De voorzitter opent de zitting op 18/12/2025 om 20:50.
Bert Verdru, schepen, is afwezig bij agendapunten 23 t.e.m. 25.
Dirk Verwilst, raadslid, is afwezig bij agendapunt 107.
Lieven Vaneeckhoute en Koen Desmet, raadsleden, zijn afwezig bij agendapunten 84 en 88.
Isabelle Van de Cappelle, raadslid, is afwezig bij agendapunt 88.
Decreet over het lokaal bestuur dd. 22.12.2017 en latere wijzigingen, in het bijzonder artikelen 2, 40 en 41 met betrekking tot de bevoegdheden van de gemeenteraad.
Omzendbrief van de Vlaamse Regering betreffende het bestuurlijk toezicht en de bekendmakingsplicht in het decreet van 22.12.2017 over het lokaal bestuur en het Provinciedecreet van 09.12.2005.
Decreet lokaal bestuur van 22.12.2017, in het bijzonder de artikelen 32, 277 §1 en 278 §1.
Huishoudelijk reglement gemeenteraad goedgekeurd in zitting van 20.02.2025.
Enig artikel
De gemeenteraad verleent goedkeuring aan de notulen van de zitting van 06.11.2025.
Decreet over het lokaal bestuur dd. 22.12.2017 en latere wijzigingen, in het bijzonder artikelen 2, 40 en 41 met betrekking tot de bevoegdheden van de gemeenteraad.
Decreet van 07.05.2004 betreffende de materiële organisatie en werking van de erkende erediensten, inzonderheid artikel 45-50.
Beslissing van de gemeenteraad dd. 05.12.2019 houdende de goedkeuring van de meerjarenplannen 2020-2025 van de Tieltse kerkfabrieken; gewijzigd wat betreft de kerkfabriek Sint-Pieter in de gemeenteraad dd. 03.12.2020; wat betreft de kerkfabrieken Sint-Pieter en Onze-Lieve-Vrouw dd. 01.12.2022 en wat betreft de kerkfabrieken Sint-Pieter en Sint-Martinus dd. 07.12.2023.
Beslissing van de gemeenteraad van Tielt dd. 05.12.2024 houdende de goedkeuring van de budgetten 2025 van de Tieltse kerkfabrieken.
In de gemeenteraad van 05.12.2019, gewijzigd op 03.12.2020, 01.12.2022 en 07.12.2023, werd goedkeuring verleend aan de meerjarenplannen 2020-2025 van de kerkfabrieken Sint-Pieter, Onze-Lieve-Vrouw, Sint-Jozef Werkman, Sint-Martinus, Sint-Bavo, Onze Lieve Vrouw Geboorte.
Door het Centraal Kerkbestuur Tielt werden op 14.11.2025 de budgetwijzigingen 2025-1 van de kerkfabrieken Sint-Pieter en Onze Lieve Vrouw Geboorte gecoördineerd ingediend bij het lokaal bestuur.
Het Bisdom Brugge verleende gunstige adviezen met betrekking tot de budgetwijzigingen 2025-1 van voormelde kerkfabrieken.
De budgetwijziging van de kerkfabriek Sint-Pieter is ingegeven door de onverwachte uitgaven aan o.a. het graf van de dekens, wijzigingen omwille van de samenvoeging van de kerkfabrieken Sint-Jozef-Werkman en Sint-Pieter, de verschuivingen van de budgetten (omwille van langdurige ziekte) en enkele kleine overschrijdingen in exploitatie. Er is een stijging van 12.416,93 euro van de exploitatietoelage en geen wijziging van de investeringstoelage van de stad ten opzichte van het goedgekeurde budget 2025.
De budgetwijziging van de kerkfabriek Onze Lieve Vrouw Geboorte is ingegeven door het niet tijdig terugbetalen van de aflossing leningen 2024 en een aantal onverwachte uitgaven naar aanleiding van de elektriciteitswerken eind 2024. Er is geen wijziging van de exploitatie- en investeringstoelage van de stad ten opzichte van het goedgekeurde budget 2025.
In toepassing van artikel 49 en 50 van het decreet van 07.05.2004 op de materiële organisatie en werking van de erkende erediensten, behoort het tot de bevoegdheid van de gemeenteraad om deze budgetwijzigingen te behandelen.
Artikel 1
De gemeenteraad beslist om de budgetwijzigingen 2025-1 van de kerkfabrieken Sint-Pieter en Onze Lieve Vrouw Geboorte, zoals ingediend bij het lokaal bestuur op 14.11.2025, goed te keuren.
Artikel 2
Deze beslissing zal worden bekendgemaakt in toepassing van artikel 286 en 287 van het decreet over het lokaal bestuur en worden overgemaakt aan het Centraal Kerkbestuur Tielt, de kerkfabrieken Onze Lieve Vrouw Geboorte en Sint-Pieter, het Bisdom Brugge.
Decreet over het lokaal bestuur dd. 22.12.2017 en latere wijzigingen, in het bijzonder artikelen 2, 40 en 41 met betrekking tot de bevoegdheden van de gemeenteraad.
Decreet betreffende de materiële organisatie en werking van de erkende erediensten van 07.05.2004 en latere wijzigingen, in het bijzonder artikelen 41 t.e.m. 44.
Besluit van de Vlaamse Regering van 13.10.2006 houdende het algemeen reglement op de boekhouding van de erkende erediensten en van de centrale besturen van de erkende diensten, in bijzonder artikelen 6 t.e.m.16
Ministerieel besluit van 27.11.2006 tot vaststelling van de modellen van de boekhouding van de besturen van de eredienst en ter uitvoering van artikel 46 van het besluit van de Vlaamse Regering van 13.10.2006 houdende het algemeen reglement op de boekhouding van de besturen van de eredienst, en van de centrale besturen van de eredienst, in bijzonder artikelen 1 t.e.m. 12.
Omzendbrief BA-2005/01 van 25.02.2005 betreffende de toepassing Eredienstendecreet van 07.05.2004 georganiseerd op gemeentelijk niveau.
Omzendbrief BB-2013/01 van 01.03.2013 betreffende de boekhouding van de besturen van de eredienst.
In het kader van de opmaak van de meerjarenplannen 2026-2031 van de kerkfabrieken, vond er overleg plaats tussen het Lokaal bestuur Tielt en het Centraal Kerkbestuur Tielt op 14.02.2025, 24.04.2025, 28.05.2025 en 17.09.2025.
Door het Centraal Kerkbestuur Tielt werden op 09.10.2025 en 14.10.2025 de meerjarenplannen 2026-2031 van de kerkfabrieken Sint-Pieter, Onze-Lieve-Vrouw, Sint-Martinus, Sint-Bavo, Onze Lieve Vrouw Geboorte, Sint-Amandus, O.L. Vrouw Bezoeking en St.-Leo en Sint-Antonius van Padua gecoördineerd ingediend bij het lokaal bestuur.
Het Bisdom Brugge verleende gunstige adviezen met betrekking tot de de meerjarenplannen 2026-2031 van voormelde kerkfabrieken.
In toepassing van artikel 43 van het decreet van 07.05.2004 op de materiële organisatie en werking van de erkende erediensten, behoort het tot de bevoegdheid van de gemeenteraad om deze meerjarenplannen te behandelen.
Gunstig visum VSM/2025/074 van Maarten Compernolle van 04 december 2025
Artikel 1
De gemeenteraad beslist om de meerjarenplannen 2026-2031 van de kerkfabrieken Sint-Pieter, Onze-Lieve-Vrouw, Sint-Bavo, Sint-Martinus, Onze Lieve Vrouw Geboorte, Sint-Amandus, O.L. Vrouw Bezoeking en St.-Leo en Sint-Antonius van Padua goed te keuren waarbij de gemeentelijke bijdragen als volgt worden vastgelegd:
| Kerkfabriek Sint-Pieter | 2026 | 2027 | 2028 | 2029 | 2030 | 2031 |
| Exploitatietoelage | 172.060,87 | 184.847,66 | 188.980,09 | 192.229,87 | 196.743,81 | 199.838,35 |
| Investeringstoelage | 68.000,00 | 50.000,00 | 46.000,00 | 40.000,00 | 29.000,00 | 0,00 |
| Kerkfabriek Onze-Lieve-Vrouw | 2026 | 2027 | 2028 | 2029 | 2030 | 2031 |
| Exploitatietoelage | 566,06 | 28.352,24 | 29.143,89 | 29.450,26 | 26.802,32 | 27.668,37 |
| Investeringstoelage | 0,00 | 0,00 | 0,00 | 0,00 | 0,00 | 0,00 |
| Kerkfabriek Sint-Bavo | 2026 | 2027 | 2028 | 2029 | 2030 | 2031 |
| Exploitatietoelage | 18.651,92 | 21.116,94 | 21.616,94 | 22.241,94 | 22.741,94 | 23.241,94 |
| Investeringstoelage | 34.000,00 | 0,00 | 0,00 | 0,00 | 0,00 | 0,00 |
| Kerkfabriek Sint-Martinus | 2026 | 2027 | 2028 | 2029 | 2030 | 2031 |
| Exploitatietoelage | 55.847,40 | 56.793,88 | 56.909,22 | 60.823,50 | 61.005,59 | 61.440,17 |
| Investeringstoelage | 15.000,00 | 15.000,00 | 471.000,00 | 0,00 | 0,00 | 0,00 |
| Kerkfabriek Onze Lieve Vrouw Geboorte | 2026 | 2027 | 2028 | 2029 | 2030 | 2031 |
| Exploitatietoelage | 4.022,24 | 14.843,50 | 14.846,98 | 15.370,45 | 15.373,90 | 15.897,33 |
| Investeringstoelage | 0,00 | 0,00 | 0,00 | 0,00 | 0,00 | 0,00 |
| Kerkfabriek Sint-Amandus | 2026 | 2027 | 2028 | 2029 | 2030 | 2031 |
| Exploitatietoelage | 16.500,04 | 48.781,00 | 48.781,00 | 48.781,00 | 48.781,00 | 48.781,00 |
| Investeringstoelage | 0,00 | 45.000,00 | 0,00 | 45.000,00 | 0,00 | 0,00 |
| Kerkfabriek O.L. Vrouw Bezoeking en St.- Leo | 2026 | 2027 | 2028 | 2029 | 2030 | 2031 |
| Exploitatietoelage | 18.938,06 | 26.395,00 | 24.395,00 | 24.395,00 | 24.395,00 | 24.395,00 |
| Investeringstoelage | 0,00 | 0,00 | 0,00 | 0,00 | 0,00 | 0,00 |
| Kerkfabriek St.-Antonius van Padua | 2026 | 2027 | 2028 | 2029 | 2030 | 2031 |
| Exploitatietoelage | 10.478,89 | 11.505,52 | 11.505,52 | 11.505,52 | 11.505,52 | 11.505,52 |
| Exploitatietoelage Ardooie | 5.037,93 | 5.531,50 | 5.531,50 | 5.531,50 | 5.531,50 | 5.531,50 |
| Exploitatietoelage Pittem | 4.634,90 | 5.088,98 | 5.088,98 | 5.088,98 | 5.088,98 | 5.088,98 |
| Investeringstoelage | 0,00 | 0,00 | 0,00 | 0,00 | 0,00 | 0,00 |
Artikel 2
Deze beslissing zal worden bekendgemaakt in toepassing van artikel 286 en 287 van het decreet over het lokaal bestuur en worden overgemaakt aan het Centraal Kerkbestuur Tielt, de kerkfabrieken Sint-Pieter, Onze-Lieve-Vrouw, Sint-Martinus, Sint-Bavo en Onze Lieve Vrouw Geboorte, Sint-Amandus, O.L. Vrouw Bezoeking en St.-Leo en Sint-Antonius van Padua, het Bisdom Brugge, de financieel directeur en de gemeente Pittem en Ardooie.
Decreet over het lokaal bestuur dd. 22.12.2017 en latere wijzigingen, in het bijzonder artikelen 2, 40 en 41 met betrekking tot de bevoegdheden van de gemeenteraad.
Decreet betreffende de materiële organisatie en werking van de erkende erediensten van 07.05.2004 en latere wijzigingen, in bijzonder artikelen 45 t.e.m. 49.
Besluit van de Vlaamse Regering van 13.10.2006 houdende het algemeen reglement op de boekhouding van de erkende erediensten en van de centrale besturen van de erkende diensten, in bijzonder artikelen 17 t.e.m. 21.
Ministerieel besluit van 27.11.2006 tot vaststelling van de modellen van de boekhouding van de besturen van de eredienst en ter uitvoering van artikel 46 van het besluit van de Vlaamse Regering van 13.10.2006 houdende het algemeen reglement op de boekhouding van de besturen van de eredienst, en van de centrale besturen van de eredienst, in bijzonder artikelen 1 t.e.m. 12.
Omzendbrief BA-2005/01 van 25.02.2005 betreffende de toepassing Eredienstendecreet van 07.05.2004 georganiseerd op gemeentelijk niveau.
Omzendbrief BB-2013/01 van 01.03.2013 betreffende de boekhouding van de besturen van de eredienst.
Beslissing van de gemeenteraad dd. 18.12.2025 houdende het goedkeuren van de meerjarenplannen 2026-2031 van de kerkfabrieken Sint-Pieter, Onze-Lieve-Vrouw, Sint-Bavo, Sint Martinus, Onze Lieve Vrouw Geboorte, Sint-Amandus, O.L. Vrouw Bezoeking St.-Leo en Sint-Antonius van Padua.
In het kader van de opmaak van de budgetten 2026 van de kerkfabrieken, vond er overleg plaats tussen het Lokaal bestuur Tielt en het Centraal Kerkbestuur Tielt op 14.02.2025, 24.04.2025, 28.05.2025 en 17.09.2025.
In de gemeenteraad van 18.12.2025 werd goedkeuring verleend aan de meerjarenplannen 2026-2031 van de kerkfabrieken Sint-Pieter, Onze-Lieve-Vrouw, Sint-Martinus, Sint-Bavo, Onze Lieve Vrouw Geboorte, Sint-Amandus, O.L. Vrouw Bezoeking en St.-Leo en Sint-Antonius van Padua.
Door het Centraal Kerkbestuur Tielt werden op 14.11.2025 de budgetten 2026 van de kerkfabrieken Sint-Pieter, Onze-Lieve-Vrouw, Sint-Martinus, Sint-Bavo, Onze Lieve Vrouw Geboorte, Sint-Amandus, O.L. Vrouw Bezoeking en St.-Leo en Sint-Antonius van Padua gecoördineerd ingediend bij het lokaal bestuur.
Het Bisdom Brugge verleende gunstige adviezen met betrekking tot de budgetten 2026 van voormelde kerkfabrieken.
In toepassing van artikel 45 tot 50 van het decreet van 07.05.2004 op de materiële organisatie en werking van de erkende erediensten, behoort het tot de bevoegdheid van de gemeenteraad om deze budgetten te behandelen. Als het budget past in het goedgekeurde meerjarenplan, neemt de gemeenteraad hiervan akte binnen een termijn van vijftig dagen die ingaat op de dag na het inkomen van het budget bij de gemeenteoverheid. Zij geeft daarvan kennis aan het centraal kerkbestuur, de kerkfabrieken in kwestie en het erkend representatief orgaan.
Gunstig visum VSM/2025/075 van Maarten Compernolle van 04 december 2025
Artikel 1
De gemeenteraad neemt akte van de budgetten 2026 van de kerkfabrieken Sint-Pieter, Onze Lieve Vrouw, Sint-Bavo, Sint-Martinus, Onze Lieve Vrouw Geboorte, Sint-Amandus, O.L. Vrouw Bezoeking en St.-Leo en Sint-Antonius van Padua waarbij de gemeentelijke bijdragen als volgt worden vastgelegd:
| Kerkfabriek | Exploitatietoelage | Investeringstoelage |
| Sint-Pieter | 172.060,87 | 68.000,00 |
| Onze-Lieve-Vrouw | 566,06 | 0,00 |
| Sint-Martinus Aarsele | 55.847,40 | 15.000,00 |
| Sint-Bavo Kanegem | 18.651,92 | 34.000,00 |
| Onze Lieve Vrouw Geboorte Schuiferskapelle | 4.022,24 | 0,00 |
| Sint-Amandus Meulebeke | 16.500,04 | 0,00 |
| O.L. Vrouw Bezoeking en St.-Leo Meulebeke | 18.938,06 | 0,00 |
| Sint-Antonius van Padua Meulebeke | 20.151,72 | 0,00 |
Artikel 2
Deze aktename zal worden bekendgemaakt in toepassing van artikel 286 en 287 van het decreet over het lokaal bestuur en worden overgemaakt aan het Centraal Kerkbestuur Tielt, de kerkfabrieken Sint-Pieter, Onze-Lieve-Vrouw, Sint-Martinus, Sint-Bavo en Onze Lieve Vrouw Geboorte, Sint-Amandus, O.L. Vrouw Bezoeking en St.-Leo en Sint-Antonius van Padua, het Bisdom Brugge, de financieel directeur en de gemeente Pittem en Ardooie.
Decreet over het lokaal bestuur dd. 22.12.2017 en latere wijzigingen, in het bijzonder artikelen 2, 40 en 41 met betrekking tot de bevoegdheden van de gemeenteraad.
Decreet over het lokaal bestuur dd. 22.12.2017 en latere wijzigingen, in het bijzonder artikelen 326 tot en met 341 betreffende het bestuurlijk toezicht.
Wet van 15.05.2007 betreffende de Civiele Veiligheid en meer bepaald artikel 68 §1 dat bepaalt dat de gemeentelijke dotatie wordt ingeschreven in de uitgaven van elke gemeentebegroting.
Wet van 15.05.2007 betreffende de Civiele Veillgheid en meer bepaald artikel 68 §2 dat bepaalt: 'de dotaties van de gemeenten van de zone worden jaarlijks vastgelegd door de raad op basis van een akkoord, bereikt tussen de verschillende betrokken gemeenteraden. Het akkoord wordt bereikt ten laatste op 1 november van het jaar voorafgaand aan het jaar waarvoor de dotatie bestemd is'.
Koninklijk besluit van 02.02.2009 - stad Tielt wordt conform dit besluit tot vaststelling van de territoriale afbakening van de hulpverleningszones ingedeeld in hulpverleningszone 2 West-Vlaanderen (verder zone Midwest genoemd.)
Zitting prezoneraad van 27.05.2014: akkoord bereikt m.b.t. de financiële verdeelsleutel die de dotatie bepaalt van elke gemeente aan de zone Midwest. Na diverse infosessies aan schepenen, raadsleden, financieel beheerders en secretarissen werd de financiële verdeelsleutel herbevestigd tijdens de prezoneraad op 24.06.2014.
Lokaal bestuur Tielt wordt, conform het Koninklijk Besluit van 02.02.2009 tot vaststelling van de territoriale afbakening van de hulpverleningszones, ingedeeld in hulpverleningszone 2 West-Vlaanderen (verder Zone Midwest genoemd).
Zone Midwest bereikte in zitting van de zoneraad op 24.06.2025 een akkoord m.b.t. de meerjarenbegroting 2026-2031 inclusief de financiële verdeelsleutel die de dotatie voor brandweer en ambulance aan de Zone Midwest bepaalt van elke gemeente.
Zone Midwest besprak in zitting van het zonecollege op 26.08.2025 de pré-begroting.
De begrotingscommissie van Zone Midwest verleende op 16.09.2025 een positief advies.
Zone Midwest keurde in zitting van het zonecollege op 26.09.2025 de ontwerpbegroting goed.
De financiële verdeelsleutel en de meerjarenbegroting 2026-2031 werden bevestigd door de zoneraad in zitting van 26.09.2025.
Een informatievergadering voor de gemeentebesturen vond plaats op donderdag 02.10.2025.
De begroting voor het financieel dienstjaar 2026 werd goedgekeurd door de zoneraad in zitting van 24.10.2025.
De totale exploitatietoelage van de gemeenten voor 2026 bedraagt voor brandweer 7.611.414,00 euro en voor ziekenwagendiensten 231.723,00 euro.
De totale investeringstoelage bedraagt voor 2026 voor brandweer 1.910.000,00 euro en ziekenwagendiensten 200.000,00 euro.
De totale gemeentelijk gezamenlijke toelage bedraagt 9.953.137,00 euro.
De exploitatietoelage voor Lokaal bestuur Tielt wordt vastgesteld op 971.681,00 euro voor brandweer en 15.479,00 euro voor ziekenwagendiensten en de investeringstoelage voor Lokaal bestuur Tielt wordt vastgesteld op 260.906,00 euro voor brandweer en 13.360,00 euro voor ziekenwagendiensten. Deze kredieten werden voor het jaar 2026 in het meerjarenplan 2026-2031 ingeschreven.
Op voorstel van de burgemeester.
Gunstig visum VSM/2025/073 van Maarten Compernolle van 04 december 2025
Artikel 1
De gemeenteraad neemt akte van de financiële verdeelsleutel die de jaarlijkse bijdrage van elke gemeente aan de zone Midwest vastlegt en die door de zoneraad in zitting van 26.09.2025 voor de begroting 2026 werd herbevestigd.
Artikel 2
De gemeenteraad gaat akkoord met de exploitatatietoelage aan de Zone Midwest voor 2026 die in de onderstaande tabel wordt weergegeven:
| brandweer |
ziekenwagen |
|
| Ardooie |
278.969,00 euro |
12.745,00 euro |
| Dentergem |
217.085,00 euro |
788,00 euro |
| Hooglede |
301.960,00 euro |
10.520,00 euro |
| Ingelmunster |
306.518,00 euro |
7.577,00 euro |
| Izegem |
762.105,00 euro |
33.275,00 euro |
| Lichtervelde |
231.844,00 euro |
10.034,00 euro |
| Moorslede |
287.452,00 euro |
8.273,00 euro |
| Oostrozebeke |
210.431,00 euro |
3.059,00 euro |
| Pittem |
220.646,00 euro |
7.948,00 euro |
| Roeselare |
2.961.862,00 euro |
103.395,00 euro |
| Staden |
314.420,00 euro |
11.123,00 euro |
| Tielt |
971.681,00 euro |
15.479,00 euro |
| Wingene |
546.441,00 euro |
7.507,00 euro |
| 7.611.414,00 euro |
231.723,00 euro |
Artikel 3
De gemeenteraad gaat akkoord met de investeringstoelage aan de zone Midwest voor 2026 die in de onderstaande tabel wordt weergegeven:
| brandweer |
ziekenwagen |
|
| Ardooie |
75.445,00 euro |
11.000,00 euro |
| Dentergem |
53.671,00 euro |
680,00 euro |
| Hooglede |
81.557,00 euro |
9.080,00 euro |
| Ingelmunster |
81.557,00 euro |
6.540,00 euro |
| Izegem |
219.077,00 euro |
28.720,00 euro |
| Lichtervelde |
63.030,00 euro |
8.660,00 euro |
| Moorslede |
77.164,00 euro |
7.140,00 euro |
| Oostrozebeke |
52.143,00 euro |
2.640,00 euro |
| Pittem |
59.210,00 euro |
6.860,00 euro |
| Roeselare |
654.175,00 euro |
89.240,00 euro |
| Staden |
84.995,00 euro |
9.600,00 euro |
| Tielt |
260.906,00 euro |
13.360,00 euro |
| Wingene |
147.070,00 euro |
6.480,00 euro |
| 1.910.000,00 euro |
200.000,00 euro |
Artikel 4
Een afschrift van dit besluit wordt overgemaakt aan de voorzitter van de zoneraad van zone Midwest, Kwadestraat 159, 8800 Roeselare.
Artikel 5
Deze beslissing wordt bekendgemaakt in toepassing van artikel 286 en 287 van het decreet over het lokaal bestuur.
Decreet over het lokaal bestuur dd. 22.12.2017 en latere wijzigingen, in het bijzonder artikelen 2, 40 en 41 met betrekking tot de bevoegdheden van de gemeenteraad.
De wet van 07.12.1998 tot organisatie van een geïntegreerde politiedienst gestructureerd op 2 niveaus, in het bijzonder artikelen 34, 40, 71 en volgende.
De begrotingsopmaak alsook de stemming en de goedkeuring ervan worden geregeld zodat het artikel 241 en gedeeltelijk de Titel VI, Hoofdstukken 1 en 2 van de Nieuwe Gemeentewet toepasbaar wordt gemaakt.
Koninklijk besluit van 05.09.2001 houdende het algemeen reglement op de boekhouding van de lokale politie.
De begrotings-, de financiële en de boekhoudkundige voorschriften van de politiezones die door bovenvermeld KB van 05.09.2001 bepaald zijn.
Koninklijk besluit van 29.06.2008 tot wijziging van het Koninklijk besluit van 07.04.2005 houdende de nadere regels inzake de berekening en de verdeling van de gemeentelijke dotaties in de schoot van een meergemeentenpolitiezone.
Ministeriële omzendbrief (PLP) betreffende de onderrichtingen voor het opstellen van de politiebegroting ten behoeve van de politiezones.
In toepassing van de wet op de geïntegreerde politie, stuurde de politiezone bij brief dd. 07.11.2025 de verdeelsleutel en gemeentelijke bijdrage van de deelnemende gemeenten aan de Politiezone Regio Tielt door.
De totale bijdrage voor 2026 voor de politiezone werd vastgelegd op 7.088.061,00 euro.
Voor Tielt betekent dit op basis van de verdeelsleutel van 37,36% (2.200.426,00 euro) en Meulebeke (1.198.269,00 euro) een totale bijdrage van 3.398.695,00 euro.
Deze financiële bijdrage is opgenomen in het meerjarenplan van de stad.
Artikel 1
De gemeenteraad verleent goedkeuring aan de gemeentelijke bijdrage voor het dienstjaar 2026 aan de politiezone Regio Tielt van 7.088.061,00 euro en de bijhorende verdeelsleutel. Voor de stad Tielt betekent dit op basis van de verdeelsleutel van 37,36% (2.200.426,00 euro) en Meulebeke (1.198.269,00 euro) een bijdrage aan de politiezone Regio Tielt voor 2026 van 3.398.695,00 euro.
Artikel 2
Voor de uitbetaling van de financiële bijdrage wordt aan de financieel directeur visum gevraagd.
Artikel 3
Deze beslissing wordt bekendgemaakt in toepassing van artikelen 286 en 287 van het decreet over het lokaal bestuur. Een getekende versie van deze beslissing wordt voor verder gevolg overgemaakt aan de Federale Overheidsdienst Binnenlandse Zaken dienst Politionele Veiligheid, de Politiezone Regio Tielt en de financieel directeur.
Het decreet van 22.12.2017 over het lokaal bestuur, en latere wijzigingen, in het bijzonder artikel 41, tweede lid 21° en artikel 242 over de bevoegdheid van de gemeenteraad inzake de goedkeuring van de meerjarenplanaanpassingen van een autonoom gemeentebedrijf.
De statuten van het Autonoom Gemeentebedrijf Tielt, zoals goedgekeurd door de gemeenteraad van 01.09.2011 en gewijzigd door de gemeenteraad van 16.12.2013, 05.12.2019 en 30.01.2025, in het bijzonder artikel 20 en 21 over de bevoegdheden van de raad van bestuur en artikel 40 §2 over de aanpassingen van het meerjarenplan.
Het decreet van 22.12.2017 over het lokaal bestuur, en latere wijzigingen, in het bijzonder artikel 241 waarbij titel 4 van toepassing verklaard wordt op de autonome gemeentebedrijven, artikel 257 over de aanpassingen van het meerjarenplan en artikel 259 over het bestuurlijk toezicht op het meerjarenplan.
Het besluit van de Vlaamse regering van 30.03.2018 over de beleids- en beheerscyclus van de lokale en de provinciale besturen, en latere wijzigingen, in het bijzonder artikel 2 tot 7 en artikel 8 tot 16 met betrekking tot het meerjarenplan.
Het ministerieel besluit van 26.06.2018 tot vaststelling van de modellen en de nadere voorschriften van de beleidsrapporten, de rekeningenstelsels en de digitale rapportering van de beleids- en beheerscyclus van de lokale en de provinciale besturen, en latere wijzigingen.
De omzendbrief KBBJ/ABB 2020/3 van 18.09.2020 over de aanpassing van de meerjarenplannen 2020-2025 van de lokale en provinciale besturen volgens de beleids- en beheerscyclus;
De statuten van het Autonoom Gemeentebedrijf Tielt, zoals goedgekeurd door de gemeenteraad van 01.09.2011 en gewijzigd door de gemeenteraad van 16.12.2013, 05.12.2019 en 30.01.2025, in het bijzonder artikel 40 §2 over de aanpassingen van het meerjarenplan.
De huidige planningsperiode in de beleids- en beheerscyclus bestrijkt de boekjaren 2020 tot 2025. Het beleid van het AGB Tielt over die periode, met de bijhorende ramingen van ontvangsten en uitgaven, werd vastgelegd in het Meerjarenplan 2020-2025 AGB Tielt. Meteen werden ook de kredieten voor de exploitatie, de investeringen en de financiering voor het eerste boekjaar van de planningsperiode vastgesteld. Het meerjarenplan moet minstens één keer per jaar worden aangepast, waarbij de kredieten voor het volgende boekjaar worden vastgesteld en waarbij ook de kredieten van het lopende boekjaar kunnen worden aangepast.
- Meerjarenplan 2020-2025 - kredieten 2020, vastgesteld door de raad van bestuur van 03.12.2019 en goedgekeurd door de gemeenteraad van 05.12.2019
- Meerjarenplanaanpassing 1 2020-2025 - kredieten 2021, vastgesteld door de raad van bestuur van 01.12.2020 en goedgekeurd door de gemeenteraad van 03.12.2020
- Meerjarenplanaanpassing 2 2020-2025, vastgesteld door de raad van bestuur van 05.10.2021 en goedgekeurd door de gemeenteraad van 07.10.2021
- Meerjarenplanaanpassing 3 2020-2025 - kredieten 2022, vastgesteld door de raad van bestuur van 30.11.2021 en goedgekeurd door de gemeenteraad van 02.12.2021
- Meerjarenplanaanpassing 4 2020-2025 - kredieten 2023, vastgesteld door de raad van bestuur van 20.12.2022 en goedgekeurd door de gemeenteraad van 22.12.2022
- Meerjarenplanaanpassing 5 2020-2025 - kredieten 2024, vastgesteld door de raad van bestuur van 05.12.2023 en goedgekeurd door de gemeenteraad van 07.12.2023
- Meerjarenplanaanpassing 6 2020-2025 - kredieten 2025, vastgesteld door de raad van bestuur van 27.01.2025 en goedgekeurd door de gemeenteraad van 30.01.2025
Gezien de kredieten voor het boekjaar 2026 vastgesteld worden in het nieuwe Meerjarenplan 2026-2031, brengt de Meerjarenplanaanpassing 7 2020-2025 van het AGB enkel een aantal aanpassingen aan de ramingen van de kredieten voor exploitatie, investeringen en financiering van het eigen boekjaar 2025 aan.
De Meerjarenplanaanpassing 7 2020-2025 van het AGB Tielt bestaat uit de wijzigingen van de strategische nota, de aangepaste financiële nota en de toelichting. Een aantal schema's van de meerjarenplanaanpassing moeten minstens drie toekomstige jaren omvatten en werden dus uitgebreid tot boekjaar 2028. De periode van het meerjarenplan blijft evenwel de periode 2020-2025. De bijkomende documentatie bevat een aantal aanvullende documenten en schema's die het ontwerp van meerjarenplanaanpassing verder verduidelijken.
De Meerjarenplanaanpassing 7 2020-2025 is financieel in evenwicht en werd opgesteld in nauw overleg met het stadsbestuur. De fusie van de stad Tielt en de gemeente Meulebeke op 01.01.2025 heeft geen onmiddellijke invloed op het Autonoom Gemeentebedrijf Tielt, tot de Raad van Bestuur en de gemeenteraad anders beslissen.
De raad van bestuur stelde de Meerjarenplanaanpassing 7 2020-2025 van het AGB vast en legt die nu ter goedkeuring voor aan de gemeenteraad.
Het ontwerp van Meerjarenplanaanpassing 7 2020-2025 van het AGB Tielt werd toegelicht en besproken in de gezamenlijke gemeenteraadscommissie van 08.12.2025.
De financiële gevolgen voor de stad zijn verwerkt in Aanpassing 1 van het éénjarig Meerjarenplan 2025 van het lokaal bestuur Tielt.
Artikel 1
De Meerjarenplanaanpassing 7 2020-2025 van het Autonoom gemeentebedrijf Tielt, bestaande uit de wijzigingen van de strategische nota, de aangepaste financiële nota en de toelichting, wordt goedgekeurd met volgende financiële evenwichten:
| Meerjarenplan 2020-2025 - Aanpassing 7 |
2020 | 2021 | 2022 | 2023 | 2024 | 2025 |
| Beschikbaar budgettair resultaat | 171.542 | 113.924 | 254.960 | 524.191 | 669.953 | 1.001.044 |
| Autofinancieringsmarge | -209.962 | -46.684 | 149.759 | 346.381 | 57.679 | 331.091 |
Artikel 2
Deze beslissing zal worden bekendgemaakt in toepassing van de artikelen 285-287 en 330 van het decreet over het lokaal bestuur.
Het decreet van 22.12.2017 over het lokaal bestuur, en latere wijzigingen, in het bijzonder artikel 41, tweede lid 21° en artikel 242 over de bevoegdheid van de gemeenteraad inzake de goedkeuring van het meerjarenplan van een autonoom gemeentebedrijf.
De statuten van het Autonoom Gemeentebedrijf Tielt, zoals goedgekeurd door de gemeenteraad van 01.09.2011 en gewijzigd door de gemeenteraad van 16.12.2013, 05.12.2019 en 30.01.2025, in het bijzonder artikel 20 en 21 over de bevoegdheden van de raad van bestuur en artikel 40 §1 over het meerjarenplan.
Het decreet van 22.12.2017 over het lokaal bestuur, en latere wijzigingen, in het bijzonder artikel 241 waarbij titel 4 van toepassing verklaard wordt op de autonome gemeentebedrijven, artikel 249 tot 253 over de beleidsrapporten, artikel 254 tot 256 over het meerjarenplan en artikel 259 over het bestuurlijk toezicht op het meerjarenplan.
Het besluit van de Vlaamse regering van 30.03.2018 over de beleids- en beheerscyclus van de lokale en de provinciale besturen, en latere wijzigingen, in het bijzonder artikel 2 tot 7 over de beleidsrapporten, artikel 8 tot en met 13 over het meerjarenplan en artikel 16 over het financieel evenwicht.
Het ministerieel besluit van 26.06.2018 tot vaststelling van de modellen en de nadere voorschriften van de beleidsrapporten, de rekeningenstelsels en de digitale rapportering van de beleids- en beheerscyclus van de lokale en de provinciale besturen, en latere wijzigingen.
De omzendbrief KBBJ/ABB 2025/1 van 18.07.2025 betreffende de strategische meerjarenplannen 2026-2031 van de lokale en provinciale besturen volgens de beleids- en beheerscyclus.
De statuten van het Autonoom Gemeentebedrijf Tielt, zoals goedgekeurd door de gemeenteraad van 01.09.2011 en gewijzigd door de gemeenteraad van 16.12.2013, 05.12.2019 en 30.01.2025, in het bijzonder artikel 40 §1 over het meerjarenplan.
In de beleids- en beheerscyclus ("BBC") van de lokale besturen wordt de beleids- en financiële planning opgemaakt vanuit een meerjarig perspectief. In het eerste jaar na de gemeenteraadsverkiezingen maakt het bestuur de planning op voor de volgende 6 jaar. Voor 31.12.2025 wordt het meerjarenplan dus vastgesteld voor de planningsperiode 2026-2031.
Als afzonderlijke rechtspersoon heeft het Autonoom Gemeentebedrijf Tielt eigen verplichtingen en verbintenissen en maakt het hiervoor afzonderlijke beleidsrapporten en dus een afzonderlijk Meerjarenplan 2026-2031 op, waarin het beleid over die periode, met de bijhorende ramingen van ontvangsten en uitgaven, wordt vastgelegd.
In zitting van 17.12.2025 stelde de raad van bestuur het Meerjarenplan 2026-2031 van het Autonoom Gemeentebedrijf vast.
Het meerjarenplan van het AGB volgt de regels van de beleids- en beheerscyclus van de lokale besturen en bestaat uit een strategische nota, een financiële nota en een toelichting. De bijkomende documentatie bevat een aantal aanvullende documenten en schema's die het ontwerp van meerjarenplan verder verduidelijken.
Het Meerjarenplan 2026-2031 van het Autonoom Gemeentebedrijf Tielt werd opgesteld in nauw overleg met het stadsbestuur. De doelstellingenboom is dezelfde als die van het lokaal bestuur. De financiële implicaties van dit plan voor het stadsbestuur zijn verwerkt in het ontwerp van Meerjarenplan 2026-2031 van het Lokaal bestuur Tielt. Hierin wordt ook het geconsolideerd financieel evenwicht van stad, OCMW en AGB Tielt samen tot uiting gebracht.
Het Meerjarenplan 2026-2031 van het AGB Tielt is financieel in evenwicht. Het beschikbaar budgettair resultaat is elk jaar van de planningsperiode positief en bedraagt eind 2031 € 616.734. De autofinancieringsmarge is eveneens elk jaar positief en bedraagt € 56.539 in 2031, het laatste jaar van de planningsperiode.
De raad van bestuur legt het Meerjarenplan 2026-2031 van het AGB nu ter goedkeuring voor aan de gemeenteraad.
Het ontwerp van Meerjarenplan 2026-2031 van het AGB Tielt werd toegelicht en besproken in de gezamenlijke gemeenteraadscommissie van 08.12.2025.
De financiële gevolgen voor de stad zijn verwerkt in het Meerjarenplan 2026-2031 van het lokaal bestuur Tielt.
Artikel 1
Het Meerjarenplan 2026-2031 van het Autonoom gemeentebedrijf Tielt, bestaande uit de strategische nota, de financiële nota en de toelichting, wordt goedgekeurd met volgende financiële evenwichten:
| Meerjarenplan 2026-2031 |
2026 | 2027 | 2028 | 2029 | 2030 | 2031 |
| Beschikbaar budgettair resultaat | 1.005.748 | 1.007.531 | 1.016.761 | 1.040.381 | 560.195 | 616.734 |
| Autofinancieringsmarge | 4.704 | 1.783 | 9.230 | 23.620 | 19.814 | 56.539 |
Artikel 2
Deze beslissing zal worden bekendgemaakt in toepassing van de artikelen 285-287 en 330 van het decreet over het lokaal bestuur.
Het decreet over het lokaal bestuur van 22.12.2017, en latere wijzigingen, in het bijzonder artikel 41, 5°, artikel 227 derde lid en artikel 234 §3 over de bevoegdheid van de gemeenteraad inzake het goedkeuren en evalueren van de beheersovereenkomst.
De statuten van het Autonoom Gemeentebedrijf Tielt, zoals goedgekeurd door de gemeenteraad van 01.09.2011 en gewijzigd door de gemeenteraad van 16.12.2013, 05.12.2019 en 30.01.2025, in het bijzonder artikel 8 §2 over de bevoegdheid van de gemeenteraad inzake de evaluatie van de beheersovereenkomst.
Het decreet over het lokaal bestuur van 22.12.2017, en latere wijzigingen, in het bijzonder artikel 227 derde lid, over de evaluatie van de beheersovereenkomst in het eerste jaar na de vernieuwing van de gemeenteraden en artikel 234 over de beheersovereenkomst tussen de gemeente en het autonoom gemeentebedrijf.
De statuten van het Autonoom Gemeentebedrijf Tielt, zoals goedgekeurd door de gemeenteraad van 01.09.2011 en gewijzigd door de gemeenteraad van 16.12.2013, 05.12.2019 en 30.01.2025, in het bijzonder artikel 8 over de beheersovereenkomst.
Het besluit van de gemeenteraad van Tielt van 05.12.2019 houdende goedkeuring van de beheersovereenkomst tussen het stadsbestuur Tielt en het Autonoom Gemeentebedrijf Tielt.
Het besluit van de gemeenteraad van Tielt van 01.07.2021 houdende Autonoom Gemeentebedrijf - evaluatieverslag van de beheersovereenkomst 2020.
Het besluit van de gemeenteraad van Tielt van 07.07.2022 houdende Autonoom Gemeentebedrijf - evaluatieverslag van de beheersovereenkomst 2021.
Het besluit van de gemeenteraad van Tielt van 06.07.2023 houdende Autonoom Gemeentebedrijf - evaluatieverslag van de beheersovereenkomst 2022.
Het besluit van de gemeenteraad van Tielt van 04.07.2024 houdende Autonoom Gemeentebedrijf - evaluatieverslag van de beheersovereenkomst 2023.
Ingevolge artikel 227 van het decreet over het lokaal bestuur dient er, in het eerste jaar na de volledige vernieuwing van de gemeenteraad, een evaluatieverslag voorgelegd te worden aan de gemeenteraad betreffende de uitvoering van de de beheersovereenkomst sinds de inwerkingtreding ervan.
Voor de periode 2020-2025 werd een beheersovereenkomst afgesloten die vastgesteld werd door de raad van bestuur van het AGB in zitting van 03.12.2019 en goedgekeurd werd in de gemeenteraad van 05.12.2019.
Deze beheersovereenkomst werd jaarlijks tussentijds geëvalueerd.
De nu voorliggende evaluatie betreft een evaluatie voor de periode 2020-2025. Het evaluatieverslag werd vastgesteld in de raad van bestuur van het AGB van 17.12.2025.
De gemeenteraad beslist:
Enig artikel
Het evaluatieverslag van de beheersovereenkomst tussen het stadsbestuur Tielt en het Autonoom Gemeentebedrijf Tielt voor de periode 2020-2025, zoals vastgesteld in de raad van bestuur van het AGB Tielt van 17.12.2025, goed te keuren.
Het decreet van 22.12.2017 over het lokaal bestuur, en latere wijzigingen, in het bijzonder artikel 41, tweede lid 3° en artikel 249 §3 over de bevoegdheid van de gemeenteraad inzake het vaststellen van de beleidsrapporten.
Het decreet van 22.12.2017 over het lokaal bestuur, en latere wijzigingen, in het bijzonder de artikelen 249 tot 253 over de beleidsrapporten, artikel 257 over de aanpassingen van het meerjarenplan, artikel 259 over het bestuurlijk toezicht op het meerjarenplan en artikel 368 over het eenjarig meerjarenplan voor het eerste jaar van een bestuursperiode in het geval van een vrijwillige samenvoeging van gemeenten.
Het besluit van de Vlaamse regering van 30.03.2018 over de beleids- en beheerscyclus van de lokale en de provinciale besturen, en latere wijzigingen, in het bijzonder artikel 2 tot 7 en artikel 8 tot 16 over het meerjarenplan.
Het ministerieel besluit van 26.06.2018 tot vaststelling van de modellen en de nadere voorschriften van de beleidsrapporten, de rekeningenstelsels en de digitale rapportering van de beleids- en beheerscyclus van de lokale en de provinciale besturen, en latere wijzigingen.
Het besluit van de gemeenteraad van 30.01.2025 tot vaststelling van het éénjarig Meerjarenplan 2025 van stad en OCMW Tielt.
In de beleids- en beheerscyclus ("BBC") van de lokale besturen wordt de beleids- en financiële planning opgemaakt vanuit een meerjarig perspectief. In het eerste jaar na de gemeenteraadsverkiezingen maakt het bestuur de planning op voor de volgende 6 jaar. In de loop van 2025 stelt het bestuur een nieuw meerjarenplan op voor de periode 2026-2031. Het vorige meerjarenplan, voor de periode 2020-2025, loopt dan normaal nog verder in het eerste jaar na de gemeenteraadsverkiezingen.
Dat geldt echter niet in het geval van een vrijwillige samenvoeging van gemeenten. Voor fusiebesturen houden de oude meerjarenplannen op te bestaan op 31.12.2024. Voor het jaar 2025 stelde de gemeenteraad van 30.01.2025 een éénjarig meerjarenplan vast.
Het éénjarig Meerjarenplan 2025 van stad en OCMW Tielt werd opgemaakt volgens de nieuwe regelgeving "BBC 3.0" en bevatte geen nieuwe beleidskeuzes. Ook de Aanpassing 1 van het éénjarig Meerjarenplan 2025 bevat geen nieuwe beleidskeuzes of nieuwe kredieten. Het beleid voor de volgende planningsperiode en de kredieten voor boekjaar 2026 zullen worden vastgesteld in het nieuwe Meerjarenplan 2026-2031. In deze Meerjarenplanaanpassing worden enkel een aantal aanpassingen aangebracht aan de ramingen van het eigen boekjaar 2025.
Aanpassing 1 van het éénjarig Meerjarenplan 2025 bestaat uit de wijzigingen aan de strategische nota, de gewijzigde financiële nota, de gewijzigde toelichting en een gewijzigde lijst met nominatieve subsidies. De bijkomende documentatie bevat een aantal aanvullende documenten en schema's die de meerjarenplanaanpassing verder verduidelijken.
De meerjarenplanaanpassing 1 2025 is financieel in evenwicht, waarbij ook de gecorrigeerde autofinancieringsmarge positief is en het geconsolideerd financieel evenwicht van stad, OCMW en AGB Tielt gegarandeerd is. De financiële implicaties voor de stad van de Meerjarenplanaanpassing 7 2020-2025 van het AGB zijn erin verwerkt.
Stad en OCMW maken geïntegreerde beleidsplannen op. Nochtans zijn het twee afzonderlijke rechtspersonen gebleven met elk hun eigen verplichtingen en verbintenissen, waardoor in het gezamenlijk meerjarenplan toch een duidelijk onderscheid blijft bestaan tussen de kredieten van de stad en de kredieten van het OCMW, ook al wordt het beleid van beide als één geheel voorgesteld.
De gemeenteraad en de raad voor maatschappelijk welzijn stellen dan ook elk hun deel van de meerjarenplanaanpassing vast. Het deel van het OCMW wordt daarna ter goedkeuring voorgelegd aan de gemeenteraad, waardoor de meerjarenplanaanpassing in zijn geheel geacht wordt definitief vastgesteld te zijn.
In de Aanpassing 1 van het éénjarig Meerjarenplan 2025 – deel Stad - worden de gewijzigde kredieten voor de exploitatie, investeringen en financiering voor het boekjaar 2025 vastgesteld. Ook de gewijzigde lijst met nominatieve subsidies voor 2025 wordt goedgekeurd via deze meerjarenplanaanpassing.
Het ontwerp van éénjarig Meerjarenplan 2025 - Aanpassing 1 werd toegelicht en besproken op de gezamenlijke gemeenteraadscommissie 08.12.2025.
Artikel 1
Het éénjarig Meerjarenplan 2025 - Aanpassing 1 van stad en OCMW Tielt, bestaande uit de wijzigingen aan de strategische nota, de gewijzigde financiële nota, de gewijzigde toelichting en de gewijzigde nominatieve subsidies, wordt vastgesteld voor wat het deel stad betreft, met volgende gezamenlijke financiële evenwichten:
| Eénjarig Meerjarenplan 2025 - Aanpassing 1 |
2025 |
| Beschikbaar budgettair resultaat | 12.979.649 |
| Autofinancieringsmarge | 6.537.879 |
Artikel 2
De exploitatie-, investerings- en financieringskredieten van stad Tielt worden gewijzigd voor het boekjaar 2025 en vastgesteld overeenkomstig het schema M3 van het éénjarig Meerjarenplan 2025 - Aanpassing 1:
| 2025 | Uitgaven | Ontvangsten |
| Exploitatie | 37.825.600 | 52.768.049 |
| Investeringen | 14.256.021 | 372.462 |
| Financiering | 2.724.169 | 605.683 |
| Leningen en leasings | 2.047.079 | 402.522 |
| Toegestane leningen | 677.090 | 203.161 |
Artikel 3
De nominatieve subsidies van het stadsbestuur Tielt opgenomen in het éénjarig Meerjarenplan 2025 - Aanpassing 1 worden goedgekeurd voor het boekjaar 2025.
Artikel 4
Deze beslissing zal worden bekendgemaakt in toepassing van de artikelen 285-287 en 330 van het decreet over het lokaal bestuur.
Het decreet van 22.12.2017 over het lokaal bestuur, en latere wijzigingen, in het bijzonder artikel 41, tweede lid 3° en artikel 249 §3 over de bevoegdheid van de gemeenteraad inzake het vaststellen van de beleidsrapporten.
Het decreet van 22.12.2017 over het lokaal bestuur, en latere wijzigingen, in het bijzonder artikel 249 tot 253 over de beleidsrapporten, artikel 257 over de aanpassingen van het meerjarenplan, artikel 259 over het bestuurlijk toezicht op het meerjarenplan en artikel 368 over het eenjarig meerjarenplan voor het eerste jaar van een bestuursperiode in het geval van een vrijwillige samenvoeging van gemeenten.
Het besluit van de Vlaamse regering van 30.03.2018 over de beleids- en beheerscyclus van de lokale en de provinciale besturen, en latere wijzigingen, in het bijzonder artikel 2 tot 7 en artikel 8 tot 16 over het meerjarenplan.
Het ministerieel besluit van 26.06.2018 tot vaststelling van de modellen en de nadere voorschriften van de beleidsrapporten, de rekeningenstelsels en de digitale rapportering van de beleids- en beheerscyclus van de lokale en de provinciale besturen, en latere wijzigingen.
Het besluit van de gemeenteraad van 30.01.2025 tot goedkeuring van het éénjarig Meerjarenplan 2025.
Het besluit van de gemeenteraad van 18.12.2025 tot vaststelling van het éénjarig Meerjarenplan 2025 - Aanpassing 1 - deel stad.
Het besluit van de raad voor maatschappelijk welzijn van 18.12.2025 tot goedkeuring van het éénjarig Meerjarenplan 2025 - Aanpassing 1 - deel OCMW.
In de beleids- en beheerscyclus ("BBC") van de lokale besturen wordt de beleids- en financiële planning opgemaakt vanuit een meerjarig perspectief. In het eerste jaar na de gemeenteraadsverkiezingen maakt het bestuur de planning op voor de volgende 6 jaar. In de loop van 2025 stelt het bestuur een nieuw meerjarenplan op voor de periode 2026-2031. Het vorige meerjarenplan, voor de periode 2020-2025, loopt dan normaal nog verder in het eerste jaar na de gemeenteraadsverkiezingen.
Dat geldt echter niet in het geval van een vrijwillige samenvoeging van gemeenten. Voor fusiebesturen houden de oude meerjarenplannen op te bestaan op 31.12.2024. Voor het jaar 2025 stelde de gemeenteraad en de raad voor maatschappelijk welzijn van 30.01.2025 een éénjarig meerjarenplan vast.
Het éénjarig Meerjarenplan 2025 van stad en OCMW Tielt werd opgemaakt volgens de nieuwe regelgeving "BBC 3.0" en bevatte geen nieuwe beleidskeuzes. Ook de Aanpassing 1 van het éénjarig Meerjarenplan 2025 bevat geen nieuwe beleidskeuzes of nieuwe kredieten.
Aanpassing 1 van het éénjarig Meerjarenplan 2025 bestaat uit de wijzigingen aan de strategische nota, de gewijzigde financiële nota, de gewijzigde toelichting en een gewijzigde lijst met nominatieve subsidies. De bijkomende documentatie bevat een aantal aanvullende documenten en schema's die de meerjarenplanaanpassing verder verduidelijken.
De meerjarenplanaanpassing 1 2025 is financieel in evenwicht, waarbij ook de gecorrigeerde autofinancieringsmarge positief is en het geconsolideerd financieel evenwicht van stad, OCMW en AGB Tielt gegarandeerd is. De financiële implicaties voor de stad van de Meerjarenplanaanpassing 7 2020-2025 van het AGB zijn erin verwerkt.
Stad en OCMW maken geïntegreerde beleidsplannen op. Nochtans zijn het twee afzonderlijke rechtspersonen gebleven met elk hun eigen verplichtingen en verbintenissen, waardoor in het gezamenlijk meerjarenplan toch een duidelijk onderscheid blijft bestaan tussen de kredieten van de stad en de kredieten van het OCMW, ook al wordt het beleid van beide als één geheel voorgesteld.
De gemeenteraad en de raad voor maatschappelijk welzijn stellen dan ook elk hun deel van de meerjarenplanaanpassing vast. Het deel van het OCMW wordt daarna ter goedkeuring voorgelegd aan de gemeenteraad, waardoor de meerjarenplanaanpassing in zijn geheel geacht wordt definitief vastgesteld te zijn.
Het ontwerp van éénjarig Meerjarenplan 2025 - Aanpassing 1 werd toegelicht en besproken op de gezamenlijke gemeenteraadscommissie 08.12.2025.
Artikel 1
Het Eénjarig Meerjarenplan 2025 - Aanpassing 1 van stad en OCMW Tielt, wordt goedgekeurd voor wat het deel OCMW betreft, zoals vastgesteld door de raad voor maatschappelijk welzijn van 18.12.2025.
Artikel 2
Het Eénjarig Meerjarenplan 2025 - Aanpassing 1 van stad en OCMW Tielt, bestaande uit de wijzigingen aan de strategische nota, de gewijzigde financiële nota, de gewijzigde toelichting en de gewijzigde nominatieve subsidies, wordt in zijn geheel definitief vastgesteld met volgende financiële evenwichten:
| Eénjarig Meerjarenplan 2025 |
2025 |
| Beschikbaar budgettair resultaat | 12.979.649 |
| Autofinancieringsmarge | 6.537.879 |
Artikel 3
Deze beslissing zal worden bekendgemaakt in toepassing van de artikelen 285-287 en 330 van het decreet over het lokaal bestuur.
Het decreet van 22.12.2017 over het lokaal bestuur, en latere wijzigingen, in het bijzonder artikel 41, tweede lid 3° en artikel 249 §3 over de bevoegdheid van de gemeenteraad inzake het vaststellen van de beleidsrapporten.
Het decreet van 22.12.2017 over het lokaal bestuur, en latere wijzigingen, in het bijzonder artikel 249 tot 253 over de beleidsrapporten, artikel 254 tot 256 over het meerjarenplan en de kredieten van het eerste jaar en artikel 259 over het bestuurlijk toezicht op het meerjarenplan.
Het besluit van de Vlaamse regering van 30.03.2018 over de beleids- en beheerscyclus van de lokale en de provinciale besturen, en latere wijzigingen, in het bijzonder artikel 2 tot 7 over de beleidsrapporten, artikel 8 tot 13 over het meerjarenplan en artikel 16 over het financieel evenwicht.
Het ministerieel besluit van 26.06.2018 tot vaststelling van de modellen en de nadere voorschriften van de beleidsrapporten, de rekeningenstelsels en de digitale rapportering van de beleids- en beheerscyclus van de lokale en de provinciale besturen, en latere wijzigingen.
De omzendbrief KBBJ/ABB 2025/1 van 18.07.2025 betreffende de strategische meerjarenplannen 2026-2031 van de lokale en provinciale besturen volgens de beleids- en beheerscyclus.
In de beleids- en beheerscyclus ("BBC") van de lokale besturen wordt de beleids- en financiële planning opgemaakt vanuit een meerjarig perspectief. In het eerste jaar na de gemeenteraadsverkiezingen maakt het bestuur de planning op voor de volgende 6 jaar. De nieuwe planningsperiode loopt dus van 2026 tot 2031. Het gevoerde beleid van stad en OCMW Tielt tijdens deze periode, gekoppeld aan de raming van de bijhorende ontvangsten en uitgaven, wordt vastgelegd in het Meerjarenplan 2026-2031.
Stad en OCMW maken geïntegreerde beleidsplannen op. Nochtans zijn het twee afzonderlijke rechtspersonen gebleven met elk hun eigen verplichtingen en verbintenissen, waardoor in het gezamenlijk meerjarenplan toch een duidelijk onderscheid blijft bestaan tussen de kredieten van de stad en de kredieten van het OCMW, ook al wordt het beleid van beide als één geheel voorgesteld.
De gemeenteraad en de raad voor maatschappelijk welzijn stellen dan ook elk hun deel van de meerjarenplanaanpassing vast. Het deel van het OCMW wordt daarna ter goedkeuring voorgelegd aan de gemeenteraad, waardoor de meerjarenplanaanpassing in zijn geheel geacht wordt definitief vastgesteld te zijn.
Het Meerjarenplan 2026-2031 bestaat uit een strategische nota, een financiële nota, een toelichting en een lijst met nominatieve subsidies. De bijkomende documentatie bevat een aantal aanvullende documenten en schema's die het meerjarenplan verder verduidelijken.
Het vroegere jaarlijkse budget bestaat niet meer als afzonderlijk beleidsrapport, wat betekent dat de ramingen voor de exploitatie, de investeringen en de financiering die voor 2026 zijn opgenomen in het meerjarenplan, meteen ook de kredieten voor de stad omvatten voor dat boekjaar. Ook de nominatieve subsidies worden mee goedgekeurd voor het boekjaar 2026.
Het Meerjarenplan 2026-2031 van stad en OCMW Tielt is financieel in evenwicht, waarbij ook de gecorrigeerde autofinancieringsmarge positief is en het geconsolideerd financieel evenwicht van stad, OCMW en AGB Tielt gegarandeerd is.
Het ontwerp van Meerjarenplan 2026-2031 van stad en OCMW Tielt werd toegelicht en besproken in de gezamenlijke gemeenteraadscommissie van 8 december 2025.
Artikel 1
Het Meerjarenplan 2026-2031 van stad en OCMW Tielt, bestaande uit de strategische nota, de financiële nota, de toelichting en de nominatieve subsidies, wordt vastgesteld voor wat het deel stad betreft, met volgende gezamenlijke financiële evenwichten:
| Meerjarenplan 2026-2031 |
2026 | 2027 | 2028 | 2029 | 2030 | 2031 |
| Beschikbaar budgettair resultaat | 4.933.429 | 2.615.937 | 2.007.445 | 2.122.649 | 756.360 | 39.250 |
| Autofinancieringsmarge | 6.274.808 | 4.700.627 | 4.316.962 | 4.875.209 | 4.791.481 | 4.483.192 |
Artikel 2
De exploitatie-, investerings- en financieringskredieten van stad Tielt worden vastgesteld voor het boekjaar 2026 overeenkomstig het schema M3 van het Meerjarenplan 2026-2031:
| 2026 | Uitgaven | Ontvangsten |
| Exploitatie | 39.576.368 | 54.889.081 |
| Investeringen | 18.908.833 | 9.887.121 |
| Financiering | 8.060.502 | 574.531 |
| Leningen en leasings | 1.837.587 | 369.351 |
| Toegestane leningen | 6.222.915 | 205.180 |
Artikel 3
De nominatieve subsidies van stad Tielt opgenomen in het Meerjarenplan 2026-2031 worden goedgekeurd voor het boekjaar 2026.
Artikel 4
Deze beslissing zal worden bekendgemaakt in toepassing van de artikelen 285-287 en 330 van het decreet over het lokaal bestuur.
Het decreet van 22.12.2017 over het lokaal bestuur, en latere wijzigingen, in het bijzonder artikel 41, tweede lid 3° en artikel 249 §3 over de bevoegdheid van de gemeenteraad inzake het vaststellen van de beleidsrapporten.
Het decreet van 22.12.2017 over het lokaal bestuur, en latere wijzigingen, in het bijzonder artikel 249 tot 253 over de beleidsrapporten, artikel 254 tot 256 over het meerjarenplan en de kredieten van het eerste jaar en artikel 259 over het bestuurlijk toezicht op het meerjarenplan.
Het besluit van de Vlaamse regering van 30.03.2018 over de beleids- en beheerscyclus van de lokale en de provinciale besturen, en latere wijzigingen, in het bijzonder artikel 2 tot 7 over de beleidsrapporten, artikel 8 tot 13 over het meerjarenplan en artikel 16 over het financieel evenwicht.
Het ministerieel besluit van 26.06.2018 tot vaststelling van de modellen en de nadere voorschriften van de beleidsrapporten, de rekeningenstelsels en de digitale rapportering van de beleids- en beheerscyclus van de lokale en de provinciale besturen, en latere wijzigingen.
De omzendbrief KBBJ/ABB 2025/1 van 18.07.2025 betreffende de strategische meerjarenplannen 2026-2031 van de lokale en provinciale besturen volgens de beleids- en beheerscyclus.
Het besluit van de raad voor maatschappelijk welzijn van 18.12.2025 houdende vaststelling van het Meerjarenplan 2026-2031 voor wat betreft het deel OCMW.
Het besluit van de gemeenteraad van 18.12.2025 houdende vaststelling van het Meerjarenplan 2026-2031 voor wat betreft het deel stad.
In de beleids- en beheerscyclus ("BBC") van de lokale besturen wordt de beleids- en financiële planning opgemaakt vanuit een meerjarig perspectief. In het eerste jaar na de gemeenteraadsverkiezingen maakt het bestuur de planning op voor de volgende 6 jaar. De nieuwe planningsperiode loopt dus van 2026 tot 2031. Het gevoerde beleid van stad en OCMW Tielt tijdens deze periode, gekoppeld aan de raming van de bijhorende ontvangsten en uitgaven, wordt vastgelegd in het Meerjarenplan 2026-2031.
Stad en OCMW maken geïntegreerde beleidsplannen op. Nochtans zijn het twee afzonderlijke rechtspersonen gebleven met elk hun eigen verplichtingen en verbintenissen, waardoor in het gezamenlijk meerjarenplan toch een duidelijk onderscheid blijft bestaan tussen de kredieten van de stad en de kredieten van het OCMW, ook al wordt het beleid van beide als één geheel voorgesteld.
De gemeenteraad en de raad voor maatschappelijk welzijn stellen dan ook elk hun deel van de meerjarenplanaanpassing vast. Het deel van het OCMW wordt daarna ter goedkeuring voorgelegd aan de gemeenteraad, waardoor de meerjarenplanaanpassing in zijn geheel geacht wordt definitief vastgesteld te zijn.
Het Meerjarenplan 2026-2031 bestaat uit een strategische nota, een financiële nota, een toelichting en een lijst met nominatieve subsidies. De bijkomende documentatie bevat een aantal aanvullende documenten en schema's die het meerjarenplan verder verduidelijken.
Het Meerjarenplan 2026-2031 van stad en OCMW Tielt is financieel in evenwicht, waarbij ook de gecorrigeerde autofinancieringsmarge positief is en het geconsolideerd financieel evenwicht van stad, OCMW en AGB Tielt gegarandeerd is.
Het ontwerp van Meerjarenplan 2026-2031 van stad en OCMW Tielt werd toegelicht en besproken in de gezamenlijke gemeenteraadscommissie van 8 december 2025.
Artikel 1
Het Meerjarenplan 2026-2031 van stad en OCMW Tielt, wordt goedgekeurd voor wat het deel OCMW betreft, zoals vastgesteld door de raad voor maatschappelijk welzijn van 18.12.2025.
Artikel 2
Het Meerjarenplan 2026-2031 van stad en OCMW Tielt, bestaande uit de strategische nota, de financiële nota, de toelichting en de nominatieve subsidies, wordt in zijn geheel definitief vastgesteld met volgende financiële evenwichten:
| Meerjarenplan 2026-2031 |
2026 | 2027 | 2028 | 2029 | 2030 | 2031 |
| Beschikbaar budgettair resultaat | 4.933.429 | 2.615.937 | 2.007.445 | 2.122.649 | 756.360 | 39.250 |
| Autofinancieringsmarge | 6.274.808 | 4.700.627 | 4.316.962 | 4.875.209 | 4.791.481 | 4.483.192 |
Artikel 3
Deze beslissing zal worden bekendgemaakt in toepassing van de artikelen 285-287 en 330 van het decreet over het lokaal bestuur.
De grondwet, in het bijzonder artikel 41, 162 en 170 §4 over de fiscale bevoegdheid van de gemeenten en de bevoegdheid van de gemeenteraad inzake het invoeren van een belasting.
Het decreet van 22.12.2017 over het lokaal bestuur, in het bijzonder artikel 2, 40 §3, eerste lid en 41.
Het gecoördineerd wetboek van inkomstenbelastingen 1992, in het bijzonder de artikelen 464 tot en met 470/2.
De omzendbrief KB/ABB/2019/2 van 15.02.2019 betreffende de gemeentefiscaliteit.
Het besluit van de gemeenteraad van Tielt van 30.01.2025 betreffende een jaarlijkse aanvullende gemeentebelasting op de personenbelasting voor de jaren 2025 tot en met 2031.
Rekening houdend met de financiële toestand van de gemeente en de wettelijke verplichting om een financieel evenwicht te handhaven, en rekening houdend met de wettelijke verplichting om op het grondgebied bepaalde taken van gemeentelijk belang op te nemen, is het gerechtvaardigd een billijke financiële tussenkomst te vragen van de inwoners van de gemeente.
Er wordt voorgesteld om deze jaarlijkse aanvullende gemeentebelasting voor de aanslagjaren 2026 tot en met 2031 vast te leggen op 7,8%.
De geraamde ontvangsten uit de aanvullende belasting op de personenbelasting zijn voorzien in het ontwerp meerjarenplan 2026-2031 op 2026/GBB-FIN/0020-00/7301000/STAD/CBS/IP-GEEN.
Artikel 1
Het besluit van de gemeenteraad van Tielt van 30.01.2025 betreffende het vaststellen van een jaarlijkse aanvullende gemeentebelasting op de personenbelasting van 7,5% voor de jaren 2025 tot en met 2031, wordt opgeheven.
Artikel 2
Voor de aanslagjaren 2026 tot en met 2031 wordt ten behoeve van de stad Tielt jaarlijks een aanvullende gemeentebelasting gevestigd op de personenbelasting ten laste van de rijksinwoners die belastbaar zijn in de gemeente op 1 januari van het aanslagjaar.
Artikel 3
De belasting wordt vastgesteld op 7,8% van de overeenkomstig artikel 466 van het wetboek van de Inkomstenbelastingen 1992 berekende grondslag voor hetzelfde aanslagjaar. Deze belasting wordt gevestigd op basis van het inkomen dat de belastingplichtige heeft verworven in het aan het aanslagjaar voorafgaande jaar.
Artikel 4
De vestiging en de inning van de gemeentelijke belasting gebeuren door het bestuur der directe belastingen, zoals bepaald in artikel 469 van het wetboek van de inkomstenbelastingen.
Artikel 5
Dit reglement treedt in werking vanaf 01.01.2026.
Artikel 6
Dit besluit zal worden bekendgemaakt overeenkomstig artikel 286 en artikel 287 van het decreet over het lokaal bestuur van 22.12.2017.
De grondwet, in het bijzonder artikel 41, 162 en 170§4 over de fiscale bevoegdheid van de gemeenten en de bevoegdheid van de gemeenteraad inzake het invoeren van een belasting.
Het decreet van 22.12.2017 over het lokaal bestuur, in het bijzonder artikel 2, artikel 40§3 en artikel 41.
De Vlaamse codex Wonen van 2021
Het decreet van 30.05.2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen, gewijzigd bij decreten van 28.05.2010, 17.02.2012 en 03.05.2024.
De omzendbrief KB/ABB/2019/2 van 15.02.2019 betreffende de gemeentefiscaliteit.
Het decreet van 22.12.2017 over het lokaal bestuur in het bijzonder artikel 369 over de reglementen in geval van vrijwillige samenvoeging van gemeenten, alsook Deel 3, Titel 3 houdende de intergemeentelijke samenwerking en artikel 40 en 41, zoals gewijzigd.
Decreet houdende maatregelen ter bestrijding en voorkoming van leegstand en verwaarlozing van bedrijfsruimten van 19.04.1995 en latere wijzigingen.
Besluit Vlaamse Codex Wonen van 2021, zoals gewijzigd.
Het besluit van de Vlaamse Regering van 14.03.2025 tot wijziging van het Besluit Vlaamse Codex Wonen van 2021, wat betreft het lokaal woonbeleid.
Besluit van de gemeenteraad van Tielt van 22.12.2022 betreffende de belasting op de verwaarlozing van woningen en gebouwen.
Besluit van de gemeenteraad van Meulebeke van 18.12.2019 betreffende de belasting de verwaarlozing van woningen en gebouwen.
De gemeenteraadsbeslissing van 05.06.2025 tot deelname aan het project lokaal woonbeleid en goedkeuring van het projectvoorstel van IGS Woondienst Regio Tielt, waarin ook de ondersteuning bij het beheer van verwaarlozingsdossiers is opgenomen.
De reglementen zoals goedgekeurd bij besluit van de gemeenteraad van Tielt van 22.12.2022 betreffende 'belasting op de verwaarlozing van woningen en gebouwen' en het besluit van de gemeenteraad van Meulebeke van 18.12.2019 betreffende 'belasting op de verwaarlozing van woningen en gebouwen' worden ingevolge de bepalingen van artikel 369 van het decreet over het lokaal bestuur van 22.12.2017 van rechtswege opgeheven m.i.v. 01.01.2026.
Rekening houdende met de financiële toestand van de gemeente en de wettelijke verplichting om een financieel evenwicht te handhaven, wordt een belasting op verwaarlozing van woningen en gebouwen ingevoerd voor de jaren 2026 tot en met 2031.
De verwaarlozing van woningen en gebouwen op het grondgebied van de gemeente vormt een bedreiging voor de leefbaarheid van buurten en dorpskernen. Door het Vlaamse beleid inzake verwaarlozing stelselmatig af te bouwen en de gewestelijke registratie en heffing af te schaffen, wordt het aan de gemeenten overgelaten om lokaal een reglementair kader te voorzien. In dat kader is het belangrijk dat de gemeente, in samenwerking met het intergemeentelijk samenwerkingsverband IGS Woondienst Regio Tielt, de nodige instrumenten in handen heeft om op te treden tegen verwaarlozing. Dit reglement voorziet in duidelijke criteria voor de vaststelling van verwaarlozing, evenals in een procedure voor registratie en eventueel bijhorende belasting. Het is wenselijk om dit reglement lokaal in te voeren, niet alleen om verloedering van het patrimonium te voorkomen, maar ook om bij te dragen aan een kwaliteitsvolle woonomgeving en een doelmatig ruimtegebruik. Een geïntegreerde aanpak die leegstand en verwaarlozing samen bestrijdt, draagt bij tot de algemene doelstellingen van het lokaal woonbeleid.
De geraamde ontvangsten uit de belasting op verwaarlozing van woningen en gebouwen worden opgenomen in het meerjarenplan 2026-2031.
De gemeenteraad beslist:
Artikel 1
Het reglement betreffende de belasting 'Verwaarlozing van woningen en gebouwen' wordt voor de jaren 2026 tot en met 2031 als volgt vastgesteld:
DOEL VAN HET REGLEMENT
Artikel 1
De stad wil met dit reglement haar rol als coördinator van het lokale woonbeleid invullen om verwaarlozing van woningen en gebouwen tegen te gaan. Verwaarlozing leidt immers tot verkrotting, veiligheids- en leefbaarheidsproblemen, waardevermindering, en een negatief effect op het straatbeeld en de buurt. Door tijdig in te grijpen, wil de stad een kwalitatieve en duurzame woonomgeving garanderen waarin panden in goede staat blijven, waardoor ook de maatschappelijke en ecologische ruimte efficiënt wordt benut.
Dit reglement bepaalt wie de belasting moet betalen, waarop ze van toepassing is, hoe het bedrag berekend wordt, en op welke manier ze wordt geïnd.
DEFINITIES
Artikel 2
In dit reglement betekent:
• Administratie: de administratieve eenheid van het intergemeentelijk samenwerkingsverband, belast met de opmaak, de opbouw, het beheer en de actualisering van het register van verwaarloosde woningen en gebouwen;
Conform artikel 2.9, van de Vlaamse Codex Wonen van 2021 draagt de gemeente de opmaak, de opbouw, het beheer en de actualisering van het verwaarlozingsregister over aan IGS Woondienst regio Tielt. IGS Woondienst regio Tielt fungeert als intergemeentelijk samenwerkingsverband. Het beslissingsorgaan van IGS Woondienst regio Tielt duidt de personeelsleden aan die onderzoeks-, controle– en vaststellingsbevoegdheden hebben. Het intergemeentelijk samenwerkingsverband voert alle taken uit voor de opmaak, de opbouw, het beheer en de actualisering van het verwaarlozingsregister.
• Beveiligde zending: één van de hiernavolgende betekeningswijzen:
o een aangetekend schrijven,
o een afgifte tegen ontvangstbewijs;
• Gebouw: elk bebouwd onroerend goed, dat zowel het hoofdgebouw als de bijgebouwen omvat, met uitsluiting van bedrijfsruimten, vermeld in artikel 2, 1° van het decreet van 19 april 1995 houdende maatregelen ter bestrijding en voorkoming van leegstand en verwaarlozing van bedrijfsruimten, zoals vermeld artikel 1.3, §1, 14° van de Vlaamse Codex Wonen van 2021;
• Houder van het zakelijk recht: de houder van één van de volgende zakelijke rechten:
o de volle eigendom,
o het recht van opstal of van erfpacht,
o het vruchtgebruik;
• Opnamedatum: de datum waarop de woning of het gebouw opgenomen wordt in het verwaarlozingsregister;
• Verjaardag: het ogenblik waarop een nieuwe periode van twaalf maanden verstreken is sinds de opnamedatum, zolang de woning of het gebouw niet uit het verwaarlozingsregister is geschrapt;
• Verwaarlozingsregister: het gemeentelijk register van verwaarloosde woningen en gebouwen, vermeld in artikel 3 van dit reglement;
• Woning: elk onroerend goed of deel ervan dat hoofdzakelijk bestemd is voor de huisvesting van een gezin of alleenstaande, zoals vermeld in artikel 1.3, §1, 66° van de Vlaamse Codex Wonen van 2021.
Hoofdstuk 1: Registratie
VERWAARLOZINGSREGISTER
Artikel 3
§1. De administratie houdt een register bij van verwaarloosde woningen en gebouwen.
§2. In het verwaarlozingsregister worden de volgende gegevens opgenomen:
1° het adres van de verwaarloosde woning of het verwaarloosde gebouw,
2° de kadastrale gegevens van de verwaarloosde woning of het verwaarloosde gebouw,
3° de identiteit en het adres van alle houders van het zakelijk recht,
4° het nummer en de datum van het opnameattest,
5° de gebreken en tekenen van verval die aanleiding geven tot de opname,
6° de eventuele ligging binnen de grenzen van een door de bevoegde overheid goedgekeurd onteigeningsplan,
7° de eventuele voorbereiding van een onteigeningsplan waarbinnen de verwaarloosde woning of het verwaarloosde gebouw zich situeert.
REGISTRATIE VAN VERWAARLOZING
Artikel 4
§1. Het college van burgemeester en schepenen stelt de personeelsleden aan voor de opsporing van verwaarloosde woningen en gebouwen. De onderzoeks-, controle- en vaststellingsbevoegdheden worden omschreven in het artikel 6 van het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen.
§2. Een gebouw, ongeacht of het dienst doet als woning, wordt beschouwd als verwaarloosd, wanneer het ernstige zichtbare en storende gebreken of tekenen van verval vertoont aan buitenmuren, voegwerk, schoorstenen, dakbedekking, dakgebinte, buitenschrijnwerk, kroonlijst of dakgoten.
Als ernstige zichtbare en storende gebreken en tekenen van verval worden beschouwd de gebreken die verder verval op korte termijn in de hand werken. Dit geldt in het bijzonder wanneer bij hoofd- en/of bijgebouw(en):
1° de water- of winddichtheid is aangetast en/of
2° de stabiliteit is aangetast en/of
3° onderdelen die losgekomen zijn of dreigen los te komen en/of
4° voorgaande gebreken met voorlopige of ontoereikende maatregelen werden verholpen.
§3. Een verwaarloosde woning of gebouw wordt opgenomen in het verwaarlozingsregister aan de hand van een genummerd opnameattest waaraan minstens één foto wordt toegevoegd. Het opnameattest bevat een beschrijvend verslag met een opsomming van alle gebreken die aanleiding geven tot de opname in het verwaarlozingsregister. De datum van de vaststelling is de datum van het opnameattest en geldt eveneens als opnamedatum in het verwaarlozingsregister.
§4. Een woning die opgenomen is in de gewestelijke inventaris van ongeschikte en onbewoonbare woningen kan eveneens opgenomen worden in het verwaarlozingsregister, en omgekeerd.
§5. Een woning die of een gebouw dat opgenomen is in het gemeentelijke leegstandsregister, kan eveneens opgenomen worden in het verwaarlozingsregister, en omgekeerd.
KENNISGEVING VAN DE REGISTRATIE
Artikel 5
Alle houders van het zakelijk recht, zoals bekend bij de administratie van het Kadaster, de Registratie en de Domeinen, worden met een beveiligde zending in kennis gesteld van de beslissing tot opname in het verwaarlozingsregister.
De kennisgeving bevat:
1° het opnameattest met het beschrijvend verslag,
2° informatie over de gevolgen van de opname in het verwaarlozingsregister,
3° informatie over de beroepsprocedure tegen de opname in het verwaarlozingsregister,
4° informatie over het schrappingsverzoek uit het verwaarlozingsregister.
De beveiligde zending wordt gericht aan de woonplaats van de houder van het zakelijk recht. Is de woonplaats van een houder van het zakelijk recht niet bekend, dan wordt de beveiligde zending gericht aan zijn verblijfplaats. Is de verblijfplaats van een houder van het zakelijk recht niet bekend, dan wordt de beveiligde zending gericht aan het adres van de woning of het gebouw waarop het opnameattest betrekking heeft.
BETWISTING EN BEROEP TEGEN REGISTRATIE
Artikel 6
§1. Binnen een termijn van dertig dagen, die ingaat de dag na de datum van de beveiligde zending vermeld in artikel 5, kan een houder van het zakelijk recht bij de administratie de beslissing tot opname in het verwaarlozingsregister betwisten. De betwisting wordt per beveiligde zending betekend, dient ondertekend te zijn en moet minimaal volgende gegevens bevatten:
1° de identiteit en het adres van de indiener,
2° de vermelding van het nummer van het opnameattest en het adres van de woning of het gebouw waarop het beroepschrift betrekking heeft,
3° de bewijsstukken die aantonen dat de opname van de woning of het gebouw in het verwaarlozingsregister ten onrechte is gebeurd. De registratie kan betwist worden met alle bewijsmiddelen van gemeen recht, uitgezonderd de eed.
Als datum van de betwisting geldt de datum van de beveiligde zending.
Als de betwisting ingediend wordt door een persoon die optreedt namens de houder van het zakelijk recht, voegt hij bij het dossier een schriftelijke machtiging tot vertegenwoordiging, tenzij hij optreedt als raadsman die ingeschreven is aan de balie als advocaat of als advocaat-stagiair.
§2. De administratie stuurt aan de indiener van de betwisting een ontvangstbevestiging.
§3. De betwisting is onontvankelijk als ze niet is ingediend overeenkomstig de bepalingen in paragraaf 1.
§4. Als de betwisting onontvankelijk is, deelt de administratie dit onverwijld mee aan de indiener. Het indienen van een aangepast of nieuwe betwisting is mogelijk zolang de beroepstermijn van §1 niet verstreken is.
§5. De administratie onderzoekt de gegrondheid van de ontvankelijke betwistingen. Het onderzoek gebeurt op stukken als de feiten vatbaar zijn voor directe, eenvoudige vaststelling. Als een onderzoek op stukken niet volstaat, wordt een feitenonderzoek uitgevoerd door de met de opsporing van verwaarloosde gebouwen en woningen belaste personeelsleden.
§6. De administratie doet uitspraak over de betwisting en betekent zijn beslissing aan de indiener ervan binnen een termijn van negentig dagen, die ingaat op de dag na de betekening van de betwisting. De uitspraak wordt per beveiligde zending betekend.
§7. Als de beslissing tot opname in het verwaarlozingsregister niet tijdig betwist wordt, of de betwisting van de houder van het zakelijk recht onontvankelijk of ongegrond verklaard wordt, blijft de woning of het gebouw opgenomen in het verwaarlozingsregister.
§8. Tegen de beslissing over de betwisting kan de zakelijk gerechtigde beroep aantekenen bij de beroepsinstantie. Het beroepschrift moet, op straffe van verval, schriftelijk worden ingediend en worden gemotiveerd alsook ondertekend. Het beroepschrift kan via duurzame drager worden ingediend indien de beroepsinstantie in deze mogelijkheid voorziet. De indiening van het beroepschrift moet, op straffe van verval, gebeuren binnen een termijn van 30 dagen te rekenen vanaf de kennisgeving van de beslissing inzake de betwisting. Van het beroepschrift wordt een ontvangstmelding verstuurd, binnen vijftien kalenderdagen na de indiening ervan. De beroepsinstantie doet uitspraak over het beroep en betekent zijn beslissing aan de indiener ervan binnen een termijn van negentig dagen, die ingaat op de dag na deze van de betekening van het beroepschrift. De uitspraak wordt per beveiligde zending betekend.
§9. Tegen de beslissing van het college van burgemeester en schepenen over het beroep tegen de registratie kan binnen een termijn van drie maanden na de kennisgeving van die beslissing een hoger beroep worden ingesteld bij de rechtbank van eerste aanleg. Indien het college geen uitspraak doet over het beroep, of zijn uitspraak niet betekent binnen de vastgestelde termijn, is een beroep bij de rechtbank van eerste aanleg mogelijk ten vroegste zes maanden na de datum van ontvangst van het beroep bij de gemeente. Artikelen 1385decies en 1385undecies van het Gerechtelijk Wetboek zijn van toepassing.
SCHRAPPING UIT HET VERWAARLOZINGSREGISTER
Artikel 7
§1. Een woning of een gebouw wordt geschrapt uit het verwaarlozingsregister wanneer de houder van het zakelijk recht bewijst dat de ernstige zichtbare en storende gebreken en tekenen van verval die aanleiding gaven tot de opname in het verwaarlozingsregister en die zijn omschreven in het beschrijvend verslag bij het opnameattest, zoals bepaald in artikel 4, §2 en §3, hersteld zijn of verwijderd. In geval van sloop moet alle puin geruimd zijn.
De beëindiging van de staat van verwaarlozing kan aangetoond worden met alle bewijsmiddelen van gemeen recht, uitgezonderd de eed. Als een onderzoek op stukken niet volstaat, wordt een feitenonderzoek uitgevoerd door de met de opsporing van verwaarloosde gebouwen en woningen belaste personeelsleden.
§2. Voor de schrapping uit het verwaarlozingsregister richt de houder van het zakelijk recht een ondertekend en gemotiveerd verzoek aan de administratie via beveiligde zending. Dit verzoek bevat:
1° de identiteit en het adres van de indiener,
2° de vermelding van het nummer van het opnameattest en het adres van de woning of het gebouw waarop de vraag tot schrapping betrekking heeft,
3° de bewijsstukken overeenkomstig §1 die aantonen dat de woning of het gebouw geschrapt mag worden uit het verwaarlozingsregister.
Als datum van het schrappingsverzoek geldt de datum van de beveiligde zending.
Als het verzoek ingediend wordt door een persoon die optreedt namens de houder van het zakelijk recht, voegt hij bij het dossier een schriftelijke machtiging tot vertegenwoordiging, tenzij hij optreedt als raadsman die ingeschreven is aan de balie als advocaat of als advocaat-stagiair.
De administratie onderzoekt of er redenen zijn tot schrapping uit het verwaarlozingsregister en neemt een beslissing binnen een termijn van 90 dagen na de ontvangst van het verzoek. De administratie brengt de verzoeker op de hoogte van haar beslissing met een beveiligde zending. Als de kennisgeving niet is gebeurd binnen de voorziene termijn, wordt het schrappingsverzoek geacht te zijn ingewilligd.
Wordt het verzoek ingewilligd, dan wordt de woning of het gebouw geschrapt uit het verwaarlozingsregister. De indieningsdatum van het schrappingsverzoek geldt als datum waarop de woning of het gebouw uit het verwaarlozingsregister wordt geschrapt.
Tegen de beslissing over het verzoek tot schrapping kan de houder van het zakelijk recht beroep aantekenen volgens de procedure, vermeld in artikel 6 §8 en artikel 6 §9.
Hoofdstuk 2: Belasting
DE BELASTBARE PERIODE
Artikel 8
De belasting wordt geheven voor de aanslagjaren 2026 tot en met 2031.
DE BELASTBARE GRONDSLAG OF HET BELASTBAAR FEIT
Artikel 9
De stad heft een belasting op:
• de woningen en gebouwen die gedurende minstens twaalf opeenvolgende maanden opgenomen zijn in het verwaarlozingsregister.
• De belasting is voor het eerst verschuldigd vanaf het ogenblik dat de woning of het gebouw gedurende twaalf opeenvolgende maanden opgenomen is in het verwaarlozingsregister.
• Zolang de woning of het gebouw niet is geschrapt uit het verwaarlozingsregister, blijft de belasting verschuldigd bij elke verjaardag van de opname.
DE BELASTINGPLICHTIGE
Artikel 10
De belasting is verschuldigd door de houder van het zakelijk recht op de verwaarloosde woning of het verwaarloosd gebouw op de verjaardag van de opname.
Ingeval er een recht van opstal, erfpacht of vruchtgebruik bestaat, is de belasting verschuldigd door de houder van dat zakelijk recht van opstal, van erfpacht of van vruchtgebruik op het ogenblik dat de belasting van het aanslagjaar verschuldigd wordt.
De overdrager van het zakelijk recht moet via beveiligde zending de verkrijger ervan in kennis stellen dat het goed is opgenomen in het verwaarlozingsregister.
Tevens moet hij per beveiligd schrijven een kopie van de notariële akte bezorgen aan de gemeente binnen twee maanden na het verlijden van de notariële akte. Deze kopie bevat minstens de volgende gegevens:
• naam en adres van de verkrijger van het zakelijk recht en zijn eigendomsaandeel;
• datum van de akte, naam en standplaats van de notaris;
• nauwkeurige aanduiding van de overgedragen woning of het overgedragen gebouw.
Bij ontstentenis van deze kennisgeving wordt de overdrager van een zakelijk recht, in afwijking van 1e alinea, als belastingschuldige beschouwd voor de eerstvolgende belasting die na de overdracht van het zakelijk recht wordt gevestigd.
HOOFDELIJKHEID
Artikel 11
Indien er meerdere houders van het zakelijk recht zijn, zijn zij allen hoofdelijk gehouden tot betaling van de totale belastingschuld. In geval er meerdere andere houders zijn van het zakelijk recht, zijn deze eveneens hoofdelijk aansprakelijk voor de betaling van de totale belastingschuld.
BEREKINGSGRONDSLAG EN TARIEF
Artikel 12
De belasting voor een verwaarloosde woning of gebouw is voor het eerst verschuldigd vanaf het ogenblik dat die woning of dat gebouw gedurende twaalf opeenvolgende maanden is opgenomen in het verwaarlozingsregister.
Zolang het gebouw of de woning niet uit het verwaarlozingsregister is geschrapt, blijft de belasting verschuldigd op het ogenblik dat een nieuwe termijn van twaalf maanden verstrijkt.
Berekening van de belasting:
Behoudens eventuele vrijstelling zijn volgende heffingen van toepassing:
· Eerste verjaardag van de inventarisatiedatum: € 1.500
· Tweede verjaardag van de inventarisatiedatum: € 3.000
· Derde verjaardag van de inventarisatiedatum: € 4.500
· Alle verjaardagen volgend op de derde verjaardag van de inventarisatiedatum: € 6.000
De tarieven zoals vermeld in het belastingreglement worden jaarlijks op 1 januari aangepast aan de evolutie van de gezondheidsindex, waarbij volgende formule wordt toegepast:
Het geïndexeerde nieuwe tarief = basistarief x nieuwe index
aanvangsindex
Basistarief = tarief zoals vermeld in het belastingreglement.
Nieuwe index is de verhoogde of verlaagde index van de maand september voorafgaand aan de indexering.
De aanvangsindex is de gezondheidsindex van de maand september 2025.
VRIJSTELLINGEN EN/OF VERMINDERINGEN
Artikel 13
§1. In enkele gevallen kan de houder van het zakelijk recht (tijdelijk) vrijgesteld worden van de heffing. De vrijstelling van heffing heeft geen impact op de opname van de woning of het gebouw op de inventaris. De anciënniteit van opname in de inventaris blijft doorlopen tijdens de periode van vrijstelling. Als de reden tot vrijstelling komt weg te vallen, zal de heffing berekend worden op basis van de begindatum van opname in de inventaris (toepassing tarief dat overeenstemt met het aantal jaren inventarisatie).
Indien hij van een bepaalde vrijstelling gebruik wenst te maken moet hij zelf de nodige bewijsstukken voorleggen aan de administratie.
§2. Van de belasting op verwaarloosde woningen en gebouwen is vrijgesteld:
1° De belastingplichtige die sinds minder dan twee jaar houder van het zakelijk recht is over de woning of het gebouw, met dien verstande dat deze vrijstelling slechts geldt voor een periode van 2 jaar vanaf de datum waarop het zakelijk recht verkregen werd via notariële akte. Dit bewijs moet geleverd worden door het voorleggen van een attest van de notaris waaruit blijkt vanaf welke datum de belastingplichtige eigenaar is geworden of door het voorleggen van een notarisakte.
Deze vrijstelling geldt niet voor:
- de overdracht aan een vennootschap die door de overdrager rechtstreeks of onrechtstreeks gecontroleerd wordt;
- de overdracht die het gevolg is van een fusie, splitsing of andere overgang ten algemene titel;
2° De belastingplichtige die de verwaarloosde woning volledig en uitsluitend gebruikt als zijn hoofdverblijfplaats en als die niet over een andere woning beschikt. Deze vrijstelling geldt gedurende de drie jaren die volgen op de verwerving van het goed en op voorwaarde dat dit de enige eigendom is die door eigenaar zelf effectief wordt bewoond.
3° Wegens overmacht, als de belastingplichtige aantoont dat de woning of het gebouw opgenomen blijft in het register van verwaarloosde woningen en gebouwen ten gevolge van een onvoorzienbare gebeurtenis onafhankelijk zijn van zijn wil. Die vrijstelling wordt verleend voor een termijn van één jaar, maar wordt jaarlijks verlengd als de overmacht aanhoudt.
4° De belastingplichtige die in een erkende ouderenvoorziening verblijft. Het bewijs van het verblijf wordt geleverd door de erkende ouderenvoorziening waar de belastingplichtige verblijft, met dien verstande dat deze vrijstelling geldt voor een periode van twee jaar volgend op de datum van opname en slechts geldt voor de woning die laatst bewoond werd door de belastingplichtige voor de opname in een erkende ouderenvoorziening.
5° De belastingplichtige die een gedetailleerd renovatieschema voorlegt met daarin tekeningen en een opsomming van de werken, waaruit blijkt dat hij de nodige renovatiewerken zal uitvoeren.
Het gedetailleerde renovatieschema bevat al de volgende stukken:
- een tekening of schets van de woning of het gebouw met aanduiding van de geplande werken;
- een volledige opsomming en korte beschrijving van alle geplande werken;
- een raming van de kosten van de geplande werken via een van de volgende stukken;
- een offerte voor de levering en plaatsing van materialen door een aannemer;
- een offerte voor de levering van materialen als de werken in eigen beheer worden uitgevoerd;
- een combinatie van beide offertes;
- een fotoreportage van de delen van de woning of het gebouw die gerenoveerd worden;
- Deze vrijstelling wordt telkens verleend voor een periode van 1 jaar en kan per houder van het zakelijk recht voor hetzelfde pand ten hoogste 2 opeenvolgende belastingjaren verkregen worden;
- Voor de toepassing van deze vrijstelling wordt sloop die gevolgd wordt door vervangingsbouw gelijkgesteld met renovatiewerken.
6° De belastingplichtige die houder van het zakelijk recht is over meerdere woningen en/of gebouwen die hij of zij tegelijk wil slopen, verbouwen of renoveren om economische en praktische efficiëntieredenen. Deze vrijstelling kan ten hoogste 2 opeenvolgende belastingjaren verleend worden, voor zover de belastingplichtige een gedetailleerde planning voorlegt voor de uit te voeren sloop-, verbouwings- of renovatiewerken.
Om deze vrijstelling te vernieuwen moet de belastingplichtige in de loop van het jaar voorafgaand aan de vernieuwing mondeling of schriftelijk rapporteren over de voortgang van de voorbereidingen en de werken op het lokaal woonoverleg. Indien hij geen deel uitmaakt van het woonoverleg, wordt hij voor dit punt jaarlijks uitgenodigd. Het woonoverleg formuleert een advies voor het college van burgemeester en schepenen over de vrijstelling voor het betreffende belastingjaar. Als er geen of onvoldoende voortgang blijkt om de verwaarlozing binnen de 2 jaar weg te werken, wordt geen nieuwe vrijstelling verleend.
§3. Een vrijstelling wordt verleend indien de woning of het gebouw:
1° Gelegen is binnen de grenzen van een door de bevoegde overheid goedgekeurd onteigeningsplan, of geen voorwerp meer kan uitmaken van een stedenbouwkundige vergunning of omgevingsvergunning omdat een voorlopig of definitief onteigeningsplan is vastgesteld.
2° Vernield of beschadigd werd ten gevolge van een plotse ramp, met dien verstande dat deze vrijstelling maximum drie opeenvolgende belastingjaren kan worden verleend, te rekenen vanaf de datum van de vernieling of beschadiging. Onder een ramp wordt verstaan elke gebeurtenis die uiterlijk waarneembare schade veroorzaakt aan de woning of het gebouw, waardoor de bewoning van de woning of het gebruik van het gebouw geheel of ten dele onmogelijk wordt.
WIJZE VAN INNING EN BETALING
Artikel 14
De belasting wordt ingevorderd bij wege van een kohier dat vastgesteld en uitvoerbaar verklaard wordt door het college van burgemeester en schepenen.
De belasting moet betaald worden binnen twee maanden na de verzending van het aanslagbiljet.
BEZWAARMOGELIJKHEID
Artikel 15
De belastingschuldige (of zijn vertegenwoordiger) kan bezwaar indienen tegen de belastingaanslag.
De indiening van het bezwaarschrift moet, op straffe van verval, gebeuren binnen een termijn van 3 maanden te rekenen vanaf de derde werkdag volgend op de datum van verzending van het aanslagbiljet of vanaf de kennisgeving van de aanslag.
Van het bezwaarschrift wordt een ontvangstmelding verstuurd, binnen vijftien kalenderdagen na de indiening ervan.
Dit gebeurt bij het college van burgemeester en schepenen, volgens de regels van het decreet van 30 mei 2008 over het heffen, innen en betwisten van provincie- en gemeentebelastingen.
INWERKTREDING
Artikel 16
Dit reglement treedt in werking op 1 januari 2026 en heft op en vervangt vanaf die dag het gemeentelijk reglement van 05.12.2019 (index 22.12.2022) voor wat grondgebied Tielt betreft en het gemeentelijk reglement van 18.12.2019 voor wat grondgebied Meulebeke betreft.
Woningen en gebouwen die opgenomen zijn in het gemeentelijk verwaarlozingsregister voor die datum blijven opgenomen met dezelfde opnamedatum.
Vrijstellingen die toegekend zijn op basis van die aangehaalde reglementen blijven geldig voor de duurtijd die in dat reglement is voorzien.
BEKENDMAKING
Artikel 17
Dit reglement wordt bekendgemaakt via de website van de stad.
Artikel 2
Dit reglement treedt in werking op 01.01.2026.
Artikel 3
Dit besluit zal worden bekendgemaakt overeenkomstig artikel 286 en artikel 287 van het decreet over het lokaal bestuur van 22.12.2017.
De grondwet, in het bijzonder artikel 41, 162 en 170§4 over de fiscale bevoegdheid van de gemeenten en de bevoegdheid van de gemeenteraad inzake het invoeren van een belasting.
De Vlaamse codex Wonen van 2021.
Het decreet van 22.12.2017 over het lokaal bestuur, in het bijzonder artikel 2, artikel 40§3 en artikel 41.
Het decreet van 30.05.2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen, gewijzigd bij decreten van 28.05.2010, 17.02.2012 en 03.05.2024.
De omzendbrief KB/ABB/2019/2 van 15.02.2019 betreffende de gemeentefiscaliteit.
Het decreet van 22.12.2017 over het lokaal bestuur in het bijzonder artikel 369 over de reglementen in geval van vrijwillige samenvoeging van gemeenten; alsook Deel 3, Titel 3 houdende de intergemeentelijke samenwerking, zoals gewijzigd.
Besluit Vlaamse Codex Wonen van 2021, zoals gewijzigd.
Decreet houdende maatregelen ter bestrijding en voorkoming van leegstand en verwaarlozing van bedrijfsruimten van 19.04.1995.
Decreet betreffende de omgevingsvergunning van 25.04.2014 inzonderheid artikel 6.
Het besluit van de Vlaamse Regering van 14.03.2025 tot wijziging van het Besluit Vlaamse Codex Wonen van 2021, wat betreft het lokaal woonbeleid.
Besluit van de gemeenteraad van Tielt van 22.12.2022 betreffende de belasting op de leegstand en onafgewerktheid van woningen en gebouwen.
Besluit van de gemeenteraad van Meulebeke van 08.06.2022 betreffende de belasting op de leegstand en onafgewerktheid van woningen en gebouwen.
In de gemeenteraad van Tielt van 22.12.2022 werd het reglement 'belasting op de leegstand en onafgewerktheid van woningen en gebouwen' goedgekeurd.
In de gemeenteraad van Meulebeke van 08.06.2022 werd het reglement 'belasting op de leegstand en onafgewerktheid van woningen en gebouwen' goedgekeurd.
De reglementen zoals goedgekeurd bij besluit van de gemeenteraad van Tielt van 22.12.2022 betreffende 'belasting op de leegstand en onafgewerktheid van woningen en gebouwen' en het besluit van de gemeenteraad van Meulebeke van 08.06.2022 betreffende 'belasting op de leegstand en onafgewerktheid van woningen en gebouwen' worden ingevolge de bepalingen van artikel 369 van het decreet over het lokaal bestuur van 22.12.2017 van rechtswege opgeheven m.i.v. 01.01.2026.
Deze belasting wordt ingevoerd rekening houdende met de financiële toestand van de gemeente en de wettelijke verplichting om een financieel evenwicht te handhaven en omdat het billijk is.
De Vlaamse Codex Wonen geeft gemeenten een sleutelrol in het lokaal woonbeleid. Als overheidsniveau dat het dichtst bij de burger staat, hebben gemeenten de bevoegdheid én de verantwoordelijkheid om actief werk te maken van een kwaliteitsvol en betaalbaar woningaanbod. Eén van de instrumenten die daarbij ter beschikking staan, is het gemeentelijk leegstandsbeleid. Gemeenten kunnen een reglement vaststellen waarin ze vastleggen hoe leegstand wordt geïdentificeerd en vastgesteld, welke uitzonderingen er mogelijk zijn, en welke gevolgen de registratie kan hebben.
Voor gemeenten die deelnemen aan een intergemeentelijk samenwerkingsverband rond wonen en daarvoor Vlaamse subsidies ontvangen, is het bovendien verplicht om een leegstandsregister op te maken en actueel te houden. Binnen de regio Tielt engageerde ons lokaal bestuur zich om deel te nemen aan het project lokaal woonbeleid, waarbij onder meer het leegstandsregister opgezet en beheerd wordt door IGS Woondienst Regio Tielt.
Een actueel leegstandsreglement is dan ook noodzakelijk om aan deze verplichting te voldoen. Maar het is tegelijk ook een belangrijk beleidsinstrument: langdurige leegstand kan het straatbeeld en de leefomgeving negatief beïnvloeden, en staat haaks op het principe van een efficiënt gebruik van het bestaande woningen- en gebouwenbestand. Door leegstand op te volgen, in kaart te brengen en in bepaalde gevallen te belasten, wordt een activerend signaal gegeven aan eigenaars om panden opnieuw in gebruik te nemen of op de markt te brengen. Tegelijk bevat het reglement ook een aantal vrijstellingsgronden, afgestemd op de noden binnen de gemeente en op de beleidsdoelstellingen die lokaal worden nagestreefd.
Tot slot moet ook rekening gehouden worden met de financiële context waarin het gemeentelijk beleid wordt gevoerd. Een reglementair kader dat helder, werkbaar en handhaafbaar is, draagt bij tot een doeltreffende en efficiënte aanpak van leegstand binnen de gemeente en de regio.
Het ontwerp van reglement wordt ter goedkeuring aan de gemeenteraad voorgelegd.
De geraamde ontvangsten uit de belasting op leegstand en onafgewerktheid van woningen en gebouwen worden opgenomen in het meerjarenplan 2026-2031.
De gemeenteraad beslist:
Artikel 1
Het reglement betreffende de registratie en de belasting op leegstand en onafgewerktheid van woningen en gebouwen wordt voor de jaren 2026 tot en met 2031 als volgt vastgesteld:
DOEL VAN HET REGLEMENT
DEFINITIES
Artikel 2
Voor de toepassing van dit reglement gelden de begripsomschrijvingen van het artikel 1.3 van de Vlaamse Codex Wonen van 2021.
In dit reglement wordt verstaan onder:
1° administratie: de gemeentelijke administratieve eenheid en/of het intergemeentelijke samenwerkingsverband dat door het gemeentebestuur wordt belast met de opmaak, de opbouw, het beheer en de actualisering van het leegstandsregister.
Conform artikel 2.9, van de Vlaamse Codex Wonen van 2021 draagt de gemeente de opmaak, de opbouw, het beheer en de actualisering van het leegstandsregister over aan IGS Woondienst regio Tielt. IGS Woondienst regio Tielt fungeert als intergemeentelijk samenwerkingsverband. Het beslissingsorgaan van IGS Woondienst regio Tielt duidt de personeelsleden aan die onderzoeks-, controle– en vaststellingsbevoegdheden hebben. Het intergemeentelijk samenwerkingsverband voert alle taken uit voor de opmaak, de opbouw, het beheer en de actualisering van het leegstandsregister.
2° beroepsinstantie: het college van burgemeester en schepenen.
3° beveiligde zending: één van de hiernavolgende betekeningswijzen:
a) een aangetekend schrijven;
b) een afgifte tegen ontvangstbewijs;
4° gebouw: elk bebouwd onroerend goed, dat zowel het hoofdgebouw als de bijgebouwen omvat, met uitsluiting van bedrijfsruimten, vermeld in artikel 2, 1°, van het decreet van 19 april 1995 houdende maatregelen ter bestrijding en voorkoming van leegstand en verwaarlozing van bedrijfsruimten.
5° kamer: een woning waarin een toilet, een bad of douche of een kookgelegenheid ontbreken en waarvan de bewoners voor een of meer van die voorzieningen aangewezen zijn op de gemeenschappelijke ruimten in of aansluitend bij het gebouw waarvan de woning deel uitmaakt.
6° Leegstaand gebouw: een gebouw waarvan meer dan de helft van de totale vloeroppervlakte niet overeenkomstig de functie van het gebouw wordt aangewend gedurende een termijn van ten minste twaalf opeenvolgende maanden. Hierbij wordt geen rekening gehouden met woningen die deel uitmaken van het gebouw.
De functie van het gebouw is deze die overeenkomt met een voor het gebouw of voor gedeelten daarvan uitgereikte omgevingsvergunning of meldingsakte als vermeld in artikel 6 van het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning. Bij een gebouw waarvoor geen vergunning of melding voorhanden is, of waarvan de functie niet duidelijk uit een vergunning of melding blijkt, wordt deze functie afgeleid uit het gewoonlijk gebruik van het gebouw voorafgaand aan het vermoeden van leegstand, zoals dat blijkt uit aangiften, akten of bescheiden.
Een gebouw dat in hoofdzaak gediend heeft voor een economische activiteit, vermeld in artikel 2, 2°, van het decreet van 19 april 1995 houdende maatregelen ter bestrijding en voorkoming van leegstand en verwaarlozing van bedrijfsruimten, wordt niet beschouwd als leegstaand zolang de oorspronkelijke beoefenaar van deze activiteit een gedeelte van het gebouw bewoont en dat gedeelte niet afsplitsbaar is. Een gedeelte is eerst afsplitsbaar indien het na sloping van de overige gedeelten kan worden beschouwd als een afzonderlijke woning die voldoet aan de bouwfysische vereisten.
7° leegstaande woning:
Een woning die gedurende een termijn van ten minste twaalf opeenvolgende maanden niet aangewend wordt in overeenstemming met de woonfunctie die blijkt uit een omgevingsvergunning of meldingsakte als vermeld in artikel 6 van het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning die voor die woning is uitgereikt. Bij een woning waarvoor er geen vergunning of melding is, of waarvan de functie niet duidelijk blijkt uit een vergunning of melding, wordt de functie afgeleid uit het gewoonlijk gebruik van de woning dat voorafging aan het vermoeden van leegstand, zoals dat blijkt uit aangiften, akten of bescheiden.
8° leegstandsregister: het gemeentelijk register van leegstaande gebouwen en woningen, zoals vermeld in artikel 2.9 van de Vlaamse Codex Wonen van 2021.
9° leegstand bij nieuwbouw: een nieuw gebouw of een nieuwe woning wordt als een leegstaand gebouw of een leegstaande woning beschouwd indien dat gebouw of die woning binnen zeven jaar na de afgifte van een omgevingsvergunning voor stedenbouwkundige handelingen in laatste administratieve aanleg niet aangewend wordt overeenkomstig zijn functie.
10° opnamedatum: de datum waarop het gebouw of de woning in het leegstandsregister wordt opgenomen.
11° verjaardag: het ogenblik van het verstrijken van elke nieuwe periode van twaalf maanden vanaf de opnamedatum, zolang het gebouw of de woning niet uit het leegstandsregister is geschrapt.
12° woning: elk onroerend goed of deel ervan dat hoofdzakelijk bestemd is voor de huisvesting van een gezin of alleenstaande.
13° Houder van het zakelijk recht: de persoon of de personen met een recht van volle eigendom, opstal, erfpacht of vruchtgebruik met betrekking tot een gebouw of een woning.
14° Kernwinkelgebied: panden gelegen in de as Kortrijkstraat – Markt – 1ste deel van de Ieperstraat (van huisnummer 1 tot en met huisnummer 9 en van huisnummer 2 tot en met huisnummer 16) - Bruggestraat van Markt tot aan Kerkstraat (tot en met huisnummer 28 en tot en met huisnummer 35).
15° economische activiteit: iedere industriële, ambachtelijke, handels-, diensten-, landbouw-of tuinbouw-, opslag of administratieve activiteit; cf. art. 2.2. van het decreet houdende maatregelen ter bestrijding en voorkoming van leegstand en verwaarlozing van bedrijfsgebouwen, dd. 19 april 1995, met latere wijzigingen.
Hoofdstuk 1: Leegstandsregistratie
LEEGSTANDSREGISTER
Artikel 3
§1. De administratie houdt een leegstandsregister bij. Het leegstandsregister bestaat uit twee afzonderlijke lijsten:
1° een lijst “leegstaande gebouwen”.
2° een lijst “leegstaande woningen”.
Een woning die geïnventariseerd is als ongeschikt en/of onbewoonbaar, wordt niet opgenomen in het leegstandsregister.
§2. In het leegstandsregister worden de volgende gegevens opgenomen:
1° het adres van de leegstaande woning of het leegstaande gebouw.
2° de kadastrale gegevens van de leegstaande woning of het leegstaande gebouw.
3° de identiteit en het (de) adres(sen) van de houder(s) van het zakelijk recht.
4° het nummer en de datum van de administratieve akte.
5° de indicatie of indicaties die aanleiding hebben gegeven tot de opname.
REGISTRATIE VAN LEEGSTAND
Artikel 4
§1. De door het beslissingsorgaan van het intergemeentelijk samenwerkingsverband met de opsporing van leegstand belaste personeelsleden bezitten de onderzoeks-, controle- en vaststellingsbevoegdheden, vermeld in artikel 6 van het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen.
§2. Een leegstaand gebouw of een leegstaande woning wordt opgenomen in het leegstandsregister aan de hand van een genummerde administratieve akte, waarbij één of meerdere foto’s en een beschrijvend verslag, met vermelding van de indicaties die de leegstand staven, gevoegd worden. De datum van de administratieve akte geldt als de datum van de vaststelling van de leegstand en geldt als opnamedatum.
§3. De leegstand wordt beoordeeld op basis van meerdere objectieve indicaties zoals vermeld in de volgende lijst:
• het ontbreken van een inschrijving in het bevolkingsregister op het adres van de woning;
• het langdurig aanbieden van het gebouw of van de woning als “te huur” of “te koop”;
• het ontbreken van aansluitingen op nutsvoorzieningen;
• een volle brievenbus gedurende lange tijd;
• een verwaarloosde of slecht onderhouden tuin of omgeving (lang gras, onverzorgd, ….);
• rolluiken die langdurig neergelaten zijn;
• het ontbreken van een aangifte als tweede verblijf;
• de onmogelijkheid om het gebouw of de woning te betreden, bijvoorbeeld door een geblokkeerde toegang;
• dichtgemaakte of opgeheven raamopeningen (dicht geplakt, dicht geschilderd);
• vernielingen aan of in de woning of aan de omgeving van de woning;
• ernstig vervuild glaswerk of buitenschrijnwerk;
• de woning is niet bemeubeld;
• een dermate laag verbruik van de nutsvoorziening dat een gebruik als woning of een gebruik overeenkomstig de functie van het gebouw kan worden uitgesloten;
• de vermindering van het kadastraal inkomen overeenkomstig artikel 15 van het Wetboek van Inkomstenbelastingen 1992;
• getuigenissen: verklaringen van omwonende(n), postbode, wijkagent.
KENNISGEVING VAN REGISTRATIE
Artikel 5
De houder(s) van het zakelijk recht wordt per beveiligde zending in kennis gesteld van de beslissing tot opname in het leegstandsregister. De kennisgeving bevat:
• de administratieve akte met inbegrip van het beschrijvend verslag.
• informatie over de gevolgen van de opname in het leegstandsregister.
• Informatie met betrekking tot de beroepsprocedure tegen de opname in het leegstandsregister.
• informatie over de mogelijkheid tot schrapping uit het leegstandsregister.
BETWISTING EN BEROEP TEGEN REGISTRATIE
Artikel 6
§1. Binnen een termijn van dertig dagen, ingaand de dag na deze van de betekening van het schrijven, vermeld in artikel 5, kan een houder van het zakelijk recht bij de administratie de beslissing tot opname in het leegstandsregister betwisten. De betwisting wordt per beveiligde zending betekend. De betwisting moet ondertekend zijn en moet minimaal volgende gegevens bevatten:
• de identiteit en het adres van de indiener;
• de vermelding van het nummer van de administratieve akte en het adres van het gebouw of de woning waarop het beroepschrift betrekking heeft;
• de bewijsstukken die aantonen dat de opname van het gebouw of de woning in het leegstandsregister ten onrechte is gebeurd. De vaststelling van de leegstand kan betwist worden met alle bewijsmiddelen van gemeen recht, uitgezonderd de eed;
Als datum van het beroepschrift wordt de datum van de beveiligde zending gehanteerd .
Als de betwisting ingediend wordt door een persoon die optreedt namens de houder van het zakelijk recht, voegt hij bij het dossier een schriftelijke machtiging tot vertegenwoordiging, tenzij hij optreedt als raadsman die ingeschreven is aan de balie als advocaat of als advocaat-stagiair.
§2. Zolang de indieningstermijn van dertig dagen niet verstreken is, kan een vervangende betwisting ingediend worden, waarbij de eerdere betwisting als ingetrokken wordt beschouwd.
§3. Aan de indiener van een betwisting wordt een ontvangstbevestiging verstuurd.
§4. De betwisting is alleen onontvankelijk:
• als dit te laat is ingediend of niet is ingediend overeenkomstig de bepalingen in paragraaf 1, of;
• als dit niet uitgaat van een houder van het zakelijk recht, of;
• als dit niet is ondertekend.
§5. Als de betwisting onontvankelijk is, deelt de administratie dit onverwijld mee aan de indiener. Het indienen van een aangepast of nieuwe betwisting is mogelijk zolang de beroepstermijn van §1 niet verstreken is.
§6. De administratie onderzoekt de gegrondheid van de ontvankelijke betwistingen op stukken als de feiten vatbaar zijn voor directe, eenvoudige vaststelling of met een feitenonderzoek, dat uitgevoerd wordt door het met de opsporing van leegstaande gebouwen en woningen belaste personeelslid. De betwisting wordt geacht ongegrond te zijn als de toegang tot een gebouw of een woning geweigerd of verhinderd wordt voor het feitenonderzoek.
§7. De administratie doet uitspraak over de betwisting en betekent zijn beslissing aan de indiener ervan binnen een termijn van negentig dagen, die ingaat op de dag na deze van de betekening van de betwisting. De uitspraak wordt per beveiligde zending betekend aan de indiener van de betwisting.
§8. Als de beslissing tot opname in het leegstandsregister niet tijdig betwist wordt, of de betwisting van de houder van het zakelijk recht onontvankelijk of ongegrond verklaard wordt, neemt de administratie het gebouw of de woning in het leegstandsregister op vanaf de datum van de vaststelling van de leegstand.
§9. Tegen de beslissing over de betwisting kan de zakelijk gerechtigde beroep aantekenen bij de beroepsinstantie. Het beroepschrift moet, op straffe van verval, schriftelijk worden ingediend en worden gemotiveerd alsook ondertekend.
Het beroepschrift kan via duurzame drager worden ingediend indien de beroepsinstantie in deze mogelijkheid voorziet.
De indiening van het beroepschrift moet, op straffe van verval, gebeuren binnen een termijn van 30 dagen te rekenen vanaf de kennisgeving van de beslissing inzake de betwisting.
Van het beroepschrift wordt een ontvangstmelding verstuurd, binnen vijftien kalenderdagen na de indiening ervan.
De beroepsinstantie doet uitspraak over het beroep en betekent zijn beslissing aan de indiener ervan binnen een termijn van negentig dagen, die ingaat op de dag na deze van de betekening van het beroepschrift. De uitspraak wordt per beveiligde zending betekend.
§10. Tegen de beslissing van het college van burgemeester en schepenen over het beroep tegen de registratie kan binnen een termijn van drie maanden na de kennisgeving van die beslissing een hoger beroep worden ingesteld bij de rechtbank van eerste aanleg. Indien het college geen uitspraak doet over het beroep, of zijn uitspraak niet betekent binnen de termijn vermeld in §6, is een beroep bij de rechtbank van eerste aanleg mogelijk ten vroegste zes maanden na de datum van ontvangst van het beroep bij de gemeente. Artikelen 1385decies en 1385undecies van het Gerechtelijk Wetboek zijn van toepassing.
SCHRAPPING UIT HET LEEGSTANDSREGISTER
Artikel 7
§1. Een woning wordt uit het leegstandsregister geschrapt als een houder van het zakelijk recht bewijst dat de woning gedurende een termijn van ten minste zes opeenvolgende maanden aangewend wordt overeenkomstig de woonfunctie.
De datum van schrapping is de eerste dag van de aanwending overeenkomstig de functie. Het effectief gebruik zal blijken uit de inschrijvingen in de bevolkingsregisters of desgevallend na een onderzoek ter plaatse.
Een gebouw wordt uit het leegstandsregister geschrapt als een houder van het zakelijk recht bewijst dat meer dan de helft van de totale vloeroppervlakte overeenkomstig de functie, vermeld in artikel 2, 6°, aangewend wordt gedurende een termijn van ten minste zes opeenvolgende maanden.
De datum van schrapping is de eerste dag van de aanwending overeenkomstig de functie. De administratie stelt deze aanwending vast via administratieve data of desgevallend na een onderzoek ter plaatse.
Een gebouw met een economische functie wordt uit het leegstandsregister geschrapt als een houder van het zakelijk recht bewijst dat meer dan de helft van de totale vloeroppervlakte overeenkomstig de functie, vermeldt in artikel 2, 6°, aangewend wordt gedurende een termijn van ten minste 6 opeenvolgende maanden.
§2. Voor de schrapping uit het leegstandsregister richt de houder van het zakelijk recht een gemotiveerd verzoek aan de administratie via beveiligde zending. Dit verzoek bevat:
• de identiteit en het adres van de indiener;
• de vermelding van het nummer van de administratieve akte en het adres van het gebouw of de woning waarop de vraag tot schrapping betrekking heeft;
• de bewijsstukken overeenkomstig §1 die aantonen dat de woning of het gebouw geschrapt mag worden uit het leegstandsregister;
Als datum van het verzoek wordt de datum van de aangetekende verzending gehanteerd.
De administratie onderzoekt of er redenen zijn tot schrapping uit het leegstandsregister en neemt een beslissing binnen een termijn 90 dagen na de ontvangst van het verzoek. De administratie brengt de verzoeker op de hoogte van haar beslissing met een beveiligde zending.
Tegen de beslissing over het verzoek tot schrapping kan de houder van het zakelijk recht beroep aantekenen volgens de procedure, vermeld in artikel 6 §9 en artikel 6 §10.
Hoofdstuk 2. Belasting
DE BELASTBARE PERIODE
Artikel 8
De belasting wordt geheven voor de aanslagjaren 2026 tot en met 2031.
DE BELASTBARE GRONDSLAG OF HET BELASTBAAR FEIT
Artikel 9
De stad heft een belasting op:
• de woningen en gebouwen die opgenomen zijn in het leegstandsregister. De definities van woningen, gebouwen, leegstaande woning, leegstaand gebouw en leegstandsregister zijn omschreven in artikel 2.
• De belasting voor een leegstaande woning of een leegstaand gebouw is voor het eerst verschuldigd vanaf het ogenblik dat die woning of dat gebouw gedurende twaalf opeenvolgende maanden is opgenomen in het leegstandsregister.
• Zolang het gebouw of de woning niet uit het leegstandsregister is geschrapt, blijft de belasting verschuldigd op het ogenblik dat een nieuwe termijn van twaalf maanden verstrijkt.
DE BELASTINGPLICHTIGE
Artikel 10
De belastingplichtige is de houder van het zakelijk recht over het leegstaande gebouw of de leegstaande woning op de verjaardag van de inventarisatiedatum.
HOOFDELIJKHEID
Artikel 11
De mede-eigenaars zijn hoofdelijk aansprakelijk voor de betaling van de belasting. In geval er meerdere andere houders zijn van het zakelijk recht, zijn deze eveneens hoofdelijk aansprakelijk voor de betaling van de totale belastingschuld.
BEREKINGSGRONDSLAG EN TARIEF OF AANSLAGVOET
Artikel 12
§1 De belasting bedraagt:
- € 1.500 voor een leegstaande woning / gebouw;
- € 900 voor een leegstaande kamer.
Als het gebouw of de woning een tweede opeenvolgende termijn van twaalf maanden in het leegstandsregister staat, bedraagt de belasting:
- € 3.000 voor een leegstaande woning / gebouw
- € 1.800 voor een leegstaande kamer
Als het gebouw of de woning een derde opeenvolgende termijn van twaalf maanden in het leegstandsregister staat, bedraagt de belasting:
- € 4.500 voor een leegstaande woning / gebouw
- € 2.700 voor een leegstaande kamer
Als het gebouw of de woning een vierde of latere opeenvolgende termijn van twaalf maanden in het leegstandsregister staat, bedraagt de belasting:
- € 6.000 voor een leegstaande woning / gebouw
- € 3.600 voor een leegstaande kamer
§2 1°Indien de belasting een leegstaand gebouw uit het kernwinkelgebied van de stad Tielt betreft; zijn volgende heffingen van toepassing:
• Eerste verjaardag van de inventarisatiedatum: € 3.000
• Tweede verjaardag van de inventarisatiedatum: € 4.500
• Derde verjaardag van de inventarisatiedatum: € 6.000
• Alle verjaardagen volgend op de derde verjaardag van de inventarisatiedatum: € 7.500
2° Een belastingvermindering van 2.000€ op de heffing is evenwel mogelijk indien de etalage van het desbetreffende gebouw gedurende het ganse aanslagjaar op een kwalitatieve, aantrekkelijke wijze in gebruik is door een beoefenaar van een economische activiteit of kunstenaar.
De belastingplichtige dient hiertoe een kopie van de afgesloten overeenkomst tussen de beide partijen en een fotodossier aan de gemeentelijke administratie te bezorgen. De toekenning van deze belastingvermindering behoort tot de bevoegdheid van het schepencollege.
