Besluit
De gemeenteraad beslist:
Artikel 1
Het besluit van de gemeenteraad van Tielt van 02.10.2008 betreffende het politiereglement inzake begraafplaatsen wordt opgeheven.
Artikel 2
Het besluit van de gemeenteraad van Meulebeke van 18.12.2019 betreffende reglement begraafplaatsen wordt opgeheven.
Artikel 3
Het politiereglement op de begraafplaatsen wordt als volgt vastgesteld:
Artikel 1
Dit reglement legt de afspraken en richtlijnen vast voor het beheer en de werking van de stedelijke begraafplaatsen.
Het reglement heeft tot doel om op een transparante en uniforme manier het beheer van de begraafplaatsen te organiseren, rechten en plichten van burgers en nabestaanden vast te leggen, en het respectvol omgaan met overledenen en hun nagedachtenis te garanderen.
Artikel 2
Voor meer informatie over dit reglement kan je terecht bij:
Stad Tielt
Dienst burgerzaken
Markt 13
8700 Tielt
051 82 66 30
burgerzaken@tielt.be
Artikel 3 - Bestemming
De begraafplaatsen zijn bestemd voor het begraven en bijzetten van stoffelijke overschotten, het plaatsen en bijzetten van urnen en het verstrooien van as.
Artikel 4 – Begraafplaatsen
De begrafenissen vinden plaats op één van de stedelijke begraafplaatsen:
- Tielt: Krommewalstraat
- Aarsele: Schoolstraat
- Kanegem: Keizerstraat
- Schuiferskapelle: Kapelleweg
- Meulebeke Centrum: Sint-Amandus
- Meulebeke ’t Veld: Sint-Antonius
- Meulebeke Marialoop: Onze-Lieve-Vrouw Bezoeking
- Meulebeke De Paanders: Onbevlekt Hart van Maria
Artikel 5 - Tijdstippen
§ 1. Elke begraafplaats is toegankelijk:
- van 1 april tot en met 2 november: van 08u00 tot 19u00
- van 3 november tot en met 31 maart: van 09u00 tot 18u00
§ 2. De begrafenissen kunnen plaatsvinden
- Van maandag tot vrijdag van 09u00 tot 19u00
- Op zaterdag van 09u00 tot 16u00
- Niet op zon- en feestdagen
§ 3. Het college kan in bijzondere gevallen (openbare gezondheid, veiligheid, openbare orde) van paragraaf 2 van artikel 6 afwijken.
§ 4. Het tijdstip van begraven of bijzetten van stoffelijke resten en het bezorgen van de as wordt telkens en voor elk geval afzonderlijk door de gemeentelijk aangestelde, in overleg met de betrokken nabestaande vastgelegd. Het tijdstip van begraven of bijzetten van stoffelijke resten gebeurt binnen de 8 dagen die volgen op de datum van het overlijden.
§ 5. Het college kan in bijzondere gevallen van paragraaf 4 van artikel 5 afwijken.
Artikel 6 - Verbodsbepalingen
Op de begraafplaats is het verboden om handelingen te stellen, gedrag te vertonen of activiteiten te organiseren die de rust, orde of eerbied voor de overledenen verstoren of kunnen verstoren:
- Het is verboden om affiches, reclame, opschriften of voorwerpen aan te brengen, behalve in de gevallen bepaald in het decreet van 16 januari 2004 of in dit reglement.
- De begraafplaatsen zijn niet toegankelijk voor voertuigen, noch voor rijwielen, tenzij er uitzonderlijke redenen zijn waarvoor de burgemeester toestemming heeft gegeven.
- De begraafplaatsen zijn wel toegankelijk voor ceremoniewagens, dienstvoertuigen, houders van een parkeerkaart voor personen met een handicap en voertuigen van aannemers die werken op de begraafplaatsen uitvoeren voor zover dit noodzakelijk is voor het werk, uitgezonderd op zon- en feestdagen.
- Het is eveneens verboden om goederen uit te stallen of te verkopen, te leuren of diensten aan te bieden op de begraafplaats.
- Vrij rondlopende honden en andere dieren zijn niet toegestaan, met uitzondering van geleidehonden en dieren van politiediensten. Honden aan de leiband zijn wel toegestaan.
Artikel 7 - Register
Er wordt een register bijgehouden door de ambtenaar van de burgerlijke stand waarin dagelijks, zonder onderbreking, wordt genoteerd:
- de verleende toestemming tot begraving
- de plaats van begraving
Dit geldt voor:
- personen die op het grondgebied van de gemeente zijn overleden of daar dood zijn aangetroffen;
- personen die buiten de gemeente zijn overleden of daar dood zijn aangetroffen, maar die begraven worden op een gemeentelijke begraafplaats of op een private begraafplaats binnen.
