Het decreet van 22.12.2017 over het lokaal bestuur, in het bijzonder artikel 2, artikel 40§3 en artikel 41.
Het decreet van 22.12.2017 over het lokaal bestuur in het bijzonder artikel 351.
Besluit van de gemeenteraad van Tielt 06.06.2019 betreffende subsidie voor de erkenning en subsidiëring van jeugdverenigingen.
Besluit van de gemeenteraad van Meulebeke van 18.11.2009 betreffende het subsidiereglement voor de betoelaging van jeugd- en jongerenverenigingen.
Besluit van de gemeenteraad van Meulebeke van 18.11.2009 betreffende het kaderreglement inzake de subsidiëring van het jeugdwerk te Meulebeke.
Het stadsbestuur wenst een erkenning onder voorwaarden toe te kennen aan de Tieltse jeugdverenigingen en daarbij een financiële tegemoetkoming te voorzien ter ondersteuning van hun werking.
Het besluit van de gemeenteraad van Tielt van 06.06.2019 betreffende subsidie voor de erkenning en subsidiëring van jeugdverenigingen, het besluit van de gemeenteraad van Meulebeke van 18.11.2009 betreffende gemeentelijk subsidiereglement voor de betoelaging van jeugd- en jongerenverenigingen en het besluit van de gemeenteraad van Meulebeke van 18.11.2009 betreffende het kaderreglement inzake de subsidiëring van het jeugdwerk te Meulebeke dienen te worden opgeheven.
Voorstel tot het vaststellen van een nieuw reglement subsidie Erkenning en subsidiëring van jeugdverenigingen.
Het ontwerp van reglement werd besproken in de algemene vergadering van de Stedelijke Jeugdraad.
De algemene vergadering van de Stedelijke Jeugdraad verleende positief advies op 24.10.2025.
De geraamde uitgaven voor de subsidie Erkenning en subsidiëring van jeugdverenigingen worden opgenomen in het meerjarenplan 2026-2031.
De gemeenteraad beslist:
Artikel 1
Het besluit van de gemeenteraad van Tielt van 06.06.2019 betreffende subsidie voor de erkenning en subsidiëring van jeugdverenigingen wordt opgeheven.
Artikel 2
Het besluit van de gemeenteraad van Meulebeke van 18.11.2009 betreffende gemeentelijk subsidiereglement voor de betoelaging van jeugd- en jongerenverenigingen wordt opgeheven.
Artikel 3
Het besluit van de gemeenteraad van Meulebeke van 18.11.2009 betreffende het kaderreglement inzake de subsidiëring van het jeugdwerk te Meulebeke wordt opgeheven.
Artikel 4
Het erkennings- en subsidiereglement van jeugdverenigingen wordt als volgt vastgesteld:
DOEL VAN HET REGLEMENT
Artikel 1
Met dit reglement wil de stad overgaan tot het ondersteunen van het plaatselijk particulier jeugdwerk. Daarvoor worden de volgende elementen in dit reglement verder uitgewerkt: de erkenning van plaatselijke jeugdverenigingen, de vaststelling van jeugdverenigingen die voor subsidiëring in aanmerking komen en de berekening en toekenning van de subsidies.
DEFINITIES
Artikel 2
• plaatselijk particulier jeugdwerk = groepsgerichte sociaal-culturele werk op basis van niet-commerciële doelen voor of door de Tieltse jeugd van 3 tot 30 jaar, die daaraan deelneemt op vrijwillige basis, in de sfeer van de vrije tijd, onder educatieve begeleiding en georganiseerd door jeugdverenigingen, waarbij de plaatselijke impact van de vereniging duidelijk is.
• werkingssubsidie = subsidie toegekend op grond van de door het plaatselijke particulier jeugdwerk ontwikkelde activiteiten en de andere elementen zoals bepaald in het specifiek puntenreglement.
• kadervorming = de pedagogische, methodische en geprogrammeerde vorming en vervolmaking van kaderleden (leiders, monitoren, bestuursleden en actieve leden), met het oog op animatie en begeleiding van kinderen en jongeren.