§3 De tarieven zoals vermeld in het belastingreglement worden jaarlijks op 1 januari aangepast aan de evolutie van de gezondheidsindex, waarbij volgende formule wordt toegepast:
Het geïndexeerde nieuwe tarief = basistarief x nieuwe index
aanvangsindex
Basistarief = tarief zoals vermeld in het belastingreglement.
Nieuwe index is de verhoogde of verlaagde index van de maand september voorafgaand aan de indexering.
De aanvangsindex is de gezondheidsindex van de maand september 2025.
VRIJSTELLINGEN EN/OF VERMINDERINGEN
Artikel 13
§1. De houder van het zakelijk recht kan een beroep doen op de vrijstellingen vermeld in §2. Indien hij van een bepaalde vrijstelling gebruik wenst te maken, moet hij zelf de nodige bewijsstukken voorleggen. Een vrijstelling van de belasting kan aangevraagd worden via beveiligde zending bij de administratie.
Let wel: in de periode van de vrijstelling blijft de woning wel geïnventariseerd. Indien op het einde van deze vrijstelling, het gebouw en/of woning niet uit de inventaris is geschrapt, of indien de houder van het zakelijk recht niet in aanmerking komt voor een aanvullende vrijstelling voor het lopende aanslagjaar, wordt de houder van het zakelijk recht een belasting opgelegd die overeenkomt met het lopende bedrag dat de belastingplichtige verschuldigd zou zijn mocht hij het lopende dienstjaar geen vrijstelling genoten hebben.
Een beroep tegen de beslissing over een aanvraag tot vrijstelling kan ingediend worden bij de beroepsinstantie overeenkomstig de procedure, vermeld in artikel 6 §9.
§2. Van de leegstandsbelasting vrijgesteld is de belastingplichtige:
1° die in een erkende ouderenvoorziening verblijft. Het bewijs van het verblijf wordt geleverd door de erkende ouderenvoorziening waar de belastingplichtige verblijft, met dien verstande dat deze vrijstelling geldt voor een periode van twee jaar volgend op de datum van opname en slechts geldt voor de woning die laatst bewoond werd door de belastingplichtige voor de opname in een erkende ouderenvoorziening.
2° die voor een langdurig verblijf werd opgenomen in een psychiatrische instelling of in een ziekenhuis. Het bewijs van het langdurig verblijf wordt geleverd door de instelling of het ziekenhuis waar de belastingplichtige verblijft, met dien verstande dat deze vrijstelling geldt voor een periode van twee jaar volgend op de datum van opname en slechts geldt voor de woning die laatst bewoond werd door de belastingplichtige voor de opname in een psychiatrische instelling of ziekenhuis.
3° die recent een zakelijk recht heeft verkregen over de woning of het gebouw, en dat voor een periode van twee jaar die volgt op de volledige overdracht van het gebouw of de woning; Deze vrijstelling geldt niet voor overdrachten aan:
a. vennootschappen waarin de vroegere zakelijk gerechtigde rechtstreeks of onrechtstreeks participeert.
b. Vzw’s waar de zakelijk gerechtigde lid van is.
4° van wie de handelingsbekwaamheid wordt beperkt door een gerechtelijke beslissing, en dat voor een periode van één jaar die volgt op de gerechtelijke beslissing.
5° die aantoont dat hij geen einde aan de leegstand kan maken wegens een situatie van overmacht.
6° de VMSW of de door de VMSW erkende sociale huisvestingsmaatschappijen, de gemeenten en het OCMW;
Wat betreft de erkende sociale woonmaatschappijen:
- onbeperkte vrijstelling voor de woningen, waaraan een renovatie, herbouw of sloopdossier aan gekoppeld is (via een aanmelding bij de VMSW).
- een aanvullende vrijstelling van 1 jaar (bovenop andere vrijstellingsregimes) voor wat betreft onverhuurbare woningen en woningen in een onbeheerde nalatenschap.
- een aanvullende vrijstelling van 2 jaar (bovenop andere vrijstellingsregimes) voor wat betreft nieuwgebouwde sociale koopwoningen.
Wat betreft de gemeenten en het OCMW:
- onbeperkte vrijstelling voor zover het panden betreft die het voorwerp uitmaken van een intentieverklaring en/of een huidig/toekomstig project met het oog op het realiseren van kwalitatieve woningen binnen een meer kwalitatieve woonomgeving.
7° van wie het pand binnen de grenzen ligt van een door de bevoegde overheid goedgekeurd onteigeningsplan of waarvoor geen omgevingsvergunning meer wordt afgeleverd omdat een onteigeningsplan wordt voorbereid.
8° van wie het pand niet gebruikt kan worden door een betredingsverbod of een verzegeling in het kader van een gerechtelijk onderzoek.
9° van wie het pand vernield of beschadigd is door een plotse ramp die zich heeft voorgedaan onafhankelijk van de wil van de belastingplichtige, en dit voor een periode van drie opeenvolgende jaren die volgt op de datum van de ramp.
10° die renovatiewerken uitvoert aan de woning of het gebouw, waarvoor al dan niet een omgevingsvergunning vereist is:
• Indien het niet-vergunningsplichtige renovatiewerken betreft, kan een vrijstelling worden toegekend, op voorwaarde dat de eigenaar een renovatieschema of -nota voorlegt met een beschrijving en opsomming, offertes,… van de geplande werken, waaruit blijkt dat het pand effectief wordt gerenoveerd. Deze vrijstelling wordt telkens verleend voor een periode van 1 jaar en kan per houder van het zakelijk recht voor hetzelfde pand ten hoogste 2 opeenvolgende belastingjaren verkregen worden.
• Indien het vergunningsplichtige werken betreft voor stabiliteitswerken of sloop/heropbouw, geldt een vrijstelling voor een periode van drie jaar vanaf de aanvang van de werken, op voorwaarde dat de werken daadwerkelijk zijn gestart en er een geldige, niet-vervallen omgevingsvergunning voorligt.
Opgelet: Er kan slechts éénmalig een vrijstelling wegens renovatiewerkzaamheden worden toegekend voor hetzelfde pand én dezelfde eigenaar, ongeacht of deze gebaseerd is op een omgevingsvergunning dan wel op een renovatienota. Een cumul van beide gronden is uitgesloten.
WIJZE VAN INNING EN BETALING
Artikel 14
De belasting wordt ingevorderd bij wege van een kohier dat vastgesteld en uitvoerbaar verklaard wordt door het college van burgemeester en schepenen.
De belasting moet betaald worden binnen twee maanden na de verzending van het aanslagbiljet.
BEZWAARMOGELIJKHEID
Artikel 15
De belastingschuldige (of zijn vertegenwoordiger) kan bezwaar indienen tegen deze belasting bij het college van burgemeester en schepenen.
De indiening van het bezwaarschrift moet, op straffe van verval, gebeuren binnen een termijn van 3 maanden te rekenen vanaf de derde werkdag volgend op de datum van verzending van het aanslagbiljet of vanaf de kennisgeving van de aanslag.
Van het bezwaarschrift wordt een ontvangstmelding verstuurd, binnen vijftien kalenderdagen na de indiening ervan.
Dit gebeurt bij het college van burgemeester en schepenen, volgens de regels van het decreet van 30 mei 2008 over het heffen, innen en betwisten van provincie- en gemeentebelastingen.
INWERKTREDING
Artikel 16
Dit reglement treedt in werking op 1 januari 2026 en heft op en vervangt vanaf die dag het gemeentelijk reglement van 05.12.2019 (index 22.12.2022) voor wat grondgebied Tielt betreft en het gemeentelijk reglement van 08.06.2022 voor wat grondgebied Meulebeke betreft.
Woningen en gebouwen die opgenomen zijn in het gemeentelijk leegstandsregister voor die datum blijven opgenomen met dezelfde opnamedatum.
Vrijstellingen die toegekend zijn op basis van die aangehaalde reglementen blijven geldig voor de duurtijd die in dat reglement is voorzien.
BEKENDMAKING
Artikel 17
Dit reglement wordt bekendgemaakt via de website van de stad.
Artikel 2
Dit reglement treedt in werking op 01.01.2026.
Artikel 3
Dit besluit zal worden bekendgemaakt overeenkomstig artikel 286 en artikel 287 van het decreet over het lokaal bestuur van 22.12.2017.
De grondwet, in het bijzonder artikel 41, 162 en 170§4 over de fiscale bevoegdheid van de gemeenten en de bevoegdheid van de gemeenteraad inzake het invoeren van een belasting.
Het decreet van 22.12.2017 over het lokaal bestuur, in het bijzonder artikel 2, artikel 40§3 en artikel 41.
Het decreet van 30.05.2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen, gewijzigd bij decreten van 28.05.2010, 17.02.2012 en 03.05.2024.
De omzendbrief KB/ABB/2019/2 van 15.02.2019 betreffende de gemeentefiscaliteit.
Het decreet van 22.12.2017 over het lokaal bestuur in het bijzonder artikel 369 over de reglementen in geval van vrijwillige samenvoeging van gemeenten.
Besluit van de gemeenteraad van Tielt 05.12.2019 betreffende 'Belasting op het realiseren van verkavelingen of meergezinswoningen met meer dan 2 woongelegenheden – gecoördineerde versie'.
Het reglement zoals goedgekeurd bij besluit van de gemeenteraad van Tielt van 05.12.2019 betreffende 'Belasting op het realiseren van verkavelingen of meergezinswoningen met meer dan 2 woongelegenheden' wordt ingevolge de bepalingen van artikel 369 van het decreet over het lokaal bestuur van 22.12.2017 van rechtswege opgeheven m.i.v. 01.01.2026.
Rekening houdende met de financiële toestand van de gemeente en de wettelijke verplichting om een financieel evenwicht te handhaven, wordt voorgesteld om een belasting op het realiseren van bijkomende wooneenheden en woonkavels vast te stellen voor de jaren 2026 tot en met 2031.
Deze belasting is gebaseerd op de vaststelling dat de gemeente zowel bij kleine als grote(re) projecten van verkaveling of bijkomende wooneenheden telkens bijkomende taken of dienstverlening moet realiseren zoals onderhoud wegeniswerken, kosten afvalverwerking, maar ook het voorzien van voldoende publieke ruimte in domeinen als onderwijs, cultuur, vrije tijd,… en openbaar groen. Dit dient bovendien allemaal onderhouden te worden. Met deze extra inkomsten kan de gemeente een kwalitatieve omgeving met een voldoende voorzieningenniveau beter garanderen. Dit reglement bepaalt wie de belasting moet betalen, waarop ze van toepassing is, hoe het bedrag berekend wordt, en op welke manier ze wordt geïnd.
De stad heft een belasting bij het verlenen van een omgevingsvergunning voor:
De belasting wordt gradueel opgebouwd.
De berekening gebeurt voor de totaliteit van het projectgebied en kan niet opgedeeld worden door fasering van het project of deelprojecten van naast- en aanliggende percelen met een gelijkwaardig stedenbouwkundig programma, uitgevoerd door dezelfde uitvoerder of een gelieerde entiteit binnen een periode van 5 jaar.
Wanneer een in het kader van dit belastingreglement betrokken kavel binnen een termijn van 10 jaar na het definitief worden van de omgevingsvergunning waarbij deze kavel werd gecreëerd verder opgesplitst wordt, moet bij een nieuwe omgevingsvergunning voor verdere opdeling van een of meer kavels voor het bepalen van het tarief, het aantal bijkomende kavels dat gecreëerd werd in de oorspronkelijk omgevingsvergunning vermeerderd worden met het aantal bijkomend gecreëerde bijkomende kavels in de nieuwe omgevingsvergunning. De reeds betaalde bedragen van alle voorgaande toepassingen van dit reglement binnen de 10 jaar op de betreffende verkaveling worden verrekend in min bij de aanslag.
De geraamde ontvangsten uit de belasting op het realiseren van bijkomende wooneenheden en woonkavels worden opgenomen in het meerjarenplan 2026-2031.
De gemeenteraad beslist:
Artikel 1
Het reglement betreffende de belasting op het realiseren van bijkomende wooneenheden en woonkavels wordt voor de jaren 2026 tot en met 2031 als volgt vastgesteld:
DOEL VAN HET REGLEMENT
Artikel 1
Deze belasting is gebaseerd op de vaststelling dat de gemeente zowel bij kleine als grote(re) projecten van verkaveling of bijkomende wooneenheden telkens bijkomende taken of dienstverlening moet realiseren zoals onderhoud wegeniswerken, kosten afvalverwerking, maar ook het voorzien van voldoende publieke ruimte in domeinen als onderwijs, cultuur, vrije tijd, …, en openbaar groen. Dit dient bovendien allemaal onderhouden te worden. Met deze extra inkomsten kan de gemeente een kwalitatieve omgeving met een voldoende voorzieningenniveau beter garanderen.
Dit reglement bepaalt wie de belasting moet betalen, waarop ze van toepassing is, hoe het bedrag berekend wordt, en op welke manier ze wordt geïnd.
DE BELASTBARE PERIODE
Artikel 2
de belasting wordt geheven voor de periode vanaf 1 januari 2026 tot en met 31 december 2031.
DE BELASTBARE GRONDSLAG OF HET BELASTBAAR FEIT
Artikel 3
De stad heft een belasting bij het verlenen van een omgevingsvergunning voor:
• het realiseren van een verkaveling;
• het bouwen van een groepswoningbouwproject of meergezinswoning met minstens 2 wooneenheden;
• het verbouwen of uitbreiden van één of meerdere woongebouwen waardoor het aantal wooneenheden met minstens 1 toeneemt.
DEFINITIES
Artikel 4
In dit reglement betekent:
• Wooneenheid = lokaal of geheel van aansluitende lokalen welke autonoom kunnen functioneren en hoofdzakelijk bestemd zijn voor de huisvesting van een persoon of een groep van samenlevende personen; worden niet beschouwd als wooneenheden: zorgwoningen en de eenheden die deel uitmaken van toeristische accommodatie of van collectieve verblijfsaccommodaties, zoals tehuizen voor bejaarden, verpleeginrichtingen, kazernes, internaten, verblijfsaccommodaties voor studenten opgericht door erkende onderwijsinstellingen, kloosters, opvangcentra,...
• Bijkomende wooneenheid = de realisatie van een bijkomende wooneenheid ten opzichte van een op 31 december 2025 vergunde wooneenheid.
• Verkavelen = een grond vrijwillig verdelen in twee of meer onbebouwde kavels om ten minste één van deze kavels te verkopen of te verhuren voor méér dan negen jaar, om er een recht van erfpacht of opstal op te vestigen, of om één van deze overdrachtsvormen aan te bieden, zelfs onder opschortende voorwaarde, zulks met het oog op woningbouw of de oprichting van constructies.
• Bijkomende kavel = een grond of perceel die ontstaat door te verkavelen en waarop een woning kan gebouwd worden.
DE BELASTINGPLICHTIGE
Artikel 5
De belastingplichtige is de begunstigde van de omgevingsvergunning.
BEREKINGSGRONDSLAG EN TARIEF OF AANSLAGVOET
Artikel 6
De belasting wordt gradueel als volgt opgebouwd:
• Project van 1 t.e.m. 5 wooneenheden/kavels: € 1.000 per bijkomende wooneenheid/kavel
• Project van 6 t.e.m. 10 wooneenheden/kavels: € 1.500 per bijkomende wooneenheid/kavel
• Project van 11 t.e.m. 19 wooneenheden/kavels: € 2.000 per bijkomende wooneenheid/kavel
• Project vanaf 20 wooneenheden/kavels: € 2.500 per bijkomende wooneenheid/kavel
De berekening gebeurt voor de totaliteit van het projectgebied en kan niet opgedeeld worden door fasering van het project of deelprojecten van naast- en aanliggende percelen met een gelijkwaardig stedenbouwkundig programma, uitgevoerd door dezelfde uitvoerder of een gelieerde entiteit binnen een periode van 5 jaar.
Wanneer een in het kader van dit belastingreglement betrokken kavel binnen een termijn van 10 jaar na het definitief worden van de omgevingsvergunning waarbij deze kavel werd gecreëerd verder opgesplitst wordt, moet bij een nieuwe omgevingsvergunning voor verdere opdeling van een of meer kavels voor het bepalen van het tarief, het aantal bijkomende kavels dat gecreëerd werd in de oorspronkelijk omgevingsvergunning vermeerderd worden met het aantal bijkomend gecreëerde bijkomende kavels in de nieuwe omgevingsvergunning. De reeds betaalde bedragen van alle voorgaande toepassingen van dit reglement binnen de 10 jaar op de betreffende verkaveling worden verrekend in min bij de aanslag.
Artikel 7
De tarieven zoals vermeld in het belastingreglement worden jaarlijks op 1 januari aangepast aan de evolutie van de gezondheidsindex, waarbij volgende formule wordt toegepast:
Het geïndexeerde nieuwe tarief = basistarief x nieuwe index
aanvangsindex
Basistarief = tarief zoals vermeld in het belastingreglement.
Nieuwe index is de verhoogde of verlaagde index van de maand september voorafgaand aan de indexering.
De aanvangsindex is de gezondheidsindex van de maand september 2025.
VRIJSTELLINGEN EN/OF VERMINDERINGEN
Artikel 8
Van de belasting wordt vrijgesteld:
- De sociale huisvestingsmaatschappijen
- Zorg Tielt
WIJZE VAN INNING EN BETALING
Artikel 9
De belasting wordt contant ingevorderd bij het afleveren van de vergunning in eerste aanleg. Als de contante inning niet kan wordt uitgevoerd, wordt de belasting een kohierbelasting.
TERUGBETALING VAN DE BELASTING
Artikel 10
De belasting wordt enkel terugbetaald wanneer de belastingplichtige aantoont dat de vergunning is vervallen of wanneer hij aantoont dat de vergunning door de deputatie definitief is geweigerd. Een weigering is definitief vanaf de datum waarop in laatste administratieve aanleg beslist werd om de vergunning niet af te leveren. Met een definitieve weigering wordt gelijkgesteld, de definitieve intrekking of opheffing van de vergunning.
BEZWAARMOGELIJKHEID
Artikel 11
De belastingschuldige (of zijn vertegenwoordiger) kan bezwaar indienen tegen:
• de belastingaanslag
Dit gebeurt bij het college van burgemeester en schepenen, volgens de regels van het decreet van 30 mei 2008 over het heffen, innen en betwisten van provincie- en gemeentebelastingen.
INWERKTREDING
Artikel 12
Dit reglement treedt in werking op 1 januari 2026
BEKENDMAKING
Artikel 13
Dit reglement wordt bekendgemaakt via de website van de stad.
Artikel 2
Dit reglement treedt in werking op 01.01.2026.
Artikel 3
Dit besluit zal worden bekendgemaakt overeenkomstig artikel 286 en artikel 287 van het decreet over het lokaal bestuur van 22.12.2017.
De grondwet, in het bijzonder artikel 41, 162 en 170§4 over de fiscale bevoegdheid van de gemeenten en de bevoegdheid van de gemeenteraad inzake het invoeren van een belasting.
Het decreet van 22.12.2017 over het lokaal bestuur, in het bijzonder artikel 2, artikel 40§3 en artikel 41.
Het decreet van 30.05.2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen, gewijzigd bij decreten van 28.05.2010, 17.02.2012 en 03.05.2024.
De omzendbrief KB/ABB/2019/2 van 15.02.2019 betreffende de gemeentefiscaliteit.
Het decreet van 22.12.2017 over het lokaal bestuur in het bijzonder artikel 369 over de reglementen in geval van vrijwillige samenvoeging van gemeenten.
Besluit van de gemeenteraad van Tielt van 05.12.2019 betreffende belasting activeringsheffing op de niet-bebouwde percelen in de gebieden bestemd voor wonen.
Besluit van de gemeenteraad van Tielt van 05.12.2019 betreffende belasting activeringsheffing op de niet-bebouwde percelen in een niet-vervallen verkaveling.
Besluit van de gemeenteraad van Meulebeke van 23.01.2019 betreffende belasting activeringsheffing op niet bebouwde percelen gelegen in niet-vervallen verkavelingen alsook op niet bebouwde gronden gelegen in woongebied.
De reglementen zoals goedgekeurd bij besluit van de gemeenteraad van Tielt van 05.12.2019 betreffende belasting activeringsheffing op de niet-bebouwde percelen in de gebieden bestemd voor wonen en het besluit van de gemeenteraad van Tielt van 05.12.2019 betreffende belasting activeringsheffing op de niet-bebouwde percelen in een niet-vervallen verkaveling en van de gemeenteraad van Meulebeke van 23.01.2019 betreffende belasting activeringsheffing op niet bebouwde percelen gelegen in niet-vervallen verkavelingen alsook op niet bebouwde gronden gelegen in woongebied worden ingevolge de bepalingen van artikel 369 van het decreet over het lokaal bestuur van 22.12.2017 van rechtswege opgeheven m.i.v. 01.01.2026.
Rekening houdende met de financiële toestand van de gemeente en de wettelijke verplichting om een financieel evenwicht te handhaven, wordt voorgesteld om een reglement belasting activeringsheffing op onbebouwde bouwgronden en kavels ingevoerd voor de jaren 2026 tot en met 2031 vast te stellen.
Met dit reglement wil de stad een activeringsheffing vestigen op niet bebouwde percelen gelegen in niet-vervallen verkavelingen, alsook op niet bebouwde gronden gelegen in woongebieden volgens het plannenregister en palend aan een voldoende uitgeruste openbare weg. De activeringsheffing heeft als doel betaalbaar wonen mogelijk te houden, grondspeculatie tegen te gaan en potentiële woonlocaties sneller beschikbaar te maken.
De geraamde ontvangsten uit de belasting activeringsheffing op onbebouwde bouwgronden en kavels worden opgenomen in het meerjarenplan 2026-2031.
De gemeenteraad beslist:
Artikel 1
Het reglement betreffende de belasting activeringsheffing op onbebouwde bouwgronden en kavels wordt voor de jaren 2026 tot en met 2031 als volgt vastgesteld:
DOEL VAN HET REGLEMENT
Artikel 1
Met dit reglement wil de stad een activeringsheffing vestigen op niet bebouwde percelen gelegen in niet-vervallen verkavelingen, alsook op niet bebouwde gronden gelegen in woongebieden volgens het plannenregister en palend aan een voldoende uitgeruste openbare weg. De activeringsheffing heeft als doel betaalbaar wonen mogelijk te houden, grondspeculatie tegen te gaan en potentiële woonlocaties sneller beschikbaar te maken.
Dit reglement bepaalt wie de belasting moet betalen, waarop ze van toepassing is, hoe het bedrag berekend wordt, en op welke manier ze wordt geïnd.
DE BELASTBARE PERIODE
Artikel 2
de belasting wordt geheven voor de periode vanaf 1 januari 2026 tot en met 31 december 2031.
DE BELASTBARE GRONDSLAG OF HET BELASTBAAR FEIT
Artikel 3
De stad heft jaarlijks een belasting op:
1. niet-bebouwde kavels gelegen in een niet-vervallen verkaveling.
2. niet-bebouwde gronden gelegen in woongebied.
De activeringsheffing op niet bebouwde percelen in een niet-vervallen verkavelingen kan, met betrekking tot eenzelfde eigendom, niet worden gecumuleerd met de activeringsheffing op niet bebouwde gronden gelegen in woongebied en palend aan een voldoende uitgeruste weg.
De activeringsheffing is verschuldigd indien er op de onbebouwde kavel/grond op 1 januari van het heffingsjaar geen aanvang werd genomen met de oprichting van een woning of constructie.
DEFINITIES
Artikel 4
In dit reglement betekent:
1. Bebouwde kavel = de kavels volgens de verkavelingsvergunning waarop ingevolge een omgevingsvergunning, de oprichting van een voor woning bestemd hoofdgebouw aangevat is op 1 januari van het heffingsjaar. Een kavel die niet aan deze beschrijving beantwoordt, wordt als onbebouwd beschouwd.
2. Bebouwde grond = de gronden waarop ingevolge een omgevingsvergunning, de oprichting van een constructie aangevat is op 1 januari van het heffingsjaar. Een grond die niet aan deze beschrijving beantwoordt, wordt als onbebouwd beschouwd.
3. Constructie = een bouwwerk dat beantwoordt aan de hoofdbestemming die is vastgelegd in de plannen van aanleg of het ruimtelijk uitvoeringsplan die voor de desbetreffende grond van toepassing zijn.
4. Woongebied = gebieden bestemd voor wonen hetzij volgens het gewestplan Roeselare-Tielt, hetzij volgens een bijzonder plan van aanleg of een ruimtelijk uitvoeringsplan en palende aan een openbare weg die voldoende is uitgerust.
5. Voldoende uitgeruste weg = een met duurzame materialen verharde weg, voorzien van een elektriciteitsnet.
6. Collectieve voorziening = het begrip collectieve voorzieningen en hun aanhorigheden heeft betrekking op een openbaar park, een openbaar speelplein of een terrein dat bestemd is voor het gebruik door één of meerdere jeugdverenigingen, sportverenigingen,…
DE BELASTINGPLICHTIGE
Artikel 5
De activeringsheffing bezwaart de eigendom en is verschuldigd door de persoon die op 1 januari van het heffingsjaar eigenaar is van de bouwgrond of kavel. In geval van overdracht onder levenden, wordt de hoedanigheid van eigenaar beoordeeld op de datum van de authentieke akte tot vaststelling van de overdracht. Indien er een erfpacht of opstalrecht bestaat, is de erfpachter of opstalhouder de activeringsheffing verschuldigd. In het geval dat het vruchtgebruik wordt afgesplitst van de naakte eigendom wordt de belasting gevestigd lastens de naakte eigenaar. In geval van onverdeeldheid zijn de onverdeelde eigenaars van het belastbaar goed hoofdelijk aansprakelijk voor de betaling van de volledige activeringsheffing.
BEREKINGSGRONDSLAG EN TARIEF OF AANSLAGVOET
Artikel 6
Het basisbedrag van de activeringsheffing wordt vastgesteld op 0,75 EUR per vierkante meter voor een perceel, evenwel met een minimale aanslag van 225 EUR per bouwperceel.
Vanaf het tweede opeenvolgende jaar waarin de heffing wordt gevestigd op hetzelfde perceel (of een deel er van) wordt de minimumaanslag verhoogd tot 1,13 EUR per vierkante meter met een minimum van 375 EUR.
Vanaf het derde opeenvolgende jaar waarin de heffing wordt gevestigd op hetzelfde perceel (of een deel ervan) wordt de heffing verhoogd tot 1,5 EUR per vierkante meter met een minimum van 750 EUR.
Voor een 2de , 3de en 4de perceel toebehorend aan dezelfde eigenaar of houder van het zakelijk recht wordt het belastingbedrag verhoogd met 20%.
Voor een 5de, 6de en 7de perceel toebehorend aan dezelfde eigenaar of houder van het zakelijk recht wordt het belastingbedrag verhoogd met 30%.
Vanaf het 8ste perceel toebehorend aan dezelfde eigenaar of houder van het zakelijk recht wordt het belastingbedrag verhoogd met 40%.
Voor de berekening van de rangschikking van de percelen houdt men rekening met de datum van authentieke verwerving van de grond waarbij het langst verworven perceel in de rangschikking primeert boven een recenter verworven perceel. Bij gelijktijdige verwerving van percelen zal in de rangschikking het kleinste perceel voorrang hebben op het grotere perceel.
Artikel 7
De termijn in artikel 6 blijft doorlopen als een verkaveling komt te vervallen en voor zover de betrokken kavels kunnen beschouwd worden als niet-bebouwde gronden gelegen in woongebied.
Artikel 8
§1.
Voor het berekenen van de oppervlakte van een onbebouwd kavel in een niet-vervallen verkaveling wordt de volledige kavel belast.
Voor het berekenen van de oppervlakte van het onbebouwd perceel gelegen in woongebied volgens het gewestplan Roeselare-Tielt wordt een maximum diepte van 50 meter vanaf de rooilijn in aanmerking genomen.
Voor de berekening van de oppervlakte van een onbebouwd perceel gelegen in een BPA of een ruimtelijk uitvoeringsplan wordt het volledige kadastrale perceel belast.
§2.
Voor het berekenen van de activeringsheffing wordt elk gedeelte van een vierkante meter steeds als een volledige vierkante meter beschouwd.
Artikel 9
De tarieven zoals vermeld in het belastingreglement worden jaarlijks op 1 januari aangepast aan de evolutie van de gezondheidsindex, waarbij volgende formule wordt toegepast:
Het geïndexeerde nieuwe tarief = basistarief x nieuwe index
aanvangsindex
Basistarief = tarief zoals vermeld in het belastingreglement.
Nieuwe index is de verhoogde of verlaagde index van de maand september voorafgaand aan de indexering.
De aanvangsindex is de gezondheidsindex van de maand september 2025.
VRIJSTELLINGEN EN/OF VERMINDERINGEN
Artikel 10
Van de activeringsheffing zijn vrijgesteld:
1. De eigenaars van één enkel onbebouwd kavel/perceel bij uitsluiting van enig ander onroerend goed gelegen in België of het buitenland. Deze vrijstelling geldt alleen maar gedurende de vijf kalenderjaren die volgen op de verwerving van het goed;
2. De ouders met kinderen ten laste, beperkt tot één onbebouwd kavel/perceel per kind ten laste. Ook deze vrijstelling geldt slechts gedurende de vijf kalenderjaren die volgen op de verwerving van het goed;
3. De eigenaars van een onbebouwde kavel/perceel en dit gedurende het jaar dat volgt op het jaar waarin men eigenaar wordt van de onbebouwde grond;
4. Bouwheren of verkavelaars die een sociale last uitvoeren in natura (cfr. artikel 5.101 Vlaamse Codex Wonen 2021);
5. De verkavelaars, indien de omgevingsvergunning voor het verkavelen van gronden geen werken omvat en dit gedurende het jaar dat volgt op het jaar waarin de omgevings-vergunning voor het verkavelen van gronden werd toegekend;
6. De verkavelaars, indien de omgevingsvergunning voor het verkavelen van gronden werken omvat en dit gedurende het jaar dat volgt op het jaar waarin het attest, bedoeld in artikel 4.2.16, §2 van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening werd toegekend, desgevallend voor die fase van de omgevingsvergunning voor het verkavelen van gronden waarvoor het attest wordt verleend;
7. De eigenaars van niet-bebouwde gronden gelegen in woongebied (buiten een niet-vervallen verkaveling):
• die niet gelegen zijn in een BPA of RUP en waarvan de langste straatbreedte:
a. minder is dan 15m in geval van open bebouwing;
b. minder is dan 10m in geval van gekoppelde bebouwing;
c. minder is dan 6m in geval van gesloten bebouwing;
• die gelegen zijn in een BPA of RUP en waarvan de langste straatbreedte minder is dan de gemiddelde minimale gevelbreedte zoals bepaald in het desbetreffende BPA of ruimtelijk uitvoeringsplan. Voor onbebouwde gronden gelegen in een BPA of RUP die grenzen aan een uitgeruste weg, maar waarbij de aan te leggen weg op de onbebouwde grond zelf nog niet werd uitgevoerd, geldt deze vrijstelling niet.
• die toebehoort aan dezelfde eigenaars van de aanpalende bebouwde grond, op voorwaarde dat de onbebouwde grond samen met de aanpalende bebouwde grond één ononderbroken ruimtelijk geheel vormt dat aansluit bij de woonfunctie.
8. Door de overheid erkende jeugd- en sportverenigingen;
9. De sociale woonorganisaties, vermeld in het decreet van 15 juli 1997, en latere wijzigingen, houdende de Vlaamse Wooncode, de WVI en openbare besturen;
10. De eigenaars van onbebouwde kavels/gronden die niet voor bebouwing kunnen worden bestemd, Ingevolge:
• hun inrichting als collectieve voorzieningen, met inbegrip van hun aanhorigheden;
• een bouwverbod of enige andere erfdienstbaarheid tot openbaar nut die woningbouw geheel onmogelijk maakt;
BIJKOMENDE VOORWAARDEN
Artikel 11
§1.
Wanneer een belastingplichtige een handeling stelt waardoor zijn perceel niet langer paalt aan een uitgeruste weg of niet langer grenst aan een in de volgende paragraaf bedoeld perceel, blijft zijn perceel niettemin aanleiding geven tot de jaarlijkse rechtstreekse belasting, tenzij de belastingplichtige bewijst dat die handeling niet tot doel of mede tot doel heeft de belasting te ontwijken.
§2.
Wanneer een perceel dat niet paalt aan een uitgeruste weg, grenst aan een perceel dat wel paalt aan een uitgeruste weg, dan geeft dit eerste perceel eveneens aanleiding tot de jaarlijkse rechtstreekse belasting wanneer:
• de eigenaar van dit perceel eveneens eigenaar of mede-eigenaar is van het aangrenzend perceel dat wel paalt aan de uitgeruste weg of;
• de eigenaar van dit perceel d.m.v. een huwelijk of het samenwonen verbonden is met de eigenaar van het aangrenzend perceel dat wel paalt aan de uitgeruste weg of;
• de eigenaar van dit perceel vennoot of bestuurder is in de rechtspersoon die eigenaar is van het perceel dat wel paalt aan de uitgeruste weg.
Artikel 12
De belastbare kavels/gronden zijn deze die vermeld zijn op het register van de onbebouwde percelen en voor zover zij onder de toepassing van dit reglement vallen.
WIJZE VAN INNING EN BETALING
Artikel 13
De belasting wordt ingevorderd met een kohier = een belasting die je achteraf moet betalen, nadat de stad eerst een aanslagbiljet opstelt (= het wordt "gekohierd").
PROCEDURE EN AANGIFTEPLICHT
Artikel 14
De activeringsheffing is eisbaar na ontvangst door de financieel beheerder van het uitvoerbaar kohier. Zij is betaalbaar binnen de twee maanden na de verzending van het aanslagbiljet. Indien de betaling binnen de vastgestelde termijn niet heeft plaats gehad, brengen de verschuldigde sommen ten voordele van de gemeente verwijlintresten op. Deze verwijlintresten zullen toegepast en berekend worden overeenkomstig de regelen geldend voor de directe rijksbelastingen.
BEZWAARMOGELIJKHEID
Artikel 15
De belastingschuldige (of zijn vertegenwoordiger) kan bezwaar indienen tegen:
• de belastingaanslag,
• een eventuele belastingverhoging,
• of een eventuele administratieve geldboete.
Dit gebeurt bij het college van burgemeester en schepenen, volgens de regels van het decreet van 30 mei 2008 over het heffen, innen en betwisten van provincie- en gemeentebelastingen.
INWERKINGTREDING
Artikel 16
Dit reglement treedt in werking op 1 januari 2026
BEKENDMAKING
Artikel 17
Dit reglement wordt bekendgemaakt via de website van de stad.
Artikel 2
Dit reglement treedt in werking op 01.01.2026.
Artikel 3
Dit besluit zal worden bekendgemaakt overeenkomstig artikel 286 en artikel 287 van het decreet over het lokaal bestuur van 22.12.2017.
De grondwet, in het bijzonder artikel 41, 162 en 170§4 over de fiscale bevoegdheid van de gemeenten en de bevoegdheid van de gemeenteraad inzake het invoeren van een belasting.
Het decreet van 22.12.2017 over het lokaal bestuur, in het bijzonder artikel 2, artikel 40§3 en artikel 41.
Het decreet van 30.05.2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen, gewijzigd bij decreten van 28.05.2010, 17.02.2012 en 03.05.2024.
De omzendbrief KB/ABB/2019/2 van 15.02.2019 betreffende de gemeentefiscaliteit.
Het decreet van 22.12.2017 over het lokaal bestuur in het bijzonder artikel 369 over de reglementen in geval van vrijwillige samenvoeging van gemeenten.
De artikelen 41, 162 en 170§4 van de grondwet.
De artikelen 1, 2 en 3 van de wet van 29.07.1991 betreffende de uitdrukkelijke motivering van de bestuurshandelingen.
De Europese Kaderrichtlijn Water van 22.12.2000 welke tot doel stelt om de watervoorraden, de waterbeheersing en de kwaliteit van de leefomgeving tegen 2015 veilig te stellen.
Het decreet van 18.07.2003 betreffende het integraal waterbeleid en latere wijzigingen.
Het besluit van de Vlaamse Regering van 01.06.1995 houdende algemene en sectorale bepalingen inzake milieuhygiëne (VLAREM II) en latere wijzigingen.
Het besluit van de Vlaamse Regering van 10.03.2006 houdende de vaststelling van de regels voor de scheiding tussen de gemeentelijke en bovengemeentelijke saneringsverplichting en de vaststelling van de zoneringsplannen en latere wijzigingen.
Het besluit van de Vlaamse Regering van 08.04.2011 houdende het algemeen waterverkoopreglement en latere wijzigingen.
Het besluit van de Vlaamse Regering van 10.02.2023 houdende vaststelling van een gewestelijke stedenbouwkundige verordening (GSV) inzake hemelwaterputten, infiltratievoorzieningen, buffervoorzieningen en gescheiden lozing van afvalwater en hemelwater.
Het Ministerieel Besluit van 23.06.2008 betreffende de vaststelling van het zoneringsplan van de gemeente Tielt en latere herzieningen.
Het Ministerieel Besluit van 24.06.2008 betreffende de vaststelling van het zoneringsplan van de gemeente Meulebeke en latere herzieningen.
Het Ministerieel Besluit van 20.08.2012 tot vaststelling van de code van goede praktijk voor het ontwerp en de aanleg van rioleringssystemen.
Het Ministerieel Besluit van 20.03.2023 betreffende de keuring van de binnen-installatie en de privéwaterafvoer.
Besluit van de gemeenteraad van Tielt van 05.12.2019 houdende het reglement belasting op het niet optimaal afkoppelen van hemelwater.
Besluit van de gemeenteraad van Meulebeke van 23.01.2019 houdende het reglement belasting betreffende de lozing van hemel- en afwater in de openbare riolering en betreffende de afkoppeling van hemel- en afvalwater.
De reglementen zoals goedgekeurd bij besluit van de gemeenteraad van Tielt van 05.12.2019 betreffende belasting op het niet optimaal afkoppelen van hemelwater en het besluit van de gemeenteraad van Meulebeke van 23.01.2019 betreffende belasting op de lozing van hemel- en afwater in de openbare riolering en betreffende de afkoppeling van hemel- en afvalwater worden ingevolge de bepalingen van artikel 369 van het decreet over het lokaal bestuur van 22.12.2017 van rechtswege opgeheven m.i.v. 01.01.2026.
Rekening houdende met de financiële toestand van de gemeente en de wettelijke verplichting om een financieel evenwicht te handhaven en de nodige belasting te heffen voor wie niet conform is met de Gewestelijke Stedenbouwkundige Verordening inzake Hemelwater en dit in het bijzonder aangezien het stadsbestuur verantwoordelijk is voor het toezicht en naleving ervan, wordt er voorgesteld om een belasting op het ontbreken van conform keuringsattest, het illegaal aansluiten op de openbare riolering en het niet tijdig plaatsen van een IBA vast te stellen voor de jaren 2026 tot en met 2031.
Een optimale afkoppeling van het afvalwater en het hemelwater, afkomstig van dakvlakken en grondvlakken, voor bestaande gebouwen is verplicht op het ogenblik dat een gescheiden riolering wordt aangelegd of heraangelegd, of zoals bepaald in het gebiedsdekkend uitvoeringsplan (GUP). Dit is tevens een vereiste om als gemeentebestuur in het kader van de subsidiëring van de gemeentelijke rioleringen.
Afkoppeling van het hemelwater is een eerste stap om infiltratie, buffering en hergebruik van hemelwater op particulier domein te realiseren en op deze wijze het risico op overstromingen in lager gelegen gebieden te beperken.
Afkoppeling van het hemelwater voorkomt dat rioleringsstelsels onnodig worden belast en overstorten minder in werking treden.
Aanvoer van niet-vervuild hemelwater naar de rioolwaterzuiveringsinstallaties moet zoveel mogelijk worden beperkt om deze installaties naar behoren te laten werken.
De afkoppeling van hemelwater en afvalwater, alsook infiltratie wordt als voorwaarde opgelegd in de vergunningen voor nieuwbouw en voor grote verbouwingen met stedenbouwkundige of omgevingsvergunning. Deze voorwaarden worden evenwel niet altijd gerealiseerd in overeenstemming met de vergunning.
Zowel Tielt als Meulebeke zijn op respectievelijk 28.12.2009 als 13.11.2024 toegetreden tot Riopact voor het gemeentelijk rioolbeheer.
Het is niet verantwoord dat de overheid investeert in een gescheiden rioleringsstelsel en zuiveringsinfrastructuur, zonder dat er garanties worden ingebouwd dat de burger op een correcte wijze z’n privéwaterafvoer(en) aansluit op de openbare infrastructuur.
We stellen vast dat er nog steeds nieuwe of gewijzigde huisaansluitingen op illegale wijze gebeuren. Nieuwe of gewijzigde huisaansluitingen worden niet steeds aangevraagd bij de rioolbeheerder maar eigenhandig (zelf of door een aannemer) gerealiseerd.
Eigenaars van een pand waarvan wordt vastgesteld dat:
• de huisaansluiting illegaal gebeurde,
• de afkoppeling niet gerealiseerd werd in overeenstemming met de stedenbouwkundige of omgevingsvergunning,
• de keuring van de privéwaterafvoer niet gebeurde zoals omschreven in het Algemeen Waterverkoopreglement,
dienen onmiddellijk de aansluitingskost en eventuele bijkomende kosten voor controle, herstel- en aanpassingswerken te betalen aan de rioolbeheerder.
De gemeente is verantwoordelijk voor het toezicht en naleving van de gewestelijke Stedenbouwkundige Verordening inzake hemelwater (GSVH).
De desbetreffende burgers krijgen voldoende kansen om tot een conform keuringsattest te komen, doch dat voor deze welke na 2 aanmaningen nog steeds in gebreke blijven door de rioolbeheerder wordt een dossier overgemaakt aan de handhavingsinstantie, zijnde de gemeente.
De geraamde ontvangsten uit het belastingreglement op het ontbreken van conform keuringsattest, het illegaal aansluiten op de openbare riolering en het niet tijdig plaatsen van een IBA worden opgenomen in het meerjarenplan 2026-2031.
De gemeenteraad beslist:
Artikel 1
Het reglement betreffende de belasting op het ontbreken van conform keuringsattest, het illegaal aansluiten op de openbare riolering en het niet tijdig plaatsen van een IBA wordt voor de jaren 2026 tot en met 2031 als volgt vastgesteld:
DOEL VAN HET REGLEMENT
Artikel 1
Met dit reglement wil de stad bijdragen aan de correcte uitvoering van de opgestelde zoneringsplannen en in het bijzonder aangezien het stadsbestuur verantwoordelijk is voor het toezicht en de naleving van de Gewestelijke Stedenbouwkundige Verordening inzake Hemelwater.
Dit reglement bepaalt wie de belasting moet betalen, waarop ze van toepassing is, hoe het bedrag berekend wordt, en op welke manier ze wordt geïnd.
DE BELASTBARE PERIODE
Artikel 2
De belasting wordt geheven voor de periode vanaf 01 januari 2026 tot en met 31 december 2031.
DE BELASTBARE GRONDSLAG OF HET BELASTBAAR FEIT
Artikel 3
De stad heft een belasting indirect op:
• het ontbreken van een verplicht conform keuringsattest voor de private riolering,
• op het illegaal aansluiten op de openbare riolering
• en het niet tijdig plaatsen van een IBA.
De belasting is verschuldigd door de eigenaar van het gebouw, waarvoor op 1 januari van het aanslagjaar wordt vastgesteld dat:
1. men niet beschikt over een verplicht conform keuringsattest, binnen een termijn van 6 maanden na de tweede aanmaning van de rioolbeheerder;
2. de nieuwe/gewijzigde rioolaansluiting niet werd aangevraagd bij en uitgevoerd in opdracht van de rioolbeheerder Riopact en “eigenhandig” (zelf of door eigen aangestelde aannemer) werd gerealiseerd, en waarvan 6 maanden na aanmaning door het gemeentebestuur/rioolbeheerder de aansluiting niet werd geregulariseerd;
3. gelegen binnen het individueel te optimaliseren buitengebied, waar 6 maanden na de uiterste datum zoals vastgesteld in het uitvoeringsplan van het gemeentelijke zoneringsplan, niet voorzien is in een goed werkende individuele waterzuiveringsinstallatie (IBA).
Procedure
§1.De overtreder zal alvorens hij belast wordt schriftelijk gevraagd worden om zich binnen een redelijke termijn van 3 maanden in orde te stellen met de toepasselijke wetgeving en opgelegde voorwaarden.
§2. Een door de gemeente gemachtigd ambtenaar stelt per 1 januari van elk aanslagjaar het volgende vast, nadat de termijn van 3 maanden waarvan sprake in §1 verstreken is:
• het ontbreken van een verplicht keuringsattest privéwaterafvoer
• het ontbreken van een conform keuringsattest privéwaterafvoer
• de ontvangst van een melding van de rioolbeheerder dat een nieuwe of gewijzigde rioolaansluiting illegaal werd uitgevoerd
• het ontbreken van een goed werkende IBA
De belasting wordt berekend a rato van het aantal maanden dat de belastingplichtige niet in overeenstemming is/was.
Deze belasting geldt onverminderd de kosten die worden aangerekend voor de keuring, controle, aanpassingswerken en eventuele aansluitingsvergoedingen.
§3. Indien de controle wordt geweigerd door de betrokken eigenaar, wordt er vanuit gegaan dat de eigenaar niet in orde is met onderhavig reglement en wordt de belasting geheven.
§4. De belasting blijft verschuldigd zolang de eigenaar geen conform keuringsattest bezorgt aan het gemeentebestuur.
DE BELASTINGPLICHTIGE
Artikel 4
De belasting slaat op de eigendom en is verschuldigd door wie op 1 januari van het aanslagjaar eigenaar, erfpachter, opstalhouder of vruchtgebruiker is van het belastbaar goed.
HOOFDELIJKHEID
Artikel 5
Ingeval er een recht van opstal, erfpacht of van vruchtgebruik bestaat, is respectievelijk de opstalgever, de erfpachtgever en naakte eigenaar hoofdelijk aansprakelijk voor de betaling van de belasting.
Indien het belastbaar goed in onverdeeldheid toebehoort aan verschillende personen, wordt de belasting op naam van de onverdeeldheid gevestigd, terwijl de leden hoofdelijk aansprakelijk zijn voor de betaling van de volledige belasting.
BEREKINGSGRONDSLAG EN TARIEF OF AANSLAGVOET
Artikel 6
De belasting wordt als volgt berekend:
• Voor de eerste 12 maand na de dag waarop men de belasting verschuldigd is: een forfaitair bedrag van 100 euro per begonnen maand,
• Vanaf de 13e maand na de dag waarop men de belasting verschuldigd is: een forfaitair bedrag van 200 euro per begonnen maand.
De belasting wordt berekend a rato van het aantal maanden dat de belastingplichtige niet in overeenstemming is/was.
Deze belasting geldt onverminderd de kosten die worden aangerekend voor de keuring, controle, aanpassingswerken en eventuele aansluitingsvergoedingen.
De tarieven zoals vermeld in het belastingreglement worden jaarlijks op 1 januari aangepast aan de evolutie van de gezondheidsindex, waarbij volgende formule wordt toegepast:
Het geïndexeerde nieuwe tarief = basistarief x nieuwe index
aanvangsindex
Basistarief = tarief zoals vermeld in het belastingreglement.
Nieuwe index is de verhoogde of verlaagde index van de maand september voorafgaand aan de indexering.
De aanvangsindex is de gezondheidsindex van de maand september 2025.
VRIJSTELLINGEN
Artikel 7
§1. Aanvraag vrijstelling
De aanvraag voor vrijstelling van de belasting moet worden ingediend, op straffe van verval, binnen 30 dagen vanaf de verzending van het aanslagbiljet, via beveiligde zending.
De houder van het zakelijk recht die gebruik wenst te maken van een vrijstelling zoals hierna in dit reglement beschreven, dient hiervoor zelf de nodige bewijsstukken voor te leggen aan de administratie.
§2. Vrijstelling voor een nieuwe eigenaar zoals bedoeld in art.3.
De nieuwe eigenaar, die op 1 januari minder dan één jaar eigenaar is, wordt vrijgesteld van de belasting. Deze vrijstelling geldt voor één belastingjaar volgend op de datum van de notariële akte.
§3. Vrijstelling voor gebouwen volledig gelegen binnen een onteigeningsplan
De eigenaar, zoals bedoeld in art.3. van woningen en/of gebouwen die op 1 januari van het belastingjaar binnen de grenzen van een door de bevoegde overheid goedgekeurd onteigeningsplan liggen of waarvoor geen stedenbouwkundige vergunning meer wordt afgeleverd omdat een onteigening wordt voorbereid.
WIJZE VAN INNING EN BETALING
Artikel 8
De belasting wordt ingevorderd met een kohier = een belasting die je achteraf moet betalen, nadat de stad eerst een aanslagbiljet opstelt (= het wordt "gekohierd").
De belasting wordt jaarlijks ingevorderd bij wijze van een kohier dat vastgesteld en uitvoerbaar verklaard wordt door het college van burgemeester en schepenen.
De kohierbelasting moet worden betaald binnen een periode van 2 maanden na de verzending van het aanslagbiljet.
BEZWAARMOGELIJKHEID
Artikel 9
De belastingschuldige kan bezwaar indienen tegen deze belasting bij het college van burgemeester en schepenen, volgens de regels van het decreet van 30 mei 2008 over het heffen, innen en betwisten van provincie- en gemeentebelastingen.
Het bezwaar moet, op straffe van nietigheid, schriftelijk worden ingediend en gemotiveerd. De indiening moet, op straffe van verval, gebeuren binnen een termijn van drie maanden te rekenen vanaf de derde werkdag volgend op de datum van verzending van het aanslagbiljet waarop de bezwaartermijn vermeld staat of vanaf de kennisgeving van de aanslag.
Het college van burgemeester en schepenen of een personeelslid dat speciaal daarvoor is aangewezen, stuurt binnen de vijftien kalenderdagen na de indiening van het bezwaarschrift een ontvangstmelding enerzijds naar de belastingschuldige en, in voorkomend geval, zijn vertegenwoordiger.
INWERKTREDING
Artikel 10
Dit reglement treedt in werking op 01 januari 2026.
BEKENDMAKING
Artikel 11
Dit reglement wordt bekendgemaakt via de website van de stad.
Artikel 2
Dit reglement treedt in werking op 01.01.2026.
Artikel 3
Dit besluit zal worden bekendgemaakt overeenkomstig artikel 286 en artikel 287 van het decreet over het lokaal bestuur van 22.12.2017.
De grondwet, in het bijzonder artikel 41, 162 en 170§4 over de fiscale bevoegdheid van de gemeenten en de bevoegdheid van de gemeenteraad inzake het invoeren van een belasting.
Het decreet van 22.12.2017 over het lokaal bestuur, in het bijzonder artikel 2, artikel 40§3 en artikel 41.
Het decreet van 30.05.2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen, gewijzigd bij decreten van 28.05.2010, 17.02.2012 en 03.05.2024.
De omzendbrief KB/ABB/2019/2 van 15.02.2019 betreffende de gemeentefiscaliteit.
Het decreet van 22.12.2017 over het lokaal bestuur in het bijzonder artikel 369 over de reglementen in geval van vrijwillige samenvoeging van gemeenten.
Besluit van de gemeenteraad van Tielt 05.12.2019 betreffende "belasting op gevaarlijke, ongezonde of hinderlijke inrichtingen".
Het reglement zoals goedgekeurd bij besluit van de gemeenteraad van Tielt van 05.12.2019 houdende "belasting op gevaarlijke, ongezonde of hinderlijke inrichtingen" wordt ingevolge de bepalingen van artikel 369 van het decreet over het lokaal bestuur van 22.12.2017 van rechtswege opgeheven m.i.v. 01.01.2026.
Rekening houdende met de financiële toestand van de gemeente en de wettelijke verplichting om een financieel evenwicht te handhaven en in overweging nemende dat er verspreid over het grondgebied diverse bedrijven aanwezig zijn die door hun grootte of aard van productie meer hinderlijk of gevaarlijk zijn voor mens en milieu, wil de stad via een belastingreglement een financiële bijdrage vragen van de grootste, meest hinderlijke en gevaarlijkste bedrijven op het grondgebied.
Deze bedrijven hebben een grote impact op hun omgeving, en bij de opmaak van plannen of uitvoering van projecten dient de Stad hier dan ook telkens rekening mee te houden. Het toezicht en de handhaving bij deze bedrijven is complexer en intensiever, en ook bij incidenten bij deze bedrijven is de impact op de omgeving en het bestuur groter. Voor een bijdrage aan al deze diverse meerkosten wordt dan ook een belasting ingevoerd voor de jaren 2026 tot en met 2031 op alle bedrijven die beschikken over een vergunning waarin een Ingedeelde Inrichting of Activiteit van Klasse 1 is opgenomen.
De geraamde ontvangsten uit de belasting op ingedeelde inrichtingen of activiteiten van Klasse 1 worden opgenomen in het meerjarenplan 2026-2031.
De gemeenteraad beslist:
Artikel 1
Het reglement betreffende de "belasting op Ingedeelde Inrichtingen of Activiteiten van Klasse 1" wordt voor de jaren 2026 tot en met 2031 als volgt vastgesteld:
DOEL VAN HET REGLEMENT
Artikel 1
Met dit reglement wil de stad een financiële bijdrage vragen van de grootste, meest hinderlijke en gevaarlijkste bedrijven op het grondgebied. Deze bedrijven hebben een grote impact op hun omgeving, en bij de opmaak van plannen of uitvoering van projecten dient de Stad hier dan ook telkens rekening mee te houden. Het toezicht en de handhaving bij deze bedrijven is complexer en intensiever, en ook bij incidenten bij deze bedrijven is de impact op de omgeving en het bestuur groter. Voor een bijdrage aan al deze diverse meerkosten wordt dan ook een belasting geheven.
Dit reglement bepaalt wie de belasting moet betalen, waarop ze van toepassing is, hoe het bedrag berekend wordt, en op welke manier ze wordt geïnd.
DE BELASTBARE PERIODE
Artikel 2
De belasting wordt geheven voor de aanslagjaren 2026 tot en met 2031.
DE BELASTBARE GRONDSLAG OF HET BELASTBAAR FEIT
Artikel 3
De stad heft een belasting op de personen en bedrijven die volgens de indelingslijst van bijlage 1 van Vlarem II beschikken over een vergunning voor het exploiteren van een IIOA die ingedeeld is als klasse 1.
DEFINITIES
Artikel 4
In dit reglement betekent:
• IIOA = Ingedeelde Inrichting of Activiteit, zoals opgenomen in bijlage 1 van Vlarem II
DE BELASTINGPLICHTIGE
Artikel 5
De belastingplichtige is de exploitant op wiens naam de vergunning werd toegekend.
BEREKINGSGRONDSLAG EN TARIEF OF AANSLAGVOET
Artikel 6
De belasting bedraagt 150,00 euro per aanslagjaar.
De tarieven zoals vermeld in het belastingreglement worden jaarlijks op 1 januari aangepast aan de evolutie van de gezondheidsindex, waarbij volgende formule wordt toegepast:
Het geïndexeerde nieuwe tarief = basistarief x nieuwe index
aanvangsindex
Basistarief = tarief zoals vermeld in het belastingreglement.
Nieuwe index is de verhoogde of verlaagde index van de maand september voorafgaand aan de indexering.
De aanvangsindex is de gezondheidsindex van de maand september 2025.
VRIJSTELLINGEN EN/OF VERMINDERINGEN
Artikel 7
van de belasting worden vrijgesteld:
- de inrichtingen die uitgebaat worden door openbare overheden en die aangewend worden voor een dienst van openbaar nut;
- de inrichtingen die uitgebaat worden door beschermde werkplaatsen,
- de inrichtingen die tijdelijk werden opgericht
WIJZE VAN INNING EN BETALING
Artikel 8
De belasting wordt ingevorderd met een kohier = een belasting die je achteraf moet betalen, nadat de stad eerst een aanslagbiljet opstelt (= het wordt "gekohierd").
PROCEDURE EN AANGIFTEPLICHT
Artikel 11
Elk jaar wordt door de administratie op grond van de vergunningstoestand zoals gekend op 1 januari van het aanslagjaar een belastingskohier opgemaakt.
BEZWAARMOGELIJKHEID
Artikel 15
De belastingschuldige (of zijn vertegenwoordiger) kan bezwaar indienen tegen:de belastingaanslag.
Dit gebeurt bij het college van burgemeester en schepenen, volgens de regels van het decreet van 30 mei 2008 over het heffen, innen en betwisten van provincie- en gemeentebelastingen.
INWERKINGTREDING
Artikel 16
Dit reglement treedt in werking op 01.01.2026.
BEKENDMAKING
Artikel 17
Dit reglement wordt bekendgemaakt via de website van de stad.
Artikel 2
Dit reglement treedt in werking op 01.01.2026.
Artikel 3
Dit besluit zal worden bekendgemaakt overeenkomstig artikel 286 en artikel 287 van het decreet over het lokaal bestuur van 22.12.2017.
De grondwet, in het bijzonder artikel 41, 162 en 170§4 over de fiscale bevoegdheid van de gemeenten en de bevoegdheid van de gemeenteraad inzake het invoeren van een belasting.
Het decreet van 22.12.2017 over het lokaal bestuur, in het bijzonder artikel 2, artikel 40§3 en artikel 41.
Het decreet van 30.05.2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen, gewijzigd bij decreten van 28.05.2010, 17.02.2012 en 03.05.2024.
De omzendbrief KB/ABB/2019/2 van 15.02.2019 betreffende de gemeentefiscaliteit.
Het decreet van 22.12.2017 over het lokaal bestuur in het bijzonder artikel 369 over de reglementen in geval van vrijwillige samenvoeging van gemeenten.
Het is aangewezen om de personen, zowel natuurlijke als rechtspersonen, die op het grondgebied een economische bedrijvigheid uitoefenen, en daardoor in belangrijke mate gebruik maken van de gemeentelijke infrastructuur en investeringen, aan een gemeentebelasting te onderwerpen.
Er wordt geopteerd om de bijdrageplicht te diversifiëren, onder meer rekening houdende met de mate waarin men geacht wordt gebruik te maken van de algemene dienstverlening, met de uitoefening van bepaalde activiteiten, en de aard en de omvang van die activiteiten, met de draagkracht van de belastingplichtigen, en met de mate waarin men reeds bijdraagt in de kosten van de voorzieningen van diensten van algemeen nut via andere belastingen, heffingen of bijdragen.
Het oppervlaktecriterium met een daaraan gekoppelde gedifferentieerde tariefstructuur laat op adequate wijze toe om, bij benadering en in overeenstemming met het beginsel van de verdelende rechtvaardigheid, de belasting vast te stellen;
Het oppervlaktecriterium wordt als berekeningsbasis redelijk en objectief beschouwd teneinde de gemeentebelasting op bedrijven te berekenen;
het heffen van een minimumbelasting is daarnaast gerechtvaardigd door enerzijds de noodzaak om de administratieve kost van de belastingheffing te dekken en anderzijds doordat kan worden aangenomen dat de voorziene minimumbedragen binnen de draagkracht liggen van elke belastingplichtige;
De belasting beoogt belastingplichtigen met verschillende toestanden en die verscheidenheid moet noodzakelijkerwijs worden opgevangen in vereenvoudigde categorieën. De normen van een belasting kunnen niet worden aangepast naargelang de eigenheid van elk individueel geval. Er kan niet voor elk soort bedrijf (elk met hun eigen en meest uiteenlopende kenmerken) worden voorzien in een specifieke belastingregeling;
Verschillen inzake financiële draagkracht en/of economische rentabiliteit maken redelijk verantwoorde differentiatiecriteria uit voor de toepassing van het belastingreglement en het verschil in tarifering;
Categorieën van bedrijven die door hun aard de grond (bodem) als natuurlijk productiemiddel aanwenden en die in vergelijking met andere categorieën een lager rendement per vierkante meter oppervlakte hebben, hebben een uitzonderlijke nood aan grotere oppervlakten om een economisch leefbare (rendabele) exploitatie te kunnen realiseren. De tariefstructuur komt tegemoet aan de doelstelling van een evenwichtige spreiding in functie van de financiële draagkracht door voor land- en tuinbouwbedrijven hun weilanden en cultuurgronden niet te belasten;
Het is billijk dat de rechtspersonen bedoeld in de artikelen 180 en 181 van het wetboeken van inkomstenbelastingen 1992 worden vrijgesteld van deze belasting omdat deze entiteiten zich exclusief of hoofdzakelijk bezig houden met onbaatzuchtige activiteiten;
Om enerzijds jongeren zoveel als mogelijk aan te moedigen om te proeven van het ondernemerschap tijdens hun studies, en anderzijds studenten in sommige gevallen over een ondernemingsnummer dienen te beschikken om bv. een stage te kunnen lopen, worden student-zelfstandigen vrijgesteld van deze belasting, zolang ze voldoen aan de voorwaarden van het statuut van student-zelfstandige:
Rekening houdende met enerzijds de financiële toestand van de gemeente en de wettelijke verplichting om een financieel evenwicht te handhaven, en met anderzijds bovenstaande argumenten; wordt er een belasting op bedrijven ingevoerd voor de jaren 2026 tot en met 2031.
De geraamde ontvangsten uit de belasting op bedrijven worden opgenomen in het meerjarenplan 2026-2031.
De gemeenteraad beslist:
Artikel 1
Het reglement betreffende de belasting op bedrijven wordt voor de jaren 2026 tot en met 2031 als volgt vastgesteld:
DOEL VAN HET REGLEMENT
Artikel 1
De Stad Tielt wil alle personen, zowel natuurlijke als rechtspersonen, die op het grondgebied een economische bedrijvigheid uitoefenen, en daardoor in belangrijke mate gebruik maken van de gemeentelijke dienstverlening, infrastructuur en investeringen, aan een gemeentebelasting onderwerpen.
Dit reglement bepaalt wie de belasting moet betalen, waarop ze van toepassing is, hoe het bedrag berekend wordt, en op welke manier ze wordt geïnd.
DE BELASTBARE PERIODE
Artikel 2
De belasting wordt geheven voor de aanslagjaren 2026 tot en met 2031.
DE BELASTBARE GRONDSLAG OF HET BELASTBAAR FEIT
Artikel 3
§1 De stad heft een belasting ten laste van iedereen die houder is van een ondernemingsnummer, en die op 1 januari van het aanslagjaar op het grondgebied Tielt, in hoofd- of bijberoep:
• een vrij beroep of een zelfstandige activiteit uitoefent;
• een handels-, nijverheids-, land- of tuinbouwbedrijf exploiteert, of een andere economische activiteit uitoefent.
§2 Voor de toepassing van dit reglement wordt eenieder die houder is van een ondernemingsnummer op 1 januari van het aanslagjaar, beschouwd als een beoefenaar van een belastbare activiteit, behoudens bewijs van tegendeel.
Artikel 4
De belasting wordt per belastingplichtige berekend en gevestigd per afzonderlijke vestiging, hoe ook genoemd, op het grondgebied van Stad Tielt.
DEFINITIES
Artikel 5
In dit reglement betekent:
• Bedrijf = Elke houder van een ondernemingsnummer die beroeps- of bedrijfsdoeleinden nastreeft;
• Vestiging = Elke oppervlakte die voor beroeps- of bedrijfsdoeleinden is bestemd of in het kader van beroeps- of bedrijfsdoeleinden wordt gebruikt, tot gebruik is voorbehouden, of bijdraagt tot de realisatie/uitvoering van de beroeps- of bedrijfsdoeleinden, met inbegrip van bestuur of beheer in de ruimste zin;
• Oppervlakte = Elk (gedeelte van een) onroerend goed, elke lokaliteit of ruimte onder gelijk welke vorm, en die individueel of collectief worden gebruikt of kunnen gebruikt worden voor de exploitatie;
• Gebruik = Elke vorm van gebruik dat nuttig is voor de exploitatie van het bedrijf, met inbegrip van parkings, laad-, los- of stortplaatsen, en opslag- of overslagruimtes;
• Groenzone = Grond die enkel dient voor esthetische doeleinden en die geen verder functioneel nut heeft in het kader van de exploitatie;
• Braakliggende grond = Grond waarop geen gebouwen staan, en die geen functioneel nut heeft voor de exploitatie;
• Cultuurgrond = Elke grond of oppervlakte waarop gewassen gekweekt worden.
DE BELASTINGPLICHTIGE
Artikel 6
De belastingplichtige is de houder van het ondernemingsnummer op 1 januari van het aanslagjaar.
BEREKINGSGRONDSLAG EN TARIEF OF AANSLAGVOET
Artikel 7
Het bedrag van de verschuldigde belasting wordt op basis van de belastbare oppervlakte per 1 januari van het aanslagjaar per vestiging vastgesteld op:
• forfaitair 132,00 euro tot en met een oppervlakte van 1.000 m²;
• voor de oppervlakte tussen 1.001 m² en 10.000 m²: 0,20 euro per m²;
• voor de oppervlakte tussen 10.001 m² en 500.000 m²: 0,17 euro per m²;
• de oppervlakte boven de 500.000 m² is niet belastbaar.
Het bedrag van de totale verschuldigde belasting wordt steeds afgerond naar de lagere euro.
Artikel 8
De belastbare oppervlakte die in aanmerking komt, is zowel de bebouwde als de onbebouwde, die voor de uitoefening van de beroepsactiviteit of voor de bedrijfsuitbating wordt gebruikt, kan gebruikt worden, of hiervoor noodzakelijk is, met inbegrip van alle oppervlakte die een functionele band heeft met de uitoefening van de beroepsactiviteit of met de bedrijfsuitbating.
Oppervlakte die niet als belastbare oppervlakte wordt gezien:
• Voor alle bedrijven: De oppervlakte van groenzones en/of braakliggende gronden;
• Voor alle land- en tuinbouwbedrijven: Weilanden en cultuurgronden.
Artikel 9
Alle belastingplichtigen worden geacht over een belastbare bedrijfsvestiging te beschikken waarvoor minstens de minimumbelasting verschuldigd is.
Artikel 10
De vaststelling van de belastbare oppervlakte gebeurt op basis van de jaarlijkse lijst aangeleverd door Provincie West-Vlaanderen, de informatie uit het kadaster of door vaststelling van de feitelijke toestand.
Artikel 11
De belasting is ondeelbaar verschuldigd voor het hele jaar. De stopzetting, vermindering of uitbreiding van de economische activiteit in de loop van het aanslagjaar, evenals de vermindering van de oppervlakte tijdens dezelfde periode, geven geen aanleiding tot belastingvermindering.
Artikel 12
De tarieven zoals vermeld in het belastingreglement worden jaarlijks op 1 januari aangepast aan de evolutie van de gezondheidsindex, waarbij volgende formule wordt toegepast:
Het geïndexeerde nieuwe tarief = basistarief x nieuwe index
aanvangsindex
Waarbij:
Basistarief = Het tarief zoals vermeld in het belastingreglement.
Nieuwe index = De gezondheidsindex van de maand september van het jaar voorafgaand aan de indexering.
Aanvangsindex = gezondheidsindex van de maand september 2025.
VRIJSTELLINGEN EN/OF VERMINDERINGEN
Artikel 13
van de belasting wordt vrijgesteld:
• De rechtspersonen bedoeld in de artikelen 180 en 181 van het Wetboek van de Inkomstenbelasting 1992.
• Natuurlijke personen met het statuut van student-zelfstandige worden niet beschouwd als belastingplichtigen overeenkomstig dit reglement, zolang ze voldoen aan de voorwaarden om dit statuut te bezitten:
Je bent student-zelfstandige als je:
- tussen de 18 en de 25 jaar bent;
- ingeschreven bent in een erkende onderwijsinstelling in binnen- of buitenland, om een in België erkend diploma te halen;
- studies volgt van minstens 27 studiepunten per jaar of minstens 17 lesuren per week;
- regelmatig lessen volgt of deelneemt aan de examens, tenzij de universiteit of hogeschool je ondernemingsproject begeleidt;
- een zelfstandige beroepsactiviteit hebt;
- geen meewerkende echtgenoot bent;
- het statuut hebt aangevraagd en verkregen bij je sociaal verzekeringsfonds.
WIJZE VAN INNING EN BETALING
Artikel 14
De belasting wordt ingevorderd overeenkomstig het decreet van 30 mei 2008 en latere wijzigingen; betreffende de vestiging, de invordering en geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen.
De belasting wordt ingevorderd door middel van kohier dat vastgesteld en uitvoerbaar wordt verklaard door het College van Burgemeester en Schepenen.
De belasting moet worden betaald binnen de twee maanden na de verzending van het aanslagbiljet.
BEZWAARMOGELIJKHEID
Artikel 15
De belastingschuldige of zijn vertegenwoordiger kan tegen de aanslag of een eventuele belastingverhoging een bezwaarschrift indienen bij het College van Burgemeester en Schepenen, dat handelt als administratieve overheid. Het bezwaar moet schriftelijk worden ingediend, ondertekend en gemotiveerd zijn en op straffe van verval worden ingediend binnen een termijn van 3 maanden te rekenen vanaf de derde werkdag volgend op de datum van verzending van het aanslagbiljet.
INWERKINGTREDING
Artikel 16
Dit reglement treedt in werking op 1 januari 2026.
BEKENDMAKING
Artikel 17
Dit reglement wordt bekendgemaakt via de website van de stad.
Artikel 2
Dit reglement treedt in werking op 01.01.2026.
Artikel 3
Dit besluit zal worden bekendgemaakt overeenkomstig artikel 286 en artikel 287 van het decreet over het lokaal bestuur van 22.12.2017.
De grondwet, in het bijzonder artikel 41, 162 en 170§4 over de fiscale bevoegdheid van de gemeenten en de bevoegdheid van de gemeenteraad inzake het invoeren van een belasting.
Het decreet van 22.12.2017 over het lokaal bestuur, in het bijzonder artikel 2, artikel 40§3 en artikel 41.
Het decreet van 30.05.2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen, gewijzigd bij decreten van 28.05.2010, 17.02.2012 en 03.05.2024.
De omzendbrief KB/ABB/2019/2 van 15.02.2019 betreffende de gemeentefiscaliteit.
Het decreet van 22.12.2017 over het lokaal bestuur in het bijzonder artikel 369 over de reglementen in geval van vrijwillige samenvoeging van gemeenten.
Besluit van de gemeenteraad van Meulebeke van 23.01.2019 houdende het reglement 'belasting op exploitatie van groeven en graverijen'.
Het reglement zoals goedgekeurd bij besluit van de gemeenteraad van Meulebeke van 23.01.2019 betreffende de belasting op exploitatie van groeven en graverijen wordt ingevolge de bepalingen van artikel 369 van het decreet over het lokaal bestuur van 22.12.2017 van rechtswege opgeheven m.i.v. 01.01.2026.
De exploitatie van groeven en graverijen is milieubelastingen en vergt een speciaal toezicht van de gemeente, het aanbrengen van aangepaste signalisatie, bijkomende politiecontroles, enz.
Ook het zwaar vervoer dat gepaard gaat met de uitbating van groeven vraagt buitengewoon onderhoud van de wegen van en naar de groeven.
Het is aangewezen dat de uitbaters van de groeven en graverijen die op het grondgebied Tielt exploiteren, meebetalen voor deze buitengewone uitgaven.
Rekening houdende met enerzijds de financiële toestand van de gemeente en de wettelijke verplichting om een financieel evenwicht te handhaven, en met anderzijds bovenstaande argumenten, wordt er een belasting op de exploitatie van groeven en graverijen ingevoerd voor de jaren 2026 tot en met 2031.
De geraamde ontvangsten uit de belasting op de exploitatie van groeven en graverijen worden opgenomen in het meerjarenplan 2026-2031.
De gemeenteraad beslist:
Artikel 1
Het reglement betreffende de belasting op de exploitatie van groeven en graverijen wordt voor de jaren 2026 tot en met 2031 als volgt vastgesteld:
DOEL VAN HET REGLEMENT
Artikel 1
De Stad Tielt wil alle exploitanten die op het grondgebied van de Stad Tielt een groeve of graverij exploiteren, en daardoor in buitengewone mate de gemeentelijke infrastructuur en het milieu belasten, en in het bijzonder met zwaar verkeer het wegdek van de gemeentelijke wegen, aan een gemeentebelasting onderwerpen.
Dit reglement bepaalt wie de belasting moet betalen, waarop ze van toepassing is, hoe het bedrag berekend wordt, en op welke manier ze wordt geïnd.
DE BELASTBARE PERIODE
Artikel 2
De belasting wordt geheven voor de aanslagjaren 2026 tot en met 2031.
DE BELASTBARE GRONDSLAG OF HET BELASTBAAR FEIT
Artikel 3
De stad heft een jaarlijkse belasting ten laste van elke exploitant van een groeve of graverij die op het grondgebied van de Stad Tielt wordt uitgebaat; dit ongeacht of hun maatschappelijke zetel in de Stad is gelegen.
De belasting wordt vastgesteld per vierkante meter belastbare oppervlakte van de groeve of graverij. Als belastbare oppervlakte geldt de effectief in exploitatie zijnde oppervlakte van de groeve of graverij.
DE BELASTINGPLICHTIGE
Artikel 4
De belasting is verschuldigd door de exploitant van de groeve of graverij op 1 januari van het aanslagjaar.
HOOFDELIJKHEID
Artikel 5
De eigenaar van het goed waarop de groeve of graverij is ingericht, is hoofdelijk aansprakelijk voor de betaling van de belasting.
BEREKENINGSGRONDSLAG EN TARIEF OF AANSLAGVOET
Artikel 6
De belasting wordt vastgesteld op € 0,50 per vierkante meter belastbare oppervlakte van de groeve of graverij. Als belastbare oppervlakte geldt de effectief in exploitatie zijnde oppervlakte van de groeve of graverij.
Artikel 7
De tarieven zoals vermeld in het belastingreglement worden jaarlijks op 1 januari aangepast aan de evolutie van de gezondheidsindex, waarbij volgende formule wordt toegepast:
Het geïndexeerde nieuwe tarief = basistarief x nieuwe index
aanvangsindex
Waarbij:
Basistarief = Het tarief zoals vermeld in het belastingreglement.
Nieuwe index = De gezondheidsindex van de maand september van het jaar voorafgaand aan de indexering.
Aanvangsindex = gezondheidsindex van de maand september 2025.
WIJZE VAN INNING EN BETALING
Artikel 8
De belasting wordt ingevorderd overeenkomstig het decreet van 30 mei 2008 en latere wijzigingen; betreffende de vestiging, de invordering en geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen.
De belasting wordt ingevorderd door middel van kohier dat vastgesteld en uitvoerbaar wordt verklaard door het College van Burgemeester en Schepenen.
De belasting moet worden betaald binnen de twee maanden na de verzending van het aanslagbiljet.
PROCEDURE EN AANGIFTEPLICHT
Artikel 9
De belastingplichtige ontvangt vanwege het Stadsbestuur een aangifteformulier dat door hem, behoorlijk ingevuld en ondertekend, voor de erin vermelde vervaldatum moet worden teruggestuurd. De belastingplichtige die geen aangifteformulier heeft ontvangen, is gehouden, uiterlijk op 1 mei van het aanslagjaar, aan het Stadsbestuur de voor de aanslag noodzakelijke gegevens ter beschikking te stellen.
Artikel 10
Bij gebreke aan een aangifte, laattijdige aangifte of onvolledige, onjuiste of onnauwkeurige aangifte wordt de belastingplichtige ambtshalve belast volgens de gegevens waarover het gemeentebestuur beschikt, onverminderd het recht van bezwaar en beroep. Vooraleer over te gaan tot de ambtshalve vaststelling van de belasting, betekent het college van burgemeester en schepenen aan de belastingplichtige, per aangetekend schrijven, de motieven om gebruik te maken van deze procedure, de elementen waarop de aanslag is gebaseerd evenals de wijze van bepaling van deze elementen en het bedrag van de belasting. De belastingplichtige beschikt over een termijn van dertig dagen te rekenen vanaf de derde werkdag die volgt op de verzending van de betekening om zijn opmerkingen schriftelijk voor te dragen.
BELASTINGVERHOGING
Artikel 11
De belasting wordt verhoogd met een percentage van 10% op de verschuldigde belasting bij een eerste overtreding, met een percentage van 20% op de verschuldigde belasting bij een tweede overtreding. Vanaf de derde overtreding zal de belastingverhoging 100% bedragen, met dien verstande dat een correcte aangifte gedurende twee opeenvolgende jaren de goede trouw in hoofde van de belastingplichtige volledig herstelt. Het bedrag van deze verhoging wordt ingekohierd.
BEZWAARMOGELIJKHEID
Artikel 12
De belastingschuldige of zijn vertegenwoordiger kan tegen de aanslag of een eventuele belastingverhoging een bezwaarschrift indienen bij het College van Burgemeester en Schepenen, dat handelt als administratieve overheid. Het bezwaar moet schriftelijk worden ingediend, ondertekend en gemotiveerd zijn en op straffe van verval worden ingediend binnen een termijn van 3 maanden te rekenen vanaf de derde werkdag volgend op de datum van verzending van het aanslagbiljet.
INWERKINGTREDING
Artikel 13
Dit reglement treedt in werking op 1 januari 2026.
BEKENDMAKING
Artikel 14
Dit reglement wordt bekendgemaakt via de website van de stad.
Artikel 2
Dit reglement treedt in werking op 01.01.2026
Artikel 3
Dit besluit zal worden bekendgemaakt overeenkomstig artikel 286 en artikel 287 van het decreet over het lokaal bestuur van 22.12.2017.
De grondwet, in het bijzonder artikel 41, 162 en 170§4 over de fiscale bevoegdheid van de gemeenten en de bevoegdheid van de gemeenteraad inzake het invoeren van een belasting.
Het decreet van 22.12.2017 over het lokaal bestuur, in het bijzonder artikel 2, artikel 40§3 en artikel 41.
Het decreet van 30.05.2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen, gewijzigd bij decreten van 28.05.2010, 17.02.2012 en 03.05.2024.
De omzendbrief KB/ABB/2019/2 van 15.02.2019 betreffende de gemeentefiscaliteit.
Het decreet van 22.12.2017 over het lokaal bestuur in het bijzonder artikel 369 over de reglementen in geval van vrijwillige samenvoeging van gemeenten.
Besluit van de gemeenteraad van Tielt 02.12.2021, gewijzigd in zitting van 07.12.2023 betreffende belasting op het vellen, rooien en kandelaberen van bomen.
Het reglement zoals goedgekeurd bij besluit van de gemeenteraad van Tielt van 02.12.2021, gewijzigd in zitting van 07.12.2023, betreffende belasting op het vellen, rooien en kandelaberen van bomen wordt ingevolge de bepalingen van artikel 369 van het decreet over het lokaal bestuur van 22.12.2017 van rechtswege opgeheven m.i.v. 01.01.2026.
Het vellen, rooien en kandelaberen van bomen zijn ingrepen waarvoor een omgevingsvergunning noodzakelijk is.
Bomen leveren over het volledige grondgebied van de Stad verspreid belangrijke ecosysteemdiensten; ze capteren koolstofdioxide, filteren fijn stof, zorgen voor schaduw en verkoeling, houden grond vast, zijn voedselbron of gastheer voor tal van organismen. Bij het vellen, rooien of kandelaberen van een boom worden deze ecosysteemdiensten teniet gedaan.
Bij het aanplanten van bomen daarentegen worden deze ecosysteemdiensten opnieuw verzorgd.
Daarom is het noodzakelijk om voldoende bomen te behouden op het grondgebied van de stad.
Evenwel kan het soms gebeuren dat een boom toch dient te worden geveld of gerooid: verschillende overheden op verschillende niveaus zijn ook bezig met het planten, beheren, onderhouden en kappen van bomen; ze doen dit binnen hun bevoegdheden en stellen hiertoe doorgaans ook beheerplannen op waar de stad niet in wil en kan interfereren. Ook terreinbeherende verenigingen rooien of vellen soms bomen, maar dit past ook binnen goedgekeurde beheerplannen en met het oog op het verbeteren van natuurwaarden.
Daarnaast is het ook zo dat binnen de fruitteelt bomen gerooid worden maar het intrinsiek aan de activiteit is verbonden dat de bomen zo snel mogelijk vervangen worden om weer te kunnen produceren.
Ook het gebeurlijk knotten van bomen zorgt voor een hogere natuurwaarde in het buitengebied, knotbomen ondervinden hier ook geen beperking van in hun voortbestaan.
Soms gebeurt het dat na een noodwendigheid een boom een dermate gevaar kan opleveren dat het aangewezen is deze te vellen of te rooien zonder dat dit de intentie was van de eigenaar of beheerder van de betreffende boom. Het is daarnaast ook zo dat ook bomen ziek kunnen worden of afsterven en dat ook hier op termijn een gevaar van kan uitgaan, terwijl het initieel niet de intentie van de eigenaar of de beheerder was om de boom te rooien of te vellen.
Het ontwerp van nieuw reglement werd dd. 24.11.2025 besproken in de Milieuraad. De Milieuraad verleende positief advies.
De geraamde ontvangsten uit de belasting op het vellen, rooien en kandelaberen van bomen worden opgenomen in het meerjarenplan 2026-2031.
De gemeenteraad beslist:
Artikel 1
Het reglement betreffende de belasting op het vellen, rooien en kandelaberen van bomen wordt voor de jaren 2026 tot en met 2031 als volgt vastgesteld:
DOEL VAN HET REGLEMENT
Artikel 1
Met dit reglement wil de stad bijdragen aan het behoud van het bomenbestand. Bomen leveren namelijk belangrijke ecosysteemdiensten die bij vellen, rooien of kandelaberen teniet worden gedaan maar na aanplant van nieuwe bomen weer worden hersteld.
Dit reglement bepaalt wie de belasting moet betalen, waarop ze van toepassing is, hoe het bedrag berekend wordt, en op welke manier ze wordt geïnd.
DE BELASTBARE PERIODE
Artikel 2
De belasting wordt geheven voor de aanslagjaren 2026 tot en met 2031.
DE BELASTBARE GRONDSLAG OF HET BELASTBAAR FEIT
Artikel 3
De stad heft een belasting op het vellen, rooien en kandelaberen van bomen waarvoor de verplichting geldt te beschikken over een omgevingsvergunning.
DEFINITIES
Artikel 4
In dit reglement betekent:
DE BELASTINGPLICHTIGE
Artikel 5
De belasting is verschuldigd door elke natuurlijke persoon, rechtspersoon, feitelijke vereniging of andere entiteit zonder rechtspersoonlijkheid die overgaat tot het vellen, rooien en kandelaberen van bomen waarvoor de verplichting geldt te beschikken over een omgevingsvergunning, met uitzondering van de entiteiten opgesomd in lid 2 en van de handelingen opgesomd in lid 3 van artikel 8.
BEREKINGSGRONDSLAG EN TARIEF OF AANSLAGVOET
Artikel 7
De belasting wordt berekend per boom waarvoor de verplichting geldt te beschikken over een omgevingsvergunning voor het vellen, rooien of kandelaberen, op basis van de stamomtrek:
| Stamomtrek |
Verschuldigde belasting |
| 30 tot 65 cm |
250 euro |
| 66 tot 130 cm |
500 euro |
| 131 tot 150 cm |
750 euro |
| Meer dan 150 cm |
1000 euro + ((cm stamomtrek -150 cm) * 10) euro |
De tarieven zoals vermeld in het belastingreglement worden jaarlijks op 1 januari aangepast aan de evolutie van de gezondheidsindex, waarbij volgende formule wordt toegepast:
Het geïndexeerde nieuwe tarief = basistarief x nieuwe index
aanvangsindex
Basistarief = tarief zoals vermeld in het belastingreglement.
Nieuwe index is de verhoogde of verlaagde index van de maand september voorafgaand aan de indexering.
De aanvangsindex is de gezondheidsindex van de maand september 2025.
VRIJSTELLINGEN EN/OF VERMINDERINGEN
Artikel 8
1) Er moet geen belasting betaald worden in de volgende gevallen:
- Het periodiek knotten van knotbomen, in zoverre het een normale knotactiviteit betreft waarbij takken van de kruin worden verwijderd
- Het vellen of rooien van bomen zoals opgenomen in een goedgekeurd beheerplan
- Het vellen of rooien van bomen indien er na stormweer of een andere noodwendigheid acuut gevaar is opgetreden dat werd bevestigd door de groendienst, brandweer of politie en waarbij het vellen of rooien wordt toegestaan door de burgemeester
- Het vellen of rooien van bomen die zonder voorafgaand menselijk ingrijpen dood of ziek zijn en waarbij een voorafgaand advies van de groendienst of een erkend boomchirurg stelt dat de boom op korte termijn (minder dan 2 jaar) een acuut gevaar zal vormen.
- Het dunnen van bomen, waarbij het advies van de groendienst stelt dat het hier effectief een noodzakelijke dunning betreft.
2) Van de belasting wordt vrijgesteld:
- Gemeentelijke, provinciale en gewestelijke overheden en hun afdelingen, departementen of diensten die instaan voor groenbeheer in ruime zin.
- Terreinbeherende verenigingen met als doelstelling te werken aan landschap en natuur in ruime zin.
- Professionele telers van (fruit)bomen
3) Vrijstelling van de belasting wordt tevens verleend:
Indien de aanvrager vrijwillig dan wel verplicht overgaat tot heraanplant van een of meer bomen van een vergelijkbare waarde, wordt hij vrijgesteld van belasting. De vergelijkbare waarde wordt aangetoond via onderstaande tabel:
| Stamomtrek te vellen boom |
Minimale plantmaat te herplanten boom |
| 30 tot 65 cm |
10/12 |
| 66 tot 130 cm |
12/14 |
| 131 tot 150 cm |
12/14 |
| meer dan 150 cm |
14/16 en bijkomend per 100 cm stamomtrek telkens 1 boom extra met plantmaat 14/16; |
Bij bomen die binnen een lijnverband werden aangeplant, wordt per gevelde boom 1 boom ter compensatie aangeplant.
Bij schermgroen dat door zijn omvang vergunningsplichtig is geworden, wordt een compensatie van 10 % van het aantal te rooien bomen in het scherm voorzien, heraangeplant in de plantmaat 10/12. Het aantal van 10 % te planten bomen wordt afgerond naar de bovenste eenheid.
BIJKOMENDE VOORWAARDEN
Artikel 9
De soortkeuze van de her aan te planten bomen dient voorgelegd te worden aan het stadsbestuur, bij voorkeur bij de vergunningsaanvraag. Deze soortkeuze dient voorafgaand aan de heraanplant goedgekeurd te worden.
De aanplant dient gebeurd te zijn uiterlijk 2 plantseizoenen na de aanvang der werken. Foto’s van de heraanplant en een aankoopbewijs dienen dan ook voorgelegd te worden binnen deze termijn. Er kan eveneens door de bevoegde dienst een bezoek ter plaatse gebeuren om de heraanplant te verifiëren. Indien het vellen of rooien wordt uitgevoerd in het kader van grote bouw of renovatiewerken kan de vergunningsplichtige een gemotiveerde aanvraag voor een verlenging van de heraanplanttermijn richten aan het college van burgemeester en schepenen. De verlenging van de heraanplanttermijn kan maximum 2 plantseizoenen bedragen.
De vergunningsplichtige dient er alles aan te doen om de aanplant te doen slagen: zorgvuldig en vakkundig aanplanten en de aanplant het eerste jaar van voldoende water voorzien bij droogte. Bij uitval binnen de eerste 12 maanden na aanplant dient de aanplant opnieuw te gebeuren in het eerstvolgende plantseizoen.
WIJZE VAN INNING EN BETALING
Artikel 10
De belasting wordt ingevorderd met een kohier.
PROCEDURE EN AANGIFTEPLICHT
Artikel 11
Bij het indienen van de Omgevingsvergunningsaanvraag dient de belastingplichtige alle noodzakelijke info aan te leveren.
Na het verstrijken van de periode waarbinnen de aanplant dient te gebeuren wordt overgegaan tot het opmaken van het kohier.
BEZWAARMOGELIJKHEID
Artikel 15
De belastingschuldige (of zijn vertegenwoordiger) kan bezwaar indienen tegen de belastingaanslag.
Dit gebeurt bij het college van burgemeester en schepenen, volgens de regels van het decreet van 30 mei 2008 over het heffen, innen en betwisten van provincie- en gemeentebelastingen.
INWERKINGTREDING
Artikel 16
Dit reglement treedt in werking op 1 januari 2026.
BEKENDMAKING
Artikel 17
Dit reglement wordt bekendgemaakt via de website van de stad.
Artikel 2
Dit reglement treedt in werking op 01.01.2026.
Artikel 3
Dit besluit zal worden bekendgemaakt overeenkomstig artikel 286 en artikel 287 van het decreet over het lokaal bestuur van 22.12.2017.
De grondwet, in het bijzonder artikel 41, 162 en 170§4 over de fiscale bevoegdheid van de gemeenten en de bevoegdheid van de gemeenteraad inzake het invoeren van een belasting.
Het decreet van 22.12.2017 over het lokaal bestuur, in het bijzonder artikel 2, artikel 40§3 en artikel 41.
Het decreet van 30.05.2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen, gewijzigd bij decreten van 28.05.2010, 17.02.2012 en 03.05.2024.
De omzendbrief KB/ABB/2019/2 van 15.02.2019 betreffende de gemeentefiscaliteit.
Het decreet van 22.12.2017 over het lokaal bestuur in het bijzonder artikel 369 over de reglementen in geval van vrijwillige samenvoeging van gemeenten.
Besluit van de gemeenteraad van Tielt van 05.12.2019 houdende het reglement 'belasting op de geldautomaten van bank- en financieringsinstellingen'.
Het reglement zoals goedgekeurd bij besluit van de gemeenteraad van Tielt van 05.12.2019 betreffende de belasting op de geldautomaten van bank- en financieringsinstellingen wordt ingevolge de bepalingen van artikel 369 van het decreet over het lokaal bestuur van 22.12.2017 van rechtswege opgeheven m.i.v. 01.01.2026.
Er is een merkbare evolutie vanwege bank- en financieringsinstellingen om geldautomaten te centraliseren op bepaalde locaties binnen de stad, waardoor de overlast op deze locaties merkbaar toeneemt. Hierdoor is er een bijkomende noodzaak aan o.a. verkeerstechnische maatregelen, maatregelen op vlak van parkeerbeleid, zwerfvuil, bijkomende politiecontroles, enz.
Het is billijk de bank- en financieringsinstellingen met 1 of 2 geldautomaten van deze belasting vrij te stellen. Er wordt vastgesteld dat de overlast op deze locaties beperkt blijft en niet in verhouding is tegenover locaties met 3 of meerdere geldautomaten. Daarnaast moeten de bank- en financieringsinstellingen gestimuleerd worden om individuele geldautomaten aan te houden in de individuele dorpskernen, eerder dan te centraliseren.
De gemeenteraad acht het nuttig belastingen te heffen teneinde de kosten om de overlast te beperken, te helpen bekostigen.
Rekening houdende met enerzijds de financiële toestand van de gemeente en de wettelijke verplichting om een financieel evenwicht te handhaven, en met anderzijds bovenstaande argumenten, wordt er een belasting op geldautomaten van bank- en financieringsinstellingen ingevoerd voor de jaren 2026 tot en met 2031.
De geraamde ontvangsten uit de belasting op geldautomaten van bank- en financieringsinstellingen worden opgenomen in het meerjarenplan 2026-2031.
De gemeenteraad beslist:
Artikel 1
Het reglement betreffende de belasting op geldautomaten van bank- en financieringsinstellingen wordt voor de jaren 2026 tot en met 2031 als volgt vastgesteld:
DOEL VAN HET REGLEMENT
Artikel 1
De Stad Tielt wil een belasting heffen op geldautomaten van bank- en financieringsinstellingen op grondgebied Tielt. Geldautomaten worden door de grootbanken steeds meer gegroepeerd op centrale locaties, met overlast tot gevolg. De maatregelen om de overlast te beperken zorgen voor een substantiële financiële impact waardoor een belasting te rechtvaardigen is.
Dit reglement bepaalt wie de belasting moet betalen, waarop ze van toepassing is, hoe het bedrag berekend wordt, en op welke manier ze wordt geïnd.
DE BELASTBARE PERIODE
Artikel 2
De belasting wordt geheven voor de aanslagjaren 2026 tot en met 2031.
DE BELASTBARE GRONDSLAG OF HET BELASTBAAR FEIT
Artikel 3
De stad heft een belasting op de geldautomaten van bank- en financieringsinstellingen op grondgebied Tielt per 1 januari van het aanslagjaar.
DEFINITIES
Artikel 4
In dit reglement betekent:
DE BELASTINGPLICHTIGE
Artikel 5
De belasting is verschuldigd door de natuurlijke of rechtspersoon onder wiens handelsnaam, logo of embleem, de in artikel 1 bedoelde instellingen, agentschappen of bijkantoren of éénmanszaken geëxploiteerd worden.
BEREKINGSGRONDSLAG EN TARIEF OF AANSLAGVOET
Artikel 6
De belasting bedraagt €1.500 per geldautomaat op grondgebied Tielt per 1 januari van het aanslagjaar.
Artikel 7
De tarieven zoals vermeld in het belastingreglement worden jaarlijks op 1 januari aangepast aan de evolutie van de gezondheidsindex, waarbij volgende formule wordt toegepast:
Het geïndexeerde nieuwe tarief = basistarief x nieuwe index
aanvangsindex
Waarbij:
Basistarief = Het tarief zoals vermeld in het belastingreglement.
Nieuwe index = De gezondheidsindex van de maand september van het jaar voorafgaand aan de indexering.
Aanvangsindex = gezondheidsindex van de maand september 2025.
VRIJSTELLINGEN EN/OF VERMINDERINGEN
Artikel 8
Er moet geen belasting betaald worden voor locaties met minder dan 3 geldautomaten, dit omdat de overlast op deze locaties merkbaar beperkter is.
WIJZE VAN INNING EN BETALING
Artikel 9
De belasting wordt ingevorderd overeenkomstig het decreet van 30 mei 2008 en latere wijzigingen; betreffende de vestiging, de invordering en geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen.
De belasting wordt ingevorderd door middel van kohier dat vastgesteld en uitvoerbaar wordt verklaard door het College van Burgemeester en Schepenen.
De belasting moet worden betaald binnen de twee maanden na de verzending van het aanslagbiljet.
BEZWAARMOGELIJKHEID
Artikel 10
De belastingschuldige of zijn vertegenwoordiger kan tegen de aanslag of een eventuele belastingverhoging een bezwaarschrift indienen bij het College van Burgemeester en Schepenen, dat handelt als administratieve overheid. Het bezwaar moet schriftelijk worden ingediend, ondertekend en gemotiveerd zijn en op straffe van verval worden ingediend binnen een termijn van 3 maanden te rekenen vanaf de derde werkdag volgend op de datum van verzending van het aanslagbiljet.
INWERKINGTREDING
Artikel 11
Dit reglement treedt in werking op 1 januari 2026.
BEKENDMAKING
Artikel 12
Dit reglement wordt bekendgemaakt via de website van de stad.
Artikel 2
Dit reglement treedt in werking op 01.01.2026.
Artikel 3
Dit besluit zal worden bekendgemaakt overeenkomstig artikel 286 en artikel 287 van het decreet over het lokaal bestuur van 22.12.2017.
De grondwet, in het bijzonder artikel 41, 162 en 170§4 over de fiscale bevoegdheid van de gemeenten en de bevoegdheid van de gemeenteraad inzake het invoeren van een belasting.
Het decreet van 22.12.2017 over het lokaal bestuur, in het bijzonder artikel 2, artikel 40§3 en artikel 41.
Het decreet van 30.05.2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen, gewijzigd bij decreten van 28.05.2010, 17.02.2012 en 03.05.2024.
De omzendbrief KB/ABB/2019/2 van 15.02.2019 betreffende de gemeentefiscaliteit.
Het decreet van 22.12.2017 over het lokaal bestuur in het bijzonder artikel 369 over de reglementen in geval van vrijwillige samenvoeging van gemeenten.
Besluit van de gemeenteraad van Tielt van 05.12.2019 houdende het reglement 'belasting op de aanplakborden'.
Het reglement zoals goedgekeurd bij besluit van de gemeenteraad van Tielt van 05.12.2019 betreffende de belasting op de aanplakborden wordt ingevolge de bepalingen van artikel 369 van het decreet over het lokaal bestuur van 22.12.2017 van rechtswege opgeheven m.i.v. 01.01.2026.
Rekening houdende met enerzijds de financiële toestand van de gemeente en de wettelijke verplichting om een financieel evenwicht te handhaven en om anderzijds de visuele hinder, voortgebracht door aanplakborden, te beperken, de wildgroei van borden tegen te houden, en om het stedelijk en tegelijk landelijk historisch karakter van de stad te beschermen wordt er een belasting op aanplakborden ingevoerd voor de jaren 2026 tot en met 2031.
Het ontwerp van reglement wordt ter goedkeuring aan de gemeenteraad voorgelegd.
De geraamde ontvangsten uit de belasting op aanplakborden worden opgenomen in het meerjarenplan 2026-2031.
De gemeenteraad beslist:
Artikel 1
Het reglement betreffende de belasting op aanplakborden wordt voor de jaren 2026 tot en met 2031 als volgt vastgesteld:
DOEL VAN HET REGLEMENT
Artikel 1
Met dit reglement wil de stad de visuele hinder voortgebracht door aanplakborden beperken, wildgroei van borden tegen houden, beschermen van het stedelijk/landelijk en historisch karakter van de stad, en het waarborgen van de verkeersveiligheid en leesbaarheid van het openbaar domein.
Dit reglement bepaalt wie de belasting moet betalen, waarop ze van toepassing is, hoe het bedrag berekend wordt, en op welke manier ze wordt geïnd.
DE BELASTBARE PERIODE
Artikel 2
De belasting wordt geheven voor de aanslagjaren 2026 tot en met 2031.
DE BELASTBARE GRONDSLAG OF HET BELASTBAAR FEIT
Artikel 3
De stad heft een belasting op de aanplakborden, opgesteld op het grondgebied van de stad langs de openbare weg of op een plaats in de open lucht, zichtbaar vanaf de openbare weg en bestemd voor het voeren van reclame.
DEFINITIES
Artikel 4
In dit reglement betekent:
DE BELASTINGPLICHTIGE
Artikel 5
De belasting is verschuldigd door de natuurlijke of de rechtspersonen die de beschikking (vrij gebruik) hebben over het aanplakbord; als deze niet gekend is, is de belasting verschuldigd door de eigenaar van de grond waarop het bord is geplaatst of de eigenaar van de muur of de afsluiting waarop de reclame is aangebracht.
BEREKINGSGRONDSLAG EN TARIEF OF AANSLAGVOET
Artikel 6
De belasting wordt vastgesteld op 60,00 euro per vierkante meter of per gedeelte van een vierkante meter.
Artikel 7
Voor een bord wordt als belastbare oppervlakte, de nuttige oppervlakte in aanmerking genomen, zijnde de oppervlakte die voor aanplakking kan worden gebruikt, met uitzondering van de omlijsting; voor muren en afsluitingen beperkt de belastbare oppervlakte zich tot het beschilderde of beplakte deel ervan, of tot de oppervlakte die bekomen wordt door een rechthoek, waarbij de uiterste punten van een op een andere wijze vastgehechte reclame, de raakpunten vormen. Voor constructies waarvan beide zijden zichtbaar zijn, dient de oppervlakte van deze zijden samengeteld.
Artikel 8
De belasting is ondeelbaar verschuldigd voor gans het jaar, ongeacht het tijdstip in de loop van het belastingjaar waarop het betrokken bord wordt geplaatst.
Artikel 9
De tarieven zoals vermeld in het belastingreglement worden jaarlijks op 1 januari aangepast aan de evolutie van de gezondheidsindex, waarbij volgende formule wordt toegepast:
Het geïndexeerde nieuwe tarief = basistarief x nieuwe index
aanvangsindex
Waarbij:
Basistarief = Het tarief zoals vermeld in het belastingreglement.
Nieuwe index = De gezondheidsindex van de maand september van het jaar voorafgaand aan de indexering.
Aanvangsindex = gezondheidsindex van de maand september 2025.
VRIJSTELLINGEN EN/OF VERMINDERINGEN
Artikel 10
Van de belasting wordt vrijgesteld:
WIJZE VAN INNING EN BETALING
Artikel 11
De belasting wordt ingevorderd overeenkomstig het decreet van 30 mei 2008 en latere wijzigingen betreffende de vestiging, de invordering en geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen.
De belasting wordt ingevorderd door middel van kohier dat vastgesteld en uitvoerbaar wordt verklaard door het College van Burgemeester en Schepenen.
De belasting moet worden betaald binnen de twee maanden na de verzending van het aanslagbiljet.
PROCEDURE VASTSTELLING EN AANGIFTE
Artikel 12
De belastingplichtigen moet ieder jaar, uiterlijk op 1 april van het aanslagjaar, bij het stadsbestuur aangifte doen van de aanplakborden waarover zij beschikken, met opgave van het aantal, evenals van de oppervlakte per bord.
De aangifte moet de toestand aangeven op 1 maart van het aanslagjaar.
De personen die, na hierboven opgegeven normale aangiftedatum, overgaan tot het plaatsen van belastbare aanplakborden, of die het aantal en/of de oppervlakte van de oorspronkelijk aangegeven belastbare borden vermeerderen of vergroten, dienen binnen de vijftien dagen volgend op het ontstaan van de nieuwe of gewijzigde toestand, hiervan aangifte te doen bij het gemeentebestuur met vermelding van het vermeerderd aantal en/of van de vergrote oppervlakte.
Artikel 13
Bij gebrek aan aangifte, of in geval van onjuiste, onvolledige of onnauwkeurige aangifte vanwege de belastingplichtige wordt de belasting ambtshalve ingekohierd overeenkomstig de procedure voorzien in de wet ter vestiging en de invordering van de provincie- en gemeentebelastingen.
BEZWAARMOGELIJKHEID
Artikel 14
De belastingschuldige of zijn vertegenwoordiger kan tegen de aanslag of een eventuele belastingverhoging een bezwaarschrift indienen bij het College van Burgemeester en Schepenen, dat handelt als administratieve overheid. Het bezwaar moet schriftelijk worden ingediend, ondertekend en gemotiveerd zijn en op straffe van verval worden ingediend binnen een termijn van 3 maanden te rekenen vanaf de derde werkdag volgend op de datum van verzending van het aanslagbiljet.
Artikel 2
Dit reglement treedt in werking op 1 januari 2026.
Artikel 3
Dit besluit zal worden bekendgemaakt overeenkomstig artikel 286 en artikel 287 van het decreet over het lokaal bestuur van 22.12.2017.
De grondwet, in het bijzonder artikel 41, 162 en 170§4 over de fiscale bevoegdheid van de gemeenten en de bevoegdheid van de gemeenteraad inzake het invoeren van een belasting.
Het decreet van 22.12.2017 over het lokaal bestuur, in het bijzonder artikel 2, artikel 40§3 en artikel 41.
Het decreet van 30.05.2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen, gewijzigd bij decreten van 28.05.2010, 17.02.2012 en 03.05.2024.
De omzendbrief KB/ABB/2019/2 van 15.02.2019 betreffende de gemeentefiscaliteit.
Het decreet van 22.12.2017 over het lokaal bestuur in het bijzonder artikel 369 over de reglementen in geval van vrijwillige samenvoeging van gemeenten.
Het decreet over het lokaal bestuur van 22.12.2017, inzonderheid artikelen 40 en 41.
Besluit van de gemeenteraad van Tielt van 05.12.2019, gewijzigd in de gemeenteraad van 07.05.2020, 03.12.2020, 06.05.2021 en 22.12.2022 betreffende belasting op het privaat gebruik van de openbare weg en / of het openbaar domein.
Besluit van de gemeenteraad van Meulebeke van 07.12.2023 betreffende belasting inname openbaar domein.
De reglementen zoals goedgekeurd bij besluit van de gemeenteraad van Tielt van 05.12.2019, gewijzigd in de gemeenteraad van 07.05.2020, 03.12.2020, 06.05.2021 en 22.12.2022 betreffende belasting openbaar domein en het besluit van de gemeenteraad van Meulebeke van 07.12.2023 betreffende belasting inname openbaar domein worden ingevolge de bepalingen van artikel 369 van het decreet over het lokaal bestuur van 22.12.2017 van rechtswege opgeheven m.i.v. 01.01.2026.
Rekening houdende met de financiële toestand van de gemeente en de wettelijke verplichting om een financieel evenwicht te handhaven en gezien het stadsbestuur inspanningen levert voor de veiligheid, vlotte verkeerscirculatie en verfraaiing van de stad is het billijk dat handelaars en aannemers ook een redelijke proportionele bijdrage leveren bij een tijdelijke inname van het openbaar domein. Bijgevolg wordt er een belasting inname openbaar domein ingevoerd voor de jaren 2026 tot en met 2031.
Deze belasting omvat verschillende soorten innames.
Er worden gedifferentieerde tarieven voorzien, waarbij voor handelaars die een belasting ter promotie van het kernwinkelgebied betalen er een voordeliger tarief wordt vastgelegd en waarbij voor innames zonder voorafgaande vergunning een hoger bedrag wordt gevraagd, rekening houdende met de bijkomende inzet van de gemeentelijke diensten voor de regularisatie van dergelijke situaties.
Er dient geen belasting betaald te worden in volgende gevallen:
Voor het inrichten van een manifestatie of activiteit op het openbaar domein:
Met liefdadig-, cultureel-, toeristisch of sociaal doel en uitgaande van een vereniging die gesubsidieerd wordt door de stad of aangesloten is bij een door de stad erkende adviesraad.
Ingericht door een feestcomité, dat gepatroneerd of gesubsidieerd is door de stad in het kader van de wijkwerking.
Ter bevordering van de plaatselijke handel en nijverheid en gepatroneerd of gesubsidieerd door de stad.
Geheel of gedeeltelijk georganiseerd door de stad Tielt.
Voor het innemen van openbaar domein:
Het plaatsen van een verhuiswagen bij verhuis en beperkt tot een oppervlakte van maximum drie parkeerplaatsen of een straatlengte van 18 meter.
Het plaatsen van ceremoniewagens naar aanleiding van een huwelijk, begrafenis, jubileum.
De rechtspersonen die:
Opgericht zijn met het specifieke doel te voorzien in behoeften van algemeen belang die niet van industriële of commerciële aard zijn.
Rechtspersoonlijkheid hebben en waarvan ofwel de werkzaamheden in hoofdzaak gefinancierd worden door de stad ofwel het beheer onderworpen is aan toezicht van de stad.
Door raadslid Katrien Seys (Team BURGEMEESTER) werd volgend amendement ter stemming aan de gemeenteraad voorgelegd:
Met 12 stemmen voor (Danny Bossuyt, Veerle Vervaeke, Dirk Verwilst, Katrien Seys, Benedikt Van Staen, Kristof Vande Walle, Jean-Marie Gunst, Bernard De Marez, Lieven Vaneeckhoute, Koen Desmet, Filip Naert, Isabelle Van de Cappelle), 18 stemmen tegen (Glenn Lambert, Luc Vannieuwenhuyze, Pascale Baert, Birger De Coninck, Lieve Germonprez, Vincent Byttebier, Grietje Goossens, Didier Van Nieuwenhuyse, Bert Verdru, Marie De Cloet, Klaas Carrette, Simon Bekaert, Nele Callens-Gelaude, Hedwig Verdoodt, Joris Vande Vyvere, Mouna Belkadi, Rik Stevens, Stijn Dermul)
Het amendement wordt bijgevolg niet goedgekeurd.
De geraamde ontvangsten uit de belasting inname openbaar domein worden opgenomen in het meerjarenplan 2026-2031.
De gemeenteraad beslist:
Artikel 1
Het reglement betreffende de belasting inname openbaar domein wordt voor de jaren 2026 tot en met 2031 als volgt vastgesteld:
DOEL VAN HET REGLEMENT
Artikel 1
Met dit reglement wil de stad de kosten laten vergoeden van het privaat gebruik van de openbare weg of het openbaar domein.
Dit reglement bepaalt wie de belasting moet betalen, voor welke dienst of prestatie ze van toepassing is, hoe het bedrag berekend wordt, en op welke manier de betaling gebeurt.
GELDIGHEIDSDUUR VAN HET REGLEMENT
Artikel 2
De belasting wordt geheven voor de aanslagjaren 2026 tot en met 2031.
DEFINITIES
Artikel 3
Voorafgaande vergunning: de vergunning afgeleverd door het college van burgemeester en schepenen en waarbij de voorwaarden voor het gebruik van de openbare weg en / of het openbaar domein worden vastgelegd.
Pro rata temporis: naar rato van de daadwerkelijke tijd dat het van toepassing is.
Kernwinkelgebied: de as Kortrijkstraat – Markt – 1ste deel van de Ieperstraat van huisnummer 1 tot en met huisnummer 9 en van huisnummer 2 tot en met huisnummer 16 – Bruggestraat van Markt tot aan Kerkstraat tot en met huisnummer 28 en tot en met huisnummer 35.
Evenement: een tijdelijke activiteit, manifestatie en/of feestelijkheid, duidelijk in tijd en ruimte aanwijsbaar, en die gedurende maximaal 4 dagen het gebruik van gelegenheidsterrassen rechtvaardigt.
Omgeving Europahal / parking Generaal Maczekplein: de parkeerplaatsen, het voetpad en het openbaar domein grenzend aan en rondom de Europahal.
DE BELASTINGPLICHTIGE
Artikel 4
De belastingplichtige is de natuurlijke persoon, de rechtspersoon of de feitelijke vereniging die over een door het stadsbestuur uitgereikte vergunning beschikt en die voor private doeleinden gebruik maakt van de openbare weg of het openbaar domein, of die zonder voorafgaande vergunning de openbare weg of het openbaar domein gebruikt.
BIJKOMENDE BEPALINGEN
Artikel 5
Voor het berekenen van de belasting wordt elke begonnen m² voor een volle m² aangerekend.
Het tijdelijk niet gebruiken van het openbaar domein door bvb. het niet uitstallen van koopwaren of voorwerpen te wijten aan weersomstandigheden geeft geen aanleiding tot proportionele vermindering van de belasting.
WAARVOOR EN TEGEN WELKE TARIEVEN IS DE BELASTING VERSCHULDIGD
Artikel 6.1 Voor het plaatsen van een terras door horecabedrijven.
Het terras dient geplaatst te worden volgens de modaliteiten van het terrasreglement voor horecagelegenheden van de stad Tielt dd. 18.12.2025.
De opmeting van het terras gebeurt mits tegensprekelijke vaststelling in aanwezigheid van een ambtenaar van de stad Tielt en de aanvrager. Voor het bepalen van de oppervlakte van het terras, worden alleen die doorgangen die zijn opgelegd door het stadsbestuur, van de oppervlakte in mindering gebracht.
De afbakening van de zones waarvan sprake onder 6.1.1 en 6.1.2 wordt bij beslissing van het college van burgemeester en schepenen vastgelegd.
6.1.1 Zomerterras (8 maanden) - (1 maart t.e.m. 31 oktober)
Zone 1 (Kernwinkelgebied): €24,00/m²/periode zomerterras.
Zone 2 (Overige uitgezonderd kernwinkelgebied): €12,00/m²/periode zomerterras.
Het zomerterras moet ten laatste op 1 november verwijderd worden.
Een parkeerplaats kan door een zomerterras worden ingenomen voor een ondeelbare periode van 1 maart t.e.m. 31 oktober.
6.1.2 Winterterras (4 maanden) - (1 november t.e.m. de laatste dag van februari)
Zone 1 (Kernwinkelgebied): €12,00/m²/periode winterterras.
Zone 2 (Overige uitgezonderd kernwinkelgebied): €6,00/m²/periode winterterras.
6.1.3 Gelegenheidsterrassen naar aanleiding van bepaalde manifestaties of feestelijkheden: €2,50/m²/dag. Deze gelegenheidsterrassen bevatten ook de bijkomende terrassen die de reeds vergunde oppervlakte van terrassen uit artikel 6.1.1 en artikel 6.1.2 overschrijdt en geplaatst worden t.g.v. evenementen.
Indien de noodzaak tot het plaatsen van gelegenheidsterrassen blijft bestaan na 4 dagen zal iedere nieuwe aangesneden termijn van 4 dagen als een belastingplichtig evenement worden beschouwd.
6.1.4 Terrasuitbreiding– cf. Artikel 9 – terrasuitbreiding van het terrasreglement voor horecagelegenheden:
- Kernwinkelgebied: €12,00/m²;
- Overige uitgezonderd kernwinkelgebied: €9,00/m².
Artikel 6.2 Voor het uitstallen van koopwaren.
6.2.1 Ter hoogte van de eigen handelszaak die gewoonlijk verkocht worden in deze handelszaak: €12,00/per lopende meter/kwartaal.
6.2.2 Voor het occasioneel uitstallen van koopwaren en etenswaren al dan niet voor de eigen handelszaak: €0,50/lopende meter/dag met een aan te rekenen minimum van €12,00/dag voor lokale handelaren met vestiging op grondgebied Tielt. Voor handelaren niet afkomstig uit Tielt wordt een tarief van €3,00/ lopende meter/dag met een minimum van €24,00/dag gevorderd. Voor lokale handelaars geldt tijdens braderieën het tarief zoals vermeld onder artikel 6.2.1. De lokale handelaars kunnen verkiezen om de plaats voor hun handelszaak niet te laten innemen door een derde en dit tegen een basistarief van €60,00/dag.
Bij de organisatie van een braderie dor de stad Tielt is iedere deelnemer gehouden tot het voorafgaandelijk betalen van een recupereerbare waarborg van €120,00. Na afloop wordt de waarborg terugbetaald. Bij schade of het niet aanwezig zijn op het evenement behoudt de stad zich het recht voor om de waarborg volledig of gedeeltelijk in te houden.
6.2.3 Voor de verkoop van bloemen aan de kerkhoven naar aanleiding van Allerheiligen: €1,50/lopende meter/dag met een aan te rekenen minimum van €12,00/dag.
6.2.4 Voor het overige gebruik van het voetpad, wegdek en parkeerplaatsen n.a.v. publieke of private evenementen (tenten, springkastelen,...) met uitzondering van gelegenheidsterrassen en met uitzondering van de omgeving Europahal / omgeving Generaal Maczekplein, geldt een tarief van:
€12,00/kalenderdag voor een oppervlakte van minder dan 20 m²
€24,00/kalenderdag voor een oppervlakte van meer dan 20 m²
Artikel 6.3 Voor het gebruik van het voetpad, wegdek en/of parkeerplaatsen voor bouwwerken (bouwen, verbouwen, herstellingen, enz.) met of zonder omheining:
€12,00/kalenderdag voor een oppervlakte van minder dan 20 m².
€24,00/kalenderdag voor een oppervlakte van 20m² en meer.
Voor een container of dienstvoertuig geplaatst zonder voorafgaande vergunning wordt een forfaitair bedrag van €60,00/dag aangerekend. Indien deze zich op een betalende parkeerplaats bevindt wordt €120,00/dag aangerekend.
Bij vaststelling van een inname van het openbaar domein voor het stapelen van bouwmaterialen, het plaatsen van bouwwerktuigen, kranen, afsluitingen, bouwstellingen en het plaatsen of oprichten van loodsen zonder voorafgaande schriftelijke vergunning wordt een tarief aangerekend van €20/m²/dag.
Het niet uitvoeren van de werken of het wijzigen / verplaatsen van de uitvoeringstermijn geeft geen aanleiding tot een proportionele vermindering of teruggave van de belasting.
De aanvragen voor een signalisatievergunning inname openbaar domein dienen te gebeuren via het online platform ‘Eagle’ van de stad Tielt terug te vinden op de website van de stad Tielt.
Artikel 6.4 Voor het plaatsen van voertuigen met of zonder geluidsinstallatie, al dan niet rijdend, die al dan niet specifiek gebruikt wordt voor het voeren van commerciële reclame:
€21,00/wagen/dag.
Uitzondering: Indien de bovengenoemde inname gebeurt op een betalende parkeerplaats, wordt per betalende parkeerplaats een tarief van €36,00/kalenderdag aangerekend. Indien dit voertuig elektriciteit van de stad wenst af te nemen, geldt een bijkomend tarief van €6,00 euro/dag.
Artikel 6.5 Het plaatsen van een circus op het openbaar domein:
€108,50/dag waarop een voorstelling wordt gegeven.
€750,00 voor de waarborg. Na afloop wordt de waarborg terugbetaald. Bij schade behoudt de stad zich het recht voor om de waarborg volledig of gedeeltelijk in te houden.
Vallen eveneens onder dit tarief: Een theatercircus, een artistieke stuntshow, een rondreizende tentoonstelling met show of optreden van dieren.
Artikel 6.6 Inname openbaar domein in de omgeving van de Europahal / parking Generaal Maczekplein.
€1,00/m²/dag bij evenementen in en rond de Europahal / parking Generaal Maczekplein met een minimum verschuldigd bedrag van €150,00.
Artikel 6.7 Inname openbaar domein wekelijkse markten Tielt:
6.7.1 Woensdagmarkt Meulebeke.
Zij die stand- en plaatsrecht voor de wekelijkse markt verschuldigd zijn, dienen zich te schikken naar de voorschriften van het reglement m.b.t. ambulante activiteiten op de openbare markten en op het openbaar domein dd. 18.12.2025.
6.7.1.1. Inname bij abonnement.
Voor personen die een standplaats innemen, met abonnement, tijdens de openbare marktdag bedraagt de belasting: €0,50 / lopende meter / dag. Personen die een standplaats innemen en die een bestelwagen of vrachtwagen stationeren voor, naast of achter hun kraam, zijn ook voor die lengte een belasting verschuldigd.
Bij gebruik elektriciteit wordt basisbedrag vermeerderd met: €3,00 / dag.
Standplaatshouders met abonnement op de openbare marktdag betalen het standgeld, dit wordt als volgt berekend: Toepasselijk tarief x aantal ingenomen meter x 50 weken / jaar.
Indien de uitbating gedurende het belastingsjaar wordt overgenomen of stopgezet, zal de belasting pro rata temporis verschuldigd zijn.
6.7.1.2. Inname losse standplaats.
Voor personen die een losse standplaats innemen tijdens de openbare marktdag bedraagt de belasting €1,00 / lopende meter / dag.
Bij gebruik elektriciteit wordt basisbedrag vermeerderd met: €3,00 / dag.
6.7.2 Donderdagmarkt Tielt.
Voor personen die een standplaats innemen tijdens de openbare marktdag bedraagt de belasting: €1,50 / lopende meter / dag.
Bij gebruik elektriciteit wordt basisbedrag vermeerderd met: €3,00 / dag.
Standplaatshouders met abonnement op de openbare marktdag betalen het standgeld, dit wordt als volgt berekend: Toepasselijk tarief x aantal ingenomen meter x 50 weken / jaar.
Indien de uitbating gedurende het belastingjaar wordt overgenomen of stopgezet, zal de belasting pro rata temporis verschuldigd zijn.
6.7.3 Wekelijkse boerenmarkt.
Voor personen die een standplaats innemen tijdens de boerenmarkt bedraagt de belasting: €1,00 / lopende meter / dag, inclusief elektriciteit.
Artikel 6.8 Leuren of rondventen op de openbare weg met allerlei waren.
De toelating om op de openbare weg te leuren of rond te venten is onderworpen aan expliciete voorafgaandelijke toestemming van de burgemeester. De te betalen belasting wordt als volgt vastgelegd:
€3,00/dag, €9,00/week, €30,00/maand voor het leuren met koopwaren.
€9,00/dag voor liedjeszangers, orgeldraaiers, fotografen, standwerkers, demonstrateurs, enz.
Worden vrijgesteld van deze belasting: Zij die regelmatig leuren met groenten en fruit, brood en andere voortbrengselen van meel, melk, vis, steenkool en klein hout tot branden bestemd, handelsreizigers op staal verkopers en rondventers met nieuwsbladen. Zij die echter bij gelegenheid met bovenstaande producten leuren, zijn wel aan huidig reglement onderworpen.
De leurder is gehouden op het eerste aanzoek van de politie of gemeenteoverheid, zodra hij zijn beroep hier uitoefent, het beloop van de belasting in bewaring te geven bij de financieel directeur van de stad, dat zal moet vertoond worden op elke aanvraag van de politie.