LIJKBEZORGING EN FORMALITEITEN
Artikel 8 - Kisting en lijkomhulsel
- Tot kisting mag pas worden overgegaan nadat het overlijden officieel is vastgesteld door de ambtenaar van de burgerlijke stand, op basis van het vereiste doktersattest.
- Stoffelijke overschotten moeten in een doodskist of ander lijkomhulsel geplaatst worden conform het besluit van de Vlaamse Regering dd. 21 oktober 2005.
- Het gebruik van lijkkisten, foedralen, doodswaden en producten die de natuurlijke en normale ontbinding verhinderen is verboden, behalve in wettelijk bepaalde gevallen. De begraafplaatsmedewerker zal weigeren te begraven voor elk lijk dat gekist werd in overtreding met deze bepaling.
- De burgemeester of gemachtigde mag de kisting bijwonen.
- Na de kisting mag de kist niet meer geopend worden, tenzij dit wettelijk verplicht is door de Vlaamse regering bepaalde gevallen.
Artikel 9 - Lijkbezorging
Bij aankomst op de begraafplaats wordt elk lichaam of elke urne onmiddellijk begraven, bijgezet of verstrooid. Indien dit niet mogelijk is door overmacht, weersomstandigheden, familiale redenen of wettelijke/plaatselijke feestdagen, moet het lichaam of de urne teruggebracht worden naar het funerarium.
Artikel 10 - Formaliteiten bij overlijden
- Elk overlijden in de gemeente wordt zonder verwijl aangegeven aan de ambtenaar van de burgerlijke stand, binnen de termijn voorzien in het Burgerlijk Wetboek. Deze verplichting geldt ook bij de ontdekking van een menselijk lijk binnen de gemeentegrenzen.
- Wie instaat voor de begraving regelt met het gemeentebestuur de formaliteiten. Zo niet, neemt het gemeentebestuur zelf de nodige maatregelen.
- De toelating tot begraven wordt slechts afgeleverd ten vroegste 24 uur na het overlijden, behalve in gevallen van openbare gezondheid.
- De begraafplaatsmedewerker moet in het bezit zijn van de toelating vooraleer tot begraving mag worden overgegaan.
Artikel 11 - Toezicht en vervoer
- De kisting van het te verassen of naar het buitenland te vervoeren stoffelijk overschot vindt plaats in aanwezigheid van de burgemeester of zijn gemachtigde.
- Het vervoer van een niet-gecremeerd stoffelijk overschot binnen het Vlaams Gewest kan plaatsvinden vanaf het moment dat de behandelend geneesheer een attest heeft opgesteld van natuurlijke doodsoorzaak en geen gevaar voor de volksgezondheid.
- Wanneer het lijk zich op het grondgebied van de gemeente bevindt, wordt het lijkenvervoer waargenomen door een private onderneming onder toezicht van het gemeentebestuur.
Artikel 12 - Overige bepalingen
- Het stoffelijk overschot van een buiten de gemeente overleden persoon mag niet in bewaring gegeven of teruggebracht worden zonder machtiging van de burgemeester.
- De rouwenden kunnen bij het gehele verloop van de begrafenis aanwezig zijn.
ONTGRAVINGEN EN HERBEGRAVINGEN
Artikel 13 - Voorwaarden
- Ontgravingen zijn enkel mogelijk op bevel van de gerechtelijke overheid, bij terugneming wegens openbaar belang, bij wijziging van de bestemming, of op schriftelijk verzoek van nabestaanden.
- Er kan geen ontgraving plaatsvinden zonder toelating van de burgemeester, behalve op gerechtelijk bevel.
- Ontgraving is enkel toegestaan:
- Om een lichaam of urne over te brengen van een niet-geconcedeerd graf naar een geconcedeerd graf;
- van een geconcedeerd graf naar een ander geconcedeerd graf met een langere concessieduur, om personen vermeld in het huishoudelijk reglement samen te brengen;
- op bevel van de gerechtelijke overheid;
- op basis van een bestuurlijke beslissing.
- Ontgraving is niet toegestaan wanneer het enkel tot doel heeft, door overplaatsing van de resten in een kleinere kist, ruimte vrij te maken voor een bijkomende begraving binnen dezelfde concessie.
