Het decreet van 22.12.2017 over het lokaal bestuur, in het bijzonder artikel 2, artikel 40§3 en artikel 41.
De omzendbrief KB/ABB/2019/2 van 15.02.2019 betreffende de gemeentefiscaliteit.
Het decreet van 22.12.2017 over het lokaal bestuur in het bijzonder artikel 369 over de reglementen in geval van vrijwillige samenvoeging van gemeenten.
Besluit van de gemeenteraad van 30.01.2025 houdende vaststellen van het reglement betreffende de delegatie van bevoegdheden inzake personeel en gemeentelijke reglementen aan het college van burgemeester en schepenen.
Besluit van de gemeenteraad van Tielt van 05.12.2019, gewijzigd in zitting van 09.11.2023 en 11.04.2024 betreffende retributie betalend en beperkt parkeren.
De wet van 16 maart 1968 betreffende de politie over het wegverkeer en zijn latere wijzigingen.
Het decreet betreffende de aanvullende reglementen op het wegverkeer en de plaatsing en de bekostiging van verkeerstekens.
Het decreet van 9 juli 2010 houdende de invordering van parkeerheffingen door parkeerbedrijven, waarbij aan de gemeenten wordt toegestaan parkeergeld op motorrijtuigen in te voeren.
Het Koninklijk Besluit van 1 december 1975 houdende het algemeen reglement op de politie over het wegverkeer en van het gebruik van de openbare weg (de wegcode), inzonderheid artikel 27.
Het ministerieel besluit van 9 januari 2007 betreffende de gemeentelijke parkeerkaart.
Het ministerieel besluit van 7 mei 1999 betreffende de parkeerkaart voor mensen met een handicap.
Het reglement zoals goedgekeurd bij besluit van de gemeenteraad van Tielt van 05.12.2019, gewijzigd in zitting van 09.11.2023 en 11.04.2024, betreffende retributie op het betalend en het beperkt parkeren wordt ingevolge de bepalingen van artikel 369 van het decreet over het lokaal bestuur van 22.12.2017 van rechtswege opgeheven m.i.v. 01.01.2026.
Rekening houdende met de financiële toestand van de gemeente en omdat het aanleggen en onderhouden van parkeermogelijkheden diverse kosten met zich meebrengt en nieuwe mogelijkheden vereist voor de controle op de beperking van de parkeerduur op de voorgeschreven parkeerplaatsen, wordt er een retributie betalend en beperkt parkeren ingevoerd voor de jaren 2026 tot en met 2031.
Er wordt een verschillende tariefstructuur gebruikt tussen de zones met betalend parkeren en de zones met beperkt parkeren.
Er worden diverse vrijstellingen voorzien.
Het vaststellen van de tarieven van retributies behoort, cf. het in de gemeenteraad van 30.01.2025 vastgestelde reglement betreffende de delegatie van bevoegdheden inzake personeel en gemeentelijke reglementen aan het college van burgemeester en schepenen, tot de bevoegdheid van het college van burgemeester en schepenen. Er wordt voorgesteld om de tarieven in het aan de gemeenteraad voorgelegde reglement reeds vast te leggen. Indien nodig kan het college van burgemeester en schepenen de vastgelegde tarieven wijzigen.
De geraamde ontvangsten uit de retributie betalend en beperkt parkeren worden opgenomen in het meerjarenplan 2026-2030.
De gemeenteraad beslist:
Artikel 1
Het reglement betreffende de retributie op het betalend en het beperkt parkeren wordt voor de jaren 2026 tot en met 2031 als volgt vastgesteld:
DOEL VAN HET REGLEMENT
Artikel 1
Met dit reglement wil de stad de kosten vergoeden van de controle op het betalend en beperkt parkeren en de inning van de parkeerretributies door de concessiehouder.
Artikel 2
Dit reglement bepaalt wie de retributie moet betalen, voor welke dienst of prestatie ze van toepassing is, hoe het bedrag berekend wordt, en op welke manier de betaling gebeurt.
GELDIGHEIDSDUUR VAN HET REGLEMENT
Artikel 3
Het reglement treedt in werking op 01 januari 2026 en blijft van kracht zolang het niet wordt ingetrokken of vervangen.