Artikel 6.9 In het kader van de openbare kermissen, is door elke kermis- of foorkramer die een attractie tentoonstelt op het openbaar domein een stand- of plaatsrecht verschuldigd:
Personen die een standplaats wensen in te nemen op de openbare kermissen dienen hiervoor vooraf toelating te bekomen van het stadsbestuur.
Indien de uitbating gedurende het belastingjaar wordt overgenomen of stopgezet, zal de belasting pro rata temporis verschuldigd zijn.
De belasting wordt als volgt vastgelegd:
6.9.1 Tielt.
| AARD |
OPPERVLAKTE |
PRIJS |
| Verkoop van eetwaren Voorbeeld: frituurgebak / braadworsten |
< 10m² |
€45,00 |
| Tussen 10m² en 20m² |
€90,00 |
|
| > 20m² |
€150,00 |
|
| Grote attracties Voorbeeld: autoscooter / Bidule / lunapark |
< 100m² |
€180,00 |
| Tussen 100m² en 150m² |
€240,00 |
|
| >150m² |
€300,00 |
|
| Diverse spelen Voorbeeld: ballenspel / visspel |
< 15m² |
€50,00 |
| >15m² |
€100,00 |
6.9.2 Aarsele, Kanegem en Schuiferskapelle.
| AARD |
OPPERVLAKTE |
PRIJS |
| Verkoop van eetwaren Voorbeeld: frituurgebak / braadworsten |
< 10m² |
€22,50 |
| Tussen 10m² en 20m² |
€45,00 |
|
| > 20m² |
€75,00 |
|
| Grote attracties Voorbeeld: autoscooter / Bidule / lunapark |
< 100m² |
€90,00 |
| Tussen 100m² en 150m² |
€120,00 |
|
| >150m² |
€150,00 |
|
| Diverse spelen Voorbeeld: ballenspel / visspel |
< 15m² |
€25,00 |
| >15m² |
€50,00 |
6.9.3 Meulebeke.
| AARD |
OPPERVLAKTE |
PRIJS |
| Verkoop van eetwaren Voorbeeld: frituurgebak / braadworsten |
< 10m² |
€35,00 |
| Tussen 10m² en 20m² |
€70,00 |
|
| > 20m² |
€115,00 |
|
| Grote attracties Voorbeeld: autoscooter / Bidule / lunapark |
< 100m² |
€135,00 |
| Tussen 100m² en 150m² |
€180,00 |
|
| >150m² |
€225,00 |
|
| Diverse spelen Voorbeeld: ballenspel / visspel |
< 15m² |
€40,00 |
| >15m² |
€75,00 |
VRIJSTELLINGEN EN/OF VERMINDERINGEN
Artikel 7
Er moet geen belasting betaald worden in de volgende gevallen:
Voor het inrichten van een manifestatie of activiteit op het openbaar domein:
Voor het innemen van openbaar domein bij:
De rechtspersonen die:
AANVULLENDE BEPALINGEN
Artikel 8
Er wordt geen teruggave gedaan van betaald recht, zelfs wanneer van de verleende vergunning geen gebruik wordt gemaakt, behoudens in geval van overmacht of buitengewone omstandigheden door het college van burgemeester en schepenen te beoordelen. Tegen deze beslissing kan geen verhaal worden ingesteld.
Het standgeld is toepasselijk zowel langs of op het openbaar domein van de staat, provincie of stad.
Het openbaar domein mag pas in navolging van de beslissing van het college van burgemeester ingenomen worden na goedkeuring van de bevoegde ambtenaar die een vergunning of toelating verleent aan de aanvrager.
WIJZE VAN INNING EN BETALING
Artikel 9
Het college van burgemeester en schepenen stelt de maatregelen voor de inning van het standgeld vast.
De belasting wordt contant ingevorderd. Als de contantbelasting niet kan worden geïnd, wordt de belasting een kohierbelasting overeenkomstig de bepalingen van het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen en latere wijzigingen.
Uitzonderingen hierop zij de marktkramers, cfr. art. 6.7, de houders van een vaste standplaats met abonnement op de openbare wekelijkse markten storten het standgeld op voorhand bij het begin van het semester in de stadskas. De losse deelnemers betalen een standgeld aan de door de gemeente aangestelde marktleider tegen afgifte van een ontvangstbewijs. Bij gebrek aan onmiddellijke betaling of kwijting binnen de 2 maanden, wordt de belasting opnieuw een kohierbelasting overeenkomstig de bepalingen van het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen en latere wijzigingen.
INDEXERING
Artikel 11
De tarieven zoals vermeld in het belastingreglement worden jaarlijks op 1 januari aangepast aan de evolutie van de gezondheidsindex, waarbij volgende formule wordt toegepast:
Het geïndexeerde nieuwe tarief = basistarief x nieuwe index
aanvangsindex
Basistarief = tarief zoals vermeld in het belastingreglement.
Nieuwe index is de verhoogde of verlaagde index van de maand september voorafgaand aan de indexering.
De aanvangsindex is de gezondheidsindex van de maand september 2025.
INWERKINGTREDING
Artikel 12
Dit reglement treedt in werking op 01.01.2026.
BEKENDMAKING
Artikel 13
Dit reglement wordt bekendgemaakt via de website van de stad.
Artikel 2
Dit reglement treedt in werking op 01.01.2026.
Artikel 3
Dit besluit zal worden bekendgemaakt overeenkomstig artikel 286 en artikel 287 van het decreet over het lokaal bestuur van 22.12.2017.
De grondwet, in het bijzonder artikel 41, 162 en 170§4 over de fiscale bevoegdheid van de gemeenten en de bevoegdheid van de gemeenteraad inzake het invoeren van een belasting.
Het decreet van 22.12.2017 over het lokaal bestuur, in het bijzonder artikel 2, artikel 40§3 en artikel 41.
Het decreet van 30.05.2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen, gewijzigd bij decreten van 28.05.2010, 17.02.2012 en 03.05.2024.
De omzendbrief KB/ABB/2019/2 van 15.02.2019 betreffende de gemeentefiscaliteit.
Het decreet van 22.12.2017 over het lokaal bestuur in het bijzonder artikel 369 over de reglementen in geval van vrijwillige samenvoeging van gemeenten.
De wet van 10.11.2006 betreffende de openingsuren in handel, ambacht en dienstverlening en zijn latere wijzigingen.
Besluit van de gemeenteraad van Tielt van 05.12.2019 houdende het reglement 'belasting op nachtwinkels en private bureaus voor telecommunicatie'.
Besluit van de gemeenteraad van Meulebeke van 23.01.2019 houdende het reglement 'belasting op nachtwinkels en private bureaus voor telecommunicatie'.
De reglementen zoals goedgekeurd bij besluit van de gemeenteraad van Tielt van 05.12.2019 betreffende de belasting op nachtwinkels en private bureaus voor telecommunicatie en van de gemeenteraad van Meulebeke van 23.01.2019 betreffende de belasting op nachtwinkels en private bureaus voor telecommunicatie worden ingevolge de bepalingen van artikel 369 van het decreet over het lokaal bestuur van 22.12.2017 van rechtswege opgeheven m.i.v. 01.01.2026.
Het fenomeen van de nachtwinkels en private bureaus voor telecommunicatie bestaat al enkele jaren maar neemt de laatste tijd meer en meer toe.
Nachtwinkels openen enkel tussen 18.00 uur ’s avonds en 07.00 uur ’s morgens en zorgen bijgevolg voor een zekere overlast.
Bovendien hebben een aantal gemeenten reeds een dergelijke belasting ingevoerd zodat er een reële kans bestaat dat meer kandidaat–uitbaters naar Tielt zullen uitwijken.
Nachtwinkels en private bureaus voor telecommunicatie verstoren de openbare orde, tasten de netheid aan en belasten de ordehandhavers en gemeentelijke diensten extra.
Hierdoor is het gewettigd om deze zaken financieel te laten bijdragen ten gunste van het stadsbestuur.
De schaal van Lokaal bestuur Tielt laat een wildgroei van dit soort handelsactiviteit niet toe. Het invoeren van een openingsbelasting kan een verdere groei van dit soort winkels tegengaan.
Het invoeren van een jaarlijkse belasting voor de bestaande nachtwinkels en private bureaus voor telecommunicatie kunnen de overlastkosten in zekere mate dekken.
Rekening houdende met enerzijds de financiële toestand van de gemeente en de wettelijke verplichting om een financieel evenwicht te handhaven, en met anderzijds bovenstaande argumenten, wordt er een belasting op nachtwinkels en private bureaus voor telecommunicatie ingevoerd voor de jaren 2026 tot en met 2031.
De geraamde ontvangsten uit de belasting op nachtwinkels en private bureaus voor telecommunicatie worden opgenomen in het meerjarenplan 2026-2031.
De gemeenteraad beslist:
Artikel 1
Het reglement betreffende de belasting op nachtwinkels en private bureaus voor telecommunicatie wordt voor de jaren 2026 tot en met 2031 als volgt vastgesteld:
DOEL VAN HET REGLEMENT
Artikel 1
De Stad Tielt heft een éénmalige openingsbelasting en een jaarlijkse exploitatiebelasting op de nachtwinkels en private bureaus voor telecommunicatie op grondgebied Tielt om enerzijds verdere groei van dit type handelsvestigingen af te remmen en bijgevolg overlast te voorkomen; en anderzijds om extra overlastkosten te kunnen dekken.
Dit reglement bepaalt wie de belasting moet betalen, waarop ze van toepassing is, hoe het bedrag berekend wordt, en op welke manier ze wordt geïnd.
DE BELASTBARE PERIODE
Artikel 2
De belasting wordt geheven voor de aanslagjaren 2026 tot en met 2031.
DE BELASTBARE GRONDSLAG OF HET BELASTBAAR FEIT
Artikel 3
De stad heft een belasting op:
DEFINITIES
Artikel 4
In dit reglement betekent:
DE BELASTINGPLICHTIGE
Artikel 5
De belasting is verschuldigd door de uitbater van de nachtwinkel of het privaat bureau voor telecommunicatie.
BEREKINGSGRONDSLAG EN TARIEF OF AANSLAGVOET
Artikel 6
De openingsbelasting wordt vastgesteld op €7.200. De openingsbelasting is ondeelbaar. Zij is steeds integraal verschuldigd. Het stopzetten of overdragen van de uitbating in de loop van het jaar geeft geen aanleiding tot enige teruggave.
De jaarlijkse belasting wordt vastgesteld op €1.800. De jaarlijkse belasting is ondeelbaar. Zij is steeds integraal verschuldigd. Het stopzetten of overdragen van de uitbating in de loop van het jaar geeft geen aanleiding tot enige teruggave.
De tarieven zoals vermeld in het belastingreglement worden jaarlijks op 1 januari aangepast aan de evolutie van de gezondheidsindex, waarbij volgende formule wordt toegepast:
Het geïndexeerde nieuwe tarief = basistarief x nieuwe index
aanvangsindex
Waarbij:
Basistarief = Het tarief zoals vermeld in het belastingreglement.
Nieuwe index = De gezondheidsindex van de maand september van het jaar voorafgaand aan de indexering.
Aanvangsindex = gezondheidsindex van de maand september 2025.
VRIJSTELLINGEN EN/OF VERMINDERINGEN
Artikel 7
Nachtwinkels en private bureaus voor telecommunicatie gelegen op grondgebied Tielt die hun uitbating zijn gestart voor de inwerkingtreding van dit reglement worden vrijgesteld van de openingsbelasting zoals bepaald in artikel 3.
WIJZE VAN INNING EN BETALING
Artikel 8
De belasting wordt ingevorderd door middel van kohier dat vastgesteld en uitvoerbaar wordt verklaard door het College van Burgemeester en Schepenen.
De belasting moet worden betaald binnen de twee maanden na de verzending van het aanslagbiljet.
AANGIFTEPLICHT EN AMBTSHALVE HEFFING
Artikel 9
Openingsbelasting
De uitbater van de handelszaak is ertoe gehouden voorafgaandelijk aan elke economische activiteit hiervan aangifte te doen bij het stadsbestuur. Hij is verplicht alle nodige documenten en vergunningen voor te leggen op het eerste verzoek. Hij dient de eventuele controle van zijn verklaring mogelijk te maken. Hij gebruikt daarvoor het daartoe bestemd aangifteformulier dat op éénvoudig verzoek kan verkegen worden bij het Stadsbestuur.
Artikel 10
Jaarlijkse belasting
Elk jaar per 1 januari wordt de jaarlijkse uitbatingsbelasting ambtshalve vastgesteld op basis van de gegevens waarover het gemeentebestuur beschikt. Elke wijziging, verhuis of stopzetting van de uitbating dient onder verantwoordelijkheid van de belastingplichtige onmiddellijk te worden meegedeeld aan het stadsbestuur.
BELASTINGVERHOGING
Artikel 11
Bij gebrek aan aangifte of bij onvolledige, onjuiste of onnauwkeurige aangifte wordt de belastingplichtige ambtshalve belast volgens de gegevens waarover het stadsbestuur beschikt, de belasting, onverminderd het recht van bezwaar en beroep. De ambtshalve ingekohierde belasting wordt vermeerderd met 10% van de belasting, Het bedrag van deze verhoogde belasting wordt eveneens ingekohierd.
BEZWAARMOGELIJKHEID
Artikel 12
De belastingschuldige of zijn vertegenwoordiger kan tegen de aanslag of een eventuele belastingverhoging een bezwaarschrift indienen bij het College van Burgemeester en Schepenen, dat handelt als administratieve overheid. Het bezwaar moet schriftelijk worden ingediend, ondertekend en gemotiveerd zijn en op straffe van verval worden ingediend binnen een termijn van 3 maanden te rekenen vanaf de derde werkdag volgend op de datum van verzending van het aanslagbiljet.
INWERKINGTREDING
Artikel 13
Dit reglement treedt in werking op 1 januari 2026.
BEKENDMAKING
Artikel 14
Dit reglement wordt bekendgemaakt via de website van de stad.
Artikel 2
Dit reglement treedt in werking op 01.01.2026.
Artikel 3
Dit besluit zal worden bekendgemaakt overeenkomstig artikel 286 en artikel 287 van het decreet over het lokaal bestuur van 22.12.2017.
De grondwet, in het bijzonder artikel 41, 162 en 170§4 over de fiscale bevoegdheid van de gemeenten en de bevoegdheid van de gemeenteraad inzake het invoeren van een belasting.
Het decreet van 22.12.2017 over het lokaal bestuur, in het bijzonder artikel 2, artikel 40§3 en artikel 41.
Het decreet van 30.05.2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen, gewijzigd bij decreten van 28.05.2010, 17.02.2012 en 03.05.2024.
De omzendbrief KB/ABB/2019/2 van 15.02.2019 betreffende de gemeentefiscaliteit.
Het decreet van 22.12.2017 over het lokaal bestuur in het bijzonder artikel 369 over de reglementen in geval van vrijwillige samenvoeging van gemeenten.
Het decreet van 23.12.2011 betreffende het duurzaam beheer van materiaalkringlopen en afvalstoffen (Materialendecreet).
Het besluit van de Vlaamse Regering van 17.02.2012 tot vaststelling van het Vlaams reglement betreffende het duurzaam beheer van materiaalkringlopen en afvalstoffen (VLAREMA).
Besluit van de gemeenteraad van Tielt 05.12.2019, laatst gewijzigd 22.12.2022 betreffende belasting op de huis-aan-huis verspreiding van niet-geadresseerde drukwerken en gelijkgestelde producten.
Besluit van de gemeenteraad van Meulebeke van 19.01.2020, laatst gewijzigd 11.01.2023 betreffende belasting op de huis-aan-huis verspreiding van niet-geadresseerde reclamedrukwerken.
Het algemeen politiereglement van de politiezone Regio Tielt, zoals her vastgesteld door de gemeenteraad op 18.12.2025.
De reglementen zoals goedgekeurd bij besluit van de gemeenteraad van Tielt van 05.12.2019, laatst gewijzigd 22.12.2022 betreffende belasting op de huis-aan-huis verspreiding van niet-geadresseerde drukwerken en gelijkgestelde producten en van de gemeenteraad van Meulebeke van 19.01.2020, laatst gewijzigd 11.01.2023 betreffende belasting op de huis-aan-huis verspreiding van niet-geadresseerde reclamedrukwerken worden ingevolge de bepalingen van artikel 369 van het decreet over het lokaal bestuur van 22.12.2017 van rechtswege opgeheven m.i.v. 01.01.2026.
Rekening houdende met de financiële toestand van de gemeente en de wettelijke verplichting om een financieel evenwicht te handhaven en onderstaande motivering, wordt er een belasting op de verspreiding van ongeadresseerd drukwerk en gelijkgestelde producten ingevoerd voor de jaren 2026 tot en met 2031.
Het is gerechtvaardigd een billijke financiële tussenkomst te vragen van alle belanghebbenden op het grondgebied van de gemeente, gelet op de financiële toestand van de gemeente en de wettelijke verplichting om een financieel evenwicht te handhaven.
De belasting op de verspreiding van ongeadresseerd drukwerk en gelijkgestelde producten heeft ook een ecologische component, met name het ontmoedigen van de veelverspreiding van reclame of publiciteit en het ontmoedigen van communicatiecampagnes op papier of wegwerpmateriaal. Deze hebben immers niet alleen een negatieve impact op het grondstoffenverbruik, maar ook op de inzameling en verwerking van afval door de gemeente.
Het tarief voor het drukwerk wordt vastgesteld per exemplaar volgens gewicht. Deze berekeningswijze huldigt het principe ‘de vervuiler betaalt’.
Het drukwerk of het gelijkgesteld product voor de verkiezingen en in het kader van een volksraadpleging wordt vrijgesteld van de belasting om het democratisch discours maximale kansen te geven. Het drukwerk of het gelijkgesteld product wordt in deze context verdeeld in het kader van het algemeen belang. Het is informatief, het heeft geen winstgevend oogmerk en het wordt beperkt in de tijd tijdens de periode van de verkiezingen of de volksraadpleging verdeeld.
Het drukwerk of het gelijkgesteld product van openbare instellingen, notarissen, door de gemeente erkende verenigingen, vormings- en onderwijsinstellingen, socioculturele en sportverenigingen, bedoeld om de inwoners te informeren over aangelegenheden van openbaar nut of hun socioculturele activiteiten, worden vrijgesteld van de belasting. Dat staat niet in de weg dat deze instellingen ook – in de eerste plaats – meer milieuvriendelijke manieren kunnen benutten om hun informatie te verspreiden.
Voor de tariefstructuur wordt een onderscheid gemaakt tussen de verspreiding van drukwerken volgens gewicht per exemplaar. Een hoger gewicht heeft een rechtstreekse negatieve impact op het grondstoffenverbruik en op de kost voor inzameling en verwerking van afval door de gemeente.
Voor de ambtshalve inkohiering voor het vestigen van de belasting wordt een verhoging toegepast, dit om gebrekkige aangiftes te ontmoedigen en als compensatie voor het onderzoekswerk en bijhorende kosten van de procedure die hiermee gepaard gaan.
De geraamde ontvangsten uit de belasting op de verspreiding van ongeadresseerd drukwerk en gelijkgestelde producten worden opgenomen in het meerjarenplan 2026-2031.
De gemeenteraad beslist:
Artikel 1
Het reglement betreffende de belasting op de verspreiding van ongeadresseerd drukwerk en gelijkgestelde producten wordt voor de jaren 2026 tot en met 2031 als volgt vastgesteld:
DE BELASTBARE GRONDSLAG OF HET BELASTBAAR FEIT
Artikel 1
De gemeente heft een belasting op de verspreiding van ongeadresseerd drukwerk en gelijkgestelde producten in brievenbussen en op de openbare weg.
DE BELASTBARE PERIODE
Artikel 2
De belasting wordt geheven voor de aanslagjaren 2026 tot en met 2031.
DEFINITIES
Artikel 3
Voor de toepassing van dit belastingreglement wordt verstaan onder:
1° verspreiding: bedeling in brievenbussen en op de openbare weg door persoonlijke afgifte of via een display. De verspreiding van hetzelfde drukwerk of gelijkgesteld product over een zeker tijdsverloop, wordt als één verspreiding aangezien;
2° gelijkgestelde producten: alle stalen en andere promo-artikelen die meegenomen kunnen worden en die aanzetten om diensten, producten of transacties te doen gebruiken, verbruiken of aankopen. Voorbeelden zijn samples en bedrukte gadgets. Deze opsomming is niet limitatief;
3° ongeadresseerd: het ontbreken van individuele adressering. Ook collectieve adresaanduiding of een gedeeltelijke adresvermelding wordt beschouwd als ongeadresseerd.
DE BELASTINGPLICHTIGE
Artikel 4
Belastingplichtige is de natuurlijke of de rechtspersoon die de opdracht gaf om het drukwerk te drukken of om het gelijkgestelde product te produceren. De belastingplichtige doet aangifte van zijn belastingschuld overeenkomstig artikel 9.
Als de opdrachtgever geen aangifte gedaan heeft overeenkomstig artikel 9 en niet gekend is op basis van gegevens waarover de gemeente beschikt, bestaat er een weerlegbaar vermoeden dat de verantwoordelijke uitgever als opdrachtgever is opgetreden.
HOOFDELIJKHEID
Artikel 5
De verantwoordelijke uitgever, de drukker of producent van het gelijkgestelde product en de natuurlijke of de rechtspersoon onder wiens naam, handelsnaam, logo of embleem het drukwerk of product wordt verspreid, zijn hoofdelijk aansprakelijk voor de betaling van de belasting.
BEREKENINGSGRONDSLAG EN TARIEF OF AANSLAGVOET
Artikel 6
De belasting is verschuldigd bij de beëindiging van de verspreiding van het ongeadresseerde drukwerk of het gelijkgestelde product.
• 0,025 euro per bedeeld exemplaar voor drukwerk of gelijkgesteld product van minder dan 25 gram, met een minimum van 25,00 euro per verspreiding
• 0,050 euro per bedeeld exemplaar voor drukwerk of gelijkgesteld product van meer dan 25 gram en minder dan 50 gram, met een minimum van 50,00 euro per verspreiding
• 0,075 euro per bedeeld exemplaar voor drukwerk of gelijkgesteld product van meer dan 50 gram en minder dan 75 gram, met een minimum van 75,00 euro per verspreiding
• 0,100 euro per bedeeld exemplaar voor drukwerk of gelijkgesteld product van meer dan 75 gram en minder dan 100 gram, met een minimum van 100,00 euro per verspreiding
• 0,200 euro per bedeeld exemplaar voor drukwerk of gelijkgesteld product van meer dan 100 gram en minder dan 200 gram, met een minimum van 200,00 euro per verspreiding
• 0,300 euro per bedeeld exemplaar voor drukwerk of gelijkgesteld product van meer dan 200 gram, met een minimum van 300,00 euro per verspreiding
'De tarieven zoals vermeld in het belastingreglement worden jaarlijks op 1 januari aangepast aan de evolutie van de gezondheidsindex, waarbij volgende formule wordt toegepast:
Het geïndexeerde nieuwe tarief = basistarief x nieuwe index
aanvangsindex
Basistarief = tarief zoals vermeld in het belastingreglement.
Nieuwe index is de verhoogde of verlaagde index van de maand september voorafgaand aan de indexering.
De aanvangsindex is de gezondheidsindex van de maand september 2025.
VRIJSTELLINGEN EN/OF VERMINDERINGEN
Artikel 7
Vrijstelling van belasting wordt verleend als:
1° de opdracht tot drukken of produceren uitgaat van een politieke partij die een lijst indiende voor de Europese, federale, gewestelijke, provinciale of gemeentelijke verkiezingen of van een kandidaat op die lijst, voor zover het drukwerk of de gelijkgestelde producten verspreid worden in de sperperiode voor het voeren van politieke propaganda;
2° het drukwerk kadert in een gemeentelijke volksraadpleging, voor zover het verspreid wordt aan de gerechtigde deelnemers van de volksraadpleging overeenkomstig artikel 317 van het decreet over het lokaal bestuur tot uiterlijk de dag van de volksraadpleging;
3° het drukwerk uitgaat van openbare instellingen, notarissen, erkende gemeentelijke verenigingen, vormings- en onderwijsinstellingen, socioculturele verenigingen en sportverenigingen.
4° Publicaties waarbij het gecumuleerd gewicht op jaarbasis niet meer dan 25 gram bedraagt.
WIJZE VAN INNING
Artikel 8
De belasting wordt ingevorderd met een kohier.
AANGIFTEPLICHT
Artikel 9
§1. De belastingplichtige doet binnen de 15 kalenderdagen na elk verstreken kwartaal, uiterlijk op 15 april, 15 juli, 15 oktober van het aanslagjaar en 15 januari van het jaar dat volgt op het aanslagjaar, aangifte bij de gemeente van de verspreiding binnen het verstreken kwartaal. Het aangifteformulier is ter beschikking gesteld op de gemeentelijke website. Valt de uiterste indieningsdatum op een zaterdag, zondag of een feestdag, dan wordt de vervaldag naar de eerstvolgende werkdag verplaatst.
De aangifte wordt ingediend op volgend adres: op digitale wijze via een aangifteformulier op stedelijke website of via een opgegeven emailadres van de stad.
De aangifte dient over de volgende gegevens te beschikken:
• naam, adres en rijksregisternummer of ondernemings- of vestigingsnummer van de belastingplichtige;
• datum van de verspreiding;
• aantal verspreide exemplaren en benaming van het drukwerk of het gelijkgestelde product;
• gewicht in gram per exemplaar drukwerk of gelijkgesteld product;
§2. De gemeente kan een exemplaar van het verspreide drukwerk of van het verspreide gelijkgesteld product opvragen.
AMBTSHALVE VESTIGING EN BELASTINGVERHOGING
Artikel 10
§1. Bij gebrek aan aangifte binnen de termijn als vermeld in artikel 9, of in geval van onjuiste, onvolledige of onnauwkeurige aangifte, kan de belasting ambtshalve worden gevestigd.
Bij verspreiding in brievenbussen, wordt het aantal exemplaren drukwerk of gelijkgestelde producten ambtshalve bepaald op het aantal brievenbussen dat jaarlijks in de maand januari door het college van burgemeester en schepenen vastgesteld wordt volgens de gegevens van BPost.
De ambtshalve ingekohierde belasting wordt vermeerderd met 10% van de belasting. Het bedrag van deze verhoogde belasting wordt eveneens ingekohierd. Vooraleer over te gaan tot de ambtshalve vaststelling van de belasting, betekent het college aan de belastingplichtige, per aangetekend schrijven, de motieven om gebruik te maken van deze procedure, de elementen waarop de aanslag is gebaseerd evenals de wijze van bepaling van de elementen waarop de aanslag is gebaseerd en het bedrag van de belasting. De belastingplichtige beschikt over een termijn van dertig dagen te rekenen vanaf de derde werkdag die volgt op de kennisgeving om zijn opmerkingen schriftelijk voor te dragen”.
BEZWAARMOGELIJKHEID
Artikel 11
De belastingschuldige of zijn vertegenwoordiger kan tegen de belastingaanslag, de belastingverhoging (in voorkomend geval) of de administratieve geldboete (in voorkomend geval) bezwaar indienen bij het college van burgemeester en schepenen overeenkomstig de bepalingen van het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen.
Het bezwaar moet worden ingediend binnen een termijn van drie maanden te rekenen vanaf de derde werkdag volgend op de datum van verzending van het aanslagbiljet of vanaf de kennisgeving van de aanslag.
INWERKINGSTREDING
Artikel 12
Dit reglement treedt in werking op 01.01.2026.
Artikel 2
Dit reglement treedt in werking op 01.01.2026.
Artikel 3
Dit besluit zal worden bekendgemaakt overeenkomstig artikel 286 en artikel 287 van het decreet over het lokaal bestuur van 22.12.2017.
De grondwet, in het bijzonder artikel 41, 162 en 170§4 over de fiscale bevoegdheid van de gemeenten en de bevoegdheid van de gemeenteraad inzake het invoeren van een belasting.
De Vlaamse codex Wonen van 2021
Het decreet van 22.12.2017 over het lokaal bestuur, in het bijzonder artikel 2, artikel 40§3 en artikel 41.
Het decreet van 30.05.2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen, gewijzigd bij decreten van 28.05.2010, 17.02.2012 en 03.05.2024.
De omzendbrief KB/ABB/2019/2 van 15.02.2019 betreffende de gemeentefiscaliteit.
Het decreet van 22.12.2017 over het lokaal bestuur in het bijzonder artikel 369 over de reglementen in geval van vrijwillige samenvoeging van gemeenten.
Besluit Vlaamse Codex Wonen van 2021, zoals gewijzigd.
Besluit van de gemeenteraad van Tielt van 22.12.2022 betreffende de belasting op tweede verblijven.
Besluit van de gemeenteraad van Meulebeke van 18.12.2019 betreffende de belasting op tweede verblijven.
De reglementen zoals goedgekeurd bij besluit van de gemeenteraad van Tielt van 05.12.2019 betreffende de belasting op tweede verblijven en van de gemeenteraad van Meulebeke van 18.12.2019 betreffende belasting op de tweede verblijven aanslagjaren 2020-2025 worden ingevolge de bepalingen van artikel 369 van het decreet over het lokaal bestuur van 22.12.2017 van rechtswege opgeheven m.i.v. 01.01.2026.
Rekening houdende met de financiële toestand van de gemeente en de wettelijke verplichting om een financieel evenwicht te handhaven, wordt er een belasting op tweede verblijven ingevoerd voor de jaren 2026 tot en met 2031.
De gemeente stelt immers vast dat er binnen haar grondgebied een aanzienlijk aantal tweede verblijven aanwezig is. Deze woningen worden niet als hoofdverblijf gebruikt, maar zijn wel permanent beschikbaar voor hun eigenaars. Dit impliceert dat deze eigenaars, hoewel zij niet als vaste inwoners in de gemeente staan ingeschreven en geen gemeentelijke personenbelasting betalen, toch regelmatig en substantieel gebruik maken van gemeentelijke infrastructuur en diensten zoals wegen, afvalophaling, openbare veiligheid, water- en energievoorzieningen, en openbare ruimten.
Er bestaat hierdoor een structurele fiscale ongelijkheid tussen de permanente inwoners van de gemeente, die via de personenbelasting bijdragen aan het gemeentelijk budget, en de eigenaren van tweede verblijven, die dit niet doen. Dit verschil rechtvaardigt een specifieke gemeentelijke belasting op tweede verblijven om deze ongelijkheid gedeeltelijk te compenseren.
De situatie van tweede verblijven is immers wezenlijk anders. Zij vormen vaste onroerende goederen die gedurende het gehele jaar beschikbaar zijn en die een meer permanente impact hebben op het gemeentelijk patrimonium, de leefomgeving en de ruimtelijke ordening. Daarnaast zorgen zij voor een duurzame druk op gemeentelijke diensten en infrastructuur, die niet kan worden vergeleken met het incidentele bezoek van dagtoeristen. Deze langdurige en substantieel verschillende gebruiks- en impactsgraad vormt een geldige grond voor een fiscale differentiatie tussen tweede verblijven en andere categorieën belastingplichtigen.
Bovendien is het gemeentebestuur van oordeel dat de verschillende kenmerken van tweede verblijven – zoals hun ligging in verschillende bestemmingszones en het bebouwde oppervlak – een rechtvaardiging bieden voor een gedifferentieerd tarief. Deze differentiatie is niet arbitrair, maar sluit aan bij de concrete omstandigheden binnen de gemeente, de mate van belasting op de gemeentelijke voorzieningen en de ruimtelijke impact. Hiermee wordt voldaan aan het gelijkheidsbeginsel, doordat de belastingdruk proportioneel wordt afgestemd op de specifieke situatie van elk tweede verblijf.
Deze belasting beoogt niet alleen een rechtvaardige verdeling van de lasten, maar draagt ook bij aan een bewust beheer van het lokaal patrimonium, met het oog op het vermijden van leegstand, het stimuleren van een kwalitatieve woonomgeving en het bevorderen van een duurzaam lokaal woonbeleid.
De keuze voor deze belasting sluit ook aan bij het bredere lokale beleid waarbij de gemeente inzet op het optimaal gebruik van haar woon- en verblijfsaanbod. Tweede verblijven blijven immers gedurende grote delen van het jaar ongebruikt, terwijl de nood aan betaalbare, permanent bewoonde huisvesting stijgt. Door een financiële prikkel in te bouwen wil de gemeente op termijn een bewuster gebruik van het woningpatrimonium stimuleren, zonder dit bezit op zich te ontmoedigen.
Op basis van bovenstaande argumentatie acht de gemeente deze belasting verenigbaar met het gelijkheids- en evenredigheidsbeginsel, zoals vereist door artikel 172 van de Grondwet en artikel 3 van het Decreet van 30.05.2008 betreffende de vestiging, invordering en geschillenprocedure van gemeente- en provinciebelastingen.
De geraamde ontvangsten uit de belasting op tweede verblijven worden opgenomen in het meerjarenplan 2026-2031.
De gemeenteraad beslist:
Artikel 1
Het reglement betreffende de belasting tweede verblijven wordt voor de jaren 2026 tot en met 2031 als volgt vastgesteld:
DOEL VAN HET REGLEMENT
Artikel 1
Met dit reglement wil de stad bijdragen aan een kwalitatieve woonomgeving waarbij de kosten en impact van tweede verblijven op een evenwichtige en billijke manier worden verrekend, rekening houdend met de specifieke kenmerken van het pand.
Dit reglement bepaalt wie de belasting moet betalen, waarop ze van toepassing is, hoe het bedrag berekend wordt, en op welke manier ze wordt geïnd.
DE BELASTBARE PERIODE
Artikel 2
De belasting wordt geheven voor de aanslagjaren 2026 tot en met 2031.
DE BELASTBARE GRONDSLAG OF HET BELASTBAAR FEIT
Artikel 3
De stad heft een belasting op de tweede verblijven op het grondgebied van de gemeente, ongeacht het feit of ze al dan niet in de kadastrale legger zijn ingeschreven.
DEFINITIES
Artikel 4
§1 Onder tweede verblijf moet worden verstaan elke andere private woongelegenheid, dan die welke voor het hoofdverblijf is aangewend, waarover de eigenaars op elk ogenblik kunnen beschikken, dit ongeacht het feit of het gaat om landhuizen, bungalows, appartementen, weekendhuisjes, vakantiewoningen, optrekjes en elke andere vaste woongelegenheden, hierbij inbegrepen de met chalets gelijkgestelde caravans.
De mogelijkheid tot onmiddellijke bewoning blijkt uit de feiten. De aanwezigheid van voldoende meubilair en een leveringscontract voor elektriciteit en water worden als belangrijke indicaties weerhouden.
De hoedanigheid van het tweede verblijf wordt beoordeeld op 1 januari van het aanslagjaar.
§2 Worden niet beschouwd als een tweede verblijf:
o De lokalen uitsluitend bestemd voor het uitoefenen van een beroepsactiviteit
o Garages, tenten, verplaatsbare caravans, mobilhomes, kampeerauto’s, woon-aanhangwagens, …
o Een woongelegenheid die uitsluitend door studenten gebruikt wordt,
o Alle woongelegenheden die ressorteren onder, of vrijstelling genieten van de gemeentelijke leegstandsheffing, zoals vastgesteld in het reglement gemeentebelasting op gebouwen en/of woningen die beschouwd worden als leegstand of onafgewerkt, goedgekeurd in de gemeenteraad in zitting van 18 december 2025, en eventuele latere wijzigingen;
DE BELASTINGPLICHTIGE
Artikel 5
§1 De belasting is verschuldigd door de eigenaar (natuurlijk persoon of rechtspersoon) van het tweede verblijf, op 1 januari van het belastingjaar, ongeacht de duur van een eventuele verhuring en ongeacht het feit of de eigenaar al dan niet in de gemeentelijke bevolkingsregisters is ingeschreven.
Dit is ook het geval indien hij het gebruik van het tweede verblijf kosteloos afstaat of wanneer het tijdelijk niet gebruikt wordt. In geval van vruchtgebruik is de vruchtgebruiker belastingplichtig.
§2 In geval van eigendomsoverdracht en/of overdracht van het zakelijk recht, is de nieuwe eigenaar en/of de nieuwe houder van het zakelijk recht de belasting verschuldigd te rekenen vanaf 1 januari die volgt op de datum van de akte van de eigendomsoverdracht of overdracht van het zakelijk recht.
§3 De verwijdering of afbraak van het belastbare goed in de loop van het belastingjaar geeft geen aanleiding tot vermindering van deze belasting.
HOOFDELIJKHEID
Artikel 6
In geval van samenloop van eigenaars, of samenloop van houders van een zakelijk recht, of van samenloop van eigenaars met houders van een zakelijk recht, zijn de eigenaars en/of houders van een zakelijk recht, hoofdelijk aansprakelijk voor de betaling van de totale belastingschuld.
BEREKINGSGRONDSLAG EN TARIEF
Artikel 7
§1 De belasting wordt berekend per woongelegenheid, is ondeelbaar en wordt per jaar vastgesteld.
§2 De belasting is differentieel en wordt bepaald door enerzijds de zone waarin de woongelegenheid gelegen is en anderzijds door het bebouwd grondoppervlak:
· Eerste Categorie:
A: Al deze gelegen in een zone voor verblijfsrecreatie, zone voor recreatief wonen, zone voor residentieel recreatief wonen;
B: Al deze gelegen in de andere bestemmingszones met een maximaal bebouwd grondoppervlak tot en met 80m².
· Tweede Categorie:
Al deze gelegen in de andere bestemmingszones met een bebouwd grondoppervlak groter dan 80m² en kleiner dan 150m².
· Derde Categorie:
Al deze gelegen in de andere bestemmingszones met een bebouwd grondoppervlak vanaf 150 m².
§3 Het bebouwd grondoppervlak bestaat uit het grondoppervlak van het hoofdgebouw en dat van alle eventuele bijgebouwen.
§4 Het bedrag van de belasting wordt als volgt vastgesteld:
· Eerste categorie: 600 €
· Tweede categorie: 850 €
· Derde categorie: 1.250 €
§5 De tarieven zoals vermeld in het belastingreglement worden jaarlijks op 1 januari aangepast aan de evolutie van de gezondheidsindex, waarbij volgende formule wordt toegepast:
Het geïndexeerde nieuwe tarief = basistarief x nieuwe index
aanvangsindex
Basistarief = tarief zoals vermeld in het belastingreglement.
Nieuwe index is de verhoogde of verlaagde index van de maand september voorafgaand aan de indexering.
De aanvangsindex is de gezondheidsindex van de maand september 2025.
BIJKOMENDE VOORWAARDEN
Artikel 8
De belastbare elementen worden vastgesteld door het gemeentebestuur. De belastingplichtigen of hun vertegenwoordigers (syndicussen, houders van verhuurkantoren, agentschappen, e.d.) moeten te allen tijde op verzoek van de met de controle belaste persoon van het gemeentebestuur de nodige inlichtingen verstrekken.
WIJZE VAN INNING EN BETALING
Artikel 9
§1 De belasting wordt ingevorderd met een kohier dat wordt vastgesteld en uitvoerbaar verklaard door het college van burgemeester en schepenen.
§2 De belasting moet worden betaald binnen de twee maanden na de verzending van het aanslagbiljet.
§3 Verwijl- en moratoriumintresten zijn op deze belasting toepasselijk zoals inzake rijksbelastingen op de inkomsten.
PROCEDURE EN AANGIFTEPLICHT
Artikel 10
Het gemeentebestuur ontvangt van de betrokken eigenaars een getekende verklaring volgens het model en binnen de termijn vastgesteld door het bestuur.
De betrokkenen die geen formulier zouden ontvangen hebben zijn niettemin verplicht spontaan aan het gemeentebestuur de elementen te verstrekken die nodig zijn voor de toepassing van de belasting, en dit schriftelijk ten laatste één maand na de aanwending als tweede verblijf, de eigendomsverwerving of de ingebruikneming.
Om de aangifteplicht voor de belastingplichtige te vereenvoudigen dient de belastingplichtige de aangifte niet terug te zenden aan het stadsbestuur indien zich geen wijzigingen voordoen aan de belastbare grondslag en dit vanaf het tweede aanslagjaar waarvoor de belasting zal worden gevestigd. Indien de belastingplichtige gebruik maakt van deze vereenvoudigde aangifte, zal de belasting berekend worden op basis van de laatst ingediende aangifte.
BELASTINGVERHOGING
Artikel 11
Bij gebreke van een aangifte of bij een onvolledige, onjuiste, onnauwkeurige aangifte wordt de belastingplichtige ambtshalve belast volgens de gegevens waarover het gemeentebestuur beschikt, onverminderd het recht van bezwaar en beroep.
Ingeval van een ambtshalve belasting wordt aan de belastingplichtige een belastingverhoging opgelegd waarvan het bedrag gelijk is aan de oorspronkelijke belasting, onverminderd de verschuldigde belasting.
Voorafgaand aan de inkohiering van de ambtshalve aanslag, betekent het college van burgemeester en schepenen, aan de belastingplichtige, per aangetekend schrijven, de motieven om gebruik te maken van deze procedure, de elementen waarop de aanslag is gebaseerd evenals de wijze van bepaling van deze elementen en het bedrag van de belasting.
De belastingplichtige beschikt over een termijn van dertig dagen te rekenen van de derde werkdag die volgt op de verzending van de betekening om zijn opmerkingen schriftelijk voor de dragen.
BEZWAARMOGELIJKHEID
Artikel 12
De belastingschuldige (of zijn vertegenwoordiger) kan bezwaar indienen tegen:
• de belastingaanslag,
• een eventuele belastingverhoging,
Dit gebeurt bij het college van burgemeester en schepenen, volgens de regels van het decreet van 30 mei 2008 over het heffen, innen en betwisten van provincie- en gemeentebelastingen.
Dit moet gebeuren binnen een termijn van drie maanden te rekenen vanaf de derde werkdag volgend op de datum van verzending van het aanslagbiljet of vanaf de kennisgeving van de aanslag of vanaf de datum van de contante inning.
Het bezwaarschrift moet schriftelijk ingediend worden en ondertekend zijn door de belastingschuldige of zijn vertegenwoordiger en gemotiveerd zijn. Het moet de naam, de hoedanigheid en het adres of de zetel van de belastingplichtige vermelden. Het moet ook het voorwerp van het bezwaarschrift en een opgave van de feiten en de middelen vermelden.
Als de belastingschuldige of zijn vertegenwoordiger wil uitgenodigd worden op de hoorzitting moet dit in het bezwaarschrift worden gevraagd.
Van het bezwaarschrift wordt een ontvangstbewijs afgegeven.
INWERKTREDING
Artikel 13
Dit reglement treedt in werking op 1 januari 2026.
BEKENDMAKING
Artikel 14
Dit reglement wordt bekendgemaakt via de website van de stad.
Artikel 2
Dit reglement treedt in werking op 01.01.2026.
Artikel 3
Dit besluit zal worden bekendgemaakt overeenkomstig artikel 286 en artikel 287 van het decreet over het lokaal bestuur van 22.12.2017.
De grondwet, in het bijzonder artikel 41, 162 en 170§4 over de fiscale bevoegdheid van de gemeenten en de bevoegdheid van de gemeenteraad inzake het invoeren van een belasting.
Het decreet van 22.12.2017 over het lokaal bestuur, in het bijzonder artikel 2, artikel 40§3 en artikel 41.
Het decreet van 30.05.2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen, gewijzigd bij decreten van 28.05.2010, 17.02.2012 en 03.05.2024.
De omzendbrief KB/ABB/2019/2 van 15.02.2019 betreffende de gemeentefiscaliteit.
Het decreet van 22.12.2017 over het lokaal bestuur in het bijzonder artikel 369 over de reglementen in geval van vrijwillige samenvoeging van gemeenten.
Besluit van de gemeenteraad van Tielt 05.12.2019 betreffende de belasting op de voor het publiek toegankelijke ruimten van kleinhandelszaken, commerciële vestigingen, horeca en commerciële dienstverleners, gelegen binnen de afbakening centrumzone, kernwinkelgebied Tielt.
Het reglement zoals goedgekeurd bij besluit van de gemeenteraad van Tielt van 05.12.2019 betreffende de belasting op de voor het publiek toegankelijke ruimten van kleinhandelszaken, commerciële vestigingen, horeca en commerciële dienstverleners, gelegen binnen de afbakening centrumzone, kernwinkelgebied Tielt wordt ingevolge de bepalingen van artikel 369 van het decreet over het lokaal bestuur van 22.12.2017 van rechtswege opgeheven m.i.v. 01.01.2026.
Rekening houdende met de financiële toestand van de gemeente en de wettelijke verplichting om een financieel evenwicht te handhaven wordt er een belasting ter promotie van het kernwinkelgebied ingevoerd voor de jaren 2026 tot en met 2031.
De belasting wordt ingevoerd met een duidelijke doelstelling: het versterken van de centrumfunctie van de stad, zowel op handels- als woonvlak, en het vergroten van de uitstraling van het kernwinkelgebied. Het reglement legt een promotionele bijdrage op aan commerciële vestigingen op basis van hun publiek toegankelijke oppervlakte.
Het is een instrument om de leefbaarheid en commerciële dynamiek van het centrum te ondersteunen en te verbeteren.
De belasting wordt berekend per vierkante meter commerciële oppervlakte van de vestiging. Een gedeelte van een vierkante meter wordt voor een vierkante meter aangezien.
De belasting is ondeelbaar verschuldigd voor het hele jaar.
De geraamde ontvangsten uit de belasting op de voor publiek toegankelijke ruimte in kernwinkelgebied Tielt worden opgenomen in het meerjarenplan 2026-2031.
De gemeenteraad beslist:
Artikel 1
Het reglement betreffende de belasting ter promotie van het kernwinkelgebied wordt voor de jaren 2026 tot en met 2031 als volgt vastgesteld:
DE BELASTBARE PERIODE
Artikel 2
De belasting wordt geheven voor de aanslagjaren 2026 tot en met 2031.
DE BELASTBARE GRONDSLAG OF HET BELASTBAAR FEIT
Artikel 3
De stad heft een jaarlijkse belasting direct op de voor het publiek toegankelijke ruimten van commerciële vestigingen, gelegen in het kernwinkelgebied van Tielt, zoals omschreven in artikel 4.
DEFINITIES
Artikel 4
In dit reglement betekent:
• Commerciële vestiging: handelszaken (klein- en groothandel), commerciële dienstverleners (financiële en zakelijke diensten, met inbegrip van uitzendkantoren), ambachten en horecazaken, alsook automatenshops.
• Commerciële oppervlakte: elke ruimte vanaf de toegangsdeur, die voor het publiek rechtstreeks of visueel toegankelijk (bv. etalageruimten) is (excl. sanitaire ruimten, afgesloten opslagruimten en aparte inkom- en traphallen). Voor hotels wordt de ruimte, die voor alle gasten vrij toegankelijk is, zijnde het tavernegedeelte en de receptie, voor de toepassing van dit reglement als commerciële ruimte beschouwd. Kamers, vergader-, seminarie- en andere faciliteiten vallen hier niet onder.
• Gebiedsomschrijving: Tielts Kernwinkelgebied = de as Kortrijkstraat – Markt – 1ste deel van de Ieperstraat van huisnummer 1 tot en met huisnummer 9 en van huisnummer 2 tot en met huisnummer 16 – Bruggestraat van Markt tot aan Kerkstraat tot en met huisnummer 28 en tot en met huisnummer 35.
DE BELASTINGPLICHTIGE
Artikel 5
De belastingplichtige is de natuurlijke of rechtspersoon die op 1 januari van het aanslagjaar de commerciële vestiging, die binnen de vastgelegde gebiedsomschrijving (volgens artikel 4) van het centrum gelegen is, uitbaat.
BEREKINGSGRONDSLAG EN TARIEF OF AANSLAGVOET
Artikel 6
De belasting wordt berekend per vierkante meter commerciële oppervlakte van de vestiging. Een gedeelte van een vierkante meter wordt voor een vierkante meter aangezien.
De belasting bedraagt
- Voor commerciële ruimten van 0 m² tot en met 99 m²: 240 euro
- Voor commerciële ruimten van 100 m² tot en met 249 m²: 360 euro
- Voor commerciële ruimten van 250 m² tot en met 499 m²: 480 euro
- Voor commerciële ruimten vanaf 500 m²: 600 euro
Artikel 7
Door het college van burgemeester en schepenen worden personeelsleden aangesteld die bevoegd zijn om een controle of onderzoek in te stellen en vaststellingen te verrichten in verband met de toepassing van het belastingreglement.
De door hen opgestelde processen-verbaal hebben bewijskracht tot bewijs van het tegendeel.
Artikel 8
De tarieven zoals vermeld in het belastingreglement worden jaarlijks op 1 januari aangepast aan de evolutie van de gezondheidsindex, waarbij volgende formule wordt toegepast:
Het geïndexeerde nieuwe tarief = basistarief x nieuwe index
aanvangsindex
Waarbij:
Basistarief = Het tarief zoals vermeld in het belastingreglement.
Nieuwe index = De gezondheidsindex van de maand september van het jaar voorafgaand aan de indexering.
Aanvangsindex = gezondheidsindex van de maand september 2025.
Artikel 9
De belasting is ondeelbaar verschuldigd voor het hele jaar. De stopzetting, vermindering of uitbreiding van de uitbating in de loop van het aanslagjaar, evenals de vermindering van de oppervlakte tijdens dezelfde periode, geven geen aanleiding tot belastingvermindering.
WIJZE VAN INNING EN BETALING
Artikel 10
De belasting wordt ingevorderd overeenkomstig het decreet van 30 mei 2008 en latere wijzigingen; betreffende de vestiging, de invordering en geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen.
De belasting wordt ingevorderd door middel van kohier dat vastgesteld en uitvoerbaar wordt verklaard door het College van Burgemeester en Schepenen.
De belasting moet worden betaald binnen de twee maanden na de verzending van het aanslagbiljet.
PROCEDURE EN AANGIFTEPLICHT
Artikel 11
De belastingplichtige moet ieder jaar, uiterlijk op 1 april van het aanslagjaar, bij het stadsbestuur aangifte doen van de belastbare ruimte die zij exploiteren.
De belastingplichtige ontvangt hiertoe vanwege het stadsbestuur een aangifteformulier dat behoorlijk ingevuld en ondertekend binnen de opgelegde termijn vermeld in het aangifteformulier, moet worden teruggestuurd. Zij die geen aangifteformulier ontvangen hebben en belastingplichtig blijken te zijn, zijn niettemin verplicht vóór 1 april van het aanslagjaar spontaan de nodige gegevens aan het stadsbestuur te bezorgen om de aanslag te kunnen vaststellen. Zij kunnen hiervoor het aangifteformulier gebruiken dat ter beschikking gesteld wordt op de website van de stad.
Artikel 12
Bij gebrek aan aangifte, of in geval van onjuiste, onvolledige of onnauwkeurige aangifte vanwege de belastingplichtige wordt de belasting ambtshalve ingekohierd overeenkomstig de procedure voorzien in de wet ter vestiging en de invordering van de provincie- en gemeentebelastingen.
BEZWAARMOGELIJKHEID
Artikel 13
De belastingschuldige of zijn vertegenwoordiger kan tegen de aanslag of een eventuele belastingverhoging een bezwaarschrift indienen bij het College van Burgemeester en Schepenen, dat handelt als administratieve overheid. Het bezwaar moet schriftelijk worden ingediend, ondertekend en gemotiveerd zijn en op straffe van verval worden ingediend binnen een termijn van 3 maanden te rekenen vanaf de derde werkdag volgend op de datum van verzending van het aanslagbiljet.
INWERKINGTREDING
Artikel 14
Dit reglement treedt in werking op 1 januari 2026.
BEKENDMAKING
Artikel 15
Dit reglement wordt bekendgemaakt via de website van de stad.
Artikel 2
Dit reglement treedt in werking op 01.01.2026.
Artikel 3
Dit besluit zal worden bekendgemaakt overeenkomstig artikel 286 en artikel 287 van het decreet over het lokaal bestuur van 22.12.2017.
De grondwet, in het bijzonder artikel 41, 162 en 170§4 over de fiscale bevoegdheid van de gemeenten en de bevoegdheid van de gemeenteraad inzake het invoeren van een belasting.
Het decreet van 22.12.2017 over het lokaal bestuur, in het bijzonder artikel 2, artikel 40§3 en artikel 41.
Het decreet van 30.05.2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen, gewijzigd bij decreten van 28.05.2010, 17.02.2012 en 03.05.2024.
De omzendbrief KB/ABB/2019/2 van 15.02.2019 betreffende de gemeentefiscaliteit.
Het decreet van 22.12.2017 over het lokaal bestuur in het bijzonder artikel 369 over de reglementen in geval van vrijwillige samenvoeging van gemeenten.
Besluit van de gemeenteraad van Tielt 05.12.2019 betreffende belasting "Belasting op het verstrekken van logies".
De reglementen zoals goedgekeurd bij besluit van de gemeenteraad van Tielt van 05.12.2019 betreffende belasting "Belasting op het verstrekken van logies" wordt ingevolge de bepalingen van artikel 369 van het decreet over het lokaal bestuur van 22.12.2017 van rechtswege opgeheven m.i.v. 01.01.2026.
Rekening houdende met de financiële toestand van de gemeente en de wettelijke verplichting om een financieel evenwicht te handhaven, wil de stad met dit reglement het toerisme ondersteunen en er voor zorgen dat bijkomende kosten voor veiligheid, afvalbeheer en onderhoud van het openbaar domein worden gedekt.
Het reglement vraagt een billijke financiële tussenkomst van logiesverstrekkers om aanvullende inkomsten te genereren voor algemene dienstverlening. Er wordt een "Belasting op het verstrekken van logies" ingevoerd voor de jaren 2026 tot en met 2031.
De belasting is verschuldigd door de natuurlijke – of rechtspersoon die een logiesverstrekkend bedrijf uitbaat. De eigenaar van het onroerend goed waarin de exploitatie is gevestigd is hoofdelijk aansprakelijk voor de betaling van de belasting.
Van de belasting worden vrijgesteld:
De geraamde ontvangsten uit de belasting op het verstrekken van logies worden opgenomen in het meerjarenplan 2026-2031.
De gemeenteraad beslist:
Artikel 1
Het reglement betreffende de belasting op het verstrekken van logies wordt voor de jaren 2026 tot en met 2031 als volgt vastgesteld:
DE BELASTBARE PERIODE
Artikel 2
De belasting wordt geheven voor de aanslagjaren 2026 tot en met 2031.
DE BELASTBARE GRONDSLAG OF HET BELASTBAAR FEIT
Artikel 3
De stad heft een belasting op het verstrekken van logies.
DEFINITIES
Artikel 4
In dit reglement betekent:
• Logieverstrekkend bedrijf = iedere exploitatie of enige andere plaats die, ongeacht haar benaming, met daartoe uitgeruste kamers, tegen betaling logies verstrekt voor de duur van minstens één nacht.
DE BELASTINGPLICHTIGE EN HOOFDELIJKHEID
Artikel 5
De belasting is verschuldigd door de natuurlijke – of rechtspersoon die een logieverstrekkend bedrijf uitbaat. De eigenaar van het onroerend goed waarin de exploitatie is gevestigd is hoofdelijk aansprakelijk voor de betaling van de belasting.
Artikel 6
In geval van stopzetting of overdracht van de uitbating dient de exploitant dit onmiddellijk mee te delen aan het stadsbestuur. Bij overdracht dient de exploitant de gegevens van de overnemer (ondernemingsnummer, benaming, adresgegevens) ook mee te delen aan het stadsbestuur.
Indien de exploitant zijn exploitatie stopt of overdraagt in de loop van een semester, is de exploitant de belasting verschuldigd voor de overnachtingen die hebben plaats gevonden tijdens de periode dat
hij de logies heeft aangeboden.
In geval van overdracht is de overnemende exploitant de belasting verschuldigd voor de overnachtingen die hebben plaatsgevonden vanaf de datum van overdracht. Een overnachting die start in de exploitatieperiode van de overdragende exploitant en eindigt in de exploitatieperiode van de overnemende exploitant wordt beschouwd als een overnachting die heeft plaatsgevonden vanaf
de datum van overdracht.
Elke nieuwe exploitant van een logieverstrekkend bedrijf die zich vestigt op het grondgebied van Tielt
moet binnen een periode van een maand na aanvang van de exploitatie het stadbestuur hiervan op de hoogte stellen.
BEREKINGSGRONDSLAG EN TARIEF OF AANSLAGVOET
Artikel 7
De belasting wordt vastgesteld op 2 euro per persoon per nacht. De belasting is verschuldigd per
semester. De belastingplichtige kan de belasting verhalen op de personen die in zijn inrichting verblijven.
VRIJSTELLINGEN EN/OF VERMINDERINGEN
Artikel 8
Van de belasting worden vrijgesteld:
- Ziekenhuizen en rust- en verzorgingsinstellingen
- Opvangcentra
- Internaten en onderwijsinstellingen
- Jeugdherbergen en jeugdverblijfcentra.
WIJZE VAN INNING EN BETALING
Artikel 9
De belasting wordt ingevorderd overeenkomstig het decreet van 30 mei 2008 en latere wijzigingen; betreffende de vestiging, de invordering en geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen en latere wijzigingen.
De belasting wordt semestrieel ingevorderd door middel van kohier dat vastgesteld en uitvoerbaar wordt verklaard door het College van Burgemeester en Schepenen.
De belasting moet worden betaald binnen de twee maanden na de verzending van het aanslagbiljet.
PROCEDURE EN AANGIFTEPLICHT
Artikel 10
De uitbater van een logieverstrekkend bedrijf moet een register bijhouden waarin per nacht het aantal logerende personen en het aantal bezette kamers wordt vermeld.
Dit register moet steeds ter inzage liggen in de logieverstrekkende gelegenheid en moet voorgelegd worden op vraag van de bevoegde en controlerende stadsambtenaren.
Het stadsbestuur is ten allen tijde gerechtigd om controle uit te oefenen met het oog op een correcte toepassing van het reglement.
Artikel 11
De belastingplichtige moet per semester een aangifte indienen van het aantal overnachtende personen die hebben plaatsgevonden in het afgelopen semester. Bij de aangifte moet een kopie gevoegd worden van het in art. 10 vermelde register. De aangifte moet ten laatste veertien dagen na elk semester van het aanslagjaar volledig en ondertekend worden ingediend bij het stadsbestuur via een daartoe door het stadsbestuur ter beschikking gesteld formulier.
De belastingplichtige die geen aangifteformulier heeft ontvangen, is niettemin verplicht om spontaan de nodige gegevens aan het stadsbestuur te bezorgen om de aanslag te kunnen vaststellen.
Aangiften kunnen schriftelijk of via mail worden ingediend. Wie geen aangifteformulier ontvangt, moet dit zelf aanvragen via de Financiële dienst van de stad Tielt.
BELASTINGVERHOGING
Artikel 12
Bij gebrek aan aangifte binnen de in art. 11 vastgestelde termijn of bij onvolledige, onjuiste of onnauwkeurige aangifte wordt de belastingplichtige ambtshalve belast volgens de gegevens waarover het stadsbestuur beschikt, onverminderd het recht van bezwaar en beroep. De belasting wordt hierbij berekend op basis van de door de administratie gekende gegevens aan overnachtingscapaciteit vermenigvuldigd met het aantal kalenderdagen in één semester.
De ambtshalve ingekohierde belasting wordt vermeerderd met 10% van de belasting, Het bedrag van deze verhoogde belasting wordt eveneens ingekohierd.
Vooraleer over te gaan tot de ambtshalve vaststelling van de belasting, betekent het college van burgemeester en schepenen aan de belastingplichtige, per aangetekend schrijven, de motieven om gebruik te maken van deze procedure, de elementen waarop de aanslag is gebaseerd evenals de wijze van de bepaling van de elementen en het bedrag van de belasting.
De belastingplichtige beschikt over een termijn van dertig dagen vanaf de derde werkdag volgend op de datum van verzending van de betekening om zijn opmerkingen schriftelijk over te maken.
BEZWAARMOGELIJKHEID
Artikel 13
De belastingschuldige of zijn vertegenwoordiger kan tegen de aanslag of een eventuele belastingverhoging een bezwaarschrift indienen bij het College van Burgemeester en Schepenen, dat handelt als administratieve overheid. Het bezwaar moet schriftelijk worden ingediend, ondertekend en gemotiveerd zijn en op straffe van verval worden ingediend binnen een termijn van 3 maanden te rekenen vanaf de derde werkdag volgend op de datum van verzending van het aanslagbiljet.
INWERKINGTREDING
Artikel 14
Dit reglement treedt in werking op 1 juli 2026.
BEKENDMAKING
Artikel 15
Dit reglement wordt bekendgemaakt via de website van de stad.
Artikel 2
Dit reglement treedt in werking op 1 juli 2026.
Artikel 3
Dit besluit zal worden bekendgemaakt overeenkomstig artikel 286 en artikel 287 van het decreet over het lokaal bestuur van 22.12.2017.
De grondwet, in het bijzonder artikel 41, 162 en 170§4 over de fiscale bevoegdheid van de gemeenten en de bevoegdheid van de gemeenteraad inzake het invoeren van een belasting.
Het decreet van 22.12.2017 over het lokaal bestuur, in het bijzonder artikel 2, artikel 40§3 en artikel 41.
Het decreet van 30.05.2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen, gewijzigd bij decreten van 28.05.2010, 17.02.2012 en 03.05.2024.
De omzendbrief KB/ABB/2019/2 van 15.02.2019 betreffende de gemeentefiscaliteit.
Het decreet van 22.12.2017 over het lokaal bestuur in het bijzonder artikel 369 over de reglementen in geval van vrijwillige samenvoeging van gemeenten.
Beslissing van de gemeenteraad van Tielt van 05.12.2019, gewijzigd op 22.12.2022 houdende de belasting op het ontbreken van parkeerplaatsen.
Beslissing van de gemeenteraad van Tielt van 05.12.2019, gewijzigd op 22.12.2022 houdende de belasting op opgravingen.
Beslissing van de gemeenteraad van Tielt van 22.12.2022, gewijzigd op 07.12.2023, houdende de belasting ter stimulering van duurzame energie.
Beslissing van de gemeenteraad van Tielt van 07.12.2023, houdende de algemene milieubelasting.
Beslissing van de gemeenteraad van Meulebeke van 23.01.2019, houdende de belasting op stapelplaatsen.
Belastingreglementen worden ingevolge de bepalingen van artikel 369 van het decreet over het lokaal bestuur van 22.12.2017 van rechtswege opgeheven m.i.v. 01.01.2026. In overeenstemming met de uitgangspunten van het meerjarenplan 2026-2031 worden diverse bestaande belastingreglementen opgeheven en niet hernomen.
Concreet gaat het om volgende belastingreglementen:
De gemeenteraad neemt kennis van het opheffen van rechtswege van volgende belastingreglementen:
Artikel 1
Navolgende belastingreglementen worden van rechtswege opgeheven met ingang van 01.01.2026:
Artikel 2
Dit besluit zal worden bekendgemaakt overeenkomstig artikel 286 en artikel 287 van het decreet over het lokaal bestuur van 22.12.2017.
Het decreet van 22.12.2017 over het lokaal bestuur, in het bijzonder artikel 2, artikel 40§3 en artikel 41.
De omzendbrief KB/ABB/2019/2 van 15.02.2019 betreffende de gemeentefiscaliteit.
Het decreet van 22.12.2017 over het lokaal bestuur in het bijzonder artikel 369 over de reglementen in geval van vrijwillige samenvoeging van gemeenten.
Besluit van de gemeenteraad van 30.01.2025 houdende vaststellen van het reglement betreffende de delegatie van bevoegdheden inzake personeel en gemeentelijke reglementen aan het college van burgemeester en schepenen.
Besluit van de gemeenteraad van Tielt 08.02.2024 betreffende retributie aansluiting op het Vastgoedinformatieplatform en vernieuwing van het retributiereglement vastgoedinformatie.
Besluit van de gemeenteraad van Meulebeke van 17.01.2024 betreffende retributie aansluiting op het Vastgoedinformatieplatform en vernieuwing van het retributiereglement vastgoedinformatie.
De reglementen zoals goedgekeurd bij besluit van de gemeenteraad van Tielt van 08.02.2024 betreffende de aansluiting op het vastgoedinformatieplatform en vernieuwing van het retributiereglement vastgoedinformatie en het besluit van de gemeenteraad van Meulebeke van 17.01.2024 betreffende de aansluiting op het vastgoedinformatieplatform en vernieuwing van het retributiereglement vastgoedinformatie worden ingevolge de bepalingen van artikel 369 van het decreet over het lokaal bestuur van 22.12.2017 van rechtswege opgeheven m.i.v. 01.01.2026.
Rekening houdende met de financiële toestand van de gemeente wordt er voorgesteld om een nieuw reglement retributie vastgoedinformatie vast te stellen.
De aanvrager dient elektronisch een aanvraag in bij Athumi om een product via het vastgoedinformatieplatform te ontvangen. Athumi ontvangt op elektronische wijze de vastgoedinformatie van de aanleverende entiteiten (de lokale gegevensbronnen en de centrale gegevensbronnen). De relevante vastgoedinformatie per perceel, of een onderdeel daarvan, wordt automatisch opgeladen in een product in het VIP of wordt door de aanleverende entiteiten aan het VIP bezorgd. Athumi en de gemeente stellen het product via het VIP ter beschikking aan de aanvrager. In de mate dat persoonsgegevens zouden worden verwerkt in het kader van een product, verwerkt de gemeente die persoonsgegevens met als doeleinde om het product ter beschikking te kunnen stellen aan de aanvragers in het kader van hun beroepsactiviteiten of in het kader van één van de doelstellingen opgesomd in artikel 6 van het VIP-decreet. Voor alle aanvragen die via het VIP verlopen, wordt ten voordele van stad Tielt een gemeentelijke bronretributie geheven op aanvragen tot het verkrijgen van een product met vastgoedinformatie uit een lokale gegevensbron.
De gemeentelijke bronretributie is, overeenkomstig artikel 21 van het VIP-decreet, verschuldigd door de aanvrager. Van zodra het VIP-decreet in werking treedt is eveneens de platformretributie in de zin van artikel 2, 15°, en 19, eerste lid, 1°, van het VIP-decreet verschuldigd door de aanvrager.
Het vaststellen van de tarieven van retributies behoort, cf. het in de gemeenteraad van 30.01.2025 vastgestelde reglement betreffende de delegatie van bevoegdheden inzake personeel en gemeentelijke reglementen aan het college van burgemeester en schepenen, tot de bevoegdheid van het college van burgemeester en schepenen. Er wordt voorgesteld om de tarieven in het aan de gemeenteraad voorgelegde reglement reeds vast te leggen. Indien nodig kan het college van burgemeester en schepenen de vastgelegde tarieven wijzigen.
De geraamde ontvangsten uit de retributie Vastgoedinformatie worden opgenomen in het meerjarenplan 2026-2031.
De gemeenteraad beslist:
Artikel 1
Het reglement betreffende de retributie Vastgoedinformatie wordt voor de jaren 2026 tot en met 2031 als volgt vastgesteld:
DOEL VAN HET REGLEMENT
Artikel 1
De gemeente heeft de taak om vastgoedinformatie uit lokale gegevensbronnen te verzamelen en daarnaast een beroep te doen op het VIP om vastgoedinformatie uit centrale gegevensbronnen op te halen en samen te voegen met het vastgoeddossier. Het gemeentebestuur stelt het vastgoeddossier -via het VIP - aan de aanvrager ter beschikking.
Alle aanvragen van producten, zoals vermeld in artikel 7 van het VIP-decreet, worden geacht via het VIP te verlopen. Het verplicht gebruik van het Vastgoedinformatieplatform wordt voor producten met vastgoedinformatie uit een lokale gegevensbron geregeld in het VIP-decreet.
De stad heft een gemeentelijke bronretributie op aanvragen tot het verkrijgen van een product met vastgoedinformatie uit een lokale gegevensbron.
In de mate dat persoonsgegevens zouden worden verwerkt in het kader van een product, verwerkt de gemeente die persoonsgegevens met als doeleinde om het product ter beschikking te kunnen stellen aan de aanvragers in het kader van hun beroepsactiviteiten of in het kader van één van de doelstellingen opgesomd in artikel 6 van het VIP-decreet.
GELDIGHEIDSDUUR VAN HET REGLEMENT
Artikel 2
De retributie wordt geheven voor de periode vanaf 1 januari 2026 tot en met 31 december 2031.
DEFINITIES
Artikel 3
In dit reglement betekent:
• 1° vastgoedinformatie = gebouw-, grond- of omgevingsgebonden gegevens inzake een onroerend goed, inclusief informatie met betrekking tot het juridische, administratieve of fysieke statuut van dit onroerend goed;
• 2° lokale gegevensbron = vastgoedinformatie die een gemeente of de rechtspersonen die ervan afhangen, beheert;
• 3° centrale gegevensbron = vastgoedinformatie die een Vlaamse instantie of een externe overheid beheert;
• 4° Vastgoedinformatieplatform of VIP = elektronisch informatiesysteem om vastgoedinformatie te ontsluiten, samen te voegen en ter beschikking te stellen;
• 5° product = een welbepaalde combinatie van vastgoedinformatie over één perceel, of een onderdeel ervan, die vooraf door het Vlaams Datanutsbedrijf is vastgelegd, die op aanvraag wordt ontsloten door de aanleverende entiteiten, vermeld in het VIP-decreet in artikel 10, eerste tot en met derde lid, die wordt samengevoegd via het VIP, en die ter beschikking wordt gesteld aan de aanvrager via het VIP;
• 6° externe overheid = overheidsinstanties, vermeld in artikel I.3, 8° van het Bestuursdecreet van 7 december 2018;
• 7° Vlaamse instantie = een Vlaamse instantie als vermeld in artikel 2, 14°, van het decreet van 2 december 2022 houdende machtiging tot oprichting van het privaatrechtelijk vormgegeven extern verzelfstandigd agentschap Vlaams Datanutsbedrijf in de vorm van een naamloze vennootschap;
• 8° aanvrager = een professionele aanvrager (zoals vermeld in artikel 2, 18° van het VIP-decreet)of een burger (zoals vermeld in artikel 2, 7° van het VIP-decreet) of zijn vertegenwoordiger die een aanvraag indient via het VIP;
• 9° algemene verordening gegevensbescherming = Verordening (EU) 2016/679 van het Europees Parlement en de Raad van 27 april 2016 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens en tot intrekking van Richtlijn 95/46/EG;
• 10° persoonsgegevens = de gegevens, vermeld in artikel 4, 1), van de algemene verordening gegevensbescherming;
• 11° verwerking = een verwerking als vermeld in artikel 4, 2), van de algemene verordening gegevensbescherming;
• 12° verwerkingsverantwoordelijke = een verwerkingsverantwoordelijke als vermeld in artikel 4, 7), van de algemene verordening gegevensbescherming;
• 13° betrokkene = een betrokkene als vermeld in artikel 4, 1), van de algemene verordening gegevensbescherming;
• 14° VIP-decreet = decreet van 22 december 2023 over het Vastgoedinformatieplatform;
• 15° gemeentelijke bronretributie = de retributie die de aanvrager verschuldigd is aan een lokaal bestuur voor het ontsluiten, samenvoegen en ter beschikking stellen van vastgoedinformatie in een product;
DE RETRIBUTIEPLICHTIGE
Artikel 4
De gemeentelijke bronretributie is, overeenkomstig artikel 21 van het VIP-decreet, verschuldigd door de aanvrager. Van zodra het VIP-decreet in werking treedt is eveneens de platformretributie in de zin van artikel 2, 15°, en 19, eerste lid, 1°, van het VIP-decreet verschuldigd door de aanvrager.
WAARVOOR EN TEGEN WELKE TARIEVEN IS DE RETRIBUTIE VERSCHULDIGD
Artikel 5
Het bedrag van de gemeentelijke bronretributie wordt vastgelegd als volgt:
Voorwerp van de aanvraag Retributiebedrag per kadastraal perceel
Product Vastgoedinlichtingen, zoals vermeld in
hoofdstuk 8 van het VIP-decreet 150 EUR
Daarbovenop komt het bedrag van de platformretributie of platformvergoeding zoals vastgelegd in het VIP-decreet. Dit bedraagt 36.50 EUR per aanvraag.
De tarieven zoals vermeld in het retributiereglement worden jaarlijks op 1 januari aangepast aan de evolutie van de gezondheidsindex, waarbij volgende formule wordt toegepast:
Het geïndexeerde nieuwe tarief = basistarief x nieuwe index
aanvangsindex
Basistarief = tarief zoals vermeld in het retributiereglement.
Nieuwe index is de verhoogde of verlaagde index van de maand september voorafgaand aan de indexering.
De aanvangsindex is de gezondheidsindex van de maand september 2025.
VRIJSTELLINGEN
Artikel 6
Dezelfde instanties die overeenkomstig artikel 23, §3, van het VIP-decreet zijn vrijgesteld van de platformretributie in de zin van artikel 2, 15°, en 19, eerste lid, 1°, van het VIP-decreet worden vrijgesteld van de betaling van gemeentelijke bronretributie. Het gaat in concreto over deze organisaties:
• externe overheden; een overheidsinstantie als vermeld in artikel I.3, 8°, van het Bestuursdecreet van 7 december 2018;
• Vlaamse instanties, als vermeld in artikel 2, 14°, van het decreet van 2 december 2022.
• lokale overheden, als vermeld in artikel I.3, 5°, van het Bestuursdecreet van 7 december 2018;
• gerechtelijke overheden;
• hulpverleningszones als vermeld in het koninklijk besluit van 2 februari 2009 tot vaststelling van de territoriale afbakening van de hulpverleningszones;
• politiezones als vermeld in artikel 9 van de wet van 7 december 1998 tot organisatie van een geïntegreerde politiedienst, gestructureerd op twee niveaus.
BIJKOMENDE VOORWAARDEN
Artikel 7 – Verwerking van persoonsgegeven
In de mate dat persoonsgegevens zouden worden verwerkt in het kader van de ontsluiting, samenvoeging en ter beschikkingstelling van vastgoedinformatie in een product, treden stad Tielt en Athumi voor de doeleinden omschreven in artikel 2 op als gezamenlijke verwerkingsverant-woordelijken.
Athumi treedt op als verwerker voor de stad Tielt wat betreft de verwerkingsactiviteiten die plaatsvinden in het kader van de heffing en de inning van de gemeentelijke bronretributie via het Vastgoedinformatieplatform.
De afspraken rond en de modaliteiten van de verwerkingen die de stad Tielt en Athumi uitvoeren als gezamenlijke verwerkingsverantwoordelijken respectievelijk als verwerkingsverantwoordelijke en verwerker zijn geregeld in de Toetredingsovereenkomst die te vinden is als Bijlage 1.
Artikel 8 – Ondertekening
De vastgoedinformatie in het product die de gemeente Stad Tielt via het Vastgoedinformatieplatform ter beschikking stelt, wordt niet ondertekend aangezien het product een louter informatief document betreft dat geen beleidsmatige stellingname inhoudt en niet kwalificeert als stuk of briefwisseling in de zin van artikel 279 van het Decreet lokaal bestuur.
WIJZE VAN INNING EN BETALING
Artikel 9
Athumi int de gemeentelijke bronretributie conform artikel 21 van het VIP-decreet via het VIP in naam en voor rekening van de lokale overheden. De bronretributie wordt periodiek (maandelijks) integraal doorgestort aan de gemeente voor alle aangevraagde producten.
INWERKINGTREDING
Artikel 10
Dit reglement treedt in werking op 1 januari 2026
BEKENDMAKING
Artikel 11
Dit reglement wordt bekendgemaakt via de website van de stad.
Artikel 2
Dit reglement treedt in werking op 01.01.2026.
Artikel 3
Dit besluit zal worden bekendgemaakt overeenkomstig artikel 286 en artikel 287 van het decreet over het lokaal bestuur van 22.12.2017.
Het decreet van 22.12.2017 over het lokaal bestuur, in het bijzonder artikel 2, artikel 40§3 en artikel 41.
De omzendbrief KB/ABB/2019/2 van 15.02.2019 betreffende de gemeentefiscaliteit.
Het decreet van 22.12.2017 over het lokaal bestuur in het bijzonder artikel 369 over de reglementen in geval van vrijwillige samenvoeging van gemeenten.
Besluit van de gemeenteraad van 30.01.2025 houdende vaststellen van het reglement betreffende de delegatie van bevoegdheden inzake personeel en gemeentelijke reglementen aan het college van burgemeester en schepenen.
Decreet houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid van 05.04.1995, en latere wijzigingen.
Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening van 15.05.2009.
Decreet betreffende de omgevingsvergunning van 25.04.2014.
Besluit van de gemeenteraad van Tielt 05.12.2019 betreffende reglement 'retributie op de aanvragen om een omgevingsvergunning – gecoördineerde versie'.
Besluit van de gemeenteraad van Meulebeke van 14.12.2022 betreffende reglement 'wijziging retributiereglement op afgifte van administratieve bescheiden'.
Besluit van de gemeenteraad van 30.01.2025 waarbij voornoemd besluit van de gemeenteraad van Meulebeke van 14.12.2022 gedeeltelijk werd opgeheven.
De reglementen zoals goedgekeurd bij besluit van de gemeenteraad van Tielt van 05.12.2019 betreffende 'Retributie op de aanvragen om een omgevingsvergunning' en het besluit van de gemeenteraad van Meulebeke van 14.12.2022 betreffende 'wijziging retributiereglement op afgifte van administratieve bescheiden' worden ingevolge de bepalingen van artikel 369 van het decreet over het lokaal bestuur van 22.12.2017 van rechtswege opgeheven m.i.v. 01.01.2026.
Rekening houdende met de financiële toestand van de gemeente wordt voorgesteld om een retributie op de aanvragen van omgevingsvergunningen vast te stellen.
De retributie wordt gevestigd op de afgifte en de afhandeling van administratieve stukken en handelingen zoals bedoeld in het decreet betreffende de omgevingsvergunning, de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening en het decreet houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid. De retributie wordt bepaald op basis van het soort en de complexiteit van het dossier dat wordt aangevraagd. De retributie staat in verhouding tot de tijdsbesteding die nodig is om het dossier te behandelen. Ook de eventuele kosten voor het houden van een openbaar onderzoek worden doorgerekend. Dit reglement bepaalt wie de retributie moet betalen, waarop ze van toepassing is, hoe het bedrag berekend wordt, en op welke manier ze wordt geïnd.
Volgende aanvragen vallen onder het toepassingsreglement van het retributiereglement:
De retributie wordt modulair berekend op basis van de tarieflijst. De retributie bestaat cumulatief uit een basistarief aangevuld met tarieven voor specifieke handelingen die horen bij de aanvraag en de kosten voor het openbaar onderzoek.
Het vaststellen van de tarieven van retributies behoort, cf. het in de gemeenteraad van 30.01.2025 vastgestelde reglement betreffende de delegatie van bevoegdheden inzake personeel en gemeentelijke reglementen aan het college van burgemeester en schepenen, tot de bevoegdheid van het college van burgemeester en schepenen. Er wordt voorgesteld om de tarieven in het aan de gemeenteraad voorgelegde reglement reeds vast te leggen. Indien nodig kan het college van burgemeester en schepenen de vastgelegde tarieven wijzigen.
De geraamde ontvangsten uit de retributie Aanvragen omgevingsvergunning worden opgenomen in het meerjarenplan 2026-2031.
De gemeenteraad beslist:
Artikel 1
Het reglement betreffende de retributie aanvragen diverse vergunningen – dienst Omgeving wordt voor de jaren 2026 tot en met 2031 als volgt vastgesteld:
DOEL VAN HET REGLEMENT
Artikel 1
Er wordt een retributie gevestigd op de afgifte van administratieve stukken en de behandeling van diverse vergunningsaanvragen zoals bedoeld in het decreet betreffende de omgevingsvergunning, de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening en het decreet houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid.
De retributie wordt bepaalt op basis van het soort en de complexiteit van het dossier dat wordt aangevraagd. De retributie staat in verhouding tot de tijdsbesteding die nodig is om het dossier te behandelen. Ook de eventuele kosten voor het houden van een openbaar onderzoek worden doorgerekend.
Dit reglement bepaalt wie de retributie moet betalen, waarop ze van toepassing is, hoe het bedrag berekend wordt, en op welke manier ze wordt geïnd.
GELDIGHEIDSDUUR VAN HET REGLEMENT
Artikel 2
Dit retributiereglement geldt voor de periode vanaf 1 januari 2026 tot en met 31 december 2031.
DEFINITIES
Artikel 3
In dit reglement betekent:
DE RETRIBUTIEPLICHTIGE
Artikel 4
De retributie is verschuldigd door de aanvrager (fysiek of rechtspersoon).
WAARVOOR EN TEGEN WELKE TARIEVEN IS DE RETRIBUTIE VERSCHULDIGD
Artikel 5
De retributie wordt gevraagd voor:
De retributie is ook verschuldigd als de aanvraag wordt geweigerd of wordt ingetrokken.
Artikel 6
§1. De retributie wordt modulair berekend op basis van de onderstaande tarieflijst. De retributie bestaat cumulatief uit een basistarief aangevuld met tarieven voor specifieke handelingen die horen bij de aanvraag en de kosten voor het openbaar onderzoek.
| Wat |
Eenheidsprijs (€) |
Toelichting / verantwoording |
| Modules - Algemeen |
|
|
| Basistarief |
45,00 |
Basistarief voor: |
| Geïntegreerde aanvragen |
15,00 |
Indien meerdere handelingen (SH of VK of IIOA of VW of KH) geïntegreerd aangevraagd worden. Het basistarief omvat 1 handeling. Aan te rekenen per bijkomende handelingen. |
| Onderzoek scheidingsmuren |
15,00 |
Kostprijs voor het opmaken en afdrukken brieven, opzoeken aan te schrijven partijen en registreren bezwaren. |
| Organiseren openbaar onderzoek |
30,00 |
Kostprijs voor het opmaken en afdrukken affiche/brieven, opzoeken aan te schrijven partijen en registreren bezwaren |
| Aangetekend schrijven |
Tegen kostprijs |
|
| Publicatie in een regionaal dag- of weekblad |
Tegen kostprijs |
|
| Betalende adviesvragen |
Tegen kostprijs |
|
| Projectvergadering |
300,00 |
Kostprijs voor het organiseren van projectvergadering + opmaak verslag |
| Project-MER of een OVR |
1.500,00 |
Aanvragen die m.e.r. plichtig zijn |
| Fotokopies |
|
|
| A4-formaat, enkelzijdig, zwart-wit |
0,10 |
|
| A4-formaat, dubbelzijdig, zwart-wit |
0,15 |
|
| A3-formaat, enkelzijdig, zwart-wit |
0,20 |
|
| A3-formaat, dubbelzijdig, zwart-wit |
0,30 |
|
| A4-formaat, enkelzijdig, kleur |
0,50 |
|
| A4-formaat, dubbelzijdig, kleur |
0,75 |
|
| A3-formaat, enkelzijdig, kleur |
1,00 |
|
| A3-formaat, dubbelzijdig, kleur |
1,50 |
|
|
|
|
|
| Modules SH of VK |
|
|
| Bijkomende wooneenheden ikv een meergezinswoning of groepswoningbouwproject. |
38,00 |
Extra kostprijs per bijkomende wooneenheid die wordt aangevraagd. |
| Bijkomend bebouwbaar woonlot ikv een verkaveling |
75,00 |
Kostprijs per bijkomede kavel die bestemd is voor woningbouw. |
| Wegenis |
450,00 |
Extra kostprijs voor aanvragen die een wegenisdossier met gemeenteraadsbeslissing bevatten |
| Mobiliteitstoets |
150,00 |
Extra kostprijs voor aanvragen waarbij een mobiliteitstoets moet opgemaakt worden maar niet MOBER plichtig zijn. |
| MOBER |
375,00 |
Extra kostprijs voor aanvragen die MOBER-plichtig zijn |
| Stedenbouwkundig attest |
30,00 |
Extra kostprijs voor de aanvraag van stedenbouwkundig attest |
| Planologisch attest |
1.875,00 |
Extra kostprijs voor de aanvraag van een planologisch attest waarbij de gemeente bevoegd is. |
|
|
|
|
| Modules IIOA |
|
|
| extra voor inrichting klasse I |
225,00 |
Extra kostprijs voor aanvragen die betrekking hebben op een klasse 1 inrichting |
| extra voor inrichting klasse II |
150,00 |
Extra kostprijs voor aanvragen die betrekking hebben op een klasse 2 inrichting |
| GPBV-installatie |
300,00 |
Extra kostprijs voor aanvragen die betrekking hebben op GPBV-installaties |
|
|
|
|
| Modules KH |
|
|
| Na aanvraag is de netto handelsoppervlakte tussen 500 en 1000 m² |
150,00 |
|
| Na aanvraag is de netto handelsoppervlakte >= 1000 m² |
300,00 |
|
§2. De retributie wordt bepaald en aangerekend:
§3. De tarieven zoals vermeld in het retributiereglement worden jaarlijks op 1 januari aangepast aan de evolutie van de gezondheidsindex, waarbij volgende formule wordt toegepast:
Het geïndexeerde nieuwe tarief = basistarief x nieuwe index
aanvangsindex
Basistarief = tarief zoals vermeld in het retributiereglement.
Nieuwe index is de verhoogde of verlaagde index van de maand september voorafgaand aan de indexering.
De aanvangsindex is de gezondheidsindex van de maand september 2025.
VRIJSTELLINGEN EN/OF VERMINDERINGEN
Artikel 7
Van de retributie wordt vrijgesteld:
- De sociale huisvestingsmaatschappijen
- Zorg Tielt
- Nutsmaatschappijen
WIJZE VAN INNING EN BETALING
Artikel 8
De retributie dient te worden betaald na ontvangst van de betalingsuitnodiging.
Bij niet-betaling van de retributie zal de inning gevorderd worden overeenkomstig de invorderingsprocedure van niet-fiscale ontvangsten.
INWERKINGTREDING
Artikel 9
Dit reglement treedt in werking voor aanvragen die worden ingediend vanaf 1 januari 2026.
BEKENDMAKING
Artikel 10
Dit reglement wordt bekendgemaakt via de website van de stad.
Artikel 2
De in het reglement retributie aanvragen omgevingsvergunning vastgestelde tarieven kunnen door het college van burgemeester en schepenen aangepast worden in toepassing van het in zitting van de gemeenteraad van 30.01.2025 vastgestelde reglement betreffende de delegatie van bevoegdheden inzake personeel en gemeentelijke reglementen aan het college van burgemeester en schepenen.
Artikel 3
Dit reglement treedt in werking op 01.01.2026.
Artikel 4
Dit besluit zal worden bekendgemaakt overeenkomstig artikel 286 en artikel 287 van het decreet over het lokaal bestuur van 22.12.2017.
Het decreet van 22.12.2017 over het lokaal bestuur, in het bijzonder artikel 2, artikel 40§3 en artikel 41.
De omzendbrief KB/ABB/2019/2 van 15.02.2019 betreffende de gemeentefiscaliteit.
Het decreet van 22.12.2017 over het lokaal bestuur in het bijzonder artikel 369 over de reglementen in geval van vrijwillige samenvoeging van gemeenten.
Besluit van de gemeenteraad van 30.01.2025 houdende vaststellen van het reglement betreffende de delegatie van bevoegdheden inzake personeel en gemeentelijke reglementen aan het college van burgemeester en schepenen.
Besluit van de gemeenteraad van Tielt 22.12.2022 betreffende retributie op werken aan nutsvoorzieningen op gemeentelijk openbaar domein.
Besluit van de gemeenteraad van Meulebeke van 14.12.2022 betreffende retributie op werken aan nutsvoorzieningen op gemeentelijk openbaar domein.
Rekening houdende met de financiële toestand van de gemeente en navolgende motivering, wordt er een retributie op werken aan nutsvoorzieningen op gemeentelijk openbaar domein ingevoerd voor de jaren 2026 tot en met 2028.
De stad en de burgers worden voortdurend geconfronteerd met de plaatsing van en/of onderhoud aan verschillende nutsvoorzieningen op gemeentelijk grondgebied.
Deze nutsvoorzieningen vergen werkzaamheden langs de gemeentelijke wegen en hebben aldus een impact op het openbaar domein.
De stad keurde de Code voor Infrastructuur- en Nutswerken langs gemeentewegen goed die tot doel heeft een snelle en vlotte uitvoering van de werken te bevorderen, teneinde de hinder en de duur van de werken tot een minimum te herleiden.
Deze Code werd opgemaakt door een overlegplatform bestaande uit een delegatie van nutsbedrijven en een delegatie van de gemeenten.
Op het vlak van het onderhoud en de herstellingen moeten er ook geregeld dringende werken worden uitgevoerd die verband houden met de continuïteit van de dienstverlening en daarnaast zijn er een aantal werken zoals aansluitingswerken, herstellingen en andere kleine onderhoudswerken die omzeggens constant een impact hebben op het openbaar domein.
De code werd geactualiseerd naar aanleiding van meer aandacht voor minder hinder, meer oog voor het totaal concept en het gebruik van nieuwe e-instrumenten GIPOD, KLIP,...
De mogelijkheid om bij de distributiebeheerder de betaling te verkrijgen van een opgelegde retributieheffing, vindt zijn grondslag in de statuten van de distributiebeheerder, waarvoor de raad van bestuur een algemeen kader kan creëren, en voor zover dit aanvaard wordt door de Vlaamse Nutsregulator.
Het vaststellen van de tarieven van retributies behoort, cf. het in de gemeenteraad van 30.01.2025 vastgestelde reglement betreffende de delegatie van bevoegdheden inzake personeel en gemeentelijke reglementen aan het college van burgemeester en schepenen, tot de bevoegdheid van het college van burgemeester en schepenen. Er wordt voorgesteld om de tarieven in het aan de gemeenteraad voorgelegde reglement reeds vast te leggen. Indien nodig kan het college van burgemeester en schepenen de vastgelegde tarieven wijzigen.
Het besluit van de gemeenteraad van Tielt van 22.12.2022 betreffende retributie op werken aan nutsvoorzieningen op gemeentelijk openbaar domein en het besluit van de gemeenteraad van Meulebeke van 14.12.2022 betreffende retributie op werken aan nutsvoorzieningen op gemeentelijk openbaar domein, vervalt op 31.12.2025.
De geraamde ontvangsten uit de retributie op werken aan nutsvoorzieningen op gemeentelijk openbaar domein worden opgenomen in het meerjarenplan 2026-2031.
De gemeenteraad beslist:
Artikel 1
Het reglement betreffende de retributie op werken aan nutsvoorzieningen op gemeentelijk openbaar domein wordt voor de jaren 2026 tot en met 2028 als volgt vastgesteld:
Artikel 1 - Algemeen
Er wordt aan de eigenaar van elke nutsvoorziening een retributie aangerekend op de gemeentelijke dienstverlening en het gebruik van het gemeentelijk openbaar domein naar aanleiding van werken aan permanente nutsvoorzieningen op het gemeentelijk openbaar domein, in uitvoering en met toepassing van de Code voor Infrastructuur- en Nutswerken langs gemeentewegen.
Permanente nutsvoorzieningen omvatten:
- alle installaties (zoals kabels, leidingen, buizen,…), inclusief hun aanhorigheden (zoals kabel-, verdeel-, aansluit-, e.a. kasten, palen, masten, toezichts-, verbindings-, e.a. putten,…) dienstig voor het transport van elektriciteit, gas, gasachtige producten, stoom, drink-, hemel- en afvalwater, warm water, brandstof;
- alle trein- en tramsporen die zich bevinden op de openbare weg. Deze worden eveneens aanzien als nutsvoorzieningen.
De retributie is niet verschuldigd indien de werken worden uitgevoerd samen met of onmiddellijk voorafgaand aan wegen- of rioleringswerken uitgevoerd door de stad/gemeente of indien het werken zijn die uitgevoerd worden op verzoek van de stad/gemeente.
Deze retributie sluit elke andere heffing, semi-heffing, of waarborgstelling in het kader van werken aan permanente nutsvoorzieningen door de gemeente uit zowel in hoofde van de distributienetbeheerder als van haar werkmaatschappij en ongeacht of voorgenoemden deze werken uitvoeren in eigen naam, dan wel laten uitvoeren door derden in naam en voor rekening van de distributienetbeheerder of de werkmaatschappij.
Onderhavig retributiereglement gaat in vanaf 1 januari 2026 voor een termijn eindigend op 31 december 2028.
Artikel 2 - Retributie naar aanleiding van sleufwerken
De retributie naar aanleiding van sleufwerken is verschuldigd per dag en per meter openliggende sleuflengte voor alle sleufwerken. Zij bedraagt per meter sleuflengte voor werken in rijwegen 10,24 euro, voor werken in voetpaden 7,88 euro en voor werken in aardewegen 4,73 euro.
Op deze basisbedragen wordt een indexatie toegepast, naar analogie met de door de VNR goedgekeurde niet-periodieke tarieven, zoals jaarlijks gepubliceerd in augustus.
Indexatie gebeurt aan het begin van een nieuwe cyclus van 3 jaar.
Een begonnen dag geldt voor een volledige dag.
Artikel 3 - Retributie voor dringende werken, aansluitingswerken, herstellingen, kleine onderhoudswerken en ter compensatie van diverse heffingen en belastingen
Voor de hinder veroorzaakt door de dringende werken, aansluitingswerken, herstellingen en kleine onderhoudswerken met een sleufoppervlakte van maximum 3 m², wordt per kalenderjaar een retributie geheven van 1,00 euro per op het grondgebied van de stad/gemeente aanwezig aansluitingspunt.
Ter compensatie van diverse heffingen en belastingen in hoofde van zowel de distributienetbeheerder als zijn werkmaatschappij wordt een retributie voorzien van 0,5 euro per aanwezig aansluitingspunt op het grondgebied van de stad/gemeente.
Op deze basisbedragen wordt een indexatie toegepast, naar analogie met de door de VNR goedgekeurde niet-periodieke tarieven, zoals jaarlijks gepubliceerd in augustus.
Deze retributies zijn verschuldigd vóór het einde van ieder jaar. In dit kader doet iedere nutsmaatschappij vóór 15 december van ieder jaar opgave van het aantal aansluitingspunten op het grondgebied van de stad/gemeente.
Artikel 4 – Inning
De retributie dient te worden betaald binnen de 30 kalenderdagen na toezending van de facturen.
Artikel 5 – Definitief karakter
Dit retributiereglement wordt toegezonden aan de toezichthoudende overheid.
Het retributiereglement wordt overeenkomstig artikel 286 van het Decreet Lokaal Bestuur afgekondigd en bekendgemaakt.
Artikel 2
De in het reglement retributie op werken aan nutsvoorzieningen op gemeentelijk openbaar domein vastgestelde tarieven kunnen door het college van burgemeester en schepenen aangepast worden in toepassing van het in zitting van de gemeenteraad van 30.01.2025 vastgestelde reglement betreffende de delegatie van bevoegdheden inzake personeel en gemeentelijke reglementen aan het college van burgemeester en schepenen.
Artikel 3
Dit reglement treedt in werking op 01.01.2026.
Artikel 4
Dit besluit zal worden bekendgemaakt overeenkomstig artikel 286 en artikel 287 van het decreet over het lokaal bestuur van 22.12.2017.
Het decreet van 22.12.2017 over het lokaal bestuur, in het bijzonder artikel 2, artikel 40§3 en artikel 41.
De Vlaamse codex Wonen van 2021.
De Grondwet, meer bepaald de artikelen 41, 162 en 170 §4.
Het decreet van 22.12.2017 over het lokaal bestuur in het bijzonder artikel 369 over de reglementen in geval van vrijwillige samenvoeging van gemeenten; alsook artikelen 2, 40 en 41 met betrekking tot de bevoegdheden van de gemeenteraad.
Besluit van de gemeenteraad van 30.01.2025 houdende vaststellen van het reglement betreffende de delegatie van bevoegdheden inzake personeel en gemeentelijke reglementen aan het college van burgemeester en schepenen.
Het decreet van 30.05.2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen, met latere wijzigingen.
De omzendbrief KB/ABB 2019/2 van 15.02.2019 betreffende de gemeentefiscaliteit.
Het Vlaams woninghuurdecreet van 09.11.2018, inzonderheid de artikelen 5.1 t.e.m. 5.4.
Besluit Vlaamse Codex Wonen van 2021, artikel 3.2. §1 en §2, zoals gewijzigd.
Het besluit van de Vlaamse Regering van 11.09.2020 tot uitvoering van de Vlaamse Codex Wonen van 2021
Het besluit van de Vlaamse Regering van 14.03.2025 tot wijziging van het Besluit Vlaamse Codex Wonen van 2021, wat betreft het lokaal woonbeleid.
Besluit van de gemeenteraad van Tielt van 13.03.2025 betreffende retributie op de conformiteitsonderzoeken.
Het reglement zoals goedgekeurd bij besluit van de gemeenteraad van Tielt van 13.03.2025 betreffende retributie op de conformiteitsonderzoeken wordt aangepast en opnieuw ter goedkeuring voorgelegd.
Rekening houdende met de financiële toestand van de gemeente wordt er een retributie op de conformiteitsonderzoeken ingevoerd voor de jaren 2026 tot en met 2031.
Een belangrijk instrument binnen het lokaal woonbeleid is het conformiteitsattest. Dit attest geeft aan dat een woning of kamer voldoet aan de minimale woningkwaliteitsnormen zoals vastgelegd in de Vlaamse regelgeving. Het aanvragen van zo’n attest kan vrijwillig gebeuren door de eigenaar of verplicht zijn in het kader van (kamer)verhuur, bij verordenende bepalingen vanuit de gemeente of als voorwaarde voor toekenning van bepaalde Vlaamse huurpremies. In dat kader speelt het lokaal bestuur een cruciale rol in het uitvoeren van de kwaliteitscontrole.
Het organiseren van conformiteitsonderzoeken brengt voor de gemeente echter substantiële kosten met zich mee, zowel op vlak van personeelsinzet, administratieve verwerking als rapportering. Door het invoeren van een retributie wil de stad deze werkelijke kost gedeeltelijk verhalen op de aanvrager, zonder winstbejag. Dit is toegelaten binnen de principes van de Vlaamse Codex Wonen van 2021 en het Decreet Lokaal Bestuur, mits de vergoeding evenredig blijft met de geleverde prestaties.
Er is bewust gekozen voor een basistarief per woning of kamer dat representatief is voor de werkelijke kostprijs van het volledige onderzoek en de administratieve opvolging. Tegelijkertijd voorziet het reglement in een bijkomende vergoeding vanaf de derde hercontrole, om op die manier ook rekening te houden met situaties waarin meerdere tussenkomsten noodzakelijk zijn. Dit voorkomt dat overmatige hercontroles zonder gevolg ten laste vallen van de gemeenschap.
Er zijn eveneens enkele uitzonderingen opgenomen waarbij geen retributie wordt aangerekend. Zo is het conformiteitsonderzoek gratis in het geval van proactieve screening door de intergemeentelijke woondienst of wanneer een woning conform wordt bevonden na een waarschuwingsprocedure. Ook wanneer het onderzoek noodzakelijk is in het kader van sociale verhuur of het verkrijgen van een Vlaamse huurpremie of huursubsidie, wordt geen vergoeding gevraagd. Op deze manier wordt een sociaal rechtvaardige benadering gehanteerd en worden kwetsbare doelgroepen ontzien.
Door dit evenwicht tussen kostendekkendheid en sociaal-maatschappelijke correctie, sluit het voorgestelde retributiereglement aan bij de principes van behoorlijk bestuur en het grondwettelijk gelijkheidsbeginsel. Bovendien is het reglement gestoeld op duidelijke bevoegdheidsgronden en actuele Vlaamse regelgeving, wat de rechtszekerheid en juridische robuustheid versterkt.
Het vaststellen van de tarieven van retributies behoort, cfr. het in de gemeenteraad van 30.01.2025 vastgestelde reglement betreffende de delegatie van bevoegdheden inzake personeel en gemeentelijke reglementen aan het college van burgemeester en schepenen, tot de bevoegdheid van het college van burgemeester en schepenen. Er wordt voorgesteld om de tarieven in het aan de gemeenteraad voorgelegde reglement reeds vast te leggen. Indien nodig kan het college van burgemeester en schepenen de vastgelegde tarieven wijzigen.
De geraamde ontvangsten uit de retributie op de conformiteitsonderzoeken worden opgenomen in het meerjarenplan 2026-2031.
De gemeenteraad beslist:
Artikel 1
Tot het opheffen van het besluit van de gemeenteraad dd. 13.03.2025 houdende het goedkeuren van een reglement retributie op de conformiteitsonderzoeken.
Artikel 2
Het reglement betreffende de retributie op de conformiteitsonderzoeken wordt voor de jaren 2026 tot en met 2031 als volgt vastgesteld:
DOEL VAN HET REGLEMENT
Artikel 1
Met dit reglement wil de stad de kosten vergoeden van de uitgevoerde conformiteitsonderzoeken die aan een burger, vereniging of bedrijf worden geleverd.
Dit reglement bepaalt wie de retributie moet betalen, voor welke dienst of prestatie ze van toepassing is, hoe het bedrag berekend wordt, en op welke manier de betaling gebeurt.
GELDIGHEIDSDUUR VAN HET REGLEMENT
Artikel 2
De retributie voor conformiteitsonderzoeken wordt geheven voor de aanslagjaren 2026 tot en met 2031.
DE RETRIBUTIEPLICHTIGE
Artikel 3
De vergoeding is verschuldigd door de houder van het zakelijk recht op de woonentiteit.
WAARVOOR EN TEGEN WELKE TARIEVEN IS DE RETRIBUTIE VERSCHULDIGD
Artikel 4
§1 Voor een conformiteitsonderzoek wordt een forfaitaire vergoeding aangerekend van € 200 per woning of kamer. Dit bedrag dekt het volledige onderzoek, inclusief maximaal twee hercontroles die nodig zijn vooraleer een conformiteitsattest kan uitgereikt worden.
§2 Wanneer na de tweede hercontrole alsnog geen conformiteitsattest kan worden afgeleverd, en bijkomende conformiteitsonderzoeken noodzakelijk blijken, wordt voor elke bijkomende hercontrole een nieuwe vergoeding van € 100 aangerekend. Deze bijkomende hercontroles worden als afzonderlijke prestaties beschouwd en vallen niet langer onder de forfaitaire vergoeding zoals bedoeld in §1.
§3 De tarieven zoals vermeld in het retributiereglement worden jaarlijks op 1 januari aangepast aan de evolutie van de gezondheidsindex, waarbij volgende formule wordt toegepast:
Het geïndexeerde nieuwe tarief = basistarief x nieuwe index
aanvangsindex
Basistarief = tarief zoals vermeld in het retributiereglement.
Nieuwe index is de verhoogde of verlaagde index van de maand september voorafgaand aan de indexering.
De aanvangsindex is de gezondheidsindex van de maand september 2025.
VRIJSTELLINGEN EN/OF VERMINDERINGEN
Artikel 5
Er moet geen retributie betaald worden in de volgende gevallen:
• Het conformiteitsonderzoek is gratis als de woningen of kamers proactief gescreend worden door IGS Woondienst Regio Tielt en/of die conform blijken na het positief doorlopen van een waarschuwingsprocedure met IGS Woondienst Regio Tielt;
• Het conformiteitsonderzoek is gratis als de woningen of kamers onderzocht worden met het oog op verhuring volgens het sociaal huurstelsel van de Vlaamse Codex Wonen, of als het onderzoek gebeurt met het oog op het krijgen of behouden van een Vlaamse huursubsidie of een Vlaamse huurpremie.
BIJKOMENDE VOORWAARDEN
Artikel 6
De gemeente mag geen vergoeding aanrekenen voor het eerste conformiteitsonderzoek bij een waarschuwingsprocedure of een procedure tot ongeschiktheids- en onbewoonbaarverklaring. De vergoeding is deze gevallen dus enkel verschuldigd bij hercontroles; alsook bij de aanvraag tot afgifte van een conformiteitsattest.
WIJZE VAN INNING EN BETALING
Artikel 7
De retributie wordt per factuur betaald.
INWERKINGTREDING
Artikel 8
Dit reglement treedt in werking op 01/01/2026.
BEKENDMAKING
Artikel 9
Dit reglement wordt bekendgemaakt via de website van de stad.
Artikel 3
De in het reglement retributie op de conformiteitsonderzoeken vastgestelde tarieven kunnen door het college van burgemeester en schepenen aangepast worden in toepassing van het in zitting van de gemeenteraad van 30.01.2025 vastgestelde reglement betreffende de delegatie van bevoegdheden inzake personeel en gemeentelijke reglementen aan het college van burgemeester en schepenen.
Artikel 4
Dit reglement treedt in werking op 01.01.2026.
Artikel 5
Dit besluit zal worden bekendgemaakt overeenkomstig artikel 286 en artikel 287 van het decreet over het lokaal bestuur van 22.12.2017.
Het decreet van 22.12.2017 over het lokaal bestuur, in het bijzonder artikel 2, artikel 40§3 en artikel 41.
De omzendbrief KB/ABB/2019/2 van 15.02.2019 betreffende de gemeentefiscaliteit.
Het decreet van 22.12.2017 over het lokaal bestuur in het bijzonder artikel 369 over de reglementen in geval van vrijwillige samenvoeging van gemeenten.
Besluit van de gemeenteraad van 30.01.2025 houdende vaststellen van het reglement betreffende de delegatie van bevoegdheden inzake personeel en gemeentelijke reglementen aan het college van burgemeester en schepenen.
Besluit van de gemeenteraad van Tielt 05.12.2019 betreffende het reglement retributie voor prestaties van de technische dienst.
Besluit van de gemeenteraad van Meulebeke van 12.05.1993 betreffende het retributiereglement op het ter beschikking stellen of aanbrengen van wegsignalisatie.
De reglementen zoals goedgekeurd bij besluit van de gemeenteraad van Tielt van 05.12.2019 betreffende retributie voor prestaties van de technische dienst en het besluit van de gemeenteraad van Meulebeke van 12.05.1993 betreffende retributie op het ter beschikking stellen of aanbrengen van wegsignalisatie worden ingevolge de bepalingen van artikel 369 van het decreet over het lokaal bestuur van 22.12.2017 van rechtswege opgeheven m.i.v. 01.01.2026.
Rekening houdende met de financiële toestand van de gemeente en aangezien een retributiereglement noodzakelijk is om geleverde prestaties terug te vorderen wordt er een retributie prestaties technische dienst ingevoerd voor de jaren 2026 tot en met 2031.
Hierbij worden de geleverde prestaties teruggevorderd voor o.a. herstellingen of wijzigingen openbaar domein en dit tegen de vastgestelde kostprijs met toeslag van de overheadkost.
Er is vrijstelling voorzien voor de eigen organisaties: stadsbestuur, AGB Tielt, OCMW Tielt, Zorg Tielt en kerkfabrieken Tielt.
Het vaststellen van de tarieven van retributies behoort, cfr. het in de gemeenteraad van 30.01.2025 vastgestelde reglement betreffende de delegatie van bevoegdheden inzake personeel en gemeentelijke reglementen aan het college van burgemeester en schepenen, tot de bevoegdheid van het college van burgemeester en schepenen. Er wordt voorgesteld om de tarieven in het aan de gemeenteraad voorgelegde reglement reeds vast te leggen. Indien nodig kan het college van burgemeester en schepenen de vastgelegde tarieven wijzigen.
De geraamde ontvangsten uit de retributie prestaties technische dienst worden opgenomen in het meerjarenplan 2026-2031.
De gemeenteraad beslist:
Artikel 1
Het reglement betreffende de retributie prestaties technische dienst wordt voor de jaren 2026 tot en met 2031 als volgt vastgesteld:
DOEL VAN HET REGLEMENT
Artikel 1
Met dit reglement wil de stad de kosten vergoeden van de prestaties die aan een burger, vereniging of bedrijf worden geleverd.
Artikel 2
Dit reglement bepaalt wie de retributie moet betalen, voor welke dienst of prestatie ze van toepassing is, hoe het bedrag berekend wordt, en op welke manier de betaling gebeurt.
GELDIGHEIDSDUUR VAN HET REGLEMENT
Artikel 3
Dit retributiereglement geldt voor de periode van 01.01.2026 tot en met 31.12.2031.
DE RETRIBUTIEPLICHTIGE
Artikel 4
De retributie plichtige is de natuurlijke persoon of rechtspersoon die uitdrukkelijk om de dienstverlening verzoekt, of in voorkomend geval van degene die aan de oorzaak ligt van de uitvoering van de werken en als begunstigde kan worden aangeduid.
Artikel 5
Indien de aanvraag door twee of meer belanghebbenden ingediend wordt of indien twee of meerdere natuurlijke personen of rechtspersonen rechtstreeks baat hebben bij de geleverde prestaties of werken, dan zijn deze solidair en ondeelbaar tot betaling gehouden.
WAARVOOR EN TEGEN WELKE TARIEVEN IS DE RETRIBUTIE VERSCHULDIGD
Artikel 6
Een retributie wordt gevestigd op:
1) De herstelling van het openbaar domein in beheer van het stadsbestuur van Tielt en dit na schadegevallen zoals :
- verkeersongevallen
- verlies van lading op de openbare weg
- overige bijstand hulpdiensten
- schade aan het openbaar domein na uitvoering van private bouwwerken
2) De herstelling van de gebouwen in eigendom van het stadsbestuur van Tielt – AGB Tielt – OCMW Tielt en dit na schadegevallen aan deze gebouwen van het stadsbestuur Tielt – AGB Tielt – OCMW Tielt.
3) Onvoorziene tussenkomsten bij brand- of inbraakalarmen in de stadsgebouwen door toedoen van derden (voorbeeld : niet naleven van rook- of vuurverbod in stadsgebouwen).
4) Onvoorziene tussenkomsten voor technische ondersteuning aan derden (voorbeeld extra levering van uitleenmateriaal, het voorzien in elektriciteit, e.d.).
5) Het voorzien van de nodige veiligheidsmaatregelen in opdracht van de Burgemeester, lokale politie of brandweer. Dit kan naar aanleiding van :
- de taken van de gemeente in kader van de nieuwe gemeentewet, artikel 135 §2
- onvoldoende geplaatste signalisatie bij innames openbaar domein in bijstand van de lokale politie of brandweer en dit ongeacht of het openbaar domein al dan niet werd ingenomen met voorafgaandelijke toelating
- technische interventies in bijstand van de brandweer
6) Het uitvoeren van aanpassingen aan het openbaar domein op aanvraag van aangelanden.
Kostprijs voertuigen
Voor het inzetten van voertuigen van de stad Tielt wordt volgende vergoeding aangerekend:
- bestelwagens : 60,00 euro per uur
- vrachtwagens, graafkraan, veegmachine, minigraver, verreiker en gelijkaardige machines: 90,00 euro per uur
Voor het inzetten voertuigen van de stad Tielt, worden de prestaties gerekend vanaf het vertrek tot de terugkomst, waarbij voor iedere begonnen periode van één uur een vol uur wordt aangerekend
Kostprijs personeel
Voor het inzetten van personeel van de stad Tielt wordt hiernavolgend vergoeding aangerekend:
- tijdens de normale diensturen (08:00 tot 17u00): 50 euro per uur per persoon
- toeslag op zaterdag en nachtwerk (tussen 22u00 en 06u00): 25%
- toeslag op zon- en feestdagen: 100%
- toeslag oproep buiten de normale diensturen : forfait van 2 uren per personeelslid als verstoringstoelage
Voor het inzetten van personeel van de stad Tielt, worden de prestaties gerekend vanaf het vertrek tot de terugkomst, waarbij voor iedere begonnen periode van één uur een vol uur wordt aangerekend.
Kostprijs materiaal
Voor het gebruik van materiaal van de stad voor de bovenvermelde interventies, wordt hiernavolgende vergoeding aangerekend:
- huur signalisatiemateriaal (verkeersborden, hekkens, bakens) : 6 euro per stuk en per begonnen kalenderdag
- verbruik van materialen voor herstellingen : kostprijs van de materialen
- vervanging van straatmeubilair en verkeersignalisatie na schadegevallen : waarde van de nieuw aan te kopen elementen ;
- waarde van beschadigde beplanting : zie Standaardbestek 250 van de Vlaamse Overheid (hoofdstuk 2, Algemene bepalingen): uniforme methode voor de waardebepaling van bomen behorend tot het openbaar domein
- aankoopkost van beplanting : kostprijs van de plantmaterialen
Indien het stadsbestuur van Tielt voor een noodzakelijke tussenkomst beroep dient te doen op een externe firma of een nutsmaatschappij, zal de kostprijs van de externe firma integraal worden doorgerekend aan degene die verantwoordelijk is voor situatie.
Overheadkost
Boven op de kost van personeel, machines, materiaal en derden, wordt een toeslag van 10% aangerekend voor de overheadkost en dit met een minimum van 60,00 euro.
Aanpassing openbaar domein op aanvraag van aangelanden
Een retributie wordt gevestigd op de aanpassing van het openbaar domein op aanvraag van aangelanden, bijvoorbeeld naar aanleiding van een goedgekeurde stedenbouwkundige vergunning.
De aanpassing van het openbaar domein kan, niet limitatief, omvatten:
- plaatselijke aanpassing van boordstenen en voetpaden
- realisatie van aanvullende voetpaden of opritten
- realisatie van inbuizingen in langsgrachten van gemeentelijke wegenis voor een oprit naar een privaat perceel
- overige wijzigingen van het openbaar domein op aanvraag van de aangelande en ten behoeve van de aangelande.
Deze werken kunnen pas uitgevoerd worden na voorafgaande goedkeuring van het stadsbestuur en nadat alle nodige vergunningen hiertoe ontvangen werden.
De nodige vergunningen (bv. omgevingsvergunning) dienen door de aanvrager of begunstigde van de aanpassing van het openbaar domein te worden aangevraagd.
De retributie wordt vastgesteld op de kostprijs van de werken met alle nodige uitvoeringsmiddelen.
Het stadsbestuur stelt hiertoe een offerte op.
Na schriftelijk akkoord van de aanvrager wordt opdracht gegeven aan de technische dienst of een aangestelde aannemer om de werken uit te voeren.
Indexering
De tarieven zoals vermeld in het retributiereglement worden jaarlijks op 1 januari aangepast aan de evolutie van de gezondheidsindex, waarbij volgende formule wordt toegepast:
Het geïndexeerde nieuwe tarief = basistarief x nieuwe index
aanvangsindex
Basistarief = tarief zoals vermeld in het retributiereglement.
Nieuwe index is de verhoogde of verlaagde index van de maand september voorafgaand aan de indexering.
De aanvangsindex is de gezondheidsindex van de maand september 2025.
VRIJSTELLINGEN EN/OF VERMINDERINGEN
Artikel 7
Vrijstellingen van retributie worden voorzien voor de diensten en instellingen die ressorteren onder het stadsbestuur Tielt, het autonoom gemeentebedrijf Tielt, het OCMW Tielt, de welzijnsvereniging ‘Zorg Tielt’ en de kerkfabrieken van Tielt.
De vrijstellingen dienen door het College van Burgemeester en Schepenen te worden bekrachtigd.
Artikel 8
Naast voormelde vrijstellingen kan het College van Burgemeester en Schepenen mits omstandige motivering afwijken van de voorschriften van dit reglement.
WIJZE VAN INNING EN BETALING
Artikel 9
De retributie wordt per factuur betaald.
De retributie moet betaald worden via overschrijving binnen de 30 dagen na de verzendingsdatum van de factuur.
Het reglement betreffende de retributie administratiekosten bij de invordering van fiscale en niet-fiscale ontvangsten d.d. 30.01.2025 is van kracht voor de invordering van deze retributie.
INWERKINGTREDING
Artikel 10
Dit reglement treedt in werking op 01.01.2026.
BEKENDMAKING
Artikel 11
Dit reglement wordt bekendgemaakt via de website van de stad.
Artikel 2
De in het reglement retributie prestaties technische dienst vastgestelde tarieven kunnen door het college van burgemeester en schepenen aangepast worden in toepassing van het in zitting van de gemeenteraad van 30.01.2025 vastgestelde reglement betreffende de delegatie van bevoegdheden inzake personeel en gemeentelijke reglementen aan het college van burgemeester en schepenen.
Artikel 3
Dit reglement treedt in werking op 01.01.2026.
Artikel 4
Dit besluit zal worden bekendgemaakt overeenkomstig artikel 286 en artikel 287 van het decreet over het lokaal bestuur van 22.12.2017.
Het decreet van 22.12.2017 over het lokaal bestuur, in het bijzonder artikel 2, artikel 40§3 en artikel 41.
De omzendbrief KB/ABB/2019/2 van 15.02.2019 betreffende de gemeentefiscaliteit.
Het decreet van 22.12.2017 over het lokaal bestuur in het bijzonder artikel 369 over de reglementen in geval van vrijwillige samenvoeging van gemeenten.
Besluit van de gemeenteraad van 30.01.2025 houdende vaststellen van het reglement betreffende de delegatie van bevoegdheden inzake personeel en gemeentelijke reglementen aan het college van burgemeester en schepenen.
Besluit van de gemeenteraad van Tielt van 05.12.2019, gewijzigd in zitting van 09.11.2023 en 11.04.2024 betreffende retributie betalend en beperkt parkeren.
De wet van 16 maart 1968 betreffende de politie over het wegverkeer en zijn latere wijzigingen.
Het decreet betreffende de aanvullende reglementen op het wegverkeer en de plaatsing en de bekostiging van verkeerstekens.
Het decreet van 9 juli 2010 houdende de invordering van parkeerheffingen door parkeerbedrijven, waarbij aan de gemeenten wordt toegestaan parkeergeld op motorrijtuigen in te voeren.
Het Koninklijk Besluit van 1 december 1975 houdende het algemeen reglement op de politie over het wegverkeer en van het gebruik van de openbare weg (de wegcode), inzonderheid artikel 27.
Het ministerieel besluit van 9 januari 2007 betreffende de gemeentelijke parkeerkaart.
Het ministerieel besluit van 7 mei 1999 betreffende de parkeerkaart voor mensen met een handicap.
Het reglement zoals goedgekeurd bij besluit van de gemeenteraad van Tielt van 05.12.2019, gewijzigd in zitting van 09.11.2023 en 11.04.2024, betreffende retributie op het betalend en het beperkt parkeren wordt ingevolge de bepalingen van artikel 369 van het decreet over het lokaal bestuur van 22.12.2017 van rechtswege opgeheven m.i.v. 01.01.2026.
Rekening houdende met de financiële toestand van de gemeente en omdat het aanleggen en onderhouden van parkeermogelijkheden diverse kosten met zich meebrengt en nieuwe mogelijkheden vereist voor de controle op de beperking van de parkeerduur op de voorgeschreven parkeerplaatsen, wordt er een retributie betalend en beperkt parkeren ingevoerd voor de jaren 2026 tot en met 2031.
Er wordt een verschillende tariefstructuur gebruikt tussen de zones met betalend parkeren en de zones met beperkt parkeren.
Er worden diverse vrijstellingen voorzien.
Het vaststellen van de tarieven van retributies behoort, cf. het in de gemeenteraad van 30.01.2025 vastgestelde reglement betreffende de delegatie van bevoegdheden inzake personeel en gemeentelijke reglementen aan het college van burgemeester en schepenen, tot de bevoegdheid van het college van burgemeester en schepenen. Er wordt voorgesteld om de tarieven in het aan de gemeenteraad voorgelegde reglement reeds vast te leggen. Indien nodig kan het college van burgemeester en schepenen de vastgelegde tarieven wijzigen.
De geraamde ontvangsten uit de retributie betalend en beperkt parkeren worden opgenomen in het meerjarenplan 2026-2030.
De gemeenteraad beslist:
Artikel 1
Het reglement betreffende de retributie op het betalend en het beperkt parkeren wordt voor de jaren 2026 tot en met 2031 als volgt vastgesteld:
DOEL VAN HET REGLEMENT
Artikel 1
Met dit reglement wil de stad de kosten vergoeden van de controle op het betalend en beperkt parkeren en de inning van de parkeerretributies door de concessiehouder.
Artikel 2
Dit reglement bepaalt wie de retributie moet betalen, voor welke dienst of prestatie ze van toepassing is, hoe het bedrag berekend wordt, en op welke manier de betaling gebeurt.
GELDIGHEIDSDUUR VAN HET REGLEMENT
Artikel 3
Het reglement treedt in werking op 01 januari 2026 en blijft van kracht zolang het niet wordt ingetrokken of vervangen.