• werkingsjaar = een werkingsjaar loopt van 1 september tot en met 31 augustus.
DOELGROEP EN TOEPASSINGSGEBIED
Artikel 3
In dit reglement wordt de erkenning en betoelaging beoogd van de verenigingen die vallen onder de definitie plaatselijk particulier jeugdwerk.
Dit is enerzijds het “traditioneel” jeugdwerk, dat onder een koepelorganisaties valt. Of anderzijds een jeugdvereniging die niet onder een koepelorganisatie valt maar wel voldoet aan de definitie
van plaatselijk particulier jeugdwerk en daarbij een kwaliteitsverbetering van de samenleving nastreeft door minstens 4 van de volgende functies te vervullen:
- ontmoeting
- permanente groepsvorming
- spel en recreatie
- creativiteit
- amateuristische kunstbeoefening
- vorming
- kadervorming
- dienstverlening
- werken aan maatschappelijke en politieke veranderingen
Sociaal-cultureel werk waarbij de werking hoofdzakelijk uit culturele, technische, muzische, sportieve, religieuze of kunst aangelegenheden en activiteiten (niet limitatief) bestaat, kunnen in de desbetreffende sectoren terecht (ook hun jongerenwerkingen) en worden niet onder deze noemer van plaatselijk particulier jeugdwerk gecatalogeerd.
Bij moeder/dochterverenigingen waarbij de moedervereniging op één of andere manier subsidies krijgt van het stadsbestuur, zal bijgevolg voor de dochtervereniging duidelijk moeten kunnen aangetoond worden dat die over een volledig aparte werking beschikt, met eigen leden en leiding, met gescheiden budgetten én die past in de bovenstaande definitie van plaatselijk particulier jeugdwerk.
Bij twijfel en/of betwisting beslist het schepencollege na advies van de stedelijke jeugdraad.
BEGUNSTIGDEN
Artikel 4
De subsidie kan worden toegekend aan erkende jeugdverenigingen die:
• voldoen aan de voorwaarden en criteria vermeld in dit reglement;
• een volledige aanvraag indienen binnen de voorziene termijn.
VOORWAARDEN
Artikel 5 De erkenning
Om erkend te worden en te blijven, moeten de plaatselijke jeugdverenigingen aan volgende voorwaarden voldoen:
• Aan plaatselijk particulier jeugdwerk doen met en/of voor kinderen en jongeren onder de 30 jaar.
• Geleid worden door een begeleidersploeg of een bestuur dat uit minstens 3 personen bestaat. Het bestuur en/of de ploeg van begeleiders, die zich vrijwillig inzetten, bestaat uit ten minste 3/4 personen jonger dan 30 jaar en uit ten minste 2 personen ouder dan 18 jaar, waaronder de hoofdverantwoordelijke.
• Bestaan uit minstens 15 leden excl. leiding.
• Kinderen en jongeren opvoeden tot verdraagzaamheid en democratische ingesteldheid.
• In Tielt jaarlijks minstens 6 activiteiten organiseren voor de eigen leden of voor een ruim publiek. Behalve voor weekends en kampen dienen:
o In regel minstens 75% van alle activiteiten in Tielt plaats te vinden. Activiteiten waarvoor de leden in Tielt verzamelen en waarbij men zich gezamenlijk verplaatst, worden beschouwd als activiteiten die in Tielt plaatsvinden (vb. gaan zwemmen naar Deinze, filmbezoek in Roeselare enz.).
o uitzondering hierop: of minstens 50% van de activiteiten in Tielt (cfr. supra) plaats te vinden en toont de vereniging aan dat ze effectief een Tieltse vereniging zijn met maatschappelijke zetel in en werking gericht op Tielt, maar met regionale uitstraling. Indien dit een nieuwe vereniging betreft worden deze voorwaarden de eerste 3 jaar na elkaar grondig geëvalueerd, waarbij zowel de jeugdraad als de jeugddienst het schepencollege advies verstrekt of de vereniging in aanmerking kan komen als plaatselijk particulier jeugdwerk.
o Activiteiten voor ruim publiek moeten altijd op het grondgebied van Tielt plaatsvinden.