DE RETRIBUTIEPLICHTIGE
Artikel 4
De retributieplichtige is de automobilist die gebruik maakt van de parkeerinfrastructuur gelegen binnen de zones met betalend parkeren en beperkt parkeren (blauwe zone).
HOOFDELIJKHEID
Artikel 5
De bestuurder van het voertuig is hoofdelijk aansprakelijk voor de betaling van de belasting.
WAARVOOR EN TEGEN WELKE TARIEVEN IS DE RETRIBUTIE VERSCHULDIGD
Artikel 6
Betalend parkeren.
Art. 6.1:
De bestuurder die zonder andere tijdsbeperking verkiest te parkeren kan hetzij in de voormiddag (van 8.00u tot 12.00u), hetzij in de namiddag (van 14.00u tot 18.00u) gedurende maximum 4 uren parkeren op de parkeerplaatsen met betalend parkeren, tegen betaling van een retributie van 25 euro.
Deze gebruikersmodaliteit wordt op de automaten aangeduid als ‘tarief 1’.
De retributie wordt betaald op het ogenblik van het parkeren aan de bevoegde persoon die alsdan een parkeerticket aflevert.
Bij afwezigheid van de bevoegde persoon op het ogenblik van het parkeren dient de retributie betaald te worden binnen de vijf dagen door storting of overschrijving op de financiële rekening zoals bepaald op het parkeerticket dat door de bevoegde persoon op het voertuig wordt aangebracht.
Art. 6.2:
In afwijking van artikel 6.1 zijn de eerste vijftien minuten gratis en bedraagt de retributie 0,25 euro per volgende 15 minuten voor de bestuurders die opteren voor een korte parkeerduur met een maximum van 120 minuten betalend parkeren, en dit van 08.00u tot 12.00u en van 14.00u tot 18.00u, met uitzondering van:
Art. 6.2 bis:
‘Shop & go’-plaatsen binnen de zone betalend parkeren:
- Parkeren is gratis voor de duur van 30 minuten kortparkeren van maandag tot en met zaterdag telkens van 08.00u tot 12.00u en van 13.30u tot 18.00u in zones met beperkte parkeertijd aangeduid door de signalisatie met verkeersbord ‘E9a’, onderbord 30 min., onderbord ‘van maandag t.e.m. zaterdag van 08.00u tot 12.00u en van 13.30u tot 18.00u’, zoals vastgesteld in de aanvullende reglementen op de politie van het wegverkeer;
In afwijking van art. 6.1 en 6.2:
Is van toepassing van maandag t.e.m. zaterdag telkens van 08.00u tot 12.00u en van 13.30u tot 18.00u indien de bestuurder parkeert op een parkeervak voorzien van een intelligente sensor binnen de zone betalend parkeren, ook ‘shop & go’-plaatsen genoemd.
Tarief bedraagt 0,00 euro voor 30 min. kortparkeren op plaatsen aangeduid door de signalisatie met verkeersbord ‘E9a’, onderbord 30 min., onderbord ‘van maandag t.e.m. zaterdag van 08.00u tot 12.00u en van 13.30u tot 18.00u’ en de grondmarkering ‘shop & go’.
Tarief bedraagt 0,00 euro voor 15 min. kortparkeren op plaatsen aangeduid door de signalisatie met verkeersbord ‘E9a’, onderbord 15 min., onderbord ‘van maandag t.e.m. zondag van 06.00u tot 24.00u’ en de grondmarkering ‘shop & go’.
De bestuurder die zonder tijdsbeperking wenst te parkeren kan hetzij in de voormiddag (van 08.00u tot 12.00u), hetzij in de namiddag (van 13.30u tot 18.00u), hetzij in de avond (van 18.00u tot 24.00u) gedurende maximaal 4 uren kortparkeren op de ‘shop & go’-plaatsen, tegen betaling van een retributie van 25 euro.