DE RETRIBUTIEPLICHTIGE
Artikel 4
De retributieplichtige is de automobilist die gebruik maakt van de parkeerinfrastructuur gelegen binnen de zones met betalend parkeren en beperkt parkeren (blauwe zone).
HOOFDELIJKHEID
Artikel 5
De bestuurder van het voertuig is hoofdelijk aansprakelijk voor de betaling van de belasting.
WAARVOOR EN TEGEN WELKE TARIEVEN IS DE RETRIBUTIE VERSCHULDIGD
Artikel 6
Betalend parkeren.
Art. 6.1:
De bestuurder die zonder andere tijdsbeperking verkiest te parkeren kan hetzij in de voormiddag (van 8.00u tot 12.00u), hetzij in de namiddag (van 14.00u tot 18.00u) gedurende maximum 4 uren parkeren op de parkeerplaatsen met betalend parkeren, tegen betaling van een retributie van 25 euro.
Deze gebruikersmodaliteit wordt op de automaten aangeduid als ‘tarief 1’.
De retributie wordt betaald op het ogenblik van het parkeren aan de bevoegde persoon die alsdan een parkeerticket aflevert.
Bij afwezigheid van de bevoegde persoon op het ogenblik van het parkeren dient de retributie betaald te worden binnen de vijf dagen door storting of overschrijving op de financiële rekening zoals bepaald op het parkeerticket dat door de bevoegde persoon op het voertuig wordt aangebracht.
Art. 6.2:
In afwijking van artikel 6.1 zijn de eerste vijftien minuten gratis en bedraagt de retributie 0,25 euro per volgende 15 minuten voor de bestuurders die opteren voor een korte parkeerduur met een maximum van 120 minuten betalend parkeren, en dit van 08.00u tot 12.00u en van 14.00u tot 18.00u, met uitzondering van:
Art. 6.2 bis:
‘Shop & go’-plaatsen binnen de zone betalend parkeren:
- Parkeren is gratis voor de duur van 30 minuten kortparkeren van maandag tot en met zaterdag telkens van 08.00u tot 12.00u en van 13.30u tot 18.00u in zones met beperkte parkeertijd aangeduid door de signalisatie met verkeersbord ‘E9a’, onderbord 30 min., onderbord ‘van maandag t.e.m. zaterdag van 08.00u tot 12.00u en van 13.30u tot 18.00u’, zoals vastgesteld in de aanvullende reglementen op de politie van het wegverkeer;
In afwijking van art. 6.1 en 6.2:
Is van toepassing van maandag t.e.m. zaterdag telkens van 08.00u tot 12.00u en van 13.30u tot 18.00u indien de bestuurder parkeert op een parkeervak voorzien van een intelligente sensor binnen de zone betalend parkeren, ook ‘shop & go’-plaatsen genoemd.
Tarief bedraagt 0,00 euro voor 30 min. kortparkeren op plaatsen aangeduid door de signalisatie met verkeersbord ‘E9a’, onderbord 30 min., onderbord ‘van maandag t.e.m. zaterdag van 08.00u tot 12.00u en van 13.30u tot 18.00u’ en de grondmarkering ‘shop & go’.
Tarief bedraagt 0,00 euro voor 15 min. kortparkeren op plaatsen aangeduid door de signalisatie met verkeersbord ‘E9a’, onderbord 15 min., onderbord ‘van maandag t.e.m. zondag van 06.00u tot 24.00u’ en de grondmarkering ‘shop & go’.
De bestuurder die zonder tijdsbeperking wenst te parkeren kan hetzij in de voormiddag (van 08.00u tot 12.00u), hetzij in de namiddag (van 13.30u tot 18.00u), hetzij in de avond (van 18.00u tot 24.00u) gedurende maximaal 4 uren kortparkeren op de ‘shop & go’-plaatsen, tegen betaling van een retributie van 25 euro.
Art. 6.3:
In geval van defect van een parkeerautomaat is de bestuurder van het motorvoertuig die wenst te parkeren in de betalende zone, gehouden een ticket te nemen aan een andere, wel werkende automaat of te betalen via sms-parkeren. Indien alle automaten defect zijn en sms-parkeren niet mogelijk is dient de parkeerschijf geplaatst te worden.
Art. 6.4:
Het parkeerticket, aangekocht bij de bevoegde persoon of afgeleverd door de automaat moet duidelijk zichtbaar achter de voorruit van het voertuig worden aangebracht, of als er geen voorruit is op het voorste gedeelte van het voertuig.
Art. 6.4:
De gebruiker van een parkeerplaats in de zone van betalend parkeren zal geen bezwaar kunnen indienen wanneer hij, niettegenstaande het vereffenen van de retributie, toch niet kan parkeren om een reden vreemd aan de wil van het bestuur, of in geval van verplichte evacuatie van voertuigen bij politiebevel.
Art. 6.5:
Het parkeren van een motorvoertuig op een parkeerplaats in de zone van betalend parkeren gebeurt steeds op risico van de gebruiker of van degene die burgerlijk verantwoordelijk is. Het parkeergeld geeft enkel recht op parkeren maar geeft de gebruiker of de burgerlijk verantwoordelijke geen enkel recht op bewaking. Het stadsbestuur kan niet aansprakelijk gesteld worden voor beschadiging of verlies van het geparkeerde voertuig.
Beperkt parkeren (blauwe zone).
Art. 6.7:
De door de gebruiker gewenste parkeertijd wordt vastgesteld aan de hand van de parkeerschijf, voor maximaal 2 uur of zoals aangebracht op de signalisatie.
Behalve wanneer bijzondere voorwaarden zijn aangebracht op de signalisatie is het gebruik van de parkeerschijf alle dagen voorgeschreven van 09.00u tot 12.00u en van 14.00u tot 18.00u, uitgezonderd op zon- en wettelijke feestdagen en 11 juli;
Art. 6.8:
Bij het niet plaatsen van de parkeerschijf conform artikel 27.1 van de wegcode en overeenkomstig de instructies van onderhavig reglement wordt de retributie vastgelegd op 25 euro per dag.
Art. 6.9:
De gebruiker van een parkeerplaats in de zone met beperkt parkeren zal geen bezwaar kunnen indienen wanneer hij, niettegenstaande het vereffenen van de retributie, toch niet kan parkeren om een reden vreemd aan de wil van het bestuur of in geval van verplichte evacuatie van voertuigen bij politiebevel;
VRIJSTELLINGEN EN/OF VERMINDERINGEN
Artikel 7
Betalend parkeren.
Art. 7.1:
Op zondagen en wettelijke feestdagen evenals op 11 juli is geen retributie verschuldigd.
Art. 7.2:
§1. Personen met een handicap, houders van een speciale kaart uitgereikt overeenkomstig het Ministerieel Besluit van 7 mei 1999, zoals later gewijzigd worden vrijgesteld van de betaling van het voorgeschreven parkeergeld, indien deze kaart duidelijk zichtbaar is aangebracht achter de voorruit van het voertuig, of als er geen voorruit is op het voorste gedeelte van het voertuig.
Art. 7.3:
§ 1 Worden onbeperkt vrijgesteld van de betaling van het voorgeschreven parkeergeld:
De dienstvoertuigen zoals opgesomd in het eerste lid, dienen om vrijgesteld te zijn van het betalen van parkeergeld, duidelijk voorzien te zijn van het logo of embleem van vermelde dienst of instelling.
§2 In afwijking van § 1 worden de voertuigen die geen logo van de stad Tielt dragen maar evenwel noodzakelijk zijn voor de dienstverplaatsingen van de personeelsleden van de stad Tielt eveneens vrijgesteld van de betaling van het voorgeschreven parkeergeld.
Art. 7.4:
Worden vrijgesteld van het voorgeschreven parkeergeld mits het betalen van een jaarlijkse bijdrage van 50 euro en mits de parkeerduur beperkt wordt tot maximum 60 minuten:
Art. 7.5:
Voertuigen zoals bepaald in artikel 7.3 § 2 en artikel 7.4 en de voertuigen van de Minder Mobielen Centrale dienen voorzien te zijn van een, door het stadsbestuur uitgereikte, analoge gemeentelijke parkeerkaart. De betreffende analoge gemeentelijke parkeerkaart moet duidelijk zichtbaar aangebracht zijn achter de voorruit van het voertuig of als er geen voorruit is op het voorste gedeelte van het voertuig.
De analoge gemeentelijke parkeerkaarten uitgereikt voor voertuigen zoals bedoeld in artikel 7.4 moeten tevens voorzien zijn van een duidelijk zichtbare, correct gebruikte, parkeerschijf.
De analoge gemeentelijke parkeerkaarten uitgereikt voor voertuigen zoals bepaald artikel 7.3 zijn vrijgesteld van een gemeentelijke retributie.
Art. 7.6:
§1. Bewoners en handelaars met handelszaak in één van volgende straten of straatdelen en waarvan de publieke toegang van hun winkel gelegen is in één van de hierna vermelde straten of straatdelen kunnen telkens voor een periode van één kalenderjaar een digitale bewonerskaart / gemeentelijke parkeerkaart bekomen:
§2. Bewoners en handelaars met handelszaak in één van volgende straten of straatdelen en waarvan de publieke toegang van hun winkel gelegen is in één van de hierna vermelde straten of straatdelen kunnen telkens voor een periode van één kalenderjaar een digitale gemeentelijke parkeerkaart bekomen:
Art. 7.7:
De retributie, voor bewoners, voor het bekomen van een digitale bewonerskaart of gemeentelijke parkeerkaart in de straten of straatdelen zoals bepaald in §1 en §2 van artikel 7.6 bedraagt:
Er worden maximaal drie digitale bewonerskaarten of gemeentelijke parkeerkaarten afgeleverd per wooneenheid.
Indien de digitale bewonerskaart of gemeentelijke parkeerkaart slechts betrekking heeft op een gedeelte van het jaar, waarbij een begonnen maand beschouwd wordt als een volledige maand, wordt de retributie naar evenredigheid bepaald op 8,34 euro per maand voor de tweede digitale bewonerskaart of gemeentelijke parkeerkaart en 20,84 euro per maand voor de derde digitale bewonerskaart of gemeentelijke parkeerkaart.
Art. 7.8:
De retributie, voor handelaars, voor het bekomen van een digitale gemeentelijke parkeerkaart in de straten of straatdelen zoals bepaald in §1 en §2 van artikel 7.6 bedraagt:
Er worden maximaal drie gemeentelijke parkeerkaarten afgeleverd per vestigingsadres.
Indien de digitale gemeentelijke parkeerkaart slechts betrekking heeft op een gedeelte van het jaar, waarbij een begonnen maand beschouwd wordt als een volledige maand, wordt de retributie naar evenredigheid bepaald op 8,34 euro per maand voor de eerste en tweede digitale gemeentelijke parkeerkaart en voor de derde digitale parkeerkaart 20,84 euro per maand.
Art. 7.9:
§1. Bewoners van straten of straatdelen en handelaars, houders van een digitale bewonerskaart / gemeentelijke parkeerkaart, zoals bepaald in §1 van artikel 7.6 kunnen gratis en onbeperkt parkeren op de parkeerplaatsen van de volledige straten zoals bepaald in §1 van artikel 7.6 en in andere aanpalende straten met uitzondering van de straten zoals opgesomd in §2 van artikel 7.6.
§2. Bewoners van straten of straatdelen en handelaars, houders van een digitale gemeentelijke parkeerkaart, zoals bepaald in §2 van artikel 7.6 kunnen gratis en onbeperkt parkeren op de parkeerplaatsen van de volledige straten zoals bepaald in §1 van artikel 7.6 en in andere aanpalende straten met uitzondering van de straten zoals opgesomd in §2 van artikel 7.6.
§3. Voor bewoners van het gedeelte van het Stationsplein, waar betalend parkeren van toepassing
is, houders van een digitale bewonerskaart, is gratis en onbeperkt parkeren toegelaten op de
parkeerplaatsen van dit gedeelte van het Stationsplein.
De digitale bewonerskaart / gemeentelijke parkeerkaart moet duidelijk zichtbaar aangebracht zijn achter de voorruit van het voertuig, of als er geen voorruit is op het voorste gedeelte van het voertuig.
Art. 7.10:
Een digitale gemeentelijke parkeerkaart / bewonerskaart kan enkel afgeleverd worden aan natuurlijke personen onder de volgende voorwaarden:
Art. 7.11:
Een digitale gemeentelijke parkeerkaart kan enkel afgeleverd worden aan een handelaar onder de volgende voorwaarden:
Art. 7.12:
Een analoge gemeentelijke parkeerkaart moet terugbezorgd worden aan het stadsbestuur:
De kaart moet teruggezonden worden binnen de acht dagen nadat het feit dat de terugzending rechtvaardigt, zich voordeed.
De houder van een gemeentelijke parkeerkaart zoals bedoeld in artikel 7.6 en artikel 7.7 kan er een duplicaat van bekomen, wanneer zij verloren, vernietigd, beschadigd of onleesbaar is. De beschadigde of onleesbare kaart moet terugbezorgd worden bij de aflevering van het duplicaat. Voor het afleveren van een kaart uitgereikt volgens artikel 7.6 van onderhavig reglement wordt een retributie voor het aanmaken van deze duplicatiekaart gevestigd ten bedrage van 10 euro.
Art. 7.13:
Indien een geldig parkeerticket, een analoge gemeentelijke parkeerkaart niet duidelijk zichtbaar achter de voorruit van het voertuig wordt aangebracht, of als er geen voorruit is op het voorste gedeelte van het voertuig, wordt de gebruiker van de parkeerplaats steeds geacht te kiezen voor tarief 1.
Beperkt parkeren (blauwe zone).
Art. 7.14:
Op zondagen en wettelijke feestdagen evenals op 11 juli is geen retributie verschuldigd.
Art. 7.15:
Personen met een handicap, houders van een speciale kaart uitgereikt overeenkomstig het Ministerieel Besluit van 7 mei 1999, zoals later gewijzigd worden vrijgesteld van de betaling van het voorgeschreven parkeergeld, indien deze kaart duidelijk zichtbaar is aangebracht achter de voorruit van het voertuig, of als er geen voorruit is op het voorste gedeelte van het voertuig;
Art. 7.16:
§1. Worden onbeperkt vrijgesteld van de in artikel 6.7 en artikel 6.8 ingevoerde verplichting tot het gebruik van een parkeerschijf:
De dienstvoertuigen van de stad; de dienstvoertuigen van andere overheidsdiensten, de dienstvoertuigen van nutsmaatschappijen en de hulpdiensten dienen om vrijgesteld te zijn van de in artikel 6.7 en artikel 6.8 ingevoerde verplichting tot het gebruik van een parkeerschijf, duidelijk voorzien te zijn van het logo of embleem van vermelde dienst of instelling.
§2 In afwijking van § 1 worden:
Art. 7.17:
De voertuigen zoals bepaald in artikel 7.16 §2 en de voertuigen van de Minder Mobielen Centrale dienen voorzien te zijn van een, door het stadsbestuur uitgereikte, analoge gemeentelijke parkeerkaart die de reikwijdte van de vrijstelling duidelijk omschrijft. De betreffende analoge gemeentelijke parkeerkaart moet duidelijk zichtbaar aangebracht zijn achter de voorruit van het voertuig of als er geen voorruit is op het voorste gedeelte van het voertuig;
Deze analoge gemeentelijke parkeerkaarten zijn vrijgesteld van een gemeentelijke retributie;
Art. 7.18:
Bewoners en handelaars met handelszaak in één van volgende straten of straatdelen kunnen telkens voor een periode van één kalenderjaar een digitale bewonerskaart / gemeentelijke parkeerkaart bekomen:
Art. 7.19:
De retributie voor het bekomen van een digitale gemeentelijke parkeerkaart / bewonerskaart in de zone met beperkt parkeren wordt op dezelfde manier geregeld als vermeld in artikel 7.7 en artikel 7.8.
Art. 7.20:
Het parkeren door gebruik te maken van een digitale gemeentelijke parkeerkaart of bewonerskaart, zoals bedoeld in artikel 7.18, in een zone met beperkt parkeren is gratis en onbeperkt in de volledige straat waar de desbetreffende woonst / handelszaak gevestigd is of een aanpalende straat waar geen betalend parkeren van toepassing is.
Art. 7.21:
Dezelfde modaliteiten zoals vermeld in de artikels 7.10, 7.11 en 7.12 gelden ook voor een digitale gemeentelijke parkeerkaart of bewonerskaart afgeleverd voor de straat of straatdeel met beperkte parkeertijd.
Art. 7.22:
Indien de correct gebruikte parkeerschijf, de analoge gemeentelijke parkeerkaart, of de bewonerskaart niet duidelijk zichtbaar achter de voorruit wordt aangebracht, of als er geen voorruit is op het voorste gedeelte van het voertuig, wordt de gebruiker van de parkeerplaats steeds geacht te kiezen voor het forfaitaire bedrag, zoals bepaald in artikel 6.8
WIJZE VAN INNING EN BETALING
Artikel 8
Betalend parkeren.
Art. 8.1:
De retributie wordt betaald door:
Art. 8.2:
De retributie voor het parkeren op de ‘shop & go’-plaatsen wordt betaald op het ogenblik van het parkeren aan de bevoegde persoon. Bij afwezigheid van de bevoegde persoon op het ogenblik van het parkeren dient de retributie betaald te worden binnen de 5 dagen door storting of overschrijving op de financiële rekening zoals bepaald op het parkeerticket dat door de bevoegde persoon op het voertuig wordt aangebracht.
Art. 8.3:
Bij niet-betaling van de hier bedoelde retributie in verband met betalend parkeren zal de invordering van de verschuldigde som gebeuren bij wijze van burgerlijke rechtsvordering tegen de houder van de nummerplaat van het betreffende voertuig.
Ingeval van niet-betaling van de retributie “tarief blauwe zone”, en van de retributie “parkeerbiljet zonder parkeertijdbeperking”, binnen de vooropgestelde acht dagen, wordt een aanmaningsprocedure opgestart.
De kosten voor administratie en het verzenden van aanmaningen vallen ten laste van de schuldenaar van de retributie. De kosten worden als volgt vastgesteld, per aangemaande retributie (alle tarieven/bedragen te indexeren):
|
Verzending van een eerste aanmaning |
0,00 EUR |
| Verzending van een tweede aanmaning |
20,00 EUR* + intresten** |
| Verzending van een derde aanmaning door Gerechtsdeurwaarder in geval van wanbetaling door onderneming |
tarief voor het verzenden van een schuldvordering cfr. de gekozen procedure (advocaat/deurwaarder***) |
| Dagvaarding voor bevoegde rechtbank |
|
*In geval van wanbetaling door een consument is deze aanmaning in toepassing van de wetgeving schulden van de consument (Boek XIX – Wetboek Economisch Recht (W.E.R.)), waarbij, per retributie, na de eerste (gratis) betaalherinnering en wachttermijn, een tweede ingebrekestelling wordt verstuurd met een bedrag voor aanmanings- en invorderingskosten volgens de maximale forfaitaire vergoeding in relatie tot het verschuldigd bedrag van de vordering, uitdrukkelijk bepaald in toepassing van het wettelijk plafond voorzien in ART XIX.4, 2° W.E.R. (m.n. schulden onder de 150,00 EUR: 20,00 EUR forfaitaire verhoging).
**Te vermeerderen met de verwijlintresten op de retributie vanaf de vervaldag overeenkomstig de Wet van 02/08/2022 betreffende de bestrijding van de betalingsachterstand bij handelstransacties. Deze intresten zijn in het geval van wanbetaling door een consument slechts verschuldigd vanaf het verstrijken van de wettelijk voorziene wachttermijn zoals aangeduid in de kosteloze herinnering.
***In geval van laatste minnelijke aanmaning door Gerechtsdeurwaarder wordt het tarief gehanteerd burgerlijke en handelszaken K.B. 30-11-1976 (niet limitatief o.a. aanmaning met dreiging – inlichting – postzegel – dossierkost - kwijtings-en inningsrecht ) én voor de gerechtelijke fase.
Beperkt parkeren (blauwe zone).
Art. 8.4:
De retributie kan onmiddellijk betaald worden aan de bevoegde persoon. Bij afwezigheid van de bevoegde persoon dient een retributie betaald te worden binnen de vijf dagen door storting of overschrijving op de financiële rekening zoals vermeld op het parkeerticket dat door de bevoegde persoon op het voertuig wordt aangebracht.
Art. 8.5:
Bij niet-betaling van de hier bedoelde retributie in verband met beperkt parkeren zal de invordering van de verschuldigde som gebeuren bij wijze van burgerlijke rechtsvordering tegen de houder van de nummerplaat van het betreffende voertuig.
Ingeval van niet-betaling van de retributie “tarief blauwe zone”, en van de retributie “parkeerbiljet zonder parkeertijdbeperking”, binnen de vooropgestelde acht dagen, wordt een aanmaningsprocedure opgestart.
De kosten voor administratie en het verzenden van aanmaningen vallen ten laste van de schuldenaar van de retributie. De kosten worden als volgt vastgesteld, per aangemaande retributie (alle tarieven/bedragen te indexeren):
|
Verzending van een eerste aanmaning |
0,00 EUR |
| Verzending van een tweede aanmaning |
20,00 EUR* + intresten** |
| Verzending van een derde aanmaning door Gerechtsdeurwaarder in geval van wanbetaling door onderneming |
tarief voor het verzenden van een schuldvordering cfr. de gekozen procedure (advocaat/deurwaarder***) |
| Dagvaarding voor bevoegde rechtbank |
|
*In geval van wanbetaling door een consument is deze aanmaning in toepassing van de wetgeving schulden van de consument (Boek XIX – Wetboek Economisch Recht (W.E.R.)), waarbij, per retributie, na de eerste (gratis) betaalherinnering en wachttermijn, een tweede ingebrekestelling wordt verstuurd met een bedrag voor aanmanings- en invorderingskosten volgens de maximale forfaitaire vergoeding in relatie tot het verschuldigd bedrag van de vordering, uitdrukkelijk bepaald in toepassing van het wettelijk plafond voorzien in ART XIX.4, 2° W.E.R. (m.n. schulden onder de 150,00 EUR: 20,00 EUR forfaitaire verhoging).
**Te vermeerderen met de verwijlintresten op de retributie vanaf de vervaldag overeenkomstig de Wet van 02/08/2022 betreffende de bestrijding van de betalingsachterstand bij handelstransacties. Deze intresten zijn in het geval van wanbetaling door een consument slechts verschuldigd vanaf het verstrijken van de wettelijk voorziene wachttermijn zoals aangeduid in de kosteloze herinnering.
***In geval van laatste minnelijke aanmaning door Gerechtsdeurwaarder wordt het tarief gehanteerd burgerlijke en handelszaken K.B. 30-11-1976 (niet limitatief o.a. aanmaning met dreiging – inlichting – postzegel – dossierkost - kwijtings-en inningsrecht ) én voor de gerechtelijke fase.
INWERKINGTREDING
Artikel 9
Dit reglement treedt in werking op 01 januari 2026.
BEKENDMAKING
Artikel 10
Dit reglement wordt bekendgemaakt via de website van de stad.
Artikel 2
De in het reglement retributie betalend en beperkt parkeren vastgestelde tarieven kunnen door het college van burgemeester en schepenen aangepast worden in toepassing van het in zitting van de gemeenteraad van 30.01.2025 vastgestelde reglement betreffende de delegatie van bevoegdheden inzake personeel en gemeentelijke reglementen aan het college van burgemeester en schepenen.
Artikel 3
Dit reglement treedt in werking op 01.01.2026.
Artikel 4
Dit besluit zal worden bekendgemaakt overeenkomstig artikel 286 en artikel 287 van het decreet over het lokaal bestuur van 22.12.2017.
Het decreet van 22.12.2017 over het lokaal bestuur, in het bijzonder artikel 2, artikel 40§3 en artikel 41.
De omzendbrief KB/ABB/2019/2 van 15.02.2019 betreffende de gemeentefiscaliteit.
Het decreet van 22.12.2017 over het lokaal bestuur in het bijzonder artikel 369 over de reglementen in geval van vrijwillige samenvoeging van gemeenten.
Besluit van de gemeenteraad van 30.01.2025 houdende vaststellen van het reglement betreffende de delegatie van bevoegdheden inzake personeel en gemeentelijke reglementen aan het college van burgemeester en schepenen.
Besluit van de gemeenteraad van Tielt van 11.01.2024, betreffende retributie op het ophalen en verwerken van huishoudelijk afval en vergelijkbare huishoudelijke bedrijfsafvalstoffen .
Besluit van de gemeenteraad van Meulebeke van 07.12.2023 betreffende retributie op het ophalen en verwerken van huishoudelijk afval.
Vlarema, in het bijzonder bijlage 5.1.4 die de minimum- en maximumgrenzen van de tarieven bepaalt die de gemeenten moeten aanrekenen voor de inzameling van restafval en van sommige fracties van huishoudelijk afval. Deze moeten jaarlijks op 1 januari geïndexeerd worden.
De reglementen zoals goedgekeurd bij besluit van de gemeenteraad van Tielt van 11.01.2024 betreffende retributie op het ophalen en verwerken van huishoudelijk afval en vergelijkbare huishoudelijke bedrijfsafvalstoffen en het besluit van de gemeenteraad van Meulebeke van 07.12.2023 betreffende retributie op het ophalen en verwerken van huishoudelijk afval worden ingevolge de bepalingen van artikel 369 van het decreet over het lokaal bestuur van 22.12.2017 van rechtswege opgeheven m.i.v. 01.01.2026.
Het Lokaal bestuur Tielt is aangesloten is bij de opdrachthoudende vereniging IVIO voor het ophalen en verwerken van afval.
Binnen de intergemeentelijke vereniging IVIO is een ondernemingsplan 2025-2030 opgemaakt waarbij de prioritaire doelstelling is opgenomen om het restafval te verminderen alsook het maximaal recycleren van het ingezamelde afval.
Het ondernemingsplan werd goedgekeurd in de raad van bestuur van IVIO van 20.10.2025.
Het bestuur wenst de kosten voor het ophalen en het verwerken van afval die door de gemeenschap worden betaald terug te dringen en wenst het aandeel dat de burger rechtstreeks in deze afvalfactuur dient te betalen, te verhogen, overeenkomstig het principe ‘de vervuiler betaalt’.
Verwijzend naar:
Rekening houdende met de financiële toestand van de gemeente en bovenstaande motivering, wordt er een retributie op het ophalen en verwerken van huishoudelijk afval en huishoudelijk vergelijkbare afvalstoffen ingevoerd voor de jaren 2026 tot en met 2031.
Het vaststellen van de tarieven van retributies behoort, conform het in de gemeenteraad van 30.01.2025 vastgestelde reglement betreffende de delegatie van bevoegdheden inzake personeel en gemeentelijke reglementen aan het college van burgemeester en schepenen, tot de bevoegdheid van het college van burgemeester en schepenen. Er wordt voorgesteld om de tarieven in het aan de gemeenteraad voorgelegde reglement reeds vast te leggen. Indien nodig kan het college van burgemeester en schepenen de vastgelegde tarieven wijzigen.
De geraamde ontvangsten uit de retributie op het ophalen en verwerken van huishoudelijk afval en huishoudelijk vergelijkbare afvalstoffen worden opgenomen in het meerjarenplan 2026-2031.
De gemeenteraad beslist:
Artikel 1
Het reglement betreffende de retributie op het ophalen en verwerken van huishoudelijk afval en huishoudelijk vergelijkbare afvalstoffen wordt voor de jaren 2026 tot en met 2031 als volgt vastgesteld:
Artikel 1
Met ingang van 1 januari 2026 is een retributie verschuldigd voor het ophalen en verwerken van huishoudelijk en met huishoudelijk vergelijkbare afvalstoffen. De afvalstoffen worden aangeboden in de door IVIO voorziene afvalbakken of zakken, of aangebracht naar een IVIO-inzamelcontainer waarbij een retributie wordt betaald die minstens gelijk is aan de prijs per kilogram voor de toegepaste diftar restafval en gft en de prijs voor de reguliere afvalzak voor het PMD.
Artikel 2
Het afval moet op onderstaande wijze worden aangeboden. De prijs is vastgesteld als volgt:
• Afvalbak voor restafval (*) 0,4 €/kg (diftar)
(* inhoud 40l, 120l, 240l of 1100l) 0,2 €/aanbieding
• Afvalbak van 40l of 120l gft 0,2 €/kg (diftar)
• PMD zak (60 liter) € 0,15
• PMD zak (90 liter) € 0,20
• Overgangsmaatregel restafvalzak 60l (**) € 2,00
• Overgangsmaatregel restafvalzak 30l (**) € 1,00
(** zie artikel 6)
Artikel 3
De retributietarieven, conform bijlage 5.1.4 van Vlarema, worden, net zoals de minimum-maximum tarieven vastgesteld door OVAM, jaarlijks geïndexeerd.
Artikel 4
De gemeente geeft opdracht aan de intergemeentelijke vereniging IVIO te zorgen voor de verdeling van de afvalzakken en -bakken in het IVIO-werkingsgebied. De burgers bevoorraden zich bij de verdeelpunten voor PMD-zakken, aangeduid door de gemeente in overleg met de intergemeentelijke vereniging IVIO. De containers worden bekomen via het hoofdkantoor van IVIO of na afspraak via het recyclagepark. Thuislevering is mogelijk mits het betalen van een leveringskost. Er kunnen kosten gerekend worden voor herstellingen, vervangingen en wissel. Ook deze kosten, zoals opgelijst als bijlage aan de gebruikersvoorwaarden, worden jaarlijks geïndexeerd.
Artikel 5
De retributie wordt contant ingevorderd tegen afgifte van de betreffende zakken voor wat betreft PMD. Voor restafval en gft laden de burgers een saldo op de diftarrekening, via het digitaal portaal of via onze recyclageparken. Per ophaling wordt het omgerekend bedrag in €/kg afgetrokken van het opgeladen saldo. De totaal betaalde retributie komt de gemeenten toe en wordt verrekend op hun jaarlijkse bijdrage.
Artikel 6
Overgangsmaatregel:
Na omschakeling naar restafval en GFT in bakken kunnen gele restafvalzakken met opschrift IVIO de eerstvolgende twee ophaalbeurten nog aangeboden worden via de reguliere huis aan huis inzameling. Tot één juni 2026 mogen de restafvalzakken met het opschrift IVIO verder aangeboden worden op het recyclagepark zonder meerprijs. Daarna kan men nog terecht met de zak op het recyclagepark mits betaling van een opleg ten bedrage van het verschil tussen de aankoopprijs van de zak en het verrekend diftartarief.
Artikel 7
De gemeente machtigt de opdrachthoudende vereniging IVIO om de retributie-inkomsten, verschuldigd voor het ophalen en verwerken van huishoudelijk afval, in haar naam te innen.
Artikel 8
Dit retributiereglement vervangt de voorgaande retributiereglementen betreffende ophaling en verwerking van huishoudelijk afval.
Artikel 9
Dit reglement treedt in werking op 01.01.2026.
Artikel 10
Dit reglement wordt bekendgemaakt via de website van de stad.
Artikel 2
De in het reglement retributie op het ophalen en verwerken van huishoudelijk afval en huishoudelijk vergelijkbare afvalstoffen vastgestelde tarieven kunnen door het college van burgemeester en schepenen aangepast worden in toepassing van het in zitting van de gemeenteraad van 30.01.2025 vastgestelde reglement betreffende de delegatie van bevoegdheden inzake personeel en gemeentelijke reglementen aan het college van burgemeester en schepenen.
Artikel 3
Dit besluit zal worden bekend gemaakt overeenkomstig artikel 286 en artikel 287 van het decreet over het lokaal bestuur van 22.12.2017.
Het decreet van 22.12.2017 over het lokaal bestuur, in het bijzonder artikel 2, artikel 40§3 en artikel 41.
De omzendbrief KB/ABB/2019/2 van 15.02.2019 betreffende de gemeentefiscaliteit.
Het decreet van 22.12.2017 over het lokaal bestuur in het bijzonder artikel 369 over de reglementen in geval van vrijwillige samenvoeging van gemeenten.
Besluit van de gemeenteraad van 30.01.2025 houdende vaststellen van het reglement betreffende de delegatie van bevoegdheden inzake personeel en gemeentelijke reglementen aan het college van burgemeester en schepenen.
Besluit van de gemeenteraad van Tielt 5.12.2019 betreffende retributie met betrekking tot de opvang, de verzorging, het transport, de voeding, de opsluiting en bewaring van loslopende en/of verdwaalde dieren.
Het reglement zoals goedgekeurd bij besluit van de gemeenteraad van Tielt van 05.12.2019 betreffende retributie met betrekking tot de opvang, de verzorging, het transport, de voeding, de opsluiting en bewaring van loslopende en/of verdwaalde dieren wordt ingevolge de bepalingen van artikel 369 van het decreet over het lokaal bestuur van 22.12.2017 van rechtswege opgeheven m.i.v. 01.01.2026.
Rekening houdende met de financiële toestand van de gemeente en rekening houdend met het extra werk en de extra kosten voor de Stadsdiensten die onverwacht optreden bij de opvang van verloren gelopen of verdwaalde dieren wordt er een retributie met betrekking tot de opvang, de verzorging, het transport, de voeding, de opsluiting en bewaring van loslopende en/of verdwaalde dieren ingevoerd voor de jaren 2026 tot en met 2031.
Er wordt een basisbedrag van 50,00 euro vastgesteld, dat vermeerderd wordt indien het dier moet worden opgevangen in de stedelijke loods, indien het wordt overgebracht naar het asiel of indien er kosten voor een dierenarts worden gemaakt.
Het vaststellen van de tarieven van retributies behoort, cfr. het in de gemeenteraad van 30.01.2025 vastgestelde reglement betreffende de delegatie van bevoegdheden inzake personeel en gemeentelijke reglementen aan het college van burgemeester en schepenen, tot de bevoegdheid van het college van burgemeester en schepenen. Er wordt voorgesteld om de tarieven in het aan de gemeenteraad voorgelegde reglement reeds vast te leggen. Indien nodig kan het college van burgemeester en schepenen de vastgelegde tarieven wijzigen.
De geraamde ontvangsten uit de retributie met betrekking tot de opvang, de verzorging, het transport, de voeding, de opsluiting en bewaring van loslopende en/of verdwaalde dieren worden opgenomen in het meerjarenplan 2026-2031.
De gemeenteraad beslist:
Artikel 1
Het reglement betreffende de retributie met betrekking tot de opvang, de verzorging, het transport, de voeding, de opsluiting en bewaring van loslopende en/of verdwaalde dieren wordt voor de jaren 2026 tot en met 2031 als volgt vastgesteld:
DOEL VAN HET REGLEMENT
Artikel 1
Met dit reglement wil de stad de kosten vergoeden voor de tijdelijke opvang en verzorging van loslopende en verdwaalde dieren. Deze dieren dienen soms tijdelijk opgevangen te worden in een gemeentelijke opvangplaats, naar het asiel gebracht of verzorgd te worden door een dierenarts.
Dit reglement bepaalt wie de retributie moet betalen, voor welke dienst of prestatie ze van toepassing is, hoe het bedrag berekend wordt, en op welke manier de betaling gebeurt.
GELDIGHEIDSDUUR VAN HET REGLEMENT
Artikel 2
Dit retributiereglement geldt voor de periode vanaf 1 januari 2026 tot 31 december 2031.
DEFINITIES
Artikel 3
In dit reglement betekent:
• Loslopend dier = een dier dat zich heeft onttrokken aan de bewaking van de eigenaar(s) of de houder(s)
DE RETRIBUTIEPLICHTIGE
Artikel 4
De retributieplichtige is de op het ogenblik van de veiligstelling rechtmatige eigenaar of houder van het dier.
WAARVOOR EN TEGEN WELKE TARIEVEN IS DE RETRIBUTIE VERSCHULDIGD
Artikel 5
Het bedrag van de retributie wordt vastgesteld op € 60,00 vermeerderd met € 15,00 per dag dat het dier dient opgevangen in een gemeentelijke opvangplaats, en met € 90,00 indien het dier wordt overgebracht naar een dierenasiel.
In voorkomend geval wordt de retributie ook nog vermeerderd met de gemaakte kosten voor een dierenarts.
De tarieven zoals vermeld in het retributiereglement worden jaarlijks op 1 januari aangepast aan de evolutie van de gezondheidsindex, waarbij volgende formule wordt toegepast:
Het geïndexeerde nieuwe tarief = basistarief x nieuwe index
aanvangsindex
Basistarief = tarief zoals vermeld in het retributiereglement.
Nieuwe index is de verhoogde of verlaagde index van de maand september voorafgaand aan de indexering.
De aanvangsindex is de gezondheidsindex van de maand september 2025.
WIJZE VAN INNING EN BETALING
Artikel 6
De retributie is onmiddellijk betaalbaar, op eenvoudig bericht van de financieel directeur, door storting in de gemeentekas of door overschrijving op de rekening van het gemeentebestuur.
INWERKINGTREDING
Artikel 7
Dit reglement treedt in werking op 1 januari 2026.
BEKENDMAKING
Artikel 8
Dit reglement wordt bekendgemaakt via de website van de stad.
Artikel 2
De in het reglement "retributie met betrekking tot de opvang, de verzorging, het transport, de voeding, de opsluiting en bewaring van loslopende en/of verdwaalde dieren" vastgestelde tarieven kunnen door het college van burgemeester en schepenen aangepast worden in toepassing van het in zitting van de gemeenteraad van 30.01.2025 vastgestelde reglement betreffende de delegatie van bevoegdheden inzake personeel en gemeentelijke reglementen aan het college van burgemeester en schepenen.
Artikel 3
Dit reglement treedt in werking op 01.01.2026
Artikel 4
Dit besluit zal worden bekendgemaakt overeenkomstig artikel 286 en artikel 287 van het decreet over het lokaal bestuur van 22.12.2017.
Het decreet van 22.12.2017 over het lokaal bestuur, in het bijzonder artikel 2, artikel 40§3 en artikel 41.
De omzendbrief KB/ABB/2019/2 van 15.02.2019 betreffende de gemeentefiscaliteit.
Het decreet van 22.12.2017 over het lokaal bestuur in het bijzonder artikel 369 over de reglementen in geval van vrijwillige samenvoeging van gemeenten.
Besluit van de gemeenteraad van 30.01.2025 houdende vaststellen van het reglement betreffende de delegatie van bevoegdheden inzake personeel en gemeentelijke reglementen aan het college van burgemeester en schepenen.
Het decreet van 9 februari 2024 tot wijziging van het decreet van 16 januari 2004 betreffende de begraafplaatsen en de lijkbezorging.
Omzendbrief KBBJ/ABB 2024/1 betreffende de toepassing van het decreet van 16 januari 2004 op de begraafplaatsen en de lijkbezorging en uitvoeringsbesluiten.
Besluit van de gemeenteraad van Tielt 05/12/2019 betreffende retributie inzake begraafplaatsen.
Besluit van de gemeenteraad van Meulebeke van 18/12/2019 betreffende retributie begraafplaatsen.
De reglementen zoals goedgekeurd bij besluit van de gemeenteraad van Tielt van 05.12.2019 betreffende retributie inzake begraafplaatsen en het besluit van de gemeenteraad van Meulebeke van 18.12.2019 betreffende retributie begraafplaatsen worden ingevolge de bepalingen van artikel 369 van het decreet over het lokaal bestuur van 22.12.2017 van rechtswege opgeheven m.i.v. 01.01.2026.
Rekening houdende met de financiële toestand van de gemeente en omdat het onderhoud en beheer van de gemeentelijke begraafplaatsen aanzienlijke kosten met zich meebrengen. Deze kosten omvatten onder meer het voorzien en plaatsen van graf- en urnenelementen, het uitvoeren van ontgravingen en de administratieve verwerking van concessies. Door een retributie te heffen, worden deze kosten op een billijke manier verhaald op de gebruikers van deze diensten, zodat de lasten niet volledig door de algemene middelen gedragen worden. De retributie dekt onder meer de kosten voor concessies, bijzettingen, ontgravingen en levering van afdekplaten en naamplaatjes. Er wordt een retributie begraafplaatsen ingevoerd voor de jaren 2026 tot en met 2031.
Het vaststellen van de tarieven van retributies behoort, cfr. het in de gemeenteraad van 30.01.2025 vastgestelde reglement betreffende de delegatie van bevoegdheden inzake personeel en gemeentelijke reglementen aan het college van burgemeester en schepenen, tot de bevoegdheid van het college van burgemeester en schepenen. Er wordt voorgesteld om de tarieven in het aan de gemeenteraad voorgelegde reglement reeds vast te leggen. Indien nodig kan het college van burgemeester en schepenen de vastgelegde tarieven wijzigen.
Verdere bepalingen worden vastgelegd in het huishoudelijk reglement begraafplaatsen.
De geraamde ontvangsten uit de retributie begraafplaatsen worden opgenomen in het meerjarenplan 2026-2031.
De gemeenteraad beslist:
Artikel 1
Het reglement betreffende de retributie begraafplaatsen wordt voor de jaren 2026 tot en met 2031 als volgt vastgesteld:
DOEL VAN HET REGLEMENT
Artikel 1
Dit reglement bepaalt de retributies (vergoedingen) die verschuldigd zijn voor concessies en diensten op de stedelijke begraafplaatsen van Tielt.
De concessies worden verleend conform de bepalingen van het algemeen politiereglement en het huishoudelijk reglement op de begraafplaatsen.
Dit reglement bepaalt wie de retributie moet betalen, voor welke dienst of prestatie ze van toepassing is, hoe het bedrag berekend wordt, en op welke manier de betaling gebeurt.
Verdere bepalingen worden vastgelegd in het huishoudelijk reglement begraafplaatsen.
GELDIGHEIDSDUUR VAN HET REGLEMENT
Artikel 2
Dit retributiereglement geldt voor de periode van 1 januari 2026 tot en met 31 december 2031.
DEFINITIES
Artikel 3
In dit reglement betekent:
DE RETRIBUTIEPLICHTIGE
Artikel 4
De persoon die de concessie aanvraagt of gebruik maakt van de diensten op de begraafplaats is retributieplichtig.
HOOFDELIJKHEID
Artikel 5
De concessiehouder is hoofdelijk aansprakelijk voor de betaling van de belasting.
WAARVOOR EN TEGEN WELKE TARIEVEN IS DE RETRIBUTIE VERSCHULDIGD
Artikel 6
§ 1 - Graven in volle grond
§ 2 - Grafkelders
§ 3 - Columbarium
§ 4 - Urnenveld
§ 5 - Hernieuwing concessie
§ 6 - Kinderperceel
§ 7 - Urnenbos
§ 8 - Niet-inwoners van Tielt
§ 9 - Begraving in gewone grond en asverstrooiing
§ 10 – Naamplaatje op de muur in de strooiweide
§ 11 - Voorlopig kruis
§ 12 – Ontgraven
VRIJSTELLINGEN EN/OF VERMINDERINGEN
Artikel 7
Er moet geen retributie betaald worden in de volgende gevallen:
WIJZE VAN INNING EN BETALING
Artikel 8
INWERKINGTREDING
Artikel 9
Dit reglement treedt in werking op 1 januari 2026 en geldt voor concessies die vanaf die datum toegekend worden door het college van burgemeester en schepenen.
BEKENDMAKING
Artikel 10
Dit reglement wordt bekendgemaakt via de website van de stad.
Artikel 2
De in het reglement retributie begraafplaatsen vastgestelde tarieven kunnen door het college van burgemeester en schepenen aangepast worden in toepassing van het in zitting van de gemeenteraad van 30.01.2025 vastgestelde reglement betreffende de delegatie van bevoegdheden inzake personeel en gemeentelijke reglementen aan het college van burgemeester en schepenen.
Artikel 3
Dit reglement treedt in werking op 01/01/2026.
Artikel 4
Dit besluit zal worden bekendgemaakt overeenkomstig artikel 286 en artikel 287 van het decreet over het lokaal bestuur van 22.12.2017.
Het decreet van 22.12.2017 over het lokaal bestuur, in het bijzonder artikel 2, artikel 40§3 en artikel 41.
Artikel 173 van de Grondwet.
Bestuursdecreet, waaronder artikel II.31.
Artikelen 40§3, 41-°14 en 369 van het Decreet over het Lokaal Bestuur.
De omzendbrief KB/ABB/2019/2 van 15.02.2019 betreffende de gemeentefiscaliteit.
Het decreet van 22.12.2017 over het lokaal bestuur in het bijzonder artikel 369 over de reglementen in geval van vrijwillige samenvoeging van gemeenten.
Bepalingen van het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, invordering en geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen.
Omzendbrief betreffende de gemeentefiscaliteit van 15 februari 2019, inzonderheid pagina 96.
Koninklijk besluit van 07.03.2024 tot wijziging van het koninklijk besluit van 16.07.1992 betreffende het verkrijgen van informatie uit de bevolkingsregisters en uit het vreemdelingenregister, betreffende het opsporen van erfgenamen.
Besluit van de gemeenteraad van 30.01.2025 houdende vaststellen van het reglement betreffende de delegatie van bevoegdheden inzake personeel en gemeentelijke reglementen aan het college van burgemeester en schepenen.
Reglement betreffende de retributie op de afgifte van diverse administratieve stukken, vastgesteld door gemeenteraad van Tielt op 30.01.2025.
Besluit van de gemeenteraad van Tielt 05.12.2019 betreffende retributie op opzoekingen in archiefdocumenten.
Artikel 22 van het Archiefreglement, vastgesteld door gemeenteraad van Tielt op 03.10.2019, inzonderheid artikel 22, dat bepaalt dat de archivaris de lezers oriënteert.
Het reglement zoals goedgekeurd bij besluit van de gemeenteraad van Tielt van 05.12.2019 betreffende retributie op opzoekingen in archiefdocumenten wordt ingevolge de bepalingen van artikel 369 van het decreet over het lokaal bestuur van 22.12.2017 van rechtswege opgeheven m.i.v. 01.01.2026.
Rekening houdende met de financiële toestand van de gemeente en voor het uitvoeren van oriënterende opzoekingen voor derden door de archivaris, wordt er een retributie op opzoekingen in archiefdocumenten ingevoerd voor de jaren 2026 tot en met 2031.
De tariefstructuur werd in de lijn gelegd van gelijkaardige retributies bij andere lokale besturen. Vrijstellingen voor oriënterende of korte opzoekingen gelden ook daar, omdat de inning van deze opzoekingen vaak meer administratie vereist dan de opzoekingen zelf. Wie om wettelijke of juridische redenen opzoekingen laat uitvoeren, wordt eveneens vrijgesteld van de retributie. Genealogische onderzoeksbureaus, die bvb. in erfeniszaken en met een notarieel mandaat volgens het K.B. van 07.03.2024, uitvoerige opzoekingen verlangen van de archivaris, kunnen met deze retributie wel aangezet worden om toch naar de leeszaal te komen.
Het vaststellen van de tarieven van retributies behoort, cfr. het in de gemeenteraad van 30.01.2025 vastgestelde reglement betreffende de delegatie van bevoegdheden inzake personeel en gemeentelijke reglementen aan het college van burgemeester en schepenen, tot de bevoegdheid van het college van burgemeester en schepenen. Er wordt voorgesteld om de tarieven in het aan de gemeenteraad voorgelegde reglement reeds vast te leggen. Indien nodig kan het college van burgemeester en schepenen de vastgelegde tarieven wijzigen.
De geraamde ontvangsten uit de retributie op opzoekingen in archiefdocumenten worden opgenomen in het meerjarenplan 2026-2031.
De gemeenteraad beslist:
Artikel 1
Het reglement betreffende de retributie op opzoekingen in archiefdocumenten wordt voor de jaren 2026 tot en met 2031 als volgt vastgesteld:
DOEL VAN HET REGLEMENT
Artikel 1
Met dit reglement wil de stad de kosten vergoeden van de diensten van de archiefdienst die aan een burger, vereniging of bedrijf worden geleverd.
Dit reglement bepaalt wie de retributie moet betalen, voor welke dienst of prestatie ze van toepassing is, hoe het bedrag berekend wordt, en op welke manier de betaling gebeurt.
GELDIGHEIDSDUUR VAN HET REGLEMENT
Artikel 2
Dit retributiereglement geldt voor de periode 2026-2031.
WAARVOOR EN TEGEN WELKE TARIEVEN IS DE RETRIBUTIE VERSCHULDIGD
Artikel 3
Er wordt een retributie geheven op het opzoeken en afleveren van inlichtingen uit het archief inclusief genealogische opzoekingen, opgezocht door de stedelijke administratieve diensten.
Voor het verrichten van opzoekingen in archiefdocumenten, zal naar verhouding van de bestede tijd een tarief van 25,00 euro per begonnen halfuur worden geheven. Eventuele verzendingskosten zijn inbegrepen in het tarief. Voor eventuele kopiekosten geldt de retributie op de afgifte van diverse administratieve stukken.
De tarieven zoals vermeld in het retributiereglement worden jaarlijks op 1 januari aangepast aan de evolutie van de gezondheidsindex, waarbij volgende formule wordt toegepast:
Het geïndexeerde nieuwe tarief = basistarief x nieuwe index
aanvangsindex
Basistarief = tarief zoals vermeld in het retributiereglement.
Nieuwe index is de verhoogde of verlaagde index van de maand september voorafgaand aan de indexering.
De aanvangsindex is de gezondheidsindex van de maand september 2025.
VRIJSTELLINGEN EN/OF VERMINDERINGEN
Artikel 4
Van de retributie wordt vrijgesteld:
• Indien de vraag kadert in een wettelijke of gerechtelijke procedure. De aanvrager dient hiervan de nodige bewijsstukken te bezorgen.
• Oriënterende opzoekingen, waarbij de archivaris bronnenmateriaal aanreikt, of kleinere gerichte opzoekingen, die minder dan een halfuur opzoekingen kosten.
WIJZE VAN INNING EN BETALING
Artikel 5
De retributie moet betaald worden na ontvangst van het verzoek om betaling en voorafgaand aan het afleveren van de inlichtingen of documenten.
WIJZE VAN AANVRAAG
Artikel 6
Elke aanvraag moet schriftelijk, via e-mail of via een webformulier op de stedelijke website www.tielt.be gebeuren.
INWERKINGTREDING
Artikel 7
Dit reglement treedt in werking op 1 januari 2026.
BEKENDMAKING
Artikel 8
Dit reglement wordt bekendgemaakt via de website van de stad.
Artikel 2
Dit reglement treedt in werking op 01.01.2026.
Artikel 3
Dit besluit zal worden bekendgemaakt overeenkomstig artikel 286 en artikel 287 van het decreet over het lokaal bestuur van 22.12.2017. Daarnaast wordt het reglement ook geafficheerd in de leeszalen van het Stadsarchief Tielt (stadhuis Tielt en gemeentehuis Meulebeke).
Het decreet van 22.12.2017 over het lokaal bestuur, in het bijzonder artikel 2, artikel 40§3 en artikel 41.
De omzendbrief KB/ABB/2019/2 van 15.02.2019 betreffende de gemeentefiscaliteit.
Het decreet van 22.12.2017 over het lokaal bestuur in het bijzonder artikel 369 over de reglementen in geval van vrijwillige samenvoeging van gemeenten.
Besluit van de gemeenteraad van 30.01.2025 houdende vaststellen van het reglement betreffende de delegatie van bevoegdheden inzake personeel en gemeentelijke reglementen aan het college van burgemeester en schepenen.
Besluit van de gemeenteraad van Tielt dd. 22.12.2022, gewijzigd in zitting van de gemeenteraad van 06.07.2023 betreffende tariefreglement stedelijke academies.
Het reglement zoals goedgekeurd bij besluit van de gemeenteraad van Tielt van 22.12.2022, gewijzigd op 06.07.2023, betreffende het tariefreglement van toepassing op de stedelijke academies wordt ingevolge de bepalingen van artikel 369 van het decreet over het lokaal bestuur van 22.12.2017 van rechtswege opgeheven m.i.v. 01.01.2026.
Rekening houdende met de financiële toestand van de gemeente en als tussenkomst in de kosten voor leerlingenadministratie en lesmaterialen (leerlingenbijdrage) en onderhoud en herstel van muziekinstrumenten (huurgeld) wordt er een retributie 'Leerlingenbijdrage en huurgeld stedelijke academies' ingevoerd voor de jaren 2026 tot en met 2031.
Voor leerlingen 4de graad en Specialisatie in het domein Beeldende en audiovisuele kunsten aan Stedelijke Kunstacademie Tielt wordt bepaald dat zij tijdelijk vrijgesteld zijn van deze retributie tot ingebruikname van de nieuwe kunstencampus voor de academies.
Het vaststellen van de tarieven van retributies behoort, cf. het in de gemeenteraad van 30.01.2025 vastgestelde reglement betreffende de delegatie van bevoegdheden inzake personeel en gemeentelijke reglementen aan het college van burgemeester en schepenen, tot de bevoegdheid van het college van burgemeester en schepenen. Er wordt voorgesteld om de tarieven in het aan de gemeenteraad voorgelegde reglement reeds vast te leggen. Indien nodig kan het college van burgemeester en schepenen de vastgelegde tarieven wijzigen.
De geraamde ontvangsten uit het retributiereglement 'Leerlingenbijdrage en huurgeld stedelijke academies' worden opgenomen in het meerjarenplan 2026-2031.
De gemeenteraad beslist:
Artikel 1
Het retributiereglement 'Leerlingenbijdrage en huurgeld stedelijke academies' wordt voor de jaren 2026 tot en met 2031 als volgt vastgesteld:
DOEL VAN HET REGLEMENT
Artikel 1
Als schoolbestuur van de stedelijke academies rekent het stadsbestuur bovenop het wettelijk inschrijvingsgeld vastgesteld door het Vlaams Ministerie voor Onderwijs en Vorming een leerlingenbijdrage aan.
Aan leerlingen die aan Stedelijke Academie voor Muziek en Woord een muziekinstrument huren wordt huurgeld aangerekend.
Dit reglement bepaalt wie de retributie moet betalen, voor welke dienst of prestatie ze van toepassing is, en hoe het bedrag berekend wordt. Dit reglement is een bijlage aan het academiereglement van Stedelijke Academie voor Muziek en Woord Tielt en Stedelijke Kunstacademie Tielt.
GELDIGHEIDSDUUR VAN HET REGLEMENT
Artikel 2
Het reglement treedt in werking op 1 januari 2026 en blijft van kracht zolang het niet wordt ingetrokken of vervangen.
DE RETRIBUTIEPLICHTIGE
Artikel 3
De retributieplichtige is de leerling/ouder aan de Stedelijke Academie voor Muziek en Woord Tielt (domeinen Muziek en Woordkunst-drama) en aan de Stedelijke Kunstacademie Tielt (domein Beeldende en audiovisuele kunsten).
DE LEERLINGENBIJDRAGE
Artikel 4
De retributie bedraagt 12,00 euro.
De retributie is verschuldigd en wordt ingevorderd bij inschrijving aan de stedelijke academies, bovenop het wettelijk inschrijvingsgeld. De retributie is ondeelbaar per begonnen schooljaar.
De tarieven zoals vermeld in het retributiereglement worden jaarlijks op 1 januari aangepast aan de evolutie van de gezondheidsindex, waarbij volgende formule wordt toegepast:
Het geïndexeerde nieuwe tarief = basistarief x nieuwe index
aanvangsindex
Basistarief = tarief zoals vermeld in het retributiereglement.
Nieuwe index is de verhoogde of verlaagde index van de maand september voorafgaand aan de indexering.
De aanvangsindex is de gezondheidsindex van de maand september 2025.
VRIJSTELLING
Artikel 5
De leerlingen van de 4de graad en Specialisatie van het domein Beeldende en audiovisuele kunsten worden tijdelijk en tot ingebruikname van de nieuwe kunstencampus vrijgesteld van betaling van deze leerlingenbijdrage.
HET HUURGELD VOOR MUZIEKINSTRUMENTEN
Artikel 6
De retributie bedraagt 90,00 euro.
De retributie is verschuldigd en wordt ingevorderd bij het afsluiten van een overeenkomst voor huur van een muziekinstrument aan Stedelijke Academie voor Muziek en Woord. De retributie is ondeelbaar per begonnen schooljaar.
De tarieven zoals vermeld in het retributiereglement worden jaarlijks op 1 januari aangepast aan de evolutie van de gezondheidsindex, waarbij volgende formule wordt toegepast:
Het geïndexeerde nieuwe tarief = basistarief x nieuwe index
aanvangsindex
Basistarief = tarief zoals vermeld in het retributiereglement.
Nieuwe index is de verhoogde of verlaagde index van de maand september voorafgaand aan de indexering.
De aanvangsindex is de gezondheidsindex van de maand september 2025.
WIJZE VAN INNING EN BETALING
Artikel 7
De retributies worden per factuur betaald.
BEKENDMAKING
Artikel 8
Dit reglement wordt bekendgemaakt via de website van de stad.
Artikel 2
De in het retributiereglement 'Leerlingenbijdrage en huurgeld stedelijke academies' vastgestelde tarieven kunnen door het college van burgemeester en schepenen aangepast worden in toepassing van het in zitting van de gemeenteraad van 30.01.2025 vastgestelde reglement betreffende de delegatie van bevoegdheden inzake personeel en gemeentelijke reglementen aan het college van burgemeester en schepenen.
Artikel 3
Het retributiereglement 'Leerlingenbijdrage en huurgeld stedelijke academies' wordt als bijlage bij de academiereglementen van de academies opgenomen.
Artikel 4
Dit reglement treedt in werking op 01.01.2026.
Artikel 5
Dit besluit zal worden bekendgemaakt overeenkomstig artikel 286 en artikel 287 van het decreet over het lokaal bestuur van 22.12.2017.
Het decreet van 22.12.2017 over het lokaal bestuur, in het bijzonder artikel 2, artikel 40§3 en artikel 41.
De omzendbrief KB/ABB/2019/2 van 15.02.2019 betreffende de gemeentefiscaliteit.
Het decreet van 22.12.2017 over het lokaal bestuur in het bijzonder artikel 369 over de reglementen in geval van vrijwillige samenvoeging van gemeenten.
Besluit van de gemeenteraad van 30.01.2025 houdende vaststellen van het reglement betreffende de delegatie van bevoegdheden inzake personeel en gemeentelijke reglementen aan het college van burgemeester en schepenen.
Besluit van de Vlaamse Regering tot toekenning van een kwaliteitslabel aan organisatoren van kleuteropvang van 01.01.2021 en in het bijzonder afdeling 2, artikel 7.
Besluit van de gemeenteraad van Tielt van 03.12.2020 betreffende 'Wijzigen van het retributiereglement van IBO Tanneke Tielt-Aarsele en ZBKO Tanneke Kanegem'.
Het reglement zoals goedgekeurd bij besluit van de gemeenteraad van Tielt van 03.12.2020 betreffende 'Wijzigen van het retributiereglement van IBO Tanneke Tielt-Aarsele en ZBKO Tanneke Kanegem' wordt ingevolge de bepalingen van artikel 369 van het decreet over het lokaal bestuur van 22.12.2017 van rechtswege opgeheven m.i.v. 01.01.2026.
Rekening houdende met de financiële toestand van de gemeente, en om de buitenschoolse kinderopvang van stad Tielt financieel stabiel, juridisch correct en efficiënt te organiseren, met duidelijke en eerlijke tarieven voor ouders, correcte toepassing van kortingen en sociale tarieven, een uniforme regeling bij reservaties of annulaties en de wijze van facturatie, inning en invordering van de bijdragen voor de kinderopvang, wordt er een retributie ingevoerd voor het initiatief voor buitenschoolse kinderopvang Tanneke Aarsele, Tanneke Tielt, ’t Berenhuisje en de zelfstandige buitenschoolse kinderopvang Tanneke Kanegem voor de jaren 2026 tot en met 2031.
Daarnaast sluit het retributiereglement aan bij het Besluit van de Vlaamse Regering tot toekenning van een kwaliteitslabel aan organisatoren van kleuteropvang van 01.01.2021, waarin expliciet wordt opgenomen dat er een transparant prijsbeleid moet worden gehanteerd, inclusief een beleid rond sociale tarieven.
De buitenschoolse kinderopvang IBO Tanneke Aarsele, IBO Tanneke Tielt, IBO ’t Berenhuisje en ZBKO Tanneke Kanegem werkt met vooraf vastgelegde reservaties op schooldagen, schoolvrije dagen en tijdens vakantieperiodes. Dit systeem maakt het mogelijk om de personeelsbezetting en de juiste kind-tot-personeelsratio te waarborgen, wat bijdraagt aan een veilige en kwaliteitsvolle opvang. Voor elke gereserveerde opvang wordt een ouderbijdrage of retributie aangerekend op basis van de verblijfsduur van het kind, inclusief eventuele drank en/of tussendoortje.
Het centraal voorzien van deze drank en/of tussendoortjes is een bewuste keuze die bijdraagt aan de kwaliteit van de opvang.
Door alle kosten – zowel voor de opvangduur als voor dranken en tussendoortjes – op een transparante manier te verwerken wordt een duidelijke, eerlijke en kwaliteitsgerichte aanpak gewaarborgd.
De berekening van de verblijfsduur start:
bij afhaling van het kind op school door de begeleiders: vanaf het officiële einduur van de schooldag,
bij afzetten door ouders of door de schoolbus: vanaf het ogenblik dat het kind effectief aanwezig is in de opvang.
Er wordt gewerkt met vier tariefcategorieën, afhankelijk van de duur van de opvang, met differentiatie voor meerdere kinderen uit hetzelfde gezin én een sociaal tarief.
Naast de standaardouderbijdrage zijn er in de retributie enkele situaties waarin afwijkende tarieven of bijkomende kosten van toepassing kunnen zijn opgenomen, zodat ouders precies weten wat ze mogen verwachten. Deze uitzonderingen zorgen ervoor dat de opvang op een transparante en correcte manier kan inspelen op verschillende vormen van aanwezigheid, activiteiten en praktische noden.
Om de opvang toegankelijk te houden voor alle gezinnen, ongeacht hun financiële of familiale situatie, voorziet de organisatie twee vormen van verminderingen die uitsluitend gelden voor de basisbijdrage.
De toepassing van boetes en verhogingen bij laattijdige annulatie, niet-verwittigde afwezigheid, laattijdige afhaling of opvang zonder reservatie is noodzakelijk om een correcte planning binnen de opvang te waarborgen. Deze maatregelen ondersteunen een veilige en kwaliteitsvolle werking met de juiste ratio’s, en zorgen ervoor dat de opvang organisatorisch haalbaar blijft. Door te werken met duidelijk vastgelegde percentages en uitzonderingen, afgestemd op zowel schooldagen als vakanties, kunnen opvangplaatsen efficiënt worden ingepland en blijft de personeelsinzet in verhouding tot het werkelijke aantal aanwezige kinderen. Dit voorkomt onverwachte kosten en organisatorische druk, terwijl ouders gestimuleerd worden om tijdig te verwittigen, correct te reserveren en kinderen op tijd op te halen. Op die manier worden de kwaliteit, continuïteit en betrouwbaarheid van de opvang gegarandeerd.
Bovenop de annulatieregels bestaan er enkele uitzonderingen om aan de ouders extra flexibiliteit te bieden en rekening te houden met specifieke situaties zoals ziekte, tijdelijke werkloosheid, en beperkte vrije annulatie.
De basisbijdragen voor opvang zijn fiscaal aftrekbaar; hiervoor ontvangen ouders een fiscaal attest. Extra kosten en annulatiekosten vallen niet onder deze aftrek. Het reglement verduidelijkt hiermee de financiële afspraken, zorgt voor een uniforme werkwijze en versterkt de rechtszekerheid voor zowel ouders als diensten.
Het vaststellen van de tarieven van retributies behoort, cfr. het in de gemeenteraad van 30.01.2025 vastgestelde reglement betreffende de delegatie van bevoegdheden inzake personeel en gemeentelijke reglementen aan het college van burgemeester en schepenen, tot de bevoegdheid van het college van burgemeester en schepenen. Er wordt voorgesteld om de tarieven in het aan de gemeenteraad voorgelegde reglement reeds vast te leggen. Indien nodig kan het college van burgemeester en schepenen de vastgelegde tarieven wijzigen.
De geraamde ontvangsten uit de retributie Reglement retributie initiatief voor buitenschoolse kinderopvang Tanneke Aarsele, Tanneke Tielt, 't Berenhuisje en zelfstandige buitenschoolse kinderopvang Tanneke Kanegem worden opgenomen in het meerjarenplan 2026-2031.
De gemeenteraad beslist:
Artikel 1
Het reglement betreffende de retributie initiatief voor buitenschoolse kinderopvang Tanneke Aarsele, Tanneke Tielt, 't Berenhuisje en zelfstandige buitenschoolse kinderopvang Tanneke Kanegem wordt voor de jaren 2026 tot en met 2031 als volgt vastgesteld:
DOEL VAN HET REGLEMENT
Artikel 1
Met dit reglement wil de stad de kosten vergoeden van het initiatief voor buitenschoolse opvang georganiseerd door stad Tielt, locaties IBO Tanneke Aarsele; IBO Tanneke Tielt; IBO ‘t Berenhuisje en de zelfstandige buitenschoolse kinderopvang (ZBKO) Tanneke Kanegem, die aan een burger wordt geleverd.
Dit reglement bepaalt wie de retributie moet betalen, voor welke dienst of prestatie ze van toepassing is, hoe het bedrag berekend wordt, en op welke manier de betaling gebeurt.
GELDIGHEIDSDUUR VAN HET REGLEMENT
Artikel 2
Het reglement treedt in werking op 1 februari 2026 tot en met 31 december 2031 en blijft van kracht zolang het niet wordt ingetrokken of vervangen.
DEFINITIES
Artikel 3
In dit reglement betekent:
IBO = Initiatief buitenschoolse kinderopvang
ZBKO = zelfstandige buitenschoolse kinderopvang
DE RETRIBUTIEPLICHTIGE
Artikel 4
De retributieplichtige is de ouders en/of aanvrager van de opvang voor kinderen die gebruikmaakt van de het initiatief buitenschoolse kinderopvang georganiseerd door stad Tielt.
WAARVOOR EN TEGEN WELKE TARIEVEN IS DE RETRIBUTIE VERSCHULDIGD
Artikel 5
De retributie wordt gevraagd voor de verblijfsduur met inbegrip van eventuele drank en/of tussendoortje.
Bij afhaling van het kind door de begeleiders van het IBO Tanneke Aarsele, IBO Tanneke Tielt, IBO ‘t Berenhuisje en ZBKO Tanneke Kanegem aan de school start de termijn van berekening van de verblijfsduur op het moment dat de school uit is.
Worden de kinderen door de schoolbus, de ouder aan IBO Tanneke Aarsele, IBO Tanneke Tielt, IBO ‘t Berenhuisje en/of ZBKO Tanneke Kanegem afgezet, dan start de termijn voor berekening van de verblijfsduur op het moment dat het kind aanwezig is in de opvang.
De retributie wordt als volgt berekend:
| TARIEF 2026 |
DUUR |
TARIEF PER KIND |
TARIEF PER KIND WANNEER TWEE OF MEER KINDEREN UIT HETZELFDE GEZIN AANWEZIG ZIJN |
SOCIAAL TARIEF PER KIND |
| Tarief 1 = tarief per begonnen half uur |
Minimum 30 minuten |
1,30 euro/ begonnen half uur |
0,97 euro/ begonnen half uur |
0,65 euro/ begonnen half uur |
| Tarief 2 |
Minder dan 3 uur |
5,80 euro |
4,35 euro |
2,90 euro |
| Tarief 3 |
Meer dan 3 uur en minder dan 6 uur |
8,72 euro |
6,54 euro |
4,36 euro |
| Tarief 4 |
Meer dan 6 uur |
16,42 euro |
12,32 euro |
8,21 euro |
De tarieven zoals vermeld in het retributiereglement worden jaarlijks op 1 januari aangepast aan de evolutie van de gezondheidsindex, waarbij volgende formule wordt toegepast:
Het geïndexeerde nieuwe tarief = basistarief x nieuwe index
aanvangsindex
Basistarief = tarief zoals vermeld in het retributiereglement.
Nieuwe index is de verhoogde of verlaagde index van de maand september voorafgaand aan de indexering.
De aanvangsindex is de gezondheidsindex van de maand september 2025.
Zodra de gecumuleerde stijging in een verhoging van minstens 0,12 euro op het minimale basisbedrag voor een hele dag resulteert.
Wanneer de vastgelegde financiële bijdragen niet meer binnen de door de overheid vastgelegde minimum- en maximumbijdragen vallen zullen deze eveneens aangepast worden. De ouders worden hiervan een maand op voorhand op de hoogte gebracht.
VERMINDERINGEN
Artikel 6
Als de financiële situatie van de ouder(s) daartoe aanleiding geeft, kan een sociaal tarief van 50% gehanteerd worden. Een ouder/ouders die menen hiervoor in aanmerking te komen dienen hiervoor contact op te nemen met de coördinator van het initiatief buitenschoolse kinderopvang georganiseerd door stad Tielt. Het sociaal tarief wordt toegekend aan aanvragers op basis van een beoordeling via de REMI-tool. Deze beoordeling gebeurt via de Dienst Welzijn, die nagaat of de financiële situatie van de aanvrager recht geeft op een sociaal tarief.
Als meerdere kinderen uit hetzelfde gezin die op hetzelfde adres verblijven, op dezelfde dag opgevangen worden, wordt er per kind van het gezin 25% korting verleend. Deze korting geldt enkel op de basisbijdrage en niet op de tarieven voor uitstappen of andere vergoedingen. Deze korting kan gecumuleerd worden met het sociaal tarief.
BIJKOMENDE VOORWAARDEN
Artikel 7
In bepaalde gevallen gelden extra voorwaarden, zoals:
Op woensdagnamiddag wordt er gerekend per begonnen halfuur of volgens de tarieven zoals bij schoolvrije dagen en tijdens vakanties. Hier wordt het meest voordelige tarief toegepast.
Op schoolvrije dagen en tijdens vakanties worden tarief 2, 3 of 4 toegepast volgens het aantal aanwezige uren. Tarief 1 is op deze dagen enkel van toepassing voor kinderen die deelnemen aan externe activiteiten en die ervoor of erna opvang nodig hebben.
Betalende uitstappen zijn niet in de verblijfsduur van de opvang inbegrepen.
Bij een dagverblijf moet het kind een lunchpakket mee te brengen. Indien het kind geen lunchpakket mee heeft dan zal door de opvang een lunchpakket ter beschikking gesteld worden. Hiervoor wordt een financiële bijdrage aangerekend van 4 euro per lunchpakket.
De badges voorzien voor de registratie van de aanwezigheidsduur in IBO ‘t Berenhuisje zijn niet opgenomen in de opvangkosten verblijfsduur. Hiervoor wordt een financiële bijdrage aangerekend van 3,5 euro per badge. Bij defect wordt de badge kosteloos vervangen. Bij verlies wordt er een nieuwe badge aangekocht en aangerekend.
De opvang binnen het IBO Tanneke Aarsele, IBO Tanneke Tielt, IBO ‘t Berenhuisje en ZBKO Tanneke Kanegem wordt vooraf gereserveerd volgens de bepalingen en voorwaarden opgenomen in het huishoudelijke reglement. Wanneer geen gebruik gemaakt wordt van de gereserveerde opvang of wanneer niet tijdig geannuleerd wordt zal er een retributie voor annulatie of voor het niet aanwezig zijn worden aangerekend volgens volgende tarieven:
| Tijdens het schooljaar |
Gereserveerde opvang |
Retributie per kind |
| Geen annulatie en niet aanwezig |
Gereserveerde opvang was voorschoolse opvang |
100% van tarief 2 zoals opgenomen onder art. 5 |
| Gereserveerde opvang was naschoolse opvang
|
100% van tarief 2 zoals opgenomen onder art. 5 |
|
| Gereserveerde opvang was voor een halve dag |
100% van tarief 3 zoals opgenomen onder art. 5 |
|
| Gereserveerde opvang was voor een volle dag
|
100% van tarief 4 zoals opgenomen onder art. 5 |
|
| Annulatie ten laatse 2 dagen voor gereserveerde opvang |
|
GRATIS |
| Annulatie mindere dan 2 dagen voor de gereserveerde opvang |
Gereserveerde opvang was voorschoolse opvang
|
50% van tarief 2 zoals opgenomen onder art. 5 |
| Gereserveerde opvang was naschoolse opvang
|
50% van tarief 2 zoals opgenomen onder art. 5 |
|
| Gereserveerde opvang was voor een halve dag
|
50% van tarief 3 zoals opgenomen onder art. 5 |
|
| Gereserveerde opvang was voor een volle dag
|
50% van tarief 4 zoals opgenomen onder art. 5 |
| Tijdens de vakantie |
Gereserveerde opvang |
Retributie per kind |
| Geen annulatie en niet aanwezig of annulatie minder dan één dag voor de gereserveerde dag |
Gereserveerde opvang was voor een halve dag |
100% van tarief 3 zoals opgenomen onder art. 5 |
| Gereserveerde opvang was voor een volledige dag |
100% van tarief 4 zoals opgenomen onder art. 5 |
|
| Annulatie tijdens de vooraf aangekondigde inschrijvingsperiode voor de korte vakantieperiodes |
|
GRATIS |
| Annulatie vóór 15 juni voor de opvang tijdens de maand juli |
|
GRATIS |
| Annulatie vóór 15 juli voor de opvang tijdens de maand augustus |
|
GRATIS |
| Annulatie ten laatste één dag vóór de dag van de opvang zelf en buiten de periodes waarbinnen gratis kan geannuleerd worden (zie hierboven) |
Gereserveerde opvang was voor een halve dag |
50% van tarief 3 zoals opgenomen onder art. 5 |
| Gereserveerde dag was een volledige dag |
50% van tarief 4 zoals opgenomen onder art. 5 |
In afwijking kan kosteloos geannuleerd worden wegens ziekte van een kind mits aan volgende voorwaarden voldaan wordt:
- De opvang moet voor de voorschoolse opvang ten laatste om 7u45 schriftelijk verwittigd te worden van de afwezigheid wegens ziekte van het kind.
- De opvang moet voor de naschoolse opvang ten laatste een halfuur voor het einde van de schooldag schriftelijk verwittigd te worden van de afwezigheid van het kind.
- Op schoolvrije dagen en in de vakanties dient er binnen de vijf dagen een doktersattest binnen gebracht te worden. De opvang moet ten laatste om 9u00 op de dag van de gereserveerde opvang schriftelijk op de hoogte gebracht te worden van de afwezigheid.
- Bij een afwezigheid van langer dan één dag dient de duur van de afwezigheid schriftelijk meegedeeld te worden, zo niet wordt er van uitgegaan dat het kind slechts één dag afwezig is.
In afwijking kan kosteloos geannuleerd worden met een ziekteattest op naam van een ouder of een attest ‘tijdelijke werkloosheid’ mits aan volgende voorwaarden voldaan wordt:
- De opvang moet voor de voorschoolse opvang ten laatste om 7u45 schriftelijk verwittigd te worden van de afwezigheid van het kind.
- De opvang moet voor de naschoolse opvang ten laatste een halfuur voor het einde van de schooldag schriftelijk verwittigd te worden van de afwezigheid van het kind.
- De opvang moet tijdens vakanties ten laatste om 9 uur schriftelijk verwittigd te worden van de afwezigheid van het kind.
- Het attest ‘ tijdelijke werkeloosheid’ moet binnen dezelfde maand aan de kinderopvang bezorgd te worden.
In afwijking kunnen ouders 3 dagen per jaar kosteloos annuleren per kind op schooldagen of schoolvrije dagen.
In afwijking kunnen ouders 3 dagen per jaar kosteloos annuleren per kind op vakantiedagen.
Het IBO Tanneke Aarsele, IBO Tanneke Tielt, IBO ‘t Berenhuisje en de ZBKO Tanneke Kanegem zijn ’s avonds open tot 19 uur. We vragen om kinderen steeds 5 minuten voor sluitingstijd af te halen. Bij laattijdige afhaling van het kind wordt een bijkomende retributie aangerekend van 4 euro per kwartier per kind.
Bij het afzetten van een kind waarvoor geen plaats gereserveerd werd in het IBO Tanneke Aarsele of IBO Tanneke Tielt of IBO ’t Berenhuisje of de ZBKO Tanneke Kanegem wordt naast de basisbijdrage een bijkomende retributie aangerekend van 10 euro per dag.
WIJZE VAN INNING EN BETALING
Artikel 8
De retributie wordt per factuur betaald.
De invordering van de retributies zullen gebeuren volgens de door de gemeenteraad in zitting van 18.12.2025 goedgekeurde procedure voor de invordering van fiscale en niet-fiscale ontvangsten.
De kosten voor de kinderopvang tot 12 jaar zijn fiscaal aftrekbaar. Hiervoor wordt aan de ouders voor de dagen dat de kinderen betalend aanwezig waren in de kinderopvang een fiscaal attest afgeleverd. Dit fiscaal attest omvat niet de bijkomende kosten of annulatiekosten, enkel de betaalde basisbijdrage voor opvang.
PROCEDURE INNINGEN
Artikel 9
Na het verstrijken van de maand worden alle aanwezigheden en extra’s gefactureerd. De betaling gebeurt binnen de 30 kalenderdagen door overschrijving of domiciliëring van het verschuldigde bedrag.
Bij het niet betalen van de factuur ontvangen de ouders een eerste aanmaning verstuurd door de financiële dienst van de stad Tielt. Daarna volgt een tweede aanmaning en tenslotte volgt een aangetekend schrijven. Bij dit aangetekend schrijven worden extra administratiekosten aangerekend. Blijft de factuur onbetaald, dan wordt het kind geweigerd van verdere opvang tot alle openstaande facturen betaald zijn en wordt de gerechtsdeurwaarder ingeschakeld
INWERKINGTREDING
Artikel 12
Dit reglement treedt in werking op 1 februari 2026
BEKENDMAKING
Artikel 13
Dit reglement wordt bekendgemaakt overeenkomstig artikel 286 en artikel 287 van het decreet over het lokaal bestuur.
Artikel 2
De in het reglement retributie initiatief voor buitenschoolse kinderopvang Tanneke Aarsele, Tanneke Tielt, 't Berenhuisje en zelfstandige buitenschoolse kinderopvang Tanneke Kanegem vastgestelde tarieven kunnen door het college van burgemeester en schepenen aangepast worden in toepassing van het in zitting van de gemeenteraad van 30.01.2025 vastgestelde reglement betreffende de delegatie van bevoegdheden inzake personeel en gemeentelijke reglementen aan het college van burgemeester en schepenen.
Artikel 3
Dit reglement treedt in werking op 01.02.2026
Artikel 4
Dit besluit zal worden bekendgemaakt overeenkomstig artikel 286 en artikel 287 van het decreet over het lokaal bestuur van 22.12.2017.
Het decreet van 22.12.2017 over het lokaal bestuur, in het bijzonder artikel 2, artikel 40§3 en artikel 41.
De omzendbrief KB/ABB/2019/2 van 15.02.2019 betreffende de gemeentefiscaliteit.
Het decreet van 22.12.2017 over het lokaal bestuur in het bijzonder artikel 369 over de reglementen in geval van vrijwillige samenvoeging van gemeenten.
Besluit van de gemeenteraad van 30.01.2025 houdende vaststellen van het reglement betreffende de delegatie van bevoegdheden inzake personeel en gemeentelijke reglementen aan het college van burgemeester en schepenen.
Besluit van de gemeenteraad van Tielt 22.12.2022 betreffende het vastleggen van de tarieven voor het gebruik van de socio-culturele infrastructuur.
Besluit van de gemeenteraad van Meulebeke van 09.11.2022 betreffende het vastleggen van tarieven voor de verhuur socio-culturele infrastructuur Vondel/KVM gebouw/Ter Deeve en het gebruikersreglement van Kasteel Ter Borcht.
Ingevolge de fusie die ingegaan is op 01.01.2025 en rekening houdende met het nieuwe meerjarenplan 2026-2031, wordt er voorgesteld om de bestaande reglementen op te heffen en een reglement voor het vastleggen van tarieven voor de socio-culturele infrastructuur Tielt vast te stellen.
Naast het algemeen reglement worden per locatie 'specifieke voorwaarden' bepaald. Deze specifieke voorwaarden zijn in het gemeenteraadsdossier opgenomen. Het betreffen de specifieke locaties van Buurthuis, CC Gildhof, Club 77, Europahal, Karel van Mandergebouw, Kasteel Ter Borcht, OC Aarsele, OC Caeneghem, OC Vondel, OLV Parochiekerk, Gemeentehuis Aarsele, Zonnehof.
Het ontwerp van reglement wordt ter goedkeuring aan de gemeenteraad voorgelegd.
Het vaststellen van de tarieven van retributies, waaronder ook de tariefreglementen vallen, behoort, cf. het in de gemeenteraad van 30.01.2025 vastgestelde reglement betreffende de delegatie van bevoegdheden inzake personeel en gemeentelijke reglementen aan het college van burgemeester en schepenen, tot de bevoegdheid van het college van burgemeester en schepenen. Er wordt voorgesteld om de tarieven in het aan de gemeenteraad voorgelegde reglement reeds vast te leggen. Indien nodig kan het college van burgemeester en schepenen de vastgelegde tarieven wijzigen.
Het besluit van de gemeenteraad van Tielt van 22.12.2022 betreffende het vastleggen van de tarieven voor voor het gebruik van de socio-culturele infrastructuur en het besluit van de gemeenteraad van Meulebeke van 09.11.2022 betreffende het vastleggen van tarieven voor verhuur socio-culturele infrastructuur Vondel/KVM-gebouw/Ter Deeve en gebruikersreglement Kasteel Ter Borcht dienen te worden opgeheven.
Het ontwerp van reglement werd besproken in het dagelijks bestuur van de cultuurraad.
De algemene vergadering van de cultuurraad verleende advies op 26.11.2025.
De geraamde ontvangsten ingevolge het reglement tot het vastleggen van tarieven voor de socio-culturele infrastructuur worden opgenomen in het meerjarenplan 2026-2031.
De gemeenteraad beslist:
Artikel 1
Het besluit van de gemeenteraad van Tielt van 22.12.2022 betreffende het vastleggen van de tarieven voor voor het gebruik van de socio-culturele infrastructuur wordt opgeheven.
Artikel 2
Het besluit van de gemeenteraad van Meulebeke van 09.11.2022 betreffende het vastleggen van tarieven voor verhuur socio-culturele infrastructuur Vondel/KVM gebouw/Ter Deeve en gebruikersreglement Kasteel Ter Borcht dienen te worden opgeheven.
Artikel 3
Het reglement betreffende het gebruik en tarieven voor de socio-culturele infrastructuur Tielt wordt als volgt vastgesteld:
DOEL VAN HET REGLEMENT
Artikel 1
Stad Tielt wenst de organisatie van activiteiten die doorgaan op het grondgebied Tielt logistiek te ondersteunen en het verenigingsleven ten volle te bevorderen. Stad Tielt stelt in dit kader een ruim aanbod aan socio-culturele infrastructuur ter beschikking, die verhuurd wordt aan diverse organisatoren.
Elke infrastructuur die voor verhuur beschikbaar is, valt onder een reglement dat bestaat uit algemene en specifieke gebruiksvoorwaarden:
• Algemene gebruiksvoorwaarden: Deze bevatten de algemene bepalingen en modaliteiten die van toepassing zijn op de verhuur van alle socio-culturele infrastructuur.
• Specifieke gebruiksvoorwaarden: Deze leggen de concrete verhuurmodaliteiten en tarieven vast per locatie.
GELDIGHEIDSDUUR VAN HET REGLEMENT
Artikel 2
Het tariefreglement treedt in werking op 1 januari 2026 en blijft van kracht zolang het niet formeel wordt ingetrokken of vervangen door een nieuw reglement.
ALGEMENE BEPALINGEN
Artikel 3
Algemeen
Door het huren van de infrastructuur verklaart de huurder zich uitdrukkelijk akkoord met de bepalingen opgenomen in zowel de algemene als de specifieke gebruiksvoorwaarden. De huurder verbindt zich ertoe deze voorwaarden strikt na te leven.
De infrastructuur mag niet verhuurd worden voor activiteiten die indruisen tegen de openbare orde en goede zeden.
Onderverhuring en andere doeleinden
Een toegekende ruimte mag niet worden doorgegeven of onderverhuurd aan derden. Als vastgesteld wordt dat de lokalen voor andere doeleinden worden gebruikt dan opgesomd in het oorspronkelijke aanvraagformulier, wordt tarief categorie E toegepast. Bovendien kan de gebruiker uitgesloten worden van verder gebruik van de infrastructuur.
Elke uitzondering op deze regel dient gemeld te worden aan de reservatiedienst. Bijvoorbeeld: wanneer gebruiker A gebruiker B toegang verleent om op te bouwen terwijl gebruiker A nog aan het afbouwen is.
Nachtlawaai en buurthinder
Het is verboden om storend nachtlawaai te maken, conform de bepalingen van artikel 561, 1° van het Strafwetboek. Bij klachten kan de politie deze regel te allen tijde inroepen. Daarnaast geldt ook de regelgeving over burenhinder, zoals vastgelegd in artikel 3.101 en 3.102 van het Burgerlijk Wetboek.
Algemeen rookverbod
In elke infrastructuur geldt een algemeen rookverbod.
Meldingsplicht
Bij de organisatie van fuiven, feestelijkheden, eetfestijnen, beurzen… dient drie maand voor de activiteit een aanvraag ingediend te worden via het digitaal aanvraagformulier. Dit digitaal aanvraagformulier is terug te vinden op de website van stad Tielt.
Brandveiligheid bij risicovolle activiteiten
Bij risicovolle activiteiten is de gebruiker verplicht om het document met richtlijnen van de brandweer voor een brandveilig gebruik van de socio-culturele infrastructuur te raadplegen. Dit document is raadpleegbaar via de website van stad Tielt of kan opgevraagd worden bij de reservatiedienst. De richtlijnen moeten strikt worden opgevolgd, en de verantwoordelijkheid voor de correcte toepassing ervan ligt volledig bij de gebruiker.
De brandweer kan vóór de aanvang van de activiteit een controle uitvoeren op de genomen voorzorgsmaatregelen en het naleven van de richtlijnen. Afhankelijk van de aard en de omstandigheden van de activiteit kan de brandweer beslissen om tijdens het verloop van de activiteit toezicht te voorzien. In dat geval betaalt de gebruiker de kosten van deze dienstverlening.
Open vuur is strikt verboden in alle zalen van de socio-culturele infrastructuur van Stad Tielt. Dit verbod geldt onder andere voor gasvuren, kachels, brandend hout, vuurspektakel, vuurwerk, fakkels en het gebruik van pyrotechnische producten.
Algemene veiligheidsverplichtingen
De gebruiker is verantwoordelijk voor het waarborgen van de veiligheid van alle deelnemers aan de activiteit. Alle brandpreventiemaatregelen, zoals het correct gebruik van brandblusapparaten en het vrijhouden van de nooduitgangen, dienen strikt nageleefd te worden. De noodverlichting dient steeds zichtbaar te blijven.
Elke uitbreiding van de vaste elektriciteitscentrale die gebeurt naar aanleiding van een door een gebruiker ingericht evenement, moet uitgevoerd worden conform de normen van het Algemeen Reglement op de Elektrische Installaties (AREI).
Het gebruik van producten die de veiligheid van de bezoeker in gevaar kunnen brengen of die schade kunnen veroorzaken aan de infrastructuur, is te allen tijde verboden. Dit omvat onder andere schuim, sneeuw, zout, brandbare constructies, enzovoort.
De gebruiker is verplicht om alle deuren, vensters en ramen zorgvuldig af te sluiten na gebruik om inbraak te voorkomen.
Plaatsing van tenten
Een tent mag in geen geval zonder schriftelijke toestemming als extra ruimte toegevoegd worden aan het gebruik van de socio-culturele infrastructuur. Een aanvraag dient steeds te gebeuren via een officieel schrijven gericht aan het college van burgemeester en schepenen van de Stad Tielt, Markt 13, 8700 Tielt.
Bij goedkeuring blijft de gebruiker verantwoordelijk voor de veiligheid tijdens de opbouw, het gebruik en de afbraak van de tent. De goedkeuring tot plaatsing van een tent impliceert geen aansprakelijkheid van het stadsbestuur. Stad Tielt kan onder geen enkel beding verantwoordelijk worden gesteld voor incidenten of schade die voortvloeien uit het gebruik van de tent.
Plaatsen van springkastelen en andere toebehoren
Het plaatsen van springkastelen, ijskarretjes of andere toebehoren op een buitenlocatie die grenst aan de socio-culturele infrastructuur, dient schriftelijk gemeld te worden aan het college van burgemeester en schepenen van de Stad Tielt, Markt 13, 8700 Tielt.
Sleutelbeheer
Wanneer er een sleuteloverhandiging is, is de gebruiker verantwoordelijk voor alle sleutels vanaf het moment van ontvangst tot en met de terugbezorging. Bij verlies van een sleutel dient onmiddellijk aangifte te worden gedaan bij de politie. De kosten voor de aankoop van een nieuwe sleutel en eventuele verdere veiligheidsmaatregelen zijn ten laste van de gebruiker.
Inname van het openbaar domein
Inname openbaar domein zoals parkeerplaatsen of ruimte voor het plaatsen van een foodtruck of dergelijke dienen steeds aangevraagd te worden via het digitaal aanvraagformulier, beschikbaar op de website van stad Tielt.
Naleving van toepasselijke wetgeving
De gebruiker informeert zich vooraf over de toepasselijke wetgeving van de diverse overheden die van toepassing zijn op de activiteit en volgt deze nauwgezet op. Hieronder volgt een niet-limitatieve opsomming:
• Milieuwetgeving m.b.t. geluidsnormen
• Wetgeving auteursrechten en billijke vergoeding
• Wetgeving rond voedselveiligheid en hygiëne
• Wet op de ambulante handelspraktijken
• Wetgeving inzake bewaking en security
• Wetgeving inzake leeftijdsgrenzen bij verkoop en schenken van alcohol
• Gemeentelijke politiereglementen
Betwistingen en niet-voorziene bepalingen
Alle niet in de specifieke en algemene gebruiksvoorwaarden voorziene punten, betwistingen of discussies worden voorgelegd aan en beslecht door het College van Burgemeester en Schepenen. Het college kan zich, indien nodig, laten adviseren door de bevoegde stedelijke adviesraad.
Praktische uitwerking
Het college van burgemeester en schepenen is bevoegd voor de praktische uitwerking van zowel de algemene als de specifieke bepalingen opgenomen in dit reglement.
Overmacht
Indien stad Tielt door overmacht de gehuurde ruimten niet ter beschikking kan stellen, kan hiervoor geen schadevergoeding worden geëist. Wanneer overmacht wordt ingeroepen, engageert stad Tielt zich op niet-bindende wijze om een alternatieve locatie aan te bieden zodat de geplande activiteit alsnog kan doorgaan.
Indien stad Tielt geen alternatieve locatie kan aanbieden, of de gebruiker de aangeboden locatie niet geschikt vindt, kan hiervoor evenmin een schadevergoeding worden geëist. Enkel de reeds betaalde waarborg zal dan worden terugbetaald.
DE TARIEFPLICHTIGE
Artikel 4
De tariefplichtige is de gebruiker die gebruikmaakt van de socio-culturele infrastructuur van stad Tielt. De socio-culturele infrastructuur van de Stad Tielt staat ter beschikking van diverse personen, verenigingen en instanties. De verschillende gebruikers worden onderverdeeld in verschillende categorieën. De categorie waartoe de gebruiker behoort, bepaalt samen met de soort activiteit, de huurprijs van de socio-culturele infrastructuur
Categorie A = Stad Tielt, OCMW Tielt en stedelijke adviesraden
Categorie B = Erkende Tieltse verenigingen en Tieltse onderwijsinstanties
Categorie C = Tieltse privépersonen en niet erkende Tieltse verenigingen
Categorie D = Niet-Tieltse verenigingen en niet-Tieltse onderwijsinstanties
Categorie E = Niet-Tieltse privépersonen en commerciële instanties
TARIEVEN
Artikel 5
Standaard inbegrepen in het tarief
In de vastgelegde tarieven van de infrastructuur zijn standaard de volgende elementen inbegrepen:
• Het gebruik van de aangevraagde infrastructuur met alle materiaal en toebehoren.
• Verbruik van elektriciteit, water en verwarming binnen de gehuurde infrastructuur.
• Het gebruik van het aanwezige materiaal in de afgehuurde lokalen.
• Het gebruik van het aanwezige sanitair.
De specifieke tarieven per infrastructuur worden gedetailleerd opgenomen in de specifieke gebruiksvoorwaarden en worden jaarlijks geïndexeerd.
VRIJSTELLINGEN EN/OF VERMINDERINGEN ENKEL VOOR CAT B
Artikel 6
In bepaalde gevallen gelden extra voorwaarden, zoals:
• Verenigingen en instanties horend bij categorie B kunnen 1 keer per jaar een zaal huren aan 50 %. Bij een reeks activiteiten geldt dit voordeeltarief voor het tarief voor één dag (duurste tarief). In ruil voorziet de organisatie het stadslogo op elke vorm van communicatie.
EN
• Categorie B kan maximum 10 keer per jaar voor de soort activiteit ‘niet-publiekstoegankelijke activiteiten: bestuursvergaderingen en repetities tijdens de week en op vrijdag’ gratis gebruik maken van een vergader- of repetitiezaal binnen de socio-culturele infrastructuur (niet van toepassing voor Kasteel ter Borcht).
OF
• Wanneer categorie B een reservatie plaatst van minimum 10 gelijksoortige activiteiten ‘niet publiekstoegankelijk: repetitieve activiteiten voor de eigen leden’ op dezelfde locatie, tijdens de week en op vrijdag, wordt de infrastructuur tegen de helft van het oorspronkelijke totaaltarief ter beschikking gesteld.
AANSPRAKELIJKHEID EN VERZEKERING
Artikel 7
Het stadsbestuur kan in geen geval verantwoordelijk gesteld worden voor eventuele ongevallen of schade, veroorzaakt door, of naar aanleiding van het gebruik van genoemde stadsmaterialen en/of infrastructuur.
De gebruiker dient zich te gedragen als een goede huisvader en alle nodige voorzorgen te treffen ter voorkoming van brand- of andere schade.
De burgerlijke aansprakelijkheid (BA) van de aanvrager ten aanzien van derden wordt niet gedekt door een verzekeringspolis van de stad Tielt. De aanvrager dient zich voor dergelijke risico’s zelf te verzekeren. Dit kan op eigen initiatief of via het sjabloon dat te vinden is op de website om de verzekering BA aan te vragen. Voor de medewerkers aan de activiteit kan het aangewezen zijn om een ongevallenverzekering of vrijwilligersverzekering af te sluiten.
De aanvrager wordt niet beschouwd als ‘uitbater’ waardoor er geen verzekeringsplicht objectieve aansprakelijkheid brand en ontploffing op hen rust.
De aanvrager geniet van de clausule ‘ afstand van verhaal’ vanuit de brandpolis van de stad Tielt. Dit geldt niet voor materiaal dat door de aanvrager wordt meegebracht. Hiervoor sluit de aanvrager zelf een verzekering af.
Voor alle aangerichte schade, verlies of diefstal is de huurder verantwoordelijk, zowel die aangebracht door hemzelf, zijn medewerkers, de door hem gevraagde artiesten, technici en hun gevolg als die veroorzaakt door de deelnemers aan de door hem georganiseerde activiteit.
Elke gebruiker is verplicht om voorafgaandelijk navraag te doen naar de werking van alle apparaten en de bijhorende handleidingen te volgen. Alle gebruikte materialen, apparaten, ovens… moeten onmiddellijk na gebruik gereinigd worden. Onwetendheid over het gebruik kan niet ingeroepen worden als verschoning. De eventuele schade door verkeerd gebruik of het niet reinigen van toestellen zal aangerekend worden aan de gebruiker.
Bij schade worden de herstellingskosten, of in het slechtste geval de aankoop van nieuw materiaal ter vervanging van het beschadigde, betaald door het stadsbestuur en teruggevorderd van de huurder. De huurder verklaart zich akkoord alle schade die voortvloeit uit de organisatie van de activiteit te vergoeden.
In geval van diefstal is de huurder verplicht om onmiddellijk de politie te verwittigen en een kopie van het proces verbaal over te maken aan het stadsbestuur.
WIJZE VAN INNING EN BETALING
Artikel 8
Waarborg
De specifieke gebruiksvoorwaarden bepalen voor welke lokalen binnen de socio-culturele infrastructuur een waarborg dient te worden betaald, alsook de verdere procedure hieromtrent. Indien er een waarborg betaald moet worden, bedraagt deze de effectieve huurprijs van de accommodatie.
Betalingsmodaliteiten
De huurprijs en eventuele andere aanrekeningen worden na gebruik van de accommodatie gefactureerd. De verschuldigde huurgelden dienen één maand na de datum van verzending van de factuur te worden betaald door de huurder.
RESERVATIEPROCEDURE
Artikel 9
Optie
Een genomen optie vervalt van rechtswege na twee weken indien deze niet wordt bevestigd door de aanvrager via een ingevuld en ondertekend reservatieformulier of een getekende gebruikersovereenkomst. Per kalenderjaar kunnen maximaal drie opties genomen worden door dezelfde gebruiker.
Reservatieprocedure
Reserveren van de socio-culturele infrastructuur kan enkel door het bezorgen van het ondertekende reservatieformulier aan de reservatiedienst of via de online webshop van Stad Tielt zoals vermeld bij de specifieke gebruiksvoorwaarden. Voor sommige lokalen geldt een vereenvoudigde reservatieprocedure zoals vermeld in de specifieke gebruiksvoorwaarden.
De indientermijn voor het reservatieformulier verschilt per gebouw en wordt gespecifieerd in de specifieke gebruiksvoorwaarden.
De verantwoordelijke dienst behandelt het reservatieformulier binnen de twee weken. Indien de gevraagde infrastructuur beschikbaar is, wordt een gebruiksovereenkomst in twee exemplaren opgesteld. Beide exemplaren worden aan de ondertekenaar van het reservatieformulier bezorgd, samen met de waarborgfactuur.
Binnen de maand dienen beide exemplaren van de gebruiksovereenkomst terugbezorgd te worden aan de reservatiedienst, en de waarborgfactuur betaald te worden.
Pas dan is de reservatie definitief. Zo niet, vervalt de reservatie van rechtswege.
De gebruiksovereenkomst wordt vervolgens ondertekend door de burgemeester en de algemeen directeur of hun afgevaardigden. Eén exemplaar wordt terugbezorgd aan de aanvrager.
Voor sommige lokalen binnen de socio-culturele infrastructuur is er een vereenvoudigde procedure, zoals omschreven bij de specifieke gebruiksvoorwaarden.
DEFINITIES
Artikel 10
Gebruikers
Activiteiten georganiseerd door stad Tielt
Activiteiten georganiseerd door of met medewerking van het College van Burgemeester en Schepenen, de gemeenteraad en stadsdiensten.
Activiteiten georganiseerd door OCMW Tielt
Activiteiten georganiseerd door of met medewerking van het Vast Bureau, de Raad voor Maatschappelijk Welzijn, het Bijzonder Comité voor de Sociale Dienst en alle diensten van het OCMW en/of Sociaal Huis
Stedelijke adviesraden
De door de gemeenteraad erkende adviesraden waaronder de cultuurraad, de milieuraad, de mondiale raad, de jeugdraad, de sportraad, raad van beheer bibliotheek en de raad van beheer cultuurcentrum Gildhof.
Tieltse onderwijsinstanties
Alle reguliere onderwijsverstrekkers (basisonderwijs, secundair onderwijs, hoger onderwijs, volwassenonderwijs) met vestiging in Tielt. Er is een gelijke behandeling van alle netten. Wanneer een school verscheidene afdelingen heeft, dan wordt de school per vestiging bekeken, maar enkel voor activiteiten aansluitend bij de vestiging van de school.
Erkende Tieltse verenigingen
Erkende Tieltse verenigingen volgens het ‘Erkenningsreglement voor lokale verenigingen’. Voorwaarden tot erkenning:
• De vereniging is een feitelijke vereniging zonder winstoogmerk, lid van een koepelorganisatie of een VZW. Commerciële verenigingen of instellingen komen niet in aanmerking tot erkenning.
• De vereniging heeft een aantoonbare werking van minstens 6 maanden op het Tieltse grondgebied met een sociaal-sportief en/of cultureel karakter. De verenigingen heeft een apart rekeningnummer op naam van de vereniging.
• Het adres van de vereniging moet in de stad gevestigd zijn. De vereniging heeft een bestuur met minstens twee verschillende natuurlijke personen, waarvan minstens één persoon zijn domicilie heeft in Tielt.
• De vereniging moet een open vereniging zijn. Hieronder wordt verstaan dat iedereen lid kan worden van de vereniging op voorwaarde dat hij/zij de waarden en normen, reglementen en doelstellingen van de vereniging eerbiedigt.
Niet Erkende Tieltse verenigingen
Verenigingen uit Tielt die niet erkend zijn volgens het erkenningsreglement voor lokale verenigingen.
Niet-Tieltse verenigingen
Niet-commerciële verenigingen met of zonder rechtspersoonlijkheid waarvan de maatschappelijke zetel zich niet in Tielt bevindt.
Commerciële instanties
Alle gebruikers die niet beantwoorden aan de omschrijving erkende Tieltse of niet erkende Tieltse vereniging die een commercieel doel hebben.
Soorten activiteiten
Socio-culturele activiteiten
Niet-commerciële activiteiten zoals podiumvoorstellingen, beurzen, tentoonstellingen, organisaties met educatieve doeleinden, congressen, studiedagen, vormingen, ledenvergaderingen, live-optredens van een orkest of muziekgroep bestemd als luistermuziek… en ook eetfestijnen die enkel georganiseerd worden door categorie B met inkomsten ten voordele van de vereniging.
Niet-publiekstoegankelijke activiteiten
• Bestuursvergaderingen
• Repetities
• Opbouw en afbraak
• Repetitieve activiteiten bestemd voor de eigen leden waarbij geen externe promotie wordt gevoerd
Fuif
Een dans- of muziekfeest georganiseerd door een vereniging, commerciële instantie of door één of meerdere personen dat al dan niet tegen betaling publiekstoegankelijk wordt gesteld, waarbij een DJ of elektronisch versterkte (dans)muziek te horen is en waarbij dranken worden geconsumeerd tegen betaling.
Feestelijkheid
Een activiteit in vrienden- en/of familieverband waarbij uitsluitend mensen toegelaten worden die individueel werden uitgenodigd, waarbij een geïndividualiseerde band tussen organisator en genodigde bestaat, waarbij geen toegangsgeld dient betaald te worden, waarbij de activiteit wordt georganiseerd n.a.v. een bepaalde gebeurtenis (personeelsfeest, familiefeest…) en waarbij de focus niet uitsluitend ligt op dansen.
Week- en weekenddagen
In het gebruiksreglement voor de socio-culturele infrastructuur worden de vrijdag, zaterdag en zondag alsook elke feestdag, gezien als een weekenddag en de overige dagen als een weekdag.
SCHORSING
Artikel 11
Bij inbreuken op de bepalingen van de algemene en specifieke gebruiksvoorwaarden – zoals het niet tijdig betalen van facturen, het niet naleven van de bepalingen in artikel 7 van de algemene gebruiksvoorwaarden, systematische annuleringen, inbreuken tegen de wetgeving, onvoldoende schoonmaak - kan aan groepen of personen het verder gebruik van de infrastructuur geweigerd worden voor latere activiteiten.
• Bij een eerste formele schriftelijke schorsing geldt een schorsingstermijn van één jaar.
• Bij een tweede formele schriftelijke schorsing geldt een schorsingstermijn van anderhalf jaar.
Bij het niet betalen van de facturen kan de organisator pas opnieuw infrastructuur reserveren na betaling van de openstaande facturen. Naast voormelde schorsingsactie behoudt stad Tielt het recht om via gerechtelijke weg over te gaan tot inning van niet-betaalde facturen.
Het is steeds het college van burgemeester en schepenen die over een mogelijke schorsing beslist.
TARIEFVERHOGING
Artikel 12
Indexering
De tarieven zoals vermeld in het retributiereglement worden jaarlijks op 1 januari aangepast aan de evolutie van de gezondheidsindex, waarbij volgende formule wordt toegepast:
Het geïndexeerde nieuwe tarief = basistarief x nieuwe index
aanvangsindex
Basistarief = tarief zoals vermeld in het retributiereglement.
Nieuwe index is de verhoogde of verlaagde index van de maand september voorafgaand aan de indexering.
De aanvangsindex is de gezondheidsindex van de maand september 2025.
Het geïndexeerde tarief is van toepassing op het moment van het ondertekenen van de gebruikersovereenkomst.
INWERKINGTREDING
Artikel 13
De algemene en specifieke gebruikersvoorwaarden en de tarieven zijn van toepassing na goedkeuring door de gemeenteraad van 18 december 2025 en zijn geldig voor aanvragen vanaf 1 januari 2026.
BEKENDMAKING
Artikel 14
Dit reglement wordt bekendgemaakt via de website van de stad.
Artikel 4
De specifieke voorwaarden per locatie, zoals opgenomen in het gemeenteraadsdossier, worden goedgekeurd. Het betreffen de specifieke locaties van:
Artikel 5
De in het tariefreglement reglement voor het gebruik van de socio-culturele infrastructuur vastgestelde tarieven kunnen door het college van burgemeester en schepenen aangepast worden in toepassing van het in zitting van de gemeenteraad van 30.01.2025 vastgestelde reglement betreffende de delegatie van bevoegdheden inzake personeel en gemeentelijke reglementen aan het college van burgemeester en schepenen.
Artikel 6
Dit reglement treedt in werking op 01.01.2026
Artikel 7
Dit besluit zal worden bekendgemaakt overeenkomstig artikel 286 en artikel 287 van het decreet over het lokaal bestuur van 22.12.2017.
Het decreet van 22.12.2017 over het lokaal bestuur, in het bijzonder artikel 2, artikel 40§3 en artikel 41.
De omzendbrief KB/ABB/2019/2 van 15.02.2019 betreffende de gemeentefiscaliteit.
Het decreet van 22.12.2017 over het lokaal bestuur in het bijzonder artikel 369 over de reglementen in geval van vrijwillige samenvoeging van gemeenten.
Besluit van de gemeenteraad van 30.01.2025 houdende vaststellen van het reglement betreffende de delegatie van bevoegdheden inzake personeel en gemeentelijke reglementen aan het college van burgemeester en schepenen.
De beslissing van het college van burgemeester en schepenen van Meulebeke van 23.12.2002 betreffende vastleggen tarieven Ter Borcht.
In het college van burgemeester en schepenen van Meulebeke van 23.12.2002 werden de tarieven voor sport- en recreatiedomein Ter Borcht goedgekeurd.
Ingevolge de fusie die ingegaan is op 01.01.2025 en rekening houdende met het nieuwe meerjarenplan 2026-2031, wordt goedkeuring gevraagd voor het verderzetten van de tarieven van Ter Borcht mits enkele aanpassingen wat betreft de tarieven voor het zwembad, dit in afwachting van een nog op te maken eengemaakt reglement voor alle sportinfrastructuur op grondgebied Tielt waarbij bovendien nog dient opgemerkt te worden dat op heden niet alle (sport)infrastructuur onder het Autonoom Gemeentebedrijf Stad Tielt valt.
In alle infrastructuren gelden dezelfde afspraken voor Tieltse en Meulebeekse clubs. In zwembad Ter Borcht betalen Tieltse clubs nog het voormalige Tieltse zwembad tarief door een vroegere regeling ten gevolge van de sluiting van het zwembad, gelegen Generaal Maczekplein. Meulebeekse clubs betalen het Meulebeeks tarief en het verschil is vaak groot waarbij het Tielts tarief laag is.
In overleg met de clubs wordt hier in een overgangsmaatregel voorzien voor zowel de volwassenen- als jeugdwerking. De aanpassing van het tarief gaat in vanaf de zomer van 2026 omdat het huidige sportseizoen lopend is en hun begroting (o.a. lidgelden) hierop niet voorzien is.
Vanaf 01.08.2026 betalen alle clubs voor hun volwassenenwerking het Meulebeeks tarief van € 22,5/ u voor het hele zwembad. Voor de clubs met jeugdwerking wordt een coëfficiënt toegepast zodat men over een periode van 3 jaar telkens iets meer betaalt om uiteindelijk ook het Meulebeeks tarief te betalen ook voor jeugdwerking. Vanaf 1 augustus 2026 betalen de clubs voor jeugdwerkingen €10,50/u, in 2027 €16,50/u en vanaf 2028 dan €22,50/u zoals normaal tarief.
De overgangsmaatregel die loopt tussen 01.01.2026 en 01.08.2026 bevat volgende afgesproken tarieven/u voor de Tieltse sportverenigingen voor het hele zwembad:
In functie van zwemeducatie is er ook een voordeeltarief voor de Gezinsbond opgenomen. Daarnaast worden ook de meerbeurtenkaarten voor het zwembad aangepast. Deze worden heel weinig aangekocht alsook zijn ze onbeperkt geldig. Om rekening te houden met de toekomst (nieuw zwembad) worden enkel nog 10- en 50-beurtenkaarten verkocht.
Het vaststellen van de tarieven van retributies, waaronder ook de tariefreglementen vallen, behoort, cfr. het in de gemeenteraad van 30.01.2025 vastgestelde reglement betreffende de delegatie van bevoegdheden inzake personeel en gemeentelijke reglementen aan het college van burgemeester en schepenen, tot de bevoegdheid van het college van burgemeester en schepenen. Er wordt voorgesteld om de afspraken en de tarieven aan de gemeenteraad voor te leggen. Indien nodig kan het college van burgemeester en schepenen de vastgelegde tarieven wijzigen.
De beslissing van het college van burgemeester en schepenen van Meulebeke van 23.12.2002 wat betreft de tarieven Ter Borcht dient te worden opgeheven.
Het voorstel van tarieven werd besproken in het bestuur van de sportraad dd. 27.10.2025.
Het bestuur van de sportraad verleende positief advies op 27.10.2025.
Daarnaast zijn er nog enkele reglementen van inwendige orde betreffende het zwembad, de buitenaccommodaties, de kantines en sporthal en judozaal van sport- en recreatiedomein Ter Borcht. Deze blijven voorlopig doorlopen in afwachting van een globale herwerking en dit samen met de andere niet-Meulebeekse sportinfrastructuur met dien verstande dat een aantal lokale elementen uit deze reglementen van inwendige orde (vb. “Meulebeekse sportdienst” of “Meulebeeks rekeningnummer” ) gelezen dienen te worden volgens de actuele situatie.
De geraamde ontvangsten ingevolge het reglement tot het vastleggen van tarieven voor Ter Borcht worden opgenomen in het meerjarenplan 2026-2031.
De gemeenteraad beslist:
Artikel 1
De beslissing van het college van burgemeester en schepenen van Meulebeke van 23.12.2002 wat betreft de tarieven Ter Borcht wordt opgeheven.
Artikel 2
De tarieven van Ter Borcht worden vastgesteld zoals opgenomen in het overzichtsdocument in bijlage van het dossier 'Gebruikerstarieven Ter Borcht'.
Als overgangsmaatregel worden tussen 1 januari 2026 en 1 augustus 2026 volgende tarieven/u voor de Tieltse sportverenigingen voor het hele zwembad vastgesteld:
Artikel 3
De vastgestelde tarieven Ter Borcht kunnen door het college van burgemeester en schepenen aangepast worden in toepassing van het in zitting van de gemeenteraad van 30.01.2025 vastgestelde reglement betreffende de delegatie van bevoegdheden inzake personeel en gemeentelijke reglementen aan het college van burgemeester en schepenen.
Artikel 4
Deze tarieven treden in werking op 01.01.2026 en wat betreft tarief voor de sportverenigingen in werking op 01.08.2026.
Artikel 5
Dit besluit zal worden bekendgemaakt overeenkomstig artikel 286 en artikel 287 van het decreet over het lokaal bestuur van 22.12.2017.
Het decreet over het lokaal bestuur van 22.12.2017, in het bijzonder artikelen 56 en 57 houdende de bevoegdheden van het college van burgemeester en schepenen.
De omzendbrief KB/ABB/2019/2 van 15.02.2019 betreffende de gemeentefiscaliteit.
Het decreet van 22.12.2017 over het lokaal bestuur in het bijzonder artikel 369 over de reglementen in geval van vrijwillige samenvoeging van gemeenten.
Besluit van de gemeenteraad van 30.01.2025 houdende vaststellen van het reglement betreffende de delegatie van bevoegdheden inzake personeel en gemeentelijke reglementen aan het college van burgemeester en schepenen.
Besluit van de gemeenteraad van Tielt van 03.09.2020 betreffende ontleningen
Besluit van de gemeenteraad van Tielt van 05.12.2002 betreffende de uitleendienst van de stedelijke technische dienst
Besluit van de gemeenteraad van Meulebeke van 26.11.2014 betreffende retributiereglement op het ter beschikking stellen van gemeentelijk feestmateriaal
De reglementen zoals goedgekeurd bij besluit van de gemeenteraad van Tielt van 03.09.2020 betreffende het 'reglement ontleningen' goedgekeurd, van 05.12.2002 betreffende het 'reglement voor uitleendienst van de stedelijke technische dienst' en van de gemeenteraad van Meulebeke van 26.11.2014 betreffende het 'retributiereglement op het ter beschikking stellen van gemeentelijk feestmateriaal' worden ingevolge de bepalingen van artikel 369 van het decreet over het lokaal bestuur van 22.12.2017 van rechtswege opgeheven m.i.v. 01.01.2026.
Ingevolge de fusie die ingegaan is op 01.01.2025 en rekening houdende met het nieuwe meerjarenplan 2026-2031, wordt er voorgesteld om een retributiereglement uitleendienst vast te stellen.
Het ontwerp van reglement wordt ter goedkeuring aan de gemeenteraad voorgelegd.
Het vaststellen van de tarieven van retributies behoort, cf. het in de gemeenteraad van 30.01.2025 vastgestelde reglement betreffende de delegatie van bevoegdheden inzake personeel en gemeentelijke reglementen aan het college van burgemeester en schepenen, tot de bevoegdheid van het college van burgemeester en schepenen. Er wordt voorgesteld om de tarieven in het aan de gemeenteraad voorgelegde reglement reeds vast te leggen. Indien nodig kan het college van burgemeester en schepenen de vastgelegde tarieven wijzigen.
De geraamde ontvangsten uit het retributiereglement uitleendienst worden opgenomen in het meerjarenplan 2026-2031.
De gemeenteraad beslist:
Artikel 1
Het retributiereglement uitleendienst wordt als volgt vastgesteld:
DOEL VAN HET REGLEMENT
Artikel 1
Met dit reglement wil de stad de kosten vergoeden van de ontleningen van materiaal die aan een derde worden geleverd.
Dit reglement bepaalt wie de retributie moet betalen, voor welke dienst of prestatie ze van toepassing is, hoe het bedrag berekend wordt, en op welke manier de betaling gebeurt.
GELDIGHEIDSDUUR VAN HET REGLEMENT
Artikel 2
Het retributiereglement geldt voor de periode 2026-2031.
DEFINITIES
Artikel 3
De stad Tielt wenst de organisatie van activiteiten die doorgaan op het grondgebied Tielt logistiek te ondersteunen en het verenigingsleven ten volle te ondersteunen. Er wordt ten behoeve van verenigingen, organisaties en burgers materiaal ter beschikking gesteld.
Voor de bepaling van de huurprijs van het materiaal worden de gebruikers onderverdeeld in verschillende categorieën:
Categorie A = Stad Tielt, OCMW Tielt en stedelijke adviesraden
Categorie B = Erkende Tieltse verenigingen en Tieltse onderwijsinstanties
Categorie C = Tieltse privépersonen en niet erkende Tieltse verenigingen
Categorie D = Niet-Tieltse verenigingen en niet-Tieltse onderwijsinstanties
Categorie E = Niet-Tieltse privépersonen en commerciële instanties
Stedelijke adviesraden
De door de gemeenteraad erkende adviesraden waaronder de cultuurraad, de milieuraad, de mondiale raad, de jeugdraad, de sportraad, raad van beheer bibliotheek en de raad van beheer cultuurcentrum Gildhof.
Tieltse onderwijsinstanties
Alle reguliere onderwijsverstrekkers (basisonderwijs, secundair onderwijs, hoger onderwijs, volwassenonderwijs) met vestiging in Tielt. Er is een gelijke behandeling van alle netten. Wanneer een school verscheidene afdelingen heeft, dan wordt de school per vestiging bekeken, maar enkel voor activiteiten aansluitend bij de vestiging van de school.
Erkende Tieltse verenigingen
Erkende Tieltse verenigingen volgens het ‘Erkenningsreglement voor lokale verenigingen’.
Niet Erkende Tieltse verenigingen
Verengingen uit Tielt die niet erkend zijn volgens het erkenningsreglement voor lokale verenigingen.
Niet-Tieltse verenigingen
Niet-commerciële verenigingen met rechtspersoonlijkheid waarvan de maatschappelijke zetel zich niet in Tielt bevindt.
Commerciële instanties
Alle gebruikers die niet beantwoorden aan de omschrijving erkende Tieltse of niet erkende Tieltse vereniging die een commercieel doel hebben.
DE RETRIBUTIEPLICHTIGE
Artikel 4
De retributieplichtige is de aanvrager die gebruikmaakt van de dienst ontlening van feestmateriaal.
HOOFDELIJKHEID
Artikel 5
De aanvrager is hoofdelijk aansprakelijk voor de betaling van de belasting.
WAARVOOR EN TEGEN WELKE TARIEVEN IS DE RETRIBUTIE VERSCHULDIGD
Artikel 6
De retributie wordt gevraagd voor het ontlenen van feest- en audiovisueel materiaal en bedraagt per activiteit:
| Omschrijving |
Cat. A |
Cat. B |
Cat. C |
Cat. D |
Cat. E |
| Mobiel podium (10x6 meter) |
0 |
1000 |
1000 |
1000 |
1000 |
| Tribune (20x7 meter) |
0 |
1000 |
1000 |
1000 |
1000 |
| Megafoon |
0 |
2 |
2,5 |
3 |
5 |
| Beamer |
0 |
14 |
20,5 |
27 |
40,5 |
| Geluidsmeter |
0 |
14 |
20,5 |
27 |
40,5 |
| Micro |
0 |
2,5 |
3,5 |
5 |
6,5 |
| Draadloze micro |
0 |
5 |
6,5 |
9 |
12,5 |
| Box Mackie SRM |
0 |
7 |
10,5 |
14 |
20,5 |
| Bakfrigo |
0 |
7 |
10,5 |
14 |
20,5 |
| Discobar/ lichten |
0 |
27 |
40,5 |
53,5 |
80,5 |
| Set van 6 walkietalkies |
0 |
10,5 |
15,5 |
20,5 |
30,5 |
| Micro-statief |
0 |
0 |
0 |
0 |
0 |
De aangegeven prijs is steeds per stuk weergegeven.
De tarieven zoals vermeld in het retributiereglement worden jaarlijks op 1 januari aangepast aan de evolutie van de gezondheidsindex, waarbij volgende formule wordt toegepast:
Het geïndexeerde nieuwe tarief = basistarief x nieuwe index
aanvangsindex
Basistarief = tarief zoals vermeld in het retributiereglement.
Nieuwe index is de verhoogde of verlaagde index van de maand september voorafgaand aan de indexering.
De aanvangsindex is de gezondheidsindex van de maand september 2025.
Naast deze lijst met betalend materiaal biedt de stad Tielt bijkomend feestmateriaal gratis aan:
UITZONDERINGEN
Artikel 7
In bepaalde gevallen gelden extra voorwaarden, zoals:
WIJZE VAN INNING EN BETALING
Artikel 8
De retributie wordt contant of per factuur betaald. Retributies dienen betaald te worden zoals aangegeven op de ontleenbevestiging en kunnen via overschrijving of betaling met bankkaart gevraagd worden.
PROCEDURE
Artikel 9
De retributieplichtige moet zijn aanvraag doen ten vroegste 6 maanden en ten laatste 5 werkdagen voor de activiteit via het webformulier, email of telefonisch.
De reservatie is pas definitief wanneer de aanvrager het formulier van bevestiging van de reservatie heeft bekomen.
De ontleningen worden in volgorde van chronologie van de aanvragen toegestaan. Bij schriftelijke aanvragen is het moment van aanvraag gelijk aan het moment van ontvangst.