• Het jeugdwerkinitiatief moet aantonen dat er een verzekering werd afgesloten voor lichamelijke ongevallen en burgerlijke aansprakelijkheid voor hun leden, leiding en bestuur, hetzij via een koepelorganisatie, hetzij via een privéverzekering.
• De vereniging heeft geen commerciële doelstellingen en moet of lid zijn van een koepelorganisatie (landelijk erkend jeugdwerk) of een vzw-structuur hebben.
• Het jeugdwerkinitiatief is houder van een zichtrekening op naam van het initiatief.
• Een jeugdwerkinitiatief kan pas erkend worden in Tielt als de vereniging een werkingsadres heeft op het grondgebied van de gemeente.
• Bij de Stedelijke Jeugddienst een degelijk ingevuld erkenningsformulier indienen vóór 30 september van het jaar volgend op het (eerste) werkingsjaar.
• Nadere inlichtingen en controle toestaan over het erkenningsformulier. De jeugddienst kan een financieel verslag, ledenlijsten etc. opvragen. Het verstrekken van deze inlichtingen kan geweigerd worden, met als gevolg dat de vereniging niet erkend kan worden.
• Een nieuwe jeugdvereniging die erkend wenst te worden, dient na een volledig werkingsjaar een erkenningsformulier in waaruit blijkt dat ze voldoen aan alle voorwaarden zoals bepaald in artikel 5. Vooraleer de Stedelijke Jeugdraad het college adviseert over de erkenning, stelt de jeugdvereniging haar werking voor op de Algemene Vergadering. Dit gebeurt op initiatief van de jeugdvereniging.
Artikel 6 De werkings- en kadervormingssubsidies
Om in aanmerking te komen voor de werkings- of kadervormingssubsidies, moet de vereniging:
• erkend zijn door het college ingevolge de bepalingen voorzien in artikel 5, De erkenning;
• 1 volledig werkingsjaar kunnen bewijzen;
• bij de Dienst Jeugd een degelijk ingevuld subsidie aanvraagformulier indienen vóór 30 september volgend op het werkingsjaar;
• nadere inlichtingen en controle toestaan over het aanvraagformulier. De jeugddienst kan een financieel verslag opvragen;
• aanvaarden verantwoording af te leggen tegenover het Stadsbestuur betreffende de aanwending van de subsidies;
• een vereniging die zijn activiteiten niet meer verderzet in het lopend of volgend werkjaar kan geen subsidies meer krijgen, zelfs al spreken de subsidies zelf op een vorig werkjaar.
PROCEDURE
Artikel 7 Aanvraag
• Aanvragen gebeuren via het digitaal loket en moeten elk jaar ingediend worden vóór 30 september.
• Het erkenningsformulier moet ingevuld worden op het daartoe bestemde document.
• Het subsidieformulier moet ingevuld worden op het daartoe bestemde document zodat alle elementen die nodig zijn voor de berekening van de werkings- en kadervormingstoelagen duidelijk zijn. De nodige bijlagen en bewijzen dienen toegevoegd te worden. Indien geen bewijs toegevoegd is waar nodig kunnen geen punten toegekend worden.
Artikel 8 Beoordeling
De dossierbehandeling gebeurt door de dienst Jeugd. Het resultaat van de puntenberekening en de daaruit volgende subsidiebedragen, worden door de dienst Jeugd voor advies voorgelegd aan de Stedelijke Jeugdraad.
Artikel 9 De lijst met erkende jeugdverenigingen
De Stedelijke Jeugddienst maakt ieder jaar een lijst op van de erkende verenigingen en legt deze ter goedkeuring voor aan het College van Burgemeester en Schepenen, na advies van de Stedelijke Jeugdraad.