Art. 6.3:
In geval van defect van een parkeerautomaat is de bestuurder van het motorvoertuig die wenst te parkeren in de betalende zone, gehouden een ticket te nemen aan een andere, wel werkende automaat of te betalen via sms-parkeren. Indien alle automaten defect zijn en sms-parkeren niet mogelijk is dient de parkeerschijf geplaatst te worden.
Art. 6.4:
Het parkeerticket, aangekocht bij de bevoegde persoon of afgeleverd door de automaat moet duidelijk zichtbaar achter de voorruit van het voertuig worden aangebracht, of als er geen voorruit is op het voorste gedeelte van het voertuig.
Art. 6.4:
De gebruiker van een parkeerplaats in de zone van betalend parkeren zal geen bezwaar kunnen indienen wanneer hij, niettegenstaande het vereffenen van de retributie, toch niet kan parkeren om een reden vreemd aan de wil van het bestuur, of in geval van verplichte evacuatie van voertuigen bij politiebevel.
Art. 6.5:
Het parkeren van een motorvoertuig op een parkeerplaats in de zone van betalend parkeren gebeurt steeds op risico van de gebruiker of van degene die burgerlijk verantwoordelijk is. Het parkeergeld geeft enkel recht op parkeren maar geeft de gebruiker of de burgerlijk verantwoordelijke geen enkel recht op bewaking. Het stadsbestuur kan niet aansprakelijk gesteld worden voor beschadiging of verlies van het geparkeerde voertuig.
Beperkt parkeren (blauwe zone).
Art. 6.7:
De door de gebruiker gewenste parkeertijd wordt vastgesteld aan de hand van de parkeerschijf, voor maximaal 2 uur of zoals aangebracht op de signalisatie.
Behalve wanneer bijzondere voorwaarden zijn aangebracht op de signalisatie is het gebruik van de parkeerschijf alle dagen voorgeschreven van 09.00u tot 12.00u en van 14.00u tot 18.00u, uitgezonderd op zon- en wettelijke feestdagen en 11 juli;
Art. 6.8:
Bij het niet plaatsen van de parkeerschijf conform artikel 27.1 van de wegcode en overeenkomstig de instructies van onderhavig reglement wordt de retributie vastgelegd op 25 euro per dag.
Art. 6.9:
De gebruiker van een parkeerplaats in de zone met beperkt parkeren zal geen bezwaar kunnen indienen wanneer hij, niettegenstaande het vereffenen van de retributie, toch niet kan parkeren om een reden vreemd aan de wil van het bestuur of in geval van verplichte evacuatie van voertuigen bij politiebevel;
VRIJSTELLINGEN EN/OF VERMINDERINGEN
Artikel 7
Betalend parkeren.
Art. 7.1:
Op zondagen en wettelijke feestdagen evenals op 11 juli is geen retributie verschuldigd.
Art. 7.2:
§1. Personen met een handicap, houders van een speciale kaart uitgereikt overeenkomstig het Ministerieel Besluit van 7 mei 1999, zoals later gewijzigd worden vrijgesteld van de betaling van het voorgeschreven parkeergeld, indien deze kaart duidelijk zichtbaar is aangebracht achter de voorruit van het voertuig, of als er geen voorruit is op het voorste gedeelte van het voertuig.
Art. 7.3:
§ 1 Worden onbeperkt vrijgesteld van de betaling van het voorgeschreven parkeergeld:
De dienstvoertuigen zoals opgesomd in het eerste lid, dienen om vrijgesteld te zijn van het betalen van parkeergeld, duidelijk voorzien te zijn van het logo of embleem van vermelde dienst of instelling.
§2 In afwijking van § 1 worden de voertuigen die geen logo van de stad Tielt dragen maar evenwel noodzakelijk zijn voor de dienstverplaatsingen van de personeelsleden van de stad Tielt eveneens vrijgesteld van de betaling van het voorgeschreven parkeergeld.