Artikel 10
Het ontleende materiaal dient door de ontlener zelf en op eigen kosten afgehaald en teruggebracht te worden naar de dienst. De afhaallocaties zullen worden benoemd in de bevestiging van de bestelling en kunnen volgende zijn (niet limitatief):
Afhankelijk van de gevraagde materialen is het mogelijk dat er per bestelling meerdere afhaallocaties van de materialen zijn.
Behoudens andersluidende overeenkomst zal de gebruiker de materialen ten vroegste kunnen afhalen één dag voor de activiteit en terugbrengen ten laatste één dag na de activiteit.
De ontlener zorgt zelf voor voldoende personen om het materiaal af te halen en terug te brengen. Ook het in- en uitladen dient door de aanvrager te gebeuren.
De ontlener dient het materiaal in dezelfde staat van ontvangst terug in.
TARIEFVERHOGING
Artikel 11
AANSPRAKELIJKHEID EN VERZEKERING
Artikel 12
De aanvragers zijn verantwoordelijk voor alle schade aan derden en ongevallen voortkomend uit het transporteren, plaatsen, de aanwezigheid van en het wegnemen van de materialen.
De aanvragers staan in voor het materiaal en zijn ertoe gehouden in geval van beschadiging, verlies of diefstal de stad te vergoeden. De vergoeding zal worden vastgelegd door de dienst op basis van de reële kost voor herstel of vervanging van de materialen. De kost zal steeds betaald worden door het stadsbestuur en teruggevorderd worden van de huurder. De huurder verklaart zich akkoord om alle schade aan materiaal dat voortvloeit uit de activiteit te vergoeden.
Elke gebruiker is ertoe gehouden om voorafgaandelijk navraag te doen naar de werking van alle materialen. Onwetendheid in verband met het gebruik kan niet ingeroepen worden als verschoning. Eventuele schade door verkeerd gebruik zal aangerekend worden aan de ontlener.
Door het aanvaarden van het materiaal in gekende toestand verzaken de aanvragers aan ieder verhaal ten opzichte van de stad Tielt. Indien de ontlener een tekortkoming aan het materiaal vaststelt, alvorens hij het voor de eerste maal gebruikt, dient hij de dienst hiervan onmiddellijk en zonder verwijl op de hoogte te stellen, dit per e-mail. In ieder geval moet door de dienst de exacte datum en het juiste tijdstip van de melding kunnen worden vastgesteld. In het bericht laat men weten welke tekortkoming men precies vaststelt en of er stappen ondernomen zullen worden om - eventueel voorlopig – een oplossing te bieden. Deze maatregel ontslaat de ontlener niet van de overige bepalingen in deze rubriek, maar kan een criterium zijn in de bepaling van de hoogte van de schadevergoeding. Indien de ontlener deze stap niet onderneemt, wordt automatisch aangenomen dat de schade ontstaan is tijdens of na het gebruik van het materiaal.
Artikel 13
Het stadsbestuur kan in geen geval verantwoordelijk gesteld worden voor eventuele ongevallen of schade veroorzaakt door, of naar aanleiding van het gebruik van de genoemde stadsmaterialen.
De ontlener dient zich als een goede huisvader te gedragen en alle nodige voorzorgen te treffen ter voorkoming van schade. De ontlener is verantwoordelijk tegenover derden voor ongevallen van om het even welke aard.
De ontlener is verantwoordelijk voor het verzekeren van het materiaal door middel van een verzekering burgerlijke aansprakelijkheid. De burgerlijke aansprakelijkheid van organisatoren ten opzichte van derden wordt niet gedekt door een verzekeringspolis van het stadsbestuur.
ALGEMENE BEPALINGEN
Artikel 14
Door het huren van het materiaal verklaart de huurder zich akkoord met de bepalingen opgenomen in dit reglement en waarborgt stipt de naleving ervan.
Het materiaal kan niet verhuurd worden voor activiteiten die indruisen tegen de openbare orde en goede zeden.
Artikel 15
Het ontleende materiaal kan niet doorgegeven, noch onderverhuurd worden aan derden. Als vastgesteld wordt dat het materiaal voor andere doeleinden wordt gebruikt dan meegedeeld bij de aanvraag, dan wordt tarief categorie E toegepast en kan de ontlener uitgesloten worden van verder gebruik van de uitleendienst.
Artikel 16
Indien de stad Tielt door overmacht het gehuurde materiaal niet ter beschikking kan stellen, zal hiervoor geen schadevergoeding kunnen worden geëist.
Artikel 17
Bij inbreuken tegen de bepalingen van de gebruiksvoorwaarden (niet tijdig betalen van facturen, het niet naleven van de gebruiksvoorwaarden, systematische annuleringen, inbreuken tegen de wetgeving, …) kan aan groepen of personen de verdere ontleningen van materiaal geweigerd worden voor latere activiteiten.
Bij een eerste formele schriftelijke schorsing geldt een schorsingstermijn van zes maanden. Bij een tweede formele schriftelijke schorsing geldt een schorsingstermijn van één jaar.
Bij het niet betalen van de facturen kan de organisator pas opnieuw materiaal ontlenen na betaling van de openstaande facturen. Naast voormelde schorsingsactie behoudt stad Tielt het recht om via gerechtelijke weg over te gaan tot inning van niet-betaalde facturen.
INWERKINGTREDING
Artikel 18
Dit reglement treedt in werking op 01/01/2026.
BEKENDMAKING
Artikel 19
Dit reglement wordt bekendgemaakt via de website van de stad.
Artikel 2
Dit reglement treed in werking op 01.01.2026.
Artikel 3
Dit besluit zal worden bekendgemaakt overeenkomstig artikel 286 en artikel 287 van het decreet over het lokaal bestuur van 22.12.2017.
Het decreet van 22.12.2017 over het lokaal bestuur, in het bijzonder artikel 2, artikel 40§3 en artikel 41.
De omzendbrief KB/ABB/2019/2 van 15.02.2019 betreffende de gemeentefiscaliteit.
Het decreet van 22.12.2017 over het lokaal bestuur in het bijzonder artikel 369 over de reglementen in geval van vrijwillige samenvoeging van gemeenten.
Besluit van de gemeenteraad van 30.01.2025 houdende vaststellen van het reglement betreffende de delegatie van bevoegdheden inzake personeel en gemeentelijke reglementen aan het college van burgemeester en schepenen.
Besluit van de gemeenteraad van Tielt 05.03.2020 en 07.07.2022 (artikel 9) betreffende het vastleggen van tarieven voor de openbare bibliotheek.
Besluit van de gemeenteraad van Meulebeke van 27.05.2020 en 13.07.2022 (artikel 12) betreffende het vastleggen van tarieven voor de openbare bibliotheek.
De reglementen zoals goedgekeurd bij besluit van de gemeenteraad van Tielt van 05.03.2020 en 07.07.2022 (artikel 9) betreffende het vastleggen van de tarieven voor de openbare bibliotheek en het besluit van de gemeenteraad van Meulebeke van 27.05.2020 en 13.07.2022 (artikel 12) betreffende het vastleggen van de tarieven voor de openbare bibliotheek worden ingevolge de bepalingen van artikel 369 van het decreet over het lokaal bestuur van 22.12.2017 van rechtswege opgeheven m.i.v. 01.01.2026.
Er wordt voorgesteld om een nieuw tariefreglement voor de openbare bibliotheken vast te stellen.
Het tariefreglement legt de voorwaarden vast voor het uitlenen van materialen en het leveren van diensten door de bibliotheek aan de burgers.
Van de vergoeding voor inschrijving worden bibliotheekvrijwilligers, leerkrachten en burgers die enkel gebruik maken van de publieke internetpc's vrijgesteld.
Bij het te laat inleveren van materialen, beschadiging of verlies van materialen wordt een vergoeding aangerekend.
Het vaststellen van de tarieven van retributies, waaronder ook de tariefreglementen vallen, behoort, cf. het in de gemeenteraad van 30.01.2025 vastgestelde reglement betreffende de delegatie van bevoegdheden inzake personeel en gemeentelijke reglementen aan het college van burgemeester en schepenen, tot de bevoegdheid van het college van burgemeester en schepenen. Er wordt voorgesteld om de tarieven in het aan de gemeenteraad voorgelegde reglement reeds vast te leggen. Indien nodig kan het college van burgemeester en schepenen de vastgelegde tarieven wijzigen.
Het ontwerp van reglement werd besproken in de beheerraad van de openbare bibliotheek.
De beheerraad van de openbare bibliotheek verleende positief advies op 13.10.2025 en vraagt om aan artikel 5 paragraaf "Afleveren van kopieën of prints" ook "scans" toe te voegen. Het toevoegen van deze passage wordt niet weerhouden, gezien boeken en tijdschriften aan auteursrechten onderworpen zijn en het afleveren van scans in de meeste gevallen niet mogelijk is. Daarnaast worden voor het afleveren en digitaal doorsturen van scans van andere documenten binnen het stadsbestuur, geen retributies gevraagd.
De geraamde ontvangsten ingevolge het reglement tot het vastleggen van tarieven voor de openbare bibliotheek worden opgenomen in het meerjarenplan 2026-2031.
De gemeenteraad beslist:
Artikel 1
Het reglement betreffende het vastleggen van tarieven voor de openbare bibliotheek wordt als volgt vastgesteld:
DOEL VAN HET REGLEMENT
Artikel 1
Dit reglement legt de tarieven en voorwaarden vast voor het uitlenen van materialen en het leveren van diensten door de bibliotheek aan de burgers.
GELDIGHEIDSDUUR VAN HET REGLEMENT
Artikel 2
Het tariefreglement blijft van kracht zolang het niet wordt ingetrokken, vervangen of gewijzigd.
DEFINITIES
Artikel 3
In dit reglement betekent:
Bibliotheekmaterialen: gedrukte materialen (boeken, strips, tijdschriften), gezelschapspellen, audiovisuele materialen (cd’s, dvd’s, daisy, games), e-readers, e-boeken, audio taalcursussen vertelplaten e.a.
Openingsdag: elke dag dat de bibliotheek geopend is.
Uitleentermijn: de termijn dat de lener krijgt om over een bibliotheekmateriaal te beschikken. Verdere bepalingen over de uitleentermijn staan in het reglement betreffende de werking van de bibliotheek.
Te laat inleveren: het overschrijden van de uitleentermijn.
Telaatgeld: het tarief dat aangerekend wordt bij het overschrijden van de uitleentermijn.
Aankoopsuggestie: de vraag van een burger om een bepaald bibliotheekmateriaal aan te kopen.
Reservatie: de vraag van een lener om een bibliotheekmateriaal opzij te houden voor ontlening. Reservaties worden behandeld in volgorde van ontvangst.
RFID-tag: een tag met een microchip die toelaat om bibliotheekmaterialen draadloos te identificeren.
Bib aan huis: de dienstverlening waarbij bibliotheekmaterialen aan huis gebracht worden. Verdere bepalingen van deze dienstverlening staan in het reglement betreffende de werking van de bibliotheek.
DE TARIEFPLICHTIGE
Artikel 4
De tariefplichtige is de burger die gebruikmaakt van de bibliotheekdiensten.
WAARVOOR EN TEGEN WELKE TARIEVEN IS DE VERGOEDING VERSCHULDIGD?
Artikel 5
Om bibliotheekmaterialen te ontlenen moet je als lid ingeschreven zijn bij de bibliotheek.
Volgende vergoedingen zijn hierbij verschuldigd:
Inschrijving:
- Kinderen en jongeren tot en met 17 jaar: inschrijving is gratis.
- Vanaf 18 jaar: 5 euro per twaalf maanden.
Beschadiging en vervanging van lenerspas:
- 2,50 euro voor kinderen, jongeren en volwassenen.
Reservatie van bibliotheekmaterialen:
- Bibliotheekmaterialen die niet uitgeleend zijn: gratis
- Bibliotheekmaterialen die uitgeleend zijn: 0,50 euro
- Aankoopsuggesties met reservatie: 0,50 euro
Aanvragen van bibliotheekmaterialen uit een andere bibliotheek:
- Uit een openbare bibliotheek: 3 euro per aangevraagd bibliotheekmateriaal.
- Uit een wetenschappelijke bibliotheek: de prijs die de leverende bibliotheek aanrekent.
Afleveren van kopieën of prints
- Kopie of print A4 zwart-wit : 0,10 euro per bladzijde
- Kopie of print A4 kleur : 0,50 euro per bladzijde
- Kopie of print A3 zwart-wit : 0,20 euro per bladzijde
- Kopie of print A3 kleur : 1 euro per bladzijde
Dienstverlening “BIB aan huis”: gratis
VRIJSTELLINGEN EN/OF VERMINDERINGEN
Artikel 6
Van de vergoeding voor inschrijving worden vrijgesteld:
Bibliotheekvrijwilligers.
Leerkrachten mits voorlegging van een lerarenkaart.
Inschrijvingen voor enkel het gebruik van de publieke internetpc’s.
WIJZE VAN INNING EN BETALING
Artikel 7
De vergoeding wordt contant betaald (in contanten of elektronisch).
TARIEFVERHOGING
Artikel 8
Bij het te laat inleveren van bibliotheekmaterialen is er een tarief verschuldigd van 0,10 euro per ontleend materiaal per openingsdag.
Artikel 9
Als het materiaal na 9 weken niet is teruggebracht wordt de kostprijs, zijnde de aankoopprijs, van het materiaal gefactureerd. Deze facturatie komt bovenop de verschuldigde telaatgelden.
Indien de materialen na deze negen weken alsnog teruggebracht worden, wordt de kostprijs van het materiaal kwijtgescholden en zijn enkel de telaatgelden verschuldigd.
Artikel 10
Bij beschadiging van het ontleende materiaal, geheel of gedeeltelijk, is de totale kostprijs, zijnde de aankoopprijs, van het materiaal verschuldigd. Het materiaal blijft hierbij wel eigendom van de bibliotheek indien het niet meer in de handel verkrijgbaar is.
Artikel 11
Bij melding van verlies van materiaal voor het verlopen van de inlevertermijn betaal je de totale kostprijs, zijnde de aankoopprijs van het materiaal.
Bij melding van verlies van materiaal voor het verlopen van de termijn van 9 weken maar na de inlevertermijn betaal je de telaatgelden tot op de dag van melding en de kostprijs, zijnde de aankoopprijs van het materiaal.
Indien het materiaal binnen de 6 maanden na betaling van de kostprijs nog teruggevonden wordt, wordt het betaalde bedrag terugbetaald bij inlevering en voorlegging van het betalingsbewijs aan het stadsbestuur.
Artikel 12
Indien het bibliotheekmateriaal een gezelschapsspel betreft en een onderdeel van het gezelschapsspel is beschadigd of verloren dan bezorgt de lener een nieuw, onbeschadigd onderdeel. Indien dit niet mogelijk is betaalt de lener de volledige kostprijs, zijnde de aankoopprijs, van het volledige spel.
Artikel 13
De vergoeding voor het inleveren van een beschadigd DVD-doosje met beveiliging bedraagt 3 euro.
Artikel 14
De vergoeding voor een beschadigde RFID-chip bedraagt 0,50 euro.
WIJZE VAN INNING EN BETALING TARIEFVERHOGING
Artikel 15
Voor de tariefverhogingen na 9 weken te laat wordt een factuur opgemaakt.
Artikel 16
Bij het niet tijdig betalen van de verschuldigde bedragen wordt de procedure gevolgd zoals vastgelegd in het reglement betreffende de retributie administratiekosten bij de invordering van fiscale en niet-fiscale ontvangsten zoals goedgekeurd in de zitting van de gemeenteraad van 30.01.2025.
INWERKINGTREDING
Artikel 17
Dit reglement treedt in werking op 01.01.2026
BEKENDMAKING
Artikel 18
Dit reglement wordt bekendgemaakt via de website van de stad.
Artikel 2
De in het tariefreglement de openbare bibliotheek vastgestelde tarieven kunnen door het college van burgemeester en schepenen aangepast worden in toepassing van het in zitting van de gemeenteraad van 30.01.2025 vastgestelde reglement betreffende de delegatie van bevoegdheden inzake personeel en gemeentelijke reglementen aan het college van burgemeester en schepenen.
Artikel 3
Dit reglement treedt in werking op 01.01.2026.
Artikel 4
Dit besluit zal worden bekendgemaakt overeenkomstig artikel 286 en artikel 287 van het decreet over het lokaal bestuur van 22.12.2017.
Het decreet van 22.12.2017 over het lokaal bestuur, in het bijzonder artikel 2, artikel 40§3 en artikel 41.
De omzendbrief KB/ABB/2019/2 van 15.02.2019 betreffende de gemeentefiscaliteit.
Het decreet van 22.12.2017 over het lokaal bestuur in het bijzonder artikel 369 over de reglementen in geval van vrijwillige samenvoeging van gemeenten.
Besluit van de gemeenteraad van 30.01.2025 houdende vaststellen van het reglement betreffende de delegatie van bevoegdheden inzake personeel en gemeentelijke reglementen aan het college van burgemeester en schepenen.
Besluit van de gemeenteraad van Meulebeke van 06.04.2023 betreffende reglement Reglement gidsbeurten Kasteel Ter Borcht.
Het reglement zoals goedgekeurd bij besluit van Meulebeke van 06.04.2023 werd het reglement 'gidsbeurten Kasteel Ter Borcht' wordt ingevolge de bepalingen van artikel 369 van het decreet over het lokaal bestuur van 22.12.2017 van rechtswege opgeheven m.i.v. 01.01.2026.
Met een reglement retributie gidsbeurten wil de stad de kosten vergoeden van de gidsbeurten die door de stad Tielt worden georganiseerd in samenwerking met de Tieltse Gidsenkring.
Dit reglement bepaalt wie de retributie moet betalen, voor welke dienst of prestatie ze van toepassing is, hoe het bedrag berekend wordt en op welke manier de betaling gebeurt. Dit reglement bepaalt de afspraken, voorwaarden en richtlijnen voor het organiseren van een gidsbeurt in stad Tielt.
De tariefplichtige is diegene die gebruikmaakt van de gidsbeurten.
Het ontwerp van reglement wordt ter goedkeuring aan de gemeenteraad voorgelegd.
Het vaststellen van de tarieven van retributies behoort, cf. het in de gemeenteraad van 30.01.2025 vastgestelde reglement betreffende de delegatie van bevoegdheden inzake personeel en gemeentelijke reglementen aan het college van burgemeester en schepenen, tot de bevoegdheid van het college van burgemeester en schepenen. Er wordt voorgesteld om de tarieven in het aan de gemeenteraad voorgelegde reglement reeds vast te leggen. Indien nodig kan het college van burgemeester en schepenen de vastgelegde tarieven wijzigen.
Door raadslid Veerle Vervaeke (Team BURGEMEESTER) werd volgend amendement ter stemming aan de gemeenteraad voorgelegd:
Met 12 stemmen voor (Danny Bossuyt, Veerle Vervaeke, Dirk Verwilst, Katrien Seys, Benedikt Van Staen, Kristof Vande Walle, Jean-Marie Gunst, Bernard De Marez, Lieven Vaneeckhoute, Koen Desmet, Filip Naert, Isabelle Van de Cappelle), 18 stemmen tegen (Glenn Lambert, Luc Vannieuwenhuyze, Pascale Baert, Birger De Coninck, Lieve Germonprez, Vincent Byttebier, Grietje Goossens, Didier Van Nieuwenhuyse, Bert Verdru, Marie De Cloet, Klaas Carrette, Simon Bekaert, Nele Callens-Gelaude, Hedwig Verdoodt, Joris Vande Vyvere, Mouna Belkadi, Rik Stevens, Stijn Dermul)
Het amendement wordt bijgevolg niet goedgekeurd.
De gemeenteraad beslist:
Artikel 1
Het reglement retributie gidsbeurten wordt als volgt vastgesteld:
De retributie wordt geheven voor de periode vanaf 1 januari 2026 tot en met 31 december 2031.
CONTACTGEGEVENS
Artikel 3
Voor meer informatie over dit reglement kan je terecht bij:
Stad Tielt
Dienst Toerisme, evenementen en lokale economie
Markt 13
8700 Tielt
toerisme@tielt.be
DE TARIEFPLICHTIGE
Artikel 4
De tariefplichtige is diegene die gebruikmaakt van de gidsbeurten.
WAARVOOR EN TEGEN WELKE TARIEVEN IS DE VERGOEDING VERSCHULDIGD?
Artikel 5
Standaard gidsbeurten: basistarief van 65 euro per gids,
Straffe Poelbergvertellingen: 85 euro per gids.
Wanneer een gidsbeurt langer duurt dan 4 uur, wordt het basistarief verdubbeld.
Eén gids kan maximaal 25 personen gidsen.
De tarieven zoals vermeld in het reglement worden jaarlijks op 1 januari aangepast aan de evolutie van de gezondheidsindex, waarbij volgende formule wordt toegepast:
Het geïndexeerde nieuwe tarief = basistarief x nieuwe index
aanvangsindex
Waarbij:
Basistarief = Het tarief zoals vermeld in het reglement.
Nieuwe index = De gezondheidsindex van de maand september van het jaar voorafgaand aan de indexering.
Aanvangsindex = gezondheidsindex van de maand september 2025.
Voor het gebruik van software en de verwerking van administratie kunnen administratiekosten aan de klant worden doorberekend. Deze kosten worden transparant vermeld tijdens het boekingsproces en op de factuur.
VRIJSTELLINGEN EN/OF VERMINDERINGEN
Artikel 5
Wanneer de stad beroep doet op de Tieltse Gidsenkring voor eigen organisaties (bv. ontvangst nieuwe inwoners, enz.) komt het op 60 (standaard gidsbeurt) en 80 euro (Straffe Poelbergvertelling) voor de gidsbeurten.
BIJKOMENDE VOORWAARDEN
Artikel 6
In geval van annulering wordt er aan de klant aangerekend:
- Tot 1 week voor de activiteit: de helft van de totaalsom
- Minder dan 1 week voor de activiteit: de volledige totaalsom
WIJZE VAN INNING EN BETALING
Artikel 7
De vergoeding wordt van iedere aanvraag moet meteen via de online applicatie betaald worden.
PROCEDURE
Artikel 8
Aanvraag voor een gidsbeurt kan via een online toepassing via de website van de stad Tielt. Voorwaarden:
• Iedere aanvraag is geldig voor de duurtijd van 24 uur. Indien er na deze tijd geen betaling heeft plaatsgevonden, wordt de optie geannuleerd.
INWERKINGTREDING
Artikel 9
Dit reglement treedt in werking op 1 januari 2026.
BEKENDMAKING
Artikel 10
Dit reglement wordt bekendgemaakt via de website van de stad.
Artikel 2
Dit reglement treedt in werking op 01.01.2026.
Artikel 3
Dit besluit zal worden bekend gemaakt overeenkomstig artikel 286 en artikel 287 van het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017.
Het decreet van 22.12.2017 over het lokaal bestuur, in het bijzonder artikel 2, artikel 40§3 en artikel 41.
De omzendbrief KB/ABB/2019/2 van 15.02.2019 betreffende de gemeentefiscaliteit.
Het decreet van 22.12.2017 over het lokaal bestuur in het bijzonder artikel 369 over de reglementen in geval van vrijwillige samenvoeging van gemeenten.
Besluit van de gemeenteraad van 30.01.2025 houdende vaststellen van het reglement betreffende de delegatie van bevoegdheden inzake personeel en gemeentelijke reglementen aan het college van burgemeester en schepenen.
Besluit van de gemeenteraad van Meulebeke van 12.05.2021 betreffende het gemeentelijk retributiereglement op het verwijderen en verwerken van sluikstort.
Besluit van de gemeenteraad van Meulebeke van 15.07.2015 betreffende het gebruik van de LED-schermen.
Besluit van de gemeenteraad van Meulebeke van 11.05.2022 betreffende het reglement fotoreportage Ter Borcht.
Retributiereglementen worden ingevolge de bepalingen van artikel 369 van het decreet over het lokaal bestuur van 22.12.2017 van rechtswege opgeheven m.i.v. 01.01.2026. In overeenstemming met de uitgangspunten van het meerjarenplan 2026-2031 worden diverse bestaande retributiereglementen opgeheven en niet hernomen.
Reglement retributiereglement op het verwijderen en verwerken van sluikstort.
In de gemeenteraad van Meulebeke van 12.05.2021 werd het gemeentelijk retributiereglement op het verwijderen en verwerken van sluikstort goedgekeurd. Er wordt voorgesteld om het bestaande reglement op te heffen. Ondertussen is immers gebleken dat dit reglement niet de gehoopte resultaten opgeleverd heeft ter compensatie van de opruim- en verwerkingskost van sluikstort. Bovendien is de sanctionering van sluikstort opgenomen in het GAS-reglement van Tielt, waardoor er hiervoor geen afzonderlijk reglement meer hoeft te bestaan.
Reglement gebruik LED-schermen van Meulebeke.
Het led-scherm in Meulebeke is afgekoppeld in 2022 n.a.v. de herinrichting van de Meulebeekse Markt en is sindsdien niet meer gereactiveerd. Het reglement heeft als dusdanig geen voorwerp meer en mag dus uitdoven. In het eerste kwartaal van 2026 worden alle bestaande schermen op grondgebied Tielt geëvalueerd, gesaneerd en geoptimaliseerd.
Reglement fotoreportage Kasteel Ter Borcht.
In de gemeenteraad van Meulebeke van 11.05.2022 werd het gemeentelijk reglement fotoreportage Kasteel Ter Borcht goedgekeurd. Via dit reglement konden aanvragers tegen betaling het kasteel en het kasteelpark reserveren om fotoreportages te maken. Er wordt voorgesteld om het bestaande reglement van rechtswege te laten opheffen. Ondertussen is immers gebleken dat er weinig aanvragen waren om gebruik te maken van dit reglement, bovendien is er huur van het kasteel mogelijk via het reglement betreffende het gebruik van de socio-culturele infrastructuur Tielt.
Artikel 1
De gemeenteraad neemt kennis van het opheffen van rechtswege van volgende retributiereglementen m.i.v 01.01.2026:
Artikel 2
Dit besluit zal worden bekendgemaakt overeenkomstig artikel 286 en artikel 287 van het decreet over het lokaal bestuur van 22.12.2017.
Het decreet van 22.12.2017 over het lokaal bestuur, in het bijzonder artikel 2, artikel 40§3 en artikel 41.
Het decreet van 22.12.2017 over het lokaal bestuur in het bijzonder artikel 351.
Ingevolge de fusie werd voor de eerste keer een algemeen erkenningsreglement voor verenigingen opgesteld. Hierbij worden de voorwaarden opgelijst waaraan een verenging dient te beantwoorden om erkend te worden. Een erkenning geeft recht op een goedkoper huurtarief voor de socioculturele infrastructuur alsook een goedkoper tarief bij het ontlenen van materiaal uit de uitleendienst.
Om subsidies te kunnen krijgen moet de erkende vereniging zich bij de bevoegde adviesraad/dienst laten erkennen door te beantwoorden aan extra erkenningsvoorwaarden.
De reden om een algemeen erkenningsreglement op te maken is om bepaalde Tieltse verenigingen (bijv. serviceclubs) de kans te geven een erkenning te krijgen om zo van de vermelde voordelen gebruik te kunnen maken.
Het ontwerp van reglement wordt ter goedkeuring aan de gemeenteraad voorgelegd.
De algemene vergadering van de cultuurraad verleende positief advies op 26.11.2025.
Geen financiële gevolgen
De gemeenteraad beslist:
Artikel 1
Goedkeuring te verlenen aan het Erkenningsreglement voor Tieltse verenigingen als volgt:
DOEL VAN HET REGLEMENT
Artikel 1
Dit reglement bepaalt de voorwaarden waaronder lokale verenigingen erkend worden door het lokale bestuur als erkende Tieltse verenging. De erkenning heeft als doel om het sociaal, sportief en cultureel leven te stimuleren, de betrokkenheid van burgers te verhogen en de verenigingswerking binnen de Stad Tielt te ondersteunen.
Een erkende verenging kan de stadsinfrastructuur alsook materiaal aan een goedkoper tarief huren. Daarnaast kan je als een erkende vereniging tevens financieel ondersteund worden door de Stad Tielt.
DEFINITIES
Artikel 2
• Vereniging: een duurzame groep van minimaal 2 personen met een gemeenschappelijk doel die activiteiten organiseert binnen de stad.
• Erkenning: een officiële goedkeuring door het lokaal bestuur wat toegang geeft tot logistieke en/of financiële ondersteuning.
• Werkingsjaar: het kalenderjaar of boekjaar zoals gehanteerd door de vereniging.
ERKENNINGSVOORWAARDEN
Artikel 3
Een vereniging komt in aanmerking voor erkenning indien ze aan de volgende voorwaarden voldoet:
Algemene voorwaarden om erkend te worden als erkende Tieltse vereniging:
1. De vereniging is een feitelijke vereniging zonder winstoogmerk, lid van een koepelorganisatie of een vzw. Commerciële verenigingen of instellingen komen niet in aanmerking tot erkenning.
2. De vereniging heeft een aantoonbare werking van minstens 6 maanden op het Tieltse grondgebied met een sociaal, sportief en/of cultureel karakter. De vereniging heeft een apart rekeningnummer op naam van de vereniging.
3. Het adres van de vereniging moet in de stad gevestigd zijn. De vereniging heeft een bestuur met minstens twee verschillende natuurlijke personen, waarvan minstens één persoon zijn domicilie heeft in Tielt.
4. De vereniging moet een open vereniging zijn. Hieronder wordt verstaan dat iedereen lid kan worden van de vereniging op voorwaarde dat de waarden en normen, reglementen en doelstellingen van de vereniging geëerbiedigd worden.
5. Indien de vereniging behoort tot een bepaalde sector (bv. sport, cultuur, jeugd, welzijn, …), kunnen bijkomende sectorale erkenningsvoorwaarden gelden, vastgelegd in aanvullende reglementen.
PROCEDURE TOT ERKENNING
Artikel 4
1. De vereniging dient een erkenningsaanvraag in bij het stadsbestuur via een standaardformulier.
2. Bij de aanvraag voegt de vereniging de volgende documenten toe:
- Jaaroverzicht van activiteiten van het afgelopen werkingsjaar.
- Bewijsstukken dat er minimaal 6 maanden een actieve werking is.
- Namen en contactgegevens van de bestuursleden waarvan één voorzitter en één secretaris.
3. De bevoegde dienst beoordeelt de aanvraag binnen een termijn van 60 dagen, dit na advies van de bevoegde adviesraad indien van toepassing.
4. Jaarlijks worden de erkenningsvoorwaarden opgevraagd en vernieuwd.
INTREKKING VAN DE ERKENNING
Artikel 5
De Stad Tielt kan de erkenning intrekken wanneer:
- De vereniging niet langer voldoet aan de erkenningsvoorwaarden;
- Er sprake is van ernstige inbreuken op de openbare orde of wettelijke bepalingen.
EVALUATIE & CONTROLE
Artikel 6
1. De Stad Tielt kan op elk moment bijkomende informatie opvragen in functie van de beoordeling van de erkenning.
2. Verenigingen dienen jaarlijks een werkingsverslag in.
3. De erkenning kan tijdelijk worden opgeschort in afwachting van een onderzoek.
4. Bij twijfel en/of betwisting beslist het schepencollege na advies van de desbetreffende adviesraad indien van toepassing.
INWERKINGTREDING
Artikel 7
Dit reglement treedt in werking op 01.01.2026. Reeds erkende verenigingen dienen zich binnen een overgangsperiode van 6 maanden in regel te stellen met dit reglement.
BEKENDMAKING
Artikel 8
Dit reglement wordt bekendgemaakt via de website van de stad.
Artikel 2
Dit reglement treedt in werking op 01.01.2026.
Artikel 3
Dit besluit zal worden bekendgemaakt overeenkomstig artikel 286 en artikel 287 van het decreet over het lokaal bestuur van 22.12.2017.
Het decreet van 22.12.2017 over het lokaal bestuur, in het bijzonder artikel 2, artikel 40§3 en artikel 41.
De Duurzame Ontwikkelingsdoelstellingen (Sustainable Development Goals of SDG’s) goedgekeurd door de algemene vergadering van de Verenigde Naties op 25.09.2015.
Het decreet van 22.12.2017 over het lokaal bestuur in het bijzonder artikel 351.
Besluit van de gemeenteraad van Tielt van 08.05.2025 betreffende het hervaststellen van het organiek reglement van de Mondiale Raad.
In het kader van de herziening van alle reglementen wordt er ook een erkenningsreglement voor mondiale organisaties opgemaakt.
Dit reglement wordt aanvullend opgemaakt bij het 'Erkenningsreglement Tieltse vereniging'.
Op basis van dit nieuwe erkenningsreglement zal het voortaan duidelijk vastliggen wanneer een organisatie in Tielt kan erkend worden als een mondiale organisatie.
De ontwerpversie van het reglement werd tijdens de algemene vergadering van de mondiale raad dd. 24.11.2025 besproken. De leden van de algemene vergadering gaven hierbij positief advies.
De gemeenteraad beslist:
Artikel 1
Het reglement betreffende de erkenning van mondiale organisaties wordt als volgt vastgesteld:
Artikel 2
Dit reglement treedt in werking op 01.01.2026.
Artikel 3
Dit besluit zal worden bekend gemaakt overeenkomstig artikel 286 en artikel 287 van het decreet over het lokaal bestuur van 22.12.2017.
Het decreet van 22.12.2017 over het lokaal bestuur, in het bijzonder artikel 2, artikel 40§3 en artikel 41.
Het decreet van 22.12.2017 over het lokaal bestuur in het bijzonder artikel 351.
Besluit van de gemeenteraad van Meulebeke van 27.03.2002 betreffende de subsidiëring van sociaalculturele verenigingen van Meulebeke.
Voorstel tot het vaststellen van een erkennings- en subsdiereglement voor socioculturele verenigingen met als doel de erkenning en financiële ondersteuning van de Tieltse socioculturele verenigingen.
Het besluit van de gemeenteraad van Tielt van 14.04.2016 betreffende het subsidiereglement werkings- en investeringssubsidies voor de culturele sector en het besluit van de gemeenteraad van Meulebeke van 27.03.2002 betreffende de subsidiëring van sociaalculturele verenigingen van Meulebeke dienen te worden opgeheven.
Het ontwerp van reglement werd diverse malen besproken in het dagelijks bestuur van de cultuurraad en voorgelegd aan de algemene vergadering van de cultuurraad waar op 26.11.2025 positief advies verleend werd.
De geraamde uitgaven voor de subsidies voor de socioculturele verenigingen worden opgenomen in het meerjarenplan 2026-2031.
De gemeenteraad beslist:
Artikel 1
Het besluit van de gemeenteraad van Tielt van 14.04.2016 betreffende het subsidiereglement werkings- en investeringssubsidies voor de culturele sector wordt opgeheven.
Artikel 2
Het besluit van de gemeenteraad van Meulebeke van 27.03.2002 betreffende de subsidiëring van sociaalculturele verenigingen van Meulebeke dienen te wordt opgeheven.
Artikel 3
Het reglement betreffende het erkennings- en subsidiereglement voor socioculturele verengingen wordt als volgt vastgesteld:
DOEL VAN HET REGLEMENT
Artikel 1
Met dit reglement wil de stad Tielt de socioculturele verenigingen financieel en logistiek ondersteunen binnen de kredieten van het meerjarenplan. Dit reglement bepaalt wie in aanmerking komt om erkend te worden als Tieltse vereniging voor sociocultureel werk en om subsidies te ontvangen, op basis van duidelijke voorwaarden en criteria.
De structuur en werking van de cultuurraad met dagelijks bestuur, de deelraden ‘kunsten’, ‘erfgoed en toerisme’ en ‘socio-cultureel’ worden beschreven in het organiek reglement cultuurraad Tielt, goedgekeurd door de gemeenteraad in zitting van 08/05/2025.
DEFINITIES
Artikel 2
Onder “Tieltse verenigingen voor sociocultureel werk” wordt verstaan:
• Een erkende Tieltse vereniging zijn die zich richt op lokaal sociocultureel werk.
• Lokaal sociocultureel werk: het geheel van aangelegenheden zoals beschreven in Art. 3, § 1 van het organiek reglement cultuurraad op vrijwillige en particuliere basis met collectieve en niet-commerciële vrijetijdsdoeleinden. Deze aangelegenheden zijn: taal en letteren, wetenschapsbeleid, kunstenbeleid, cultuurbewaring en -spreiding, bibliotheekbeleid, lokale media, vormings- en educatiebeleid, vrijetijdsbeleid en toerisme.
DOELGROEP EN TOEPASSINGSGEBIED
Artikel 3
Voorliggend reglement is van toepassing op de toekenning van erkenning en subsidies aan de erkende Tieltse verenigingen voor sociocultureel werk die actief zijn in een van volgende deelraden (uitgezonderd artikel 13 projectsubsidies):
• kunsten, waaronder volgende werksoorten: verenigingen voor beeldende kunsten, podiumkunstenverenigingen, koren en groepen met kleine bezetting;
• erfgoed en toerisme, waaronder volgende werksoorten: verenigingen voor heemkunde, cultureel patrimonium, toerisme en culturele animatie.
• sociocultureel waaronder volgende werksoorten: culturele vrijetijdsbesteding, vorming- en ontwikkelingswerk, wijkcomités.
Het dagelijks bestuur van de cultuurraad beslist tot welke werksoort elke vereniging behoort, waarbij het in de eerste plaats rekening houdt met de keuze van de vereniging zelf.
Een vereniging kan toetreden tot verschillende deelraden, maar slechts via één deelraad subsidies, onder welke vorm dan ook, ontvangen.
De subsidies kunnen enkel de volgende vormen aannemen.
• Basissubsidies
• Werkingssubsidies
• Investeringssubsidies
• Projectsubsidies
• Toelage voor geschreven auditieve & visuele werken
De subsidies worden verleend uitgaande van de activiteiten en gegevens betreffende het voorbije kalenderjaar van 1 januari tot 31 december, met uitzondering van de projectsubsidies en toelage voor geschreven auditieve & visuele werken
Verenigingen die via een convenant of nominatief gesubsidieerd worden, kunnen geen aanspraak maken op basis- en werkingssubsidies.
Bij moeder/dochterverenigingen waarbij de moedervereniging op één of andere manier subsidies krijgt van het stadsbestuur, zal bijgevolg voor de dochtervereniging duidelijk moeten kunnen aangetoond worden dat die over een volledig aparte werking beschikt, met eigen leden en leiding, met gescheiden budgetten én die past in de bovenstaande definitie van lokaal sociocultureel werk.
Bij twijfel en/of betwisting beslist het schepencollege na advies van het dagelijks bestuur van de cultuurraad.
Voor zover opgenomen in het stadsbudget worden de subsidies jaarlijks volledig uitgekeerd aan de verenigingen door overschrijving op het rekeningnummer van de vereniging.
BEGUNSTIGDEN
Artikel 4
De in dit reglement voorziene subsidies kunnen worden toegekend aan erkende Tieltse verenigingen voor sociocultureel werk die:
• Voldoen aan de voorwaarden en criteria vermeld in dit reglement;
• Een volledige aanvraag indienen binnen de voorziene termijn.
VOORWAARDEN
Artikel 5 De voorwaarden om erkend te worden als Tieltse vereniging voor sociocultureel werk
Om erkend te worden en te blijven als Tieltse vereniging voor sociocultureel werk moeten de socioculturele verenigingen aan volgende voorwaarden voldoen:
• De vereniging is een feitelijke vereniging zonder winstoogmerk, lid van een koepelorganisatie of een VZW. Commerciële verenigingen of instellingen komen niet in aanmerking tot erkenning.
• De vereniging heeft een aantoonbare werking van minstens zes maanden op het Tieltse grondgebied met een sociocultureel karakter. De vereniging heeft een apart rekeningnummer op naam van de vereniging.
• De zetel (het adres) van de vereniging moet in de stad gevestigd zijn. De vereniging heeft een bestuur met minstens twee verschillende natuurlijke personen, waarvan minstens één persoon zijn domicilie heeft in Tielt.
• De vereniging moet een open vereniging zijn. Hieronder wordt verstaan dat iedereen lid kan worden van de vereniging op voorwaarde dat hij/zij de waarden en normen, reglementen en doelstellingen van de vereniging eerbiedigt.
• De vereniging is actief binnen één van volgende aangelegenheden: taal en letteren, wetenschapsbeleid, kunstenbeleid, cultuurbewaring en -spreiding, bibliotheekbeleid, lokale media, vormings- en educatiebeleid, vrijetijdsbeleid en toerisme.
Artikel 6 Procedure
• De vereniging dient een erkenningsaanvraag tot Tieltse vereniging voor sociocultureel werk in bij de dienst cultuur via een standaardformulier.
• Bij de aanvraag voegt de vereniging de volgende documenten toe:
o Jaaroverzicht van activiteiten van het afgelopen jaar
o Bewijsstukken dat er minimaal 6 maanden een actieve werking is.
o Namen en contactgegevens van de bestuursleden waarvan één voorzitter en één secretaris.
• De bevoegde dienst beoordeelt de aanvraag binnen een termijn van 60 dagen.
• De toekenning van de erkenning kan enkel plaatsvinden na een positief advies van het dagelijks bestuur van de cultuurraad, dat vervolgens bekrachtigd wordt door het college van burgemeester en schepenen.
• Jaarlijks worden de erkenningsvoorwaarden opgevraagd en vernieuwd.
BASIS- & WERKINGSSUBSIDIES
Artikel 7 Algemeen
Enkel erkende Tieltse verenigingen voor sociocultureel werk komen in aanmerking om basis- en werkingssubsidies te ontvangen van Stad Tielt.
Overeenkomstig de bepalingen van voorliggend reglement adviseert de algemene vergadering van de cultuurraad jaarlijks het College van Burgemeester en Schepenen omtrent:
• De lijst van verenigingen die voor subsidiëring in aanmerking komen.
• De vaststelling en toekenning van de basis- en werkingssubsidies op grond van de verdelingspercentages tussen de drie deelraden: “erfgoed en toerisme”, “kunsten” en “sociocultureel”.
De percentages worden jaarlijks herzien door het dagelijks bestuur. De verdeelsleutels worden zo herschikt dat aanzienlijke schommelingen van de subsidies, te wijten aan andere factoren dan de werking van de verenigingen, uitgesloten worden. Wanneer, bij ongewijzigd bedrag van de algemene subsidiepot, binnen een deelraad of binnen een onderverdeling van een deelraad, het gemiddelde subsidiebedrag per vereniging méér dan 10 % (in min of in meer) verschilt in vergelijking met het vorige jaar, dienen de verdelingspercentages verhoudingsgewijs voor alle deelraden aangepast te worden.
Artikel 8 Basissubsidies
Basissubsidies zijn die subsidies die men per werksoort verdeelt in voorafname op de verdeling van de werkingssubsidies. Als basissubsidie wordt een forfaitair bedrag van 65 euro toegekend.
Artikel 9 Werkingssubsidies
Werkingssubsidies zijn die subsidies die men per werksoort verdeelt na toekenning en verdeling van de basissubsidies.
Binnen iedere deelraad verdeelt men de werkingssubsidies op basis van een puntensysteem, uitgewerkt per werksoort en verduidelijkt op de formulieren, waarvan sprake in Art. 10 van voorliggend reglement. De waarde van één punt wordt per werksoort bepaald door de breuk, waarvan de teller de totale werkingssubsidie voor die werksoort omvat, en de noemer het totaal aantal punten, bepaald door het geheel van alle verenigingen van die werksoort.
Artikel 10 Procedure
De jaarlijkse subsidieaanvraag moet gebeuren op de daartoe bestemde formulieren en dient te worden gestaafd aan de hand van bijlagen.
De aanvraag en de bijlagen moeten alle elementen bevatten die het mogelijk maken om te oordelen of de vereniging beantwoordt aan alle voorwaarden om de toe te kennen subsidies te berekenen.
Het dagelijks bestuur bepaalt jaarlijks de uiterste datum voor het indienen van de aanvraagformulieren.
De toekenning van de erkenning kan enkel plaatsvinden na een positief advies van het dagelijks bestuur van de cultuurraad, dat vervolgens bekrachtigd wordt door het college van burgemeester en schepenen.
INVESTERINGSSUBSIDIES
Artikel 11 Algemeen
De stad Tielt verleent een toelage van 5 % op buitengewone investeringen in uitrusting aan erkende Tieltse verenigingen voor sociocultureel werk, die deze investeringen uitvoeren op eigen kosten. Deze toelage kan jaarlijks opnieuw toegekend worden, maar nooit meer dan 5 keer herhaald worden, zodat de maximale subsidie 25 % van de investeringskosten kan belopen, dit met een maximum van 12.500 euro (of 2.500 euro per jaar).
De stad verbindt er zich toe eveneens tussen te komen in de eenmalige aankoop van geschreven, auditieve en visuele werken, al dan niet gedigitaliseerd, met verankering in het werkgebied van de vereniging, zoals opgenomen in haar statuten, weerom a rato van 25 % van de bewezen kostprijs, zijnde telkens 5 % gedurende 5 jaar. Dit geldt eveneens voor abonnementen op tijdschriften van andere verenigingen met dezelfde doelstellingen als de aanvragende vereniging. De aankopen dienen raadpleegbaar te zijn voor het brede publiek via een voor iedereen toegankelijk documentatiecentrum.
Artikel 12 Procedure
De toelage moet jaarlijks schriftelijk aangevraagd en gemotiveerd worden aan het College van Burgemeester en Schepenen, Markt 13, 8700 Tielt. Daartoe worden de verenigingen elk jaar uitgenodigd tot het overmaken van een met de nodige bewijsstukken onderbouwd dossier volgens de richtlijnen in een specifiek schrijven. De beoordeling van iedere aanvraag gebeurt door het dagelijks bestuur van de cultuurraad, dat een voorstel van beslissing overmaakt aan het college van burgemeester en schepenen dat de uiteindelijke beslissing neemt.
De toelage zal slechts uitbetaald worden na voorlegging van officiële bewijsstukken van gedane uitgaven, zoals facturen en andere betalingsbewijzen. In geval de gesubsidieerde uitrusting niet meer voor het opgegeven doel wordt gebruikt, wordt de vervolgbetoelaging opgeschort.
PROJECTSUBSIDIES
Artikel 13 Algemeen
De stad Tielt verleent projectsubsidies voor uitzonderlijke activiteiten met een kwalitatieve en innovatieve culturele meerwaarde.
Een project is een eenmalige of experimentele activiteit, in de gebieden beschreven in Art. 2 van een erkende Tieltse vereniging voor sociocultureel werk, een tijdelijke vereniging of een individu, die de dagelijkse werking overstijgt en een kwalitatieve meerwaarde betekent voor de vereniging of de Tieltse gemeenschap.
Het innovatieve karakter wordt afgetoetst door het dagelijks bestuur van de cultuurraad aan de hand van een vooraf opgestelde en goedgekeurde schaal. De waarde van de aftoetsing bepaalt de aard en de grootte van de subsidie.
De aanvrager krijgt de kans zijn project voor te stellen aan het dagelijks bestuur van de cultuurraad.
Artikel 14 Procedure
Projectsubsidies kunnen maximaal éénmaal per jaar per aanvrager aangevraagd worden via de daarvoor voorziene aanvraagformulieren. De aanvragen gebeuren uiterlijk voor 31 oktober voor projecten tussen 1 januari en 30 juni en uiterlijk op 30 april voor projecten tussen 1 juli en 31 december. Elke publiciteit moet vermelden dat het project met stadssteun wordt georganiseerd. Het door het stadsbestuur voorziene logo dient te worden gebruikt. De uitbetaling van de projectsubsidies gebeurt na realisatie en evaluatie. Er is een mogelijkheid tot maximaal 50% voorschot mits een uitgewerkte begroting en bewijslast met facturen.
De Beoordeling van iedere aanvraag gebeurt door het dagelijks bestuur van de cultuurraad, dat een voorstel van beslissing overmaakt aan het college van burgemeester en schepenen dat de uiteindelijke beslissing neemt.
TOELAGE VOOR GESCHREVEN, AUDITIEVE EN VISUELE WERKEN
Artikel 15 Algemeen
De stad verbindt er zich toe tussen te komen in hierna omschreven publicaties, uitgegeven door de socioculturele verenigingen, zoals bepaald in Art. 2. De publicaties moeten in overeenstemming zijn met de doelstellingen van de vereniging zoals in haar statuten aangegeven. Het betreft volgende publicaties.
De publicatie van geschreven, auditieve en visuele bijdragen op een drager. De subsidie bedraagt in concreto 30 % van het facturatiebedrag van de materiële productiekosten van de eerste vijftig exemplaren van de oplage van de uitgave. De aanvraag tot subsidiëring geschiedt na elke publicatie.
De publicatie van tijdschriften, erkend door bpost. De subsidie bedraagt in concreto 50 % van het facturatiebedrag van de materiële productiekosten van de eerste vijftig exemplaren van de daadwerkelijk verstuurde oplage van de uitgave.
Artikel 16 Procedure
Toelages voor auditieve en visuele werken kunnen maximaal éénmaal per jaar per vereniging aangevraagd worden na de laatste tijdschrifteditie van het kalenderjaar. Wil de vereniging beroep doen op een subsidie van stadswege, dan dient ze een aanvraag in ter attentie van het College van Burgemeester en Schepenen, Markt 13, 8700 Tielt. De stad ontvangt steeds drie exemplaren.
De Beoordeling van iedere aanvraag gebeurt door het dagelijks bestuur van de cultuurraad, dat een voorstel van beslissing overmaakt aan het college van burgemeester en schepenen dat de uiteindelijke beslissing neemt.
CONTROLE
Artikel 17
De stad behoudt zich het recht voor om op elk moment controles uit te voeren op de besteding van de subsidie.
Indien zou blijken dat door een vereniging onjuiste gegevens worden verstrekt of indien de voorwaarden van voorliggend reglement niet werden nageleefd, kan het College van Burgemeester en Schepenen de subsidies, toegekend op grond van voorliggend reglement, geheel of gedeeltelijk terugvorderen van de betrokken vereniging, dit na advies van het dagelijks bestuur van de cultuurraad.
Bij ernstige inbreuken kan de aanvrager worden uitgesloten van toekomstige subsidiemogelijkheden.
INWERKINGTREDING
Artikel 18
Dit reglement treedt in werking op 01/01/2026.
Reeds erkende verenigingen dienen zich binnen een overgangsperiode van 6 maanden in regel te stellen met dit reglement”.
BEKENDMAKING
Artikel 19
Dit reglement wordt bekendgemaakt via de website van de stad.
Artikel 4
Dit reglement treedt in werking op 01.01.2026.
Artikel 5
Dit besluit zal worden bekendgemaakt overeenkomstig artikel 286 en artikel 287 van het decreet over het lokaal bestuur van 22.12.2017.
Het decreet van 22.12.2017 over het lokaal bestuur, in het bijzonder artikel 2, artikel 40§3 en artikel 41.
Het decreet van 22.12.2017 over het lokaal bestuur in het bijzonder artikel 351.
Besluit van de gemeenteraad van Tielt van 06.01.2022 betreffende het subsidiereglement en erkenning voor sportverenigingen.
Besluit van de gemeenteraad van Meulebeke van 10.12.2008 betreffende het erkenningsreglement sport.
Het stadsbestuur wenst een erkenning onder voorwaarden toe te kennen aan de Tieltse sportverenigingen en sportorganisatoren. Er wordt bewust een onderscheid gemaakt tussen beide om verwarring te vermijden. Men kan ofwel erkend zijn als sportvereniging ofwel als sportorganisator.
Het besluit van de gemeenteraad van Tielt van 06.01.2022 betreffende subsidie- en erkenningsreglement en het besluit van de gemeenteraad van Meulebeke van 10.12.2008 betreffende erkenningsreglement sport dienen te worden opgeheven.
Voorstel tot het vaststellen van een nieuw erkenningsreglement voor sportverenigingen en sportorganisatoren.
Het ontwerp van reglement werd besproken in het bestuur van de sportraad.
Het bestuur van de sportraad verleende advies op 27.10.2025.
Aan de erkenning zijn geen uitgaven verbonden; wel hebben de verenigingen recht op aangepast tarief voor huren zalen en materiaal van de stad.
De gemeenteraad beslist:
Artikel 1
Het besluit van de gemeenteraad van Tielt van 06.01.2022 betreffende erkenning- en subsidiereglement voor sportverenigingen wordt opgeheven.
Artikel 2
Het besluit van de gemeenteraad van Meulebeke van 10.12.2008 betreffende erkenningsreglement sport wordt opgeheven.
Artikel 3
Het reglement betreffende de erkenningsreglement sportverenigingen en sportorganisatoren wordt als volgt vastgesteld:
DOEL VAN HET REGLEMENT
Artikel 1
Met dit reglement wil de stad Tieltse sportverenigingen of sportorganisatoren erkennen om hen zo te ondersteunen.
DOELGROEP EN TOEPASSINGSGEBIED
Artikel 2
Men kan ofwel erkend zijn als Tieltse sportvereniging ofwel als Tieltse sportorganisator. Een dubbele erkenning is niet mogelijk.
Onder sport verstaan we elke georganiseerde of niet-georganiseerde fysieke activiteit die gericht is op ontspanning, individueel of in groep, recreatief of competitief.
VOORWAARDEN
Artikel 3 - Algemene voorwaarden om erkend te worden als Tieltse sportvereniging/Tieltse sportorganisator
De sportvereniging/sportorganisator wordt geleid door een autonoom bestuur van minimum 3 verschillende natuurlijke personen, waarvan minstens 1 bestuurslid zijn domicilie heeft in Tielt.
De sportvereniging/organisator moet ter bescherming van hun leden, deelnemers en bestuursleden een verzekeringspolis afsluiten.
De sportvereniging/sportorganisator moet een rechtspersoonlijkheid hebben (bv. Een vzw) of een feitelijke vereniging zijn. De vereniging is opgericht op particulier initiatief, zonder commerciële en/of beroepsdoeleinden of winstoogmerk.
Erkende sportverenigingen of sportorganisatoren maken automatisch deel uit van de algemene vergadering van de sportraad. Er wordt verwacht dat elke vereniging/organisator hieraan deelneemt.
Elke erkende sportvereniging of sportorganisator moet beschikken over een apart rekeningnummer op naam van de vereniging of organisatie.
De Tieltse sportvereniging/organisator moet minimaal 6 maanden actief zijn om in aanmerking te komen als erkenning.
Sportverenigingen/sportorganisatoren die sport niet als hoofdactiviteit hebben, die reeds één of meerdere subsidies ontvangen en/of reeds erkend zijn via een andere Tieltse adviesraad als Tieltse erkende vereniging komen niet in aanmerking voor een erkenning.
Artikel 4 – Bijzondere erkenningsvoorwaarden om erkend te worden als Tielste sportvereniging
Een Tieltse sportvereniging moet aan volgende bijkomend voorwaarden voldoen:
• De sportvereniging moet een open vereniging zijn. Hieronder wordt verstaan dat iedereen lid kan worden van de sportvereniging op voorwaarde dat hij/zij de waarden en normen, reglementen en doelstellingen van de vereniging eerbiedigt en binnen de (infrastructurele) mogelijkheden van de vereniging.
• De sportvereniging telt minimum 10 sportende leden en organiseert minimum 10 sportactiviteiten per jaar.
• De werking van de sportvereniging moet gevestigd zijn op het Tieltse grondgebied tenzij de vereniging kan aantonen dat er geen, onvoldoende of niet aangepaste accommodatie aanwezig is op het grondgebied.
• De sportvereniging dient het Nederlands te gebruiken bij haar werking en organisatie. Alle gegevens en documenten van de sportvereniging dienen in het Nederlands aanwezig te zijn.
Artikel 5 – Bijzondere erkenningsvoorwaarden om erkend te worden als Tieltse sportorganisator
Een Tieltse sportorganisator moet aan volgende bijkomend voorwaarden voldoen:
• Men organiseert minimum 1 organisatie per jaar op Tielts grondgebied.
• De sportorganisator organiseert in hoofdzaak sportactiviteiten.
• De werking/organisatie moet hoofdzakelijk op Tielts grondgebied doorgaan.
PROCEDURE
Artikel 6
• De sportvereniging/sportorganisator dient een erkenningsaanvraag in bij de dienst sport via het aanvraagformulier.
• Bij de aanvraag moeten volgende documenten/bewijsstukken toegevoegd worden:
o Jaaroverzicht van activiteiten van het afgelopen jaar.
o Het bewijs dat men minimaal 6 maanden een actieve werking heeft.
o Namen en contactgegevens van de bestuursleden waarvan één voorzitter en één secretaris.
• De bevoegde dienst beoordeelt de aanvraag binnen een termijn van 60 dagen.
• De toekenning van de erkenning kan enkel plaatsvinden na een positief advies van het bestuur van de sportraad, dat vervolgens bekrachtigd wordt door het college van burgemeester en schepenen.
• Jaarlijks worden de erkenningsvoorwaarden opgevraagd en vernieuwd.
CONTROLE
Artikel 7
• De stad behoudt zich het recht voor om op elk moment controles uit te voeren en bijkomende informatie op te vragen ter beoordeling van de erkenning.
• Statuten kunnen altijd worden opgevraagd. Indien wijzigingen zijn in het kernbestuur, moet de sportdienst verwittigd worden.
• Als uit de controle blijkt dat de erkenning niet correct werd toegekend of dat onjuiste informatie werd verstrekt, kan de erkenning tijdelijk opgeschort of geschrapt worden.
• Bij ernstige inbreuken op de openbare orde of wettelijke bepalingen kan de erkenning tijdelijk opgeschort of geschrapt worden.
INWERKINGTREDING
Artikel 8
Dit reglement treedt in werking op 1 januari 2026.
Reeds erkende verenigingen dienen zich binnen een overgangsperiode van 6 maanden in regel te stellen met dit reglement.
BEKENDMAKING
Artikel 9
Dit reglement wordt bekendgemaakt via de website van de stad.
Artikel 4
Dit reglement treedt in werking op 01.01.2026.
Artikel 5
Dit besluit zal worden bekendgemaakt overeenkomstig artikel 286 en artikel 287 van het decreet over het lokaal bestuur van 22.12.2017.
Het decreet van 22.12.2017 over het lokaal bestuur, in het bijzonder artikel 2, artikel 40§3 en artikel 41.
Het decreet van 22.12.2017 over het lokaal bestuur in het bijzonder artikel 351.
Besluit van de gemeenteraad van Tielt 06.06.2019 betreffende subsidie voor de erkenning en subsidiëring van jeugdverenigingen.
Besluit van de gemeenteraad van Meulebeke van 18.11.2009 betreffende het subsidiereglement voor de betoelaging van jeugd- en jongerenverenigingen.
Besluit van de gemeenteraad van Meulebeke van 18.11.2009 betreffende het kaderreglement inzake de subsidiëring van het jeugdwerk te Meulebeke.
Het stadsbestuur wenst een erkenning onder voorwaarden toe te kennen aan de Tieltse jeugdverenigingen en daarbij een financiële tegemoetkoming te voorzien ter ondersteuning van hun werking.
Het besluit van de gemeenteraad van Tielt van 06.06.2019 betreffende subsidie voor de erkenning en subsidiëring van jeugdverenigingen, het besluit van de gemeenteraad van Meulebeke van 18.11.2009 betreffende gemeentelijk subsidiereglement voor de betoelaging van jeugd- en jongerenverenigingen en het besluit van de gemeenteraad van Meulebeke van 18.11.2009 betreffende het kaderreglement inzake de subsidiëring van het jeugdwerk te Meulebeke dienen te worden opgeheven.
Voorstel tot het vaststellen van een nieuw reglement subsidie Erkenning en subsidiëring van jeugdverenigingen.
Het ontwerp van reglement werd besproken in de algemene vergadering van de Stedelijke Jeugdraad.
De algemene vergadering van de Stedelijke Jeugdraad verleende positief advies op 24.10.2025.
De geraamde uitgaven voor de subsidie Erkenning en subsidiëring van jeugdverenigingen worden opgenomen in het meerjarenplan 2026-2031.
De gemeenteraad beslist:
Artikel 1
Het besluit van de gemeenteraad van Tielt van 06.06.2019 betreffende subsidie voor de erkenning en subsidiëring van jeugdverenigingen wordt opgeheven.
Artikel 2
Het besluit van de gemeenteraad van Meulebeke van 18.11.2009 betreffende gemeentelijk subsidiereglement voor de betoelaging van jeugd- en jongerenverenigingen wordt opgeheven.
Artikel 3
Het besluit van de gemeenteraad van Meulebeke van 18.11.2009 betreffende het kaderreglement inzake de subsidiëring van het jeugdwerk te Meulebeke wordt opgeheven.
Artikel 4
Het erkennings- en subsidiereglement van jeugdverenigingen wordt als volgt vastgesteld:
DOEL VAN HET REGLEMENT
Artikel 1
Met dit reglement wil de stad overgaan tot het ondersteunen van het plaatselijk particulier jeugdwerk. Daarvoor worden de volgende elementen in dit reglement verder uitgewerkt: de erkenning van plaatselijke jeugdverenigingen, de vaststelling van jeugdverenigingen die voor subsidiëring in aanmerking komen en de berekening en toekenning van de subsidies.
DEFINITIES
Artikel 2
• plaatselijk particulier jeugdwerk = groepsgerichte sociaal-culturele werk op basis van niet-commerciële doelen voor of door de Tieltse jeugd van 3 tot 30 jaar, die daaraan deelneemt op vrijwillige basis, in de sfeer van de vrije tijd, onder educatieve begeleiding en georganiseerd door jeugdverenigingen, waarbij de plaatselijke impact van de vereniging duidelijk is.
• werkingssubsidie = subsidie toegekend op grond van de door het plaatselijke particulier jeugdwerk ontwikkelde activiteiten en de andere elementen zoals bepaald in het specifiek puntenreglement.
• kadervorming = de pedagogische, methodische en geprogrammeerde vorming en vervolmaking van kaderleden (leiders, monitoren, bestuursleden en actieve leden), met het oog op animatie en begeleiding van kinderen en jongeren.
• werkingsjaar = een werkingsjaar loopt van 1 september tot en met 31 augustus.
DOELGROEP EN TOEPASSINGSGEBIED
Artikel 3
In dit reglement wordt de erkenning en betoelaging beoogd van de verenigingen die vallen onder de definitie plaatselijk particulier jeugdwerk.
Dit is enerzijds het “traditioneel” jeugdwerk, dat onder een koepelorganisaties valt. Of anderzijds een jeugdvereniging die niet onder een koepelorganisatie valt maar wel voldoet aan de definitie
van plaatselijk particulier jeugdwerk en daarbij een kwaliteitsverbetering van de samenleving nastreeft door minstens 4 van de volgende functies te vervullen:
- ontmoeting
- permanente groepsvorming
- spel en recreatie
- creativiteit
- amateuristische kunstbeoefening
- vorming
- kadervorming
- dienstverlening
- werken aan maatschappelijke en politieke veranderingen
Sociaal-cultureel werk waarbij de werking hoofdzakelijk uit culturele, technische, muzische, sportieve, religieuze of kunst aangelegenheden en activiteiten (niet limitatief) bestaat, kunnen in de desbetreffende sectoren terecht (ook hun jongerenwerkingen) en worden niet onder deze noemer van plaatselijk particulier jeugdwerk gecatalogeerd.
Bij moeder/dochterverenigingen waarbij de moedervereniging op één of andere manier subsidies krijgt van het stadsbestuur, zal bijgevolg voor de dochtervereniging duidelijk moeten kunnen aangetoond worden dat die over een volledig aparte werking beschikt, met eigen leden en leiding, met gescheiden budgetten én die past in de bovenstaande definitie van plaatselijk particulier jeugdwerk.
Bij twijfel en/of betwisting beslist het schepencollege na advies van de stedelijke jeugdraad.
BEGUNSTIGDEN
Artikel 4
De subsidie kan worden toegekend aan erkende jeugdverenigingen die:
• voldoen aan de voorwaarden en criteria vermeld in dit reglement;
• een volledige aanvraag indienen binnen de voorziene termijn.
VOORWAARDEN
Artikel 5 De erkenning
Om erkend te worden en te blijven, moeten de plaatselijke jeugdverenigingen aan volgende voorwaarden voldoen:
• Aan plaatselijk particulier jeugdwerk doen met en/of voor kinderen en jongeren onder de 30 jaar.
• Geleid worden door een begeleidersploeg of een bestuur dat uit minstens 3 personen bestaat. Het bestuur en/of de ploeg van begeleiders, die zich vrijwillig inzetten, bestaat uit ten minste 3/4 personen jonger dan 30 jaar en uit ten minste 2 personen ouder dan 18 jaar, waaronder de hoofdverantwoordelijke.
• Bestaan uit minstens 15 leden excl. leiding.
• Kinderen en jongeren opvoeden tot verdraagzaamheid en democratische ingesteldheid.
• In Tielt jaarlijks minstens 6 activiteiten organiseren voor de eigen leden of voor een ruim publiek. Behalve voor weekends en kampen dienen:
o In regel minstens 75% van alle activiteiten in Tielt plaats te vinden. Activiteiten waarvoor de leden in Tielt verzamelen en waarbij men zich gezamenlijk verplaatst, worden beschouwd als activiteiten die in Tielt plaatsvinden (vb. gaan zwemmen naar Deinze, filmbezoek in Roeselare enz.).
o uitzondering hierop: of minstens 50% van de activiteiten in Tielt (cfr. supra) plaats te vinden en toont de vereniging aan dat ze effectief een Tieltse vereniging zijn met maatschappelijke zetel in en werking gericht op Tielt, maar met regionale uitstraling. Indien dit een nieuwe vereniging betreft worden deze voorwaarden de eerste 3 jaar na elkaar grondig geëvalueerd, waarbij zowel de jeugdraad als de jeugddienst het schepencollege advies verstrekt of de vereniging in aanmerking kan komen als plaatselijk particulier jeugdwerk.
o Activiteiten voor ruim publiek moeten altijd op het grondgebied van Tielt plaatsvinden.
• Het jeugdwerkinitiatief moet aantonen dat er een verzekering werd afgesloten voor lichamelijke ongevallen en burgerlijke aansprakelijkheid voor hun leden, leiding en bestuur, hetzij via een koepelorganisatie, hetzij via een privéverzekering.
• De vereniging heeft geen commerciële doelstellingen en moet of lid zijn van een koepelorganisatie (landelijk erkend jeugdwerk) of een vzw-structuur hebben.
• Het jeugdwerkinitiatief is houder van een zichtrekening op naam van het initiatief.
• Een jeugdwerkinitiatief kan pas erkend worden in Tielt als de vereniging een werkingsadres heeft op het grondgebied van de gemeente.
• Bij de Stedelijke Jeugddienst een degelijk ingevuld erkenningsformulier indienen vóór 30 september van het jaar volgend op het (eerste) werkingsjaar.
• Nadere inlichtingen en controle toestaan over het erkenningsformulier. De jeugddienst kan een financieel verslag, ledenlijsten etc. opvragen. Het verstrekken van deze inlichtingen kan geweigerd worden, met als gevolg dat de vereniging niet erkend kan worden.
• Een nieuwe jeugdvereniging die erkend wenst te worden, dient na een volledig werkingsjaar een erkenningsformulier in waaruit blijkt dat ze voldoen aan alle voorwaarden zoals bepaald in artikel 5. Vooraleer de Stedelijke Jeugdraad het college adviseert over de erkenning, stelt de jeugdvereniging haar werking voor op de Algemene Vergadering. Dit gebeurt op initiatief van de jeugdvereniging.
Artikel 6 De werkings- en kadervormingssubsidies
Om in aanmerking te komen voor de werkings- of kadervormingssubsidies, moet de vereniging:
• erkend zijn door het college ingevolge de bepalingen voorzien in artikel 5, De erkenning;
• 1 volledig werkingsjaar kunnen bewijzen;
• bij de Dienst Jeugd een degelijk ingevuld subsidie aanvraagformulier indienen vóór 30 september volgend op het werkingsjaar;
• nadere inlichtingen en controle toestaan over het aanvraagformulier. De jeugddienst kan een financieel verslag opvragen;
• aanvaarden verantwoording af te leggen tegenover het Stadsbestuur betreffende de aanwending van de subsidies;
• een vereniging die zijn activiteiten niet meer verderzet in het lopend of volgend werkjaar kan geen subsidies meer krijgen, zelfs al spreken de subsidies zelf op een vorig werkjaar.
PROCEDURE
Artikel 7 Aanvraag
• Aanvragen gebeuren via het digitaal loket en moeten elk jaar ingediend worden vóór 30 september.
• Het erkenningsformulier moet ingevuld worden op het daartoe bestemde document.
• Het subsidieformulier moet ingevuld worden op het daartoe bestemde document zodat alle elementen die nodig zijn voor de berekening van de werkings- en kadervormingstoelagen duidelijk zijn. De nodige bijlagen en bewijzen dienen toegevoegd te worden. Indien geen bewijs toegevoegd is waar nodig kunnen geen punten toegekend worden.
Artikel 8 Beoordeling
De dossierbehandeling gebeurt door de dienst Jeugd. Het resultaat van de puntenberekening en de daaruit volgende subsidiebedragen, worden door de dienst Jeugd voor advies voorgelegd aan de Stedelijke Jeugdraad.
Artikel 9 De lijst met erkende jeugdverenigingen
De Stedelijke Jeugddienst maakt ieder jaar een lijst op van de erkende verenigingen en legt deze ter goedkeuring voor aan het College van Burgemeester en Schepenen, na advies van de Stedelijke Jeugdraad.
Artikel 10 Beslissing
Het schepencollege beslist over de toekenning van de subsidies na voorlegging van het dossier met het ontwerpvoorstel en toelichting van de Dienst Jeugd en het advies van de Stedelijke Jeugdraad.
Artikel 11 Beëindigen erkenning
Het college kan, na advies van de jeugdraad, een erkenning onmiddellijk beëindigen wanneer niet meer voldaan wordt aan de voorwaarden bepaald in artikel 5. Indien aan één punt van artikel 5 niet voldaan wordt, vervalt de erkenning automatisch bij aanvang van het nieuw werkjaar.
Artikel 12 Uitbetaling
De uitbetaling van de subsidie gebeurt op bevel van het College van Burgemeester en Schepenen, binnen de 2 maanden na de beslissing van het schepencollege en door middel van overschrijving op de rekening van de jeugdvereniging.
SUBSIDIEBEDRAG
Artikel 13 De werkingssubsidies
In het budget van de stad wordt ieder jaar een bedrag voorzien voor de werkingssubsidies, dat jaarlijks volledig wordt uitgekeerd aan de erkende jeugdverenigingen, volgens de voorwaarden en berekening die hierna worden vastgelegd. De werkingssubsidies worden berekend op basis van de gegevens en de activiteiten van het vorige werkjaar.
De punten per vereniging worden verdeeld zoals in de puntenregeling voorzien.
Artikel 14 De puntenregeling
• Basissubsidie: €100 forfaitair
• Activiteiten en ledenaantal: Het ledenaantal (=attest van de verzekering met het aantal verzekerde leden bijgevoegd of =ledenlijst (naam, adres, telnr en geboortedatum) én attest verzekering zonder aantal personen bijgevoegd) wordt vermenigvuldigd met:
o 1 (als de vereniging hoofdzakelijk (= +50%) halve dagactiviteiten (= minder dan 6u) organiseert)
o 2 (als de vereniging hoofdzakelijk (= +50%) volledige dagactiviteiten (= meer dan 6 uur effectieve activiteit voor de leden) organiseert)
o 1,5 (wanneer de vereniging ongeveer evenveel volle als halve dagactiviteiten organiseert; het is aan de vereniging om dit uitgebreid aan te tonen, anders komen ze in de categorie halve dagactiviteiten terecht)
En daarna vermenigvuldigd met:
o 60 (voor een vereniging met hoofdzakelijk wekelijkse werking)
o 30 (voor een vereniging met hoofdzakelijk 2-wekelijkse werking)
o 15 (voor een vereniging met hoofdzakelijk maandelijkse werking)
o 5 (voor een vereniging met hoofdzakelijk sporadische werking)
• Activiteiten ruim publiek: Het betreft activiteiten die door de vereniging ingericht worden met de bedoeling een ruim publiek te bereiken. Deze activiteiten moeten plaatsvinden op het grondgebied van Tielt. Voorbeelden zijn theater- of filmvoorstelling, fuif, barbecue, enz... en die toegankelijk zijn voor leden en niet-leden. De vereniging moet de effectieve hoofdorganisator zijn (bewijsstuk bijvoegen). Er kan maximum 1 activiteit ruim publiek per dag ingebracht worden.
Forfait 200 punten per activiteit.
Weekends en kampen: Zelf ingerichte jeugd- of jongerenkampen en/of -weekends met een minimum van 15 deelnemers (excl. leiding). Om als kamp of weekend in aanmerking te komen zijn minstens 2 overnachtingen vereist. Indien men aansluit bij een groter organisatieverband (vb. gewestelijk kamp, nationale organisatie enz.) moet de vereniging aantonen dat dit enkel om praktisch organisatorische redenen gebeurt en de eigen leden over een eigen kampprogramma beschikken.
o Per kamp of weekend worden de punten apart gerekend (cfr. aantal deelnemers)
o Het aantal effectieve deelnemers (leden!) X het aantal dagen (=einddatum-vertrekdatum) X Factor 5 voor kampen waarvan de leden -16 jaar zijn en X factor 3 voor kampen waarvan de leden +16 jaar zijn.
o bewijsstuk + ledenlijst (naam, adres, geboortedatum, en gsmnr) van de effectief deelgenomen leden per kamp moet worden bijgevoegd, de aanwezige leiding dient apart vermeld op de lijst, (bij ontbreken van dit element bij kampen +16, wordt 10% als leiding genomen).
• Bijzondere bepalingen: Voor enkele welbepaalde situaties kunnen extra punten bekomen worden.
o Bijzonder doelpubliek
Er zijn 2 mogelijkheden waarbij er keuze dient gemaakt te worden tussen 1 van de 2 (geen combinatie mogelijk):
1. initiatief werkend met maatschappelijk kwetsbare kinderen en jongeren
Voor jeugdverenigingen die kunnen aantonen dat zij zich specifiek richten tot een maatschappelijk kwetsbaar doelpubliek. Hiervoor voegen zij een gemotiveerd schrijven bij het subsidiedossier en worden zij, desgevallend en na advies van de jeugdraad, als dusdanig erkend door het schepencollege. Deze erkenning moet jaarlijks opnieuw aangevraagd en geëvalueerd worden.
Punten worden vermenigvuldigd met factor 1,2 met een maximum van 1200 punten extra.
2. Speciale regelingen i.v.m. maatschappelijk kwetsbare kinderen en jongeren:
Voor jeugdverenigingen die kunnen aantonen dat zij voor leden die maatschappelijk kwetsbaar zijn speciale regelingen treffen, krijgen zij per regeling extra punten. Voorbeelden hiervan zijn: afbetalingsplan inschrijvingsgeld kampen; mogelijkheid tot tweedehands uniformen; toegankelijkheid andersvaliden, etc..
Per speciale regeling 100 punten, met een maximum van 1000 extra punten.
o Milieu en solidariteit
Het organiseren van acties met het maatschappelijk belang indachtig wordt gestimuleerd. Indien acties gericht op milieu en solidariteit worden georganiseerd worden, met het oog op de winst te geven aan goede doelen die goedgekeurd werden door de Koning Boudewijnstichting of die het duidelijk een rechtstreeks lokaal belang behartigen (e.g. zwerfvuilactie), worden een aantal extra punten toegekend per actie indien hierbij minstens 15 leden aan deelnemen en het eigen belang niet primeerde tijdens de actie.
Een bewijsstuk dient toegevoegd te worden in bijlage.
Per actie 100 punten, met een maximum van 1000 extra punten.
• Varia
o Website: Jeugdverenigingen die over een website beschikken kunnen hiervoor 400 punten toegekend worden. De punten kunnen alleen worden toegekend als de website echt up-to-date is en dient de komende activiteiten aan te kondigen, voldoende contactgegevens te vermelden en een rubriek over de voorbije activiteiten met verslagen of foto’s bevatten. 1 jaarlijkse update is niet voldoende.
Forfait 400 punten
o Vertegenwoordiging: Deelname aan de Jeugdraad (Algemene vergadering of Werkgroep), punten per keer de vereniging vertegenwoordigd is.
200 punten per vertegenwoordiging.
Artikel 15 De kadervormingssubsidies
Binnen de perken van de kredieten van het goedgekeurde budget, worden kadervormingstoelagen verleend aan de Tieltse erkende jeugdverenigingen volgens de normen en voorwaarden die hierna worden vastgelegd.
Het bedrag voorzien voor de kadervormingstoelagen wordt verdeeld over 2 delen: A en B, elk voor 1/2 van het totale bedrag. Indien voor 1 deel niemand inschrijft, worden het bedrag overgeheveld naar het andere deel, indien voor beide delen geen enkele vereniging inschrijft, wordt dit krediet verdeeld over alle verenigingen volgens de verdeelsleutel van de werkingssubsidies.
Er moet per deel (A en B) ingeschreven worden en daarbij moeten per onderdeel de nodige bewijsstukken geleverd worden.
De kadervormingssubsidies worden als volgt berekend:
• Deel A:
Beoogt het subsidiëren van het aandeel (percentagegewijs) gebrevetteerde animatoren in de bestaande leidingsploeg. Het bedrag wordt verdeeld over de erkende jeugdverenigingen die hiervoor inschrijven, volgens de verdeling zoals hierboven beschreven en voor het voorbije werkjaar.
De jeugdverenigingen die inschrijven voor dit luik van de subsidies dienen (voor het voorbije werkjaar) een lijst ter beschikking te stellen van de gehele leidingploeg, met de voornaamste gegevens (mail, gsm, geboortedatum, adres). Daarnaast worden kopieën toegevoegd van de erkende attesten in het jeugdwerk (animator, hoofdanimator, instructeur, expert in het jeugdwerk) van de betreffende begeleiders.
De berekening:
o uit de verhouding leiding met een attest / volledige leiding wordt een percentage getrokken;
o dit percentage wordt het puntenaantal van die vereniging;
o alle punten van de ingeschreven verenigingen worden samengeteld en het subsidiebedrag Deel A kadervorming wordt gedeeld door het totaal aantal punten;
o dit geeft de geldwaarde per punt op;
o het aantal punten per jeugdvereniging wordt vermenigvuldigd met de geldwaarde.
o Het resultaat is het subsidiebedrag waarop de vereniging recht heeft.
• Deel B:
Beoogt het subsidiëren van nieuwe attesten behaald door de leiding van een vereniging in het voorbije werkjaar, dat loopt van 1 september tot 31 augustus.
o De cursussen die voor betoelaging in aanmerking komen moeten erkend zijn door de Vlaamse overheid en ingericht worden door een vereniging met een erkend kadervormingstraject.
o Andere cursussen die in aanmerking kunnen genomen worden dienen duidelijk te passen in de definitie van het plaatselijk particulier jeugdwerk. Indien dit niet zo is worden zij uitgesloten, de dienst Jeugd neemt hierin een beslissing. Cursussen uit het reguliere onderwijs komen niet in aanmerking.
De gevolgde kadervorming moet bewezen worden aan de hand van attesten afgeleverd door de kadervormingsinstellingen. Het attest dient minstens volgende elementen te bevatten:
o naam en adres van de kadervormingsinstelling;
o naam, adres en leeftijd van de deelnemers, onderwerp van de kadervorming, data waarop de cursus plaatsvond en bij voorkeur het aantal uren dat kadervorming gevolgd werd. Indien het attest geen uren vermeldt, wordt 2 uur per dag gerekend. Per dag wordt een maximum van 10 uur werkelijke kadervorming in aanmerking genomen. Geschreven aanvullingen op de attesten kunnen enkel aanvaard worden mits aangevuld met stempel en handtekening van de organiserende instantie;
o desgevallend de melding dat de vorming erkend werd door de afdeling Jeugd en Sport van de Vlaamse Gemeenschap, eventueel het erkenningsnummer.
De berekening:
o het subsidiebedrag kadervorming wordt gedeeld door het totaal aantal uren van alle attesten;
o dit geeft de geldwaarde van één uur kadervorming;
o het totaal aantal uren per jeugdvereniging wordt vermenigvuldigd met de geldwaarde;
o het resultaat is het subsidiebedrag waarop de vereniging recht heeft.
Artikel 16 Algemene bepalingen
Afdelingen van verenigingen die georganiseerd zijn op basis van geslacht en/of leeftijd, kunnen niet als afzonderlijke verenigingen worden betoelaagd. Hun activiteiten worden betoelaagd via de hoofdvereniging. Opsplitsing van vereniging is wel mogelijk op basis van geografische spreiding en/of nationale erkenning. In geval van betwisting wordt door de Algemene Vergadering van de Stedelijke Jeugdraad een voorstel uitgewerkt en advies uitgebracht aan het College van Burgemeester en Schepenen dat beslist.
Voor éénzelfde activiteit kan bij de Stad Tielt slechts één keer subsidie aangevraagd worden. Activiteiten die reeds aangevraagd werden bij de sport, cultuur of andere sector, kunnen niet meer bij de jeugdsector ingediend worden. Nominatieve subsidies worden beschouwd als subsidies voor alle activiteiten van die betreffende vereniging, die binnen dit reglement zodoende geen aanspraak meer kan maken op subsidies. Religieuze erediensten of activiteiten worden niet aanvaard als activiteit binnen het jeugdwerk.
CONTROLE
Artikel 17
Een vereniging of organisatie die een erkenning aanvraagt, aanvaardt de voorwaarden uit dit reglement en aanvaardt controle van het Stadsbestuur en de ertoe aangestelde ambtenaar.
Indien blijkt dat door de plaatselijke organisaties onjuiste gegevens werden verstrekt, of indien de voorwaarden van dit reglement niet werden nageleefd, kan het College van Burgemeester en Schepenen:
• de op grond van dit reglement toegekende subsidies geheel of gedeeltelijk terugvorderen of;
• de op grond van andere reglementen verworven gunstregelingen, bekomen door erkenning op basis van dit reglement, alsnog volledig aanrekenen.
BIJKOMENDE BEPALINGEN
Artikel 18 De jeugdlokalen
De gemeentelijke jeugdlokalen op regelmatige basis gecontroleerd door de dienst Jeugd. De jeugdvereniging krijgt daarvan feedback via de dienst Jeugd. Indien bij deze controles echter wordt vastgesteld dat de lokalen zeer vuil en smerig blijven, dat elementaire veiligheidsaspecten of andere afspraken genegeerd worden in de lokalen, krijgt de jeugdvereniging een officiële verwittiging van de dienst Jeugd. Tussen 2 officiële verwittigingen krijgt de jeugdvereniging 1 maand tijd om de situatie in orde te brengen. Na een 2de verwittiging wordt bij een volgende berekening van de subsidiepunten de punten herrekent:
• bij de 2de verwittiging binnen de termijn van 1 jaar wordt 1/4 van het totaal aantal punten afgehouden;
• bij de 3de verwittiging binnen de termijn van 1 jaar wordt 1/2 van het totaal aantal punten afgehouden;
• bij de 4de verwittiging binnen de termijn van 1 jaar wordt 3/4 van het totaal aantal punten afgehouden;
• bij de 5de verwittiging binnen de termijn van 1 jaar worden geen subsidies meer verstrekt.
Deze maatregel sluit andere maatregelen inzake het gebruik van de jeugdlokalen niet uit.
INWERKINGTREDING
Artikel 19 Overgangsbepalingen
Bij wijze van overgangsmaatregel worden dossiers ingediend voor het in werking treden van dit reglement nog behandeld volgens de bepalingen van het subsidiereglement voor de jeugdsector goedgekeurd in de GR dd. 06.06.2019, het gemeentelijk kaderreglement inzake de subsidiëring van het jeugdwerk te Meulebeke gewijzigd september 2015 en het gemeentelijk subsidiereglement voor betoelaging van jeugd- en jongerenverenigingen te Meulebeke.
Artikel 20 Inwerkingtreding
Dit reglement treedt in werking op 1 januari 2026.
Artikel 21 Betwistingen
Eventuele bezwaren van de verenigingen bij de toepassing van dit reglement, moeten gericht worden aan het College van Burgemeester en Schepenen. Alle betwiste en/of in dit reglement niet voorziene gevallen, worden door het College van Burgemeester en Schepenen beslecht, na advies van de Stedelijke Jeugdraad.
BEKENDMAKING
Artikel 22
Deze beslissing zal worden bekendgemaakt via de website van de Stad en zal worden overgemaakt aan de Stedelijke Jeugdraad.
Artikel 5
Dit reglement treedt in werking op 01.01.2026.
Artikel 6
Dit besluit zal worden bekendgemaakt overeenkomstig artikel 286 en artikel 287 van het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017.
Het decreet van 22.12.2017 over het lokaal bestuur, in het bijzonder artikel 2, artikel 40§3 en artikel 41.
Het decreet van 22.12.2017 over het lokaal bestuur in het bijzonder artikel 351.
Besluit van de gemeenteraad van Tielt 03.06.2004 betreffende het reglement voor het verlenen van toelagen voor het aanpassen of verbouwen van handelspanden in functie van de toegankelijkheid voor personen met een handicap.
In de gemeenteraad van Tielt van 03.06.2004 werd het reglement voor het verlenen van toelagen voor het aanpassen of verbouwen van handelspanden in functie van de toegankelijkheid voor personen met een handicap goedgekeurd. In Meulebeke bestond dergelijk reglement niet.
Ingevolge de fusie die ingegaan is op 01.01.2025 en rekening houdende met het nieuwe meerjarenplan 2026-2031, wordt er voorgesteld om het bestaande reglement op te heffen en een toelagereglement voor het aanpassen of verbouwen van handelspanden in functie van de toegankelijkheid voor personen met een handicap vast te stellen voor het hele grondgebied.
Hiermee worden de eigenaars, erfpachters, vruchtgebruikers of huurders van handelspanden gemotiveerd om hun winkels maximaal toegankelijk te maken voor alle burgers.
Het ontwerp van reglement wordt ter goedkeuring aan de gemeenteraad voorgelegd.
De geraamde uitgaven voor de toelage voor het aanpassen of verbouwen van handelspanden in functie van de toegankelijkheid voor personen met een handicap worden opgenomen in het meerjarenplan 2026-2031.
De gemeenteraad beslist:
Artikel 1
Het besluit van de gemeenteraad van Tielt van 03.06.2004 betreffende het reglement voor het verlenen van toelagen voor het aanpassen of verbouwen van handelspanden in functie van de toegankelijkheid voor personen met een handicap wordt opgeheven.
Artikel 2
Het reglement betreffende de toelage voor het aanpassen of verbouwen van handelspanden in functie van de toegankelijkheid voor personen met een handicap wordt als volgt vastgesteld:
DOEL VAN HET REGLEMENT
Artikel 1
Met dit reglement wil de stad het aanpassen of verbouwen van handelspanden in functie van de toegankelijkheid voor personen met een handicap ondersteunen.
Dit reglement bepaalt wie in aanmerking komt om de toelage te ontvangen, op basis van duidelijke voorwaarden en criteria.
DOELGROEP EN TOEPASSINGSGEBIED
Artikel 2
De toelage kan worden aangevraagd door:
De eigenaar, erfpachter, vruchtgebruiker of huurder van een handelspand.
De toelage is bedoeld voor:
Het treffen van voorzieningen voor personen met een handicap: bij aanpassing of verbouwing van bestaande handelspanden die als handelshuis geregistreerd zijn bij het kadaster (inbegrepen vrije beroepen en diensten).
De volgende werken worden betoelaagd:
- A1 Het voorzien van een toilet voor rolstoelgebruikers;
- A2 Het toegankelijk maken van de handelsruimte voor rolstoelgebruikers door het vernieuwen of verbouwen van de inkomdeur;
- A3 Het toegankelijk maken van de handelsruimte voor rolstoelgebruikers door het verlagen van de inkomdorpel of het voorzien van een helling binnen de rooilijn.
Op voorwaarde dat:
a. voldaan wordt aan de volgende prioriteiten:
- A1 is betoelaagbaar indien voldaan is of wordt aan A2 en A3;
- A2 is betoelaagbaar indien aan A3 voldaan is of wordt;
- A3 is betoelaagbaar indien aan A2 voldaan is of wordt.
b. voldaan wordt aan de volgende criteria voor A1 (toilet):
- het toilet is bereikbaar voor rolstoelgebruikers;
- er is een vrije doorgangsbreedte van minimum 0,90 m;
- de wc-ruimte moet een draaicirkel hebben van minimum 1,50 meter vrij van obstakels;
- aan minstens één zijde van de toiletpot moet er een vrije ruimte zijn van minimum 90 cm;
- het toilet zelf is geschikt voor rolstoelgebruikers;
- er zijn handgrepen voorzien.
c. voldaan wordt aan de volgende criteria voor A2 (inkom):
- ter hoogte van de inkomdeur van de handelsruimte moet een minimum vrije horizontale bewegingsruimte zijn van minimum 1,20 m breedte en minimum 1,50 lengte;
- de vrije doorgangsbreedte van de deur moet minstens 0,90 m zijn.
d. voldaan wordt aan de volgende criteria voor A3 (dorpel):
- ter hoogte van de inkom is een maximale opstap van 2 cm;
- ter hoogte van de inkom is een helling van maximum 7% voor een maximale lengte van 5 m en een helling van maximum 5% voor een maximale lengte van 10 m in één stuk.
BEGUNSTIGDEN
Artikel 3
De premie wordt toegekend aan de aanvrager in zijn hoedanigheid van eigenaar, erfpachter, vruchtgebruiker of huurder van het handelspand.
De huurder, erfpachthouder of vruchtgebruiker dient bij zijn aanvraag een overeenkomst te voegen waaruit blijkt dat de eigenaar instemt met de uit te voeren werkzaamheden.
De begunstigde is verantwoordelijk voor de correcte besteding van de toelage en het tijdig indienen van de nodige verantwoordingsstukken.
VOORWAARDEN
Artikel 4
• Om in aanmerking te komen moet:
o Voldaan worden aan de voorwaarden en criteria vermeld in dit reglement
o een volledige aanvraag ingediend worden binnen de voorziene termijn
PROCEDURE
Artikel 5
• Aanvraag
De aanvraag wordt ingediend bij het College van Burgemeester en Schepenen voor de aanvang van de werken, door middel van een formulier dat door het stadsbestuur ter beschikking wordt gesteld.
De werken mogen slechts aangevangen worden na principieel akkoord van het College van Burgemeester en Schepenen nadat een controle ter plaatse van het aanvraagdossier werd uitgevoerd.
Ingeval een omgevingsvergunning vereist is, kan de toelage niet worden toegekend vooraleer deze vergunning bekomen is.
De aanvraag moet een gedetailleerde beschrijving van de werken bevatten.
Meerwerken worden bij definitieve beslissing niet meer in aanmerking genomen.
• Beslissing en uitbetaling
De toelage wordt vastgesteld en uitbetaald op basis van de voorgelegde facturen van de uitvoerende aannemers(s) en/of van de aankoopfacturen van de materialen voor deze aanvragen waarvan de werken door de aanvrager, geheel of gedeeltelijk, worden uitgevoerd.
Deze facturen moeten voldoende gedetailleerd worden zodat de ambtenaren van het stadsbestuur de gegevens kunnen controleren.
Het niet verstrekken van de nodige gegevens voor controle, het opgeven van onjuiste gegevens of het aanrekenen van te hoge prijzen kan het verval van recht op de premie of de beperking van het premiebedrag meebrengen. Alle betwistingen worden zonder verhaal door het College van Burgemeester en Schepenen beslecht.
TOELAGEBEDRAG
Artikel 7
De toelage, die per geval slechts éénmaal per handelspand verkregen kan worden, bedraagt 60% van de werkelijk betaalde kosten, die bewezen worden met facturen van de geregistreerde aannemer(s). De maximale toelage bedraagt:
- In geval A1: 500,00 euro
- In geval A2: 500,00 euro
- In geval A3: 500,00 euro
CONTROLE EN EVENTUELE SANCTIES
Artikel 8
• De stad behoudt zich het recht voor om op elk moment controles uit te voeren op de besteding van de toelage.
• Als uit de controle blijkt dat de toelage niet correct werd gebruikt of dat onjuiste informatie werd verstrekt, kan de toelage geheel of gedeeltelijk worden teruggevorderd.
• Bij ernstige inbreuken kan de aanvrager worden uitgesloten van toekomstige toelagemogelijkheden.
BIJKOMENDE BEPALINGEN
Artikel 9
• De toelage wordt enkel toegekend binnen de grenzen van het beschikbare budget en de jaarlijkse kredieten zoals vastgelegd in het meerjarenplan.
• De aanvraag-premiegerechtigde verbindt er zich toe het bedrag van de toelage volledig terug te betalen indien de uitgevoerde (betoelaagde) werkzaamheden worden gewijzigd of de bestemming van het goed verandert in die zin dat het handelspand niet meer toegankelijk is voor publiek, binnen een termijn van vijf jaar ingaande op 1 januari van het jaar dat volgt op dat waarin de premie definitief werd toegekend.
INWERKINGTREDING
Artikel 10
Dit reglement treedt in werking op 01 januari 2026.
BEKENDMAKING
Artikel 11
Dit reglement wordt bekendgemaakt via de website van de stad.
Artikel 3
Dit reglement treedt in werking op 01.01.2026.
Artikel 4
Dit besluit zal worden bekendgemaakt overeenkomstig artikel 286 en artikel 287 van het decreet over het lokaal bestuur van 22.12.2017.
Het decreet van 22.12.2017 over het lokaal bestuur, in het bijzonder artikel 2, artikel 40§3 en artikel 41.
Het decreet van 22.12.2017 over het lokaal bestuur in het bijzonder artikel 351.
Besluit van de gemeenteraad van Tielt 06.10.2016 betreffende "subsidiereglement voor het inzaaien van een groenbedekker als maatregel tegen erosie".
Besluit van de gemeenteraad van Meulebeke van 10.04.2019 betreffende "premie gemeentelijke toelage groenbemesting", van toepassing voor het plantseizoen 2019 t.e.m. 2024.
In de gemeenteraad van Tielt van 06.10.2016 werd het "subsidiereglement voor het inzaaien van een groenbedekker als maatregel tegen erosie" goedgekeurd.
In de gemeenteraad van Meulebeke van 10.04.2019 werd het "premiereglement gemeentelijke toelage groenbemesting" goedgekeurd, van toepassing voor het plantseizoen 2019 t.e.m. 2024.
Ingevolge de fusie die ingegaan is op 01.01.2025 en rekening houdende met het nieuwe meerjarenplan 2026-2031, wordt er voorgesteld om een nieuw subsidiereglement voor de inzaai van groenbedekkers vast te stellen.
Een subsidiereglement voor de inzaai van groenbedekkers zet de landbouwers aan tot het inzaaien van groenbedekkers na de hoofdteelt, om de bodemstructuur en de humustoestand van de gronden te verbeteren en erosie en afspoeling tegen te gaan. De inzaai van groenbedekkers komt ook de waterhuishouding ten goede, aangezien er minder spoelwater en modder van de velden in de grachten en het openbaar rioleringsstelsel terechtkomen. De groenbedekkers fungeren ook als vanggewas voor stikstof die na de oogst in de grond achterblijft en in de winter zou uitspoelen. De groenbedekker wordt als organische meststof ingeploegd.
De percelen die in aanmerking komen voor de subsidie moeten gelegen zijn op het grondgebied van Tielt. Bijgevolg zullen landbouwers die gevestigd zijn in een andere gemeente, maar die groenbedekkers hebben ingezaaid op percelen die zij gebruiken op het grondgebied van Tielt, ook in aanmerking komen voor de subsidie. De subsidie groenbedekkers is immers een grondgebonden subsidie waardoor het niet wettelijk zou zijn om percelen met groenbedekkers in gebruik van een niet-Tieltse landbouwer te gaan uitsluiten.
Er wordt voorgesteld om het bedrag van 25,00 euro per hectare toe te kennen, met toepassing van een maximum van 10 hectare.
De subsidie kan elk jaar opnieuw aangevraagd worden voor de in dat jaar ingezaaide groenbedekkers.
Het besluit van de gemeenteraad van Tielt van 06.10.2016 betreffende "subsidiereglement voor het inzaaien van een groenbedekker als maatregel tegen erosie" dient te worden opgeheven.
Het "premiereglement gemeentelijke toelage groenbemesting" zoals goedgekeurd in zitting van de gemeenteraad van Meulebeke van 10.04.2019, is reeds geëindigd op 31.12.2024.
Het ontwerp van reglement werd besproken in de milieuraad op 24.11.2025 en de milieuraad verleende een gunstig advies.
Door raadsleden Katrien Seys, Danny Bossuyt en Jean-Marie Gunst (Team BURGEMEESTER) werd volgend amendement ter stemming aan de gemeenteraad voorgelegd:
Met 13 stemmen voor (Danny Bossuyt, Veerle Vervaeke, Dirk Verwilst, Katrien Seys, Benedikt Van Staen, Kristof Vande Walle, Jean-Marie Gunst, Bernard De Marez, Lieven Vaneeckhoute, Koen Desmet, Filip Naert, Isabelle Van de Cappelle, Bert Verdru), 17 stemmen tegen (Glenn Lambert, Luc Vannieuwenhuyze, Pascale Baert, Birger De Coninck, Lieve Germonprez, Vincent Byttebier, Grietje Goossens, Didier Van Nieuwenhuyse, Marie De Cloet, Klaas Carrette, Simon Bekaert, Nele Callens-Gelaude, Hedwig Verdoodt, Joris Vande Vyvere, Mouna Belkadi, Rik Stevens, Stijn Dermul)
Het amendement wordt bijgevolg niet goedgekeurd.
De geraamde uitgaven voor de subsidie voor de inzaai van groenbedekkers worden opgenomen in het meerjarenplan 2026-2031.
De gemeenteraad beslist:
Artikel 1
Het besluit van de gemeenteraad van Tielt van 06.10.2016 betreffende "subsidiereglement voor het inzaaien van een groenbedekker als maatregel tegen erosie" wordt opgeheven.
Artikel 2
Het besluit van de gemeenteraad van Meulebeke van 10.04.2019 betreffende "premie gemeentelijke toelage groenbemesting" is reeds geëindigd op 31.12.2024.
Artikel 3
Het reglement betreffende de premie voor de inzaai van groenbedekkers wordt als volgt vastgesteld:
DOEL VAN HET REGLEMENT
Artikel 1
Met dit reglement wil de stad financiële ondersteuning bieden aan landbouwers die een groenbedekker hebben ingezaaid op percelen gelegen op het grondgebied van Tielt, dit om de bodemstructuur te verbeteren en erosie en uitspoeling van nutriënten tegen te gaan.
Dit reglement bepaalt wie in aanmerking komt om de subsidie te ontvangen, op basis van duidelijke voorwaarden en criteria.
DEFINITIES
Artikel 2
In dit reglement betekent:
• landbouwer = elke natuurlijke persoon of rechtspersoon of groep van natuurlijke personen of rechtspersonen die een landbouwactiviteit uitoefent valt onder de term landbouwer. Ook tuinbouwers vallen onder de noemer landbouwer.
• Groenbedekkers = alle soorten die zijn opgenomen in de tabel ‘aanbreng organische koolstof via teeltplan - Groenbedekker als nateelt’ horende bij de verzamelaanvraag.
DOELGROEP EN TOEPASSINGSGEBIED
Artikel 3
De subsidie kan worden aangevraagd door:
• elke land- of tuinbouwer in hoofd- of bijberoep, zowel in de hoedanigheid van een natuurlijk persoon als van een vaste vertegenwoordiger van een vennootschap, die over een landbouwnummer beschikt en gronden, gelegen op het grondgebied van de gemeente Tielt, bewerkt.
De subsidie is bedoeld voor:
• Het financiëel compenseren van de inzaai van een groenbedekker
• Het aanmoedigen van de inzaai van groenbedekkers
BEGUNSTIGDEN
Artikel 4
De subsidie kan worden toegekend aan:
• elke land- of tuinbouwer in hoofd- of bijberoep, zowel in de hoedanigheid van een natuurlijk persoon als van een vaste vertegenwoordiger van een vennootschap, die over een landbouwnummer beschikt en
die
• voldoet aan de voorwaarden en criteria vermeld in dit reglement
• en een volledige aanvraag indient binnen de voorziene termijn
De begunstigde is verantwoordelijk voor het tijdig indienen van het aanvraagformulier en de nodige verantwoordingsstukken.
VOORWAARDEN
Artikel 5
Om in aanmerking te komen moet:
• De groenbedekker ingezaaid zijn op een perceel op het grondgebied van Tielt
• De groenbedekker voor 31 oktober gezaaid worden en behouden blijven op het perceel tot 1 februari
PROCEDURE
Artikel 6
• Aanvraag
o Aanvragen gebeuren via een aanvraagformulier dat ter beschikking wordt gesteld op de website van Tielt of via het digitaal loket op de website van Tielt.
o De aanvraag moet ingediend worden ten laatste op 1 november bij het college van burgemeester en schepenen t.a.v. de dienst milieu.
• Beoordeling
o Bij de aanvraag moeten volgende documenten gevoegd worden:
- De opgave van de oppervlakte en ligging van de met groenbedekker ingezaaide percelen aan de hand van de luchtfoto horende bij de verzamelaanvraag en de verzamelaanvraag zelf.
• Beslissing
o Na nazicht door de administratie worden de aanvragen ter goedkeuring voorgelegd aan het college van burgemeester en schepenen.
• Uitbetaling
o De subsidie wordt uitbetaald na goedkeuring door het college van burgemeester en schepenen.
PREMIEBEDRAG
Artikel 7
De subsidie bedraagt 25 euro per hectare, met een maximum van 250 euro (10 ha). De subsidie voor de gedeelten van een hectare wordt in verhouding berekend.
Artikel 8
Het college van burgemeester en schepenen beslist over de toekenning van de subsidie binnen de perken van de op de begroting voorziene en goedgekeurde kredieten.
CONTROLE EN EVENTUELE SANCTIES
Artikel 9
• De stad behoudt zich het recht voor om op elk moment controles uit te voeren op de percelen ter plaatse om de juistheid van de aanvraag na te gaan.
• Als uit de controle blijkt dat onjuiste informatie werd verstrekt, kan de aanvraag niet weerhouden worden of kan de premie niet worden toegekend of worden teruggevorderd.
• Bij ernstige inbreuken kan de aanvrager worden uitgesloten van toekomstige premiemogelijkheden.
BIJKOMENDE BEPALINGEN
Artikel 10
• De premie wordt enkel toegekend binnen de grenzen van het beschikbare budget en de jaarlijkse kredieten zoals vastgelegd in het meerjarenplan.
• De premie kan worden stopgezet wanneer de voorwaarden niet langer worden nageleefd of bij wijziging van het beleid.
• Een laattijdige aanvraag leidt tot het verlies van het recht op de premie.
Artikel 4
Dit reglement wordt met terugwerkende kracht toegepast voor de percelen, gelegen op het grondgebied van Meulebeke, waarop in het productiejaar 2025 een groenbedekker werd ingezaaid en waarvoor, door het eindigen van het premiereglement van Meulebeke per einde 2024, nog geen premie kon worden aangevraagd.
In uitzondering van artikel 6 van dit reglement moeten de aanvragen, die van deze bepaling met terugwerkende kracht gebruik maken, schriftelijk ingediend worden voor 01.02.2026 via het hiervoor ter beschikking gestelde aanvraagformulier op de website van Tielt.
Artikel 5
Dit reglement treedt in werking op 01.01.2026.
Artikel 6
Dit besluit zal worden bekendgemaakt overeenkomstig artikel 286 en artikel 287 van het decreet over het lokaal bestuur van 22.12.2017.
Het decreet van 22.12.2017 over het lokaal bestuur, in het bijzonder artikel 2, artikel 40§3 en artikel 41.
Het decreet van 22.12.2017 over het lokaal bestuur in het bijzonder artikel 40, artikel 41, 23° en artikel 351.
Lokaal Materialenplan 2023-2030, goedgekeurd door de Vlaamse regering op 26 mei 2023.
Bij brief van 10.10.2025 vraagt IVIO of de stad bereid is om ter promotie van de thuisverwerking van GFT in een tegemoetkoming voor haar inwoners te voorzien.
De burger kan zelf een compostvat, compostbak of wormenbak naar keuze aankopen.
De stad subsidieert deze aankoop na voorlegging van een betalingsbewijs en de vermelding van het type en volume van het compostvat, compostbak of wormenbak en belast IVIO met de uitvoering van het subsidiereglement.
Het gebruik van een compostvat, compostbak of wormenbak leidt tot een vermindering van het gewicht in de restafvalzak. Dit is één van de doelstellingen in het Lokaal Materialenplan van OVAM.
Aan de gemeenteraad wordt gevraagd dit subsidiereglement m.b.t. compostvaten, -bakken of wormenbakken goed te keuren
De geraamde uitgaven voor de subsidie compostvaten, compostbakken en wormenbakken worden opgenomen in het meerjarenplan 2026-2031.
De uitgave is voorzien onder het algemeen dotatiestelsel tot het verrekenen van de gemeentelijke bijdrage aan IVIO onder budgetsleutel: GBB-MILIEU 0300-00 Afvalverwerking 6490004 Werkingsbijdrage Afvalintercommunale IVIO.
De gemeenteraad beslist:
Artikel 1
Het subsidiereglement m.b.t. compostvaten, compostbakken en wormenbakken wordt als volgt vastgesteld:
DOEL VAN HET REGLEMENT
Artikel 1
De gemeente verleent een subsidie voor de aankoop van compostvaten, compostbakken en wormenbakken om thuiscompostering te stimuleren en het gewicht van de restafvalzak te doen dalen. Dit is één van de doelen opgenomen in het Lokaal Materialenplan 2023-2030 van de Vlaamse Overheid.
DOELGROEP
Artikel 2
Voor de subsidie komen in aanmerking: alle natuurlijke personen (eigenaars, huurders en gebruikers), scholen, bedrijven en verenigingen in de gemeente Tielt.
VOORWAARDEN
Artikel 3
De gemeente verleent de subsidie onder volgende voorwaarden:
1) De subsidie betreft de terugbetaling van een deel van de werkelijke kosten gemaakt voor de aankoop van compostvaten , compostbakken en wormenbakken. De kosten voor andere composteerbenodigdheden, zoals bijvoorbeeld beluchtingsstok, compostversneller of compostverbeteraar komen niet in aanmerking voor deze subsidie;
2) De subsidie voor deze compostvaten, compostbakken en wormenbakken mag niet gecumuleerd worden met enige andere vorm van financiële tegemoetkoming door de gemeente of overheid voor de aankoop van deze compostvaten, compostbakken en wormenbakken;
3) Enkel nieuwe compostvaten, compostbakken en wormenbakken komen in aanmerking;
4) De subsidieaanvraag is éénmalig en dient uiterlijk 2 maanden na de aankoop (datum van het kassaticket of factuur) ingediend te worden;
5) Er kan een subsidie worden aangevraagd voor compostvaten, compostbakken of wormenbakken met een maximum van 1 per adres;
6) Men kan slechts één maal de subsidie voor een composteringseenheid bekomen, de burger kan dus, bij verlies of vernietiging van het composteringsvat, open compostbak, of wormenbak, niet opnieuw beroep doen op deze subsidie.
SUBSIDIEBEDRAG
Artikel 4
Het bedrag van de subsidie bedraagt €20 (inclusief btw) per compostvat, compostbak of wormenbak.
PROCEDURE
Artikel 5
§1. De aanvraag:
De subsidie dient aangevraagd te worden via het door de Opdrachthoudende Vereniging IVIO op haar website ter beschikking gesteld aanvraagformulier : https://www.ivio.be/compostsubsidie
De aanvraag is slechts ontvankelijk zodra deze volledig en conform de voorwaarden van dit subsidiereglement werd ingediend.
§2. Beoordeling
Binnen een termijn van maximaal 3 maanden na het indienen van de aanvraag, controleert IVIO of deze voldoet aan de gestelde voorwaarden.
Deze termijn is een richtdatum.
§3. Beslissing en uitbetaling
Als het dossier volledig is keurt het management van IVIO deze aanvraag goed en zorgt zij voor de uitbetaling van de subsidie door overschrijving op de financiële rekening van de aanvrager en dit uiterlijk binnen de drie maanden na goedkeuring van het dossier.
De aanvrager wordt van de beslissing schriftelijk in kennis gesteld.
Deze termijn is een richtdatum.
CONTROLE
Artikel 6
Indien nodig kan IVIO contact opnemen met de aanvrager om bijkomende informatie aan te leveren, bijvoorbeeld foto's van de aangekochte compostvaten, compostbakken of wormenbakken.
IVIO heeft het recht om ter plaatse de aanwending van de verleende subsidie te controleren.
In geval de aanvrager zich verzet tegen de uitoefening van de controle, is hij/zij gehouden tot terugbetaling van de subsidie.
SANCTIES
Artikel 7
De subsidie moet steeds gebruikt worden voor het doel waarvoor ze is toegekend en het gebruik ervan dient gerechtvaardigd. Zo niet, dient de subsidie terugbetaald te worden.
In geval van fraude of valse verklaringen in hoofde van de aanvrager, kan de gemeente beslissen om de toekenning van de subsidie te schorsen en in de toekomst geen subsidies meer toe te staan aan de aanvrager en het verleende subsidiebedrag terug te vorderen.
BEZWAAR
Artikel 8
Alle betwistingen over de toepassing van dit reglement worden beslecht door het college van burgemeester en schepenen van de gemeente.
Bezwaren moeten schriftelijk (via aangetekend schrijven, brief, e-mail, afgifte tegen ontvangstbewijs, …) gericht worden aan het college van burgemeester en schepenen en dit uiterlijk binnen één maand na kennisgeving van de beslissing. De aanvrager dient zijn redenen te motiveren.
De postdatum of datum op het ontvangstbewijs geldt als bewijs.
VERREKENING VAN DE VERSTREKTE SUBSIDIES
Artikel 9
Jaarlijks bij het vaststellen van de afrekening van de gemeentelijke dotatie voor het werkingsjaar waarin de subsidies werden toegekend zal een verrekening gebeuren met de gemeente van de door IVIO krachtens dit reglement toegekende subsidies.
Artikel 2
Dit reglement treedt in werking op 01.01.2026.
Artikel 3
Dit besluit zal worden bekendgemaakt overeenkomstig artikel 286 en artikel 287 van het decreet over het lokaal bestuur van 22.12.2017.
Het decreet van 22.12.2017 over het lokaal bestuur, in het bijzonder artikel 2, artikel 40§3 en artikel 41.
Het decreet van 22.12.2017 over het lokaal bestuur in het bijzonder artikel 351.
Besluit van de gemeenteraad van Tielt 08.03.2007 betreffende subsidiereglement inzake het onderhoud en de (her)aanleg van knotbomen, veedrinkpoelen en bronnen.
Met dit reglement wil de stad de (her)aanleg en/of het onderhoud van welbepaalde kleine landschapselementen zoals knotbomen, veedrinkpoelen en bronnen ondersteunen om zo de eigenheid van het landelijk gebied te behouden en de natuurwaarde te vergroten. De subsidie kan worden aangevraagd door landbouwers en particulieren uit het landelijk gebied, en door verenigingen.
De subsidie wordt toegekend op grond van de werkzaamheden aan KLE's die men heeft verricht.
Het besluit van de gemeenteraad van Tielt van 08.03.2007 betreffende subsidie subsidiereglement inzake het onderhoud en de (her)aanleg van knotbomen, veedrinkpoelen en bronnen dient te worden opgeheven.
Het ontwerp van reglement werd besproken in de Milieuraad van 24.11.2025.
De geraamde uitgaven voor de subsidie inzake het onderhoud en de (her)aanleg van knotbomen, veedrinkpoelen en bronnen worden opgenomen in het meerjarenplan 2026-2031.
De gemeenteraad beslist:
Artikel 1
Het besluit van de gemeenteraad van Tielt van 08.03.2007 betreffende reglement subsidie inzake het onderhoud en de (her)aanleg van knotbomen, veedrinkpoelen en bronnen wordt opgeheven.
Artikel 2
Het reglement betreffende de subsidie inzake het onderhoud en de (her)aanleg van knotbomen, veedrinkpoelen en bronnen wordt als volgt vastgesteld:
DOEL VAN HET REGLEMENT
Artikel 1
Met dit reglement wil de stad de (her)aanleg en/of het onderhoud van welbepaalde kleine landschapselementen zoals knotbomen, veedrinkpoelen en bronnen ondersteunen om zo de eigenheid van het landelijk gebied te behouden en de natuurwaarde te vergroten.
Dit reglement bepaalt wie in aanmerking komt om de subsidie te ontvangen, op basis van duidelijke voorwaarden en criteria.
CONTACTGEGEVENS
Artikel 2
Voor meer informatie over dit reglement kan je terecht bij:
Stad Tielt
Dienst Ruimte
Markt 13
051/82 66 00
milieu@tielt.be
DEFINITIES
Artikel 3
In dit reglement betekent:
- Landelijk gebied: Onder landelijk gebied wordt begrepen de volgende zones op het gewestplan: agrarisch gebied, natuurgebied, natuurreservaat, parkgebied en woongebied met landelijk karakter.
- klein landschapselement (KLE): kleine landschapselementen of KLE's zijn letterlijk wat hun naam doet vermoeden: kleine natuurlijke elementjes in het landschap: bomenrijen, houtkanten, dreven, knotbomen, hagen en heggen, grachten, poelen, kleine bosjes … Kleine landschapselementen maken het landschap en bepalen hoe het eruitziet.
- knotten: het periodiek verwijderen van de kruin van een boom door de takken af te zagen.
- knotbomen: bomen die periodiek geknot worden. Verschillende soorten komen hiervoor in aanmerking. Cultuurhistorisch deed men dit om gebruikshout te verkrijgen. Tegenwoordig vormen knotbomen, vooral in rijen langs waterlopen of perceelsranden, zeer typerende landschapselementen. Naast hun landschappelijke waarde vormen ze belangrijke refugia voor fauna en flora en vervullen ze ook de rol van verbindingsstructuur tussen natuurgebieden onderling. Knotbomen dienen regelmatig te worden geknot om de gezondheid van de boom te garanderen.
- veedrinkpoelen: putten gevuld met water gelegen in weilanden; ze vormen zeer waardevolle puntvormige landschapselementen wegens hun groot belang voor amfibieën en het waterleven in het algemeen.
- Bronnen: plaats waar een grondwaterlichaam aan de oppervlakte komt om vandaar af te stromen; ze vormen locaties met verhoogde plantendiversiteit (bron- en tredsoorten) en een belangrijke biotoop voor dieren (vnl. amfibieën).
- Ruimen:
Bij bronnen: het verwijderen van aarde en organisch materiaal zodat het uittreden van het grondwater weer vrij kan gebeuren
Bij veedrinkpoelen: het slibpakket dat in de loop van de jaren wordt gevormd door organisch materiaal verwijderen tot op de originele bodem van de poel
- Aanleggen:
Bij bronnen: het verwijderen van de bovenste bodemlaag zodat het daar aanwezige grondwater een plaats krijgt waar het kan uittreden.
Bij veedrinkpoelen: het graven van een put die dan met regenwater of grondwater wordt opgevuld.
DOELGROEP EN TOEPASSINGSGEBIED
Artikel 4
De subsidie kan worden aangevraagd door:
Landbouwers en particulieren uit het landelijk gebied
Verenigingen die de werken uitvoeren in opdracht van de eigenaar/pachter
De subsidie kan worden aangevraagd voor de landschapselementen die gelegen zijn in het landelijk gebied binnen het grondgebied van groot Tielt. Ook indien de kleine landschapselementen gelegen zijn in andere gebieden maar palen aan het landelijk gebied zoals hiervoor omschreven komen zij nog in aanmerking voor subsidie. Het schepencollege is bevoegd hierover te oordelen.
BEGUNSTIGDEN
Artikel 5
De subsidie kan worden toegekend aan:
Landbouwers en particulieren uit het landelijk gebied
Verenigingen die de werken uitvoeren in opdracht van de eigenaar/pachter
Die
voldoen aan de voorwaarden en criteria vermeld in dit reglement
een volledige aanvraag indienen
VOORWAARDEN
Artikel 6
De aanvrager dient gerechtigd te zijn tot het verrichten van de gevraagde aanleg of het gevraagde onderhoud. In voorkomend geval dient de aanvraag de schriftelijke overeenkomst te bevatten. Bij betwistingen over eigendomsrechten en pachtovereenkomsten houdt het College zich het recht voor de aanvraag te weigeren.
De aanvraag dient in overeenstemming te zijn met de reeds geldende wetten, reglementering en gebruiken.
Met betrekking tot knotten:
In de omgeving van de knotbomen(rijen) die het voorwerp uitmaken van een subsidieaanvraag worden geen werkzaamheden verricht die leiden tot negatieve wijzigingen; niet branden, geen grondbewerkingen, geen spreiding van meststoffen en biociden in een strook van minstens 3 m langs weerszijden van de betrokken knotbomen(rijen).
Wanneer de kans bestaat op beschadiging (vraat) door vee, dient het betrokken landschapselementen geheel beschermd te worden door een veekering.
Enkel de knotrijpe bomen (vorige onderhoudsbeurt tenminste 5 tot 8 jaar geleden) komen voor een onderhoudsbeurt in aanmerking.
Het knotten, opsnoeien en afzetten dient te gebeuren in de periode van 1 november tot 1 maart. De staken dienen onder een schuine hoek te worden afgezet tot aan de stam. Het snoeihout dient
verwijderd te worden voor 15 maart. Het snoeihout mag niet worden verbrand.
Met betrekking tot veedrinkpoelen en bronnen:
Teneinde dichtgroeiing en verlanding van de poel tegen te gaan, dient het overtollige slib te worden geruimd. Nieuwe poelen worden afhankelijk van de mate van verlanding geruimd voor het tiende jaar. Aanwezige poelen dienen in stand te worden gehouden door ze afhankelijk van de mate van verlanding te ruimen. Dit dient elke 10 tot 15 jaar te gebeuren. Ruimingen dienen uitgevoerd te worden in de periode van 1 september tot 15 oktober. Het slibpakket dient verwijderd te worden tot op de harde bodem. Rond de betrokken landschapselementen mag zich geen restafval (huisvuil, bouwpuin,…) bevinden.
Teneinde dichtgroeiing van de bron tegen te gaan, dient het organisch materiaal en de aarde periodiek te worden geruimd zodat het water vrij kan uitstromen.
In de omgeving van de veedrinkpoelen en bronnen die het onderwerp uitmaken van een subsidieaanvraag worden geen werkzaamheden verricht die leiden tot negatieve wijzigingen; geen kunstmatige ontwateringen, geen grondbewerkingen tenzij ruimingen van poelen, geen spreiding meststoffen en biociden in een omtrek van minstens 5 m rond de betrokken landschapselementen.
Wanneer de kans bestaat op beschadiging (vertrappeling) door vee, dient het betrokken landschapselementen geheel of gedeeltelijk (voor minstens 2/3) beschermd te worden door een veekering. Het inschakelen van de landschapselementen als drenkplaats blijft daarbij evenwel steeds toegelaten.
Ondergedoken waterplanten zijn zeer belangrijk, maar mogen niet gans de poel dichtgroeien. In voorkomend geval dient een gedeelte van de waterplanten in het najaar te worden verwijderd. Te veel beschaduwing met heesters of bomen dient vermeden te worden.
De oevers van poelen dienen trapsgewijze of glooiend aangelegd te worden, in de eerste plaats voor wat de noordelijke oeverzone betreft. De maximale waterdiepte bedraagt 1 tot 1,5 m ; tijdens de zomerperiode moet echter minstens 0,5 m water aanwezig blijven in de poel.
Het uitzetten van vissen en watervogels dient ten alle prijze te worden vermeden aangezien eieren en larven van amfibieën hierdoor te sterk gepredateerd worden.
PROCEDURE
Artikel 7
In het voorgedrukte aanvraagformulier moeten volgende gegevens opgenomen worden:
- Naam, voornaam, adres, hoedanigheid en rekeningnummer van de aanvrager
- In voorkomend geval: naam van de opdrachtgever
- omschrijving van de locatie van de betrokken kleine landschapselementen
- Aard van de handeling en omschrijving van het betrokken kleine landschapselement
- Datum van uitvoering van de werken
Volgende bijlagen dienen bij het aanvraagformulier te worden gevoegd:
- Situatieschets of plan met duidelijke aanduiding van de kleine landschapselementen
- In voorkomend geval: schriftelijke overeenkomst tussen de vereniging en de eigenaar/pachter waarin toelating wordt verleend om bedoelde werken uit te voeren.