Artikel 10 Beslissing
Het schepencollege beslist over de toekenning van de subsidies na voorlegging van het dossier met het ontwerpvoorstel en toelichting van de Dienst Jeugd en het advies van de Stedelijke Jeugdraad.
Artikel 11 Beëindigen erkenning
Het college kan, na advies van de jeugdraad, een erkenning onmiddellijk beëindigen wanneer niet meer voldaan wordt aan de voorwaarden bepaald in artikel 5. Indien aan één punt van artikel 5 niet voldaan wordt, vervalt de erkenning automatisch bij aanvang van het nieuw werkjaar.
Artikel 12 Uitbetaling
De uitbetaling van de subsidie gebeurt op bevel van het College van Burgemeester en Schepenen, binnen de 2 maanden na de beslissing van het schepencollege en door middel van overschrijving op de rekening van de jeugdvereniging.
SUBSIDIEBEDRAG
Artikel 13 De werkingssubsidies
In het budget van de stad wordt ieder jaar een bedrag voorzien voor de werkingssubsidies, dat jaarlijks volledig wordt uitgekeerd aan de erkende jeugdverenigingen, volgens de voorwaarden en berekening die hierna worden vastgelegd. De werkingssubsidies worden berekend op basis van de gegevens en de activiteiten van het vorige werkjaar.
De punten per vereniging worden verdeeld zoals in de puntenregeling voorzien.
Artikel 14 De puntenregeling
• Basissubsidie: €100 forfaitair
• Activiteiten en ledenaantal: Het ledenaantal (=attest van de verzekering met het aantal verzekerde leden bijgevoegd of =ledenlijst (naam, adres, telnr en geboortedatum) én attest verzekering zonder aantal personen bijgevoegd) wordt vermenigvuldigd met:
o 1 (als de vereniging hoofdzakelijk (= +50%) halve dagactiviteiten (= minder dan 6u) organiseert)
o 2 (als de vereniging hoofdzakelijk (= +50%) volledige dagactiviteiten (= meer dan 6 uur effectieve activiteit voor de leden) organiseert)
o 1,5 (wanneer de vereniging ongeveer evenveel volle als halve dagactiviteiten organiseert; het is aan de vereniging om dit uitgebreid aan te tonen, anders komen ze in de categorie halve dagactiviteiten terecht)
En daarna vermenigvuldigd met:
o 60 (voor een vereniging met hoofdzakelijk wekelijkse werking)
o 30 (voor een vereniging met hoofdzakelijk 2-wekelijkse werking)
o 15 (voor een vereniging met hoofdzakelijk maandelijkse werking)
o 5 (voor een vereniging met hoofdzakelijk sporadische werking)
• Activiteiten ruim publiek: Het betreft activiteiten die door de vereniging ingericht worden met de bedoeling een ruim publiek te bereiken. Deze activiteiten moeten plaatsvinden op het grondgebied van Tielt. Voorbeelden zijn theater- of filmvoorstelling, fuif, barbecue, enz... en die toegankelijk zijn voor leden en niet-leden. De vereniging moet de effectieve hoofdorganisator zijn (bewijsstuk bijvoegen). Er kan maximum 1 activiteit ruim publiek per dag ingebracht worden.
Forfait 200 punten per activiteit.
Weekends en kampen: Zelf ingerichte jeugd- of jongerenkampen en/of -weekends met een minimum van 15 deelnemers (excl. leiding). Om als kamp of weekend in aanmerking te komen zijn minstens 2 overnachtingen vereist. Indien men aansluit bij een groter organisatieverband (vb. gewestelijk kamp, nationale organisatie enz.) moet de vereniging aantonen dat dit enkel om praktisch organisatorische redenen gebeurt en de eigen leden over een eigen kampprogramma beschikken.
o Per kamp of weekend worden de punten apart gerekend (cfr. aantal deelnemers)
o Het aantal effectieve deelnemers (leden!) X het aantal dagen (=einddatum-vertrekdatum) X Factor 5 voor kampen waarvan de leden -16 jaar zijn en X factor 3 voor kampen waarvan de leden +16 jaar zijn.
o bewijsstuk + ledenlijst (naam, adres, geboortedatum, en gsmnr) van de effectief deelgenomen leden per kamp moet worden bijgevoegd, de aanwezige leiding dient apart vermeld op de lijst, (bij ontbreken van dit element bij kampen +16, wordt 10% als leiding genomen).