Artikel 14 - Procedure
- De aanvraag tot ontgraving moet door een nabestaande schriftelijk worden ingediend bij de burgemeester. Onverminderd het recht van de burgemeester om bijzondere voorwaarden op te leggen, gelden steeds de volgende bepalingen:
- Dag en uur van de ontgraving worden in overleg met de dienst van de begraafplaatsen vastgelegd.
- Voorbereidende werken: het grafteken, beplantingen en alle andere elementen die het openleggen van het graf bemoeilijken, moeten vooraf verwijderd worden. Deze werken gebeuren op kosten en verantwoordelijkheid van de aanvrager, behalve bij ontgravingen op bevel van de gerechtelijke overheid.
- Uitvoering door de gemeente: het openleggen van het graf, openen van grafkelders, lichten van de kist uit het graf en het vullen van de kuil gebeuren door de gemeente.
- Voor urnen: het openen van de nis, het uitnemen van de urne en het opnieuw sluiten van de nis gebeurt eveneens door de gemeente.
- Ontgravingen worden niet uitgevoerd tussen 15 oktober en 15 november, behalve bij gerechtelijk bevel. Ontgravingen gebeuren op de afgesproken datum en het afgesproken uur; tijdens deze werkzaamheden is de plaats visueel afgeschermd voor publiek.
- De ontgraving gebeurt in aanwezigheid van de grafmaker en een gemachtigde, aangesteld door de burgemeester, die een proces-verbaal opstelt. Nabestaanden mogen, indien gewenst, aanwezig zijn bij de ontgraving.
- Van elke ontgraving wordt een proces-verbaal opgemaakt.
Artikel 15 - Kosten en formaliteiten
- Ontgravingen zijn onderworpen aan betaling van een retributie, behalve bij gerechtelijk bevel of bestuurlijke beslissing. De kosten voor ontgraving omvatten niet de kosten voor het verwijderen en terugplaatsen van de grafzerk, noch de kosten voor een nieuwe kist.
- Bij herbegraving moet vooraf toelating tot begraven worden bekomen op een andere begraafplaats.
- Indien de staat van de opgegraven kist dit vereist, kan de burgemeester voorschrijven:
- dat de kist wordt vernieuwd op kosten van de aanvrager;
- of dat andere maatregelen worden genomen om de waardigheid en de openbare gezondheid te waarborgen.
- Wanneer het opgegraven lichaam naar een andere begraafplaats binnen de gemeente of naar een andere gemeente wordt overgebracht, moet de kist in een hermetisch gesloten omhulsel geplaatst worden vóór het vervoer. Dit gebeurt conform de artikelen 11 en 12 van het besluit van de Vlaamse Regering van 14 mei 2004, gewijzigd op 20 september 2024, betreffende de organisatie, inrichting en het beheer van begraafplaatsen en crematoria.
PERCELEN EN GRAFMONUMENTEN
Artikel 16 - Algemeen
- Op het perceel, waarin een stoffelijk overschot of een asurne begraven werd in geconcedeerde grond, moet binnen het jaar na datum van begraving, een grafzerk waarop de naam, voornaam en de datum of het jaartal van geboorte en van overlijden van de aldaar begraven personen aangebracht worden.
- De graftekens mogen in geen geval de afmetingen van het graf overschrijden.
- Op de gemeentelijke begraafplaats gebeurt:
- de plaatsing,
- de verwijdering,
- of de verbouwing van graftekens en het uitvoeren van beplantingen onder toezicht van de gemeentelijke overheid en binnen de termijn die zij bepaalt.
- Binnen de omheining van de gemeentelijke begraafplaats:
- mag geen materiaal achtergelaten worden;
- worden materialen enkel aangevoerd en geplaatst volgens de behoeften.
- Stenen bestemd voor graftekens moeten:
- langs alle zichtbare zijden afgewerkt en gekapt zijn;
- klaar zijn om onmiddellijk geplaatst te worden.
- Op zondagen, wettelijke feestdagen en vanaf de voorlaatste werkdag van 15 oktober tot en met 15 november is het verboden graftekens te plaatsen, bouw-, beplantings- of aanaardingswerk uit te voeren.
Artikel 17 - Aansprakelijkheid en bewaking
- Het stadsbestuur staat niet in voor de bewaking van de grafmonumenten en op de graven geplaatste voorwerpen.
- Het stadsbestuur kan niet aansprakelijk gesteld worden voor de diefstallen of beschadigingen aangebracht aan de graven of erop aangebrachte gedenktekens of beplantingen.