SUBSIDIEBEDRAG
Artikel 8
Knotbomen
knotbomen van meer dan 5 jaar oud: 10 euro/stam/knotbeurt;
Veedrinkpoelen
Onderhoud: 50 euro/poel/ruimingsbeurt
(Her)aanleg: 250 euro/poel
bronnen
Onderhoud: 25 euro/bron/onderhoudsbeurt
(Her)aanleg: 125 euro/bron
Het College van Burgemeester en Schepenen beslist omtrent de toekenning van de toelage binnen de perken van de op de begroting voorziene en goedgekeurde kredieten.
CONTROLE
Artikel 9
Na afloop van de gestelde handelingen, (knotten, slibruiming, …) doet de aanvrager aan het stadsbestuur melding van het einde der werken.
Een ambtenaar zal achteraf de terreinen voor controle bezoeken en zich ervan vergewissen of de gestelde handelingen correct werden uitgevoerd. Op basis van een positief verslag van de bevoegde ambtenaar beslist het College van Burgemeester en Schepenen over het subsidiebedrag. Binnen de marges van de op de begroting voorziene en goedgekeurde kredieten wordt het subsidiebedrag toegekend, conform de tarieven vermeld in onderhavig reglement.
De stad behoudt zich het recht voor om op elk moment controles uit te voeren op de correcte uitvoering van de aangevraagde handelingen. Als uit de controle blijkt dat de werken niet werden uitgevoerd of dat onjuiste informatie werd verstrekt, kan de subsidie geheel of gedeeltelijk worden teruggevorderd.
Bij ernstige inbreuken kan de aanvrager worden uitgesloten van toekomstige subsidie-mogelijkheden.
INWERKINGTREDING
Artikel 10
Dit reglement treedt in werking op 1 januari 2026.
BEKENDMAKING
Artikel 11
Dit reglement wordt bekendgemaakt via de website van de stad.
Artikel 3
Dit reglement treedt in werking op 01.01.2026.
Artikel 4
Dit besluit zal worden bekendgemaakt overeenkomstig artikel 286 en artikel 287 van het decreet over het lokaal bestuur van 22.12.2017.
Het decreet van 22.12.2017 over het lokaal bestuur, in het bijzonder artikel 2, artikel 40§3 en artikel 41.
Het decreet van 22.12.2017 over het lokaal bestuur in het bijzonder artikel 351.
Lokaal Materialenplan 2023-2030 waarin verschillende bepalingen zijn opgenomen omtrent het terugdringen van zwerfvuil.
Besluit van de gemeenteraad van Tielt 14.04.2016 betreffende het gemeentelijk subsidiereglement voor het opruimen van zwerfvuil.
Besluit van de gemeenteraad van Meulebeke van 19.03.2008, gewijzigd op 08.07.2009 betreffende het gemeentelijk subsidiereglement voor zwerfvuilopruimacties.
In de gemeenteraad van Tielt van 14.04.2016 werd het gemeentelijk subsidiereglement voor het opruimen van zwerfvuil goedgekeurd.
In de gemeenteraad van Meulebeke van 19.03.2008, gewijzigd op 08.07.2009 werd het gemeentelijk subsidiereglement voor zwerfvuilopruimacties goedgekeurd.
Ingevolge de fusie die ingegaan is op 01.01.2025 en rekening houdende met het nieuwe meerjarenplan 2026-2031, wordt er voorgesteld om een nieuw subsidiereglement voor zwerfvuilopruimacties vast te stellen.
Het subsidiereglement voor zwerfvuilopruimacties heeft tot doel om het organiseren van zwerfvuilacties aan te moedigen bij verenigingen, scholen en groeperingen.
De subsidie wordt toegekend indien aan een aantal voorwaarden wordt voldaan:
• De aanvrager moet tijdens het werkjaar van de overeenkomst twee zwerfvuilopruimacties organiseren, één zwerfvuilactie in het voorjaar en één zwerfvuilactie in het najaar. Hierbij dient minimum 1 knelpunt aangepakt te worden uit de knelpuntenlijst die de stad ieder werkjaar ter beschikking stelt.
• De aanvrager moet met minstens 2 leden deelnemen aan minstens één opruimactie georganiseerd door de stad (maart/april of september/oktober).
De stad zou voortaan twee opruimacties per jaar organiseren i.p.v. één, een actie in het voorjaar (maart/april) en een actie in het najaar (september/oktober). Het grondgebied van de fusiegemeente is immers te groot om voldoende grondgebied te kunnen aandoen in één opruimactie. De actie in het voorjaar kan blijven kaderen in de ondersteuning die geboden wordt vanuit Mooimakers. De actie in het najaar kunnen we kaderen inzake de jaarlijkse "World Cleanup day" die doorgaans plaatsvindt in de maand september, een actie die mede door Mooimakers gepromoot wordt.
De subsidie bedraagt 150,00 euro per jaar en per aanvrager.
Het besluit van de gemeenteraad van Tielt van 14.04.2016 betreffende het gemeentelijk subsidiereglement voor het opruimen van zwerfvuil en het besluit van de gemeenteraad van Meulebeke van 19.03.2008, gewijzigd op 09.07.2009 betreffende het gemeentelijk subsidiereglement voor zwerfvuilopruimacties dienen te worden opgeheven.
Het ontwerp van reglement werd besproken in de milieuraad van 24.11.2025 en zij verleende een gunstig advies.
De geraamde uitgaven voor de subsidie voor zwerfvuilopruimacties worden opgenomen in het meerjarenplan 2026-2031.
De gemeenteraad beslist:
Artikel 1
Het besluit van de gemeenteraad van Tielt van 14.04.2016 betreffende subsidie gemeentelijk subsidiereglement voor het opruimen van zwerfvuil wordt opgeheven.
Artikel 2
Het besluit van de gemeenteraad van Meulebeke van 19.03.2008, gewijzigd op 08.07.2009 betreffende subsidie gemeentelijk subsidiereglement voor zwerfvuilopruimacties wordt opgeheven.
Artikel 3
Het reglement betreffende de subsidie voor zwerfvuilopruimacties wordt als volgt vastgesteld:
DOEL VAN HET REGLEMENT
Artikel 1
Met dit reglement wil de stad verenigingen, scholen en groeperingen stimuleren om zwerfvuilopruimacties te organiseren.
Dit reglement bepaalt wie in aanmerking komt om de subsidie te ontvangen, op basis van duidelijke voorwaarden en criteria.
DEFINITIES
Artikel 2
In dit reglement betekent:
• Zwerfvuil = het afval dat we aantreffen op openbaar domein (bermen, voetpaden, oevers, parken, groenzones, open ruimten, enz)
DOELGROEP EN TOEPASSINGSGEBIED
Artikel 3
De subsidie kan worden aangevraagd door:
• Verenigingen, scholen en groeperingen die een werking hebben op het grondgebied van Tielt.
De subsidie is bedoeld voor:
• Het stimuleren van zwerfvuilopruimacties
BEGUNSTIGDEN
Artikel 4
De subsidie kan worden toegekend aan:
• Verenigingen, scholen en groeperingen
Die
• voldoen aan de voorwaarden en criteria vermeld in dit reglement
• een volledige aanvraag indienen binnen de voorziene termijn
De begunstigde is verantwoordelijk voor het tijdig indienen van de nodige verantwoordingsstukken.
VOORWAARDEN
Artikel 5
Om in aanmerking te komen moet:
• De aanvrager tijdens het jaar zelf twee zwerfvuilopruimacties organiseren, één zwerfvuilactie in het voorjaar en één zwerfvuilactie in het najaar. Hierbij dient minimum 1 knelpunt aangepakt te worden uit de knelpuntenlijst die de stad ieder jaar ter beschikking stelt.
• De aanvrager met minstens 2 leden deelnemen aan minstens één opruimactie georganiseerd door de stad (maart/april of september/oktober).
PROCEDURE
Artikel 6
• Aanvraag
o Aanvragen gebeuren via een aanvraagformulier dat ter beschikking is op de website van de stad.
o De aanvraag moet voor ieder jaar ingediend worden vóór 31 januari.
• Beslissing
• Uitbetaling
o De subsidie wordt uitbetaald na goedkeuring door het college van burgemeester en schepenen.
SUBSIDIEBEDRAG
Artikel 7
De subsidie bedraagt 150 euro per jaar en per aanvrager.
Artikel 8
Het college van burgemeester en schepenen beslist over de toekenning van de subsidie binnen de perken van de op de begroting voorziene en goedgekeurde kredieten.
CONTROLE
Artikel 9
• De stad behoudt zich het recht voor om te mogen controleren of op de aangegeven datum effectief wordt opgeruimd en of het aangeboden afval effectief ingezameld zwerfvuil is.
• Als uit de controle blijkt dat de subsidie onterecht werd gevraagd en toegekend, kan de subsidie geheel of gedeeltelijk worden teruggevorderd.
• Bij ernstige inbreuken kan de aanvrager worden uitgesloten van toekomstige subsidiemogelijkheden.
BIJKOMENDE BEPALINGEN
Artikel 10
Opruimacties na privé-manifestaties of op private terreinen komen niet in aanmerking voor subsidie.
Artikel 11
De groepering dient voor de opruimactiviteit zelf in te staan voor een verzekering burgerlijke aansprakelijkheid voor schade aan derden en lichamelijke ongevallen van de deelnemers.
Artikel 12
Indien gewenst, kan een opkuispakket bekomen worden bij het stadsbestuur.
Artikel 13
De ingezamelde fracties worden op een door de groepering aangeduide plaats verzameld en zullen daarna door het stadsbestuur worden opgehaald en verwijderd.
Artikel 4
Dit reglement treedt in werking op 01.01.2026.
Artikel 5
Dit besluit zal worden bekendgemaakt overeenkomstig artikel 286 en artikel 287 van het decreet over het lokaal bestuur van 22.12.2017.
Het decreet van 22.12.2017 over het lokaal bestuur, in het bijzonder artikel 2, artikel 40§3 en artikel 41.
De Duurzame Ontwikkelingsdoelstellingen (Sustainable Development Goals of SDG’s) goedgekeurd door de algemene vergadering van de Verenigde Naties op 25.09.2015.
Het decreet van 22.12.2017 over het lokaal bestuur in het bijzonder artikel 351.
Besluit van de gemeenteraad van Tielt van 02.12.2021 betreffende het subsidiereglement Lokaal Mondiaal Beleid.
Besluit van de gemeenteraad van Tielt van 08.05.2025 betreffende het hervaststellen van het organiek reglement van de Mondiale Raad.
Via het subsidiereglement Lokaal Mondiaal Beleid wenst het stadsbestuur initiatieven in het kader van de implementatie van de SDG's te stimuleren via volgende ondersteuning:
Het bestaande subsidiereglement van Tielt, opgemaakt in nauwe samenwerking met de mondiale raad in de loop van 2021, werd besproken in de vergadering van het dagelijks bestuur van de mondiale raad dd. 01.10.2025. Er werd door de leden voorgesteld om voorlopig inhoudelijk geen wijzigingen aan te brengen. Het bestaande reglement is pas in werking getreden op 01.01.2022.
De leden van de algemene vergadering van de mondiale raad gingen akkoord met dit voorstel tijdens de vergadering dd. 29.10.2025.
Na dit advies van de mondiale raad zijn er dan ook inhoudelijk geen wijzigingen aangebracht aan het subsidiereglement Lokaal Mondiaal Beleid.
Ingevolge de fusie die inging op 01.01.2025, dient het besluit van de gemeenteraad van Tielt van 02.12.2021 betreffende het subsidiereglement Lokaal Mondiaal Beleid te worden opgeheven, een nieuw subsidiereglement dient te worden goedgekeurd.
De geraamde uitgaven voor de subsidie Lokaal Mondiaal Beleid worden opgenomen in het meerjarenplan 2026-2031.
De gemeenteraad beslist:
Artikel 1
Het besluit van de gemeenteraad van Tielt van 02.12.2021 betreffende de subsidie Lokaal Mondiaal Beleid wordt opgeheven.
Artikel 2
Het reglement betreffende de subsidie Lokaal Mondiaal Beleid wordt als volgt vastgesteld:
HOOFDSTUK 1 - ALGEMEEN
KADER
Artikel 1
In september 2015 keurden de 193 landen van de Verenigde Naties 17 Duurzame Ontwikkelingsdoelstellingen of Sustainable Development Goals (SDG’s) goed. Met dit plan willen deze landen tegen 2030 een aantal uitdagingen, waar onze wereld mee kampt, aanpakken. Deze doelstellingen moeten onze maatschappij in de richting stuwen van een wereld die er zowel economisch, sociaal als op ecologisch vlak op vooruitgaat, en dit in een veilige en vredevolle omgeving met veel aandacht voor samenwerking. Meer informatie over de SDG’s is te vinden op www.sdgs.be.
DOELSTELLING
Artikel 2
Het Lokaal Bestuur Tielt wenst initiatieven in het kader van de implementatie van de Duurzame Ontwikkelingsdoelstellingen of Sustainable Development Goals (SDG’s) van de Verenigde Naties te stimuleren. Samen met de Stedelijke Mondiale Raad zoekt het lokaal bestuur hiervoor draagvlak bij diverse actoren. Het lokaal bestuur voorziet daarom jaarlijks budget voor:
HOOFDSTUK 2 – SUBSIDIES
In dit hoofdstuk worden de verschillende subsidiemogelijkheden binnen dit reglement verder toegelicht.
Afdeling 1 – Financiële ondersteuning van verenigingen aangesloten bij de Mondiale Raad
DE AANVRAGER
Artikel 3
Voor het verkrijgen van deze subsidies komen deze aanvragers in aanmerking:
VOORWAARDEN
Artikel 4
DE AANVRAAG
Artikel 5
VERDELING SUBSIDIE
Artikel 6
BEOORDELING
Artikel 7
UITBETALING
Artikel 8
De uitbetaling gebeurt binnen één maand na de goedkeuring door het College van Burgemeester en Schepenen en voor het einde van het jaar waarin de aanvragen werden ingediend.
Afdeling 2 – Financiële ondersteuning van projecten die bijdragen aan de realisatie van de SDG’s
DE AANVRAGER
Artikel 9
VOORWAARDEN
Artikel 10
DE AANVRAAG
Artikel 11
VERDELING SUBSIDIE
Artikel 12
BEOORDELING
Artikel 13
UITBETALING
Artikel 14
De uitbetaling van de steun gebeurt binnen één maand na de goedkeuring door het College van Burgemeester en Schepenen en voor het einde van het jaar waarin de aanvragen werden ingediend, op het rekeningnummer dat door de aanvrager in het aanvraagformulier werd vermeld.
FEEDBACK
Artikel 15
Gesteunde aanvragers moeten het Lokaal Bestuur Tielt op de hoogte houden van de vooruitgang en de resultaten van het project. Het Lokaal Bestuur Tielt verwacht uiterlijk één jaar na storting van de steun:
Een aanvrager die voor een vorig gesteund project geen bevredigende feedback kon voorleggen, kan door de het Lokaal Bestuur Tielt voor onbepaalde tijd uitgesloten worden voor steun aan toekomstige projecten.
COMMUNICATIE
Artikel 16
Het Lokaal Bestuur Tielt wil de Tieltse bevolking op passende wijze inlichten over de gesteunde projecten en beoogt daarmee sensibilisering en een vergroting van het draagvlak voor de SDG’s bij de Tieltse bevolking. Het Lokaal Bestuur Tielt verwacht daarvoor actieve medewerking van de gesteunde organisaties door middel van het ter beschikking stellen van informatie en documentatie of het meewerken aan educatieve en sensibiliserende activiteiten. Het Lokaal Bestuur Tielt mag vrij over de gesteunde initiatieven communiceren via stedelijke informatiekanalen, mits dat objectief en naar waarheid gebeurt.
Afdeling 3 – Financiële ondersteuning bij deelname aan een bouwkamp, actieve inleefreis of vergelijkbare buitenlandse activiteit
DE AANVRAGER
Artikel 17
Voor het verkrijgen van deze subsidies komen Tieltse burgers in aanmerking die tijdelijk als vrijwilliger aan de slag gaan voor een project in het buitenland (deelname aan een bouwkamp, een inleefreis met activiteiten ter plaatse of een vergelijkbare buitenlandse activiteit).
DE VOORWAARDEN
Artikel 18
DE AANVRAAG
Artikel 19
VERDELING BUDGET
Artikel 20
BEOORDELING
Artikel 21
UITBETALING
Artikel 22
De uitbetaling van de steun gebeurt binnen één maand na de goedkeuring door het College van Burgemeester en Schepenen en voor het einde van het jaar waarin de aanvragen werden ingediend, op het rekeningnummer dat door de aanvrager in het aanvraagformulier werd vermeld.
FEEDBACK
Artikel 23
Afdeling 4 – Financiële hulp bij calamiteiten (noodhulp)
DE AANVRAGER
Artikel 24
De steun wordt toegekend aan een erkende niet-gouvernementele organisatie, met vestiging in België en actief in het gebied en voor de omstandigheden waarvoor de toelage wordt toegekend, al dan niet in samenwerking met derden.
VOORWAARDEN
Artikel 25
DE AANVRAAG
Artikel 26
De aanvrager richt een schrijven aan het Lokaal Bestuur Tielt, dat de volgende inlichtingen bevat: gegevens over de aanvrager (adres, bankrekeningnummer, …), het te steunen land of streek en de reden hiervoor.
VERDELING BUDGET
Artikel 27
BEOORDELING
Artikel 28
UITBETALING
Artikel 29
De uitbetaling gebeurt binnen één maand na de goedkeuring door het College van Burgemeester en Schepenen en voor het einde van het jaar waarin de aanvragen werden ingediend.
HOOFDSTUK 3 - SLOTBEPALINGEN
TERUGVORDERING
Artikel 30
Indien blijkt dat onjuiste gegevens zijn verstrekt of indien de voorwaarden van dit reglement niet worden nageleefd, kan het College van Burgemeester en Schepenen de toegekende subsidie geheel of gedeeltelijk terugvorderen van de betrokken aanvrager en/of deze van verdere subsidiëring uitsluiten. Vaststelling van dergelijke feiten wordt door het Lokaal Bestuur Tielt via aangetekend schrijven aan de aanvrager meegedeeld.
INWERKINGTREDING
Artikel 31
Het reglement treedt in werking op 1 januari 2026.
Het subsidiereglement ‘Lokaal Mondiaal Beleid’ van 1 januari 2022 wordt opgeheven op 1 januari 2026. De afhandeling van projecten, goedgekeurd door het College van Burgemeester en Schepenen voor 1 januari 2026, gebeurt evenwel nog volgens dit reglement.
Artikel 3
Dit reglement treedt in werking op 01.01.2026.
Artikel 4
Dit besluit zal worden bekendgemaakt overeenkomstig artikel 286 en artikel 287 van het decreet over het lokaal bestuur van 22.12.2017.
Het decreet van 22.12.2017 over het lokaal bestuur, in het bijzonder artikel 2, artikel 40§3 en artikel 41.
Het decreet van 22.12.2017 over het lokaal bestuur in het bijzonder artikel 351.
Besluit van de gemeenteraad van Tielt van 28.10.2021 betreffende het gemeentelijk subsidiereglement voor gemeenschapsvormende buurtinitiatieven
Besluit van de gemeenteraad van Meulebeke van 17.01.2024 betreffende het gemeentelijk subsidiereglement voor buurtfeesten.
Met dit reglement wil de stad Tielt de organisatie van gemeenschapsvormende buurtactiviteiten in Tielt, Meulebeke, Aarsele, Kanegem en Schuiferskapelle stimuleren. De Stad Tielt biedt daarom een financiële ondersteuning aan om deze activiteiten vanuit de buurt te laten organiseren.
Het ontwerp van reglement wordt ter goedkeuring aan de gemeenteraad voorgelegd.
De subsidie wordt toegekend indien het gaat om activiteiten die ontplooid worden in een straat, buurt of wijk gelegen in Tielt en die worden georganiseerd met het oog op het bevorderen van de sociale contacten binnen een bepaald gebied. Om de subsidie te kunnen verkrijgen worden in het reglement diverse voorwaarden geformuleerd.
De geraamde uitgaven voor de subsidie voor buurtfeesten worden opgenomen in het meerjarenplan 2026-2031.
De gemeenteraad beslist:
Artikel 1
Het besluit van de gemeenteraad van Tielt van 28.10.2021 betreffende het gemeentelijk subsidiereglement voor gemeenschapsvormende buurtinitiatieven wordt opgeheven.
Artikel 2
Het besluit van de gemeenteraad van Meulebeke van 17.01.2024 betreffende het gemeentelijk subsidiereglement voor buurtfeesten wordt opgeheven.
Artikel 3
Het reglement betreffende de subsidie voor gemeenschapsvormende buurtactiviteiten wordt als volgt vastgesteld:
DOEL VAN HET REGLEMENT
Artikel 1
Met dit reglement wil de stad Tielt de organisatie van gemeenschapsvormende buurtactiviteiten in Tielt, Meulebeke, Aarsele, Kanegem en Schuiferskapelle (hierna Tielt genoemd) stimuleren.
De Stad Tielt biedt daarom een financiële ondersteuning aan om deze activiteiten vanuit de buurt te laten organiseren.
Dit reglement bepaalt wie in aanmerking komt om de subsidie te ontvangen, op basis van duidelijke voorwaarden en criteria.
DEFINITIES
Artikel 2
Onder gemeenschapsvormende buurtactiviteiten worden verstaan:
Activiteiten die ontplooid worden in een straat, buurt of wijk gelegen in Tielt en met het oog op het bevorderen van de sociale contacten binnen een bepaald gebied.
DOELGROEP EN TOEPASSINGSGEBIED
Artikel 3
Voor het verkrijgen van subsidies komen deze aanvragers in aanmerking:
-Minstens twee initiatiefnemers (privépersonen) woonachtig in de straat, buurt of wijk (geografisch aaneengesloten gebied) in Tielt.
- Een Tieltse vereniging met een aantoonbare link met een Tieltse buurt.
BEGUNSTIGDEN
Artikel 4
De subsidie kan worden toegekend aan de initiatiefnemers die voldoen aan de voorwaarden en criteria vermeld in dit reglement en die een volledige aanvraag indienen binnen de voorziene termijn
De begunstigde is verantwoordelijk voor de correcte besteding van de subsidie en het tijdig indienen van de nodige verantwoordingsstukken.
VOORWAARDEN
Artikel 5
Het moet gaan om activiteiten die ontplooid worden in een straat, buurt of wijk gelegen in Tielt en met het oog op het bevorderen van de sociale contacten binnen een bepaald gebied en rekening houdend met de volgende voorwaarden:
-Een gebied bestaat uit één straat of een aantal straten/pleinen die geografisch met elkaar verbonden zijn en die gelegen zijn op het Tieltse grondgebied.
- De activiteit dient voor iedereen uit de straat of buurt toegankelijk te zijn al dan niet tegen betaling van een democratische prijs. Elke buurtbewoner dient dan ook een uitnodiging te ontvangen.
-Privéfeesten en activiteiten vanuit een puur commerciële doelstelling komen niet in aanmerking.
- De eventuele opbrengst van de activiteit dient besteed te worden aan een initiatief dat het welzijn van de buurtbewoners bevordert en kan ingezet worden voor een volgende organisatie.
- De organisator dient de medewerking van Stad Tielt goed kenbaar te maken en krijgt na de goedkeuring van de activiteit een sticker met het stadslogo om uit te hangen op de locatie.
PROCEDURE
Artikel 6
§1 Aanvraag
De subsidie dient ten laatste één maand voor aanvang van de activiteit elektronisch via de toepassing Eaglebe, via de website van stad Tielt, te worden aangevraagd. Voor meer info of voor ondersteuning bij de aanvraag kunnen aanvragers zich wenden tot de Dienst Evenementen van stad Tielt.
De aanvraag bevat de volgende inlichtingen:
- Inlichtingenfiche van de aanvrager: Naam en (verenigings)adres van de aanvrager(s) met het rekeningnummer waarop de subsidie kan worden overgemaakt.
- Info over de activiteit:
- Plaats, datum en uur waarop de activiteit plaatsvindt.
- Een omschrijving van de activiteit.
- Een overzicht van welke buurtbewoners zullen uitgenodigd worden naar de activiteit.
- Het aantal uit te nodigen wooneenheden.
§2 Beslissing
De activiteit wordt ter goedkeuring voorgelegd aan het College van Burgemeester en Schepenen dat finaal de subsidie al dan niet toekent.
§3 Uitbetaling
De betaling gebeurt na afloop van de activiteit en binnen de twee maanden na het binnenbrengen van de bewijsstukken. De bewijsstukken omvatten onkostennota’s of facturen voor een totaalbedrag van ofwel min. € 125,00 ofwel min. € 250,00 , een bijhorende foto van het evenement waarbij de promotionele sticker zichtbaar is alsook het aantal deelnemers en een kopie van de uitnodiging waarbij de ondersteuning van stad Tielt zichtbaar is.
SUBSIDIEBEDRAG
Artikel 7
§1 Er wordt door het College van Burgemeester en Schepenen jaarlijks een maximumbudget vastgesteld binnen het door de gemeenteraad goedgekeurde stadsbudget passend in het meerjarenplan.
§2 Het subsidiebedrag voor gemeenschapsvormende buurtinitiatieven wordt vastgesteld op
-€ 125,00 per activiteit waarop tussen de vijf en negentien wooneenheden worden uitgenodigd
-€ 250,00 per activiteit waarop minstens twintig wooneenheden worden uitgenodigd,
en is bedoeld om een aantal basisorganisatiekosten te helpen dragen.
§3De subsidie kan maximaal één keer per jaar uitgereikt worden aan dezelfde initiatiefnemer(s) en/of dezelfde straat, buurt of wijk.
CONTROLE
Artikel 8
§1 De stad behoudt zich het recht voor om op elk moment controles uit te voeren op de besteding van de subsidie. Zo kunnen de nodige bewijsstukken ter staving van de organisatiekosten worden opgevraagd om aanspraak te kunnen maken op de subsidie.
§2 De initiatiefnemer of aanvrager is persoonlijk verantwoordelijk voor het verstrekken van de juiste gegevens met betrekking tot de beoogde doelgroep, en de gemaakte kosten.
§3 Als uit de controle blijkt dat de subsidie niet correct werd gebruikt of dat onjuiste informatie werd verstrekt, kan de subsidie geheel of gedeeltelijk worden teruggevorderd.
§4 Bij ernstige inbreuken kan de aanvrager worden uitgesloten van toekomstige subsidiemogelijkheden.
BIJKOMENDE BEPALINGEN
Artikel 9
Er dient te worden rekening gehouden met de volgende bepalingen:
§1 Het toekennen van de subsidie heeft geen invloed op de gangbare logistieke ondersteuning vanuit de stadsdiensten (b.v. reglement uitleenmateriaal, reglement socio-culturele infrastructuur blijft behouden).
§2 Het toekennen van de subsidie houdt geen promotionele ondersteuning vanuit het stadsbestuur in.
§3 Het toekennen van de subsidie sluit niet uit dat de initiatienemer(s) nog een document ‘melding evenement’ dient/dienen in te vullen en dat voor het verkeersvrij maken van de straat, buurt of wijk nog apart de stadsdiensten worden gecontacteerd.
§4 Indien een Tieltse vereniging voor deze activiteit een subsidie verkrijgt via dit subsidiereglement voor gemeenschapsvormende buurtactiviteiten, kan deze activiteit niet meer extra gefinancierd worden door het subsidiereglement van de socioculturele verenigingen.
§5 Wanneer de activiteit geannuleerd wordt of indien het opzet grondig wijzigt, dan dient de organisator onmiddellijk het College van Burgemeester en Schepenen officieel in te lichten. De subsidie kan ingehouden of slechts gedeeltelijk uitbetaald worden.
INWERKINGTREDING
Artikel 10
Dit reglement treedt in werking op 1 januari 2026.
BEKENDMAKING
Artikel 11
Dit reglement wordt bekendgemaakt via de website van de stad.
Artikel 4
Dit reglement treedt in werking op 01.01.2026.
Artikel 5
Dit besluit zal worden bekend gemaakt overeenkomstig artikel 286 en artikel 287 van het decreet over het lokaal bestuur van 22.12.2017.
Het decreet van 22.12.2017 over het lokaal bestuur, in het bijzonder artikel 2, artikel 40§3 en artikel 41.
Het decreet van 22.12.2017 over het lokaal bestuur in het bijzonder artikel 351.
Besluit van de gemeenteraad van Tielt 03.06.1993 en gewijzigd in de gemeenteraad van 10.02.2001 betreffende premie voor de vorming tot animator in het jeugdwerk.
Het lokaal bestuur vindt het belangrijk dat zoveel mogelijk jongeren gemotiveerd worden om een cursus (hoofd)animator in het jeugdwerk te volgen en wenst hen daarbij graag een financiële ondersteuning te bieden. Dit voor jongeren die hun stage in het kader van het attest (hoofd)animator voltooien bij een erkende Tieltse jeugdvereniging of de dienst Jeugd van de stad Tielt. Op die manier kan de drempel om de cursus te volgen voor een stuk verlaagd worden.
Het besluit van de gemeenteraad van Tielt van 03.06.1993 en gewijzigd in de gemeenteraad van 10.02.2001 betreffende premie voor de vorming tot animator in het jeugdwerk dient te worden opgeheven.
Voorstel tot het vaststellen van een nieuw reglement premie voor vorming tot (hoofd)animator in het jeugdwerk.
Het ontwerp van reglement werd besproken in de Algemene Vergadering van de Stedelijke Jeugdraad.
De Algemene Vergadering van de Stedelijke Jeugdraad verleende positief advies op 24.10.2025.
De geraamde uitgaven voor de premie voor vorming tot (hoofd)animator in het jeugdwerk worden opgenomen in het meerjarenplan 2026-2031.
De gemeenteraad beslist:
Artikel 1
Het besluit van de gemeenteraad van Tielt van 03.06.1993 en gewijzigd in de gemeenteraad van 10.02.2001 betreffende premie voor de vorming tot animator in het jeugdwerk wordt opgeheven.
Artikel 2
Het reglement betreffende de premie voor vorming tot (hoofd)animator in het jeugdwerk wordt als volgt vastgesteld:
DOEL VAN HET REGLEMENT
Artikel 1
Met dit reglement wil de stad financiële ondersteuning bieden aan jongeren die een vorming tot (hoofd)animator in het jeugdwerk volgen.
Dit reglement bepaalt wie in aanmerking komt om de premie te ontvangen, op basis van duidelijke voorwaarden en criteria.
DOELGROEP EN TOEPASSINGSGEBIED
Artikel 2
De premie is bedoeld voor jongeren die:
• deelnemen aan een door de Vlaamse Overheid erkende cursus tot (hoofd)animator in het jeugdwerk;
• hun stage van minstens 50 uren voltooien bij een erkende Tieltse jeugdvereniging of de dienst Jeugd van de stad Tielt.
BEGUNSTIGDEN
Artikel 3
De premie kan worden toegekend aan jongeren die:
• voldoen aan de voorwaarden van dit reglement;
• een volledige aanvraag indienen binnen de gestelde termijn.
VOORWAARDEN
Artikel 4
Om in aanmerking te komen moet de aanvrager:
• deelnemen aan een cursus (hoofd)animator, erkend door de Vlaamse Overheid;
• de stage bij een erkende Tieltse jeugdvereniging of bij de dienst Jeugd van de stad Tielt voltooien;
• in het bezit zijn van een erkend attest, uitgereikt door het Departement Cultuur, Jeugd en Media;
• de aanvraag indienen binnen zes maanden na uitreiking van het attest.
Per persoon kan maximaal één premie worden toegekend per traject: één voor animator en één voor hoofdanimator.
PROCEDURE
Artikel 5
• Aanvraag
o Aanvragen gebeuren via het digitaal loket van de stad.
• Beoordeling
o Bij de aanvraag moeten volgende documenten gevoegd worden:
- het attest, uitgereikt door het Departement Cultuur, Jeugd en Media;
- het bewijs van de stage.
o De dienst Jeugd beoordeelt of de aanvraag voldoet aan de voorwaarden.
• Beslissing en uitbetaling
o bij goedkeuring wordt de subsidie uitbetaald op het opgegeven rekeningnummer;
o bij weigering ontvangt de aanvrager een gemotiveerd besluit;
o de uitbetaling gebeurt binnen de 2 maanden na de beslissing.
PREMIEBEDRAG
Artikel 6
De premie bedraagt 100 euro per persoon en per traject.
CONTROLE
Artikel 7
De stad behoudt zich het recht voor om de aanvraag en de ingediende bewijsstukken te controleren op juistheid.
INWERKINGTREDING
Artikel 8 Inwerkingtreding
Dit reglement treedt in werking op 1 januari 2026.
Artikel 9 Betwistingen
Alle betwistingen betreffende de toepassing van dit reglement worden beslecht door het college.
BEKENDMAKING
Artikel 10
Dit reglement wordt bekendgemaakt via de website van de stad.
Artikel 3
Dit reglement treedt in werking op 01.01.2026.
Artikel 4
Dit besluit zal worden bekendgemaakt overeenkomstig artikel 286 en artikel 287 van het decreet over het lokaal bestuur van 22.12.2017.
Het decreet van 22.12.2017 over het lokaal bestuur, in het bijzonder artikel 2, artikel 40§3 en artikel 41.
Het decreet van 22.12.2017 over het lokaal bestuur in het bijzonder artikel 351.
Besluit van de gemeenteraad van Tielt dd. 05.04.2012 betreffende subsidie tot het verlenen van buitengewone toelagen voor investeringen door sportverenigingen.
In de gemeenteraad van Tielt van 05.04.2012 werd het subsidiereglement tot het verlenen van buitengewone toelagen voor investeringen door sportverenigingen goedgekeurd.
In Meulebeke bestond geen reglement hiervoor.
Ingevolge de fusie die ingegaan is op 01.01.2025 en rekening houdende met het nieuwe meerjarenplan 2026-2031, wordt er voorgesteld om het bestaande reglement op te heffen en een subsidiereglement voor buitengewone investeringen door sportverenigingen vast te stellen.
Omdat sportverenigingen vaak grote kosten moeten maken om kwalitatief sportaanbod te kunnen voorzien, wil men hier graag in ondersteunen. Binnen het reglement komen enkel investeringen in sporttechnisch materiaal en sportinfrastructuur in aanmerking voor subsidiëring.
Het besluit van de gemeenteraad van Tielt van 05.04.2012 betreffende subsidie tot het verlenen van buitengewone toelagen voor investeringen door sportverenigingen dient te worden opgeheven.
Het ontwerp van reglement werd besproken in de sportraad dd. 15.10.2025 en dd. 27.10.2025.
Het bestuur van de sportraad verleende positief advies op 27.10.2025.
De geraamde uitgaven voor de subsidie voor buitengewone investeringen door sportverenigingen worden opgenomen in het meerjarenplan 2026-2031.
De gemeenteraad beslist:
Artikel 1
Het besluit van de gemeenteraad van Tielt van 04.05.2012 betreffende subsidie tot het verlenen van buitengewone toelagen voor investeringen door sportverenigingen wordt opgeheven.
Artikel 2
Het reglement betreffende de subsidie voor buitengewone investeringen door sportverenigingen wordt als volgt vastgesteld:
DOEL VAN HET REGLEMENT
Artikel 1
Met dit reglement wil de stad buitengewone investeringen in sporttechnisch materiaal of sportinfrastructuur ondersteunen.
Dit reglement bepaalt wie in aanmerking komt om de subsidie te ontvangen, op basis van duidelijke voorwaarden en criteria.
DOELGROEP EN TOEPASSINGSGEBIED
Artikel 2
De subsidie kan enkel worden aangevraagd door een erkende sportvereniging en sportorganisator (cfr. Erkenningsreglement sportverenigingen en sportorganisatoren) die minstens 3 jaar erkend is.
BEGUNSTIGDEN
Artikel 3
De subsidie kan worden toegekend aan de erkende sportvereniging/sportorganisator die
De begunstigde is verantwoordelijk voor de correcte besteding van de subsidie en het tijdig indienen van de nodige verantwoordingsstukken.
VOORWAARDEN
Artikel 4
Elke erkende sportvereniging kan slechts 1 maal om de vijf jaar een investering aanvragen voor sportmaterialen en/of voor sportinfrastructuur.
De subsidie kan enkel aangewend worden voor volgende zaken die volledig door de erkende sportvereniging/sportorganisator worden gefinancierd:
PROCEDURE
Artikel 5
SUBSIDIEBEDRAG
Artikel 6
De subsidie bedraagt maximaal 20% van de investering met een maximum subsidie van 9900 euro.
De subsidie wordt toegekend binnen de grenzen van de financiële mogelijkheden van de stad en de kredieten die daartoe jaarlijks in het meerjarenplan worden vastgelegd.
CONTROLE
Artikel 7
INWERKINGTREDING
Artikel 8
Dit reglement treedt in werking op 1 januari 2026.
BEKENDMAKING
Artikel 9
Dit reglement wordt bekendgemaakt via de website van de stad.
Artikel 3
Dit reglement treedt in werking op 01.01.2026.
Artikel 4
Dit besluit zal worden bekendgemaakt overeenkomstig artikel 286 en artikel 287 van het decreet over het lokaal bestuur van 22.12.2017.
Het decreet van 22.12.2017 over het lokaal bestuur, in het bijzonder artikel 2, artikel 40§3 en artikel 41.
Het decreet van 22.12.2017 over het lokaal bestuur in het bijzonder artikel 351.
Besluit van de gemeenteraad van Tielt dd. 06.01.2022 betreffende subsidiereglement voor uitzonderlijke manifestaties.
In de gemeenteraad van Tielt van 06.01.2022 werd het subsidiereglement voor uitzonderlijke manifestaties goedgekeurd.
In Meulebeke bestond geen reglement hiervoor.
Ingevolge de fusie die ingegaan is op 01.01.2025 en rekening houdende met het nieuwe meerjarenplan 2026-2031, wordt er voorgesteld om het bestaande reglement op te heffen en een subsidiereglement voor uitzonderlijke sportmanifestaties vast te stellen.
In het reglement van Tielt werden drie verschillende evenementen gesubsidieerd; nl. wielerwedstrijden, straatwedstrijden en uitzonderlijke manifestaties. Binnen het nieuwe reglement is het de bedoeling om enkel uitzonderlijke sportmanifestaties te subsidiëren. De andere evenementen worden onder gebracht in een reglement specifiek voor erkende sportorganisatoren waar dan de wielerwedstrijden en sportorganisaties aanspraak op kunnen maken. De uitzonderlijke manifestaties betreffen manifestaties:
Het ontwerp van reglement wordt ter goedkeuring aan de gemeenteraad voorgelegd.
Het besluit van de gemeenteraad van Tielt van 06.01.2022 betreffende subsidie voor uitzonderlijke sportmanifestaties dient te worden opgeheven.
Het ontwerp van reglement werd besproken in de sportraad dd. 15.10.2025 en dd. 27.10.2025.
Het bestuur van de sportraad verleende positief advies op 27.10.2025.
De geraamde uitgaven voor de subsidie voor uitzonderlijke sportmanifestaties worden opgenomen in het meerjarenplan 2026-2031.
De gemeenteraad beslist:
Artikel 1
Het besluit van de gemeenteraad van Tielt van 06.01.2022 betreffende subsidie voor uitzonderlijke manifestaties wordt opgeheven.
Artikel 2
Het reglement betreffende de subsidie voor uitzonderlijke sportmanifestaties wordt als volgt vastgesteld:
DOEL VAN HET REGLEMENT
Artikel 1
Met dit reglement wil de stad erkende sportverenigingen of erkende sportorganisatoren ondersteunen bij het inrichten van een uitzonderlijke sportmanifestatie in hun sportdiscipline.
Dit reglement bepaalt wie in aanmerking komt om de subsidie te ontvangen, op basis van duidelijke voorwaarden en criteria.
DEFINITIES
Artikel 2
Onder uitzonderlijk wordt verstaan een sportmanifestatie met een bovenlokaal karakter, zoals het inrichten van een kampioenschap van minimaal Vlaams niveau, erkend door een officieel sportorgaan of sportfederatie. Regionale, recreatieve of clubgebonden wedstrijden en activiteiten die deel uitmaken van de reguliere competitie komen niet in aanmerking.
DOELGROEP EN TOEPASSINGSGEBIED
Artikel 3
De subsidie kan enkel worden aangevraagd door een erkende sportvereniging of erkende sportorganisator (cfr. Erkenningsreglement sportverenigingen en sportorganisatoren) die minstens 1 jaar erkend is.
BEGUNSTIGDEN
Artikel 4
De subsidie kan worden toegekend aan de erkende sportvereniging/sportorganisator die:
De begunstigde is verantwoordelijk voor de correcte besteding van de subsidie en het tijdig indienen van de nodige verantwoordingsstukken.
VOORWAARDEN
Artikel 5
De uitzonderlijke sportmanifestatie dient plaats te vinden op het grondgebied van de stad Tielt en draagt ertoe bij dat de stad positief in de kijker wordt gezet.
Enkel kosten die met een factuur kunnen worden gestaafd, komen in aanmerking voor subsidiëring. Hieronder worden onder meer begrepen:
De volgende kosten komen niet in aanmerking voor subsidiëring:
Organisaties van wielerwedstrijden worden uitgesloten van deze subsidiëringsvorm.
Organisatoren van door de stad gesubsidieerde evenementen dienen bij alle communicatie, publicaties en drukwerk het logo van de stad te vermelden, en worden verzocht de schepen van Sport uit te nodigen voor het evenement.
Elke erkende sportvereniging of erkende organisator kan maximum éénmaal per jaar gebruik maken van deze subsidie.
De subsidie kan enkel aangewend worden voor de organisatie van een uitzonderlijke sportmanifestatie.
PROCEDURE
Artikel 6
SUBSIDIEBEDRAG
Artikel 7
De subsidie wordt berekend op basis van het niveau van de sportmanifestatie en bedraagt maximaal:
De maximale subsidie bedraagt €1.000 per uitzonderlijke sportmanifestatie, ongeacht het niveau.
De subsidie wordt toegekend binnen de grenzen van de financiële mogelijkheden van de stad en met de kredieten die daartoe jaarlijks in het meerjarenplan worden vastgelegd.
CONTROLE
Artikel 8
INWERKINGTREDING
Artikel 9
Dit reglement treedt in werking op 1 januari 2026.
BEKENDMAKING
Artikel 10
Dit reglement wordt bekendgemaakt via de website van de stad.
Artikel 3
Dit reglement treedt in werking op 01.01.2026.
Artikel 4
Dit besluit zal worden bekendgemaakt overeenkomstig artikel 286 en artikel 287 van het decreet over het lokaal bestuur van 22.12.2017.
Het decreet van 22.12.2017 over het lokaal bestuur, in het bijzonder artikel 2, artikel 40§3 en artikel 41.
Het decreet van 22.12.2017 over het lokaal bestuur in het bijzonder artikel 351.
Besluit van de gemeenteraad van Tielt dd. 06.01.2022 betreffende subsidiereglement voor uitzonderlijke manifestaties.
In de gemeenteraad van Tielt van 06.01.2022 werd het subsidiereglement voor uitzonderlijke manifestaties goedgekeurd.
In Meulebeke bestond geen reglement hiervoor.
Ingevolge de fusie die ingegaan is op 01.01.2025 en rekening houdende met het nieuwe meerjarenplan 2026-2031, werd het bestaande reglement opgeheven in een voorgaand punt en wordt voorgesteld om een afzonderlijk subsidiereglement voor sportorganisatoren en wielerwedstrijden vast te stellen.
In het erkenningsreglement sport wordt een duidelijk onderscheid gemaakt tussen erkende sportverenigingen en erkende sportorganisatoren (geen combinatie mogelijk). Erkende sportverenigingen kunnen aanspraak maken op werkingssubsidies (zie ander reglement); erkende sportorganisatoren kunnen aanspraak maken op subsidies voor sportorganisatoren en wielerwedstrijden. De berekening van de subsidie voor wielerwedstrijden wordt berekend op basis van twee parameters: de inrichtingsvergunning opgelegd door de federatie en het aantal signaalgevers bepaald door de politie. De sportorganisatoren krijgen een vast subsidiebedrag.
Het ontwerp van reglement werd besproken in de sportraad dd. 15.10.2025 en dd. 27.10.2025.
Het bestuur van de sportraad verleende positief advies op 27.10.2025.
Door raadslid Benedikt Van Staen (Team BURGEMEESTER) werd volgend amendement ter stemming aan de gemeenteraad voorgelegd:
Met 12 stemmen voor (Danny Bossuyt, Veerle Vervaeke, Dirk Verwilst, Katrien Seys, Benedikt Van Staen, Kristof Vande Walle, Jean-Marie Gunst, Bernard De Marez, Lieven Vaneeckhoute, Koen Desmet, Filip Naert, Isabelle Van de Cappelle), 18 stemmen tegen (Glenn Lambert, Luc Vannieuwenhuyze, Pascale Baert, Birger De Coninck, Lieve Germonprez, Vincent Byttebier, Grietje Goossens, Didier Van Nieuwenhuyse, Bert Verdru, Marie De Cloet, Klaas Carrette, Simon Bekaert, Nele Callens-Gelaude, Hedwig Verdoodt, Joris Vande Vyvere, Mouna Belkadi, Rik Stevens, Stijn Dermul)
Het amendement wordt bijgevolg niet goedgekeurd.
De geraamde uitgaven voor de subsidie voor sportorganisatoren en wielerwedstrijden worden opgenomen in het meerjarenplan 2026-2031.
De gemeenteraad beslist:
Artikel 1
Het reglement betreffende de subsidie voor sportorganisatoren en wielerwedstrijden wordt als volgt vastgesteld:
DOEL VAN HET REGLEMENT
Artikel 1
Dit reglement heeft tot doel de erkende sportorganisatoren binnen de stad Tielt te ondersteunen, teneinde het lokale sport- en verenigingsleven te bevorderen en zoveel mogelijk inwoners te stimuleren om op een gezonde en verantwoorde manier aan sport te doen.
Dit reglement bepaalt wie in aanmerking komt om de subsidie te ontvangen, op basis van duidelijke voorwaarden en criteria.
DOELGROEP EN TOEPASSINGSGEBIED
Artikel 2
De subsidie kan enkel worden aangevraagd door een erkende Tieltse sportorganisator (cfr. Erkenningsreglement sportverenigingen en sportorganisatoren); niet door een erkende sportvereniging.
Elke erkende Tieltse sportorganisator kan maximum éénmaal per jaar gebruik maken van deze subsidie.
BEGUNSTIGDEN
Artikel 3
De subsidie kan enkel worden toegekend aan de erkende sportorganisator die:
De begunstigde is verantwoordelijk voor de correcte besteding van de subsidie en het tijdig indienen van de nodige verantwoordingsstukken.
VOORWAARDEN
Artikel 4
Er kan ofwel een subsidie verkregen worden voor sportorganisaties (excl. Wielerwedstrijden) ofwel een subsidie voor de organisatie van een wielerwedstrijd.
Subsidie voor sportorganisaties:
Om in aanmerking te komen moet de activiteit plaatsvinden op het grondgebied van de stad Tielt.
Subsidie voor wielerwedstrijden:
Organisatoren van door de stad gesubsidieerde evenementen (zoals wielerwedstrijden) dienen bij alle communicatie, publicaties en drukwerk het logo van de stad te vermelden, en worden verzocht de schepen van Sport uit te nodigen voor het evenement.
PROCEDURE
Artikel 5
SUBSIDIEBEDRAG
Artikel 6
In deze subsidie zit reeds budget voor de aankoop van eventuele trofeeën vervat. De subsidie wordt in één keer uitbetaald.
De subsidie wordt toegekend binnen de grenzen van de financiële mogelijkheden van de stad en met de kredieten die daartoe jaarlijks in het meerjarenplan worden vastgelegd.
CONTROLE
Artikel 7
INWERKINGTREDING
Artikel 8
Dit reglement treedt in werking op 1 januari 2026.
BEKENDMAKING
Artikel 9
Dit reglement wordt bekendgemaakt via de website van de stad.
Artikel 2
Dit reglement treedt in werking op 01.01.2026.
Artikel 3
Dit besluit zal worden bekendgemaakt overeenkomstig artikel 286 en artikel 287 van het decreet over het lokaal bestuur van 22.12.2017.
Het decreet van 22.12.2017 over het lokaal bestuur, in het bijzonder artikel 2, artikel 40§3 en artikel 41.
Het decreet van 22.12.2017 over het lokaal bestuur in het bijzonder artikel 351.
Besluit van de gemeenteraad van Tielt van 06.01.2022 betreffende het subsidiereglement voor sportverenigingen.
Besluit van de gemeenteraad van Tielt van 01.06.2023 betreffende het subsidiereglement tot het verlenen van toelagen aan sportverenigingen voor jubilea.
Besluit de gemeenteraad van Meulebeke van 16.07.2014 betreffende het subsidiereglement competitieclubs.
Besluit van de gemeenteraad van Meulebeke van 16.07.2014 betreffende het subsidiereglement recreatieclubs.
Besluit van de gemeenteraad van Meulebeke van 16.07.2014 betreffende het subsidiereglement kwaliteitsvolle jeugdsport in erkende sportclubs door jeugdsportbegeleider of jeugdsportcoördinator te stimuleren via doorgedreven subsidiebeleid.
Met het reglement 'werkingssubsidies voor sportverenigingen' wil de stad erkende Tieltse sportverenigingen de mogelijkheid bieden om hun werking verder te zetten en uit te bouwen. Het beleid stimuleert hiermee het sportieve verenigingsleven met als één van de kerntaken ‘zoveel mogelijk mensen’ op een gezonde manier aan te zetten tot sporten.
Het besluit van de gemeenteraad van Tielt van 06.01.2022 betreffende het subsidiereglement voor sportverenigingen, het besluit van de gemeenteraad van Tielt van 01.06.2023 betreffende het subsidiereglement tot het verlenen van toelagen aan sportverenigingen voor jubilea, het besluit de gemeenteraad van Meulebeke van 16.07.2014 betreffende het subsidiereglement competitieclubs, het besluit van de gemeenteraad van Meulebeke van 16.07.2014 betreffende het subsidiereglement recreatieclubs en het besluit van de gemeenteraad van Meulebeke van 16.07.2014 betreffende het subsidiereglement kwaliteitsvolle jeugdsport in erkende sportclubs door jeugdsportbegeleider of jeugdsportcoördinator te stimuleren via doorgedreven subsidiebeleid dienen te worden opgeheven.
Het nieuw voorliggende reglement wordt geëvalueerd na 1 jaar en indien nodig aangepast.
Het ontwerp van nieuw reglement werd besproken in het bestuur van de sportraad.
Het bestuur van de sportraad verleende positief advies op 24.11.2025.
De geraamde uitgaven voor de subsidie werkingssubsidies voor sportverenigingen worden opgenomen in het meerjarenplan 2026-2031.
De gemeenteraad beslist:
Artikel 1
Het besluit van de gemeenteraad van Tielt van 06.01.2022 betreffende het subsidiereglement voor sportverenigingen wordt opgeheven.
Het besluit van de gemeenteraad van Tielt van 01.06.2023 betreffende het subsidiereglement tot het verlenen van toelagen aan sportverenigingen voor jubilea wordt opgeheven.
Artikel 2
Het besluit de gemeenteraad van Meulebeke van 16.07.2014 betreffende het subsidiereglement competitieclubs wordt opgeheven.
Het besluit van de gemeenteraad van Meulebeke van 16.07.2014 betreffende het subsidiereglement recreatieclubs wordt opgeheven.
Het besluit van de gemeenteraad van Meulebeke van 16.07.2014 betreffende het subsidiereglement kwaliteitsvolle jeugdsport in erkende sportclubs door jeugdsportbegeleider of jeugdsportcoördinator te stimuleren via doorgedreven subsidiebeleid wordt opgeheven.
Artikel 3
Het reglement betreffende de werkingssubsidies voor sportverenigingen wordt als volgt vastgesteld:
DOEL VAN HET REGLEMENT
Artikel 1
Met dit reglement wil de stad erkende Tieltse sportverenigingen de mogelijkheid bieden om hun werking verder te zetten en uit te bouwen. Het beleid stimuleert hiermee het sportieve verenigingsleven met als één van de kerntaken ‘zoveel mogelijk mensen’ op een gezonde manier aan te zetten tot sporten.
Dit reglement bepaalt wie in aanmerking komt om de subsidie te ontvangen, op basis van duidelijke voorwaarden en criteria.
DEFINITIES
Artikel 2
In dit reglement betekent:
DOELGROEP EN TOEPASSINGSGEBIED
Artikel 3
De subsidie kan enkel worden aangevraagd door een erkende Tieltse sportvereniging (cfr. Erkenningsreglement voor sportverenigingen en sportorganisatoren); niet door een erkende sportorganisator.
De subsidie kan enkel aangewend worden voor de standaardwerking van de vereniging waarvan ‘sport’ de hoofdactiviteit is.
De subsidie wordt berekend op basis van het afgelopen kalenderjaar.
Verenigingen die voldoen aan de erkenningsvoorwaarden voor een Tieltse sportvereniging, maar niet aan de voorwaarden van categorie 1 of verder hebben geen recht op een werkingssubsidie maar behouden andere voordelen. Deze verenigingen hebben wel recht op de voordelen van een Tieltse vereniging zoals bijvoorbeeld voordeeltarief zaalhuur, voordeeltarief, huur materiaal, …
BEGUNSTIGDEN
Artikel 4
De subsidie kan worden toegekend aan de erkende Tieltse sportvereniging die:
Eenzelfde erkende vereniging kan slechts éénmaal subsidies aanvragen binnen één bepaalde sector behalve eventueel een moeder-dochter verenging. Bij moeder/ dochterverenigingen waarbij de moederverenging op één of andere manier subsidies krijgt van het stadsbestuur, zal bijgevolg de dochtervereniging duidelijk moeten aantonen dat deze over een aparte werking beschikt, met eigen leden, eigen bestuursleden en een apart budget/ rekeningnummer.
Voor eenzelfde activiteit (ook binnen een moeder/ dochtervereniging) kan slecht één keer subsidie aangevraagd worden. Activiteiten die reeds werden aangevraagd bij jeugd, senioren, cultuur of een andere sector, kunnen niet meer bij de sportsector ingediend worden.
In geval van betwisting of twijfel wordt door het bestuur van de van de sportraad een voorstel uitgewerkt en advies uitgebracht aan het College van Burgemeester en Schepenen dat beslist.
De begunstigde is verantwoordelijk voor de correcte besteding van de subsidie en het tijdig indienen van de nodige verantwoordingsstukken.
VOORWAARDEN
Artikel 5
Om in aanmerking te komen voor het ontvangen van directe financiële ondersteuning moet:
PROCEDURE
Artikel 6
SUBSIDIEBEDRAG
Artikel 7
Binnen de perken van de kredieten, daartoe goedgekeurd in het meerjarenplan, worden Tieltse sportverenigingen gesubsidieerd volgens de normen en de voorwaarden die hierna worden vastgesteld.
De sportverenigingen die in aanmerking komen voor het ontvangen van financiële ondersteuning worden onderverdeeld in vier categorieën. De categorie bouwt telkens verder op de vorige. Hoe hoger de categorie, hoe hoger de subsidie. Elke sportvereniging kan slechts tot één categorie behoren.
De basis werkingssubsidie wordt berekend op basis van de toegewezen categorieën.
In deze subsidie zit reeds budget voor aankoop eventuele trofeeën vervat. De subsidie wordt in één keer uitbetaald.
Artikel 8
Elke sportvereniging die behoort tot categorie 2, 3 of 4 kan aanspraak maken op bijkomende subsidies:
Categorie 1
Categorie 2
Een Tieltse vereniging wordt meegerekend binnen categorie 2 als men voldoet aan de voorwaarden in categorie 1 en volgende voorwaarden:
Categorie 3
Een Tieltse vereniging wordt meegerekend binnen categorie 3 als men voldoet aan de voorwaarden in categorie 1 en categorie 2 en volgende voorwaarden:
Categorie 4
Een Tieltse vereniging wordt meegerekend binnen categorie 4 als men voldoet aan de voorwaarden in categorie 1, categorie 2, categorie 3 en volgende voorwaarden:
Minimum 4 jeugdploegen (U18) in competitie en 1 volwassenploeg in competitie + een opleidingsplan voor de jeugd.
Jeugd in competitie over minstens 8 geboortejaren en 1 volwassenwerking in competitie + opleidingsplan voor de jeugd.
BIJKOMENDE BEPALINGEN
Artikel 9
Elke sportvereniging die behoort tot categorie 2, 3 en 4 kan aanspraak maken op bijkomende subsidies. De concrete bepalingen worden hieronder meegegeven.
Bijkomende subsidie op basis van het aantal actieve trainers
De sportvereniging beschikt over een kwaliteitsvol technisch kader. Het wekelijks trainingsaanbod wordt verzorgd door een kwalitatieve trainer die gequoteerd wordt op basis van zijn/haar erkend trainersdiploma (of gelijkgesteld). Een trainer moet minimaal 26 weken actief zijn als trainer binnen het sportseizoen.
Per trainingsgroep (= vaste, wekelijkse training van minimaal 90 minuten binnen een bepaalde leeftijd/niveau) komen alle vaste trainers in aanmerking die mee het wekelijks trainingsaanbod verzorgen. Een trainer die 3 uur training per week geeft, telt voor één volledige eenheid. Trainers met minder of meer trainingsuren worden proportioneel meegerekend volgens het aantal effectief gegeven uren.
Gediplomeerde trainers ontvangen een hogere vergoeding dan niet-gediplomeerde trainers. Het diploma van de trainer moet worden bijgevoegd indien dit nog niet in het bezit is van dienst sport.
Ook het voorzien van een jeugdsportcoördinator kan zorgen voor bijkomende subsidies. Een erkende sportvereniging kan maar 1 keer het subsidiebedrag voor jeugdsportcoördinator ontvangen.
| Opleidingsniveau sportbegeleider |
Master LO of trainer A (of gelijkgesteld) |
240,00 euro/eenheid |
| Bachelor LO of VTS trainer B (of gelijkgesteld) |
180,00 euro/eenheid |
|
| VTS initiator (of gelijkgesteld) |
100,00 euro/eenheid |
|
| Start 2 Coach |
70,00 euro/eenheid |
|
| Geen diploma |
30,00 euro/eenheid |
|
| Jeugdsportcoördinator (max. 1 per club) |
|
300,00 euro |
Een sportvereniging kan niet meer trainers gesubsidieerd krijgen dan het aantal actieve trainingsgroepen per week.
Bijkomende subsidie op basis van het aantal jeugdleden volgens niveau competitie
Sportverenigingen met jeugdleden die actief deelnemen aan competitie komen in aanmerking voor een extra subsidie per lid.
De subsidie per jeugdlid – afhankelijk van het niveau van de competitie – bedraagt:
| Jeugdlid Nationaal/Vlaams |
17,50 euro |
| Jeugdlid Provinciaal |
15,00 euro |
| Jeugdlid Regionaal |
12,00 euro |
| Jeugdlid Recreatief |
1,00 euro |
Het niveau wordt bepaald op basis van de officiële competitieniveaus zoals vastgelegd door de erkende sportfederatie van de sporttak. Wanneer benamingen verschillen per sporttak, wordt het niveau gelijkgesteld aan het dichtst overeenstemmende competitieniveau (nationaal, Vlaams, provinciaal, regionaal of recreatief). De sportvereniging levert hiervoor een attest van de federatie of competitie-indeling. Indien dit attest niet beschikbaar is voegt de sportvereniging de omschrijving toe waarom bepaalde leden in bepaalde categorieën worden ingedeeld.
Bijkomende subsidie op basis van het aanbieden van G-sport
Een bedrag van 300 euro wordt toegekend aan een sportvereniging met een aparte G-sportwerking.
Bijkomende subsidie op basis van aantal jaar bestaan van de sportvereniging
Een erkende Tieltse sportvereniging die respectievelijk 25 – 50 – 75 – 100 - … jaar bestaan krijgen tijdens hun jubileumjaar een extra subsidie toegekend.
Per 25 jaar wordt een vast bedrag toegekend van 125 euro; zie tabel:
| 25 jaar |
125,00 euro |
| 50 jaar |
250,00 euro |
| 75 jaar |
375,00 euro |
| 100 jaar |
500,00 euro |
| … |
… |
PROJECTSUBSIDIES
Artikel 10
Het binnen het meerjarenplan resterend bedrag wordt gebruikt voor projectsubsidies die in 2de helft van het aanvraagjaar (= kalenderjaar) kunnen ingezet worden. Thema’s van projectsubsidies zijn variabel per jaar en komen tot stand op advies van het bestuur van de sportraad.
Voorbeelden van projectsubsidies zijn de volgende: vrijwilligerswerking, aanspreekpunt integriteit, bepaalde vorming, opleiding trainers, verzekering vrijwilligers, wijk -en buurtgerichte sportinitiatieven, terugbetaling inschrijvingsgeld trainersopleiding of scheidsrechtersopleiding, EHBO-opleiding, AED-opleiding, …
Het bestuur van de sportraad beoordeelt de ontvangen aanvragen van de projectsubsidies en geeft advies aan het college van burgemeester en schepenen. Na beslissing van het college van burgemeester en schepen wordt het subsidiebedrag uitbetaald.
CONTROLE
Artikel 11
INWERKINGTREDING
Artikel 12
Dit reglement treedt in werking op 1 januari 2026.
BEKENDMAKING
Artikel 13
Dit reglement wordt bekendgemaakt via de website van de stad.
Artikel 4
Dit reglement treedt in werking op 01.01.2026.
Artikel 5
Dit besluit zal worden bekendgemaakt overeenkomstig artikel 286 en artikel 287 van het decreet over het lokaal bestuur van 22.12.2017.
Het decreet van 22.12.2017 over het lokaal bestuur, in het bijzonder artikel 2, artikel 40§3 en artikel 41.
Het decreet van 22.12.2017 over het lokaal bestuur in het bijzonder artikel 351.
Besluit van de gemeenteraad van Tielt dd. 05.10.2023 betreffende reglement voor het voorzien van een tussenkomst naar Tieltse clubs, scholen en inwoners m.b.t. tarieven en naar Tieltse clubs m.b.t. vervoer jeugdleden naar zwembaden buiten Tielt tijdens de sluiting zwembad Tielt.
In de gemeenteraad van Tielt van 05.10.2023 werd het reglement voor het voorzien van een tussenkomst naar Tieltse clubs, scholen en inwoners m.b.t. tarieven en naar Tieltse clubs m.b.t. vervoer van jeugdleden naar zwembaden buiten Tielt tijdens de sluiting van het zwembad Tielt goedgekeurd.
Ingevolge de fusie die ingegaan is op 01.01.2025 en rekening houdende met het nieuwe meerjarenplan 2026-2031, wordt er voorgesteld om het bestaande reglement op te heffen en een nieuw reglement compensatie zwembadtarieven voor Tieltse sportverenigingen en scholen vast te stellen.
In het oorspronkelijk reglement werd een tussenkomst voorzien voor het vervoer voor jeugdleden van clubs en bussen voor de scholen. In het nieuwe reglement wordt geen tussenkomst meer voorzien m.b.t. vervoer. Alles wat betreft busvervoer voor scholen wordt gebundeld in een apart reglement nl. 'subsidiereglement tegemoetkoming intern schoolvervoer voor de ondersteuning van de Tieltse basisscholen' en de tussenkomst voor vervoer jeugdleden clubs wordt geschrapt.
In het oorspronkelijk reglement konden Tieltenaars in het zwembad van Wingene zwemmen aan inwonerstarief. Dit wordt geschrapt. Er is wel nog een samenwerking lopend met de gemeenten Staden, Ledegem, Hooglede, Izegem, Roeselare en Meulebeke. Dit n.a.v. de subsidiepot voor intergemeentelijke samenwerking. Meulebekenaars kunnen wel in Izegem en Roeselare aan inwonerstarief gaan zwemmen.
Enkel de tussenkomst voor tarieven van schoolzwemmen en clubzwemmen in andere zwembaden blijft van kracht. Dit enkel voor zwembeurten die niet in het huidig zwembad gepland kunnen worden omwille van plaatsgebrek of omdat de huidige infrastructuur niet voldoet aan de noden.
Het besluit van de gemeenteraad van Tielt van 05.10.2023 betreffende reglement voor het voorzien van een tussenkomst naar Tieltse clubs, scholen en inwoners m.b.t. tarieven en naar Tieltse clubs m.b.t. vervoer jeugdleden naar zwembaden buiten Tielt tijdens de sluiting zwembad Tielt dient te worden opgeheven.
Het ontwerp van reglement werd besproken in de sportraad dd. 27.10.2025.
Het bestuur van de sportraad verleende positief advies op 27.10.2025.
De geraamde uitgaven voor compensatie zwembadtarieven voor Tieltse sportverenigingen en scholen worden opgenomen in het meerjarenplan 2026-2031.
De gemeenteraad beslist:
Artikel 1
Het besluit van de gemeenteraad van Tielt van 05.10.2023 betreffende het reglement voor het voorzien van een tussenkomst naar Tieltse clubs, scholen en inwoners m.b.t. tarieven en naar Tieltse clubs m.b.t. vervoer jeugdleden naar zwembaden buiten Tielt tijdens de sluiting zwembad Tielt wordt opgeheven.
Artikel 2
Het reglement betreffende compensatie zwembadtarieven voor Tieltse sportverenigingen en scholen wordt als volgt vastgesteld:
DOEL VAN HET REGLEMENT
Artikel 1
Met dit reglement wil de stad de Tieltse sportverenigingen en Tieltse basisscholen ondersteuning bieden voor de extra kosten die moeten gemaakt worden om te kunnen zwemmen, dit naar aanleiding van de sluiting van het Tieltse zwembad aan het Generaal Maczekplein.
Dit reglement bepaalt wie in aanmerking komt om de subsidie te ontvangen, op basis van duidelijke voorwaarden en criteria.
DEFINITIES
Artikel 2
In dit reglement betekent:
DOELGROEP EN TOEPASSINGSGEBIED
Artikel 3
De tussenkomst kan enkel aangevraagd worden door erkende Tieltse sportverenigingen en/of Tieltse scholen.
BEGUNSTIGDEN
Artikel 4
De tussenkomst kan worden toegekend aan:
Die
De begunstigde is verantwoordelijk voor het tijdig indienen van de nodige verantwoordingsstukken.
VOORWAARDEN
Artikel 5
§1
Om in aanmerking te komen moet:
Indien de Tieltse sportverenigingen en scholen een tegemoetkoming ontvangen van het stadsbestuur wordt gevraagd dit aan de ouders/leden bekend te maken.
§2
De tussenkomst wordt toegekend binnen de grenzen van de financiële mogelijkheden van de stad en de kredieten die daartoe jaarlijks in het meerjarenplan worden vastgelegd.
PROCEDURE
Artikel 6
BIJKOMENDE BEPALINGEN
Artikel 7
Indien de Tieltse sportverenigingen en scholen een tegemoetkoming ontvangen van het stadsbestuur wordt gevraagd dit aan de ouders/leden bekend te maken.
Activiteiten waarbij door het stadsbestuur reeds in enigerlei tussenkomst voorzien wordt, komen niet in aanmerking voor betoelaging volgens onderhavig reglement.
BEDRAG COMPENSTATIE
Artikel 8
Het bedrag wordt als volgt berekend:
Sportverenigingen: voor deze zwembeurten wordt door het stadsbestuur het verschil in tarief bijgepast zodat de Tieltse sportverenigingen niet méér betalen dan het tarief dat gehanteerd zou worden cfr. huidig zwembad op sport-en recreatiedomein Ter Borcht.
Tieltse scholen: Voor die schoolzwembeurten wordt door het stadsbestuur het verschil in tarief bijgepast zodat de kinderen niet méér betalen dan een schoolkind van de desbetreffende gemeente.
INWERKINGTREDING
Artikel 9
Dit reglement treedt in werking op 1 januari 2026 en blijft van kracht tot het nieuwe zwembad operationeel is.
BEKENDMAKING
Artikel 10
Dit reglement wordt bekendgemaakt via de website van de stad.
Artikel 3
Dit reglement treedt in werking op 01.01.2026.
Artikel 4
Dit besluit zal worden bekendgemaakt overeenkomstig artikel 286 en artikel 287 van het decreet over het lokaal bestuur van 22.12.2017.
Het decreet van 22.12.2017 over het lokaal bestuur, in het bijzonder artikel 2, artikel 40§3 en artikel 41.
Het decreet van 22.12.2017 over het lokaal bestuur in het bijzonder artikel 351.
Besluit van de gemeenteraad van Tielt 03.07.2008, gewijzigd op 06.10.2022 betreffende subsidiereglement ‘betoelaging intern vervoer van en naar activiteiten georganiseerd door het stadbestuur Tielt en/of naar schoolactiviteiten georganiseerd in de voor het publiek toegankelijke gemeentelijke infrastructuur’.
Kosten voor intern schoolvervoer voor extramurale schoolactiviteiten vormen voor heel wat scholen een serieus aandeel in hun werkingsbudget, waardoor ze gedwongen worden om het aantal uitstappen te beperken.
De stad wenst, met medewerking van de scholen, een extra inspanning te leveren om te voorkomen dat uitstappen naar socioculturele- en sportactiviteiten zouden beperkt worden.
Voor de toepassing van dit reglement komen alle basisscholen, gelegen op het grondgebied van de stad Tielt en erkend, gefinancierd of gesubsidieerd door de Vlaamse Gemeenschap in aanmerking.
Voor de toepassing van dit reglement komt in aanmerking het vervoer naar (socio)culturele- en sportactiviteiten die plaatsvinden in een voor het publiek toegankelijke gemeentelijke infrastructuur op het grondgebied van Tielt en waarbij de afstand tussen de school en de locatie minimum 1,5 km bedraagt, uitgezonderd infrastructuur die niet door het stad zelf wordt uitgebaat. De bus heeft een minimumcapaciteit van 24 personen. Vervoer naar zwembaden in de aan Tielt grenzende gemeenten en die geboekt zijn in afstemming met de dienst sport komen in aanmerking tot de ingebruikname van het nieuwe zwembad.
Voor het schooljaar 2025-2026 loopt ook nog een overheidsopdracht m.b.t. het zwembadvervoer voor de Tieltse basisscholen. Deze opdracht eindigt op 30.06.2026 en zal niet meer verlengd worden. Het zwembadvervoer voor alle basisscholen wordt volledig in het nieuwe reglement geïntegreerd.
Het besluit van de gemeenteraad van Tielt van 03.07.2008, gewijzigd op 06.10.2022, betreffende subsidiereglement ‘betoelaging intern vervoer van en naar activiteiten georganiseerd door het stadbestuur Tielt en/of naar schoolactiviteiten georganiseerd in de voor het publiek toegankelijke gemeentelijke infrastructuur’ dient te worden opgeheven.
Door raadslid Bernard De Marez (Team BURGEMEESTER) werd volgend amendement ter stemming aan de gemeenteraad voorgelegd:
Met 12 stemmen voor (Danny Bossuyt, Veerle Vervaeke, Dirk Verwilst, Katrien Seys, Benedikt Van Staen, Kristof Vande Walle, Jean-Marie Gunst, Bernard De Marez, Lieven Vaneeckhoute, Koen Desmet, Filip Naert, Isabelle Van de Cappelle), 18 stemmen tegen (Glenn Lambert, Luc Vannieuwenhuyze, Pascale Baert, Birger De Coninck, Lieve Germonprez, Vincent Byttebier, Grietje Goossens, Didier Van Nieuwenhuyse, Bert Verdru, Marie De Cloet, Klaas Carrette, Simon Bekaert, Nele Callens-Gelaude, Hedwig Verdoodt, Joris Vande Vyvere, Mouna Belkadi, Rik Stevens, Stijn Dermul)
Het amendement wordt bijgevolg niet goedgekeurd.
De geraamde uitgaven voor de subsidie tegemoetkoming intern schoolvervoer - basisscholen worden opgenomen in het meerjarenplan 2026-2031.
De gemeenteraad beslist:
Artikel 1
Het besluit van de gemeenteraad van Tielt van 03.07.2008, gewijzigd op 06.10.2022 betreffende subsidiereglement ‘betoelaging intern vervoer van en naar activiteiten georganiseerd door het stadbestuur Tielt en/of naar schoolactiviteiten georganiseerd in de voor het publiek toegankelijke gemeentelijke infrastructuur’ wordt opgeheven.
Artikel 2
Het reglement betreffende de subsidie tegemoetkoming intern schoolvervoer - basisscholen wordt als volgt vastgesteld:
DOEL VAN HET REGLEMENT
Artikel 1
Kosten voor intern schoolvervoer voor extramurale schoolactiviteiten vormen voor heel wat scholen een serieus aandeel in hun werkingsbudget. De stad wenst, met medewerking van de scholen, een extra inspanning te leveren om te voorkomen dat uitstappen naar socioculturele- en sportactiviteiten zouden beperkt worden.
Dit reglement bepaalt wie in aanmerking komt om de subsidie te ontvangen, op basis van duidelijke voorwaarden en criteria.
DOELGROEP EN TOEPASSINGSGEBIED
Artikel 2
De subsidie kan worden aangevraagd door alle basisscholen, gelegen op het grondgebied van de stad Tielt en erkend, gefinancierd of gesubsidieerd door de Vlaamse Gemeenschap en dit voor uitstappen naar socioculturele- en sportactiviteiten.
BEGUNSTIGDEN EN ACTIVITEITEN DIE IN AANMERKING KOMEN
Artikel 3
De tussenkomst kan worden toegekend aan de in artikel 2 gedefinieerde doelgroep voor:
• het vervoer naar (socio)culturele- en sportactiviteiten die plaatsvinden in een voor het publiek toegankelijke gemeentelijke infrastructuur op het grondgebied van Tielt en waarbij de afstand tussen de school en de locatie minimum 1,5 km bedraagt, uitgezonderd infrastructuur die niet door het stad zelf wordt uitgebaat.
• het vervoer naar zwembaden in de aan Tielt grenzende gemeenten en die geboekt zijn in afstemming met de Dienst Sport van Stad Tielt.
en indien voldaan wordt aan de voorwaarden en criteria vermeld in dit reglement.
De begunstigde is verantwoordelijk voor het tijdig indienen van de nodige verantwoordingsstukken.
BIJKOMENDE VOORWAARDEN
Artikel 4
§1 Om in aanmerking te komen moet de bus een minimumcapaciteit van 24 personen hebben.
§2 Activiteiten waarbij door het stadsbestuur reeds in enigerlei tussenkomst bij het vervoer voorzien wordt, komen niet in aanmerking voor betoelaging.
§3 De tussenkomst in het zwembadvervoer wordt voorzien tot de ingebruikname van het nieuwe zwembad van stad Tielt
§4 Indien de basisscholen een tegemoetkoming van het stadsbestuur ontvangen, wordt gevraagd dit aan de ouders bekend te maken.
PROCEDURE
Artikel 5
§1 Per semester bezorgen de scholen aan de stad via een ter beschikking gesteld formulier een overzicht van de busritten die in aanmerking komen voor betoelaging. Bij de aanvraag moeten volgende bewijsstukken gevoegd worden: facturen, kopie rittenboek,… De lijst wordt ingediend in de loop van de maand die volgt op het semester waarop ze betrekking heeft.
§2 Na controle van de bewijsstukken zal er worden overgegaan tot uitbetaling.
SUBSIDIEBEDRAG
Artikel 6
§ 1 Uit het budget voor flankerend onderwijsbeleid wordt jaarlijks een bedrag voorbehouden
voor deze tegemoetkoming. Dit bedrag kan de volgende jaren aangepast worden door het
college van burgemeester en schepenen als er zich andere noden en prioriteiten voordoen.
§ 2 Per busrit (heen en terug) wordt een toelage voorzien van maximum 50,00 euro voor de niet-
Zwemactiviteiten, hetzij met eigen bus hetzij op voorlegging van de factuur van de busmaatschappij.
§3 Per busrit (heen en terug) naar een omliggend zwembad wordt een toelage voorzien van maximum 75 % van de kostprijs van de busrit op basis van voorlegging van de factuur van de busmaatschappij of 50,00 euro met eigen bus.
§4 Het jaarlijks voorziene bedrag wordt proportioneel verdeeld over de verschillende basisscholen op
basis van de gemaakte vervoerskosten van het voorbije schooljaar voor de in artikel 2 § 2 vermelde
activiteiten. Het totaal uitgekeerde bedrag kan het voorziene budget niet overschrijden.
CONTROLE
Artikel 7
• De stad behoudt zich het recht voor om op elk moment controles uit te voeren op de besteding van de subsidie.
• Als uit de controle blijkt dat de subsidie niet correct werd gebruikt of dat onjuiste informatie werd verstrekt, kan de subsidie geheel of gedeeltelijk worden teruggevorderd.
• Bij ernstige inbreuken kan de aanvrager worden uitgesloten van toekomstige subsidiemogelijkheden.
INWERKINGTREDING
Artikel 8
Dit reglement treedt in werking op 1 januari 2026.
BEKENDMAKING
Artikel 9
Dit reglement wordt bekendgemaakt via de website van de stad.
Artikel 3
Dit reglement treedt in werking op 01.01.2026.
Artikel 4
Dit besluit zal worden bekendgemaakt overeenkomstig artikel 286 en artikel 287 van het decreet over het lokaal bestuur van 22.12.2017.
Het decreet van 22.12.2017 over het lokaal bestuur, in het bijzonder artikel 2, artikel 40§3 en artikel 41.
Het decreet van 22.12.2017 over het lokaal bestuur in het bijzonder artikel 351.
Besluit van de gemeenteraad van Tielt 03.09.2020 betreffende subsidiereglement voor het verlenen van een toelage op het vestigen, moderniseren en vernieuwen van winkels en handelshuizen.
Het reglement voor het verlenen van een toelage op het inrichten, moderniseren en vernieuwen van winkels en handelshuizen wordt ingevoerd om:
De subsidie kan worden aangevraagd door de eigenaars of huurders, rechtspersonen of natuurlijke personen waarvan de exploitatiezetel te Tielt is gelegen. De subsidie is bedoeld voor de panden die gelegen zijn op het grondgebied van stad Tielt.
Om in aanmerking te komen moet men aan een aantal voorwaarden voldoen, ook de werken die voor subsidie in aanmerking komen, worden in het reglement vastgelegd.
De stedelijke toelage op het oprichten, moderniseren of herinrichten van handelshuizen bedraagt 5% van de kostprijs van de werkelijk uitgevoerde werken waarbij ook het maximale subsidiebedrag wordt vastgelegd.
In het subsidiereglement worden ook de panden opgelijst die niet in aanmerking komen voor subsidiëring.
Het besluit van de gemeenteraad van Tielt van 03.09.2020 betreffende het reglement voor het verlenen van een toelage op het vestigen, moderniseren en vernieuwen van winkels en handelshuizen dient te worden opgeheven.
De geraamde uitgaven voor het reglement voor het verlenen van een toelage op het inrichten, moderniseren en vernieuwen van winkels en handelshuizen worden opgenomen in het meerjarenplan 2026-2031.
De gemeenteraad beslist:
Artikel 1
Het besluit van de gemeenteraad van Tielt van 3 september 2020 betreffende het subsidiereglement voor het verlenen van een toelage op het vestigen, moderniseren en vernieuwen van winkels en handelshuizen wordt opgeheven.
Artikel 2
Het reglement voor het verlenen van een toelage op het inrichten, moderniseren en vernieuwen van winkels en handelshuizen wordt als volgt vastgesteld:
DEFINITIES
Artikel 2
In dit reglement betekent:
Kernwinkelgebied: Kortrijkstraat – Markt – 1e deel Ieperstraat (van huisnummer 1 t.e.m. 9 en van huisnummer 2 t.e.m. 16) - Bruggestraat (van Markt tot aan Kerkstraat; t.e.m. huisnummer 28 en t.e.m. huisnummer 35).
DOELGROEP EN TOEPASSINGSGEBIED
Artikel 3
Binnen de perken van de jaarlijks goedgekeurde stadsbegrotingskredieten en volgens de modaliteiten van onderhavig reglement wordt er een winkelinrichtings- modernisering en winkelvernieuwingspremie verleend voor winkels en handelshuizen waarvan de exploitatiezetel te Tielt is gelegen.
BEGUNSTIGDEN
Artikel 4
De subsidie kan worden aangevraagd door de eigenaars of huurders, rechtspersonen of natuurlijke personen waarvan de exploitatiezetel te Tielt is gelegen. De subsidie is bedoeld voor de panden die gelegen zijn binnen Stad Tielt.
Artikel 5
Volgende zaken zijn uitgesloten voor het verkrijgen van de premie:
1. financiële- en verzekeringsinstellingen; immo- en vastgoedkantoren , interim- en andere kantoren/ vrije of intellectueel dienstverlenende beroepen met uitzondering van apotheken (bv: boekhouders/fiscalisten, juristen, accountants, bedrijfsrevisoren, belastingconsulenten, verzekeringsmakelaars, landmeters, agenten en makelaars in bank- en beleggingsproducten);
2. andere kantoorfuncties zonder voor publiek vrij toegankelijke commerciële ruimte;
3. private bureaus voor telecommunicatie (belwinkels), callshops, winkels met activiteit telefonie en/of internet;
4. wedkantoren, goktenten;
5. nachtwinkels, automatenshops;
6. paramedische beroepen;
7. sexshops, peepshows, dancings, lunaparken, privéclubs;
8. groothandel
9. een handelszaak die ontstaat door een loutere wijziging van de rechtsvorm van een reeds bestaande handelszaak;
10. handelspanden die deel uitmaken van een project waarvoor een socio-economische vergunning is aangevraagd van meer dan 1.000 m².
Bij gemende activiteit is de ingeschreven hoofdactiviteit in de Kruispuntbank doorslaggevend.
VOORWAARDEN
Artikel 6
Om in aanmerking te komen moet men aan een aantal voorwaarden voldoen:
a) Een bestaande winkel of handelszaak gelegen te Tielt vernieuwen of moderniseren.
b) Of een nieuwe winkel of handelshuis oprichten door nieuwbouw of door ombouw van een bestaand pand dat nog geen handelsbestemming had te Tielt.
c) van goed zedelijk gedrag zijn
d) meerderjarig zijn of verklaard werden
e) aangesloten zijn bij een sociale verzekeringskas voor zelfstandigen
f) beschikken over een ondernemingsnummer
De subsidie geldt enkel voor werkzaamheden ten behoeve van ruimtes met publieke toegang en waarin volgende werken worden uitgevoerd:
- Pleisteren
- Behang- en schilderwerken
- Bevloering
- Binnenschrijnwerk, op voorwaarde dat in geval van gebruik van hout dit hout afkomstig is uit duurzaam beheerde bossen (FSC-label)
- Plafondwerken
- Elektriciteitswerken, op voorwaarde dat een keuringsattest wordt afgeleverd door een erkend keuringsbureau
- Ventilatiesysteem
- Verwarming en verwarmingsinstallaties
- Isolatie
- Plaatsen of vervangen van sanitair in de publiek toegankelijke ruimte, op voorwaarde dat het ook toegankelijk en geschikt gemaakt is voor personen met een fysieke beperking
- Roerende goederen die onroerend worden door bestemming
- beveiligingssysteem
Het college van burgemeester en schepenen doet uitspraak over de gevallen die niet in dit reglement voorzien zijn.
PROCEDURE
Artikel 7
• Aanvraag
De toelage moet op schriftelijke wijze en aangevraagd worden aan het College van Burgemeester en Schepenen, op een daartoe vastgesteld aanvraagformulier dat via de website van de stad te vinden is of kan aangevraagd worden bij de dienst Lokale economie. Dit aanvraagformulier dient vergezeld te zijn van alle nodige verantwoordingsstukken.
Alsook moet dit formulier de bevoegde dienst binnen het jaar na factuurdatum bereiken. Deze aanvraag veronderstelt een bouwdossier met aanstelling van een erkend architect waar dit wettelijk verplicht is.
• Uitbetaling
De toelage wordt slechts uitbetaald na de volledige uitvoering van de werken en mits voorlegging van de nodige facturen tot staving van de uitgevoerde werken.
SUBSIDIEBEDRAG
Artikel 8
De stedelijke toelage op het oprichten, moderniseren of herinrichten van handelshuizen bedraagt 5% van de kostprijs van de werkelijk uitgevoerde werken en gestaafd door facturen, met een maximum van
- 600 euro voor panden gelegen in Tielt
- 1.200 euro voor panden binnen het kernwinkelgebied
Ze wordt verleend voor werken die globaal ten minste 7.500 euro bedragen, BTW niet inbegrepen.
CONTROLE
Artikel 9
De stad behoudt zich het recht voor om op elk moment controles uit te voeren op de besteding van de subsidie.
Als uit de controle blijkt dat de subsidie niet correct werd gebruikt of dat onjuiste informatie werd verstrekt, kan de subsidie geheel of gedeeltelijk worden teruggevorderd.
Bij ernstige inbreuken kan de aanvrager worden uitgesloten van toekomstige subsidiemogelijkheden.
BIJKOMENDE BEPALINGEN
Artikel 10
De voormelde premie kan worden gecumuleerd met andere gemeentelijke premies of toelagen.
Het College van Burgemeester en Schepenen is alleen bevoegd om alle geschillen te regelen die zouden kunnen rijzen in verband met de toekenning van deze toelagen.
De premie voor éénzelfde handelspand kan slechts éénmaal in een periode van 9 jaar worden toegekend.
INWERKINGTREDING
Artikel 11
Dit reglement treedt in werking op 1 januari 2026
BEKENDMAKING
Artikel 12
Dit reglement wordt bekendgemaakt via de website van de stad.
Artikel 3
Dit reglement treedt in werking op 01.01.2026.
Artikel 4
Dit besluit zal worden bekendgemaakt overeenkomstig artikel 286 en artikel 287 van het decreet over het lokaal bestuur van 22.12.2017.
Het decreet van 22.12.2017 over het lokaal bestuur, in het bijzonder artikel 2, artikel 40§3 en artikel 41.
Het decreet van 22.12.2017 over het lokaal bestuur in het bijzonder artikel 351.
Besluit van de gemeenteraad van Tielt van 16.12.2013 betreffende premie Inrichten van woongelegenheden op verdiepingen van handelspanden.
Met het premiereglement voor het inrichten van woongelegenheden op verdiepingen van handelspanden wil de stad financiële ondersteuning bieden aan de natuurlijke personen of rechtspersonen die op het grondgebied van de stad overgaan tot het inrichten van één of meerdere woongelegenheden op de verdieping(en) van handelspanden met een aparte toegang onafhankelijk van de handelsruimte. De premie is vooral bedoeld om leegstand boven handelspanden tegen te gaan en woongelegenheden te creëren. Om voor de premie in aanmerking te komen moeten de panden gelegen zijn in het kernwinkelgebied van de stad Tielt.
Dit reglement bepaalt wie in aanmerking komt om de premie te ontvangen, op basis van duidelijke voorwaarden en criteria.
Het besluit van de gemeenteraad van Tielt van 16.12.2013 betreffende premie tot het inrichten van woongelegenheden op verdiepingen van handelspanden dient te worden opgeheven.
De geraamde uitgaven voor de premie voor het inrichten van woongelegenheden op verdiepingen van handelspanden worden opgenomen in het meerjarenplan 2026-2031.
De gemeenteraad beslist:
Artikel 1
Het besluit van de gemeenteraad van Tielt van 16.12.2013 betreffende de premie voor het inrichten van woongelegenheden op verdiepingen van handelspanden wordt opgeheven.
Artikel 2
Het reglement betreffende de premie voor het inrichten van woongelegenheden op verdiepingen van handelspanden wordt als volgt vastgesteld:
DOEL VAN HET REGLEMENT
Artikel 1
Met dit reglement wil de stad financiële ondersteuning bieden aan de natuurlijke personen of rechtspersonen die op het grondgebied van de stad overgaan tot het inrichten van één of meerdere woongelegenheden op de verdieping(en) van handelspanden met een aparte toegang onafhankelijk van de handelsruimte. De premie is vooral bedoeld om leegstand boven handelspanden tegen te gaan en woongelegenheden te creëren. Om voor de premie in aanmerking te komen moeten de panden gelegen zijn in het kernwinkelgebied van de Stad Tielt.
Dit reglement bepaalt wie in aanmerking komt om de premie te ontvangen, op basis van duidelijke voorwaarden en criteria.
DEFINITIES
Artikel 2
In dit reglement betekent:
DOELGROEP EN TOEPASSINGSGEBIED
Artikel 3
De premie kan worden aangevraagd door:
BEGUNSTIGDEN
Artikel 4
De premie kan worden toegekend aan:
Die
De begunstigde is verantwoordelijk voor het correct en het tijdig indienen van de nodige verantwoordingsstukken.
VOORWAARDEN
Artikel 5
§1 Volgende werken komen in aanmerking voor een premie:
§2 De werken moeten uitgevoerd worden in overeenstemming met de decretale en reglementaire voorschriften. De ingerichte woongelegenheid moet voldoen aan de decretale en reglementaire normen inzake kwaliteit en veiligheid. De woongelegenheden moeten beschikken over afzonderlijke meters voor het opnemen van elektriciteit-, gas- en waterverbruik.
§3 Enkel werken voor panden waar is voorzien of wordt voorzien in een aparte individuele of gemeenschappelijke toegang naar de te renoveren woongelegenheden op de verdiepingen, komen in aanmerking.
PROCEDURE
Artikel 6
PREMIEBEDRAG
Artikel 7
CONTROLE EN EVENTUELE SANCTIES
Artikel 8
BIJKOMENDE BEPALINGEN
Artikel 9
INWERKINGTREDING
Artikel 10
Dit reglement treedt in werking op 1 januari 2026.
BEKENDMAKING
Artikel 11
Dit reglement wordt bekendgemaakt via de website van de stad.
Artikel 3
Dit reglement treedt in werking op 01.01.2026.
Artikel 4
Dit besluit zal worden bekendgemaakt overeenkomstig artikel 286 en artikel 287 van het decreet over het lokaal bestuur van 22.12.2017.
Het decreet van 22.12.2017 over het lokaal bestuur, in het bijzonder artikel 2, artikel 40§3 en artikel 41.
Het decreet van 22.12.2017 over het lokaal bestuur in het bijzonder artikel 351.
Besluit van de gemeenteraad van Tielt 03.09.2020 betreffende het reglement voor het verlenen van een stedelijke vestigingspremie.
Besluit van de gemeenteraad van Meulebeke van 26.10.2005 betreffende de gemeentelijke premie voor startende zelfstandigen.
In de gemeenteraad van Tielt van 03.09.2020 werd het reglement voor het verlenen van een stedelijke vestigingspremie goedgekeurd.
In de gemeenteraad van Meulebeke van 26.10.2005 werd het reglement "gemeentelijke premie voor startende zelfstandigen" goedgekeurd.
Ingevolge de fusie die ingegaan is op 01.01.2025 en rekening houdende met het nieuwe meerjarenplan 2026-2031, wordt er voorgesteld om de bestaande reglementen op te heffen en een reglement voor het verlenen van een stedelijke vestigingspremie vast te stellen.
Het stadsbestuur van Tielt wenst een premie toe te kennen aan de personen die zich de eerste keer als zelfstandig bedrijfshoofd in hoofdberoep of bijberoep vestigen met een fysiek, toegankelijk verkooppunt op het grondgebied van de stad Tielt, met een Belgische vennootschapsvorm en waarvan het bedrijfshoofd voldoet aan enkele bepalingen zoals opgenomen in het reglement.
De stedelijke vestigingspremie bedraagt in hoofdberoep 250,00 euro en in bijberoep 125,00 euro.
Binnen het kernwinkelgebied is een verdubbeling van de premie mogelijk onder bepaalde voorwaarden.
In het reglement wordt eveneens opgenomen welke categorieën niet in aanmerking komen voor het verlenen van de premie.
Het besluit van de gemeenteraad van Tielt van 03.09.2020 betreffende het reglement voor het verlenen van een stedelijke vestigingspremie en het besluit van de gemeenteraad van Meulebeke van 26.10.2005 betreffende de gemeentelijke premie voor startende zelfstandigen dienen te worden opgeheven.
De geraamde uitgaven voor de premie voor het verlenen van een stedelijke vestigingspremie worden opgenomen in het meerjarenplan 2026-2031.
De gemeenteraad beslist:
Artikel 1
Het besluit van de gemeenteraad van Tielt van 03.09.2020 betreffende het reglement voor het verlenen van een stedelijke vestigingspremie wordt opgeheven.
Artikel 2
Het besluit van de gemeenteraad van Meulebeke van 26 oktober 2005 betreffende de gemeentelijke premie voor startende zelfstandigen wordt opgeheven.
Artikel 3
Het reglement betreffende de premie voor het verlenen van een stedelijke vestigingspremie wordt als volgt vastgesteld:
DEFINITIES
Artikel 2
In dit reglement betekent:
• Bedrijfshoofd
Elke persoon die zijn bedrijf leidt onder de vorm van éénmanszaak of onder de vorm van een vennootschap zonder met deze vennootschap verbonden te zijn met een dienstverleningscontract.
• Kernwinkelgebied
Kortrijkstraat – Markt – 1e deel Ieperstraat (van huisnummer 1 t.e.m. 9 en van huisnummer 2 t.e.m. 16) - Bruggestraat (van Markt tot aan Kerkstraat; t.e.m. huisnummer 28 en t.e.m. huisnummer 35).
BEGUNSTIGDEN EN VOORWAARDEN
Artikel 3
§1
Het stadsbestuur van Tielt verleent een premie, dit binnen de perken van het begrotingskrediet, aan de eigenaars of huurders, rechtspersonen of natuurlijke personen waarvan de exploitatiezetel te Tielt is gelegen die zich de eerste keer als zelfstandig bedrijfshoofd in hoofdberoep of bijberoep vestigen met een fysiek, toegankelijk verkooppunt op het grondgebied van de stad Tielt. Er wordt door de bevoegde stedelijke dienst nagegaan of het om een eerste vestiging als zelfstandige gaat door in de Kruispuntbank van Ondernemingen te controleren vanaf welke datum het ondernemingsnummer actief is. Deze premie is bedoeld voor personen die als zelfstandige starten en op dat moment voldoen aan bepaalde voorwaarden.
a) van goed zedelijk gedrag zijn
b) meerderjarig zijn of verklaard zijn
c) aangesloten zijn bij een sociale verzekeringskas voor zelfstandigen
d) beschikken over een ondernemingsnummer
§2
Komen niet in aanmerking
1. financiële- en verzekeringsinstellingen; immo- en vastgoedkantoren , interim- en andere kantoren/ vrije of intellectueel dienstverlenende beroepen (bv: boekhouders/fiscalisten, juristen, accountants, bedrijfsrevisoren, belastingconsulenten, verzekeringsmakelaars, landmeters, agenten en makelaars in bank- en beleggingsproducten);
2. andere kantoorfuncties zonder voor publiek vrij toegankelijke commerciële ruimte;
3. vrije beroepen en paramedische beroepen;
4. private bureaus voor telecommunicatie (belwinkels), callshops, winkels met activiteit telefonie en/of internet;
5. wedkantoren, goktenten;
6. nachtwinkels, automatenshops;
7. sexshops, peepshows, dancings, lunaparken, privéclubs;
8. groothandel (bij gemende activiteit is de ingeschreven hoofdactiviteit in de Kruispuntbank doorslaggevend)
9. een handelszaak die ontstaat door een loutere wijziging van de rechtsvorm van een reeds bestaande handelszaak;
10. handelspanden die deel uitmaken van een project waarvoor een socio-economische vergunning is aangevraagd van meer dan 1.000 m².
Bij gemende activiteit is de ingeschreven hoofdactiviteit in de Kruispuntbank doorslaggevend
§3
De begunstigde dient achtereenvolgens volgende verbintenis te onderschrijven:
a) Gedurende ten minste 3 achtereenvolgende jaren het bedrijf waarvoor een premie wordt toegekend zelf te leiden.
b) In geval van niet-naleving van deze verbintenissen in te stemmen met de vordering van de stad Tielt van een som gelijk aan de ontvangen stedelijke premie vermeerderd met de wettelijke interesten voor de duur van de niet-naleving of van de begane tekortkoming.
Het college van burgemeester en schepenen doet uitspraak over de gevallen die niet in dit reglement voorzien zijn.
PROCEDURE
Artikel 4
De aanvragen tot het verkrijgen van de stedelijke vestigingspremie moeten ingediend worden bij het college van burgemeester en schepenen op de daartoe bestemde formulieren. Dit moet gebeuren binnen het jaar na de datum waarop de aanvrager zelfstandige in hoofdberoep of bijberoep werd, en waarbij het ondernemingsnummer actief werd. Deze formulieren zijn beschikbaar via de website van Tielt of aan de fysieke loketten van het stadhuis.
De aanvragen moeten steeds vergezeld zijn van de bij de formulieren gevraagde attesten en bewijsstukken.
SUBSIDIEBEDRAG
Artikel 5
De stedelijke vestigingspremie bedraagt in hoofdberoep 250 euro en in bijberoep 125 euro als basispremies.
Artikel 6
Verdubbeling van de premie
De basispremies kunnen onder bepaalde voorwaarden éénmalig verdubbeld worden tot 250 euro en 500 euro. Een dubbele verdubbeling is niet toegestaan.
Voorwaarden voor verdubbeling
De premie wordt verdubbeld in één van de volgende gevallen:
1. Vestiging in het kernwinkelgebied:
De uitbating bevindt zich in het kernwinkelgebied van het centrum van Tielt.
2. Werkloze (uitkeringsgerechtigde) die zelfstandige wordt:
De natuurlijke persoon was op het ogenblik van de eerste vestiging als zelfstandige minstens één jaar volledig uitkeringsgerechtigd werkloos en kan hiervan het bewijs leveren.
Belangrijke regel
Indien beide voorwaarden van toepassing zijn, wordt de premie slechts één keer verdubbeld.
Deze verdubbeling is cumuleerbaar met andere stedelijke premies.
Artikel 7
Indien de begunstigde gestart is in bijberoep en binnen de 2 jaar na oprichtingsdatum overschakelt naar hoofdberoep, dan kan men aanspraak maken op de opleg van de premie voor hoofdberoep:
- Binnen kernwinkelgebied: 250 euro
- Buiten kernwinkelgebied: 125 euro
CONTROLE
Artikel 8
De stad behoudt zich het recht voor om op elk moment te controleren of nog aan de voorwaarden van het reglement wordt voldaan.
Als uit de controle blijkt dat er niet meer aan de voorwaarden van het reglement wordt voldaan of dat onjuiste informatie werd verstrekt, kan de subsidie geheel of gedeeltelijk worden teruggevorderd.
Bij ernstige inbreuken kan de aanvrager worden uitgesloten van toekomstige subsidiemogelijkheden.
INWERKINGTREDING
Artikel 9
Dit reglement treedt in werking op 1 januari 2026
BEKENDMAKING
Artikel 10
Dit reglement wordt bekendgemaakt via de website van de stad.
Artikel 4
Dit reglement treedt in werking op 01.01.2026.
Artikel 5
Dit besluit zal worden bekendgemaakt overeenkomstig artikel 286 en artikel 287 van het decreet over het lokaal bestuur van 22.12.2017.
Het decreet over het lokaal bestuur van 22.12.2017, in het bijzonder artikel 2, artikel 40§3 en artikel 41.
Besluit van de gemeenteraad van Tielt van 03.03.2005 betreffende het reglement ‘Toekenning van een geldelijke tussenkomst voor begrafeniskosten van oud-strijders en weggevoerden’.
Op 03.03.2005 keurde de gemeenteraad van Tielt het reglement ‘toekenning van een geldelijke tussenkomst voor begrafeniskosten van oud-strijders en weggevoerden’ goed.
In het kader van de fusie die van kracht is sinds 01.01.2025 en rekening houdend met het nieuwe meerjarenplan 2026–2031, wordt voorgesteld om het bestaande reglement op te heffen en te vervangen door een nieuw premiereglement onder de titel: ‘Premie begrafeniskosten oud-strijders’.
Het lokaal bestuur wenst met dit reglement de nabestaanden van oud-strijders financieel te ondersteunen bij de kosten verbonden aan hun begrafenis, als erkenning voor hun maatschappelijke bijdrage.
Het ontwerp van dit reglement wordt ter goedkeuring voorgelegd aan de gemeenteraad.
Het besluit van de gemeenteraad van 03.03.2005 van Tielt betreffende de ‘Toekenning van een geldelijke tussenkomst voor begrafeniskosten van oud-strijders en weggevoerden’ dient te worden opgeheven.
De geraamde uitgaven voor de ‘Premie begrafeniskosten oud-strijders’ worden opgenomen in het meerjarenplan 2026-2031.
De gemeenteraad beslist:
Artikel 1
Het besluit van de gemeenteraad van Tielt van 03.03.2005 betreffende het reglement ‘Premie begrafeniskosten oud-strijders’ wordt opgeheven met ingang van 01.01.2026.
Artikel 2
Het reglement betreffende de premie begrafeniskosten oud-strijders wordt als volgt vastgesteld:
DOEL VAN HET REGLEMENT
Artikel 1
Met dit reglement wil de stad financiële ondersteuning bieden aan oud-strijders of weggevoerden van beide wereldoorlogen, evenals aan alle personen die door Defensie een officieel militair statuut hebben gekregen, of door de Sociale Zekerheid een statuut dat gelijkgesteld is met het militair of burgerlijk statuut.
Dit reglement bepaalt wie in aanmerking komt om de premie te ontvangen, op basis van duidelijke voorwaarden en criteria.
DOELGROEP EN TOEPASSINGSGEBIED
Artikel 2
De premie is bestemd voor de echtgenoot of echtgenote, de nabestaanden of de persoon die de begrafeniskosten heeft gedragen en die een aanvraag tot toekenning van de premie indient.
VOORWAARDEN
Artikel 3
Om in aanmerking te komen voor de premie:
PROCEDURE
Artikel 4
PREMIEBEDRAG
Artikel 5
De premie bedraagt 100 euro.
CONTROLE EN EVENTUELE SANCTIES
Artikel 6
Als uit de controle blijkt dat onjuiste informatie werd verstrekt, kan de premie worden teruggevorderd.
BIJKOMENDE BEPALINGEN
Artikel 7
De premie wordt enkel toegekend binnen de grenzen van het beschikbare budget en de jaarlijkse kredieten zoals vastgelegd in het meerjarenplan.
INWERKINGTREDING
Artikel 8
Dit reglement treedt in werking op 1 januari 2026.
BEKENDMAKING
Artikel 9
Dit reglement wordt bekendgemaakt via de website van de stad.
Artikel 3
Dit reglement treedt in werking op 01.01.2026.
Artikel 4
Dit besluit zal worden bekendgemaakt overeenkomstig de artikelen 285, 286, 287 en 288 van het decreet over het lokaal bestuur van 22.12.2017.
De Grondwet, meer bepaald de artikelen 41, 162 en 170 §4.
De Vlaamse codex Wonen van 2021
Het decreet van 22.12.2017 over het lokaal bestuur, in het bijzonder artikel 2, artikel 40§3 en artikel 41.
Het decreet van 22.12.2017 over het lokaal bestuur in het bijzonder artikel 351; alsook Deel 3, Titel 3 houdende de intergemeentelijke samenwerking en artikel 40 en 41, zoals gewijzigd.
Besluit Vlaamse Codex Wonen van 2021, zoals gewijzigd.
Het besluit van de Vlaamse Regering van 14.03.2025 tot wijziging van het Besluit Vlaamse Codex Wonen van 2021, wat betreft het lokaal woonbeleid.
Besluit van de gemeenteraad van Tielt van 05.12.2019 betreffende de geldigheidstermijn van de conformiteitsattesten.
Besluit van de gemeenteraad van Meulebeke van 18.12.2019 betreffende de geldigheidstermijn van de conformiteitsattesten.
In de gemeenteraad van Tielt van 05.12.2019 werd het reglement tot het beperken van de geldigheidstermijn van de conformiteitsattesten goedgekeurd.
In de gemeenteraad van Meulebeke van 18.12.2019 werd het reglement geldigheidstermijn conformiteitsattesten goedgekeurd.
Ingevolge de fusie die ingegaan is op 01.01.2025, wordt er voorgesteld om de bestaande reglementen op te heffen en een nieuw reglement geldigheidstermijn van de conformiteitsattesten vast te stellen.
Het lokaal bestuur wil een efficiënt en doelgericht beleid voeren om de kwaliteit, veiligheid en gezondheid van de woningen binnen haar grondgebied te waarborgen.
In bepaalde situaties is het noodzakelijk om niet alleen de naleving van de normen te controleren, maar ook om de controle op de kwaliteit van woningen frequenter te organiseren. Dit is vooral het geval bij woningen waarbij er indicaties zijn dat de toestand snel kan verslechteren, of wanneer er specifieke risico’s zijn op het vlak van gezondheid, veiligheid of wooncomfort. In dergelijke gevallen is het wenselijk dat het conformiteitsattest slechts voor een beperkte geldigheidsduur wordt afgeleverd, zodat een herbeoordeling op kortere termijn mogelijk is en problemen tijdig kunnen worden vastgesteld en aangepakt.
Door het instellen van een beperkte geldigheidsduur van conformiteitsattesten creëert de gemeente een instrument om meer gericht en flexibel op te treden waar dat nodig is, zonder onnodige administratieve lasten voor woningen die structureel aan de normen voldoen. Deze aanpak zorgt voor een betere bescherming van de bewoners en versterkt het woonbeleid in het algemeen.
Het lokaal bestuur zal daarbij steeds oog hebben voor de proportionaliteit en rechtvaardigheid van de maatregelen, zodat de regeling in overeenstemming is met het gelijkheidsbeginsel en de rechtszekerheid van de betrokken eigenaars wordt gewaarborgd. Er worden daarom duidelijke criteria en procedures voorzien, die zorgen voor transparantie en een evenwichtige toepassing van de beperkte geldigheidsduur.
Op deze wijze wil de gemeente een evenwicht bewaren tussen het nastreven van een hoog woonkwaliteitsniveau en het vermijden van onnodige belemmeringen voor eigenaars, terwijl zij haar wettelijke taken inzake woningkwaliteitsbewaking krachtig kan blijven uitvoeren.
De gemeenteraad beslist:
Artikel 1
Tot het opheffen van het reglement tot het beperken van de geldigheidstermijn van de conformiteitsattesten zoals goedgekeurd in zitting van de gemeenteraad van Tielt van 05.12.2019.
Artikel 2
Tot het opheffen van het reglement geldigheidstermijn conformiteitsattesten zoals goedgekeurd in zitting van de gemeenteraad van Meulebeke van 18.12.2019.
Artikel 3
Het reglement betreffende de geldigheidstermijn van de conformiteitsattesten wordt als volgt vastgesteld:
DOEL VAN HET REGLEMENT
Artikel 1
Met dit reglement wil de stad bijdragen aan een kwalitatieve woonomgeving waarbij de opvolging van panden met verhoogd risico op kwaliteitsverlies mogelijk wordt gemaakt via een conformiteitsattest met beperkte geldigheidsduur.
GELDIGHEIDSDUUR VAN DE CONFORMITEITSATTESTEN
Artikel 2
De afgeleverde conformiteitsattesten bij panden op het grondgebied van de gemeente zijn 10 jaar geldig.
In afwijking van de standaard geldigheidstermijn wordt in volgende gevallen de geldigheidstermijn beperkt tot 3 jaar:
- Elk conformiteitsattest dat afgeleverd wordt voor een pand met 5 of meer vastgestelde kwaliteitsgebreken Categorie I.
- Elk conformiteitsattest dat afgeleverd wordt voor een pand met een of meer vastgestelde kwaliteitsgebreken inzake vocht.
INWERKINGTREDING
Artikel 3
Dit reglement treedt in werking op 1 januari 2026.
BEKENDMAKING
Artikel 4
Dit reglement wordt bekendgemaakt via de website van de stad.
Artikel 4
Dit reglement treedt in werking op 01.01.2026.
Artikel 5
Dit besluit zal worden bekendgemaakt overeenkomstig artikel 286 en artikel 287 van het decreet over het lokaal bestuur van 22.12.2017.
Het decreet van 22.12.2017 over het lokaal bestuur, in het bijzonder artikel 2, artikel 40§3 en artikel 41.
De omzendbrief KB/ABB/2019/2 van 15.02.2019 betreffende de gemeentefiscaliteit.
Het decreet van 22.12.2017 over het lokaal bestuur in het bijzonder artikel 369 over de reglementen in geval van vrijwillige samenvoeging van gemeenten.
Het decreet van 25 mei 2014 betreffende de omgevingsvergunning, in het bijzonder artikel 75 en 77.
Het waarborgreglement in het kader van omgevingsvergunningen vormt enerzijds een kader voor het behandelen van beschadigingen van het openbaar domein naar aanleiding van uitvoeren van een omgevingsvergunning. Anderzijds vormen waarborgen een stimulans om stedenbouwkundige voorwaarden en/of lasten in natura effectief uit te voeren.
Dit reglement bepaalt wie de waarborg moet betalen, waarop ze van toepassing is, hoe het bedrag berekend wordt, en op welke manier ze wordt geïnd.
Dit reglement is van toepassing op omgevingsvergunningen die goedgekeurd worden na de datum van inwerkingtreding van dit reglement.
De stad kan een waarborg vragen voor:
Het waarborgreglement i.k.v. omgevingsvergunningen treedt in werking op 01.01.2026 en blijft van kracht zolang het niet wordt ingetrokken of vervangen.
De gemeenteraad beslist:
Artikel 1
Het waarborgreglement i.k.v. omgevingsvergunningen wordt als volgt vastgesteld:
DOEL VAN HET REGLEMENT
Artikel 1
Dit reglement beschrijft de waarborgen die in kader van een omgevingsvergunning kunnen worden opgelegd. Dit reglement vormt enerzijds een kader voor het behandelen van beschadigingen van het openbaar domein naar aanleiding van uitvoeren van een omgevingsvergunning. Anderzijds vormen waarborgen een stimulans om stedenbouwkundige voorwaarden en/of lasten in natura effectief uit te voeren.
Dit reglement bepaalt wie de waarborg moet betalen, waarop ze van toepassing is, hoe het bedrag berekend wordt, en op welke manier ze wordt geïnd.
TOEPASSINGSGEBIED
Artikel 2
Dit reglement is van toepassing op omgevingsvergunningen die goedgekeurd worden na de datum van inwerkingtreding van dit reglement.
De stad kan een waarborg vragen voor:
DEFINITIES
Artikel 3
In dit reglement betekent:
DE BORGPLICHTIGE
Artikel 4
De borgplichtige is de bouwheer
BEREKENINGSGRONDSLAG
Artikel 5 - Openbaar domein
§1. Voor vergunningsplichtige en meldingsplichtige handelingen die grenzen aan het openbaar domein en/of die schade kunnen toebrengen aan het openbaar domein, worden bij het afleveren van de vergunning een waarborg opgelegd ter vrijwaring van het openbaar domein. Deze borg wordt niet opgelegd als last bij een omgevingsvergunning, maar vindt zijn oorsprong in dit reglement.
| Vergunningsplichtige of meldingsplichtige handeling |
Waarborg |
| Voor het bouwen, uitbreiden of slopen van een woningbijgebouw. |
250 euro |
| Voor het bouwen, verbouwen, uitbreiden of slopen van een ééngezinswoning en/of omgevingsaanleg bij een ééngezinswoning. |
500 euro/ééngezinswoning |
| Voor het bouwen, verbouwen, uitbreiden of slopen van een meergezinswoning en/of omgevingsaanleg bij en meergezinswoning. |
250 euro/eenheid in het gebouw |
| Voor het bouwen, verbouwen, uitbreiden of slopen van een gebouw waarbij wonen geen hoofdfunctie is en/of omgevingsaanleg bij een dergelijk gebouw. |
1.500 euro |
§2. Deze waarborgen worden gestort in de gemeentekas.
Artikel 6 - Aanplantingen i.k.v. landschappelijke integratie bedrijfsgebouwen
§1. Voor (landbouw)bedrijfsgebouwen of constructies (nieuwbouw, verbouwing, uitbreiding of regularisatie) waarbij vanuit landschappelijk oogpunt een landschappelijke integratie wordt opgelegd als vergunningsvoorwaarde. Deze voorwaarde wordt ook opgenomen als last in natura en hierbij worden de volgende tarieven gehanteerd:
| Groenelement |
Tarief |
| Groenbuffer (min. 5m breed) |
5 € / m² |
| Hoogstammige boom |
100 € / boom ongeacht de plantmaat |
| Haag, heg, losse heg of houtkant |
10 € / lm |
Hierbij geldt een maximum van 10.000 euro.
§2. Deze waarborgen worden gestort in de gemeentekas.
Artikel 7 – Reliëfwijzigingen in agrarisch gebied i.k.v. bodembeheer
§1. Voor belangrijke reliëfwijzigingen in agrarisch gebied i.k.v. bodembeheer, die een mogelijke negatieve impact hebben op de waterhuishouding in de omgeving bij niet correcte uitvoering, wordt als stedenbouwkundige voorwaarde een controlemeting opgelegd. In verhouding tot het grondverzet worden hierbij volgende waarborgen gehanteerd:
| Volume aan grondverzet |
Tarief |
| van 500 m³ tot en met 1.500 m³ |
2.500 € |
| van 1.501 m³ tot en met 3.000 m³ |
5.000 € |
| groter dan 3.000 m³ |
10.000 € |
Het uitvoeren van de reliëfwijziging is gebonden aan een bijzondere voorwaarde die stelt dat binnen een termijn van 60 dagen na voltooiing van de werken een verklaring van een beëdigd landmeter moet worden bezorgd aan de dienst ruimte van stad Tielt, met attestering dat de uitgevoerde ophoging volledig strookt met de vergunde terreinprofielen en de staving hiervan via verschillende referentiepunten.
Het uitvoeren van de reliëfwijziging is daarnaast gebonden aan een termijn die wordt opgenomen in het aanvraagdossier en wordt vastgelegd als bijzondere voorwaarde in de omgevingsvergunning.
§2. Deze waarborgen worden gestort in de gemeentekas.
Artikel 8 – Lasten in natura
§1. Specifiek voor verplichte lasten overeenkomstig art. 75 paragraaf 1, 4°, van het decreet betreffende de omgevingsvergunning kunnen volgende lasten in natura en bijhorende waarborgen worden gehanteerd:
| Last in natura |
Kostprijs (Excl. BTW) |
Opmerking |
| boom plantmaat 10/12 (max. 1/100 m²) |
250,00 € |
Max. 1 boom per 100 m2 |
| boom plantmaat 12/14 (max. 1/100 m²) |
500,00 € |
Max. 1 boom per 100 m2 |
| boom plantmaat 14/16 (max. 1/100 m²) |
750,00 € |
Max. 1 boom per 100 m2 |
| Aanplant (gemengde) haag |
50,00 € |
Inheems plantgoed |
|
|
|
|
| Aanleg of openleggen gracht |
185 € / lm |
|
| Aanleg waterbuffer |
40 € / m³ |
|
|
|
|
|
| Verwijderen overtollige verharding |
10 € / m² |
|
| Verwijderen overtollige bebouwing |
30 € / m³ |
|
§2. Deze waarborgen worden gestort in de gemeentekas behoudens de waarborgen voortvloeiend uit lasten in natura volgens het Omgevingsvergunningsdecreet, artikel 77.
BIJKOMENDE VOORWAARDEN – SCHADE AAN OPENBAAR DOMEIN
Artikel 9 - Plaatsbeschrijving
Elke bouwheer is ertoe gehouden het openbaar domein voor en in de buurt van zijn bouwperceel, in dezelfde staat achter te laten na het voltooien van de werken als voor het begin van de werken.
Voor aanvang van de werken, bezorgt de bouwheer een plaatsbeschrijving via het daartoe voorziene digitaal formulier om de staat van het openbaar domein ontegensprekelijk te kunnen vaststellen.
Artikel 10 - Controle van de staat van het openbaar domein
Voor zover het einde der werken werd gemeld via het omgevingsloket, zal de gemeente binnen een termijn van drie maanden na de aanvraag tot vrijgave van de waarborg een controle uitvoeren van de locatie van de uitgevoerde werken.
Deze controle gebeurt op basis van de al dan niet op voorhand aangeleverde plaatsbeschrijving. Bij afwezigheid van dergelijke plaatsbeschrijving, wordt het openbaar domein bij aanvang van de werken geacht in perfecte staat geweest te zijn en kan de gemeente bijgevolg de vastgestelde schade aan het openbaar domein oorzakelijk relateren aan de uitgevoerde werken.
Zolang er door de bouwheer in het omgevingsloket geen einde der werken werd gemeld, kan de gemeente schade aan het openbaar domein vaststellen na het afleveren van de laatste omgevingsvergunning, zonder dat hier een termijn op staat.
Artikel 11 - Vaststelling van schade en herstelling
Bij vaststelling van schade wordt een proces-verbaal opgemaakt. De gemeente bezorgt de bouwheer tegelijkertijd met dit proces-verbaal een raming van de herstelkosten, berekend op basis van het retributiereglement.
De bouwheer is ertoe gehouden de schade aan het openbaar domein te herstellen binnen de 45 dagen, volgend op de aanmaning daartoe door de gemeente. De vaststelling van het volledige en afdoende herstel gebeurt door de gemeente binnen de vijftien werkdagen nadat de bouwheer aan deze dienst het herstel of het beëindigen van de werkzaamheden heeft gemeld.
Indien binnen de 45 dagen, volgend op de aanmaning daartoe door de gemeente de schade aan het openbaar domein niet is hersteld door de bouwheer, of indien de bouwheer daar uitdrukkelijk voor kiest, worden de herstellingen uitgevoerd door het gemeentebestuur of door een door het gemeentebestuur aangestelde aannemer. Deze uitvoering gebeurt op kosten van de bouwheer, waarbij de herstelkosten berekend worden op basis van het gemeentelijk retributiereglement en na afhouding van de waarborg.
Artikel 12 - Hoogdringende werken in kader van openbare veiligheid
Bij herstellingen of opruimingswerken die door het gemeentebestuur in het kader van verdere schade en de openbare veiligheid als hoogdringend en noodzakelijk worden beschouwd, kan het bestuur onmiddellijk ambtshalve overgaan tot het uitvoeren hiervan, op kosten van de bouwheer en berekend op basis van het gemeentelijk retributiereglement en na afhouding van de waarborg. Voor zover de omstandigheden dit toelaten, zal de bouwheer hiervan op voorhand in kennis worden gesteld. Als dit niet mogelijk is, zullen de kennisgeving en de factuur van de herstellingswerken hem zo spoedig mogelijk na de beëindiging van deze werken worden bezorgd.
Artikel 13 - Invordering van de waarborg
Bij gebrek aan betaling in der minne zal de invordering geschieden, overeenkomstig de bepalingen van artikel 177 van het decreet lokaal bestuur van 22 december 2017. De waarborg wordt dan door de gemeente ingehouden en afgetrokken van de totale factuur.
WIJZE VAN INNING EN BETALING
Artikel 14
De waarborgen worden gestort in de gemeentekas, behoudens de waarborgen voortvloeiend uit lasten in natura volgens het Omgevingsvergunningsdecreet, artikel 77 welke worden gestort via de digitale applicatie e-DEPO met vermelding van het omgevingsvergunningsnummer en verwijzing naar het waarborgreglement.
VRIJGAVE VAN DE WAARBORG EN VERJARING
Artikel 15 - Vrijgave waarborg openbaar domein
De waarborg kan teruggevraagd worden na de volledige uitvoering van de vergunde werken én na melding van het einde der werken via het omgevingsloket. Dit gebeurt via het daartoe bestemde digitaal formulier via de gemeentelijke website. Niet-digitale vraag voor vrijgave kan enkel fysiek aan de themabalie Omgevingsloket in het stadhuis. De aanvraag moet vergezeld worden van een plaatsbeschrijving van de uitgevoerde werken.
De vrijgave gebeurt op basis van de vaststelling door de gemeentelijke diensten van de correcte en kwalitatieve uitvoering. Het college van burgemeester en schepenen neemt een beslissing over de vrijgave van de waarborg binnen de 90 dagen na deze vaststelling. Bij vrijgave van de waarborg kunnen geen intresten worden gevorderd.