• Bijzondere bepalingen: Voor enkele welbepaalde situaties kunnen extra punten bekomen worden.
o Bijzonder doelpubliek
Er zijn 2 mogelijkheden waarbij er keuze dient gemaakt te worden tussen 1 van de 2 (geen combinatie mogelijk):
1. initiatief werkend met maatschappelijk kwetsbare kinderen en jongeren
Voor jeugdverenigingen die kunnen aantonen dat zij zich specifiek richten tot een maatschappelijk kwetsbaar doelpubliek. Hiervoor voegen zij een gemotiveerd schrijven bij het subsidiedossier en worden zij, desgevallend en na advies van de jeugdraad, als dusdanig erkend door het schepencollege. Deze erkenning moet jaarlijks opnieuw aangevraagd en geëvalueerd worden.
Punten worden vermenigvuldigd met factor 1,2 met een maximum van 1200 punten extra.
2. Speciale regelingen i.v.m. maatschappelijk kwetsbare kinderen en jongeren:
Voor jeugdverenigingen die kunnen aantonen dat zij voor leden die maatschappelijk kwetsbaar zijn speciale regelingen treffen, krijgen zij per regeling extra punten. Voorbeelden hiervan zijn: afbetalingsplan inschrijvingsgeld kampen; mogelijkheid tot tweedehands uniformen; toegankelijkheid andersvaliden, etc..
Per speciale regeling 100 punten, met een maximum van 1000 extra punten.
o Milieu en solidariteit
Het organiseren van acties met het maatschappelijk belang indachtig wordt gestimuleerd. Indien acties gericht op milieu en solidariteit worden georganiseerd worden, met het oog op de winst te geven aan goede doelen die goedgekeurd werden door de Koning Boudewijnstichting of die het duidelijk een rechtstreeks lokaal belang behartigen (e.g. zwerfvuilactie), worden een aantal extra punten toegekend per actie indien hierbij minstens 15 leden aan deelnemen en het eigen belang niet primeerde tijdens de actie.
Een bewijsstuk dient toegevoegd te worden in bijlage.
Per actie 100 punten, met een maximum van 1000 extra punten.
• Varia
o Website: Jeugdverenigingen die over een website beschikken kunnen hiervoor 400 punten toegekend worden. De punten kunnen alleen worden toegekend als de website echt up-to-date is en dient de komende activiteiten aan te kondigen, voldoende contactgegevens te vermelden en een rubriek over de voorbije activiteiten met verslagen of foto’s bevatten. 1 jaarlijkse update is niet voldoende.
Forfait 400 punten
o Vertegenwoordiging: Deelname aan de Jeugdraad (Algemene vergadering of Werkgroep), punten per keer de vereniging vertegenwoordigd is.
200 punten per vertegenwoordiging.
Artikel 15 De kadervormingssubsidies
Binnen de perken van de kredieten van het goedgekeurde budget, worden kadervormingstoelagen verleend aan de Tieltse erkende jeugdverenigingen volgens de normen en voorwaarden die hierna worden vastgelegd.
Het bedrag voorzien voor de kadervormingstoelagen wordt verdeeld over 2 delen: A en B, elk voor 1/2 van het totale bedrag. Indien voor 1 deel niemand inschrijft, worden het bedrag overgeheveld naar het andere deel, indien voor beide delen geen enkele vereniging inschrijft, wordt dit krediet verdeeld over alle verenigingen volgens de verdeelsleutel van de werkingssubsidies.
Er moet per deel (A en B) ingeschreven worden en daarbij moeten per onderdeel de nodige bewijsstukken geleverd worden.
