom toch dient te worden geveld of gerooid: verschillende overheden op verschillende niveaus zijn ook bezig met het planten, beheren, onderhouden en kappen van bomen; ze doen dit binnen hun bevoegdheden en stellen hiertoe doorgaans ook beheerplannen op waar de stad niet in wil en kan interfereren. Ook terreinbeherende verenigingen rooien of vellen soms bomen, maar dit past ook binnen goedgekeurde beheerplannen en met het oog op het verbeteren van natuurwaarden.
Daarnaast is het ook zo dat binnen de fruitteelt bomen gerooid worden maar het intrinsiek aan de activiteit is verbonden dat de bomen zo snel mogelijk vervangen worden om weer te kunnen produceren.
Ook het gebeurlijk knotten van bomen zorgt voor een hogere natuurwaarde in het buitengebied, knotbomen ondervinden hier ook geen beperking van in hun voortbestaan.
Soms gebeurt het dat na een noodwendigheid een boom een dermate gevaar kan opleveren dat het aangewezen is deze te vellen of te rooien zonder dat dit de intentie was van de eigenaar of beheerder van de betreffende boom. Het is daarnaast ook zo dat ook bomen ziek kunnen worden of afsterven en dat ook hier op termijn een gevaar van kan uitgaan, terwijl het initieel niet de intentie van de eigenaar of de beheerder was om de boom te rooien of te vellen.
Het ontwerp van nieuw reglement werd dd. 24.11.2025 besproken in de Milieuraad. De Milieuraad verleende positief advies.
De geraamde ontvangsten uit de belasting op het vellen, rooien en kandelaberen van bomen worden opgenomen in het meerjarenplan 2026-2031.
De gemeenteraad beslist:
Artikel 1
Het reglement betreffende de belasting op het vellen, rooien en kandelaberen van bomen wordt voor de jaren 2026 tot en met 2031 als volgt vastgesteld:
DOEL VAN HET REGLEMENT
Artikel 1
Met dit reglement wil de stad bijdragen aan het behoud van het bomenbestand. Bomen leveren namelijk belangrijke ecosysteemdiensten die bij vellen, rooien of kandelaberen teniet worden gedaan maar na aanplant van nieuwe bomen weer worden hersteld.
Dit reglement bepaalt wie de belasting moet betalen, waarop ze van toepassing is, hoe het bedrag berekend wordt, en op welke manier ze wordt geïnd.
DE BELASTBARE PERIODE
Artikel 2
De belasting wordt geheven voor de aanslagjaren 2026 tot en met 2031.
DE BELASTBARE GRONDSLAG OF HET BELASTBAAR FEIT
Artikel 3
De stad heft een belasting op het vellen, rooien en kandelaberen van bomen waarvoor de verplichting geldt te beschikken over een omgevingsvergunning.
DEFINITIES
Artikel 4
In dit reglement betekent:
DE BELASTINGPLICHTIGE
Artikel 5
De belasting is verschuldigd door elke natuurlijke persoon, rechtspersoon, feitelijke vereniging of andere entiteit zonder rechtspersoonlijkheid die overgaat tot het vellen, rooien en kandelaberen van bomen waarvoor de verplichting geldt te beschikken over een omgevingsvergunning, met uitzondering van de entiteiten opgesomd in lid 2 en van de handelingen opgesomd in lid 3 van artikel 8.
BEREKINGSGRONDSLAG EN TARIEF OF AANSLAGVOET
Artikel 7
De belasting wordt berekend per boom waarvoor de verplichting geldt te beschikken over een omgevingsvergunning voor het vellen, rooien of kandelaberen, op basis van de stamomtrek:
| Stamomtrek |
Verschuldigde belasting |
| 30 tot 65 cm |
250 euro |
| 66 tot 130 cm |
500 euro |
| 131 tot 150 cm |
750 euro |
| Meer dan 150 cm |
1000 euro + ((cm stamomtrek -150 cm) * 10) euro |
De tarieven zoals vermeld in het belastingreglement worden jaarlijks op 1 januari aangepast aan de evolutie van de gezondheidsindex, waarbij volgende formule wordt toegepast:
Het geïndexeerde nieuwe tarief = basistarief x nieuwe index
aanvangsindex
Basistarief = tarief zoals vermeld in het belastingreglement.
Nieuwe index is de verhoogde of verlaagde index van de maand september voorafgaand aan de indexering.
De aanvangsindex is de gezondheidsindex van de maand september 2025.