Artikel 16 – Vrijgave waarborg aanplantingen i.k.v. landschappelijke integratie bedrijfsgebouwen
Specifiek voor aanplanting van groenbuffers en hoogstammen kan het bestuur 50% van de waarborg vrijgeven na de effectieve aanplanting en de controle op de goede uitvoering door de diensten van de gemeente, op aanvraag van de vergunninghouder. De resterende waarborg komt pas vrij twee jaar nadat de eerste aanvraag tot vrijgave van deze waarborg gebeurd is, en wanneer na controle blijkt dat de vergunninghouder zorgvuldig de (her)aanplant uitvoerde.
Bij vrijgave van de waarborg kunnen geen intresten worden gevorderd.
Artikel 17 – Vrijgave waarborg i.k.v. reliëfwijziging
Uiterlijk 60 dagen na het verstrijken van de uitvoeringstermijn zoals die werd vastgelegd in de bijzondere voorwaarde van de omgevingsvergunning, dient de dienst Ruimte van stad Tielt, in het bezit te zijn van het attest van een beëdigd landmeter en de nodige referentiepunten.
De vrijgave van de waarborgsom gebeurt in zijn geheel, na vaststelling dat de referentiepunten in overeenstemming zijn met de aanvraag en de werken werden uitgevoerd binnen de vastgelegde termijn. De controle zal gebeuren door de dienst Ruimte van stad Tielt. De stad neemt een beslissing uiterlijk 3 maanden na de aanvraag tot vrijgave. Een vervroegde terugbetaling van de waarborg is niet mogelijk.
Bij vrijgave van de waarborg kunnen geen intresten worden gevorderd.
Artikel 18 – Vrijgave waarborg i.k.v. lasten in natura
De waarborg kan teruggevraagd worden na de volledige uitvoering van de last in natura volgens de bepalingen in de vergunning en dit binnen de vervaltermijn van de vergunning én na melding van het einde der werken via het omgevingsloket.
Dit gebeurt via het daartoe bestemde digitaal formulier via de gemeentelijke website. Niet-digitale vraag voor vrijgave kan enkel fysiek aan de themabalie Omgevingsloket in het stadhuis. De aanvraag moet vergezeld worden van de nodige bewijsstukken zoals foto’s.
De vrijgave gebeurt op basis van de vaststelling door de gemeentelijke diensten van de correcte en kwalitatieve uitvoering. Het college van burgemeester en schepenen neemt een beslissing over de vrijgave van de waarborg binnen de 90 dagen na deze vaststelling.
Bij vrijgave van de waarborg kunnen geen intresten worden gevorderd.
Artikel 19: Verjaring van de waarborg
De waarborg die zes jaar na afgifte van de omgevingsvergunning in laatste aanleg nog niet werd opgevraagd, wordt beschouwd als definitief verworven door de gemeente. Deze termijn kan verlengd worden naar aanleiding van de toepassing van artikel 17 tem 20.
De openstaande waarborgen van stedenbouwkundige vergunningen en omgevingsvergunningen goedgekeurd voor 1 januari 2020 worden als verworven beschouwd door de gemeente vanaf drie maand na de inwerkingtreding van onderhavig reglement.
Het verjaren van een openstaande waarborg zoals beschreven in lid één en twee, doet geen afbreuk aan het naleven van de opgelegde vergunningsvoorwaarden.
Artikel 20: Overdracht van eigendom/vergunning
Ingeval de volle en volledige eigendom overgedragen wordt voor of tijdens het uitvoeren van de bouwwerken, dient de nieuwe eigenaar een nieuwe financiële waarborg te storten, die identiek is aan het oorspronkelijk vastgesteld bedrag. De waarborg van de oorspronkelijke eigenaar wordt pas vrijgegeven door het college van burgemeester en schepenen van zodra deze nieuwe waarborg betaald is.
Artikel 21: Niet-naleving en verval van de vergunning
§1. De waarborg is in de volgende gevallen opeisbaar of van rechtswege door de gemeente verworven ten belope van de waarde van de lasten die nog niet uitgevoerd zijn:
1° bij niet-naleving van de uitvoeringstermijnen voor de lasten, vermeld in de definitief uitvoerbare vergunning, waartegen geen beroep meer mogelijk is bij de Raad voor Vergunningsbetwistingen;
2° als de vergunning waarvoor lasten werden opgelegd, vervalt na gedeeltelijk te zijn uitgevoerd.
§2. De waarborg kan zonder uitvoering van de lasten alleen worden vrijgemaakt als de vergunning waarvoor de lasten werden opgelegd, vervallen is en het project niet of zelfs niet gedeeltelijk werd uitgevoerd.
Artikel 22: Niet uitvoering van vergunning / melding
De waarborg moet bij niet uitvoeren van de vergunning / melding door de bouwheer worden teruggevraagd. Indien de aanvrager of nieuwe eigenaars toch overgaan tot het uitvoeren van de werkzaamheden moet er opnieuw een borg worden gesteld alvorens men overgaat tot de werkzaamheden.
INWERKINGTREDING
Artikel 23
Dit reglement treedt in werking op 1 januari 2026
BEKENDMAKING
Artikel 24
Dit reglement wordt bekendgemaakt via de website van de stad.
Artikel 2
Dit reglement treedt in werking op 01.01.2026.
Artikel 3
Dit besluit zal worden bekendgemaakt overeenkomstig artikel 286 en artikel 287 van het decreet over het lokaal bestuur van 22.12.2017.
Het decreet van 22.12.2017 over het lokaal bestuur, in het bijzonder artikel 2, artikel 40§3 en artikel 41.
Het decreet van 22.12.2017 over het lokaal bestuur in het bijzonder artikel 351.
Besluit van de Vlaamse Regering houdende een coördinatie van de waterregelgeving en tot wijziging van het decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid, de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening van 15 mei 2009 en het decreet van 24 februari 2017 betreffende onteigening voor het algemeen nut van 15.06.2018
Decreet tot bekrachtiging van de coördinatie van de waterregelgeving in het decreet van 18 juli 2003 betreffende het integraal waterbeleid en tot opheffing van de gecoördineerde regelgeving van 30/11/2018.
Het besluit van de Vlaamse Regering van 01.06.1995 betreffende de algemene en sectorale bepalingen inzake milieuhygiëne (VLAREM II) en latere wijzigingen.
In de gemeenteraad van Meulebeke van 09.06.2021 werd het gemeentelijk subsidiereglement voor het plaatsen van een “individuele behandelingsinstallatie voor afvalwater” (IBA) goedgekeurd. In dat reglement zijn tevens bepalingen opgenomen inzake de aanvraag van de vrijstelling op de heffing op de waterverontreiniging. Dit reglement wordt via afzonderlijk punt opgeheven, omdat het subsidiëren van de plaatsing van IBA's tot een dubbele subsidiëring zou leiden. De burger, die verplicht is een IBA te voorzien, is immers op financieel vlak al grotendeels ontzorgd via de overeenkomst die de stad Tielt heeft met Riopact, waardoor deze enkel nog de aansluitingskost moet betalen.
Er wordt voorgesteld om een nieuw reglement inzake het toekennen van de vrijstelling op de heffing op de waterverontreiniging vast te stellen, zodat een duidelijk afsprakenkader gecreëerd wordt voor zowel de aanvrager als de behandelende administratie, die de aanvraag moet behandelen.
Het reglement is van toepassing voor de burger die zelf zijn afvalwater zuivert in een IBA in eigen beheer en die een 'Verklaring van de burgemeester’ wenst te verkrijgen waarmee het recht op de vrijstelling aangetoond wordt ten aanzien van De Watergroep opdat men in het heffingsbiljet van De Watergroep vrijgesteld kan worden van de heffing op de waterverontreiniging.
Wie zijn afvalwater zuivert via een IBA in eigen beheer kan hiervoor een vrijstelling van de saneringsbijdrage bekomen bij De Watergroep. De Watergroep beschikt hiervoor over het formulier ‘Aanvraag van een vrijstelling van de heffing op de waterverontreiniging bij het gebruik van een individuele behandelingsinstallatie voor afvalwater (IBA) – Verklaring van de burgemeester’.
Dit reglement bepaalt de richtlijnen voor het afleveren van de ‘Verklaring van de burgemeester’ i.k.v. de vrijstelling van de heffing op de waterverontreiniging die kan aangevraagd worden bij de Watergroep.
Het reglement heeft tot doel een duidelijk kader te creëren voor zowel de aanvrager als de behandelende administratie, zodat de verklaring van de burgemeester correct en niet onterecht wordt afgeleverd.
Artikel 1
Het reglement betreffende de aanvraag van een vrijstelling op de heffing waterverontreiniging wordt als volgt vastgesteld:
DOEL VAN HET REGLEMENT
Artikel 1
Wie zijn afvalwater zuivert via een IBA in eigen beheer kan hiervoor een vrijstelling van de saneringsbijdrage bekomen bij De Watergroep. De Watergroep beschikt hiervoor over het formulier ‘Aanvraag van een vrijstelling van de heffing op de waterverontreiniging bij het gebruik van een individuele behandelingsinstallatie voor afvalwater (IBA) – Verklaring van de burgemeester’.
Dit reglement bepaalt de richtlijnen voor het afleveren van de ‘Verklaring van de burgemeester’ i.k.v. de vrijstelling van de heffing op de waterverontreiniging die kan aangevraagd worden bij de Watergroep.
Het reglement heeft tot doel een duidelijk kader te creëren voor zowel de aanvrager als de behandelende administratie, zodat de verklaring van de burgemeester correct en niet onterecht wordt afgeleverd.
In dit reglement betekent:
Artikel 2
Voor meer informatie over dit reglement kan je terecht bij:
Stad Tielt
Dienst Ruimte
Markt 13
051/82 66 00
milieu@tielt.be
Artikel 3
Dit reglement is van toepassing voor de burger die zelf zijn afvalwater zuivert in een IBA in eigen beheer en die een 'Verklaring van de burgemeester’ wenst te verkrijgen waarmee het recht op de vrijstelling aangetoond wordt ten aanzien van De Watergroep opdat men in het heffingsbiljet van De Watergroep vrijgesteld kan worden van de heffing op de waterverontreiniging.
Artikel 4
De burger dient zelf het initiatief te nemen voor de aanvraag van deze vrijstelling en kan hiervoor terecht op de website van de stad.
Artikel 5
Om een verklaring van de burgemeester te bekomen dienen een aantal voorwaarden cumulatief te worden voldaan:
Artikel 6
De verklaring van de burgemeester is geldig voor maximum vijf jaar.
Artikel 7
Indien tijdens de geldigheidstermijn van vijf jaar wordt vastgesteld dat de IBA niet voldoet aan de voorwaarden, kan de verklaring van de burgemeester ingetrokken worden.
Artikel 2
Dit reglement treedt in werking op 01.01.2026.
Artikel 3
Dit besluit zal worden bekendgemaakt overeenkomstig artikel 286 en artikel 287 van het decreet over het lokaal bestuur van 22.12.2017.
Decreet over het lokaal bestuur van 22.12.2017, in het bijzonder artikel 38.
Besluit van de gemeenteraad van Tielt van 20.02.2025 betreffende het vaststellen van het huishoudelijk reglement van de gemeenteraad met de bijhorende protocollen voor de toekenning van kostenvergoedingen en het ter beschikking stellen van materiaal.
In de zitting van de gemeenteraad van 20.02.2025 werd het nieuwe huishoudelijk reglement, met bijhorende protocollen voor de toekenning van de kostenvergoedingen en het ter beschikking stellen van materiaal, vastgesteld.
In artikel 29 van het huishoudelijk reglement wordt een passage voorzien rond de mondelinge vragen van de raadsleden, na afhandeling van de agenda van de openbare vergadering. Hierbij kunnen de leden van de gemeenteraad mondelinge vragen stellen aan de leden van het college van burgemeester en schepenen over aangelegenheden die niet op de agenda van de gemeenteraad opgenomen werden. De mondelinge vragen zijn bestemd voor vragen van informatieve strekking die een korte beantwoording vereisen. De vragen worden indien mogelijk onmiddellijk beantwoord, indien dit niet mogelijk is wordt de vraag tijdens een volgende zitting beantwoord of volgt er een schriftelijk antwoord.
Tijdens de voorbije gemeenteraadszittingen is gebleken dat er heel wat mondelinge vragen worden gesteld. In het belang van een informatief, volledig en duidelijk antwoord t.a.v. de raadsleden, is het aangewezen om de procedure hiervoor bij te sturen.
Er wordt voorgesteld dat de de mondelinge vragen op voorhand ingediend worden, zodat de leden van het college van burgemeester en schepenen een afdoend antwoord kunnen voorbereiden en de raadsleden correct geïnformeerd worden. Een soortgelijke werkwijze met schriftelijke beantwoording was voorzien in het voormalig huishoudelijk reglement van Meulebeke, maar werd bij de herwerking in februari niet hernomen. Het nieuwe voorstel breidt deze werkwijze verder uit.
Concreet wordt voorgesteld het artikel 29 van het huishoudelijk reglement te wijzigen waarbij de procedure wordt bijgestuurd voor ondermeer:
De wijziging van het huishoudelijk reglement van de gemeenteraad wordt ter vaststelling aan de gemeenteraad voorgelegd.
Door raadslid Veerle Vervaeke (Team BURGEMEESTER) werden volgende amendementen ter stemming aan de gemeenteraad voorgelegd:
Over elk amendement werd afzonderlijk gestemd, bij elk amendement werd volgend stemresultaat bekomen:
Met 12 stemmen voor (Danny Bossuyt, Veerle Vervaeke, Dirk Verwilst, Katrien Seys, Benedikt Van Staen, Kristof Vande Walle, Jean-Marie Gunst, Bernard De Marez, Lieven Vaneeckhoute, Koen Desmet, Filip Naert, Isabelle Van de Cappelle), 18 stemmen tegen (Glenn Lambert, Luc Vannieuwenhuyze, Pascale Baert, Birger De Coninck, Lieve Germonprez, Vincent Byttebier, Grietje Goossens, Didier Van Nieuwenhuyse, Bert Verdru, Marie De Cloet, Klaas Carrette, Simon Bekaert, Nele Callens-Gelaude, Hedwig Verdoodt, Joris Vande Vyvere, Mouna Belkadi, Rik Stevens, Stijn Dermul)
De amendementen worden bijgevolg niet goedgekeurd.
Artikel 1
De gemeenteraad beslist om artikel 29 van het huishoudelijk reglement van de gemeenteraad van Tielt met de bijhorende protocollen voor de toekenning van kostenvergoedingen en het ter beschikking stellen van materiaal, zoals vastgesteld in zitting van de gemeenteraad van 20.02.2025 te wijzigen als volgt:
Artikel 29
§1 Na afhandeling van de agenda van de openbare vergadering en van de bijkomende punten en voor het aanvatten van de besloten vergadering kunnen de leden van de gemeenteraad mondelinge vragen stellen aan het college van burgemeester en schepenen over aangelegenheden, die niet op de agenda van de gemeenteraad opgenomen werden.
§2 De mondelinge vraagstelling is bestemd voor vragen van een informatieve strekking die een korte beantwoording vereisen. Volgende mondelinge vragen zijn niet ontvankelijk:
• Vragen met betrekking tot zaken van particulier belang of betreffende persoonlijke gevallen (m.u.v. personeelszaken)
• Vragen die uitsluitend strekken tot het verkrijgen van nog niet verzamelde statistische gegevens
• Vragen waarmee alleen beoogd is juridisch advies in te winnen
• Vragen die niet tot de bevoegdheid van de gemeenteraad behoren
• Loutere meldingen
§ 3
1° Raadsleden kunnen hun mondelinge vragen ten laatste voor 09u00 twee werkdagen voor de raadsvergadering via een ter beschikking gesteld formulier via raden@tielt.be bezorgen. Na ontvangst van de vraag, oordeelt de voorzitter van de raad over de ontvankelijkheid ervan, cfr. de bepalingen in § 2. Wordt de vraag onontvankelijk verklaard, dan wordt het raadslid hiervan onverwijld per e-mail door de algemeen directeur op de hoogte gebracht met vermelding van de motivering.
2° De ontvankelijke vragen worden op een agenda voor mondelinge vragen geplaatst in volgorde van ontvangst. In dat geval kan het raadslid de mondelinge vragen stellen op de gemeenteraad en antwoordt de burgemeester of de bevoegde schepen. Het gemeenteraadslid dat de vraag stelt dient dit beknopt te doen en ook het beantwoorden van de vraag dient zo beknopt mogelijk te gebeuren. De vraagstelling en het antwoord, kunnen geen aanleiding geven tot het stellen van bijkomende vragen en het opstarten van een debat door andere raadsleden.
3° Vragen die een actueel en dringend karakter hebben, kunnen tot 24 uur voor de start van zitting worden ingediend. De voorzitter beoordeelt dit actualiteits- en urgentiecriterium, en worden indien deze niet beantwoorden aan dit criterium behandeld in de daaropvolgende raad.
§ 4 De vragen worden indien mogelijk onmiddellijk beantwoord. Indien dit niet mogelijk is wordt de vraag ten laatste tijdens de volgende zitting beantwoord of wordt er verwezen naar een schriftelijke beantwoording.
§ 5 De mondelinge vragen en de antwoorden, worden niet opgenomen in de notulen.
De gemeenteraad beslist om in artikel 22 van het huishoudelijk reglement van de gemeenteraad van Tielt, zoals goedgekeurd in zitting van de gemeenteraad van 20.02.2025 een §4 toe te voegen als volgt:
§4 De medewerkers van de ICT-dienst mogen altijd deelnemen aan de vergaderingen van de gemeenteraad (openbare en geheime zitting) voor het verlenen van technische assistentie bij het digitaal behandelen van de punten van de raad en de digitale stemming. Hun deelname is beperkt tot het verlenen van technische en digitale ondersteuning voor het verloop van de zitting zoals onder meer het bedienen van de audiovisuele middelen, het ter beslissing voorleggen van de punten en het digitaal registreren van de stemmen. Deze medewerkers zijn gebonden aan de geheimhoudingsplicht die geldt voor de geheime zitting en zij mogen de inhoud van besprekingen niet naar buiten brengen. Zij mogen geen inhoudelijke bijdrage leveren aan het debat of de besluitvorming. Hun rol is puur ondersteunend en technisch.
Artikel 2
Dit besluit wordt samen met een gecoördineerde versie van het nieuwe reglement bezorgd aan de toezichthoudende overheid en zal worden bekendgemaakt overeenkomstig artikel 286 en artikel 287 van het decreet over het lokaal bestuur.
Decreet over het lokaal bestuur dd. 22.12.2017 en latere wijzigingen, in het bijzonder artikelen 2, 40 en 41 met betrekking tot de bevoegdheden van de gemeenteraad.
De gecoördineerde wetten Nieuwe Gemeentewet, artikelen 133 en 135.
De bevoegdheden van de gemeenteraad, zoals bepaald in artikel 119 en 119bis van de Nieuwe Gemeentewet en gewijzigd door de Wet van 24.06.2013 betreffende de gemeentelijke administratieve sancties.
De wet van 2406.2013 inzake administratieve sancties, laatst gewijzigd op 11.12.2023.
Het Koninklijk Besluit van 21.12.2013 tot vaststelling van de minimumvoorwaarden inzake selectie, aanwerving, opleiding en bevoegdheid van de ambtenaren en personeelsleden die bevoegd zijn tot vaststelling van inbreuken die aanleiding kunnen geven tot de oplegging van een gemeentelijke administratieve sanctie.
De bepalingen van het algemeen politiereglement van de Politiezone Regio Tielt zoals goedgekeurd in de gemeenteraad van Tielt dd. 01.06.2017 en laatst gewijzigd op 02.05.2024.
De bepalingen van het algemeen politiereglement van de Politiezone Midow zoals laatst gewijzigd in gemeente Meulebeke op 13.07.2022.
In het kader van de fusie tussen Tielt en Meulebeke die ingegaan is op 01.01.2025 dient er een nieuw algemeen politiereglement voor het hele grondgebied van de nieuwe fusiestad goedgekeurd te worden.
Dergelijk gemeenschappelijk reglement is noodzakelijk voor een vlotte en efficiënte werking rond veiligheid en preventie.
Het algemeen politiereglement van de politiezone Regio Tielt, zoals goedgekeurd door de gemeenteraad op 01.06.2017 en laatst gewijzigd op 02.05.2024, is generiek voor en in samenspraak met alle gemeenten die vallen binnen de politiezone. Het is aangewezen om het bestaande algemeen politiereglement her vast te stellen zodat dit van toepassing is op het hele grondgebied van de fusiestad Tielt.
Binnen het algemeen politiereglement van de politiezone Regio Tielt zijn er ook bepalingen voorzien dat inbreuken bestraft kunnen worden met een gemeentelijke administratieve sanctie volgens de bestuurlijke procedure bepaald in Titel VI. Deze bepaalt dat de gemeente gedeeltelijk instaat voor het handhaven van de openbare rust, veiligheid, gezondheid en maatregelen kan nemen tegen het verstoren van de openbare orde (met inbegrip van overlast), inclusief het nemen van politiemaatregelen.
In het algemeen uniform politiereglement zijn er bepalingen opgenomen die enerzijds mogelijk bestraft worden met een administratieve sanctie maar daarnaast ook nog strafbaar worden gesteld in het strafwetboek, hierbij is wettelijk voorzien in een protocolovereenkomst tussen het Parket en de gemeenten waarin GAS wordt ingevoerd.
Het is aangewezen dat ook alle reglementen goedgekeurd door de gemeenteraad van de stad Tielt in het kader van de gemeentelijke administratieve sancties eveneens her vast gesteld worden zodat deze van toepassing zijn op het hele grondgebied van de fusiestad. Concreet gaat het over volgende beslissingen:
Tot slot beschikken gemeenten binnen het kader van de algemene politieverordening van de Politiezone Regio Tielt in hoofdstuk VII over een lokaal deel waarin aanvullende politieverordeningen kunnen opgenomen worden die van toepassing zijn op het eigen grondgebied van de gemeente. Inbreuken tegen de bepalingen van de vermelde aanvullende reglementen, kunnen d.m.v. het algemeen politiereglement bestraft worden met een gemeentelijke administratieve sanctie. Deze lijst is niet-exhaustief en kan mits bijzondere bepalingen worden aangevuld.
De gemeenteraad beslist:
Artikel 1
Tot het opheffen van het algemeen politiereglement van de politiezone Midow, zoals laatst goedgekeurd in de gemeente Meulebeke op 13.07.2022.
Artikel 2
Tot het hervaststellen van het algemeen politiereglement van de politiezone Regio Tielt, zoals laatst goedgekeurd in de stad Tielt op 02.05.2024, zodat het algemeen politiereglement van toepassing is op het hele grondgebied van de fusiestad Tielt.
Artikel 3
Tot het hervaststellen van navolgende beslissingen in het kader van de gemeenschappelijke administratieve sancties, genomen door de gemeenteraad van Tielt, zodat deze eveneens van toepassing zijn op het hele grondgebied van de fusiestad Tielt:
Artikel 4
Tot het vaststellen van de aanvullende politiereglementen vermeld in Titel VII van het nieuw goedgekeurde algemeen politiereglement, rekening houdend dat inbreuken tegen de bepalingen van de vermelde aanvullende reglementen, d.m.v. het algemeen politiereglement kunnen bestraft worden met een gemeentelijke administratieve sanctie. Deze lijst is niet-exhaustief en kan mits bijzondere bepalingen worden aangevuld.
Artikel 5
Een afschrift van dit reglement wordt toegestuurd aan de toezichthoudende overheid, de Provinciegouverneur, de Procureur des Konings, de griffier van de rechtbank van Eerste Aanleg, van het Vredegerecht en van de Politierechtbank van het gebied, aan de aangewezen ambtenaar en aan de Korpschef van de lokale politie.
Decreet over het lokaal bestuur dd. 22.12.2017 en latere wijzigingen, in het bijzonder artikelen 2, 40 en 41 met betrekking tot de bevoegdheden van de gemeenteraad.
Nieuwe Gemeentewet, meer bepaald artikelen 119, 119bis, 133e.v. 134 en 135, §2.
Wet van 2406.2013 inzake administratieve sancties, laatst gewijzigd op 11.12.2023.
Beslissing van de gemeenteraad van 10.10.2020 houdende het goedkeuren van een aanvullende politieverordening inzake de vergunningsplicht voor clubhuizen van motorclubs.
De bepalingen van het algemene politiereglement van de Politiezone Regio Tielt zoals laatst goedgekeurd in de gemeenteraad van Tielt dd. 18.12.2025.
In de gemeenteraad van 10.10.2020 werd een aanvullende politieverordening inzake de vergunningsplicht voor clubhuizen van motorclubs goedgekeurd.
Dit op vraag van de Politiezone Regio Tielt, gezien een uniforme aanpak door de gemeenten noodzakelijk is om de risico’s die de inplanting en de exploitatie van clubhuizen van motorclubs met zich kunnen meebrengen te controleren ter vrijwaring van de openbare rust en veiligheid.
Deze politieverordening werd gekoppeld aan het algemeen politiereglement en opgenomen in Titel VII rond de aanvullende gemeentelijke reglementen die bestraft kunnen worden met een gemeentelijke administratieve sanctie.
Er werden (m.u.v. het decretaal gewijzigde maximumbedrag voor GAS) geen wijzigingen aan het reglement aangebracht, het betreft louter een hervaststelling van dit reglement in het kader van de fusie om het reglement toepasbaar te maken op het hele grondgebied.
Het goedkeuren van de aanvullende politieverordening werd gemotiveerd door volgende redenen:
"Aan het algemene politiereglement kunnen aanvullend en specifieke politiereglementen worden gekoppeld.
Inbreuken tegen de bepalingen van aanvullende gemeentelijke reglementen kunnen bestraft worden met een gemeentelijke administratieve sanctie volgens de bestuurlijke procedure bepaald in Titel VI van het algemeen politiereglement van de Politiezone Regio Tielt.
De gemeente staat in voor het handhaven van de openbare rust, veiligheid, gezondheid en kan alle maatregelen nemen tegen het verstoren van de openbare orde (met inbegrip van overlast), inclusief het nemen van politiemaatregelen.
De gemeente is zich bewust van de noodzaak van een goed georganiseerd bestuur, hetgeen onder andere betekent dat de gemeente over de nodige reglementen en verordeningen beschikt, waarbij de naleving wordt gehandhaafd.
Het is nodig om de risico’s die de inplanting en de exploitatie van clubhuizen van motorclubs met zich kunnen meebrengen (o.a. het aan- en afrijden van lawaaierige voertuigen, ’s nachts en overdag, wildparkeren, geluidsoverlast, enz.) te controleren ter vrijwaring van de openbare rust en veiligheid.
Verwijzend naar het feit dat:
De gemeente heeft de plicht toe te zien op de veiligheid van haar burgers en inwoners;
Het doel van voormelde politieverordening is om motorbendes en straatbendes die veelal hiërarchisch zijn gestructureerd, te weren uit de gemeente om de verstoring van de openbare orde met inbegrip van overlast tegen te gaan.
De Politiezone Regio Tielt vraagt aan de gemeenten binnen de zone om deze aanvullende politieverordening voor te leggen aan de respectievelijke gemeenteraden".
De gemeenteraad beslist:
Artikel 1
Tot het hervaststellen van de aanvullende politieverordening inzake de vergunningsplicht voor clubhuizen van motorclubs als volgt:
Aanvullende politieverordening inzake de vergunningsplicht voor clubhuizen van motorclubs
1. Begrippenkader
Art. 1.1. Voor de toepassing van dit hoofdstuk wordt onder volgende begrippen verstaan:
1. Motorclub: een hiërarchisch gestructureerde groep van twee of meer personen gekenmerkt door een gemeenschappelijke ideologie of groepscultuur die naar de buitenwereld wordt veruitwendigd door het gebruik van gemeenschappelijke kenmerken, zoals symbolen, clubemblemen, colors, tatoeages, materialen, voertuigen, kledij, foto’s en ongeacht het effectieve bezit of gebruik van een motor;
2. Clubhuis: een ruimte of locatie waar een bijeenkomst van een motorclub plaatsvindt.
3. Exploitant: de natuurlijke persoon of personen, de feitelijke vereniging of de rechtspersoon, al dan niet eigenaar, die een clubhuis, in feite of in rechte faciliteert of uitbaat.
4. Organisator: de natuurlijke persoon of personen, de feitelijke vereniging, of de rechtspersoon, die een bijeenkomst van een motorclub in feite of in rechte organiseert.
5. Deelnemer: de natuurlijke persoon die aanwezig is op een bijeenkomst van een motorclub.
2. Toepassingsgebied
Art. 2.1. Het is verboden om op het grondgebied van de gemeente zonder vergunning een clubhuis te vestigen of bijeenkomsten van clubhuizen voor motorclubs te faciliteren.
Art. 2.2 Deze politieverordening is van toepassing op alle bestaande en nieuw te openen clubhuizen, die rekening houdend met art. 1.1 van deze politieverordening, beschouwd worden als een clubhuis voor motorclubs.
Art. 2.3 Voor de bestaande clubhuizen van motorclubs moet de uitbater uiterlijk binnen een periode van 6 maanden na de inwerkingtreding van deze afhandeling een clubhuisvergunning aanvragen. De aanvraag geldt als tijdelijke clubhuisvergunning tot de definitieve vergunning wordt verleend of geweigerd. Alle andere clubhuizen worden bij de inwerkingtreding van deze politieverordening als nieuw te openen beschouwd en zijn verplicht om in het bezit te zijn van een clubhuisvergunning bij aanvang van de uitbating.
3. Aanvraagprocedure
Art. 3.1. De aanvraag
§1. Voor het verkrijgen van een clubhuisvergunning dient de exploitant een schriftelijke aanvraag in bij de burgemeester.
De aanvraag bestaat minstens uit:
o een uittreksel strafregister volgens artikel 596, tweede lid van het Wetboek van Strafvordering (vroeger: model 2) van de exploitant en de organisator en van de organen en/of vertegenwoordigers van de rechtspersoon;
o een uittreksel van alle gegevens uit het UBO-register van de rechtspersoon exploitant en organisator;
o Een kopie van de identiteitskaart van de exploitant;
o Een kopie van de identiteitskaart van de aangestelde(n) van de exploitant;
o Het telefoonnummer en e-mailadres waarop de exploitant te bereiken is;
o De naam van de motorclub
o Het juiste adres, telefoonnummer en e-mailadres van het clubhuis;
o In voorkomend geval, een kopie van de statuten van de vennootschap;
o In voorkomend geval, een ondernemingsnummer.
§2. De burgemeester kan bepalen dat nader te bepalen documenten overhandigd moeten worden.
§3. De aanvraag is onvolledig wanneer de documenten vermeld in het aanvraagformulier ontbreken. De aanvrager beschikt over een termijn van 30 kalenderdagen na mededeling van dit feit, om de ontbrekende documenten in te dienen.
Art. 3.2. De ontvankelijkheidsvoorwaarden
§1. De aanvraag van een clubhuisvergunning is slechts ontvankelijk wanneer voldaan is aan volgende voorwaarden:
1°. De aanvraag moet volledig zijn.
2°. De vestigingsplaats van een clubhuis dient te voldoen aan een afstandsregeling als volgt:
Er mag op de vestigingsplaats, waarvoor een vergunning wordt gevraagd, binnen een straal van 20 kilometer, te meten vanaf de toegangsdeur, geen andere motorclub gevestigd zijn.
§2. Een nieuwe aanvraag van dezelfde exploitant of dezelfde organisator, voor dezelfde plaats én voor dezelfde bestemming, volgend op een onontvankelijke of geweigerde aanvraag, kan ten vroegste 1 jaar na de datum vermeld in de weigerings- of onontvankelijkheidsbeslissing worden ingediend, op straffe van onontvankelijkheid.
Deze nieuwe aanvraag dient vergezeld te zijn van de bevestiging ondertekend door de exploitant en de organisator, dat alle voorwaarden vermeld in dit reglement vervuld zijn.
Art. 3.3. Procedure ten gronde
§1. Na de datum van de melding van een ontvankelijke aanvraag, volgen controles van de voorwaarden zoals vermeld in artikel 4 van dit reglement.
§2. Bij negatieve controles wordt een hoorzitting georganiseerd die aanleiding kan geven tot een regularisatietermijn.
§3. Binnen een termijn van 90 kalenderdagen, na de melding van een ontvankelijke aanvraag, wordt een beslissing genomen. Indien gerechtvaardigd door de complexiteit van het dossier, mag deze termijn éénmaal met maximaal dezelfde duur worden verlengd.
4. Voorwaarden
Art. 4. De organisatie of de exploitatie van een clubhuis of de deelname aan een bijeenkomst van een motorclub is verboden, tenzij aan de hiernavolgende voorwaarden is voldaan.
4.1. Met betrekking tot de inrichting
1° Het clubhuis voldoet aan de geldende regelgeving met betrekking tot stedenbouw, milieu en omgeving.
2°. Het clubhuis voldoet aan de brandveiligheidsvereisten zoals nader omschreven in de algemene politieverordening van de PZ Regio Tielt of van een door de burgemeester aangestelde toezichter.
Deze voorwaarden worden gecontroleerd door de gemeente en de politie. De gemeente en politie kunnen hiervoor bijkomende inlichtingen inwinnen bij andere diensten.
De politie stelt de burgemeester in kennis van de resultaten van deze controle.
4.2. Voorwaarden ten aanzien van de persoon
Er wordt een politioneel en/of administratief onderzoek gevoerd naar vaststellingen en/of veroordelingen, al dan niet met uitstel, opschorting, eenvoudige schuldverklaring voor inbreuken op feiten zoals omschreven in:
a) het Strafwetboek, met uitzondering van de overtredingen in Titel X;
b) de Drugswet ;
c) de Wapenwet ;
d) de Wet Private Militie ;
e) de Vreemdelingenwet ;
f) de fiscale en sociale wetgeving;
g) de camerawetgeving;
h) vestigingsvoorwaarden;
i) de wet op racisme of xenofobie ingegeven daden;
j) voorwaarden verbonden aan de exploitatie van een inrichting of clubhuis.
De hiernavolgende personen moeten aan een gunstig onderzoek voldoen:
• de organisator;
• de deelnemer;
• de exploitant;
• de organen en/of de vertegenwoordigers van de exploitant of de organisator;
• andere personen die in welke hoedanigheid ook deelnemen aan een motorclub of de exploitatie van een clubhuis.
Als in dit onderzoek wordt vastgesteld dat er verschillende vaststellingen en/of veroordelingen zijn, kan het onderzoek als ongunstig worden beschouwd.
Deze voorwaarden worden gecontroleerd door de gemeente en de politie. Hiervoor kunnen bijkomende inlichtingen bij andere diensten worden ingewonnen.
5. Modaliteiten
Art. 5.1.
§1. Voor elke bijeenkomst van een motorclub dient de organisator, bij gebreke hieraan de exploitant, een deelnemerslijst op te maken met vermelding van naam, voornaam, roepnaam of alias, geboortedatum, rijksregisternummer, woonplaats en kentekenplaat van het voertuig.
§2. Op eerste verzoek van de lokale politie of de gemeente dient de organisator, bij gebreke hieraan de exploitant, de volledige en actuele deelnemerslijsten van de bijeenkomsten van de motorclub gedurende de laatste zes maanden te overhandigen.
Art. 5.2.
§1. Het clubhuis moet tijdens een bijeenkomst onmiddellijk zowel van binnen als van buiten zonder tussenkomst van een derde toegankelijk zijn met het oog op de toegang van controle- en hulpverleningsdiensten.
§2. Het is verboden om ramen van een clubhuis tijdens de bijeenkomsten van de motorclub op enige wijze ondoorzichtig te maken (bijvoorbeeld: door er voorwerpen te plaatsen, de ramen met folie te bekleden, de gordijnen of de (rol)luiken te sluiten).
§3. Iedere aanwezige in het clubhuis dient ten allen tijde toegang te verlenen aan controle- en hulpverleningsdiensten.
Art. 5.3. Het is verboden een bijeenkomst van een motorclub die niet voldoet aan de bepalingen van dit reglement te faciliteren.
Art. 5.4. Er mogen geen bijeenkomsten van de motorclub plaats vinden voor 07.00 uur en na 02.00 uur.
6. Administratieve sancties
Art. 6.1.
§1. Elke overtreding van dit politiereglement wordt bestraft met:
• een administratieve geldboete tot maximaal 175,00 of 500,00 euro, naargelang het een minderjarige dan wel een meerderjarige overtreder betreft; en/of
• een tijdelijke of definitieve schorsing van de vergunning; en/of
• een tijdelijke of definitieve intrekking van de vergunning; en/of
• een tijdelijke of definitieve administratieve sluiting van de inrichting.
§2. Meer bepaald kan het college van burgemeester en schepenen de clubvergunning tijdelijk of definitief schorsen of intrekken of het clubhuis tijdelijk of definitief sluiten:
• indien de exploitatie van een inrichting aanleiding geeft tot openbare ordeverstoring met inbegrip van overlast, wat zal blijken uit een door de politie samengesteld dossier;
• indien geen opgave werd gedaan van gegevens of opgave werd gedaan van onjuiste gegevens in de aanvraag of bij wijzigingen van de gegevens in de aanvraag waardoor de veiligheid in het gedrang kan komen;
• in geval van verschillende en/of herhaalde vaststellingen waaruit blijkt dat niet meer voldaan is aan de voorwaarden vermeld in dit reglement.
• In geval het onderzoek in onderdeel 4 ongunstig is.
De sancties opgelegd door het college worden door de politie betekend of met een aangetekende brief ter kennis gebracht aan de overtreder. Het niet naleven van een administratieve sanctie van het college wordt bovendien bestraft met één van de hierboven voorziene administratieve sancties.
§3. In alle gevallen waarbij een administratieve sanctie van schorsing of intrekking van de clubvergunning werd opgelegd kan de burgemeester bijkomende voorwaarden opleggen vooraleer over te gaan tot het verlenen van een clubvergunning afhankelijk van specifieke omstandigheden, bv. de ligging van de inrichting.
§4. Onverminderd het voorgaande, kan de burgemeester en politie na en bij vaststelling van uitbating zonder clubvergunning de inrichting onmiddellijk en ter plaatse sluiten.
Art. 6.2. Het opleggen van administratieve sancties gebeurt volgens de bepalingen en op grond van de wet van 24 juni 2013 betreffende de gemeentelijke administratieve sancties (BS 1 juli 2013) en latere wijzigingen.
7. Administratieve maatregelen
Art. 7.1.
§1. Telkens wanneer de openbare orde (met inbegrip van overlast) in gevaar is, kan de burgemeester maatregelen nemen om dit gevaar of het risico erop, te doen ophouden. Indien deze maatregelen niet worden uitgevoerd, kan de burgemeester van ambtswege op kosten en risico van degene die in gebreke gebleven is, tot uitvoering laten overgaan.
§2. Het niet naleven van de maatregelen van de burgemeester wordt bovendien bestraft met de in art. 6 voorziene administratieve sancties.
Artikel 2
Deze aanvullende politieverordening wordt toegevoegd onder 'Titel VII - aanvullende gemeentelijke reglementen' van het algemeen politiereglement van de Politiezone Regio Tielt, zoals goedgekeurd op 18.12.2025.
Artikel 3
De overtredingen tegen dit besluit kunnen bestraft worden met gemeentelijke administratieve sancties overeenkomstig de bepalingen van het algemeen politiereglement van de Politiezone Regio Tielt, zoals goedgekeurd op 18.12.2025.
Artikel 4
Dit besluit zal worden bekend gemaakt overeenkomstig artikel 286 en artikel 287 van het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017.
Het decreet van 22.12.2017 over het lokaal bestuur, in het bijzonder artikel 2, artikel 40§3 en artikel 41.
Het decreet van 22.12.2017 over het lokaal bestuur in het bijzonder artikel 351.
Het decreet lokaal bestuur van 22 december 2017.
Het decreet van 16 januari 2004 op de begraafplaatsen en de lijkbezorging.
Besluit van de Vlaamse Regering van 14 mei 2004 tot organisatie, inrichting en beheer van begraafplaatsen en crematoria.
Besluit van de Vlaamse Regering van 24 februari 2006 tot vaststelling van de wijzen van lijkbezorging, de asbestemming en de rituelen van de levensbeschouwing voor uitvaart opgenomen in laatste wilsbeschikking.
Besluit van de gemeenteraad van Tielt van 02/10/2008 betreffende het politiereglement inzake begraafplaatsen
Besluit van de gemeenteraad van Meulebeke van 18/12/2019 betreffende reglement begraafplaatsen.
Het politiereglement begraafplaatsen heeft tot doel duidelijke afspraken en richtlijnen vast te leggen voor het beheer en de werking van de stedelijke begraafplaatsen. Het reglement regelt de orde, veiligheid en het respectvol omgaan met overledenen, nabestaanden en bezoekers. Het bepaalt de rechten en plichten van alle gebruikers, legt praktische regels vast rond toegankelijkheid, gedrag, onderhoud, aanplantingen en afval en waarborgt zo een ordentelijke en serene omgeving op de begraafplaatsen van de stad.
Het besluit van de gemeenteraad van Tielt van 02.10.2008 betreffende politiereglement inzake begraafplaatsen en het besluit van de gemeenteraad van Meulebeke van 18.12.2019 betreffende reglement begraafplaatsen dienen te worden opgeheven.
Het ontwerp van reglement werd besproken in de gemeenteraadscommissie van 11.12.2025.
De gemeenteraad beslist:
Artikel 1
Het besluit van de gemeenteraad van Tielt van 02.10.2008 betreffende het politiereglement inzake begraafplaatsen wordt opgeheven.
Artikel 2
Het besluit van de gemeenteraad van Meulebeke van 18.12.2019 betreffende reglement begraafplaatsen wordt opgeheven.
Artikel 3
Het politiereglement op de begraafplaatsen wordt als volgt vastgesteld:
DOEL VAN HET REGLEMENT
Artikel 1
Dit reglement legt de afspraken en richtlijnen vast voor het beheer en de werking van de stedelijke begraafplaatsen.
Het reglement heeft tot doel om op een transparante en uniforme manier het beheer van de begraafplaatsen te organiseren, rechten en plichten van burgers en nabestaanden vast te leggen, en het respectvol omgaan met overledenen en hun nagedachtenis te garanderen.
CONTACTGEGEVENS
Artikel 2
Voor meer informatie over dit reglement kan je terecht bij:
Stad Tielt
Dienst burgerzaken
Markt 13
8700 Tielt
051 82 66 30
burgerzaken@tielt.be
TOEPASSINGSGEBIED
Artikel 3 - Bestemming
De begraafplaatsen zijn bestemd voor het begraven en bijzetten van stoffelijke overschotten, het plaatsen en bijzetten van urnen en het verstrooien van as.
Artikel 4 – Begraafplaatsen
De begrafenissen vinden plaats op één van de stedelijke begraafplaatsen:
Artikel 5 - Tijdstippen
§ 1. Elke begraafplaats is toegankelijk:
§ 2. De begrafenissen kunnen plaatsvinden
§ 3. Het college kan in bijzondere gevallen (openbare gezondheid, veiligheid, openbare orde) van paragraaf 2 van artikel 6 afwijken.
§ 4. Het tijdstip van begraven of bijzetten van stoffelijke resten en het bezorgen van de as wordt telkens en voor elk geval afzonderlijk door de gemeentelijk aangestelde, in overleg met de betrokken nabestaande vastgelegd. Het tijdstip van begraven of bijzetten van stoffelijke resten gebeurt binnen de 8 dagen die volgen op de datum van het overlijden.
§ 5. Het college kan in bijzondere gevallen van paragraaf 4 van artikel 5 afwijken.
ORDEMAATREGELEN
Artikel 6 - Verbodsbepalingen
Op de begraafplaats is het verboden om handelingen te stellen, gedrag te vertonen of activiteiten te organiseren die de rust, orde of eerbied voor de overledenen verstoren of kunnen verstoren:
REGISTER VAN BEGRAVINGEN
Artikel 7 - Register
Er wordt een register bijgehouden door de ambtenaar van de burgerlijke stand waarin dagelijks, zonder onderbreking, wordt genoteerd:
Dit geldt voor:
LIJKBEZORGING EN FORMALITEITEN
Artikel 8 - Kisting en lijkomhulsel
Artikel 9 - Lijkbezorging
Bij aankomst op de begraafplaats wordt elk lichaam of elke urne onmiddellijk begraven, bijgezet of verstrooid. Indien dit niet mogelijk is door overmacht, weersomstandigheden, familiale redenen of wettelijke/plaatselijke feestdagen, moet het lichaam of de urne teruggebracht worden naar het funerarium.
Artikel 10 - Formaliteiten bij overlijden
Artikel 11 - Toezicht en vervoer
Artikel 12 - Overige bepalingen
ONTGRAVINGEN EN HERBEGRAVINGEN
Artikel 13 - Voorwaarden
Artikel 14 - Procedure
Artikel 15 - Kosten en formaliteiten
PERCELEN EN GRAFMONUMENTEN
Artikel 16 - Algemeen
Artikel 17 - Aansprakelijkheid en bewaking
Artikel 18 - Opschriften en grafschriften
Artikel 19 - Onderhoud percelen
AANPLANTINGEN, BLOEMEN EN AFVAL
Artikel 20 - Aanplantingen
Artikel 21 - Bloempotten en grasperken
Artikel 22 - Afvalverwerking
Artikel 23 - Verwijdering bloemen
SLOTBEPALINGEN
Artikel 24 - Onvoorziene gevallen
Artikel 25 - Inwerkingtreding
Artikel 26 – Bekendmaking
Artikel 4
Dit reglement treedt in werking op 01.01.2026.
Artikel 5
Dit besluit zal worden bekend gemaakt overeenkomstig artikel 286 en artikel 287 van het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017.
Decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017, inzonderheid op de artikels 2, 40 en 41.
Nieuwe Gemeentewet, inzonderheid op de artikels, 119, 119bis en 135§2.
Decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017, inzonderheid op de artikels 2, 40 en 41.
Decreet van 23 december 2011 betreffende het duurzaam beheer van materiaalkringlopen en afvalstoffen (hierna het materialendecreet genoemd), inzonderheid afdeling 3 van hoofdstuk 3 huishoudelijke afvalstoffen, artikel 26 tot en met artikel 28.
Besluit van 17 februari 2012 van de Vlaamse Regering tot vaststelling van het Vlaams reglement betreffende het duurzaam beheer van materiaalkringlopen en afvalstoffen (hierna het VLAREMA) en latere wijzigingen.
Wet betreffende de gemeentelijke administratieve sancties van 24 juni 2013.
Samenwerkingsakkoord van 4 november 2008 betreffende de preventie en het beheer van verpakkingsafval (hierna het interregionaal Samenwerkingsakkoord Verpakkingsafval genoemd).
Besluit van de Interregionale verpakkingscommissie van 02 februari 2024 tot erkenning van de vzw Fost Plus als organisme voor verpakkingsafval voor de periode 01 januari 2024 tot 31 december 2028.
Goedkeuring van het Lokaal Materialenplan 2023 – 2030 door de Vlaamse Regering op 26 mei 2023 (publicatie Belgisch Staatsblad 30 juni 2023).
Beheersoverdracht die de gemeente heeft verleend aan het intergemeentelijk samenwerkingsverband I.V.I.O.
Besluit van de gemeenteraad van Tielt dd. 11.01.2024 houdende het hervaststellen van de politieverordening betreffende het beheer van huishoudelijke afvalstoffen en vergelijkbare bedrijfsafvalstoffen.
In de gemeenteraad van de stad Tielt dd. 11.01.2024 werd goedkeuring verleend aan de politieverordening betreffende het beheer van huishoudelijke afvalstoffen en vergelijkbare bedrijfsafvalstoffen. In Meulebeke werd dit voorzien in het algemeen politiereglement die deze zitting wordt opgeheven.
Ingevolge de fusie die ingegaan is op 01.01.2025 en rekening houdende met het nieuwe meerjarenplan 2026-2031, wordt er voorgesteld om de bestaande politieverordening op te heffen en een nieuwe politieverordening vast te stellen.
IVIO bezorgde ons dd. 29.09.2025 een mail met een voorstel van politieverordening en met de vraag om deze politieverordening opnieuw vast te stellen.
Er bestaat een uitgebreide producentenverantwoordelijkheid voor afvalstoffen, zoals gedefinieerd in het VLAREMA, artikel 3.1.1.
Er bestaat een terugnameplicht voor huishoudelijk verpakkingsafval; dat minstens papier en karton, hol glas en plastic flessen en flacons, metalen verpakkingen, drankkartons en restplastics van verpakkingen van huishoudelijke oorsprong selectief moeten worden ingezameld.
Het is ter bescherming van het leefmilieu noodzakelijk het huishoudelijk afval en het vergelijkbaar bedrijfsafval tot een minimum te beperken en het afval maximaal selectief in te zamelen conform artikel 4.3.1 van Vlarema.
Er dient prioriteit verleend te worden aan afvalvoorkoming en hergebruik van afvalstoffen.
In tweede instantie dienen het huishoudelijk afval en het vergelijkbaar bedrijfsafval maximaal selectief ingezameld te worden met het oog op optimale verwerking.
Er wordt naar gestreefd om de inzameling van het huishoudelijk afval en het vergelijkbaar bedrijfsafval in de gemeenten zo optimaal mogelijk op elkaar af te stemmen.
De tarificatie wordt voorgesteld door I.V.I.O., in overleg met en na voorafgaandelijk goedkeuring van de gemeente.
De gemeente wil in overeenstemming met haar gemeentelijke zorgplicht zoals bepaald in artikel 26 van het Materialendecreet, het niet aanbieden van huishoudelijke afvalstoffen via de gemeentelijke inzamelkanalen en bijgevolg ontwijkgedrag (zoals sluikstorten, sluikstoken, afvaltoerisme naar buurgemeenten, afvaltoerisme naar de werkgever,…) maximaal voorkomen.
Om hoger genoemde redenen en met het oog op de rechtszekerheid is het gepast, het politiereglement op het ophalen van huishoudelijke afvalstoffen opnieuw vast te stellen en het bestaande reglement op te heffen.
Artikel 1
De gemeenteraad beslist om besluit van de gemeenteraad van Tielt dd. 11.01.2024 houdende het hervaststellen van de politieverordening betreffende het beheer van huishoudelijke afvalstoffen en vergelijkbare bedrijfsafvalstoffen op te heffen m.i.v. 01.01.2026.
Artikel 2
De gemeenteraad beslist de politieverordening betreffende het beheer van huishoudelijke afvalstoffen en vergelijkbare bedrijfsafvalstoffen opnieuw vast te stellen als volgt:
Hoofdstuk I – Algemene bepalingen
Afdeling 1 – Definities
Artikel 1
De definities opgenomen in het Materialendecreet, het VLAREMA en de bijhorende uitvoeringsbesluiten zijn van toepassing op deze politieverordening.
Afdeling 2 – Algemene bepalingen
Artikel 2
Deze politieverordening is van toepassing op de inzameling en het beheer van alle huishoudelijke afvalstoffen.
Deze politieverordening is tevens van toepassing op de inzameling en het beheer van alle met huishoudelijke afvalstoffen vergelijkbare bedrijfsafvalstoffen die via een gemeentelijke inzameling worden opgehaald, ingezameld of aangeboden.
Onverminderd de bepalingen opgenomen in artikel 12 § 1 van het Materialendecreet is het verboden huishoudelijke afvalstoffen en met huishoudelijke afvalstoffen vergelijkbare bedrijfsafvalstoffen achter te laten, op te slaan, aan te bieden, in te zamelen, te storten, te verbranden, te verwerken, te beheren in strijd met de bepalingen opgenomen in deze politieverordening.
Onverminderd de bepalingen opgenomen in artikel 12 §1 van het Materialendecreet is het verboden voor de aanbieders van met huishoudelijke afvalstoffen vergelijkbare bedrijfsafvalstoffen om deze bedrijfsafvalstoffen op een andere manier aan te bieden bij de gemeentelijke inzameling in strijd met de bepalingen opgenomen in deze politieverordening.
Artikel 3
§ 1. De volgende afvalstoffen mogen niet worden aangeboden bij om het even welke selectieve huis-aan-huis inzameling en wijkinzameling:
― restafval;
― grofvuil;
― gashouders en/of andere ontplofbare voorwerpen;
― krengen van dieren en slachtafval;
― oude en vervallen geneesmiddelen;
― bedrijfsafvalstoffen, andere dan de met huishoudelijke afvalstoffen vergelijkbare bedrijfsafvalstoffen;
― afvalstoffen afkomstig uit gemeenten die geen deel uitmaken van de opdrachthoudende vereniging I.V.I.O.
§ 2. De volgende afvalstoffen mogen niet worden aangeboden op het recyclagepark :
― groente- en fruitafval, al dan niet gemengd met tuinafval;
― gashouders en/of andere ontplofbare voorwerpen;
― krengen van dieren en slachtafval;
― oude en vervallen geneesmiddelen;
― aarde/graszoden/stabilisé/zavel/zand;
― airbags;
― asfalt/roofing (grote hoeveelheden);
― autobanden;
― nog bruikbare elektrische apparaten;
― treinbilzen;
― uitwerpselen van dieren;
― zonnepanelen;
― bedrijfsafvalstoffen, andere dan de met huishoudelijke afvalstoffen vergelijkbare bedrijfsafvalstoffen;
― afvalstoffen afkomstig uit gemeenten die geen deel uitmaken van de opdrachthoudende vereniging I.V.I.O.
Artikel 4
§ 1. Alleen de geregistreerde vervoerders of de geregistreerde inzamelaars, afvalstoffenhandelaars en -makelaars, daartoe aangewezen bij deze verordening of door de intergemeentelijke vereniging I.V.I.O. zijn gerechtigd om huishoudelijke afvalstoffen te aanvaarden of in te zamelen. Behoudens in de gevallen die uitdrukkelijk bepaald zijn door de Vlaamse Regering of in een goedgekeurde milieubeleidsovereenkomst.
§2. Het is voor iedereen verboden om het even welke huishoudelijke afvalstof af te geven of voor inzameling aan te bieden aan andere geregistreerde vervoerders of de geregistreerde inzamelaars, afvalstoffenhandelaars en -makelaars dan deze daartoe aangewezen bij dit reglement of door de intergemeentelijke vereniging I.V.I.O. Behoudens in de gevallen die uitdrukkelijk bepaald zijn door de Vlaamse Regering of in een goedgekeurde milieubeleidsovereenkomst.
§3. Aanvullend mogen metalen door de afvalproducent aangeboden worden rechtstreeks aan de vergunde inrichtingen van verwerkers, inzamelaars, afvalstoffenhandelaars of -makelaars op voorwaarde dat de sorteerverplichting opgenomen in artikel 4.3.1 van het VLAREMA wordt nageleefd en dat de desbetreffende inrichting hoeveelheden rapporteert aan de gemeente. Metalen verpakkingen moeten ingezameld worden conform artikel 37 van dit reglement.
§4. Voor afvalstoffen die onder een aanvaardingsplicht of vrijwillige terugname vallen wordt verwezen naar de uitgebreide producentenverantwoordelijkheid.
§5 Elke inzamelaar, afvalstoffenhandelaar of -makelaar die op het grondgebied van de gemeente huishoudelijke afvalstoffen op eigen initiatief wenst in te zamelen moet vooraf een toelating vragen bij de gemeente of haar intergemeentelijk samenwerkingsverband. De aanvraag bevat minstens volgende gegevens :
– identificatie van de organisator van de inzameling;
– identificatie van de betrokken inzamelaar(s), afvalstoffenhandelaar(s) of –makelaar(s) en de betrokken vervoerder(s);
– aard van de afvalstoffen;
– inzamelwijze en alle inzamelmodaliteiten, zoals sorteerboodschap, inzamelfrequentie, afvoerfrequentie,…;
– indien van toepassing, de locaties waar inzamelrecipiënten geplaatst worden en de maatregelen die genomen worden om de locaties te beheren overeenkomstig de geldende verplichtingen;
– duurtijd van de inzameling;
– afvoermodaliteiten van de afvalstoffen;
– wijze van registratie van de ingezamelde, afgevoerde en verwerkte afvalstoffen.
De gemeente of haar intergemeentelijk samenwerkingsverband kan schriftelijk toelating geven aan de organisator van de inzameling op voorwaarde dat de organisator per kwartaal en ten laatste anderhalve maand na het verstrijken van het betreffende kwartaal de gegevens met betrekking tot de op het gemeentelijk grondgebied ingezamelde huishoudelijke hoeveelheden tijdens het voorbije kwartaal rapporteert aan de gemeente. De gemeente kan deze toelating eventueel beperken in de tijd.
Wanneer vastgesteld wordt dat de organisator de geldende wettelijke bepalingen en/of de voorwaarden gekoppeld aan de gemeentelijke toelating schendt, kan de gemeente haar toelating opheffen.
§ 6. In afwijking van §5 kunnen scholen en verenigingen die gevestigd zijn in de gemeente zonder toelating van de gemeente of haar intergemeentelijk samenwerkingsverband per kalenderjaar maximum twee verschillende afvalstromen selectief inzamelen mits cumulatief voldaan aan de volgende voorwaarden:
- Voor elke stroom die ingezameld wordt, is er uitgebreide sensibilisering over preventie, hergebruik en selectieve inzameling.
- Uitgezonderd voor batterijen en afgedankte elektrische en elektronische apparatuur (AEEA) is de inzameling beperkt tot selectieve fracties waarvan de inzameling niet is georganiseerd op het recyclagepark of bij de huis aan huis inzameling.
- De inzameling is beperkt tot maximaal twee verschillende stromen per jaar.
- Kleine volumes kunnen permanent ingezameld worden, maar inzameling via containers wordt beperkt tot maximaal twee weken per jaar.
- De inzameling en opslag moet gebeuren op een aangepaste locatie, in aangepaste verpakkingen en/of afvalcontainers. Daarbij moet de hinder voor het milieu, de omgeving en omwonenden tot een aanvaardbaar niveau worden beperkt.
- De afvalstoffen moeten regelmatig worden afgevoerd voor verwerking met respect voor de verwerkingshiërarchie.
- De initiatiefnemers moeten samenwerken met een geregistreerde inzamelaar, afvalstoffenhandelaar of – makelaar.
- De inzamelcijfers moeten doorstromen naar het lokale bestuur. Het lokale bestuur moet op haar beurt voldoen aan alle registratie- en rapporteringsverplichtingen rond deze cijfers.
Afdeling 2 – Verbranden en sluikstorten van afvalstoffen
Artikel 5
§ 1. Onverminderd de toepassing van andere wettelijke bepalingen is het verboden om afvalstoffen te verbranden, zowel in open lucht als in gebouwen.
Artikel 6
§ 1. Onverminderd de toepassing van andere wettelijke bepalingen is het verboden om het even welke afvalstof te sluikstorten. Onder sluikstorten wordt verstaan het achterlaten, opslaan of storten van om het even welke afvalstof op niet-reglementaire plaatsen, op niet-reglementaire tijdstippen of in niet-reglementaire recipiënten en elke handeling strijdig met deze politieverordening en andere toepasselijke wettelijke bepalingen.
§ 2. Het is verboden modder, zand of afvalstoffen die zich voor of nabij de woning bevinden op de straten, in de greppels of in de rioolputten te vegen. Het is tevens verboden via de rioolputten of op enige andere wijze om het even welke afvalstoffen in de riolering te deponeren.
§ 3. Met het oog op kringlooptuinieren is het voor particulieren toegestaan op eigen privéterrein een stapelplaats aan te leggen voor het composteren van eigen groente-, fruit- en tuinafval. Deze composteerruimte, niet zichtbaar van op straat, mag geen hinder veroorzaken voor de buurtbewoners.
Afdeling 3 – Aanbieding van afvalstoffen
Artikel 7
§ 1. De huishoudelijke afvalstoffen en vergelijkbare bedrijfsafvalstoffen dienen aangeboden te worden zoals voorzien in deze verordening. Afvalstoffen die worden aangeboden op een wijze die niet voldoet aan de voorwaarden van deze verordening worden niet aanvaard. Bij huis-aan-huis inzameling dient de aanbieder de niet-aanvaarde afvalstoffen dezelfde dag nog terug te nemen. De niet terugname conform dit reglement wordt beschouwd als sluikstorten zoals vermeld in artikel 6.
§ 2. Het toezicht op de aanbieding van afvalstoffen wordt uitgevoerd door de geregistreerde vervoerders of de geregistreerde inzamelaars, afvalstoffenhandelaars en -makelaars die van de intergemeentelijke vereniging I.V.I.O. de toelating kregen afvalstoffen in te zamelen en door de parkwachter in geval van inzameling via het recyclagepark. Deze geregistreerde inzamelaars, afvalstoffenhandelaars en -makelaars en de parkwachter mogen de aangeboden afvalstoffen controleren en de aanbieders wijzen op de foutieve aanbieding en de nodige richtlijnen verstrekken.
3. Behoudens schriftelijke toelating van het college van burgemeester en schepenen is het voor iedereen verboden inzamelingen te organiseren en om het even welke aangeboden afvalstof mee te nemen. Alleen de ophalers, daartoe aangewezen door het intergemeentelijk samenwerkingsverband I.V.I.O., zijn gerechtigd om afvalstoffen in te zamelen.
Artikel 8
§ 1. De afvalstoffen mogen slechts na 18:00 u. van de dag voorafgaand aan de dag waarop de ophaling van de huishoudelijke afvalstoffen plaats zal vinden en ten laatste om 6:00 u. op de dag van de ophaling zelf, op de stoep voor eigen woning worden geplaatst.
In uitzonderlijke gevallen kan het uur van de ophaling wijzigen of kan de ophaling ook op zon- en feestdagen gebeuren (bv. bij extreme warmte).
§ 2 De voorgeschreven recipiënten moeten door de inwoners aangeboden worden aan de rand van de openbare weg en voor het betrokken perceel, zonder evenwel het verkeer van voertuigen, fietsers en voetgangers te hinderen. De inwoners van wegen, plaatsen of stegen waar de wagens van de ophaaldienst niet door kunnen, of van woningen die afgelegen zijn van de openbare weg, moeten de voorgeschreven recipiënten neerzetten op de dichtst bij hun woning gelegen straathoek die wel bereikbaar is.
§ 3. De inwoners die de recipiënten buitenzetten zijn verantwoordelijk voor het eventueel zwerfvuil dat hiervan afkomstig is en staan zelf in voor het opruimen ervan.
§ 4. Het is verboden de langs de openbare weg staande recipiënten te openen, geheel of gedeeltelijk te ledigen en/of te doorzoeken, met uitzondering van het bevoegde personeel in de uitoefening van hun functie. In aanvulling wordt het toevoegen van eigen afval aan het recipiënt van een andere aanbieder gelijkgesteld aan sluikstorten, waarop artikel 6 van toepassing is.
§ 5. De geledigde recipiënten dienen door de aanbieder op de dag van de lediging terug te worden verwijderd van de openbare weg, tenzij anders afgesproken met de gemeente.
§ 6. Gashouders of andere ontplofbare voorwerpen (munitie, vuurwerk, enz.) mogen niet worden aangeboden, noch bij om het even welke andere selectieve inzameling.
Woonsites met ondergrondse afvalcontainers
§ 1. In woonsites waar ondergrondse afvalcontainers voor specifieke afvalfracties staan, is het verplicht deze afvalfracties van huishoudelijk afval of hiermee gelijkgestelde bedrijfsafvalstoffen aan te bieden in de ondergrondse afvalcontainers. De aanbieding gebeurt op volgende wijze: - in de daarvoor voorziene fractierecipiënten (de bovengrondse inwerpzuil) - met een daartoe bestemde persoonlijke badge of via eID.
§ 2. Fracties waarvoor geen recipiënten voorzien zijn op de woonsite, worden aangeboden zoals voorzien in de artikels met betrekking op selectieve inzameling.
Afdeling 4 – Afval op standplaatsen
Artikel 9
§ 1. De uitbater van een inrichting, zowel permanent (horeca, take away, winkels,…), als tijdelijk (bv. markten, kermissen, braderijen,…), die tabaksproducten, voedingsmiddelen of dranken verkoopt of aanbiedt die buiten de inrichting onmiddellijk kunnen worden verbruikt, moet op een behoorlijke wijze, voldoende duidelijk zichtbare en goed bereikbare selectieve inzamelrecipiënten voorzien en instaan voor een correcte inzameling, verwijdering en verwerking van het afval.
Artikel 10
§ 1. De afvalstoffen dienen selectief te worden ingezameld in hun respectievelijke inzamelrecipiënten. Deze inzamelrecipiënten dienen voorzien te zijn van een duidelijk leesbaar opschrift dat aangeeft welke afvalstoffen erin gedeponeerd mogen worden. De nodige maatregelen moeten worden genomen zodat de ingezamelde afvalstoffen maximaal worden hergebruikt of gerecycleerd.
Artikel 11
§ 1. De locatie waar de inzamelrecipiënten geplaatst worden en het aantal inzamelrecipiënten, alsook de aard van de in te zamelen afvalstoffen kunnen door de gemeente bepaald worden.
Artikel 12
§ 1. De uitbater moet de inzamelrecipiënten zelf tijdig ledigen en het inzamelrecipiënt, de standplaats en de onmiddellijke omgeving van de inrichting rein houden. De uitbater ruimt minstens elke openingsdag alle afvalstoffen op die afkomstig zijn van de producten die hij verkocht heeft en dit in een straal van 25 meter vanaf de grens van de inrichting.
Afdeling 5 – Afval van huisdieren
Artikel 13
De eigenaars en houders van huisdieren zijn verplicht te beletten dat de voetpaden en aanpalende huizen, bermen tussen voetpad en rijweg, begraafplaatsen, openbare parken, bossen, tuinen, speelpleinen en andere voor het publiek toegankelijke zones en de fiets- en rijwegen bevuild worden door hun dieren.
Kleine huisdieren mogen zich enkel op de voorziene locaties ontlasten. Indien uitwerpselen terecht komen op de voornoemde plaatsen, is de eigenaar of houder van het dier verplicht deze uitwerpselen te verwijderen en te deponeren in een straatvuilbak of in een speciaal daarvoor voorzien inzamelrecipiënt of moeten de uitwerpselen voldoende verpakt meegegeven worden met de gemeentelijke inzameling van huisvuil.
De voormelde verplichtingen ontslaan de aangelanden echter niet van hun eigen verplichtingen om de openbare weg rein te houden.
De begeleiders van kleine huisdieren zijn verplicht steeds een zakje voor het verwijderen van de uitwerpselen van hun dier in bezit te hebben. Het zakje dient op het verzoek van de toezichthouder getoond te worden.
De bepalingen van artikel 13, lid 1 tot en met 4 zijn niet van toepassing op blindengeleide- en assistentiehonden.
Eigenaars en houders van grote huisdieren zijn verplicht om de uitwerpselen van hun dieren die publiek toegankelijke zones bevuilen, te verwijderen.
Afdeling 6 – Reclamedrukwerk en gratis regionale pers
Artikel 14
Het is voor bedelers van reclamedrukwerk en gratis regionale pers verboden om reclamedrukwerk en gratis regionale pers te bedelen in leegstaande panden, op het recyclagepark of op andere plaatsen, dan de brievenbus, tenzij mits toelating van de gemeente.
De gemeente en/of I.V.I.O. stelt stickers ter beschikking van de inwoners waarop wordt aangegeven dat reclamedrukwerk en/of gratis regionale pers niet gewenst zijn. Het is verboden reclamedrukwerk te deponeren in een brievenbus met een sticker die aangeeft geen reclamedrukwerk, maar wel gratis regionale pers te willen ontvangen. Het is verboden reclamedrukwerk en gratis regionale pers te deponeren in een brievenbus met een sticker die aangeeft geen reclamedrukwerk en geen gratis regionale pers te willen ontvangen. Indien de gegevens van de bedeler niet gekend zijn, dan zal de verantwoordelijke uitgever als aansprakelijke worden weerhouden. Is er geen verantwoordelijke uitgever vermeld, dan is het bedrijf waarvoor reclame wordt gemaakt of de organisator van de activiteit waarvoor reclame wordt gemaakt, aansprakelijk.
Het is tevens verboden autokaartjes achter te laten op geparkeerde voertuigen.
Klachten met betrekking tot de niet-naleving van artikel 14 worden bij voorkeur aan de gemeentelijke milieudienst en via mail op het e-mailadres sticker@ovam.be of per post aan de OVAM, dienst ketenbeheer en lokale besturen, Stationsstraat 110 in 2800 Mechelen gemeld.
Afdeling 7 – Gebruik ballonnen
Artikel 15
Het oplaten van (helium-) ballonnen is verboden of moet aangevraagd worden aan de gemeente.
Afdeling 8 – Zakasbakjes
Artikel 16
Bij roken van tabaksproducten in de openbare ruimte is het verplicht de peuken en assen die daarbij ontstaan, op te vangen in een zakasbakje (een draagbare asbak voor de opvang van peuken en assen van tabaksproducten) of in een daartoe voorzien recipiënt. Het zakasbakje dient op het verzoek van de toezichthouder getoond te worden.
Hoofdstuk II – Inzameling van restafval en vergelijkbaar bedrijfsafval
Afdeling 1 - Definitie
Artikel 17
§ 1. Voor de toepassing van deze verordening wordt onder restafval en vergelijkbaar bedrijfsafval verstaan: alle afvalstoffen, ontstaan door respectievelijk de normale werking van een particuliere huishouding en een vergelijkbare bedrijfsactiviteit, die in de voorgeschreven restafvalcontainer voor de restafvalophaling kunnen geborgen worden, met uitzondering van papier en karton, textiel, glas, klein gevaarlijk afval, gftafval, plastic flessen en flacons, metalen verpakkingen en drankkartons (PMD), herbruikbaar materiaal en andere verplicht in te zamelen selectieve afvalstoffen.
Afdeling 2 - Inzameling
Artikel 18
§ 1. Het restafval en het vergelijkbaar bedrijfsafval worden minstens tweewekelijks huis-aan-huis opgehaald langs de voor de geregistreerde vervoerders of de geregistreerde inzamelaars, afvalstoffenhandelaars en -makelaars toegankelijke straten, wegen en pleinen, op de door I.V.I.O. bepaalde dagen.
§ 2. Het restafval en het vergelijkbaar bedrijfsafval mogen niet worden meegegeven met een inzameling andere dan deze van het restafval en vergelijkbaar bedrijfsafval .
§ 3. Vergelijkbare bedrijfsafvalstoffen zijn “bedrijfsafvalstoffen van vergelijkbare aard, samenstelling en hoeveelheid als huishoudelijke afvalstoffen, die ontstaan ten gevolge van activiteiten die van dezelfde aard zijn als activiteiten van de normale werking van een particuliere huishouding”. Voor dit vergelijkbaar bedrijfsafval geldt een concrete gewichtsbeperking voor een container van 22,5 kg per tweewekelijkse ophaling.
Afdeling 3 - Wijze van aanbieding
Artikel 19
§ 1. Het restafval en het vergelijkbaar bedrijfsafval dienen gescheiden aangeboden te worden in een restafvalcontainer die door I.V.I.O. ter beschikking gesteld wordt. Deze container draagt het logo van de Intergemeentelijke Vereniging I.V.I.O. en is voorzien van een ingebouwde elektronische gegevensdrager die in opdracht van de gemeente ter beschikking gesteld wordt.
Deze chip controleert de betalingsstatus en wordt niet geledigd wanneer een saldo zich onder de drempelwaarde bevindt (vastgelegd door I.V.I.O.), conform dit reglement wordt artikel 7 aangesproken en dient de aanbieder de niet-aanvaarde afvalstoffen terug binnen te nemen.
De restafvalcontainer met chip wordt in opdracht van de gemeente ter beschikking gesteld en blijft eigendom van de opdrachtnemer I.V.I.O. Alle inwoners in de gemeente die als dusdanig ingeschreven zijn in het bevolkingsregister of in het vreemdelingenregister zijn voor de inzameling van hun restafval verplicht gebruik te maken van deze restafvalcontainer met chip.
De restafvalcontainer wordt aan huis afgeleverd en kan niet worden geweigerd.
§ 2. Het gewicht per aangeboden restafvalcontainer mag niet groter zijn dan:
- 15kg voor een container van 40L
- 60kg voor een container van 120L
- 110kg voor een container van 240L
§ 3. De restafvalcontainer moet volledig gesloten aangeboden worden en mag noch scheuren, barsten of lekken vertonen. De restafvalcontainer moet met de handgrepen naar de straatzijde geplaatst worden.
De gebruikers zijn verantwoordelijk voor het deugdelijk gebruik en onderhoud van de container. Onder deugdelijk gebruik wordt verstaan dat de restafvalcontainer zuiver moet gehouden worden, degelijk onderhouden moet worden en uitsluitend mag aangewend worden voor de opslag van restafval.
§ 4. In geval van beschadiging of verlies/diefstal van de toegewezen restafvalcontainer dient de gebruiker I.V.I.O. hiervan onverwijld, via de infolijn of via het burgerportaal, in kennis te stellen met het oog op de herstelling of vervanging door een nieuwe container. In geval van oneigenlijk gebruik kunnen de kosten van herstelling of vervanging verhaald worden op de gebruiker. In geval van diefstal dient de gebruiker onverwijld een proces-verbaal te laten opmaken door de politie en dit voor te leggen.
§ 5. De container dient verbonden te blijven aan het adres waar hij is geleverd. In geval van verhuizing is het de gebruiker niet toegestaan om de container (en optioneel slot) mee te nemen naar zijn nieuw adres. De container moet leeg en gereinigd worden en op het oorspronkelijke adres achtergelaten worden.
§ 6. De Intergemeentelijke Vereniging I.V.I.O. verleent de mogelijkheid om te allen tijde tegen betaling (of zonder vergoeding tegen bepaalde voorwaarden) een omruiling te doen van de restafvalcontainer en dit via de infolijn of het burgerportaal dat door I.V.I.O. wordt opengesteld.
§ 7. Inwoners die ten gevolge van een verhuis binnen of naar de gemeente niet over een restafvalcontainer beschikken of een ander volume wensen, dienen hiervoor contact op te nemen via de infolijn of het burgerportaal dat door I.V.I.O. wordt opengesteld.
§ 8. Voor inwoners die occasioneel meer restafval wensen mee te geven met de huis-aan-huis-ophaling is het aanbieden van extra restafval in zakken met een inhoud die in de restafvalcontainer past toegestaan. Deze restafvalzakken zijn te voorzien door de inwoners zelf. Per gezin mogen er maximaal 3 keer per kalenderjaar 4 zakken met extra restafval aangeboden worden. Deze zakken worden in de container geplaatst en gewogen, dus de zak mag niet groter zijn dan 60L.
De inwoner dient dit minstens 4 dagen voor de ophaling te melden via de infolijn of het burgerportaal dat door I.V.I.O. opengesteld wordt. Het extra restafval wordt in een zak aangeboden die naast de restafvalcontainer aangeboden wordt. Deze zak moet in de restafvalcontainer geplaatst kunnen worden door de ophaler zodat deze mee gewogen en aangerekend wordt met het afval dat al in de container werd aangeboden.
§ 9. Het restafval en vergelijkbaar bedrijfsafval dienen aangeboden te worden in een toestand die geen risico inhoudt voor de veiligheid en/of gezondheid van de ophaler. Voorwerpen met risico tot ontploffing of ontbranding zijn verboden in de restafvalcontainer. Scherpe voorwerpen dienen zodanig verpakt te worden dat ze geen gevaar kunnen opleveren voor de ophalers én verwerkers van het restafval en het vergelijkbaar bedrijfsafval.
Daarnaast is het niet toegestaan om het restafval zodanig aan te drukken dat de automatische lediging door de ophaalwagen onmogelijk wordt.
Indien de gemeente dit opteert kan de inzameling van restafval vervangen worden door wijkinzameling onder vorm van een sorteerstraat. De voorwaarden zijn opgenomen in een procedure. De gemeente geeft in dit geval aan welke bewoners de toegang verleend moet worden. Het ledigen en verwerken van huishoudelijk afval ingezameld via ondergrondse inzamelsystemen binnen het I.V.I.O. werkingsgebied mag enkel door I.V.I.O. of een door I.V.I.O. aangestelde inzamelaar gebeuren.
Hoofdstuk III – Inzameling van groot selectief afval en grofvuil
Afdeling 1 – Definitie
Artikel 20
§ 1. Voor de toepassing van deze verordening wordt onder groot selectief afval en grofvuil verstaan: alle afvalstoffen die ontstaan door de normale werking van een particuliere huishouding en de gelijkgestelde afvalstoffen die omwille van de omvang, de aard en/of het gewicht niet in de recipiënten voor de huisvuilophaling kunnen geborgen worden. Het betreft dus grote stukken brandbaar materiaal, zoals meubels, vervuilde matrassen, tapijten etc. die te groot zijn om de restafvalcontainer te passen en niet bij een specifieke selectieve inzameling horen. Verder mag de burger met deze inzameling ook afvalstoffen meegeven die via het recyclagepark selectief ingezameld worden, maar die hij omwille van hun omvang of gewicht niet zelf kan brengen. Die laatste groep, het groot selectief afval, wordt achteraf nog uitgesorteerd en naar recyclage afgevoerd.
Afdeling 2 - Inzameling
Artikel 21
§ 1. Het groot selectief afval en grofvuil wordt minstens tweemaal per jaar op afroep tegen betaling huis-aan-huis opgehaald langs de straten, wegen en pleinen waar de ophaling is ingericht, op de door I.V.I.O. bepaalde dagen. Het groot selectief afval en grofvuil wordt ook ingezameld op het recyclagepark. Herbruikbare goederen kunnen gratis worden aangeboden op het recyclagepark of bij het kringloopcentrum waarmee de intergemeentelijke vereniging I.V.I.O. een overeenkomst heeft afgesloten.
§ 2. Voor de ophaling op afroep moet vooraf een afspraak gemaakt worden met vermelding van de op te halen materialen. Praktische afspraken worden gemaakt over de manier van aanbieding. Meer informatie en reservatie via de I.V.I.O. website.
§ 3. Het groot selectief afval en grofvuil mag niet worden meegegeven met het restafval en het vergelijkbaar bedrijfsafval of een inzameling, andere dan deze van het groot selectief afval en grofvuil. Zowel selectieve fracties als brandbaar afval kunnen wel steeds worden aangeboden op het recyclagepark.
Afdeling 3 - Wijze van aanbieding
Artikel 22
§ 1. Groot selectief afval en grofvuil moet – indien nodig – stevig samengebonden worden zodat het niet kan uiteenvallen. Het mag niet in afvalzakken, kartonnen dozen of papieren zakken worden aangeboden.
§ 2. Het gewicht van één afzonderlijk voorwerp of samengebonden bundel mag niet meer bedragen dan 30 kg. Het grofvuil mag niet langer zijn dan 2 meter, 2 meter op 1 meter of groter dan 1 m³.
§ 3. Scherpe voorwerpen moeten op een veilige wijze worden verpakt alvorens te worden meegegeven met het grofvuil.
§ 4. Groot selectief afval en grofvuil dat wordt aangeboden op een wijze die niet voldoet aan deze voorwaarden wordt niet meegenomen. De aanbieder dient dit afval nog dezelfde dag te verwijderen.
§ 5. De inwoners van wegen, plaatsen en stegen waar de wagens van de ophaaldienst niet door kunnen, of van woningen die afgelegen zijn van de openbare weg, moeten hun afvalstoffen neerzetten op de dichtst bij hun woning gelegen straathoek die wel bereikbaar is.
§ 6. De inwoners die groot selectief afval en grofvuil buiten zetten zijn verantwoordelijk voor het eventueel uitspreiden van de inhoud ervan en staan zelf in voor het opruimen.
§ 7. Groot selectief afval en grofvuil dat om welke reden dan ook niet werd meegenomen, moet nog dezelfde dag terug binnengehaald worden, conform de regeling die werd opgenomen in art.7.
§ 8. Het is verboden groot selectief afval en grofvuil te doorzoeken, tenzij door de politionele diensten, medewerkers van de ophaaldienst en beëdigde ambtenaren in het kader van de uitvoering van hun functie.
Hoofdstuk IV – Selectieve inzameling van holglas
Afdeling 1 - Definitie
Artikel 23
§ 1. Voor de toepassing van deze verordening wordt onder holglas verstaan: hol glas, ontstaan door de normale werking van een particuliere huishouding en een vergelijkbare bedrijfsactiviteit zoals: alle lege glazen flessen en bokalen van dranken, fruit en groenten, voedingswaren, confituren, sausen met uitzondering van vuurvaste voorwerpen, kristal, opaal glas, plexiglas, e.d.
Afdeling 2 - Inzameling
Artikel 24
§ 1. Hol glas wordt ingezameld op de openbare weg in glascontainers die verspreid staan opgesteld in de gemeente. Het gebruik van de containers is uitsluitend voorbehouden aan de inwoners van de Intergemeentelijke vereniging I.V.I.O.
§ 2. Hol glas mag niet worden meegegeven met het restafval en het vergelijkbaar bedrijfsafval, of een selectieve inzameling, andere dan deze van glas.
Afdeling 3 - Wijze van aanbieding
Artikel 25
§ 1. Hol glas dat naar de glascontainer gebracht wordt, dient afhankelijk van de kleur, in de daartoe voorziene glascontainers te worden gedeponeerd. Hol glas dient leeg en voldoende gereinigd te zijn. Plastieken omhulsels dienen verwijderd te worden en selectief ingezameld te worden met het PMD.
Artikel 26
§ 1. Het deponeren in glascontainers van andere afvalstoffen dan hol glas is verboden. Het is verboden om naast de glascontainers glas of andere afvalstoffen achter te laten. Dit wordt beschouwd als sluikstorten.
§ 2. Het is verboden glas te deponeren in de glascontainers tussen 22.00 uur en 08.00 uur.
§ 3. I.V.I.O. past handhaving toe doormiddel van mobiele camera’s op sluikstortgevoelige plaatsen.
Hoofdstuk V – Selectieve inzameling van papier en karton
Afdeling 1 - Definitie
Artikel 27
§ 1. Voor de toepassing van deze verordening wordt onder papier en karton verstaan: alle dag-, week- en maandbladen, tijdschriften en periodieken, reclamedrukwerk en ander drukwerk, publicaties, telefoon- en faxgidsen, schrijfpapier, kopieerpapier, computerpapier, boeken en papieren of kartonnen verpakkingen, ontstaan door de normale werking van een particuliere huishouding en een vergelijkbare bedrijfsactiviteit, met uitzondering van geolied papier of karton, papier met waslaag, carbonpapier, gelaagd papier, vervuild papier, vervuilde papieren en kartonnen verpakkingen, papieren voorwerpen waar kunststof of andere materialen in verwerkt zijn, kaarten met magneetbanden, behangpapier, cement-, meststof- en sproeistofzakken, e.d.
Afdeling 2 - Inzameling
Artikel 28
§ 1. De dienstregeling voor de papier- en kartonophaling wordt in samenspraak met I.V.I.O. vastgelegd en minstens jaarlijks via een huis-aan-huis bedeelde ophaalkalender aan de inwoners van de gemeente bekendgemaakt. De ophaalkalender is tevens online consulteerbaar of via de Recycleapp. Papier en karton wordt ook ingezameld op het recyclagepark.
§ 2. Papier en karton mag niet worden meegegeven met het restafval en het vergelijkbaar bedrijfsafval, het grofvuil of een selectieve inzameling, andere dan deze van papier en karton.
§ 3. Het papier en karton van ambachtelijke en handelsactiviteiten kan slechts worden meegegeven met de ophalingen van het papier en karton indien hun wijze van aanbieding beantwoordt aan de bepalingen van dit hoofdstuk.
Indien de gemeente dit opteert kan de inzameling van papier en karton vervangen worden door wijkinzameling onder vorm van een sorteerstraat. De voorwaarden zijn opgenomen in een procedure. De gemeente geeft in dit geval aan welke bewoners de toegang verleend moet worden. Het ledigen en verwerken van huishoudelijk afval ingezameld via ondergrondse inzamelsystemen binnen het I.V.I.O. werkingsbied mag enkel door I.V.I.O. gebeuren.
Afdeling 3 - Wijze van aanbieding
Artikel 29
§ 1. Het papier en karton mag niet los aangeboden worden: kartonnen dozen dienen in elkaar gevouwen of gescheurd te zijn. Het papier en/of karton moet vervolgens verpakt zijn in een andere kartonnen doos of samengebonden met natuurtouw.
§ 2. Het gewicht van de recipiënt mag niet groter zijn dan 15kg.
§ 3. Per aansluitpunt en per vierwekelijkse ophaling mag max. 1 m³ aangeboden worden.
Hoofdstuk VI – Selectieve inzameling van klein gevaarlijk afval
Afdeling 1 - Definitie
Artikel 30
§ 1. Voor de toepassing van deze verordening wordt onder Klein Gevaarlijk Afval, hierna KGA genoemd, verstaan, de afvalstoffen zoals opgesomd in artikel 5.2.2.1 van het VLAREMA.
Afdeling 2 - Inzameling
Artikel 31
§ 1. KGA wordt ingezameld op het recyclagepark.
§ 2. KGA mag niet worden meegegeven met het restafval en het vergelijkbaar bedrijfsafval, het grofvuil of een selectieve inzameling, andere dan deze van KGA.
Afdeling 3 - Wijze van aanbieding
Artikel 32
§ 1. Het KGA moet, afzonderlijk van andere afvalstoffen, aangeboden worden in een daartoe geschikt recipiënt, tenzij het fysisch onmogelijk is. Het aangeboden KGA wordt zoveel mogelijk in de oorspronkelijke verpakking, inclusief buitenverpakking, aangeboden om de identificatie te vereenvoudigen. Indien nodig brengt de voortbrenger zelf de aanduiding(en) over de aard, de samenstelling en de eventuele gevaren van het KGA op de verpakking aan. Producten van verschillende aard mogen niet worden samengevoegd. De aanbieder dient alle nodige voorzorgsmaatregelen te treffen om het lekken en andere ongewenste effecten van het KGA te voorkomen.
§ 2. Injectienaalden moeten worden aangeboden op het recyclagepark of bij de apotheker in een naaldcontainer die voldoet aan de ADR- reglementering.
Artikel 33
§ 1. Het KGA aangeboden op het recyclagepark wordt door het bevoegde personeel in de inrichting aansluitend bij het recyclagepark gedeponeerd. De aanbieder van het KGA mag dit niet zelf doen. tenzij dit voor bepaalde productgroepen specifiek wordt aangegeven.
Hoofdstuk VII – Selectieve inzameling aan huis van tuinafval
Afdeling 1 - Definitie
Artikel 34
§ 1. Voor de toepassing van deze verordening wordt onder tuinafval verstaan: organisch composteerbaar afval zoals snoeihout, plantenresten, haagscheersel, bladeren, boomstronken, gazonmaaisel en kerstbomen, ontstaan door de normale werking van een particuliere huishouding en een vergelijkbare bedrijfsactiviteit. Onder snoeihout worden enkel takken met een diameter van minder dan 10 cm verstaan.
Afdeling 2 - Inzameling
Artikel 35
§ 1. De dienstregeling voor tuinafval wordt in samenspraak met I.V.I.O. en jaarlijks via een huis-aan-huis bedeelde ophaalkalender aan de inwoners van de gemeente bekendgemaakt.
§ 2. Het tuinafval wordt aangeboden in tuincontainers tegen betaling.
Kerstbomen, snoeihout, wortelstronken en het overige tuinafval kunnen ook steeds aangeboden worden op het intergemeentelijk recyclagepark van I.V.I.O.
Hoofdstuk VIII – Selectieve inzameling van plastic flessen en flacons, metalen verpakkingen, drankkartons en restplastics van verpakkingen van huishoudelijke oorsprong (PMD)
Afdeling 1 - Definitie
Artikel 36
§ 1. Voor de toepassing van deze verordening wordt onder PMD verstaan:
- Plastieken verpakkingen van diverse aard (inclusief folies en zakjes).
- Metalen verpakkingen zoals drank- en conservenblikjes, aluminium schotels/schaaltjes en bakjes, schroefdoppen, deksels van flessen en bokalen, kroonkurken, dozen en bussen van sigaren, koekjes, chocolade, olie e.d., spuitbussen/aërosols van voedingsmiddelen en cosmetica, e.d..
- Drankkartons: elke laminaatverpakking (type brik) die vloeibare producten heeft bevat e.d. met uitzondering van papieren, kartonnen of glazen verpakkingen en elke andere selectief ingezamelde afvalstoffen.
§ 2. De aangeboden PMD mogen geen KGA, glas, etensresten of andere afvalstoffen bevatten.
Afdeling 2 – Inzameling
Artikel 37
§ 1. De dienstregeling voor de PMD inzameling wordt door I.V.I.O. vastgelegd en minstens jaarlijks via een huis-aan-huis bedeelde ophaalkalender aan de inwoners van de gemeente bekendgemaakt. De ophaalkalender is eveneens online consulteerbaar of via de recycle app.
§ 2. Plastic flessen en flacons, metalen verpakkingen, drankkartons en restplastics van verpakkingen van huishoudelijke oorsprong mogen niet worden meegegeven met het restafval en het vergelijkbaar bedrijfsafval, of een andere selectieve inzameling, andere dan deze van de plastic flessen en flacons, metalen verpakkingen, drankkartons en restplastics van verpakkingen van huishoudelijke oorsprong.
§ 3. Metalen verpakkingen die via de PMD-inzameling opgehaald worden zijn niet toegelaten bij de fractie metalen gemengd.
§ 4. Indien de gemeente dit opteert kan de inzameling van PMD vervangen worden door wijkinzameling onder vorm van een sorteerstraat. De voorwaarden zijn opgenomen in een procedure. De gemeente geeft in dat geval aan welke bewoners de toegang verleend moet worden. Het ledigen en verwerken van huishoudelijk afval ingezameld via ondergrondse inzamelsystemen binnen het I.V.I.O. werkingsgebied mag enkel door I.V.I.O. gebeuren.
Afdeling 3 - Wijze van aanbieding
Artikel 38
§ 1. Plastic flessen en flacons, metalen verpakkingen, drankkartons, plastiekfolies en zakjes, kunststofverpakkingen zoals bakjes, schaaltjes, vlootjes, potjes, tubes dienen aangeboden te worden in PMD-zakken van I.V.I.O.
§ 2. De verschillende fracties van plastic flessen en flacons, metalen verpakkingen, drankkartons, plastiekfolies en zakjes, kunststofverpakkingen zoals bakjes, schaaltjes, vlootjes, potjes, tubes mogen gemengd in de voorgeschreven PMD-zak van 60 of 90 liter worden aangeboden. Een 120l PMD-zak mag enkel gebruikt worden door officiële onderwijsinstanties.
§ 3. De aangeboden PMD-zak mag geen KGA, glas, etensresten of andere afvalstoffen bevatten, noch op enige wijze verontreinigd zijn.
§ 4. De verpakkingen in de blauwe zak mogen een volume hebben van maximaal 8 liter.
§ 5. Er mogen geen verpakkingen aan de buitenkant van de zak worden vastgemaakt.
§ 6. Per aansluitpunt mogen per tweewekelijkse ophaling maximum 3 zakken van 90 liter aangeboden worden.
Hoofdstuk IX - Selectieve inzameling van Afgedankte Elektrische en Elektronische Apparatuur (AEEA)
Afdeling 1. Definitie
Artikel 39
§ 1. Voor de toepassing van deze verordening wordt onder AEEA verstaan: de afvalstoffen zoals gedefinieerd in artikel 1.2.1§2.23° van het VLAREMA.
Afdeling 2. Inzameling
Artikel 40
§ 1. De AEEA worden ingezameld op het recyclagepark. AEEA kan ook gebracht worden naar of meegegeven worden met de eindverkoper als een gelijkaardig product wordt aangekocht. Herbruikbaar AEEA kan worden ingezameld door een erkend kringloopcentrum waarmee I.V.I.O. een overeenkomst heeft afgesloten. Voor heel klein AEEA (afgedankte elektrische en elektronische apparatuur zonder buitenafmetingen van meer dan 25 cm) kunnen, indien voldaan wordt aan de toepasselijke voorwaarden van VLAREM en VLAREMA, specifieke inzamelacties opgezet worden, onverminderd gemeentelijke bepalingen aangaande gebruik of inname van het openbaar domein.
§ 2. Rookdetectoren en gasontladingslampen moeten naar het recyclagepark gebracht worden en onbeschadigd in de daartoe geschikt recipiënt gedeponeerd worden.
§ 3. Afgedankte zaklampen worden samen en op dezelfde wijze als afgedankte batterijen ingezameld.
Afdeling 3. Wijze van aanbieding
Artikel 41
§ 1. De AEEA moet volledig worden aangeboden zonder ontbrekende onderdelen.
§ 2. Ze mag geen afvalstoffen bevatten die vreemd zijn aan het afgedankte product.
§ 3. Alle AEEA moet zodanig worden aangeboden dat ze geen gevaar opleveren voor de geregistreerde inzamelaars, afvalstoffenhandelaars en -makelaars van de afvalstoffen.
Hoofdstuk X – Selectieve inzameling van metalen gemengd
Afdeling 1 - Definitie
Artikel 42
§ 1. Voor de toepassing van deze verordening wordt onder metalen gemengd verstaan: alle door de normale werking van een particuliere huishouding en een vergelijkbare bedrijfsactiviteit ontstane soorten van metalen voorwerpen waarvan de grootte sterk kan verschillen, met uitzondering van KGA, metalen verpakkingen die met de PMD-fractie ingezameld worden en afgedankte elektrische en elektronische apparatuur.
Afdeling 2 - Inzameling
Artikel 43
§ 1. De metalen gemengd worden ingezameld via het recyclagepark. Deze fractie kan ook meegeven worden met de grofvuilophaling op afroep.
§ 2. Metalen gemengd mogen niet worden meegegeven met het restafval en het vergelijkbaar bedrijfsafval of een selectieve inzameling, andere dan deze van metalen gemengd.
Afdeling 3 - Wijze van aanbieding
Artikel 44
§ 1. Oude metalen kunnen enkel worden aangeboden aan huis bij grofvuil op afroep.
§ 2. Oude metalen moeten – indien nodig – stevig samengebonden worden zodat zij niet kunnen uiteenvallen. Ze mogen niet in afvalzakken, kartonnen dozen of papieren zakken worden aangeboden.
§ 3. Het gewicht van één afzonderlijk voorwerp of samengebonden bundel mag niet meer bedragen dan 30 kg. De oude metalen mogen niet langer zijn dan 2 meter, 2 meter op 1 meter of groter dan 1m³.
§ 4. Scherpe voorwerpen moeten op voldoende wijze worden verpakt alvorens te worden meegegeven met de oude metalen.
§ 5. Oude metalen mogen slechts na 20.00 uur van de dag voorafgaand aan de dag waarop de ophaling van de oude metalen plaats zal vinden en ten laatste om 6.00 uur op de dag van de ophaling zelf, aan de rand van de weg worden geplaatst.
§ 6. Oude metalen moeten door de inwoners geplaatst worden aan de rand van de openbare weg en voor het betrokken perceel, zonder evenwel het verkeer van voertuigen, fietsers en voetgangers te hinderen. De inwoners van wegen, plaatsen of stegen waar de wagens van de ophaaldienst niet door kunnen, of van woningen die afgelegen zijn van de openbare weg, moeten hun oude metalen neerzetten op de dichtst bij hun woning gelegen straathoek die wel bereikbaar is.
§ 7. Oude metalen die om welke reden dan ook niet werden meegenomen, moeten nog dezelfde dag terug binnengehaald worden, conform de regeling die werd opgenomen in art.7.
§ 8. Het is verboden oude metalen te doorzoeken, tenzij door de politiebeambten, de medewerkers van de Opdrachthoudende Vereniging of de door laatst genoemde gevolmachtigde personen en de leden van de technische uitvoeringsdienst van de gemeente/stad, in het kader van de uitvoering van hun opdrachten.
§ 9. Alle voorwerpen moeten zodanig aangeboden worden dat ze geen gevaar opleveren voor de geregistreerde inzamelaars, afvalstoffenhandelaars en -makelaars van de afvalstoffen.
Hoofdstuk XI – Selectieve inzameling van textiel
Afdeling 1 – Definitie
Artikel 45
§ 1. Voor de toepassing van deze verordening wordt onder textielafval verstaan: alle afgedankte niet verontreinigde kledij (textiel en lederwaren), schoeisel, handtassen, beddengoed, woningtextiel (gordijnen, overgordijnen, tafelkleden, servetten…), lompen, e.d., die ontstaan door de normale werking van een particuliere huishouding (en een vergelijkbare bedrijfsactiviteit).
Afdeling 2 - Inzameling
Artikel 46
§ 1. Het inzamelen van textielafval wordt uitsluitend georganiseerd door “de Opdrachthoudende vereniging I.V.I.O.” of door de haar aangewezen instellingen. Deze instellingen worden door I.V.I.O. bekend gemaakt via de website en middels de algemene milieucommunicatie en gemeentelijkeinformatiebladen.
§ 2. De inzameling geschiedt uitsluitend in de door I.V.I.O. opgestelde of toegelaten textielcontainers opgesteld in de gemeente, in de door I.V.I.O. uitgebate recyclageparken en in de inzamelcentra van de door haar aangewezen instellingen.
§3. Het is verboden om textielafval aan te bieden met het restafval of enige andere huis-aan-huis inzameling van selectief ingezamelde afvalstoffen.
De locaties van de textielbrengpunten zijn online consulteerbaar. Illegaal geplaatste inzamelcontainers zullen verwijderd worden en gerapporteerd aan OVAM.
Afdeling 3 - Wijze van aanbieding
Artikel 47
§ 1. Het textiel dient bij het deponeren in een container in een degelijke en goed gesloten zak verpakt te zijn. Het aangeboden textiel mag niet nat, bevuild of totaal versleten zijn.
§2. Het is verboden om naast de textielcontainers lege of volle dozen, kratten, zakken of andere voorwerpen achter te laten, ook al is de container volledig gevuld.
Hoofdstuk XII – Selectieve inzameling van asbest
Afdeling 1 – Definitie
Artikel 48
§ 1. Voor de toepassing van deze verordening wordt onder asbest verstaan het hechtgebonden asbest zoals eterniet, golfplaten, asbestleien, dak- en gevelleien, gas-, water- en rioleringsleidingen, bloembakken, e.d., die ontstaan door de normale werking van een particuliere huishouding (en een vergelijkbare bedrijfsactiviteit).
Afdeling 2 - Inzameling
Artikel 49
§ 1. Hechtgebonden asbest moet verpakt aangeleverd worden op de recyclageparken. De zakken zijn specifiek bestemd voor dit afval en kunnen aangekocht worden op alle recyclageparken van I.V.I.O. Het gebruik van andere zakken wordt niet toegestaan, alsook het verpakken van asbest op openbaar domein. Het deponeren van asbest onverpakt in de asbest of andere container op het recyclagepark wordt beschouwd als sluikstort.
§ 2. Hechtgebonden asbest wordt eveneens op afroep aan huis opgehaald (via aankoop plaatzakken of huur asbestcontainer). Dit overeenkomstig de modaliteiten zoals vastgelegd door I.V.I.O.
§ 3. Asbest mag niet worden meegegeven met het restafval of een selectieve inzameling, andere dan deze van asbest. Reservatie via website I.V.I.O.
Afdeling 3 – Wijze van aanbieden
Artikel 50
§ 1. Hechtgebonden asbesthoudend materiaal mag enkel worden getransporteerd in open voertuigen of aanhangwagens indien het materiaal volledig verpakt is. De bestuurder van een voertuig dient alle maatregelen in acht te nemen om te vermijden dat asbesthoudend materiaal of stof in de omgeving terecht komt. De gevulde en goed afgesloten I.V.I.O. asbestzakken kunnen op een veilige manier in de respectievelijke container op het recyclagepark van Ingelmunster, Ledegem, Oostrozebeke en Tielt gedeponeerd worden.
§ 2. Voor de ophaling aan huis wordt voor het tijdstip van ophaling een afspraak gemaakt met I.V.I.O. De aanbieder is verantwoordelijk voor het vullen en correct sluiten van de plaatzakken of de inliner in de container. In de container mag het afval niet over de rand uitsteken en hoger dan de rand van de container komen.
§ 3. Bij de ophaling worden de gevulde plaatzakken/container aangeboden aan de rand (of op) de openbare weg. De aanbieder moet in het desbetreffende geval een inname openbaar domein aanvragen.
Hoofdstuk XIII – Selectieve inzameling van groente-, fruit- en tuinafval (GFT)
Afdeling 1 – Definitie
Artikel 51
§ 1. Voor de toepassing van dit hoofdstuk wordt onder GFT-afval verstaan: groente-, fruit- en tuinafval en niet-recycleerbaar papier ontstaan door de normale werking van een particuliere huishouding en een vergelijkbare bedrijfsactiviteit. Het gaat hier om organisch composteerbaar afval zoals schillen en resten van fruit, groenten en aardappelen, plantaardig en dierlijk keukenafval en etensresten, vlees- en visresten, vaste zuivelproducten, broodresten, koffiedik, theebladeren, eieren, eierschalen, doppen van noten, pitten van vruchten, fijn tuin- en snoeiafval (bv. gras, bladeren, onkruid, haagscheersel, kamerplanten, snijbloemen), niet-recycleerbaar papier (bv. broodzakken, papieren koffiefilter, keukenrolpapier), schaafkrullen en zaagmeel van onbehandeld hout.
§ 2. Andere afvalstoffen zoals grof ongesnipperd snoeihout, dikke takken, beenderen en dierlijk (slacht-)afval (bv. visgraten en botjes van vlees), schelpen van bv. mosselen en oesters, kattenbakvulling, vogelkooizand, mest van dieren, dierenkrengen, plastiek, glas, metalen, batterijen, houtskool en asresten van kachel, barbecue of asbak, aarde, zand, stenen, stof uit de stofzuiger, wegwerpluiers en ander hygiëne-afval, sauzen, vet of olie, vloeistoffen (bv. soep, melk of koffie), , behandeld hout e.d. worden niet als gft beschouwd.
Afdeling 2 - Inzameling
Artikel 52
§ 1. Het GFT wordt huis-aan-huis opgehaald langs de straten, wegen en pleinen waar de ophaling is ingericht.
§ 2. GFT mag niet meegegeven worden met het huisvuil, het grofvuil of een selectieve inzameling, andere dan deze van GFT.
§ 3. Verontreinigd GFT wordt niet aanvaard bij de selectieve inzameling.
Afdeling 3 – Wijze van aanbieden
Artikel 53
§ 1. Het GFT dient gescheiden aangeboden te worden in GFT-containers voorzien van het I.V.I.O.-logo en van een ingebouwde elektronische gegevensdrager die in opdracht van de gemeente ter beschikking gesteld worden. De GFT-container met chip blijft eigendom van I.V.I.O. Het gebruik van een ander recipiënt is verboden.
§ 2. Het gewicht per aangeboden container mag niet groter zijn dan:
- 15kg voor een container van 40L
- 60kg voor een container van 120L
§ 3. De GFT-container moet volledig gesloten aangeboden worden en mag noch scheuren, barsten of lekken vertonen. De GFT-container moet met de handgrepen naar de straatzijde geplaatst worden.
De gebruikers zijn verantwoordelijk voor het deugdelijk gebruik en onderhoud van de container. Onder deugdelijk gebruik wordt verstaan dat de GFT-container zuiver moet gehouden worden, degelijk onderhouden moet worden en uitsluitend mag aangewend worden voor de opslag van GFT.
§ 4. In geval van beschadiging of verlies/diefstal van de toegewezen GFT-container dient de gebruiker I.V.I.O. hiervan onverwijld, via de infolijn of via het burgerportaal, in kennis te stellen met het oog op de herstelling of vervanging door een nieuwe container. In geval van oneigenlijk gebruik kunnen de kosten van herstelling of vervanging verhaald worden op de gebruiker. In geval van diefstal dient de gebruiker onverwijld een proces-verbaal te laten opmaken door de politie en dit voor te leggen.
§ 5. De container dient verbonden te blijven aan het adres waar hij is geleverd. In geval van verhuizing is het de gebruiker niet toegestaan om de container (en optioneel slot) mee te nemen naar zijn nieuw adres. De container moet leeg en gereinigd worden en op het oorspronkelijke adres achtergelaten worden.
§ 6. De Intergemeentelijke Vereniging I.V.I.O. verleent de mogelijkheid om ten allen tijde tegen betaling (of zonder vergoeding tegen bepaalde voorwaarden) een omruiling te doen van de restafvalcontainer en dit via de infolijn of het burgerportaal dat door I.V.I.O. wordt opengesteld.
§ 7. Inwoners die ten gevolge van een verhuis binnen of naar de gemeente niet over een huisvuilcontainer beschikken of een ander volume wensen, dienen hiervoor contact op te nemen via de infolijn of het burgerportaal dat door I.V.I.O. wordt opengesteld.
Hoofdstuk XIV – Gebruik van een gehuurde afzetcontainer
Artikel 54
§ 1. De inwoners en bedrijven die naast de reguliere inzameling zich willen ontdoen van afvalstoffen via een afzetcontainer, dient hiervoor steeds toelating te vragen aan het college van burgemeester en schepenen. Het is de inwoner zelf die deze toelating moet aanvragen. Deze aanvraag kan niet overgedragen worden aan de containerfirma die de container plaatst. De toelating kan gepaard gaan met een tijdelijk parkeerverbod.
Artikel 55
§ 1. Indien de afzetcontainer op de openbare weg geplaatst wordt, moet de betrokken container voorzien zijn van rode en witte strepen aan de voor- en achterkant en dit over minstens 1 vierkante meter per kant. Een verkeersbord met symbool D1 moet voorzien worden boven de container en een oranjegeel knipperlicht dient aangebracht te worden boven dit verkeersbord.
Artikel 56
§ 2. De toelating moet toegekend zijn, alvorens de afzetcontainer door de containerfirma mag geleverd worden. De termijnen (begin- en einddatum) van deze toelating moeten gerespecteerd worden. Indien de container niet is verwijderd tegen de dag zoals bepaald in de toelatingsbeslissing dan zal de gemeente de inwoner die de aanvraag heeft ingediend hiervoor aansprakelijk stellen.
Hoofdstuk XV – Strafbepalingen
Artikel 57
Volgende afvalgerelateerde kleine vormen van overlast worden bestraft met een gemeentelijke administratieve sanctie overeenkomstig artikel 119bis van de Gemeentewet, voor zover de wetten, besluiten, decreten, algemene en provinciale reglementen of verordeningen niet in andere straffen voorzien:
- het niet verwijderen van de huisvuil- of GFT-recipiënt van de openbare weg zoals bepaald in Artikel 8.§ 5.;
- het inzamelen van huishoudelijke afvalstoffen in strijd met het politiereglement;
- het achterlaten van zwerfvuil (o.a. sigarettenpeuken, kauwgom, blikjes, wikkels en andere lege verpakkingen);
- Het achterlaten, opslaan of storten van afvalstoffen op niet-reglementaire plaatsen, op niet- reglementaire tijdstippen of in niet-reglementaire recipiënten;
- het aanbieden van afvalstoffen bij een gemeentelijke inzameling op een wijze die niet overeenstemt met de bepalingen van deze politieverordening;
- het niet naleven van het verbod om reclamedrukwerk en regionale pers te bedelen in leegstaande panden of brievenbussen met een ja/neen- of neen/neen-sticker of op het openbaar domein. Het achterlaten van autokaartjes op geparkeerde voertuigen;
- het niet plaatsen van de nodige inzamelrecipiënten door verkooppunten voor tabaksproducten, drank en voeding bestemd voor onmiddellijke consumptie;
- het plaatsen van inzamelrecipiënten voor selectieve inzameling zonder bekomen goedkeuring door de gemeente en I.V.I.O.;
- het niet opruimen, minstens elke openingsdag, van alle afvalstoffen die afkomstig zijn van de producten die de uitbater verkocht heeft en dit in een straal van 25 meter vanaf de grens van de inrichting;
- het niet opruimen van hondenpoep of uitwerpselen van dieren;
- het niet bijhebben, door de begeleiders van kleine huisdieren, van een zakje voor het verwijderen van de uitwerpselen van hun dier;
- het niet bijhebben van een zakasbakje bij het roken in de openbare ruimte op plaatsen waar geen recipiënt is voorzien.
Artikel 58
§ 1. Alle andere overtredingen op de bepalingen van deze politieverordening worden bestraft met politiestraffen, voor zover wetten, decreten, algemene of provinciale verordeningen op dit vlak geen andere straffen voorzien.
§ 2. Wanneer afvalstoffen worden achtergelaten op een wijze of op een plaats in strijd met deze verordening kan de burgemeester jegens de overtreder de onmiddellijke opruiming van de in artikel 5§1 bedoelde afvalstoffen bevelen. Dit bevel wordt per aangetekend schrijven aan de overtreder bezorgd. De overtreder beschikt over een termijn van maximum één week, te rekenen vanaf de ontvangst van het bevel van de burgemeester. Indien de overtreder weigert de afvalstoffen binnen de door de burgemeester vastgestelde termijn te verwijderen, is de gemeente gemachtigd ambtshalve en op kosten van de overtreder, de betrokken afvalstoffen op te ruimen of te laten opruimen.
§ 3. Indien geen overtreder kan aangeduid worden, kan de burgemeester jegens de eigenaar van het perceel waarop afvalstoffen werden achtergelaten in strijd met deze verordening de onmiddellijke verwijdering van de in artikel 5§1 bedoelde afvalstoffen bevelen. Dit bevel wordt per aangetekend schrijven aan de eigenaar bezorgd. De eigenaar beschikt over een termijn van maximum één week, te rekenen vanaf de ontvangst van het bevel van de burgemeester. Indien de eigenaar weigert de afvalstoffen binnen de door de burgemeester vastgestelde termijn te verwijderen, is de gemeente gemachtigd ambtshalve en op kosten van de eigenaar, de betrokken afvalstoffen op te ruimen of te laten opruimen.
§ 4. Indien alsnog een overtreder wordt vastgelegd, kan de in artikel 7§3 bedoelde eigenaar de kosten van de verwijdering van de in artikel 5§ 1. bedoelde afvalstoffen verhalen op de overtreder.
§ 5. Ongeacht artikel 7§2 en 3 is de gemeente gemachtigd ambtshalve en op kosten van de overtreder, de betrokken afvalstoffen op te ruimen of te laten opruimen, wanneer de afvalstoffen worden achtergelaten op een wijze of een plaats in strijd met deze politieverordening of met andere wettelijke bepalingen.
§ 6. Naar aanleiding van een ambtshalve verwijdering, overeenkomstig artikel 7§2, §3 en §5, kan de burgemeester gemeentelijke ambtenaren de opdracht geven het afval grondig te onderzoeken teneinde de identiteit van de overtreder te achterhalen.
§ 7. Wanneer een overtreding van een bepaling is begaan met een motorvoertuig wordt bij afwezigheid van de bestuurder de administratieve geldboete ten laste gelegd van de houder van de kentekenplaat van het voertuig. De houder van de kentekenplaat mag met alle middelen aantonen wie op het ogenblik van de feiten met het voertuig reed. Zo de door de houder van de kentekenplaat aangeduide persoon de inbreuk niet weerlegt of ontkent, wordt de administratieve geldboete hem ten laste gelegd.
Hoofdstuk XVI – Slotbepalingen
Artikel 59
Deze verordening zal bekend gemaakt worden overeenkomstig de artikels 286, 287 en 288 van het Decreet Lokaal Bestuur.
Artikel 53
§ 1. Een afschrift van deze verordening wordt conform artikel 119 van de Nieuwe Gemeentewet, dadelijk toegezonden aan de Deputatie, aan de griffie van de rechtbank van eerste aanleg en aan die van de politierechtbank. Ter kennisgeving zal eveneens een afschrift worden toegezonden aan de OVAM.
Artikel 60
§ 1.De gemeenteraadsbeslissing van Tielt dd. 11.01.2024 betreffende de politieverordening betreffende het beheer van huishoudelijke afvalstoffen en vergelijkbare bedrijfsafvalstoffen wordt opgeheven.
Artikel 3
Dit reglement treedt in werking op 01.01.2026.
Artikel 4
Dit besluit zal worden bekendgemaakt overeenkomstig artikel 286 en artikel 287 van het decreet over het lokaal bestuur van 22.12.2017.
Het decreet van 22.12.2017 over het lokaal bestuur, in het bijzonder artikel 2, artikel 40§3 en artikel 41.
Het decreet van 22.12.2017 over het lokaal bestuur in het bijzonder artikel 351.
Decreet van 16 januari 2004 op de begraafplaatsen en de lijkbezorging, gewijzigd bij het decreet van 10 november 2005, het decreet van 18 april 2008, de decreten van 9 december 2011, het decreet van 22 februari 2013, het decreet van 28 maart 2014 en het decreet van 9 februari 2024.
Besluit van de Vlaamse Regering van 14 mei 2004 tot organisatie, inrichting en beheer van begraafplaatsen en crematoria, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 2 december 2005.
Besluit van de gemeenteraad van Tielt 04.11.2004 betreffende reglement van inwendige orde op de begraafplaatsen en lijkbezorging.
Besluit van de gemeenteraad van Meulebeke van 18.12.2019 betreffende reglement begraafplaatsen.
Het huishoudelijk reglement begraafplaatsen heeft als doel om duidelijke en uniforme richtlijnen vast te leggen voor het beheer en gebruik van de stedelijke begraafplaatsen van Tielt. Het is van toepassing op alle personen die gebruik maken van de begraafplaatsen, waaronder inwoners, concessiehouders, nabestaanden en bezoekers.
Het reglement regelt onder meer:
Het besluit van de gemeenteraad van Tielt van 04.11.2004 betreffende het reglement van inwendige orde op de begraafplaatsen en lijkbezorging dient te worden opgeheven.
Het ontwerp van reglement werd besproken in de gemeenteraadscommissie van 11.12.2025.
Door raadslid Danny Bossuyt (Team BURGEMEESTER) werd volgend amendement ter stemming aan de gemeenteraad voorgelegd:
Met 14 stemmen voor (Danny Bossuyt, Veerle Vervaeke, Dirk Verwilst, Katrien Seys, Benedikt Van Staen, Kristof Vande Walle, Jean-Marie Gunst, Bernard De Marez, Lieven Vaneeckhoute, Koen Desmet, Filip Naert, Isabelle Van de Cappelle, Simon Bekaert, Pascale Baert), 16 stemmen tegen (Glenn Lambert, Luc Vannieuwenhuyze, Birger De Coninck, Lieve Germonprez, Vincent Byttebier, Grietje Goossens, Didier Van Nieuwenhuyse, Bert Verdru, Marie De Cloet, Klaas Carrette, Nele Callens-Gelaude, Hedwig Verdoodt, Joris Vande Vyvere, Mouna Belkadi, Rik Stevens, Stijn Dermul)
Het amendement wordt bijgevolg niet goedgekeurd.
De gemeenteraad beslist:
Artikel 1
Het besluit van de gemeenteraad van Tielt van 04.11.2004 betreffende het reglement van inwendige orde op de begraafplaatsen en lijkbezorging wordt opgeheven.
Artikel 2
Het huishoudelijk reglement betreffende begraafplaatsen wordt als volgt vastgesteld:
DOEL VAN HET REGLEMENT
Artikel 1
Dit reglement legt de richtlijnen vast voor alle begrafenissen en asbestemmingen op de stedelijke begraafplaatsen van Tielt. Het reglement zorgt voor een ordelijke en respectvolle organisatie van de begraafplaatsen.
CONTACTGEGEVENS
Artikel 2
Voor meer informatie over dit reglement kan je terecht bij:
Stad Tielt
Dienst burgerzaken
Markt 13
8700 Tielt
051 82 66 30
burgerzaken@tielt.be
DEFINITIES
Artikel 3
TOEPASSINGSGEBIED
Artikel 4 - Bestemming
De begraafplaatsen zijn bestemd voor het begraven en bijzetten van stoffelijke overschotten, het plaatsen en bijzetten van urnen en het verstrooien van as.
Artikel 5 – Begraafplaatsen
De begrafenissen vinden plaats op één van de stedelijke begraafplaatsen:
Elke begraafplaats heeft een perceel gewone grond, een perceel volle grond, een perceel met grafkelders, een columbarium, een strooiweide en een urnenveld. Bepaalde begraafplaatsen hebben ook een urnenbos, een kinderperceel en een sterretjesweide.
Artikel 6 - Tijdstippen
§ 1. Elke begraafplaats is toegankelijk:
§ 2. De begrafenissen kunnen plaatsvinden
§ 3. Het college kan in bijzondere gevallen (openbare gezondheid, veiligheid, openbare orde) van paragraaf 2 van artikel 6 afwijken.
§ 4. Het tijdstip van begraven of bijzetten van stoffelijke resten en het bezorgen van de as wordt telkens en voor elk geval afzonderlijk door de gemeentelijk aangestelde, in overleg met de betrokken nabestaande vastgelegd. Het tijdstip van begraven of bijzetten van stoffelijke resten gebeurt binnen de 8 dagen die volgen op de datum van het overlijden.
§ 5. Het college kan in bijzondere gevallen van paragraaf 4 van artikel 6 afwijken.
REGISTER VAN BEGRAVINGEN
Artikel 7
Er wordt een register bijgehouden door de ambtenaar van de burgerlijke stand waarin dagelijks, zonder onderbreking, wordt genoteerd:
Dit geldt voor:
TOELATINGSVOORWAARDEN VOOR BEGRAVING
Artikel 8
De begraafplaatsen zijn bedoeld voor:
Artikel 9
Mogen eveneens begraven, bijgezet of verstrooid worden, niettegenstaande ze niet meer in de bevolkingsregisters zijn ingeschreven:
Artikel 10
Voor de begraving van niet-inwoners van Tielt wordt verwezen naar het retributiereglement begraafplaatsen.
VORMEN VAN BEGRAVEN EN BIJZETTEN
Artikel 11. Vormen van begraven en bijzetten
Voor bovenstaande wordt verwezen naar het retributiereglement.
Artikel 12. Plaatsbepaling
Het college van burgemeester en schepenen bepaalt, per begraafplaats, op welke plaatsen en in welke volgorde de begravingen en bijzettingen moeten gebeuren.
LIJKBEZORGING EN FORMALITEITEN
Artikel 13. Kisting en lijkomhulsel
Artikel 14. Lijkbezorging
Bij aankomst op de begraafplaats wordt elk lichaam of elke urne onmiddellijk begraven, bijgezet of verstrooid. Indien dit niet mogelijk is door overmacht, weersomstandigheden of familiale redenen, moet het lichaam of de urne teruggebracht worden naar het funerarium.
Artikel 15. Formaliteiten bij overlijden
Artikel 16. Overige bepalingen
CONCESSIES
Artikel 17. Gebruikers en aanvragen
Artikel 18. Toekenning en duur
Artikel 19 – Boventallige bijzettingen
Artikel 20. Specifieke bepalingen
Per grondconcessie in volle grond met een breedte van 1 meter mogen maximaal 2 lijkkisten begraven worden. Indien er reeds één lijkkist is begraven in de concessie van twee personen, dan mag de concessie ook vervolledigd worden door begraving van een urne.