Artikel 18 - Opschriften en grafschriften
- Opschriften en grafschriften moeten steeds leesbaar zijn en de orde en eerbied vrijwaren.
- Opschriften en grafschriften die niet overeenstemmen met de gemeentelijke bepalingen moeten verwijderd worden door de plaatsers; bij niet-naleving kan de gemeente dit ambtshalve doen.
Artikel 19 - Onderhoud percelen
- Het onderhoud van de percelen en alles wat zich erop bevindt, is voor de nabestaanden.
- Verwaarlozing wordt vastgesteld in een akte van de burgemeester of zijn gemachtigde, die een jaar lang bij het graf en aan de ingang van de begraafplaats wordt aangeplakt.
- Na het verstrijken van deze termijn en bij niet-herstelling wordt overgegaan tot afbraak of wegnemen van materialen. Het college van burgemeester en schepenen beslist over de bestemming van de haar toevallende materialen.
- In dringende gevallen kan de burgemeester verwaarloosde gedenktekens onmiddellijk laten verwijderen.
AANPLANTINGEN, BLOEMEN EN AFVAL
Artikel 20 - Aanplantingen
- Aanplantingen moeten binnen de afmetingen van het graf blijven en mogen het zicht op identificatiegegevens niet belemmeren.
- Aanplantingen mogen zich niet uitbreiden boven de aanpalende graven.
- Bloemen, struiken en seizoensplanten mogen niet hoger worden dan 1 meter.
- Indien het stadsbestuur inbreuken vaststelt op de afmetingen van bloemen, struiken en seizoensplanten, wordt de concessiehouder per brief aangemaand binnen de maand na het schrijven de nodige snoeiwerken te verrichten of de beplanting te verwijderen.
- Indien hieraan binnen de voorgeschreven termijn geen gevolg gegeven wordt, kunnen deze bloemen, struiken en seizoensplanten gesnoeid of verwijderd worden in opdracht van het stadsbestuur. De kosten worden verhaald op de concessiehouder.
- Onderaan een columbariummuur of strooiweide wordt een gemeenschappelijke strook voorzien voor het plaatsen van bloemen voor alle daar begraven overledenen. Het is verboden om privé-tuintjes aan te leggen rond urnenkelders.
- Het is niet toegestaan om openbare aanplantingen te verwijderen of om op eigen initiatief kiezels of andere materialen buiten de afmetingen van het grafzerk te plaatsen.
Artikel 21 - Bloempotten en grasperken
- Bloempotten mogen niet ingegraven worden buiten de graftekens.
- Aan de grasperken mag geen schade toegebracht worden; de begraafplaatsen zijn groene begraafplaatsen en dienen met respect behandeld te worden.
Artikel 22 - Afvalverwerking
- Groenafval afkomstig van aanplantingen op het graf dient in de daarvoor voorziene groenafvalcontainer of korven gedeponeerd te worden.
- Overig afval dient in de daartoe voorziene afvalbakken gedeponeerd te worden. Het is verboden om afval niet afkomstig van de stedelijke begraafplaats aldaar achter te laten of in de voor afval bestemde bakken of korven te werpen.
- Inbreuken zullen behandeld worden conform de bepalingen zoals opgenomen in het algemeen politiereglement en de bijhorende GAS-bepalingen.
Artikel 23 - Verwijdering bloemen
- Natuurlijke bloemen geplaatst ter gelegenheid van Allerheiligen worden vanaf 1 december ambtshalve weggenomen; kransen en bloempotten worden eigendom van de gemeente.
- Natuurlijke bloemen geplaatst bij een begrafenis worden na maximaal 3 weken verwijderd.
Artikel 24 - Onvoorziene gevallen
- Alle niet in dit reglement voorziene gevallen worden beslecht door het college van burgemeester en schepenen of de burgemeester, in zoverre zij niet door het decreet aan een andere overheid zijn toegewezen en niet in strijd zijn met het niet-discriminatieprincipe.
- De gemeenteraad wordt op de eerstvolgende zitting in kennis gesteld van genomen beslissingen.
Artikel 25 - Inwerkingtreding
- Dit reglement treedt in werking vanaf 1 januari 2026.
Artikel 26 – Bekendmaking
- Dit reglement wordt bekend gemaakt via de website van de stad.
- Een afschrift van deze beslissing wordt overgemaakt aan de provinciegouverneur en de politierechtbank.
Artikel 4
Dit reglement treedt in werking op 01.01.2026.
Artikel 5
Dit besluit zal worden bekend gemaakt overeenkomstig artikel 286 en artikel 287 van het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017.