De kadervormingssubsidies worden als volgt berekend:
• Deel A:
Beoogt het subsidiëren van het aandeel (percentagegewijs) gebrevetteerde animatoren in de bestaande leidingsploeg. Het bedrag wordt verdeeld over de erkende jeugdverenigingen die hiervoor inschrijven, volgens de verdeling zoals hierboven beschreven en voor het voorbije werkjaar.
De jeugdverenigingen die inschrijven voor dit luik van de subsidies dienen (voor het voorbije werkjaar) een lijst ter beschikking te stellen van de gehele leidingploeg, met de voornaamste gegevens (mail, gsm, geboortedatum, adres). Daarnaast worden kopieën toegevoegd van de erkende attesten in het jeugdwerk (animator, hoofdanimator, instructeur, expert in het jeugdwerk) van de betreffende begeleiders.
De berekening:
o uit de verhouding leiding met een attest / volledige leiding wordt een percentage getrokken;
o dit percentage wordt het puntenaantal van die vereniging;
o alle punten van de ingeschreven verenigingen worden samengeteld en het subsidiebedrag Deel A kadervorming wordt gedeeld door het totaal aantal punten;
o dit geeft de geldwaarde per punt op;
o het aantal punten per jeugdvereniging wordt vermenigvuldigd met de geldwaarde.
o Het resultaat is het subsidiebedrag waarop de vereniging recht heeft.
• Deel B:
Beoogt het subsidiëren van nieuwe attesten behaald door de leiding van een vereniging in het voorbije werkjaar, dat loopt van 1 september tot 31 augustus.
o De cursussen die voor betoelaging in aanmerking komen moeten erkend zijn door de Vlaamse overheid en ingericht worden door een vereniging met een erkend kadervormingstraject.
o Andere cursussen die in aanmerking kunnen genomen worden dienen duidelijk te passen in de definitie van het plaatselijk particulier jeugdwerk. Indien dit niet zo is worden zij uitgesloten, de dienst Jeugd neemt hierin een beslissing. Cursussen uit het reguliere onderwijs komen niet in aanmerking.
De gevolgde kadervorming moet bewezen worden aan de hand van attesten afgeleverd door de kadervormingsinstellingen. Het attest dient minstens volgende elementen te bevatten:
o naam en adres van de kadervormingsinstelling;
o naam, adres en leeftijd van de deelnemers, onderwerp van de kadervorming, data waarop de cursus plaatsvond en bij voorkeur het aantal uren dat kadervorming gevolgd werd. Indien het attest geen uren vermeldt, wordt 2 uur per dag gerekend. Per dag wordt een maximum van 10 uur werkelijke kadervorming in aanmerking genomen. Geschreven aanvullingen op de attesten kunnen enkel aanvaard worden mits aangevuld met stempel en handtekening van de organiserende instantie;
o desgevallend de melding dat de vorming erkend werd door de afdeling Jeugd en Sport van de Vlaamse Gemeenschap, eventueel het erkenningsnummer.
De berekening:
o het subsidiebedrag kadervorming wordt gedeeld door het totaal aantal uren van alle attesten;
o dit geeft de geldwaarde van één uur kadervorming;
o het totaal aantal uren per jeugdvereniging wordt vermenigvuldigd met de geldwaarde;
o het resultaat is het subsidiebedrag waarop de vereniging recht heeft.
Artikel 16 Algemene bepalingen
Afdelingen van verenigingen die georganiseerd zijn op basis van geslacht en/of leeftijd, kunnen niet als afzonderlijke verenigingen worden betoelaagd. Hun activiteiten worden betoelaagd via de hoofdvereniging. Opsplitsing van vereniging is wel mogelijk op basis van geografische spreiding en/of nationale erkenning. In geval van betwisting wordt door de Algemene Vergadering van de Stedelijke Jeugdraad een voorstel uitgewerkt en advies uitgebracht aan het College van Burgemeester en Schepenen dat beslist.