Art. 7.4:
Worden vrijgesteld van het voorgeschreven parkeergeld mits het betalen van een jaarlijkse bijdrage van 50 euro en mits de parkeerduur beperkt wordt tot maximum 60 minuten:
Art. 7.5:
Voertuigen zoals bepaald in artikel 7.3 § 2 en artikel 7.4 en de voertuigen van de Minder Mobielen Centrale dienen voorzien te zijn van een, door het stadsbestuur uitgereikte, analoge gemeentelijke parkeerkaart. De betreffende analoge gemeentelijke parkeerkaart moet duidelijk zichtbaar aangebracht zijn achter de voorruit van het voertuig of als er geen voorruit is op het voorste gedeelte van het voertuig.
De analoge gemeentelijke parkeerkaarten uitgereikt voor voertuigen zoals bedoeld in artikel 7.4 moeten tevens voorzien zijn van een duidelijk zichtbare, correct gebruikte, parkeerschijf.
De analoge gemeentelijke parkeerkaarten uitgereikt voor voertuigen zoals bepaald artikel 7.3 zijn vrijgesteld van een gemeentelijke retributie.
Art. 7.6:
§1. Bewoners en handelaars met handelszaak in één van volgende straten of straatdelen en waarvan de publieke toegang van hun winkel gelegen is in één van de hierna vermelde straten of straatdelen kunnen telkens voor een periode van één kalenderjaar een digitale bewonerskaart / gemeentelijke parkeerkaart bekomen:
§2. Bewoners en handelaars met handelszaak in één van volgende straten of straatdelen en waarvan de publieke toegang van hun winkel gelegen is in één van de hierna vermelde straten of straatdelen kunnen telkens voor een periode van één kalenderjaar een digitale gemeentelijke parkeerkaart bekomen:
Art. 7.7:
De retributie, voor bewoners, voor het bekomen van een digitale bewonerskaart of gemeentelijke parkeerkaart in de straten of straatdelen zoals bepaald in §1 en §2 van artikel 7.6 bedraagt:
Er worden maximaal drie digitale bewonerskaarten of gemeentelijke parkeerkaarten afgeleverd per wooneenheid.
Indien de digitale bewonerskaart of gemeentelijke parkeerkaart slechts betrekking heeft op een gedeelte van het jaar, waarbij een begonnen maand beschouwd wordt als een volledige maand, wordt de retributie naar evenredigheid bepaald op 8,34 euro per maand voor de tweede digitale bewonerskaart of gemeentelijke parkeerkaart en 20,84 euro per maand voor de derde digitale bewonerskaart of gemeentelijke parkeerkaart.
Art. 7.8:
De retributie, voor handelaars, voor het bekomen van een digitale gemeentelijke parkeerkaart in de straten of straatdelen zoals bepaald in §1 en §2 van artikel 7.6 bedraagt:
Er worden maximaal drie gemeentelijke parkeerkaarten afgeleverd per vestigingsadres.
Indien de digitale gemeentelijke parkeerkaart slechts betrekking heeft op een gedeelte van het jaar, waarbij een begonnen maand beschouwd wordt als een volledige maand, wordt de retributie naar evenredigheid bepaald op 8,34 euro per maand voor de eerste en tweede digitale gemeentelijke parkeerkaart en voor de derde digitale parkeerkaart 20,84 euro per maand.
Art. 7.9:
§1. Bewoners van straten of straatdelen en handelaars, houders van een digitale bewonerskaart / gemeentelijke parkeerkaart, zoals bepaald in §1 van artikel 7.6 kunnen gratis en onbeperkt parkeren op de parkeerplaatsen van de volledige straten zoals bepaald in §1 van artikel 7.6 en in andere aanpalende straten met uitzondering van de straten zoals opgesomd in §2 van artikel 7.6.
§2. Bewoners van straten of straatdelen en handelaars, houders van een digitale gemeentelijke parkeerkaart, zoals bepaald in §2 van artikel 7.6 kunnen gratis en onbeperkt parkeren op de parkeerplaatsen van de volledige straten zoals bepaald in §1 van artikel 7.6 en in andere aanpalende straten met uitzondering van de straten zoals opgesomd in §2 van artikel 7.6.
§3. Voor bewoners van het gedeelte van het Stationsplein, waar betalend parkeren van toepassing
is, houders van een digitale bewonerskaart, is gratis en onbeperkt parkeren toegelaten op de
parkeerplaatsen van dit gedeelte van het Stationsplein.