VRIJSTELLINGEN EN/OF VERMINDERINGEN
Artikel 8
1) Er moet geen belasting betaald worden in de volgende gevallen:
- Het periodiek knotten van knotbomen, in zoverre het een normale knotactiviteit betreft waarbij takken van de kruin worden verwijderd
- Het vellen of rooien van bomen zoals opgenomen in een goedgekeurd beheerplan
- Het vellen of rooien van bomen indien er na stormweer of een andere noodwendigheid acuut gevaar is opgetreden dat werd bevestigd door de groendienst, brandweer of politie en waarbij het vellen of rooien wordt toegestaan door de burgemeester
- Het vellen of rooien van bomen die zonder voorafgaand menselijk ingrijpen dood of ziek zijn en waarbij een voorafgaand advies van de groendienst of een erkend boomchirurg stelt dat de boom op korte termijn (minder dan 2 jaar) een acuut gevaar zal vormen.
- Het dunnen van bomen, waarbij het advies van de groendienst stelt dat het hier effectief een noodzakelijke dunning betreft.
2) Van de belasting wordt vrijgesteld:
- Gemeentelijke, provinciale en gewestelijke overheden en hun afdelingen, departementen of diensten die instaan voor groenbeheer in ruime zin.
- Terreinbeherende verenigingen met als doelstelling te werken aan landschap en natuur in ruime zin.
- Professionele telers van (fruit)bomen
3) Vrijstelling van de belasting wordt tevens verleend:
Indien de aanvrager vrijwillig dan wel verplicht overgaat tot heraanplant van een of meer bomen van een vergelijkbare waarde, wordt hij vrijgesteld van belasting. De vergelijkbare waarde wordt aangetoond via onderstaande tabel:
| Stamomtrek te vellen boom |
Minimale plantmaat te herplanten boom |
| 30 tot 65 cm |
10/12 |
| 66 tot 130 cm |
12/14 |
| 131 tot 150 cm |
12/14 |
| meer dan 150 cm |
14/16 en bijkomend per 100 cm stamomtrek telkens 1 boom extra met plantmaat 14/16; |
Bij bomen die binnen een lijnverband werden aangeplant, wordt per gevelde boom 1 boom ter compensatie aangeplant.
Bij schermgroen dat door zijn omvang vergunningsplichtig is geworden, wordt een compensatie van 10 % van het aantal te rooien bomen in het scherm voorzien, heraangeplant in de plantmaat 10/12. Het aantal van 10 % te planten bomen wordt afgerond naar de bovenste eenheid.
BIJKOMENDE VOORWAARDEN
Artikel 9
De soortkeuze van de her aan te planten bomen dient voorgelegd te worden aan het stadsbestuur, bij voorkeur bij de vergunningsaanvraag. Deze soortkeuze dient voorafgaand aan de heraanplant goedgekeurd te worden.
De aanplant dient gebeurd te zijn uiterlijk 2 plantseizoenen na de aanvang der werken. Foto’s van de heraanplant en een aankoopbewijs dienen dan ook voorgelegd te worden binnen deze termijn. Er kan eveneens door de bevoegde dienst een bezoek ter plaatse gebeuren om de heraanplant te verifiëren. Indien het vellen of rooien wordt uitgevoerd in het kader van grote bouw of renovatiewerken kan de vergunningsplichtige een gemotiveerde aanvraag voor een verlenging van de heraanplanttermijn richten aan het college van burgemeester en schepenen. De verlenging van de heraanplanttermijn kan maximum 2 plantseizoenen bedragen.
De vergunningsplichtige dient er alles aan te doen om de aanplant te doen slagen: zorgvuldig en vakkundig aanplanten en de aanplant het eerste jaar van voldoende water voorzien bij droogte. Bij uitval binnen de eerste 12 maanden na aanplant dient de aanplant opnieuw te gebeuren in het eerstvolgende plantseizoen.
WIJZE VAN INNING EN BETALING
Artikel 10
De belasting wordt ingevorderd met een kohier.
PROCEDURE EN AANGIFTEPLICHT
Artikel 11
Bij het indienen van de Omgevingsvergunningsaanvraag dient de belastingplichtige alle noodzakelijke info aan te leveren.
Na het verstrijken van de periode waarbinnen de aanplant dient te gebeuren wordt overgegaan tot het opmaken van het kohier.
BEZWAARMOGELIJKHEID
Artikel 15
De belastingschuldige (of zijn vertegenwoordiger) kan bezwaar indienen tegen de belastingaanslag.
Dit gebeurt bij het college van burgemeester en schepenen, volgens de regels van het decreet van 30 mei 2008 over het heffen, innen en betwisten van provincie- en gemeentebelastingen.
INWERKINGTREDING
Artikel 16
Dit reglement treedt in werking op 1 januari 2026.
BEKENDMAKING
Artikel 17
Dit reglement wordt bekendgemaakt via de website van de stad.
Artikel 2
Dit reglement treedt in werking op 01.01.2026.
Artikel 3
Dit besluit zal worden bekendgemaakt overeenkomstig artikel 286 en artikel 287 van het decreet over het lokaal bestuur van 22.12.2017.