Voor éénzelfde activiteit kan bij de Stad Tielt slechts één keer subsidie aangevraagd worden. Activiteiten die reeds aangevraagd werden bij de sport, cultuur of andere sector, kunnen niet meer bij de jeugdsector ingediend worden. Nominatieve subsidies worden beschouwd als subsidies voor alle activiteiten van die betreffende vereniging, die binnen dit reglement zodoende geen aanspraak meer kan maken op subsidies. Religieuze erediensten of activiteiten worden niet aanvaard als activiteit binnen het jeugdwerk.
CONTROLE
Artikel 17
Een vereniging of organisatie die een erkenning aanvraagt, aanvaardt de voorwaarden uit dit reglement en aanvaardt controle van het Stadsbestuur en de ertoe aangestelde ambtenaar.
Indien blijkt dat door de plaatselijke organisaties onjuiste gegevens werden verstrekt, of indien de voorwaarden van dit reglement niet werden nageleefd, kan het College van Burgemeester en Schepenen:
• de op grond van dit reglement toegekende subsidies geheel of gedeeltelijk terugvorderen of;
• de op grond van andere reglementen verworven gunstregelingen, bekomen door erkenning op basis van dit reglement, alsnog volledig aanrekenen.
BIJKOMENDE BEPALINGEN
Artikel 18 De jeugdlokalen
De gemeentelijke jeugdlokalen op regelmatige basis gecontroleerd door de dienst Jeugd. De jeugdvereniging krijgt daarvan feedback via de dienst Jeugd. Indien bij deze controles echter wordt vastgesteld dat de lokalen zeer vuil en smerig blijven, dat elementaire veiligheidsaspecten of andere afspraken genegeerd worden in de lokalen, krijgt de jeugdvereniging een officiële verwittiging van de dienst Jeugd. Tussen 2 officiële verwittigingen krijgt de jeugdvereniging 1 maand tijd om de situatie in orde te brengen. Na een 2de verwittiging wordt bij een volgende berekening van de subsidiepunten de punten herrekent:
• bij de 2de verwittiging binnen de termijn van 1 jaar wordt 1/4 van het totaal aantal punten afgehouden;
• bij de 3de verwittiging binnen de termijn van 1 jaar wordt 1/2 van het totaal aantal punten afgehouden;
• bij de 4de verwittiging binnen de termijn van 1 jaar wordt 3/4 van het totaal aantal punten afgehouden;
• bij de 5de verwittiging binnen de termijn van 1 jaar worden geen subsidies meer verstrekt.
Deze maatregel sluit andere maatregelen inzake het gebruik van de jeugdlokalen niet uit.
INWERKINGTREDING
Artikel 19 Overgangsbepalingen
Bij wijze van overgangsmaatregel worden dossiers ingediend voor het in werking treden van dit reglement nog behandeld volgens de bepalingen van het subsidiereglement voor de jeugdsector goedgekeurd in de GR dd. 06.06.2019, het gemeentelijk kaderreglement inzake de subsidiëring van het jeugdwerk te Meulebeke gewijzigd september 2015 en het gemeentelijk subsidiereglement voor betoelaging van jeugd- en jongerenverenigingen te Meulebeke.
Artikel 20 Inwerkingtreding
Dit reglement treedt in werking op 1 januari 2026.
Artikel 21 Betwistingen
Eventuele bezwaren van de verenigingen bij de toepassing van dit reglement, moeten gericht worden aan het College van Burgemeester en Schepenen. Alle betwiste en/of in dit reglement niet voorziene gevallen, worden door het College van Burgemeester en Schepenen beslecht, na advies van de Stedelijke Jeugdraad.
BEKENDMAKING
Artikel 22
Deze beslissing zal worden bekendgemaakt via de website van de Stad en zal worden overgemaakt aan de Stedelijke Jeugdraad.
Artikel 5
Dit reglement treedt in werking op 01.01.2026.
Artikel 6
Dit besluit zal worden bekendgemaakt overeenkomstig artikel 286 en artikel 287 van het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017.