De digitale bewonerskaart / gemeentelijke parkeerkaart moet duidelijk zichtbaar aangebracht zijn achter de voorruit van het voertuig, of als er geen voorruit is op het voorste gedeelte van het voertuig.
Art. 7.10:
Een digitale gemeentelijke parkeerkaart / bewonerskaart kan enkel afgeleverd worden aan natuurlijke personen onder de volgende voorwaarden:
Art. 7.11:
Een digitale gemeentelijke parkeerkaart kan enkel afgeleverd worden aan een handelaar onder de volgende voorwaarden:
Art. 7.12:
Een analoge gemeentelijke parkeerkaart moet terugbezorgd worden aan het stadsbestuur:
De kaart moet teruggezonden worden binnen de acht dagen nadat het feit dat de terugzending rechtvaardigt, zich voordeed.
De houder van een gemeentelijke parkeerkaart zoals bedoeld in artikel 7.6 en artikel 7.7 kan er een duplicaat van bekomen, wanneer zij verloren, vernietigd, beschadigd of onleesbaar is. De beschadigde of onleesbare kaart moet terugbezorgd worden bij de aflevering van het duplicaat. Voor het afleveren van een kaart uitgereikt volgens artikel 7.6 van onderhavig reglement wordt een retributie voor het aanmaken van deze duplicatiekaart gevestigd ten bedrage van 10 euro.
Art. 7.13:
Indien een geldig parkeerticket, een analoge gemeentelijke parkeerkaart niet duidelijk zichtbaar achter de voorruit van het voertuig wordt aangebracht, of als er geen voorruit is op het voorste gedeelte van het voertuig, wordt de gebruiker van de parkeerplaats steeds geacht te kiezen voor tarief 1.
Beperkt parkeren (blauwe zone).
Art. 7.14:
Op zondagen en wettelijke feestdagen evenals op 11 juli is geen retributie verschuldigd.
Art. 7.15:
Personen met een handicap, houders van een speciale kaart uitgereikt overeenkomstig het Ministerieel Besluit van 7 mei 1999, zoals later gewijzigd worden vrijgesteld van de betaling van het voorgeschreven parkeergeld, indien deze kaart duidelijk zichtbaar is aangebracht achter de voorruit van het voertuig, of als er geen voorruit is op het voorste gedeelte van het voertuig;
Art. 7.16:
§1. Worden onbeperkt vrijgesteld van de in artikel 6.7 en artikel 6.8 ingevoerde verplichting tot het gebruik van een parkeerschijf:
De dienstvoertuigen van de stad; de dienstvoertuigen van andere overheidsdiensten, de dienstvoertuigen van nutsmaatschappijen en de hulpdiensten dienen om vrijgesteld te zijn van de in artikel 6.7 en artikel 6.8 ingevoerde verplichting tot het gebruik van een parkeerschijf, duidelijk voorzien te zijn van het logo of embleem van vermelde dienst of instelling.
§2 In afwijking van § 1 worden:
Art. 7.17:
De voertuigen zoals bepaald in artikel 7.16 §2 en de voertuigen van de Minder Mobielen Centrale dienen voorzien te zijn van een, door het stadsbestuur uitgereikte, analoge gemeentelijke parkeerkaart die de reikwijdte van de vrijstelling duidelijk omschrijft. De betreffende analoge gemeentelijke parkeerkaart moet duidelijk zichtbaar aangebracht zijn achter de voorruit van het voertuig of als er geen voorruit is op het voorste gedeelte van het voertuig;
Deze analoge gemeentelijke parkeerkaarten zijn vrijgesteld van een gemeentelijke retributie;
Art. 7.18:
Bewoners en handelaars met handelszaak in één van volgende straten of straatdelen kunnen telkens voor een periode van één kalenderjaar een digitale bewonerskaart / gemeentelijke parkeerkaart bekomen:
Art. 7.19:
De retributie voor het bekomen van een digitale gemeentelijke parkeerkaart / bewonerskaart in de zone met beperkt parkeren wordt op dezelfde manier geregeld als vermeld in artikel 7.7 en artikel 7.8.
Art. 7.20:
Het parkeren door gebruik te maken van een digitale gemeentelijke parkeerkaart of bewonerskaart, zoals bedoeld in artikel 7.18, in een zone met beperkt parkeren is gratis en onbeperkt in de volledige straat waar de desbetreffende woonst / handelszaak gevestigd is of een aanpalende straat waar geen betalend parkeren van toepassing is.
Art. 7.21:
Dezelfde modaliteiten zoals vermeld in de artikels 7.10, 7.11 en 7.12 gelden ook voor een digitale gemeentelijke parkeerkaart of bewonerskaart afgeleverd voor de straat of straatdeel met beperkte parkeertijd.
Art. 7.22:
Indien de correct gebruikte parkeerschijf, de analoge gemeentelijke parkeerkaart, of de bewonerskaart niet duidelijk zichtbaar achter de voorruit wordt aangebracht, of als er geen voorruit is op het voorste gedeelte van het voertuig, wordt de gebruiker van de parkeerplaats steeds geacht te kiezen voor het forfaitaire bedrag, zoals bepaald in artikel 6.8
WIJZE VAN INNING EN BETALING
Artikel 8
Betalend parkeren.
Art. 8.1:
De retributie wordt betaald door:
Art. 8.2:
De retributie voor het parkeren op de ‘shop & go’-plaatsen wordt betaald op het ogenblik van het parkeren aan de bevoegde persoon. Bij afwezigheid van de bevoegde persoon op het ogenblik van het parkeren dient de retributie betaald te worden binnen de 5 dagen door storting of overschrijving op de financiële rekening zoals bepaald op het parkeerticket dat door de bevoegde persoon op het voertuig wordt aangebracht.
Art. 8.3:
Bij niet-betaling van de hier bedoelde retributie in verband met betalend parkeren zal de invordering van de verschuldigde som gebeuren bij wijze van burgerlijke rechtsvordering tegen de houder van de nummerplaat van het betreffende voertuig.
Ingeval van niet-betaling van de retributie “tarief blauwe zone”, en van de retributie “parkeerbiljet zonder parkeertijdbeperking”, binnen de vooropgestelde acht dagen, wordt een aanmaningsprocedure opgestart.
De kosten voor administratie en het verzenden van aanmaningen vallen ten laste van de schuldenaar van de retributie. De kosten worden als volgt vastgesteld, per aangemaande retributie (alle tarieven/bedragen te indexeren):
|
Verzending van een eerste aanmaning |
0,00 EUR |
| Verzending van een tweede aanmaning |
20,00 EUR* + intresten** |
| Verzending van een derde aanmaning door Gerechtsdeurwaarder in geval van wanbetaling door onderneming |
tarief voor het verzenden van een schuldvordering cfr. de gekozen procedure (advocaat/deurwaarder***) |
| Dagvaarding voor bevoegde rechtbank |
|
*In geval van wanbetaling door een consument is deze aanmaning in toepassing van de wetgeving schulden van de consument (Boek XIX – Wetboek Economisch Recht (W.E.R.)), waarbij, per retributie, na de eerste (gratis) betaalherinnering en wachttermijn, een tweede ingebrekestelling wordt verstuurd met een bedrag voor aanmanings- en invorderingskosten volgens de maximale forfaitaire vergoeding in relatie tot het verschuldigd bedrag van de vordering, uitdrukkelijk bepaald in toepassing van het wettelijk plafond voorzien in ART XIX.4, 2° W.E.R. (m.n. schulden onder de 150,00 EUR: 20,00 EUR forfaitaire verhoging).
**Te vermeerderen met de verwijlintresten op de retributie vanaf de vervaldag overeenkomstig de Wet van 02/08/2022 betreffende de bestrijding van de betalingsachterstand bij handelstransacties. Deze intresten zijn in het geval van wanbetaling door een consument slechts verschuldigd vanaf het verstrijken van de wettelijk voorziene wachttermijn zoals aangeduid in de kosteloze herinnering.
***In geval van laatste minnelijke aanmaning door Gerechtsdeurwaarder wordt het tarief gehanteerd burgerlijke en handelszaken K.B. 30-11-1976 (niet limitatief o.a. aanmaning met dreiging – inlichting – postzegel – dossierkost - kwijtings-en inningsrecht ) én voor de gerechtelijke fase.
Beperkt parkeren (blauwe zone).
Art. 8.4:
De retributie kan onmiddellijk betaald worden aan de bevoegde persoon. Bij afwezigheid van de bevoegde persoon dient een retributie betaald te worden binnen de vijf dagen door storting of overschrijving op de financiële rekening zoals vermeld op het parkeerticket dat door de bevoegde persoon op het voertuig wordt aangebracht.
Art. 8.5:
Bij niet-betaling van de hier bedoelde retributie in verband met beperkt parkeren zal de invordering van de verschuldigde som gebeuren bij wijze van burgerlijke rechtsvordering tegen de houder van de nummerplaat van het betreffende voertuig.
Ingeval van niet-betaling van de retributie “tarief blauwe zone”, en van de retributie “parkeerbiljet zonder parkeertijdbeperking”, binnen de vooropgestelde acht dagen, wordt een aanmaningsprocedure opgestart.
De kosten voor administratie en het verzenden van aanmaningen vallen ten laste van de schuldenaar van de retributie. De kosten worden als volgt vastgesteld, per aangemaande retributie (alle tarieven/bedragen te indexeren):
|
Verzending van een eerste aanmaning |
0,00 EUR |
| Verzending van een tweede aanmaning |
20,00 EUR* + intresten** |
| Verzending van een derde aanmaning door Gerechtsdeurwaarder in geval van wanbetaling door onderneming |
tarief voor het verzenden van een schuldvordering cfr. de gekozen procedure (advocaat/deurwaarder***) |
| Dagvaarding voor bevoegde rechtbank |
|
*In geval van wanbetaling door een consument is deze aanmaning in toepassing van de wetgeving schulden van de consument (Boek XIX – Wetboek Economisch Recht (W.E.R.)), waarbij, per retributie, na de eerste (gratis) betaalherinnering en wachttermijn, een tweede ingebrekestelling wordt verstuurd met een bedrag voor aanmanings- en invorderingskosten volgens de maximale forfaitaire vergoeding in relatie tot het verschuldigd bedrag van de vordering, uitdrukkelijk bepaald in toepassing van het wettelijk plafond voorzien in ART XIX.4, 2° W.E.R. (m.n. schulden onder de 150,00 EUR: 20,00 EUR forfaitaire verhoging).
**Te vermeerderen met de verwijlintresten op de retributie vanaf de vervaldag overeenkomstig de Wet van 02/08/2022 betreffende de bestrijding van de betalingsachterstand bij handelstransacties. Deze intresten zijn in het geval van wanbetaling door een consument slechts verschuldigd vanaf het verstrijken van de wettelijk voorziene wachttermijn zoals aangeduid in de kosteloze herinnering.
***In geval van laatste minnelijke aanmaning door Gerechtsdeurwaarder wordt het tarief gehanteerd burgerlijke en handelszaken K.B. 30-11-1976 (niet limitatief o.a. aanmaning met dreiging – inlichting – postzegel – dossierkost - kwijtings-en inningsrecht ) én voor de gerechtelijke fase.
INWERKINGTREDING
Artikel 9
Dit reglement treedt in werking op 01 januari 2026.
BEKENDMAKING
Artikel 10
Dit reglement wordt bekendgemaakt via de website van de stad.
Artikel 2
De in het reglement retributie betalend en beperkt parkeren vastgestelde tarieven kunnen door het college van burgemeester en schepenen aangepast worden in toepassing van het in zitting van de gemeenteraad van 30.01.2025 vastgestelde reglement betreffende de delegatie van bevoegdheden inzake personeel en gemeentelijke reglementen aan het college van burgemeester en schepenen.
Artikel 3
Dit reglement treedt in werking op 01.01.2026.
Artikel 4
Dit besluit zal worden bekendgemaakt overeenkomstig artikel 286 en artikel 287 van het decreet over het lokaal bestuur van 22.12.2017.