Artikel 21. Plaats en gebruik
Artikel 22. Afmetingen graf- en gedenktekens
Schikkingen eigen aan de verschillende begraafplaatsen:
| Schikking |
Afmetingen van de begraafplaatsen in Meulebeke, Marialoop, De Paanders en ‘t Veld |
Afmetingen van de begraafplaatsen in Tielt, Schuiferskapelle, Aarsele en Kanegem. |
| Niet-geconcedeerde plaats kisten |
Grafteken of -steen: lengte 1,80 m; breedte 0,80 m; hoogte max 1,20 m |
Grafteken of -steen: lengte: 1,80 m, breedte 0,70 m, hoogte max 1,20 m |
| Grafkelders (concessie) |
Grafteken of -steen: lengte 2,25 m; breedte 1,00 m; hoogte max 1,20 m |
Grafteken of -steen:
|
| Columbarium |
Naamplaat wordt door de stad geleverd en mag max. 10 cm uit columbariummuur steken; mag afmeting nis niet overschrijden. |
Naamplaat wordt door de stad geleverd en mag max. 10 cm uit columbariummuur steken; mag afmeting nis niet overschrijden. |
| Urnenkelder |
Urnenkelder: lengte 0,50 m; breedte 0,50 m; Naamplaat wordt door de stad geleverd. |
Urnenkelder: lengte 0,50 m; breedte 0,50 m; Naamplaat wordt door de stad geleverd. |
| Kinderbegraafplaats |
Grafteken of -steen: Lengte 1,60 m; Breedte 0,70 m; Hoogte 1,20 m |
|
| Graven in volle grond (geconcedeerd) |
|
Grafteken of -steen:
|
| Urnegraven in volle grond (geconcedeerd) |
|
Grafteken of -steen: Voor 1 urne: 0,50 m x 0,50 m; hoogte max. 35 cm; |
| Ereperk |
Geen specifieke afmetingen. |
Geen specifieke afmetingen. |
| Sterretjesweide |
Individuele aanduidingen en bloemen bij gemeenschappelijke gedenksteen. |
Individuele aanduidingen en bloemen bij gemeenschappelijke gedenksteen. |
| Foto’s op naamplaatjes columbarium/urnekelder/strooiweide |
Foto op naamplaat dient binnen de afmeting van de naamplaat te blijven. |
Foto op naamplaat dient binnen de afmeting van de naamplaat te blijven. |
Artikel 23. Vergoedingen en betalingen
Artikel 24. Verplichtingen concessiehouder
Artikel 25. Bouw en onderhoud
Artikel 26. Terugneming en beëindiging
Artikel 27. Hernieuwen van een concessie na bijzetting
NIET-GECONCEDEERDE GRAVEN, URNENKELDERS, NISSEN, URNENBOS EN STROOIWEIDE
Artikel 28. Niet-geconcedeerde graven
Artikel 29. Ontruiming
Artikel 30. Urnenbos
Artikel 31. Strooiweide en gedenkzuil
HERGEBRUIK VAN GRAVEN EN CONCESSIES
Artikel 32. Voorwaarden en procedure
HISTORISCH WAARDEVOLLE GRAVEN
Artikel 33. Criteria en bescherming
BIJZONDERE PERKEN
Artikel 34. Kinderbegraafplaats
Artikel 35. Sterretjesweide
Artikel 36. Ereperk oudstrijders
GEZELSCHAPSDIEREN
Artikel 37 - Gezelschapsdieren
SLOTBEPALINGEN
Artikel 39. Sluiting
Op begraafplaatsen die de gemeenteraad sluit, worden geen nieuwe concessies verleend. In geval van sluiting van de begraafplaats wordt op de daartoe aangewezen begraafplaats een perceel van dezelfde grootte voorzien mits aanvraag daartoe door de concessiehouder of zijn rechtsopvolger(s). In geval van sluiting van de begraafplaats kan de concessiehouder of zijn rechtsopvolger(s) geen aanspraak maken op enige vergoeding.
Artikel 38. Onvoorziene gevallen
Artikel 39. Opheffing vorige reglementen
Artikel 40. Inwerkingtreding
Artikel 3
Dit reglement treedt in werking op 01.01.2026.
Artikel 4
Dit besluit zal worden bekend gemaakt overeenkomstig artikel 286 en artikel 287 van het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017.
Het decreet van 22.12.2017 over het lokaal bestuur, in het bijzonder artikel 2, artikel 40§3 en artikel 41.
Het decreet van 22.12.2017 over het lokaal bestuur in het bijzonder artikel 351.
Besluit van de gemeenteraad van Tielt 12.11.2020 betreffende reglement "Geveltuintjes".
Besluit van de gemeenteraad van Meulebeke van 30.12.2020 betreffende gemeentelijk reglement geveltuintjes.
In de gemeenteraad van Tielt van 12.11.2020 werd het Reglement "Geveltuintjes" goedgekeurd.
In de gemeenteraad van Meulebeke van 30.12.2020 werd het gemeentelijk reglement geveltuintjes goedgekeurd.
Ingevolge de fusie die ingegaan is op 01.01.2025, wordt er voorgesteld om een nieuw reglement betreffende het aanleggen van een geveltuin vast te stellen.
Met dit reglement wil de stad meer kleur en sfeer in het straatbeeld brengen en de biodiversiteit verhogen door via geveltuintjes meer flora en fauna toe te laten in de stad. Geveltuintjes zijn smalle groenstroken aan de straatkant van de woningen, met diverse positief effecten: ze helpen tegen op de klimaatverandering, zorgen voor beschutting en voedsel voor vogels en insecten, brengen verkoeling in de zomer, filteren CO2 en fijn stof uit de lucht, dempen geluid, dragen bij aan de isolatie en houden regenwater langer vast. Evenwel kan het niet zomaar en overal. Met dit reglement wordt dan ook een duidelijk kader vastgesteld voor de aanleg.
Het besluit van de gemeenteraad van Tielt van 12.11.2020 betreffende Reglement "Geveltuintjes" en het besluit van de gemeenteraad van Meulebeke van 30.12.2020 betreffende gemeentelijk reglement geveltuintjes dienen te worden opgeheven.
Het ontwerp van het nieuwe reglement werd besproken in de Milieuraad van 24.11.2025. De Milieuraad verleende positief advies.
De gemeenteraad beslist:
Artikel 1
Het besluit van de gemeenteraad van Tielt van 12.11.2020 betreffende Reglement "Geveltuintjes" wordt opgeheven.
Artikel 2
Het besluit van de gemeenteraad van Meulebeke van 30.12.2020 betreffende gemeentelijk reglement geveltuintjes wordt opgeheven.
Artikel 3
Het reglement betreffende het aanleggen van een geveltuin wordt als volgt vastgesteld:
DOEL VAN HET REGLEMENT
Artikel 1
Met dit reglement wil de stad meer kleur en sfeer in het straatbeeld brengen en de biodiversiteit verhogen door via geveltuintjes meer flora en fauna toe te laten in de stad. Geveltuintjes zijn smalle groenstroken aan de straatkant van de woningen, met diverse positieve effecten: ze helpen tegen de klimaatverandering, zorgen voor beschutting en voedsel voor vogels en insecten, brengen verkoeling in de zomer, filteren CO2 en fijn stof uit de lucht, dempen geluid, dragen bij aan de isolatie en houden regenwater langer vast.
Het reglement heeft tot doel duidelijkheid te scheppen wanneer een geveltuintje kan aangelegd worden, zodat voetgangers zich ook nog voldoende vrij kunnen bewegen over het voetpad.
CONTACTGEGEVENS
Artikel 2
Voor meer informatie over dit reglement kan je terecht bij:
Stad Tielt
Dienst Ruimte
Markt 13
051/82 66 00
milieu@tielt.be
BEGUNSTIGDEN/KLANTEN
Artikel 3
Dit reglement is van toepassing op alle burgers die geen voortuin (kunnen) hebben en langsheen hun woning een geveltuintje willen aanleggen.
Een geveltuintje kan gemaakt worden door enkele voetpadtegels die tegen de gevelgrens liggen weg te nemen, zodat er ruimte ontstaat om groen aan te planten.
VOORWAARDEN
Artikel 4
§1. Het is toegelaten een geveltuin aan te leggen op volgende voorwaarden:
§2. Alle voorzieningen van openbaar nut zoals straatnaamborden, verlichtingspalen en pictogrammen moeten steeds zichtbaar blijven en bereikbaar zijn.
§3. De bevoegde stadsdiensten herstellen eventuele schade aan het openbaar domein veroorzaakt door de geveltuin op kosten van de aanvrager. De aanvrager verbindt er zich toe elke verzakking of andere beschadiging onmiddellijk te melden en zelf voorlopig de nodige veiligheidsmaatregelen te treffen.
§4. De aanvrager is burgerrechtelijk verantwoordelijk voor alle ongevallen die voortspruiten uit de aanwezigheid van de geveltuin of het niet naleven van het reglement. De aanvrager zal de door de bevoegde stadsdienst opgelegde herstellingswerken of aanpassingswerken, op eerste verzoek, onmiddellijk uitvoeren. De aanvrager vrijwaart de stad tegen alle vorderingen die derden tegen haar instellen als gevolg van de aangelegde geveltuin.
§5. Het bestuur is niet aansprakelijk voor eventuele beschadiging die optreedt aan de geveltuin naar aanleiding van wegenwerken, werken aan leidingen, het strooien van dooizout, enz.
§6. De bevoegde stadsdienst of operator op het openbaar domein is gerechtigd de al dan niet tijdelijke verwijdering van materialen en planten te eisen ten behoeve van werkzaamheden. Het stadsbestuur betaalt daarvoor geen vergoeding aan de aanvrager. Het stadsbestuur kan nooit aansprakelijk gesteld worden voor gelijk welke verandering of beschadiging veroorzaakt aan de geveltuin. De bevoegde stadsdienst zal het plantvak van de geveltuin herstellen zonder vergoeding aan de aanvrager. De aanvrager zorgt indien nodig voor nieuwe beplanting.
§7. De stad kan steeds mits opgave van gemotiveerde reden een reglementair aangelegde geveltuin op haar openbaar domein verwijderen en de openbare weg in zijn oorspronkelijke toestand herstellen. De stad betaalt daarvoor geen vergoeding aan de aanvrager, maar daaraan zijn ook geen kosten verbonden voor de aanvrager.
§8. De stad behoudt zich het recht voor om een geveltuin die duidelijk verwaarloosd wordt te verwijderen op kosten van de aanvrager, dit evenwel indien de aanvrager geen gevolg geeft aan de aanmaning van de stad hieromtrent.
§9. Niet-reglementair aangelegde geveltuinen worden op kosten van de aanvrager uitgebroken of in overeenstemming gebracht met de bestaande reglementering zonder dat de stad tot enige schadevergoeding verplicht kan worden.
§10. De toelating voor de aanleg van een geveltuin heeft altijd een tijdelijk karakter. In geval van openbaar nut kan de stad altijd eisen de geveltuin te verwijderen, zonder recht op schadevergoeding.
AFWIJKINGEN
Artikel 5
In afwijking van art. 3.5.1.3.3 van de algemene politieverordening, met name hoofdstuk 5 van Titel 3 in verband met de privatieve ingebruikneming van het openbaar domein, is geen vergoeding voor de inname van het openbaar domein vereist.
In afwijking van artikel 3.5.1.1.2 en in uitvoering van artikel 3.5.1.2.1 van hiervoor vermelde algemene politieverordening is de aanleg van een geveltuin mogelijk mits naleving van de hierboven opgesomde voorwaarden.
PROCEDURE
Artikel 6
De schriftelijke aanvraag tot aanleg van de geveltuin dient gericht te worden aan het College van Burgemeester en Schepenen ofwel via milieu@tielt.be, ofwel via het aanvraagformulier op de website.
De aanvraag omvat minstens volgende gegevens:
De milieudienst gaat na of aan de algemene voorwaarden is voldaan. Indien het reglement wordt gevolgd wordt opdracht gegeven aan de Technische Dienst tot voorbereiding van de aanleg van de geveltuin.
Het College kan evenwel altijd gemotiveerd beslissen om de toestemming tot aanleg niet te verlenen, zij zal de aanvrager hiervan in kennis stellen.
Artikel 4
Dit reglement treedt in werking op 01.01.2026.
Artikel 5
Dit besluit zal worden bekend gemaakt overeenkomstig artikel 286 en artikel 287 van het decreet over het lokaal bestuur van 22.12.2017.
Het decreet van 22.12.2017 over het lokaal bestuur, in het bijzonder artikel 2, artikel 40§3 en artikel 41.
Het decreet van 22.12.2017 over het lokaal bestuur in het bijzonder artikel 351.
Wet van 25 juni 1993 betreffende de uitoefening en de organisatie van ambulante en kermisactiviteiten en de organisatie van openbare markten, gewijzigd bij de wetten van 4 juli 2005, van 20 juli 2006, 22 december 2009, en 21 januari 2013 en de decreten van 4 maart 2016, 24 februari 2017 en 3 maart 2023 meer bepaald de artikelen 8 tot en met 10.
Koninklijk besluit van 24 september 2006 betreffende de uitoefening en organisatie van ambulante activiteiten, meer bepaald de artikelen 23 tot en met 44, gewijzigd bij besluiten van de Vlaamse Regering van 21 april 2017 en 22 september 2023, artikel 15 en 23 tot en met 44.
Volgens artikel 8 §1 van voornoemde gewijzigde de wet van 25 juni 1993 wordt de organisatie van ambulante en kermisactiviteiten op de openbare markten en kermissen, geregeld bij gemeentelijk reglement.
Overwegende dat volgens artikel 9 § 1 van voornoemde gewijzigde wet van 25 juni 1993 de organisatie van ambulante en kermisactiviteiten op het openbaar domein, buiten de openbare markten en kermissen, wordt geregeld bij gemeentelijk reglement.
Beslissing van de gemeenteraad van Tielt van 23.05.2013 houdende het goedkeuren van een reglement m.b.t. ambulante activiteiten op de openbare markten en op het openbaar domein voor de stad Tielt.
Beslissing van de gemeenteraad van Meulebeke van 11.05.2016 houdende het goedkeuren van reglement m.b.t. ambulante activiteiten op de openbare markten en op het openbaar domein voor de gemeente Meulebeke.
In de gemeenteraad van Tielt van 23.05.2013 werd het marktreglement voor de stad Tielt goedgekeurd.
In de gemeenteraad van Meulebeke van 11.05.2016 werd het reglement m.b.t. ambulante activiteiten op de openbare markten en op het openbaar domein voor de gemeente Meulebeke goedgekeurd.
Naar aanleiding van de fusie, wordt er voorgesteld om de bestaande reglementen op te heffen en een nieuw reglement m.b.t. ambulante activiteiten op de openbare markten en op het openbaar domein vast te stellen.
De bestaande reglementen waren gebaseerd op verouderde wetgeving.
Een nieuw reglement werd opgesteld op basis van een modelreglement vanuit de VVSG waarin de lokale werking van de woensdagmarkt in Meulebeke, de donderdagmarkt in Tielt en de boerenmarkt op zaterdag werden geïntegreerd.
Het reglement bevat verder ook de bepalingen voor het regelen van ambulante activiteiten buiten de openbare markten en de ambulante handel op rondtrekkende wijze.
Het voorstel werd besproken met een delegatie van het marktcomité.
Het besluit van de gemeenteraad van Tielt van 23.05.2013 betreffende marktreglement voor de stad Tielt en het besluit van de gemeenteraad van Meulebeke van 11.05.2016 betreffende m.b.t. ambulante activiteiten op de openbare markten en op het openbaar domein voor de gemeente Meulebeke dienen te worden opgeheven.
Het ontwerp van een nieuw reglement m.b.t. ambulante activiteiten op de openbare markten en op het openbaar domein wordt ter goedkeuring aan de gemeenteraad voorgelegd.
De gemeenteraad beslist:
Artikel 1
Het besluit van de gemeenteraad van Tielt van 23.05.2013 betreffende de goedkeuring van een reglement m.b.t. ambulante activiteiten op de openbare markten en op het openbaar domein voor de stad Tielt wordt opgeheven.
Artikel 2
Het besluit van de gemeenteraad van Meulebeke van 11.05.2016 betreffende m.b.t. ambulante activiteiten op de openbare markten en op het openbaar domein voor de gemeente Meulebeke wordt opgeheven.
Artikel 3
Het reglement betreffende m.b.t. ambulante activiteiten op de openbare markten en op het openbaar domein wordt als volgt vastgesteld:
AFDELING 1 : ORGANISATIE VAN AMBULANTE ACTIVITEITEN OP DE OPENBARE MARKTEN
Artikel 1 Gegevens van openbare markten (wet art. 8 §2)
De gemeente richt op het openbaar domein volgende openbare markten in:
Woensdagmarkt Meulebeke
PLAATS: Meulebeke Plaats
DAG: Woensdag
UUR: 07.30 uur tot 13.00 uur
SPECIALISATIE: gemengde markt
PLAN VAN DE STANDPLAATSEN: beschikbaar
MAXIMUM AANTAL STANDPLAATSEN: 24
Donderdagmarkt Tielt
PLAATS : Sportlaan en op het Generaal Maczekplein in het verlengde van de Sportlaan
DAG: Donderdag
UUR : 07.30 uur tot 13.00 uur
SPECIALISATIE: gemengde markt
PLAN VAN DE STANDPLAATSEN: beschikbaar
MAXIMUM AANTAL STANDPLAATSEN: 75
Boerenmarkt Tielt
PLAATS: Administratief centrum t.h.v. Tramstraat 48
DAG: Zaterdag
UUR: 14.00 uur tot 16.30 uur
SPECIALISATIE: boerenmarkt, deze wordt uitsluitend gereserveerd voor producenten die land- en tuinbouwproducten van eigen teelt te koop aanbieden.
PLAN VAN DE STANDPLAATSEN: beschikbaar
MAXIMUM AANTAL STANDPLAATSEN: 24
De gemeenteraad vertrouwt aan het college van burgemeester en schepenen de bevoegdheid toe om de marken in te delen en wijzigingen op te nemen. Het college van burgemeester en schepenen zal voor elke standplaats de ligging, de grootte en het gebruik bepalen.
Het college van burgemeester en schepenen kan ten allen tijde de nodige maatregelen nemen om de productdiversiteit te waarborgen en daartoe een verdeelsleutel opstellen. Dit gebeurt in overleg met het marktcomité.
Afdeling 1.1 : Toewijzing standplaatsen
Artikel 2 Voorwaarden inzake toewijzing standplaatsen (wet art. 8 §2, art. 10 §1 en KB art. 25)
Een standplaats op de openbare markt kan enkel toegewezen worden aan ondernemingen met een inschrijving in de Kruispuntbank van Ondernemingen die de ambulante activiteit toelaat, via de persoon die de onderneming rechtsgeldig kan vertegenwoordigen.
Ambulante activiteiten zijn pas toegelaten als de verkoper aan volgende bijkomende voorwaarden voldoet:
1° de uitoefening van de ambulante activiteiten in kwestie wordt behoorlijk gedekt door verzekeringspolissen voor burgerlijke aansprakelijkheid en in voorkomend geval tegen brandrisico's;
2° bij de uitoefening van een ambulante activiteit waarbij voeding wordt verkocht, wordt voldaan aan de reglementaire voorwaarden voor de volksgezondheid.
De burgemeester, zijn afgevaardigde of de concessionaris kan ook altijd vragen dat diegene die de onderneming rechtsgeldig vertegenwoordigt, zijn identiteitsbewijs voorlegt.
De standplaatsen kunnen occasioneel ook toegewezen kunnen worden aan wie producten of diensten met een niet-commercieel karakter verkoopt, te koop aanbiedt of uitstalt met het oog op de verkoop. Deze categorieën zijn verder bepaald in afdeling 3: verkopen van producten of diensten met niet-commercieel karakter. Aanvragen voor promotie van politieke partijen of religieuze overwegingen worden in het kader van de activiteiten op de markten niet toegestaan.
Teneinde de diversiteit van het aanbod te waarborgen is het aantal standplaatsen per onderneming beperkt tot één (wet art. 8).
Artikel 3 Verhouding abonnementen – losse plaatsen (KB art. 23)
De standplaatsen op de openbare markt worden toegewezen:
- per abonnement (maximum 95 % van het totaal aantal standplaatsen)
EN/OF
- van dag tot dag (maximum 5 % van het totaal aantal standplaatsen, excl. de niet-ingenomen vaste standplaatsen per abonnement)
Artikel 4 Toewijzingsregels losse plaatsen (KB art 27)
De toewijzing van losse plaatsen gebeurt bij loting, in voorkomend geval per specialisatie.
De persoon die de onderneming rechtsgeldig vertegenwoordigt moet bij de toewijzing van de losse standplaats aanwezig zijn
Diegene die de standplaats krijgt toegewezen, betaalt het verschuldigde standgeld aan de marktleider, tegen ontvangstbewijs, bij aanvang van de markt.
De loting vindt plaats op volgende momenten:
- Woensdagmarkt: tussen 07.30 uur en 08.00 uur
- Donderdagmarkt: tussen 07.30 uur en 08.00 uur
- Boerenmarkt: vanaf 13.15 uur
Artikel 5 Toewijzingsregels per abonnement op de openbare markten
5.1. Vacature en kandidatuurstelling standplaats per abonnement (KB art. 28 & 30,)
Wanneer een standplaats die per abonnement toegewezen wordt, vrijkomt, gaat de burgemeester, zijn afgevaardigde of de concessionaris na of er een geschikte kandidaat is in het register van kandidaturen, zoals omschreven in 5.2.
Als het register geen geschikte kandidaat bevat, wordt een vacature bekendgemaakt door publicatie van een kennisgeving.
Deze kennisgeving zal gebeuren door middel van een bericht via de gemeentelijke website www.tielt.be.
De kandidaturen kunnen ingediend worden:
- via een webformulier, ter beschikking gesteld op de gemeentelijke website www.tielt.be of via een door de stad aangeduid digitaal platform.
Bij een vacature zullen de modaliteiten (wijze van indiening en termijnen) duidelijk omschreven worden.
5.2. Register van de kandidaturen (KB art. 31)
Alle kandidaturen worden naargelang hun ontvangst bijgehouden in een register van kandidaturen met registratie van het tijdstip van de indiening van de kandidatuur.
Deze kandidaturen worden geklasseerd:
- eerst volgens categorie zoals bepaald in punt 5.3.
- dan volgens de gevraagde standplaats en specialisatie
- tenslotte volgens datum (overhandiging, indiening bij de post, ontvangst op duurzame drager)
Overeenkomstig het bestuursdecreet van 7 december 2018 kan dit register steeds geraadpleegd worden.
De kandidaturen blijven geldig zolang ze niet werden nagekomen of ingetrokken door hun auteur.
5.3. Volgorde van toekenning standplaatsen op basis van register (KB art 29 en 31)
Bij het vacant komen van een standplaats per abonnement zullen met het oog op de toekenning ervan, de kandidaturen als volgt geklasseerd worden in het register van kandidaturen:
1. Personen die een standplaats vragen als gevolg van de opheffing ervan die ze op één van de markten van de gemeente innamen of aan wie de gemeente een vooropzeg heeft gegeven omwille van definitieve opheffing van de markt of een deel van de standplaatsen;
2. Personen die een uitbreiding van hun standplaats vragen;
3. Personen die een wijziging van hun standplaats vragen;
4. De externe kandidaten.
De standplaatsen worden binnen elke categorie, in voorkomend geval, volgens de gevraagde standplaats en specialisatie en tenslotte volgens datum chronologisch geordend.
Wanneer twee of meerdere aanvragen behorend tot dezelfde categorie tezelfdertijd ingediend worden, wordt als volgt voorrang gegeven:
A. voorrang wordt gegeven (uitgezonderd de categorie externe kandidaten) aan de aanvrager die de hoogste anciënniteit op de markten van de gemeente heeft; wanneer de anciënniteit niet kan vergeleken worden, wordt de voorrang bepaald bij loting;
B. voor de externe kandidaten wordt de voorrang bepaald bij loting.
5.4. Bekendmaking van de toewijzing van de standplaatsen per abonnement (KB art. 33)
De toewijzing van de standplaats wordt bekend gemaakt aan de aanvrager:
- bij een ter post aangetekend schrijven met ontvangstbewijs;
- of door overhandiging van een brief tegen ontvangstbewijs;
- of bij elektronische post (duurzame drager) met ontvangstbewijs.
5.5. Het register van de standplaatsen toegewezen per abonnement (KB art. 34)
Een plan en/of register wordt bijgehouden waarin voor elke standplaats toegewezen per abonnement vermeld staat:
- de naam, voornaam, het adres van de persoon aan wie of door wiens tussenkomst de standplaats werd toegekend;
- in voorkomend geval, de handelsnaam van de rechtspersoon of maatschap aan wie de standplaats toegekend werd en het adres van haar maatschappelijke zetel;
- het ondernemingsnummer;
- de producten en/of diensten die te koop aangeboden worden;
- de datum van de toewijzing van de standplaats en de duur van het gebruiksrecht;
- indien de activiteit seizoensgebonden is, de periode van activiteit;
- de prijs van de standplaats, behalve indien deze op een uniforme wijze vastgelegd is (via retributiereglement);
- desgevallend, de naam en het adres van de overlater en de datum van de overdracht.
Overeenkomstig het bestuursdecreet van 7 december 2018 kan dit plan of register steeds geraadpleegd worden.
Afdeling. 1.2 : Abonnementen
Artikel 6 Periodiciteit van abonnement (KB art. 32 en 37)
De abonnementen worden toegekend voor de duur van 12 maanden.
Na verloop van deze termijn worden zij stilzwijgend verlengd behoudens anders bepaald door de aanvrager (cf. artikel 7 en 8 van dit marktreglement) en behoudens intrekking bij aangetekend schrijven met ontvangstbewijs of op duurzame dragen tegen ontvangstbewijs door de burgemeester, zijn afgevaardigde of de concessionaris in de gevallen bepaald in artikel 9 van dit marktreglement
Een seizoensgebonden activiteit (art. 37 KB) is in het algemeen een activiteit die betrekking heeft op producten of diensten die wegens hun aard of traditie slechts gedurende een periode van het jaar verkocht worden.
De abonnementen die toegekend worden voor de verkoop van hoger vernoemde activiteiten worden geschorst gedurende de periode van non-activiteit. Gedurende de periode van non-activiteit kunnen deze standplaatsen toegewezen worden als losse standplaatsen. Een seizoensgebonden activiteit is enkel van toepassing op de boerenmarkt. Voor de woensdag- en donderdagmarkt zijn er geen seizoensgebonden abonnementen.
Artikel 7 Opschorting abonnement (KB art. 32,)
De houder van een abonnement kan het abonnement opschorten voor een voorziene periode van tenminste een maand wanneer hij ongeschikt is zijn activiteit uit te oefenen:
- door ziekte of ongeval op grond van een medisch attest
- door overmacht op een verantwoorde wijze aangetoond
De opschorting gaat in de dag waarop de burgemeester, zijn afgevaardigde of de concessionaris op de hoogte gebracht wordt van de ongeschiktheid en houdt op ten laatste vijf dagen na de melding van het hernemen van de activiteiten. Na afloop van de opschorting krijgt de geabonneerde zijn standplaats terug.
De opschorting impliceert de opschorting van de wederzijdse verplichtingen die uit de overeenkomst voorkomen.
Gedurende de periode van opschorting kan de standplaats toegewezen worden als losse plaats.
Artikel 8 Afstand van het abonnement (KB art. 32)
De houder van een abonnement kan afstand doen van het abonnement
- bij de vervaldag van het abonnement mits een opzegtermijn van tenminste 30 dagen
- bij stopzetting van de ambulante activiteiten mits een opzegtermijn van tenminste 30 dagen
- indien hij definitief ongeschikt is om zijn activiteit uit te oefenen omwille van redenen vermeld in artikel 7 van dit reglement. In dit geval is geen vooropzeg nodig.
- op ieder ogenblik mits een opzegtermijn van tenminste 30 dagen
De rechthebbenden van de natuurlijke persoon die voor eigen rekening zijn activiteit uitoefent kunnen bij zijn overlijden, zonder vooropzeg afstand doen van het abonnement waarvan hij de houder was.
De aanvragen van opschorting, herneming of opzegging van een abonnement worden betekend volgens één van de vermelde modaliteiten:
- bij per post aangetekend schrijven met ontvangstbewijs
- overhandiging tegen ontvangstbewijs
- op een duurzame drager (email) tegen ontvangstbewijs
Artikel 9 Schorsing en opzegging van abonnement door de gemeente (KB art 32 laatste lid)
Het abonnement zal door (de burgemeester, zijn afgevaardigde of door de concessionaris geschorst of ingetrokken worden in volgende gevallen:
- bij niet of niet tijdige betaling standplaatsvergoeding;
- bij afwezigheid gedurende vier opeenvolgende weken zonder de marktleider vooraf of tijdens zijn eerste week van afwezigheid ervan op de hoogte te stellen;
- bij afwezigheid gedurende veertien weken per kalenderjaar, ondanks de mededeling aan de marktleider;
- bij meer dan twaalf afwezigheden per jaar, zonder mededeling aan de marktleider;
- bij overdracht van een abonnement aan een derde zonder te voldoen aan voorwaarden bepaald in artikel 12 van onderhavig gemeentelijk reglement;
- wanneer andere waren verkocht worden dan diegene vermeld op zijn abonnement;
- bij overtreding van één of meerdere bepalingen van dit reglement, de marktindeling, of het herhaaldelijk niet respecteren van de instructies van de marktleider;
- bij het overtreden van eerlijke handelsgebruiken op een wijze die andere handelaars of het publiek kan schaden;
- bij het niet meer voldoen aan de wettelijke eisen, bijvoorbeeld inzake hygiëne of maten en gewichten;
- bij het op de markt brengen, te koop stellen of verkopen van vervalste, bedorven of niet voor verbruik geschikte producten en eetwaren;
- wanneer de houder van de standplaats per abonnement na twee schriftelijke aanmaningen bij aangetekend schrijven de goede gang van zaken blijft storen en tegen het marktreglement blijft handelen of de instructies van de daartoe door de burgemeester aangestelde ambtenaren blijft negeren;
- wanneer de betrokkene niet meer voldoet aan de voorwaarden voor inname van een standplaats zoals bepaald in artikel 11;
De beslissing tot schorsing of opzegging wordt betekend bij een ter post aangetekend schrijven met ontvangstbewijs of op een duurzame drager tegen ontvangstbewijs.
Artikel 10 Vooropzeg vanuit de gemeente (Wet art. 8 § 2)
Wanneer de openbare markt of een deel van de standplaatsen definitief wordt opgeheven, geldt een termijn van vooropzeg aan de houders van een standplaats per abonnement
Deze termijn bedraagt 12 maanden wanneer de houder definitief zijn abonnement verliest.
Deze termijn bedraagt 6 maanden in het geval van een definitieve verhuizing van de openbare markt of een deel ervan en de houder zijn abonnement behoudt.
In gevallen van absolute noodzakelijkheid kan hier van afgeweken worden. De minimumtermijn kan dan ingekort worden.
Deze personen krijgen voorrang bij het toekennen van een vacante standplaats per abonnement (cf. artikel 5.3).
Artikel 11 Inname standplaatsen (KB art. 26)
De standplaatsen op de openbare markt kunnen ingenomen worden door:
A. de natuurlijke persoon aan wie de standplaats is toegewezen;
B. de verantwoordelijke(n) van het dagelijks bestuur van een rechtspersoon, aan wie de standplaats is toegewezen,
C. de feitelijke vennoten van de natuurlijke persoon of een maatschap aan wie de standplaats is toegewezen, die een ambulante activiteit voor eigen rekening uitoefent
D. de echtgenoot of echtgenote of de wettelijk samenwonende partner van de natuurlijke persoon aan wie de standplaats is toegewezen, voor de uitoefening van een ambulante activiteit voor eigen rekening;
E. de personen die een ambulante activiteit uitoefenen voor rekening of in dienst van de natuurlijke persoon, maatschap of rechtspersoon bedoeld in A. tot D.;
De personen vermeld in B. tot E. kunnen de standplaatsen innemen, die toegewezen zijn of onderverhuurd zijn aan de natuurlijke persoon, maatschap of rechtspersoon voor wiens rekening of in wiens dienst zij de activiteit uitoefenen, buiten de aanwezigheid van de persoon aan wie of door middel van wie de standplaats is toegewezen of onderverhuurd.
Wie niet beroepsmatig producten of diensten met een niet-commercieel karakter verkoopt, te koop aanbiedt of uitstalt, kan, mits voorafgaande toelating van de gemeente, ook een standplaats innemen.
Artikel 12 Overdracht standplaats (KB art. 35)
De overdracht van een standplaats is toegelaten onder de volgende voorwaarden:
A. A. de overnemer is in de Kruispuntbank van Ondernemingen ingeschreven voor het uitoefenen van ambulante activiteiten en zet de specialisatie van de overlater voort op de overgedragen standplaats.
Een eventuele wijziging van de specialisatie KAN aangevraagd worden per aangetekend schrijven bij de gemeente.
B. binnen het eerste jaar kan de standplaats NIET opnieuw overgedragen worden, behalve na expliciete goedkeuring van de burgemeester of zijn afgevaardigde
C. De onderneming van de overnemer mag door de overname over niet meer dan één standplaats beschikken (cf. art. 2 van dit reglement)
De overdracht is geldig voor de resterende geldigheidsduur van het abonnement van de overlater. Ingeval van overdracht wordt het abonnement eveneens stilzwijgend vernieuwd.
De inname van de overgedragen standplaats is pas toegelaten als de burgemeester, zijn afgevaardigde of de concessionaris heeft vastgesteld dat:
1. de overnemer het bewijs levert van de inschrijving van de ambulante activiteit in de Kruispuntbank van Ondernemingen om dezelfde specialisatie als de overlater of de specialisaties die toegelaten zijn door de gemeente, uit te oefenen.
2. overnemer het aantal toegestane standplaatsen per onderneming (cf. artikel 1 van dit reglement) niet overschrijdt.
3. de overnemer het bewijs levert waaruit blijkt dat hij voldoet aan de bijkomende voorwaarden, vermeld in artikel 2 van dit reglement
Artikel 13 Onderverhuur standwerkers (KB art. 36)
[Categorie standwerkers werd geschrapt in het KB]
Artikel 14 Reglement van orde van de markten
• Het opstellen van de kramen mag pas aanvangen om 04.30 uur op de marktdag zelf voor de woensdag- en donderdagmarkt en om 13.00 uur voor de boerenmarkt.
• De houders van een standplaats moeten de standplaats betalen overeenkomstig de modaliteiten van het desbetreffende belastingreglement. De betaling van de vaste standplaatsvergoeding gebeurt vooraf. Wanneer de standplaatsvergoeding niet op tijd wordt gestort, zal de standplaats terug ter beschikking worden gesteld, vanaf de marktdag volgend op de week waarin de vereffening moest geschieden.
• Diegene die een vrije standplaats inneemt, betaalt de vergoeding aan de marktleider.
• Voertuigen die niet dienen voor de presentatie van de koopwaar zijn uitsluitend en uitzonderijk toegelaten voor het bewaren van verse producten of indien strikt noodzakelijk voor de stockage van de koopwaar en dus één geheel vormen met het kraam.
• De verkoopwagens, tenten en kramen moeten zo worden geplaatst dat het publiek ongehinderd tussen de rijen door kan wandelen, dat hulpdiensten niet worden gehinderd en dat de woningen, handelszaken en openbare gebouwen toegankelijk blijven voor voetgangers en voor personen die zich in een rolstoel verplaatsen.
• Sandwichborden – stoepborden – reclameborden mogen niet in de vrije doorgang van de bezoekers van de markt worden geplaatst.
• De markten zijn ingedeeld in percelen, zowel de lengte als de diepte mag niet overschreden worden, tenzij in uitzonderlijke omstandigheden en mits toestemming van de marktleider.
• De houders van een standplaats, inclusief de houders van een occasionele standplaats met een niet-commercieel karakter dienen hun activiteiten uit te voeren binnen de grenzen van de voorziene marktplaats.
• De verkopers moeten zich bij het opstellen van hun kramen strikt houden aan de aflijning, behoudens voor luiken of een gedeelte van een kraam dat kan beschouwd worden als afdak, op voorwaarde dat het zich minimum 2 meter boven de grond bevindt en dat het gemakkelijk kan worden neergelaten of ingetrokken bij gebeurlijke doortochten.
• Marktkramers die zonder toelating van de marktleider meer plaats innemen dan de vergunde zullen onmiddellijk een vergoeding betalen aan de marktleider, conform het belastingreglement. Deze vergoeding heeft geen recht op behoud in de toekomst van de wederrechtelijk ingenomen meeroppervlakte. Dit geldt eveneens voor de marktkramers die een andere standplaats innemen dan diegene die hen werd toegewezen.
• De standplaatshouder draagt de verantwoordelijkheid alle voorzorgen te nemen opdat dit kan gebeuren zonder lawaai- of milieuhinder.
• Iedere deelnemende marktkramer dient de nodige voorzorgen te nemen om het vervuilen van het marktterrein te beperken, voortkomend uit de marktactiviteit:
o Afval, onder welke vorm ook, van de te koop aangeboden goederen, evenals elk voorwerp afkomstig van het marktgebeuren, dient door de marktkramer bij zijn vertrek te worden meegenomen. Hij zal gedurende de markt bedoeld afval ofwel zo veel mogelijk in eigen recipiënten wegbergen of dusdanig stapelen, zodat zij geen enkele hinder kan veroorzaken voor het marktgebeuren.
o De marktkramers moeten ervoor zorgen dat geen brandbare, schadelijke, hinderlijke en/of onwelriekende vloeistoffen/producten op de grond druipen/liggen. Indien dit voor vloeistoffen onmogelijk blijkt, moeten de marktkramers deze vloeistoffen in emmers of waterdichte kuipen opvangen.
o De marktkramer of standwerker dient de aangeboden waren op een hygiënische manier tentoon te stellen overeenkomstig de ter zake geldende wettelijke bepalingen. De kosten voor de opruiming zullen door de stad aan de marktkramer, die de vervuiling heeft veroorzaakt, aangerekend worden.
• Het volledige marktterrein moet ontruimd zijn door alle deelnemers én hun voertuigen om 13.30 uur voor de woensdag- en donderdagmarkt en om 17.30 voor de boerenmarkt.
• Het op- en afrijden van voertuigen en / of marktwagens dient te gebeuren met de nodige voorzichtigheid voor de geïnstalleerde marktkramen en bezoekers.
• De mogelijkheid wordt aan de marktkramers geboden elektriciteit af te nemen voor verlichting of bereiding van hun koopwaar. Het gebruik van elektriciteit dient te gebeuren met materiaal conform de wetgeving. De kramers dienen zelf de elektrische leidingen te leggen vanaf het verdeelpunt tot hun kraam. Bij ongeval of defect aan de elektrische installatie kan het gemeentebestuur niet aansprakelijk worden gesteld. Voor het gebruik van deze kasten wordt boven de standplaatsvergoeding een bijkomende vergoeding bepaald.
• Het gebruik van gas-, verwarmings-, koel- en verlichtingstoestellen dienen te gebeuren conform de wettelijke voorschriften. De marktkramers die gebruik maken van verwarmingstoestellen zijn verplicht hun burgerlijke aansprakelijkheid onder alle oogpunten, tegen brand en ontploffing te laten verzekeren en indien wettelijk bepaald voorzien te zijn van een snelblusser. Op elk verzoek van de verantwoordelijke moet het bewijs worden voorgelegd dat aan deze verplichting werd voldaan.
• De gebruikers van de opgestelde kramen blijven burgerlijk verantwoordelijk voor gebeurlijke ongevallen veroorzaakt door hun onbewaakte, slecht geplaatste of slecht verlichte kramen. De marktkramers dienen onverminderd een verzekering af te sluiten bij een verzekeringsmaatschappij, ter dekking van hun burgerlijke aansprakelijkheid.
• De plaatsing van de wagens mag een eventuele toegang door hulpdiensten niet belemmeren.
• Het gebruik van geluidsinstallaties voor het aanprijzen van goederen is niet toegelaten.
• Valt de markt op een wettelijke feestdag, dan wordt de markt op deze dag behouden, uitgezonderd indien de markt valt op Nieuwjaar, Allerheiligen of Kerstdag. Op deze drie dagen gaan de woensdag- en donderdagmarkt uitzonderlijk niet door, en valt voor de boerenmarkt op de dag voordien, behoudens anders bepaald door het college van burgemeester en schepenen.
• Elkeen die door de gemeente toegang werd verleend om deel te nemen aan de markt, heeft de verplichting op een positieve manier bij te dragen tot een vlot verloop en hinder te vermijden.
• De richtlijnen van de marktleiding moeten strikt opgevolgd worden. Deelnemers kunnen eventuele klachten of vermeende onrechtvaardigheden schriftelijk overmaken aan het college van burgemeester en schepenen. Inzonderheid voor de boerenmarkt dienen de deelnemers zich te gedragen naar de geest en de specificiteit waarin deze markt plaatsgrijpt.
• Indien de houder van een standplaats per abonnement de hem toegewezen plaats niet heeft ingenomen om 08.00 uur voor de woensdag- en donderdagmarkt en om 13.45 uur voor de boerenmarkt, dan verliest deze standhouder die dag zijn rechten op deze plaats. De marktleiding kan beslissen deze plaats beschikbaar te stellen voor de losse deelnemers.
• Het is verboden pinnen of andere scherpe voorwerpen in de grond te slaan. Het is verboden om de bekleding van de marktplaats op enigerlei wijze te beschadigen. Elke aangebrachte schade zal op de marktkramers verhaald worden.
• Flyeren op de openbare markten voor niet-commerciële doeleinden moet voorafgaand aangevraagd en goedgekeurd worden door het college van burgemeester en schepenen. Flyeren voor handelsdoeleinden buiten het marktgebeuren wordt niet toegestaan.
AFDELING 2 : ORGANISATIE VAN AMBULANTE ACTIVITEITEN OP HET OPENBAAR DOMEIN BUITEN DE OPENBARE MARKTEN
Afdeling 2.1 Plaatsen op het openbaar domein waar de ambulante activiteit mag plaatsvinden zijn vooraf bepaald
In Tielt zijn geen vooraf bepaalde plaatsen voorzien om standaard ambulante activiteiten buiten de openbare markten te organiseren.
Artikel 14-18.
[n.v.t.]
Afdeling 2.2. Plaatsen op het openbaar domein waar de ambulante activiteit mag plaatsvinden zijn niet vooraf bepaald
Artikel 19. Toepassingsgebied (KB art. 38)
Eenieder die een standplaats wenst in te nemen op één of meerdere plaatsen van het openbaar domein buiten de openbare markten om ambulante activiteiten uit te oefenen, moet dit voorafgaand aanvragen bij de burgemeester, zijn afgevaardigde of de concessionaris.
Artikel 20 Voorafgaande machtiging
20.1. Aanvraag machtiging
Om een standplaats in te nemen zoals vermeld in artikel 19 moet voldaan zijn aan de voorwaarden vermeld in artikel 2 en dient men te beschikken over een machtiging. Deze machtiging moet voorafgaand aan het uitoefenen van de ambulante activiteit aangevraagd worden bij de gemeente, via een aanvraagformulier op de stedelijke website www.tielt.be.
20.2. Beslissing machtiging
In geval van positieve beslissing verkrijgt de aanvrager een machtiging met daarin vermeld:
- Identiteit van de aanvrager
- de aard van de producten of diensten die hij gemachtigd is te verkopen
- de plaats
- de datum en duur van de verkoop
De gevraagde machtiging kan geweigerd worden omwille van één of meerdere van onderstaande redenen:
- redenen van openbare orde en veiligheid
- redenen van volksgezondheid
- bescherming van de consument
- wanneer de voorwaarden vermeld in artikel 2 niet in orde zijn
- de modaliteiten van het gemeentelijk reglement niet gerespecteerd worden
De burgemeester, zijn afgevaardigde of de concessionaris zal deze reden(-en) objectief en grondig motiveren in zijn kennisgeving van de negatieve beslissing aan de aanvrager en verwijst tevens naar rechtsmiddelen inzake beroep.
Artikel 21 Voorwaarden inzake toewijzing en inname standplaatsen
De personen die voldoen aan de voorwaarden tot het verkrijgen (cf. artikel 2) en innemen van de standplaatsen op de openbare markt (cf. artikel 11) kunnen standplaatsen op het openbaar domein verkrijgen en innemen. Bij het innemen van een standplaats dient voldaan te worden aan de voorschriften rond inname van de plaats, orde en veiligheid, bepaald in artikel 14 van dit reglement.
Artikel 22 Toewijzingsregels losse standplaatsen (KB art. 43 §2)
De toewijzing van losse plaatsen gebeurt volgens de chronologische volgorde van aanvragen en desgevallend in functie van de gevraagde plaats en specialisatie.
Wanneer twee of meerdere aanvragen voor standplaatsen gelijktijdig ingediend worden, gebeurt de toewijzing via loting.
Artikel 23 Toewijzingsregels en bepalingen abonnement
Hier gelden dezelfde regels als voor de openbare markten (cf. artikelen 5 tot en met 9 van dit reglement). Voorwaarden inzake melding van vacature (artikel 5.1 van dit reglement) geldt niet.
Afdeling 2.3. Ambulante activiteit op rondtrekkende wijze
Artikel 24. Toepassingsgebied (wet art 4 en 9)
Bij een ambulante activiteit op rondtrekkende wijze verplaatst de handelaar zich langs een traject (al dan niet vooraf bepaald), waarbij een verkooppunt telkens voor een korte stoptijd wordt ingenomen. De stoptijd beperkt zich tot de duur van de directe transactie(s), waarna het traject onmiddellijk verdergezet wordt. De ambulante handelaar dient deze ambulante activiteit voorafgaand aan te vragen bij de gemeente.
Artikel 25 Voorafgaande machtiging
25.1. Aanvraag machtiging (KB art. 43, gewijzigd door BVR)
Om een ambulante activiteit op de openbare weg uit te oefenen, als vermeld in artikel 24, moet voldaan zijn aan de voorwaarden vermeld in artikel 2 en dient men te beschikken over een machtiging. Deze machtiging dient voorafgaand aan het uitoefenen van de ambulante activiteit aangevraagd te worden bij de burgemeester, zijn afgevaardigde of de concessionaris, via een aanvraagformulier op de stedelijke website www.tielt.be.
25.2. Beslissing machtiging
In geval van positieve beslissing verkrijgt de aanvrager een machtiging met daarin vermeld:
- Identiteit van de aanvrager
- de aard van de producten of diensten die hij gemachtigd is te verkopen
- de toegestane route
- de datum en duur van de verkoop
De gevraagde machtiging kan geweigerd worden omwille van één of meerdere van onderstaande redenen:
- redenen van openbare orde en veiligheid
- redenen van volksgezondheid
- bescherming van de consument
- wanneer de voorwaarden vermeld in artikel 2 niet in orde zijn
- de modaliteiten van het gemeentelijk reglement niet gerespecteerd worden
De burgemeester, zijn afgevaardigde of de concessionaris e zal deze reden(-en) objectief en grondig motiveren in zijn kennisgeving van de negatieve beslissing aan de aanvrager en verwijst tevens naar rechtsmiddelen inzake beroep.
AFDELING 3 : VERKOPEN VAN PRODUCTEN OF DIENSTEN MET NIET-COMMERCIEEL KARAKTER
Artikel 26 Specifieke voorwaarden voor verkopen met niet-commercieel karakter (KB art. 7, gewijzigd door BVR)
Onder producten of diensten met een niet-commercieel karakter wordt verstaan:
1° de occasionele verkoop van producten of diensten met het oog op een menslievend, sociaal, cultureel, educatief of sportief doel;
2° de occasionele verkoop van producten of diensten met als doel de verdediging en promotie van de natuur, de dierenwereld, een ambacht of streekproducten;
3° de occasionele verkoop van producten of diensten die plaatsvindt bij een humanitaire catastrofe, een ramp of belangrijke schade.
Voor deze ambulante activiteiten moet voorafgaand een toelating gevraagd worden. Dit kan via dit aanvraagformulier, via een aanvraagformulier op de stedelijke website www.tielt.be.
AFDELING 4 : AANVULLENDE BEPALINGEN
Artikel 27 Bevoegdheid marktleider (KB art. 44)
De marktleider, aangesteld door de burgemeester of zijn afgevaardigde, is bevoegd om documenten die de identiteit van de personen die een ambulante activiteit uitoefenen en de voorwaarden voor het uitoefenen van ambulante activiteiten te controleren. Voor de woensdag- en donderdagmarkt wordt de marktleiding aangeduid vanuit het lokaal bestuur. Voor de boerenmarkt wordt de leiding waargenomen door het boerenmarktcomité.
Artikel 28 In werking treden van gemeentelijk reglement
Dit reglement treedt in werking op 01.01.2026 en voorgaand gemeentelijk reglement van Tielt (zoals goedgekeurd op 23.05.2013) en van Meulebeke (zoals goedgekeurd op 11.05.2016) wordt opgeheven.
Artikel 4
Dit reglement treedt in werking op 01.01.2026.
Artikel 5
Dit besluit zal worden bekendgemaakt overeenkomstig artikel 286 en artikel 287 van het decreet over het lokaal bestuur van 22.12.2017.
Het decreet van 22.12.2017 over het lokaal bestuur, in het bijzonder artikel 2, artikel 40§3 en artikel 41.
Het decreet van 22.12.2017 over het lokaal bestuur in het bijzonder artikel 351.
De wet van 25 juni 1993 betreffende de uitoefening en de organisatie van ambulante en kermisactiviteiten, gewijzigd bij de wetten van 4 juli 2005, 20 juli 2006, 22 december 2009 en 21 januari 2013 en de decreten van 24 februari 2017 en 3 maart 2023 in het bijzonder de artikelen 8 tot en met 10,
Het koninklijk besluit van 28 maart 2001 betreffende de uitbating van speelterreinen in het bijzonder artikel 9.
Het koninklijk besluit van 24 september 2006 betreffende de uitoefening en organisatie van kermisactiviteiten en ambulante activiteiten in kermisgastronomie, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 22 september 2023 in het bijzonder de artikelen 8 tot en met 24,
Besluit van de gemeenteraad van Tielt van 23.05.2013 tot goedkeuring van het gemeentelijk reglement met betrekking tot kermisactiviteiten op de openbare kermissen
Besluit van de gemeenteraad van Meulebeke 19.03.2008 tot goedkeuring van het gemeentelijk reglement met betrekking tot kermisactiviteiten op de openbare kermissen en/of het openbaar domein
Het ontwerp van reglement dat aan de gemeenteraad ter goedkeuring wordt voorgelegd, bepaalt de afspraken, richtlijnen en procedures voor de organisatie van kermisactiviteiten op het grondgebied van stad Tielt, zowel tijdens de officiële kermissen als daarbuiten. Het reglement heeft tot doel duidelijkheid te scheppen over de werking, verantwoordelijkheden, rechten en plichten van de betrokkenen, en een vlotte en transparante samenwerking te bevorderen. Via dit reglement worden dan ook de voorwaarden vastgelegd voor toewijzing, overdracht, opschorting, schorsing en opzegging van abonnementen, met aandacht voor transparantie en gelijke behandeling. Het reglement bevat duidelijke regels voor veiligheid, netheid, aansprakelijkheid en het gebruik van het openbaar domein.
Het reglement treedt in werking op 01.01.2026. De tarieven inzake inname openbaar domein worden geregeld via het reglement inname openbaar domein.
Artikel 1
Het besluit van de gemeenteraad van Tielt van 23.05.2013 betreffende de goedkeuring van een reglement met betrekking tot kermisactiviteiten op de openbare kermissen wordt opgeheven.
Artikel 2
Het besluit van de gemeenteraad van Meulebeke van 19.03.2008 betreffende de goedkeuring van een reglement met betrekking tot kermisactiviteiten op de openbare kermissen en/of het openbaar domein wordt opgeheven.
Artikel 3
Het kermisreglement wordt als volgt vastgesteld:
DOEL VAN HET REGLEMENT
Artikel 1
Dit reglement bepaalt de interne afspraken en richtlijnen voor kermisactiviteiten op het grondgebied van stad Tielt.
Het reglement heeft tot doel duidelijkheid te scheppen over de werking, verantwoordelijkheden, rechten en plichten van de betrokkenen, en een vlotte en transparante samenwerking te bevorderen.
CONTACTGEGEVENS
Artikel 2
Voor meer informatie over dit reglement kan je terecht bij:
Stad Tielt
Dienst Evenementen
Markt 13 8700 Tielt
AFDELING 1: ORGANISATIE VAN KERMISACTIVITEITEN EN AMBULANTE ACTIVITEITEN IN KERMISGASTRONOMIE OP OPENBARE KERMISSEN
Artikel 3 Toepassingsgebied
Als kermis wordt beschouwd elke manifestatie ingericht of voorafgaand toegelaten door de stad om, op vastgestelde plaatsen en tijdstippen, de uitbaters van kermisattracties of van vestigingen van kermisgastronomie, die er producten of diensten aan de consument verkopen, samen te brengen.
Als kermisactiviteit wordt beschouwd elke verkoop, te koop aanbieding of uitstalling met het oog op de verkoop van diensten aan de consument in het kader van de uitbating van kermisattracties of van vestigingen van kermisgastronomie.
Dit reglement is niet van toepassing op pretparken, noch op vaste kermisattracties of private kermissen.
Artikel 4 Gegevens van openbare kermissen
De stad richt op het openbaar domein volgende openbare kermissen in:
- Pinksterenkermis:
- Plaats: Markt, Tielt
- Periode: weekend van Pinksteren
- Duur: 3 dagen
- septemberkermis:
- Plaats: Markt, Tielt
- Periode: laatste zondag van september
- Duur: 3 dagen
- carnavalskermis:
- Plaats: Markt, Tielt
- Periode: 4 weken voor Pasen
- Duur: 3 dagen
- kermis Europafeesten:
- Plaats: Kortrijkstraat, Tielt
- Periode: 1e volle weekend van juli
- Duur: 3 dagen
- stationskermis:
- Plaats: Stationsplein, Tielt
- Periode: zondag voor 15/8 tot zondag na 15/8
- Duur: 8 dagen
- Aarsele kermis:
- Plaats: Omgeving kerk, Tielt-Aarsele
- Periode: junikermis (1ste zondag van augustus), novemberkermis ((zondag voor St.
Martinus (11 november), indien 11 november valt op een zondag dan vindt de kermis
plaats op zondag 4 november).
- Duur: 3 dagen
-Meulebeke Voorjaarsfoor
- plaats: Markt, Meulebeke
- periode: zondag voor Pasen
- duur: vrijdag tot en met zondag
-Meulebeke Kleine Kermis
- plaats: Markt, Meulebeke
- periode: zondag na Pinksteren
- duur: vrijdag tot en met maandag
-Meulebeke Grote Kermis
- plaats: Markt, Meulebeke
- periode: de zondag na 16 september - feestdag H. Cornelius of op 16 september zelf als dit een zondag is
- duur: vrijdag tot en met maandag
De standplaatsen ingenomen ter gelegenheid van voornoemde kermissen mogen niet langer bezet worden dan gedurende de in dit artikel vermelde periodes.
De gemeenteraad geeft volmacht aan het College van Burgemeester en Schepenen om de data voor de kermissen nader te bepalen en eventueel te wijzigen.
De inrichtingen mogen uitgebaat worden vanaf 13 uur. De foorkramer is verplicht alle dagen te openen, ook tijdens weekdagen, tussen 17 uur en 20 uur tenzij anders afgesproken met het stadsbestuur. Er mag muziek gespeeld worden tot 1 uur ’s nachts. Het is verboden de kermisattractie te demonteren voor 8 uur volgende op de laatste dag van de kermis. De foorreizigers moeten het kermisterrein ontruimd hebben de dag na de laatste kermisdag om 14 uur. Uitzonderingen kunnen worden toegestaan door de burgemeester, zijn afgevaardigde.
Artikel 5 Voorwaarden inzake toewijzing standplaatsen
De standplaatsen op een openbare kermis worden toegewezen aan: de houders van een ondernemingsnummer dat kermisactiviteiten toelaat via de persoon die de onderneming rechtsgeldig vertegenwoordigt. Deze persoon moet desgevallend de stukken voorleggen die de volgende zaken aantonen:
-de uitbater is behoorlijk gedekt door verzekeringspolissen voor burgerlijke aansprakelijkheid en brandrisico's;
-de uitbater beschikt over een bewijs van de identificatie met de kentekenplaat van de kermisattractie of uitgebate vestiging als ze zich op eigen kracht voortbeweegt of van het voertuig dat de kermisattractie of uitgebate vestiging vervoert
-als het een kermistoestel met voortbeweging van personen, aangedreven door een niet-menselijke energiebron betreft voldoet het toestel aan de voorwaarden, vermeld in artikel 10 van het koninklijk besluit van 18 juni 2003 betreffende de uitbating van kermistoestellen;
-als het een speeltoestel betreft: de attractie voldoet aan de voorwaarden, vermeld in artikel 9 van het koninklijk besluit van 28 maart 2001 betreffende de uitbating van speelterreinen;
-de vestiging van kermisgastronomie en de personen die er werken voldoen aan de reglementaire voorwaarden voor de volksgezondheid.
De burgemeester of zijn afgevaardigde kan altijd vragen dat diegene die de onderneming rechtsgeldig vertegenwoordigt, zijn identiteitsbewijs voorlegt.
Teneinde de diversiteit van het aanbod te waarborgen is het aantal standplaatsen per onderneming beperkt tot 5 (vijf).
Artikel 6 Verhouding abonnement – losse plaatsen
De standplaatsen op de openbare kermissen worden toegewezen hetzij voor de duur van de kermis, hetzij per abonnement. Het abonnement is de regel.
De toewijzing voor de duur van de kermis is mogelijk:
-in geval van absolute noodzaak;
-wanneer de verplichtingen onafscheidelijk zijn verbonden aan de hernieuwing van de kermis (bijvoorbeeld introductie van nieuwe attracties).
De standplaatsen per abonnement worden toegewezen aan de uitbater die een zelfde standplaats op een abonnementsplaats heeft verkregen gedurende drie opeenvolgende jaren.
Voor de berekening van de termijn, worden de opeenvolgende jaren van verkrijging van de standplaats door de overlater verrekend in het voordeel van de overnemer, op voorwaarde dat er geen onderbreking was bij de overname.
De regel van drie jaar geldt niet wanneer de standplaats werd verkregen naar aanleiding van een opschorting van het abonnement. Deze beperking is echter niet van toepassing op de persoon die daarna de nieuwe overnemer is geworden van de standplaats.
Artikel 7 Toewijzingsregels voor standplaatsen op de openbare kermissen
7.1. Vacature en kandidatuurstelling standplaats
Wanneer een standplaats vrijkomt, zal de burgemeester of zijn afgevaardigde deze vacature bekend maken door publicatie van een kennisgeving.
Deze kennisgeving zal gebeuren door middel van een bericht aangeplakt aan het gemeentelijk infobord en/of, via de website (www.tielt.be ) en/of via de lokale pers.
De kandidaturen worden digitaal ingediend volgens de voorschriften en binnen de termijn voorzien in de kennisgeving van de vacature. Kandidaturen die hieraan niet voldoen, worden niet weerhouden.
Kandidaturen kunnen ook ingediend worden via een aangetekende brief met ontvangstmelding, of door een brief met ontvangstbewijs die wordt neergelegd op de plaats die aangewezen is in de kennisgeving van de vacature.
7.2. Onderzoek van de kandidaturen
Voor de vergelijking van de kandidaturen onderzoekt de burgemeester of zijn afgevaardigde of voldaan is aan de voorwaarden inzake toewijzing vermeld in artikel 5 van dit reglement.
De standplaatsen worden toegewezen op basis van één of meer van de volgende criteria :
a. de aard van de attractie of van de vestiging;
b. de technische specificaties van de attractie of van de vestiging;
c. de graad van veiligheid van de attractie of van de vestiging;
d. de aantrekkingskracht van de attractie of van de vestiging;
e. de deskundigheid van de uitbater, van de “aangestelde – verantwoordelijken” en van het tewerkgesteld personeel;
f. desgevallend, de nuttige ervaring;
g. de ernst en het zedelijk gedrag van de kandidaat.
Als de burgemeester of zijn afgevaardigde op basis van deze criteria, geen onderscheid tussen de kandidaturen kan maken, is een loting mogelijk.
Het openen van de kandidaturen, hun vergelijkend onderzoek, de controle van de voorwaarden en de gemotiveerde beslissing tot toewijzing van de standplaats worden opgenomen in een proces-verbaal.
7.3. Bekendmaking van de toewijzing van de standplaats
De burgemeester of zijn afgevaardigde deelt zowel aan de kandidaat die de standplaats toegewezen kreeg als aan elke niet weerhouden kandidaat de beslissing die hem aanbelangt mee op een van de volgende wijzen:
-bij ter post aangetekend schrijven met ontvangstmelding,
-bij persoonlijk overhandigde brief tegen ontvangstmelding,
-per duurzame drager (fax of e-mail) met ontvangstmelding
Het College van Burgemeester en Schepenen wordt gemachtigd zelf de standplaatsen op de foorpleinen aan te duiden, naar welke schikking de standhouder zich zal gedragen.
Artikel 8. Het register of plan van de toegewezen standplaatsen
Een plan of register wordt bijgehouden waarin voor elke toegewezen standplaats de volgende zaken worden vermeld:
a. de situering van de standplaats;
b. de toewijzingsmodaliteiten van de standplaats;
c. de duur van het gebruiksrecht of het abonnement;
d. de naam, voornaam, adres van de persoon aan wie of door tussenkomst van wie de standplaats toegewezen werd;
e. desgevallend, het maatschappelijk doel van de rechtspersoon aan wie de standplaats toegewezen werd en het adres van haar maatschappelijke zetel;
f. het ondernemingsnummer;
g. de aard van de attractie of van de vestiging die de standplaats inneemt of die op de standplaats toegelaten is met vermelding van de technische specificaties
h. de prijs van de standplaats behalve wanneer deze uniform werd vastgesteld;
i. desgevallend, de identificatie van de overlater en de datum van de overdracht.
Artikel 9 Spoedprocedure
Indien, in de vijftien dagen voorafgaand aan de opening van de kermis, de standplaatsen vacant blijven,
-omdat zij niet konden worden toegewezen na afloop van de gewone procedure (cf. artikel 7 van dit reglement),
-of omdat ze dit in die tussentijd zijn geworden,
-of ten gevolge van hun niet-bezetting wegens de afwezigheid van hun houder, kan er worden voorzien in een spoedprocedure die als volgt is bepaald:
1.de burgemeester of zijn afgevaardigde raadpleegt de door hem gekozen kandidaten. Hij richt zich, in de mate van het mogelijke, tot verscheidene kandidaten per voorziene standplaats;
2.de kandidaturen worden ingediend hetzij per duurzame drager tegen ontvangstbewijs, hetzij schriftelijk tegen ontvangstbewijs;
3.de burgemeester of zijn afgevaardigde gaat over tot de toewijzing van de standplaatsen overeenkomstig de bepalingen opgenomen in artikel 7.2, eerste en tweede lid van dit reglement;
4.hij stelt een proces-verbaal op dat per vacature of onbezette standplaats de kandidaten vermeldt die hun kandidatuur hebben ingediend;
5.indien meerdere kandidaten naar eenzelfde standplaats dingen, geeft hij in het proces-verbaal de motivatie van zijn keuze aan;
6.hij deelt aan iedere kandidaat, hetzij bij ter post aangetekend schrijven met ontvangstmelding, hetzij bij persoonlijk overhandigde brief tegen ontvangstmelding, hetzij per duurzame drager (bijv. fax of e-mail) met ontvangstmelding, de beslissing mede die hem aanbelangt.
Het plaatsen van uitbaters van kermisattracties of vestigingen waaraan een standplaats werd toegewezen op basis van de spoedprocedure, kan leiden tot aanpassingen aan het plan van de kermis, voor zover deze beperkt blijven en nauwkeurig worden gemotiveerd door de technische noodzakelijkheden van de toevoeging van de nieuwkomers op het kermisterrein.
De aanpassingen zullen onderworpen worden aan de goedkeuring van het eerstvolgende College van burgemeester en schepenen.
Artikel 10 Duur abonnement
§1. Het abonnement heeft een duur van vijf jaar.
Na afloop wordt het stilzwijgend verlengd behalve in de gevallen bedoeld bij het opschorten (cf. artikel 11 van dit reglement) of het afstand doen van het abonnement (cf. artikel 12 van dit reglement).
De houder van het abonnement kan, op gemotiveerd verzoek, het abonnement voor een kortere duur verkrijgen. Deze aanvraag wordt ingewilligd bij de stopzetting van de activiteiten aan het einde van de loopbaan. Indien zij omwille van andere motieven aangevraagd wordt, hangt het af van de beoordeling van de burgemeester of van zijn afgevaardigde.
Artikel 11 Opschorten abonnement
De houder van het abonnement kan het abonnement opschorten wanneer:
1.hij tijdelijk ongeschikt is om zijn activiteit uit te oefenen:
-door ziekte of ongeval op grond van een medisch attest,
-door overmacht op een verantwoorde wijze aangetoond.
De opschorting gaat onmiddellijk in na de bekendmaking van de ongeschiktheid en houdt op op het einde van de kermis.
Indien de opschorting één jaar overschrijdt, moet zij minstens dertig dagen voor het begin van de kermis hernieuwd worden.
2.hij over een abonnement beschikt voor een andere kermis die op hetzelfde ogenblik plaats heeft.
De opschorting moet worden bekend gemaakt tenminste drie maanden voor de begindatum van de kermis. Zij mag geen drie opeenvolgende jaren overschrijden.
De opschorting impliceert de opschorting van de wederzijdse verplichtingen die uit de overeenkomst voortkomen.
De vraag tot opschorting dient te gebeuren:
-bij ter post aangetekend schrijven met ontvangstmelding,
-of bij persoonlijk overhandigde brief tegen ontvangstmelding,
-of per duurzame drager (fax of e-mail) met ontvangstmelding
De burgemeester of zijn afgevaardigde bevestigt onmiddellijk de ontvangst ervan.
Artikel 12 Afstand van het abonnement
De houder van het abonnement kan van het abonnement afstand doen :
-bij de vervaldag van het abonnement, mits een opzegtermijn van tenminste drie maanden;
-bij de stopzetting van zijn activiteiten, mits een opzegtermijn van tenminste drie maanden.
-indien hij definitief ongeschikt is om zijn activiteit uit te oefenen omwille van redenen vermeld in artikel 11 1° van dit reglement. De opzegging gaat onmiddellijk in volgend op de bekendmaking van de ongeschiktheid.
De houder kan een vervroegde beëindiging van zijn abonnement aanvragen voor andere motieven dan deze vermeld in het eerste lid. De burgemeester of zijn afgevaardigde beslissen over deze aanvraag.
-De rechthebbenden van de natuurlijke persoon die voor eigen rekening zijn activiteit uitoefent, kunnen bij zijn overlijden, zonder vooropzeg, afstand doen van het abonnement waarvan hij de houder was.
De vraag tot afstand dient te gebeuren
-bij ter post aangetekend schrijven met ontvangstmelding;
-of bij persoonlijk overhandigde brief tegen ontvangstmelding;
-of per duurzame drager (fax of e-mail) met ontvangstmelding.
De burgemeester of zijn afgevaardigde bevestigt onmiddellijk de ontvangst ervan.
Artikel 13 Schorsing en opzegging van het abonnement
De burgemeester of zijn afgevaardigde kan het abonnement intrekken of opschorten:
-omdat de titularis van de standplaats niet langer voldoet aan de wettelijke verplichtingen betreffende de uitoefening van kermisactiviteiten of aan deze die van toepassing zijn op de betrokken attractie of vestiging,
- hetzij bij niet of herhaalde niet tijdige betaling van de standplaatsvergoeding;
- hetzij bij een opschorting of herhaalde opschortingen op vraag van de titularis van de standplaats zelf wegens een abonnement voor een andere kermis waardoor de totale duur drie opeenvolgende jaren overschrijdt.
- hetzij bij overdracht van de standplaats die niet voldoet aan de voorwaarden beschreven in artikel 14 van onderhavig reglement;
- hetzij wanneer de houder van de standplaats na twee schriftelijke aanmaningen bij aangetekend schrijven de goede gang van zaken van de kermis blijft storen of de instructies van de daartoe door de burgemeester aangestelde ambtenaren blijft negeren;
- hetzij wanneer de titularis van de standplaats afwezig blijft zonder daarbij gebruik makend van de in de artikel 11 voorziene procedure betreffende opschorting door de houder van het abonnement.
De beslissing tot intrekking of schorsing wordt betekend bij een ter post aangetekend schrijven met ontvangstbewijs of op een duurzame drager tegen ontvangstbewijs.
Artikel 14 Overdracht standplaats
De overdracht van een standplaats is toegelaten aan de overnemer:
-die in de Kruispuntbank van Ondernemingen ingeschreven is voor het uitbaten van een kermisattractie of een vestiging van kermisgastronomie
-en die de specialisatie met dezelfde technische specificaties van de overlater voortzet op de overgedragen standplaats. Een wijziging van specialisatie of technische specificatie is in uitzonderlijke gevallen mogelijk na voorafgaande toelating van de gemeente .
Binnen het eerste jaar na de overdracht kan een standplaats niet opnieuw worden overgedragen, behalve na de expliciete goedkeuring van de burgemeester of zijn afgevaardigde.
De inname van de overgedragen standplaats door de overnemer is pas toegelaten als de burgemeester of zijn afgevaardigde heeft vastgesteld dat de overnemer voldoet aan de bepalingen van artikel 5 van dit reglement.
Artikel 15 Inname standplaatsen
§1 De standplaatsen die zijn toegewezen aan de personen, vermeld in artikel 5 van dit reglement, kunnen ingenomen worden door de volgende personen:
1° de personen, vermeld in artikel 5 van dit reglement, die een kermisactiviteit uitoefenen;
2° de personen die belast zijn met het dagelijks bestuur van een rechtspersoon aan wie de standplaats is toegewezen;
3° de echtgenoot of echtgenote of wettelijk samenwonende partner van de natuurlijke persoon aan wie de standplaats is toegewezen, voor de uitoefening van de kermisactiviteit voor eigen rekening;
4° de feitelijke vennoten van de natuurlijke persoon of een maatschap aan wie de standplaats is toegewezen, die een kermisactiviteit voor eigen rekening uitoefenen;
5° de personen die de kermisactiviteit uitoefenen voor rekening of in dienst van de natuurlijke personen, maatschap of rechtspersonen, vermeld in punt 1° tot en met 4°.
De personen, vermeld in het eerste lid, 2° tot en met 5°, kunnen de standplaatsen innemen die toegewezen zijn aan de natuurlijke persoon of rechtspersoon of maatschap voor wiens rekening of wiens dienst ze de kermis-activiteit uitoefenen, buiten de aanwezigheid van de persoon aan wie of door middel van wie de standplaats is toegewezen
§2 Diegene die de standplaats inneemt is verplicht zijn inrichting goed verzorgd en net op te stellen en zal zich gedragen naar alle onderrichtingen van het stadsbestuur en de stedelijke politie. Hij ontslaat hierbij de stad van elke verantwoordelijkheid welke verband zou kunnen houden met de opstelling, uitbating en demonteren van de foorinrichting.
Artikel 16 Vooropzeg vanuit de gemeente
Wanneer de openbare kermis of een deel van de standplaatsen definitief wordt opgeheven, geldt een termijn van vooropzeg aan de houders van een standplaats per abonnement
Deze termijn bedraagt 12 maanden wanneer de houder definitief zijn abonnement verliest.
Deze termijn bedraagt 6 maanden in het geval van een definitieve verhuizing van de openbare kermis of een deel ervan en de houder zijn abonnement behoudt.
In gevallen van absolute noodzakelijkheid kan hier van afgeweken worden. De minimumtermijn kan dan ingekort worden.
AFDELING 2: ORGANISATIE VAN KERMISACTIVITEITEN OP HET OPENBAAR DOMEIN BUITEN OPENBARE KERMISSEN
Artikel 17 Toepassingsgebied
§1 Op aanvraag van een kermisuitbater
Eenieder die een standplaats wenst in te nemen op één of meerdere plaatsen van het openbaar domein buiten de openbare kermissen om een kermisactiviteit uit te oefenen moet dit voorafgaand aanvragen bij de burgemeester of zijn afgevaardigde.
Hiertoe dient de aanvrager aan te tonen dat voldaan wordt aan de voorwaarden beschreven in artikel 5 van onderhavig reglement. Tevens moet de aard van de attractie meegedeeld worden.
§2 Op vraag van de Stad Tielt
Wanneer de burgemeester of zijn afgevaardigde een standplaats op het openbaar domein wenst toe te kennen, wordt de procedure zoals omschreven in artikel 7 van dit reglement gevolgd.
Artikel 18 Voorwaarden inzake toewijzing en inname standplaatsen
De personen die voldoen aan de voorwaarden tot het verkrijgen (zie artikel 5) en innemen van de standplaatsen op de openbare kermis (zie artikel 15) kunnen standplaatsen op het openbaar domein verkrijgen en innemen.
Diegene die de standplaats inneemt is verplicht zijn inrichting goed verzorgd en net op te stellen en zal zich gedragen naar alle onderrichtingen van het stadsbestuur en de stedelijke politie. Hij ontslaat hierbij de stad van elke verantwoordelijkheid welke verband zou kunnen houden met de opstelling, uitbating en demonteren van de foorinrichting.
Artikel 19 Duur machtiging
De machtiging wordt door de burgemeester of zijn afgevaardigde toegekend
-voor een bepaalde periode
-of per abonnement
Een abonnement kan toegekend worden van zodra de kermisuitbater een zelfde standplaats heeft verkregen gedurende drie opeenvolgende jaren.
Voor de berekening van de termijn, worden de opeenvolgende jaren van verkrijging van de standplaats door de overlater verrekend in het voordeel van de overnemer, op voorwaarde dat er geen onderbreking was bij de overname.
De regel van drie jaar geldt niet wanneer de standplaats werd verkregen naar aanleiding van een opschorting van het abonnement. Deze beperking is echter niet van toepassing op de persoon die daarna de nieuwe overnemer is geworden van de standplaats.
Artikel 20 Abonnementen
De artikelen 10, 11, 12, 13 en 14 zijn van toepassing op de abonnementen toegekend krachtens afdeling 2.
AFDELING 3 ALGEMENE BEPALINGEN VAN TOEPASSING OP ORGANISATIE VAN KERMISACTIVITEITEN EN AMBULANTE ACTIVITEITEN IN KERMISGASTRONOMIE OP OPENBARE KERMISSEN EN OP HET OPENBAAR DOMEIN BUITEN OPENBARE KERMISSEN
Artikel 21. Doorgang op het openbaar domein
Het innemen en het ontruimen van de standplaatsen, het opzetten en afbreken van de attracties, tenten en kramen gebeurt in overleg met de burgemeester of zijn afgevaardigde.
De attracties, tenten en kramen moeten zo geplaatst worden dat hulpdiensten niet worden gehinderd, dat het publiek ongehinderd tussen de rijen door kan wandelen en dat de woningen, handelszaken en openbare gebouwen toegankelijk blijven voor voetgangers en voor personen die zich in een rolstoel verplaatsen. Het is verboden woonwagen en voertuigen die voor de kermis niet strikt noodzakelijk zijn, bij het kraam te laten staan.
Artikel 22. De reinheid en de beschadiging van het openbaar domein
De standplaatshouders moeten hun standplaats voortdurend rein houden. Ze moeten alle afval verzamelen zowel tijdens als na de kermis. Iedere standplaatshouder moet zelf instaan voor de opruiming van het afval en het zwerfvuil voortkomende van zijn activiteit.
De standplaatshouders moeten ervoor zorgen dat geen brandbare, schadelijke, hinderlijke en/of onwelriekende vloeistoffen/producten op de grond druipen/liggen. Indien dit voor vloeistoffen onmogelijk blijkt, moeten de standplaatshouders deze vloeistoffen in emmers of waterdichte kuipen opvangen.
De standplaatshouder zal dan ook aansprakelijk worden gesteld voor de door hem aangerichte schade. De standplaatshouders mogen het openbaar domein op geen enkele wijze beschadigen. Het is verboden piketten in de grond te slaan.
Artikel 23. Openbare veiligheid
De standplaatshouders zijn ertoe gehouden de voorschriften en voorwaarden inzake ‘gevaarlijke en hinderlijke inrichtingen’ die op hun inrichting van toepassing zijn, streng na te leven.
Iedere inrichting dient te voldoen aan de vigerende wetten inzake (brand)beveiliging.
De burgemeester organiseert in samenwerking met de brandweerdiensten, controlemaatregelen met betrekking tot de inrichtingen en de installaties.
Het is verboden gebruik te maken van verwarmings-, koel- en verlichtingstoestellen die niet voldoen aan veiligheidsnormen en de wettelijke voorschriften. Het is bovendien verboden verwarmingstoestellen te gebruiken die gassen of rook laten ontsnappen
De standplaatshouders die gebruik maken van verwarmingstoestellen zijn verplicht hun burgerlijke aansprakelijkheid onder alle oogpunten, tegen brand en ontploffing te laten verzekeren. Op elk verzoek moet het bewijs worden voorgelegd dat aan deze verplichting werd voldaan.
Indien gebruik gemaakt wordt van installaties met vloeibaar gemaakte petroleumgassen (o.a. verwarmingstoestellen) dient men te beschikken over een draagbare snelblusser met een inhoud van minstens 3 Kg ABC poeder. Indien installaties gebruikt worden, gevoed door gasflessen met een inhoud groter dan 13 kg gas of meerdere gasflessen, dient men te beschikken over een draagbare snelblusser met ABC poeder van minstens 6 kg.
Artikel 24. Gebruik van elektriciteit
Indien de mogelijkheid wordt geboden aan de standplaatshouders om elektriciteit af te nemen dienen zij zelf de elektrische leidingen te leggen vanaf het verdeelpunt tot aan de inrichting.
Artikel 25. Lawaaihinder
De standplaatshouders die gebruik maken van een geluidsversterking of van andere hinderlijke lawaaimakende toestellen zien erop toe dat het geluidsvolume aanvaardbaar is voor de aanwezigen op de kermis.
Tijdens kerkelijke diensten of om enige redenen van openbaar belang kan het spelen van muziek tijdelijk verboden worden.
Artikel 26. Aansprakelijkheid en verzekering
Het stadsbestuur is helemaal niet verantwoordelijk voor schade of ongevallen van welke aard dan ook, door inrichtingen, hun uitbaters of hun personeel veroorzaakt, zowel binnen de inrichting als op het openbare domein.
De standplaatshouders blijven burgerlijk verantwoordelijk voor gebeurlijke ongevallen veroorzaakt door hun onbewaakte, slecht geplaatste of slecht verlichte inrichtingen.
Onverminderd artikel 5 dienen de standplaatshouders een verzekering af te sluiten bij een in België gevestigde verzekeringsmaatschappij, ter dekking van hun burgerlijke aansprakelijkheid.
Artikel 27 Machtiging controle
De personen belast met de praktische organisatie van de openbare kermissen en de kermisactiviteiten op het openbaar domein, hiertoe aangesteld door de burgemeester of zijn afgevaardigde zijn gemachtigd om de documenten vermeld in artikel 5 van dit reglement te controleren .
Artikel 28. Aanvaarden van het reglement
Alle standplaatshouders die een standplaats innemen ontvangen een kopie van dit reglement en aanvaarden door de inname van de standplaats alle bepalingen van dit reglement.
OVERIGE BEPALINGEN
Artikel 29 In werking treden reglement
Dit reglement treedt in werking op 1 januari 2026
Artikel 30 Bekendmaking
Dit reglement wordt bekendgemaakt via de website van de stad.
Artikel 4
Dit reglement treedt in werking op 01.01.2026.
Artikel 5
Dit besluit zal worden bekend gemaakt overeenkomstig artikel 286 en artikel 287 van het decreet over het lokaal bestuur van 22.12.2017.
Het decreet van 22.12.2017 over het lokaal bestuur, in het bijzonder artikel 2, artikel 40§3 en artikel 41.
Het decreet van 22.12.2017 over het lokaal bestuur in het bijzonder artikel 351.
Besluit van de gemeenteraad van 30.01.2025 houdende vaststellen van het reglement betreffende de delegatie van bevoegdheden inzake personeel en gemeentelijke reglementen aan het college van burgemeester en schepenen.
Besluit van de gemeenteraad van Tielt dd. 06.05.2021 en 05.09.2024 betreffende het terrasreglement voor horecagelegenheden en een addendum winteroverkappingen.
In de gemeenteraad van Tielt van 06.05.2021 werd het terrasreglement voor horecagelegenheden goedgekeurd.
In de gemeenteraad van Tielt van 05.09.2024 werd een addendum betreffende winteroverkappingen goedgekeurd.
Ingevolge de fusie die ingegaan is op 01.01.2025, wordt er voorgesteld om de bestaande reglementen op te heffen en een terrasreglement voor horecagelegenheden vast te stellen.
Horecaterrassen zorgen voor vitaliteit en beleving in de publieke ruimte. Terrassen nemen een aanzienlijk deel in van deze publieke ruimte. Om nog andere functies van de publieke ruimte niet te belemmeren en om deze publieke ruimte kwalitatief in te vullen, zorgt dit terrasreglement voor horecagelegenheden voor enkele regels en afspraken inzake eenvormigheid, afmetingen, toegankelijkheid en de aanvraagprocedure voor terrasgelegenheden die zich bevinden op het openbaar domein.
De doelgroep van dit reglement zijn de horeca-uitbaters. Het reglement is van toepassing op de terrassen van horecazaken, gelegen op het openbaar domein op het grondgebied van groot-Tielt.
Dit reglement geldt niet voor terrassen die enkel worden aangevraagd voor een korte periode in het kader van de Tieltse Europafeesten en andere evenementen.
Dit reglement bepaalt de opdeling van het jaar in zomer- en winterterrassen. Daarenboven is het een reglement dat in bepaalde zones van de stad enkele esthetische voorwaarden oplegt ten opzichte van het uitzicht van de terrassen op openbaar domein.
Er wordt onder andere bepaald welke kleur de luifel en parasols moeten hebben, de voorwaarden van de terrasschermen en andere zaken die de vormgeving bepalen. Daarnaast wordt er ook in de zone van de Markt in Tielt de mogelijkheid geboden aan horeca-uitbaters om in de winter een overkapping te kunnen plaatsen. Ook deze dient aan enkele esthetische voorwaarden te voldoen.
Het besluit van de gemeenteraad van Tielt van 06.05.2021 en het addendum van 05.09.2024 betreffende het terrasreglement voor horecagelegenheden en een addendum winteroverkappingen dienen te worden opgeheven.
De terrassen zijn onderworpen aan een belasting inname openbaar domein waarbij de tarieven in een afzonderlijk reglement worden vastgelegd.
De gemeenteraad beslist:
Artikel 1
Het besluit van de gemeenteraad van Tielt van 06.05.2021 en het addendum van 05.09.2024 betreffende het terrasreglement voor horecagelegenheden en het addendum winteroverkappingen worden opgeheven.
Artikel 2
Het reglement betreffende het vastleggen van het terrasreglement voor horecagelegenheden wordt als volgt vastgesteld:
CONTACTGEGEVENS
Voor meer informatie over dit reglement kan je terecht bij:
Stad Tielt
Dienst Toerisme, evenementen en lokale economie
Markt 13, 8700 Tielt
051 82 66 00
DOEL VAN HET REGLEMENT
Artikel 1
Horecaterrassen zorgen voor vitaliteit en beleving in de publieke ruimte. Terrassen nemen een aanzienlijk deel in van deze publieke ruimte. Om nog andere functies van de publieke ruimte niet te belemmeren en om deze publieke ruimte kwalitatief in te vullen, zorgt dit terrasreglement voor horecagelegenheden voor enkele regels en afspraken inzake eenvormigheid, afmetingen, toegankelijkheid en de aanvraagprocedure voor terrasgelegenheden die zich bevinden op het openbaar domein.
DEFINITIES
Artikel 2
Kernwinkelgebied: panden gelegen in de as Kortrijkstraat – Markt – 1ste deel van de Ieperstraat (van huisnummer 1 tot en met huisnummer 9 en van huisnummer 2 tot en met huisnummer 16) - Bruggestraat van Markt tot aan Kerkstraat (tot en met huisnummer 28 en tot en met huisnummer 35).
DOELGROEP EN TOEPASSINGSGEBIED
Artikel 3
De doelgroep van dit reglement zijn de horeca-uitbaters. Het reglement is van toepassing op de terrassen van horecazaken, gelegen op het openbaar domein op het volledige grondgebied van Tielt.
Dit reglement geldt niet voor gelegenheidsterrassen die enkel worden aangevraagd voor een korte periode in het kader van de Tieltse Europafeesten en andere evenementen.
De tarieven voor de gelegenheidsterrassen en seizoensgebonden terrassen zijn vastgelegd in het belastingreglement betreffende de inname op het openbaar domein.
VERGUNNINGSPLICHT EN TERMIJN
Artikel 4
§1
Onverminderd de toepassing van de regelgeving inzake stedenbouw, is er voor het plaatsen van een terras op het openbaar domein een vergunning nodig voor het privatief gebruik ervan. Deze vergunning dient te worden aangevraagd bij het Lokaal Bestuur Tielt volgens de aanvraagprocedure zoals vermeld in artikel 14 van dit reglement.
§2
De vergunning wordt verleend door het college van burgemeester en schepenen.
Het college kan steeds, in bepaalde omstandigheden, bijkomende en beperkende voorwaarden opleggen in de vergunning met het oog op de organisatie van activiteiten en evenementen, of kan indien de goede orde, organisatie en veiligheid van het evenement dit vereisen, gebieden het terras weg te nemen.
§3
Elke wijziging aan de constructie, dient opnieuw ter goedkeuring voorgelegd te worden.
§4
Een terrasvergunning voor ingebruikname van het openbaar domein wordt aan een uitbater verleend voor onbepaalde duur.
De vergunning heeft een persoonlijk karakter en is niet overdraagbaar.
§5
De vergunning dient aanwezig te zijn in de zaak.
SEIZOENSVERBREDEND TERRASREGLEMENT
Artikel 5
§1
Terrassen mogen het ganse jaar door blijven staan (winter- en zomerterras) indien ze effectief gebruikt worden. Bij ‘effectief gebruik’ wordt een terras met uitgestald meubilair bedoeld. Het louter stapelen van stoelen en tafels, en het louter gebruik van het terras als rokersruimte, behoren niet tot het effectief gebruik. Indien het terras niet effectief wordt gebruikt, dienen de tafels, stoelen, parasols, terrasverwarmers,… opgeborgen te worden op een niet zichtbare locatie.
In het kader van een jaarlijkse vakantie van de uitbater kan een niet-effectief gebruik van max. drie weken toegestaan worden. Indien er geen effectief gebruik is, dient het terras afgebroken te worden.
Een niet-effectief gebruik van het terras en het tijdelijk wegnemen van een terras, betekent geen vrijstelling van de belasting zoals opgenomen in het belastingreglement op de inname van het openbaar domein van 18.12.2025.
§2
Volgende vergunde periodes zijn mogelijk:
Zomerterras
De periode zomerterras loopt van 1 maart tot en met 31 oktober.
Winterterras
De periode winterterras loopt van 1 november tot en met de laatste dag van februari.
ALGEMENE VOORWAARDEN
Artikel 6
Een terras kan enkel toegestaan worden ter hoogte van de eigen horecazaak. Een vergunning kan pas afgeleverd worden indien de horecazaak voldoet aan alle wettelijke en reglementaire bepalingen terzake van de hogere en gemeentelijke overheden (in orde met bepalingen rond brandveiligheid, stedenbouwkundige voorschriften, verzekeringen, schenken van dranken…) en nadat een vergunning voor de (her)opening van de horecazaak afgeleverd werd.
Een terras kan op het openbaar domein toegestaan worden indien:
1. Voldoende ruimte overblijft voor een veilige en gemakkelijke afwikkeling van het verkeer
2. Er voldoende obstakelvrije doorgang wordt gegarandeerd van minstens 1,5 m
3. Er geen afbreuk wordt gedaan aan de evacuatiemogelijkheden van de eigen zaak
4. De veiligheid van de terrasgebruikers gegarandeerd is (veiligheid van de terrasuitrusting, voldoende afstand tegenover het gemotoriseerd verkeer, openbaar vervoer, fietsverkeer…)
5. Installaties van openbaar nut zoals verkeerstekens, verkeerslichten, straatnaamborden, hydranten, meterkasten, rioolkolken,… voldoende zichtbaar blijven
6. De integrale toegankelijkheid van het terras en de zaak maximaal wordt voorzien, in het bijzonder ten overstaan van mensen met een fysieke beperking
BIJZONDERE VOORWAARDEN
Artikel 7
Een terras in basisopstelling wordt voor de eigen zaak op het trottoir en tegen de gevel geplaatst, tenzij anders bepaald in het inplantingsplan of wanneer de specifieke locatie of redenen van openbaar nut dit anders vereisen. Indien een deel van de naburige gevel benut wordt, dient een uitdrukkelijke schriftelijke toestemming van de aangelanden (eigenaars én bewoners) deel uit te maken van de vergunningsaanvraag.
Het innemen van parkeerplaatsen is desgevallend enkel in de zomerperiode van 1 maart t.e.m. 31 oktober mogelijk, indien de inplanting van de zaak het niet toelaat om ter hoogte van de eigen gevel een terras op te stellen. Een laad- en loszone valt niet onder het principe van een parkeerplaats en kan dus niet ingenomen worden door een terras. Een parkeerplaats die gebruikt wordt voor het plaatsen van een terras verliest de hoedanigheid van parkeerplaats.
Het aantal ingenomen parkeerplaatsen wordt bepaald door het College van Burgemeester en Schepenen in functie van het behoud van voldoende parkeerplaatsen voor omliggende handelszaken.
De diepte van het terras en eventuele zonneluifel mag maximaal vijf meter bedragen, gerekend vanaf de gevel.
Ter hoogte van de logische looplijnen moet steeds een doorlopende obstakelvrije doorgang zijn van minstens 1,50 meter voor voetgangers en rolstoelgebruikers.
De ligging van de horecazaak bepaalt enkele bijzondere voorwaarden m.b.t. kleur- en materiaalkeuze van terraselementen.
Vormgeving
Bij de inrichting van een terras is het noodzakelijk te streven naar esthetische eenheid. Voor de leefbaarheid, veiligheid en visuele rust van het openbaar domein moeten de vormgeving, de gebruikte materialen, de kleuren van de terrasinrichting en het gekozen meubilair steeds een eenheid vormen en passen in de omgeving van het pand.
Luifel en parasols
De luifel bestaat uit zeildoek of gelijkaardig materiaal, in een brandvertragende stof en in één kleur. Het laagste punt bevindt zich op min. 2,30 m boven de grond. Er mag behalve een luifel geen andere bedekking gebruikt worden. Onderdakplaten zijn niet toegelaten.
Het zeil van parasols moet uitgevoerd worden in een geweven en brandvertragende stof. In open stand mogen parasols nooit verder reiken dan de toegestane terraszone. De obstakelvrije hoogte van 2,30 m moet steeds gevrijwaard worden.
Indien parasols verankerd dienen te worden in de grond, dan gebeurt dit in onderling overleg met het stadsbestuur. Een herstel t.o.v. de oorspronkelijke toestand dient gegarandeerd te blijven.
Kleur luifel en parasols
• Kernwinkelgebied
Indien de horecazaak gelegen is in het kernwinkelgebied dan wordt een vaste kleur opgelegd m.b.t. luifels en parasols.
Het doek van de luifel en het kleur van de stof van de parasols dienen het RALkleur 9005 te benaderen. Voor parasols dient de houder eveneens ditzelfde RALkleur te bevatten (9005). Parasols dienen een rechthoekige (of vierkante) vorm aan te nemen (geen ronde, geen octagonale). De luifel en de parasols mogen in dit gebied de naam van de eigen horecazaak vermelden en bijkomend één merknaam. De naam van de zaak en/of het bijkomend merk kan op de neerhangende parasolboord komen die max. 20 cm hoog kan zijn.
• Overige locaties
Voor de horecazaken die zich buiten bovenstaande locatie bevinden, wordt gevraagd om per terras uniformiteit na te streven en een esthetisch uitziend en verzorgd terras te presenteren. Het wordt bij nieuwe investeringen sterk aangeraden om hetzelfde RALkleur zoals de verplichting in het kernwinkelgebied te hanteren op het gebied van kleurkeuze luifels en parasols.
Terrasverwarmers in luifels en parasols
Het wordt toegelaten om conform de brandveiligheidsvoorschriften terrasverwarmers te integreren in luifels en parasols.
Terrasschermen
Het eigen terras kan afgebakend worden met een zijdelingse afscherming. Een afscherming aan de voorzijde van het terras wordt in geen enkel geval toegelaten, ook niet indien het terras op een sluitingsdag of verlofperiode niet wordt gebruikt.
Het plaatsen van een terrasscherm aan de zijkanten van het terras kan worden toegelaten mits volgende voorwaarden:
- De terrasschermen bestaan uit de helft uit doorzichtig glas of een gelijkwaardig doorzichtig materiaal.
- De terrasschermen zijn maximaal 1,80 m hoog. De onderste 90 cm bestaat uit een volhouten of volkernen scherm. De bovenste 90 cm uit doorzichtig glas of een gelijkwaardig doorzichtig materiaal.
- De terrasschermen mogen verankerd worden en dienen stabiel te zijn.
- Tussen de terrasschermen en de luifel dient een opening van minstens 60 cm gelaten te worden.
- Bij slechte weersomstandigheden is een afneembaar transparant doek of plastic toegelaten tussen de terrasschermen en de eventuele luifel.
- De terrasschermen mogen enkel in het glas de naam van de zaak bevatten.
Kleur volhouten of volkernen schermen
• Kernwinkelgebied
De volhouten of volkernen schermen van horecazaken die gelegen zijn in het kernwinkelgebied dienen dezelfde kleur te hanteren, zijnde het RALkleur 9005.
• Overige locaties
Bij een terrasscherm dient de volhouten of volkernen terrasschermen in één kleur te bestaan. Bij nieuwe investeringen wordt gevraagd om zoveel mogelijk te streven naar het RALkleur 9005.
Terrasverwarmers
Het plaatsen van mobiele terrasverwarmers is mogelijk conform de brandveiligheidsvoorschriften. Ook in parasols en luifels is dit mogelijk.
Terrasvloer
Het is verboden een terrasvloer (houtelementen, kunstgras, tapijt…) te leggen. De ondergrond van het terras is de ondergrond van de bestaande toestand.
Het College van Burgemeester en Schepenen kan enkel een uitzondering toestaan indien het terras een te grote helling vertoont. Specifieke voorwaarden hieromtrent worden opgelegd in functie van nutsvoorzieningen, signalisatie, putdeksels…
Geluidsinstallatie, audiovisuele installatie en bekabeling
Er mag geen geluidsinstallatie en/of audiovisuele installatie geïntegreerd worden in het terras.
Bekabeling van eventuele verlichting en/of verwarming dient netjes te gebeuren.
Het College van Burgemeester en schepenen kan steeds bijkomende bijzondere voorwaarden opleggen.
TARIEVEN
Artikel 8
Er wordt verwezen naar het reglement betreffende de inname op het openbaar domein.
In de belastingen wordt een onderscheid gemaakt tussen zomer- en winterterras. De ligging van de zaak bepaalt de belasting van toepassing op het terras. Twee keer per jaar worden (één keer in de zomer, één keer in de winter) de terrassen gefactureerd. Indien het terras op vraag van het stadsbestuur (tijdelijk) dient weggenomen te worden, komt er een verrekening in het tarief.
TERRASUITBREIDING
Artikel 9
§1
Tussen 1 juni – 30 september is het mogelijk om een terrasuitbreiding aan te gaan. Deze terrasuitbreiding dient eveneens vergund te worden. De locatie van de horecazaak en de specifieke voorwaarden van het tijdelijk terras, volgen de voorwaarden van het standaardterras. Bijkomende voorwaarden kunnen door het College van Burgemeester en Schepenen worden opgelegd.
§2
Algemene en bijzondere voorwaarden
De algemene en bijzondere voorwaarden zoals vermeld in artikel 6 en 7 blijven eveneens van toepassing voor de terrasuitbreiding.
WINTEROVERKAPPINGEN
Artikel 10
De horeca-uitbaters die zich op de Markt in Tielt-centrum bevinden, krijgen de mogelijkheid om een afgesloten winteroverkapping te plaatsen. Een afgesloten winterterras kan enkel geplaatst worden door horecazaken die zich op de Markt in Tielt bevinden, en zijn tijdelijk: periode van 1 november tot en met de laatste dag van februari (opbouw en afbraak respectievelijk één week ervoor en erna).
Een afgesloten winterterras kan enkel ter hoogte van de eigen gevel geplaatst worden en kan geen (deel) van de naburige gevel benutten.
- Maximale hoogte van de zijschermen: 2m90
- Maximale breedte: zie afmetingen eigen gevel
- Maximale diepte van het overdekt winterterras: maximaal tot aan de stoeprand.
• Mobiele opstelling
Een winteroverkapping betreft een mobiele opstelling met het oog op verwijderen in de zomermaanden. Er is geen mechanische verankering mogelijk (geen gaten boren in voetpad/openbaar domein).
• Vormgeving
Bij de inrichting van een terras is het noodzakelijk te streven naar esthetische eenheid. Voor de leefbaarheid, veiligheid en visuele rust van het openbaar domein moeten de vormgeving, de gebruikte materialen, de kleuren van de terrasinrichting en het gekozen meubilair steeds een eenheid vormen en passen in de omgeving van het pand.
• Toegankelijkheid
De toegankelijkheid door mindervaliden dient gerespecteerd te worden.
• Materialen
Afdekplaten bovenaan en schermen voorkant (afsluitbaar) en zijkant zijn toegestaan in volkern, volhout of in doorzichtig materiaal (b.v. glas). Het hoofdbestanddeel dient doorzichtig te zijn zodat het globaalbeeld luchtig is.
• Kleur
Kleur van de gebruikte materialen: combinatie van zwart materiaal RALkleur 9005 in volkern of volhout en doorzichtig materiaal (b.v. glas).
• Terrasvloer
Het is verboden een terrasvloer (houtelementen, kunstgras, tapijt…) te leggen. De ondergrond van het terras is de ondergrond van de bestaande toestand.
Het College van Burgemeester en Schepenen kan enkel een uitzondering toestaan indien het terras een te grote helling vertoont. Specifieke voorwaarden hieromtrent worden opgelegd in functie van nutsvoorzieningen, signalisatie, putdeksels…
• Terrasverwarmers
Het wordt toegelaten om conform de brandveiligheidsvoorschriften terrasverwarmers te integreren in luifels en parasols.
• Geluidsinstallatie
Er mag geen geluidsinstallatie en/of audiovisuele installatie geïntegreerd worden in het terras.
Bekabeling van eventuele verlichting en/of verwarming dient netjes te gebeuren.
OPENBARE ORDE EN NETHEID
Artikel 11
De vergunninghouder dient dagelijks aandacht te besteden aan het degelijk onderhoud van het terras en de omgeving van de horecazaak.
PUBLICITEIT EN MENU- EN DRANKKAARTEN
Artikel 12
Publiciteit en de aankondiging van de naam van de horecazaak dient discreet en esthetisch te gebeuren. Voor luifels en parasols werden hieromtrent extra bepalingen opgenomen in artikel 7 voor horecazaken die zich in het kernwinkelgebied bevinden.
Menu- en drankkaarten kunnen zichtbaar aangebracht worden aan de zijwanden van het terras of kenbaar gemaakt worden door het plaatsen van een stoepbord dat zich op de eigen terraszone bevindt.
AANSPRAKELIJKHEID
Artikel 13
Het Lokaal Bestuur Tielt kan in geen beding aansprakelijk worden gesteld voor de gevolgen van het verlenen van een terrasvergunning.
AANVRAAGPROCEDURE
Artikel 14
Enkel vergunde horecazaken kunnen een aanvraag doen. De aanvraagprocedure bestaat erin een volledig dossier te bezorgen aan het Lokaal Bestuur.
Het dossier dient de volgende zaken te omvatten:
- Inplantingsplan met alle afmetingen van alle elementen zoals hoogte afbakening, afstand tot de stoeprand, aanduiding van de looplijnen
- Materiaalkeuze van de afbakening en eventuele overkapping in de winterperiode
- Materiaal- en kleurkeuze van de eventuele luifel en parasols
- Wijze van constructie en verankering van de parasols en zijwanden
- Wijze van publiciteit
Elke aankoop of constructie kan maar plaatsvinden na een officieel ontvangen document, zijnde de terrasvergunning voor horecagelegenheden.
Elke wijziging van constructie of wijziging van materialen in afbakening en/of luifel, dient opnieuw voorgelegd te worden aan het College van Burgemeester en Schepenen volgens de geldende aanvraagprocedure.
INTREKKING OF WIJZIGING VAN VERGUNNING
Artikel 15
De terrasvergunning kan om reden van openbaar nut, en/of veiligheid, en/of wegeniswerken en/of werken aan de nutsleidingen, gewijzigd of ingetrokken worden. Dit geldt eveneens bij misbruik van de vergunning of bij het ontvangen van klachten die regelmatig blijken te zijn. Deze klachten kunnen gebaseerd zijn op nachtlawaai, diverse soort van overlast zoals vechtpartijen, wildplassen, gebroken glazen, dranken verstrekken buiten de afbakening van het terras, zwerfvuil op of in de omgeving van het terras.
De wijziging of intrekking van de vergunning zal gebeuren bij gemotiveerde beslissing van het College van Burgemeester en Schepenen, na de betrokkenen gehoord te hebben.
Indien de horeca-uitbater geen gevolg geeft aan de uitnodiging om gehoord te worden kunnen bovengenoemde maatregelen ook van ambtswege in diens afwezigheid genomen worden.
Het bovenstaande doet geen afbreuk aan de bevoegdheden die in andere wetten, decreten en regelgeving aan bepaalde instanties en/of personen zijn toegekend.
SANCTIES
Artikel 16
Onverminderd de toepassing van strengere straffen door wettelijke of reglementaire beschikkingen, worden de overtredingen op dit reglement bestraft met politiestraffen.
Onverminderd het eerste lid, kan een overtreding, naargelang de ernst ervan, leiden tot een tijdelijke of permanente intrekking van de vergunning.
Niet-vergunde of niet langer vergunde terrassen zullen, na schriftelijke ingebrekestelling bij aangetekende brief, door de stadsdiensten of de daartoe aangestelde aannemer, worden verwijderd op kosten van de horeca-uitbater zonder dat deze eventuele schade of winstderving kan verhalen op het Lokaal Bestuur.
Een vergunning kan niet worden afgeleverd zolang de aanvraag niet in overeenstemming is met dit reglement.
INWERKINGTREDING EN OVERGANGSPERIODE
Artikel 17
Dit terrasreglement voor horecagelegenheden treedt in werking op 1 januari 2026 voor alle nieuwe aanvragen. Vergunningen die werden verleend voor 1 januari 2026 worden herzien bij vernieuwing.
BEKENDMAKING
Artikel 18
Dit reglement wordt bekendgemaakt via de website van de stad.
Artikel 3
Dit reglement treedt in werking op 01.01.2026.
Artikel 4
Dit besluit zal worden bekendgemaakt overeenkomstig artikel 286 en artikel 287 van het decreet over het lokaal bestuur van 22.12.2017.
Het decreet van 22.12.2017 over het lokaal bestuur, in het bijzonder artikel 2, artikel 40§3 en artikel 41.
Het decreet van 22.12.2017 over het lokaal bestuur in het bijzonder artikel 351.
Besluit van de gemeenteraad van Tielt 07.12.2023 betreffende het reglement voor het vestigen en uitbaten van verkoopautomaten en automatenshops.
Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening.
In de gemeenteraad van Tielt van 07.12.2023 werd het reglement voor het vestigen en uitbaten van verkoopautomaten en automatenshops goedgekeurd.
Er wordt voorgesteld om het bestaande reglement op te heffen en een nieuw reglement voor het vestigen en uitbaten van verkoopautomaten en automatenshops vast te stellen.
Het reglement voor het vestigen en uitbaten van verkoopautomaten en automatenshops bepaalt de afspraken, voorwaarden en richtlijnen voor het plaatsen van een verkoopautomaat en/of het inrichten van een pand tot automatenshop.
Het reglement heeft tot doel duidelijkheid te scheppen over de werking, verantwoordelijkheden, rechten en plichten van de betrokkenen, en een vlotte en transparante samenwerking te bevorderen.
Elke persoon die de intentie heeft om een verkoopautomaat te plaatsen of om een automatenshop te vestigen of uit te baten op het grondgebied van de stad Tielt, ongeacht of deze verplaatsbaar of tijdelijk zijn, is verplicht op voorhand toelating te vragen aan het college van burgemeester en schepenen.
Daarbij wordt vooral belang gehecht aan de locatie van de automaat en wordt onderzocht of dit voor overlast kan zorgen voor de buurt of andere handelaars.
Het besluit van de gemeenteraad van Tielt van 07.12.2023 betreffende het reglement voor het vestigen en uitbaten van verkoopautomaten en automatenshops dient te worden opgeheven.
De gemeenteraad beslist:
Artikel 1
Het besluit van de gemeenteraad van Tielt van 07.12.2023 betreffende het reglement voor het vestigen en uitbaten van verkoopautomaten en automatenshops wordt opgeheven.
Artikel 2
Het reglement betreffende reglement voor het vestigen en uitbaten van verkoopautomaten en automatenshops wordt als volgt vastgesteld:
CONTACTGEGEVENS
Artikel 2
Voor meer informatie over dit reglement kan je terecht bij:
Stad Tielt
Dienst Toerisme, evenementen en lokale economie
Markt 13
8700 Tielt
economie@tielt.be
DEFINITIES
Artikel 3
Uitbater: de natuurlijke persoon of rechtspersoon voor wiens rekening en risico de verkoopautomaat of automatenshops worden uitgebaat.
Verkoopautomaat: een machine die na betaling een gekozen product levert.
Automatenshop: iedere vestigingseenheid die vrij toegankelijk is, waar uitsluitend automaten staan en waar geen andere activiteit wordt uitgeoefend dan de verkoop van algemene voedingswaren en andere goederen door middel van één of meerdere toestellen die na het inwerpen van een geldstuk en/of het invoeren van een elektronisch betaalmiddel, de producten overmaken zonder tussenkomst van een persoon.
Kernwinkelgebied: panden gelegen in de as Kortrijkstraat – Markt – 1ste deel van de Ieperstraat (van huisnummer 1 tot en met huisnummer 9 en van huisnummer 2 tot en met huisnummer 16) - Bruggestraat van Markt tot aan Kerkstraat (tot en met huisnummer 28 en tot en met huisnummer 35)
TOEPASSINGSGEBIED
Artikel 4
Dit reglement is van toepassing op verkoopautomaten en automatenshops op het grondgebied van de stad Tielt.
VERGUNNINGSVERPLICHTING
Artikel 5
Elke persoon die de intentie heeft om een verkoopautomaat te plaatsen of om een automatenshop te vestigen of uit te baten op het grondgebied van de stad Tielt, ongeacht of deze verplaatsbaar of tijdelijk zijn, is verplicht om op voorhand toelating te vragen aan het college van burgemeester en schepenen.
De aanvrager moet volgende zaken in zijn aanvraag vermelden:
• Naam aanvrager, e-mail en telefoonnummer.
• Naam onderneming, maatschappelijk adres van de onderneming en het ondernemingsnummer.
• Het geplande plaatsing- of vestigingsadres met opgave van de kadastrale gegevens.
• 3 foto’s van de geplande plaatsing- of vestigingslocatie
• Een grondplan met aanduiding van de plaatsing van de automaten
o Indien verkoopautomaat: grondplan van het kadastrale perceel met aanduiding waar de automaat wordt geplaatst.
o Indien automatenshop: grondplan van het gebouw met aanduiding van de invulling van de ruimtes.
• Beschrijvende nota met o.a. de afmetingen van de automa(a)t(en), kleur, welke goederen/producten er verkocht zullen worden,…
• Duurtijd van de vestiging/uitbating (permanent of bepaalde periode).
Als uit de verkregen informatie blijkt, dat er conform de VCRO (Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening) een omgevingsvergunning noodzakelijk is, dan dient de omgevingsvergunning door de uitbater te worden aangevraagd via het Omgevingsloket. De toelating tot het plaatsen van een verkoopautomaat of het uitbaten van de automatenshop zal dan pas gegeven kunnen worden na toekenning van de omgevingsvergunning.
VERKOOPAUTOMATEN
Artikel 6
Ruimtelijke ligging en openbare orde verkoopautomaat
Aan volgende voorwaarden dient voldaan te zijn bij het plaatsen van een verkoopautomaat:
Buiten het kernwinkelgebied:
De verkoopautomaat wordt opgericht op privaat terrein, in de directe omgeving van een handelszaak of een bedrijf. De automaat moet niet gelinkt worden aan het aldaar gevestigde handelspand of de bedrijfszaak. De automaat mag echter geen concurrentie vormen met naburige (< 100 meter) (klein-) handelszaken.
Binnen het afgebakende kernwinkelgebied:
De automaat dient gelegen te zijn op het perceel bij de handelszaak of het productiebedrijf.
• Verkoopautomaten bij particuliere woningen worden niet toegestaan.
• De verkoopautomaat dient geïntegreerd te worden in de gevel van de handelszaak of het bedrijf. Indien onmogelijk wordt de automaat op een andere manier geïntegreerd in de omgeving van de bestaande gebouwen of constructies (afwijking mits motivering en toelating van het college van burgemeester en schepenen).
• Er dient een vrije doorgang op het voetpad van minimaal 1,5m gewaarborgd te zijn indien de verkoopautomaat aan het openbaar domein grenst.
• De verkeersstroom op het openbaar domein mag niet gehinderd worden.
• In de directe omgeving moet er op een wettelijke manier geparkeerd kunnen worden. Parkeren moet bij voorkeur op eigen terrein voorzien worden. Hierop kan afgeweken worden mits motivatie.
• Er is toelating nodig van Agentschap Wegen en Verkeer voor inname langs een gewestweg.
De plaatsing van een verkoopautomaat zal tevens ongeschikt worden bevonden als deze aanleiding zou geven tot belemmering van het gemak van doorgang op de openbare weg, geluid, lichtvervuiling of rumoer en bevuiling veroorzaken waardoor de openbare orde, veiligheid en rust van de omwonenden zou worden verstoord.
Uitbatingsvoorwaarden verkoopautomaat
De uitbater is verplicht om te beschikken over een vergunning zoals vermeld in artikel 5.
De uitbater van de verkoopautomaat is verplicht de omgeving rond de automaat proper te houden. De omgeving dient tijdig gereinigd te worden en moet ontdaan worden van rommel en achtergelaten verpakkingen. Er dienen ook voldoende vuilbakken geplaatst te worden en ook deze dienen minimum wekelijks te worden geleegd en gereinigd.
Voor de verkoop van voeding in automaten gelden strenge veiligheids- en hygiënemaatregelen. Zo moet het materiaal van de automaat geschikt zijn voor voedingsmiddelen en moet contactinformatie van de verdeler of producent duidelijk zichtbaar bij de machine staan.
De uitbater is verplicht zich in te zetten om abnormale hinder veroorzaakt door zijn klanten te voorkomen, zoals geluid, rumoer of bevuiling, waardoor de openbare orde, openbare netheid, openbare rust, openbare veiligheid en vlotte doorgang verstoord zou worden.
De uitbatingsvergunning vervalt automatisch:
• bij wijziging van de uitbater
• op het moment dat de inrichting voor een periode langer dan 6 maanden onafgebroken niet wordt uitgebaat
• in geval van faillissement of ontbinding van de rechtspersoon
• in geval van gerechtelijke verzegeling
• wanneer de handelsruimte een functiewijziging ondergaat en/of wanneer er een andere dan de vergunde bedrijfsactiviteit wordt uitgevoerd
AUTOMATENSHOP
Artikel 7
Ruimtelijke ligging en openbare orde automatenshop
Bij de beoordeling van de vergunningsaanvraag zal er rekening gehouden worden met de goede ruimtelijke ordening en de openbare orde. De vestiging van een automatenshop is niet toegestaan (niet-limitatieve lijst):
• In woonwijken
• In het afgebakende kernwinkelgebied.
• Als er in de onmiddellijke nabijheid van de automatenshop onvoldoende parkeergelegenheid is.
• Als er binnen een straal van 350 meter te meten vanaf de toegang van de automatenshop reeds een andere automatenshop bevindt. Als de uitbating aanleiding geeft tot belemmering van het gemak van doorgang op de openbare weg.
• Als de uitbating geluidshinder, lichtvervuiling of bevuiling veroorzaakt waardoor de openbare orde, veiligheid en rust van de omwonenden zou worden verstoord.
In deze gevallen is de ruimtelijke ligging voor vestiging en uitbating van een automatenshop ongeschikt en wordt de vergunningsaanvraag geweigerd.
De plaatsing van een automatenshop zal tevens ongeschikt worden bevonden als deze aanleiding zou geven tot belemmering van het gemak van doorgang op de openbare weg, geluid, lichtvervuiling of rumoer en bevuiling veroorzaken waardoor de openbare orde, veiligheid en rust van de omwonenden zou worden verstoord.
Uitbatingswaarden automatenshop
De uitbater is verplicht om te beschikken over een vergunning zoals vermeld in artikel 5.
De uitbater is verplicht de omgeving van zijn vestigingseenheid proper te houden. De uitbater is verplicht om de vestigingseenheid te reinigen, te ontdoen van rommel en achtergelaten verpakkingen.
Er dienen ook voldoende vuilbakken geplaatst te worden en ook deze dienen minimum wekelijks te worden geleegd en gereinigd.
Voor de verkoop van voeding in automaten gelden strenge veiligheids- en hygiënemaatregelen. Zo moet het materiaal van de automaat geschikt zijn voor voedingsmiddelen en moet contactinformatie van de verdeler of producent duidelijk zichtbaar bij de machine staan.
De uitbater is verplicht zich in te zetten om abnormale hinder veroorzaakt door zijn klanten te voorkomen, zoals geluid, rumoer of bevuiling, waardoor de openbare orde, openbare netheid, openbare rust, openbare veiligheid en vlotte doorgang verstoord zou worden.
De uitbater zorgt ervoor dat de automatenshop uitgerust wordt met een camera met opname volgens de daarvoor geldende wetgeving. De camerabeveiliging wordt voldoende zichtbaar geafficheerd. De camerabeelden worden opgeslagen gedurende één week en op verzoek van de politie ter beschikking gesteld.
Het is verboden om een terras te plaatsen of binnen tafels en stoelen of andere constructies te plaatsen voor consumptie ter plaatse.
De vergunning die wordt verkregen voor een automatenshop, is niet overdraagbaar naar een andere uitbater.
De uitbatingsvergunning vervalt automatisch:
• bij wijziging van de uitbater
• op het moment dat de inrichting voor een periode langer dan 6 maanden onafgebroken niet wordt uitgebaat
• in geval van faillissement of ontbinding van de rechtspersoon
• in geval van gerechtelijke verzegeling
• wanneer de handelsruimte een functiewijziging ondergaat en/of wanneer er een andere dan de vergunde bedrijfsactiviteit wordt uitgevoerd
OVERGANGSMAATREGEL
Artikel 8
Inzake de bestaande verkoopautomaten wordt als overgangsmaatregel bepaald dat deze vrijgesteld worden van de voorschriften inzake ruimtelijke ligging en dit voor een periode van 8 jaar, ingaand op datum van inwerkingtreding van dit reglement.
Inzake de bestaande automatenshops wordt als overgangsmaatregel bepaald dat deze vrijgesteld zijn van de voorschriften inzake ruimtelijke ligging en dit voor een periode van 8 jaar, ingaand op datum van inwerkingtreding van dit reglement.
UITZONDERLIJKE OMSTANDIGHEDEN
Artikel 9
Het college van burgemeester en schepenen kan in uitzonderlijke omstandigheden beslissen om af te wijken van dit reglement. De beslissing tot afwijking dient uitdrukkelijk gemotiveerd te worden.
SANCTIES
Artikel 10
Wanneer de uitbatingsvoorwaarden zoals vermeld in artikels 6 en 7 niet worden nageleefd, wordt de uitbater hiervan via aangetekend schrijven in kennis gesteld. Bij herhaling van inbreuken kan er overgegaan worden tot tijdelijke sluiting van de verkoopautomaat/automatenschop.
Bij aanhoudende inbreuken op de uitbatingsvoorwaarden kan het college van burgemeester en schepenen de definitieve sluiting bevelen. De vergunning wordt ingetrokken en de verkoopautomaat of automatenshop dient verwijderd te worden. De uitbater wordt hiervan via aangetekend schrijven in kennis gesteld.
INWERKINGTREDING
Artikel 11
Dit reglement treedt in werking op 1 januari 2026.
Artikel 3
Dit reglement treedt in werking op 01.01.2026.
Artikel 4
Dit besluit zal worden bekend gemaakt overeenkomstig artikel 286 en artikel 287 van het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017.
Het decreet van 22.12.2017 over het lokaal bestuur, in het bijzonder artikel 2, artikel 40§3 en artikel 41.
Het decreet van 22.12.2017 over het lokaal bestuur in het bijzonder artikel 351.
Besluit van de gemeenteraad van Tielt 07.01.2016 betreffende het reglement Tieltse cadeaubon.
Besluit van de gemeenteraad van Meulebeke van 10.04.2019 betreffende het reglement berenbonactie.
De stad Tielt wenst haar lokale economie te ondersteunen en impulsen te geven door het invoeren, promoten en verkopen van een cadeaubon? in te ruilen bij diverse Tieltse handelaren, genaamd de ‘Tieltse Cadeaubon’.
Het reglement heeft tot doel duidelijkheid te scheppen over de werking van deze cadeaubon.
Iedere handelaar met vestiging en een fysieke handelszaak op het grondgebied van Tielt kan deelnemen aan de actie. De deelnemende handelaar registreert zich kosteloos via het online platform van www.gift2give.be.
Het besluit van de gemeenteraad van Tielt van 07.01.2016 betreffende het reglement Tieltse cadeaubon en het besluit van de gemeenteraad van Meulebeke van 10.04.2019 betreffende de aanpassing reglement berenbonactie dienen te worden opgeheven en een nieuwe reglement 'Tieltse Cadeaubon' dient te worden goedgekeurd.
De gemeenteraad beslist:
Artikel 1
Het besluit van de gemeenteraad van Tielt van 07.01.2016 betreffende het reglement Tieltse cadeaubon wordt opgeheven.
Artikel 2
Het besluit van de gemeenteraad van Meulebeke van 10.04.2019 betreffende de aanpassing reglement berenbonactie wordt opgeheven.
Artikel 3
Het reglement betreffende de Tieltse cadeaubon wordt als volgt vastgesteld:
Het reglement heeft tot doel duidelijkheid te scheppen over de werking van deze cadeaubon.
CONTACTGEGEVENS
Artikel 2
Voor meer informatie over dit reglement kan je terecht bij:
Stad Tielt
Dienst Toerisme, evenementen en lokale economie
Markt 13, 8700 Tielt
051 82 66 93
economie@tielt.be
BEGUNSTIGDEN/KLANTEN
Artikel 3
Dit reglement is van toepassing op allen die gebruik maken van de Tieltse Cadeaubon.
De uitgifte van de ‘Tieltse Cadeaubon’ wordt geregeld door onderhavige bepalingen die
van toepassing zijn. De koper/deelnemende handelaar accepteert deze bepalingen door klant en/of
deelnemer te worden van de stedelijke cadeaubon.
CADEAUBONNEN
Artikel 4
De stad Tielt gaat over tot uitgifte van cadeaubonnen waarvan de waarde vrij gekozen wordt door de klant , met een minimum van 5 euro en een maximum van 150 euro, en die partieel besteed kunnen worden bij deelnemende handelaars aan het cadeaubonsysteem.
WERKING
Artikel 5
Elke cadeaubon krijgt een unieke QR code en nummer en is uitgerust met een systeem om fraude te voorkomen. De nummering laat de opvolging toe van het traject dat de cadeaubon aflegt en maakt een controle van de geldigheid mogelijk.
De Tieltse cadeaubon is voor de gebruiker twaalf maanden geldig vanaf de afgiftedatum.
Een vervallen cadeaubon kan niet verlengd of omgeruild worden door het lokaal bestuur.
De Tieltse cadeaubon kan enkel ingewisseld worden bij de deelnemende handelaars in Tielt.
Deze kan niet ingewisseld worden voor cash geld.
DEELNEMENDE HANDELAARS
Artikel 6
Iedere handelaar met vestiging en een fysieke handelszaak op het grondgebied van Tielt kan deelnemen aan de actie. De deelnemende handelaar registreert zich kosteloos via het online platform van www.gift2give.be.
Door in te schrijven op de actie van de Tieltse Cadeaubonnen verklaart de handelaar zich
akkoord met de bepalingen van onderhavig reglement.
Artikel 7
De deelnemende handelaars zullen bekend worden gemaakt via:
• een vermelding met naam en vestigingsadres op de stedelijke website
• het aanbrengen van label in de vorm van een sticker of een affiche die aangebracht kan
worden aan de etalage van de deelnemende handelszaak
• opname in de promotiecampagne van de cadeaubon
Enkel deelnemende handelaars mogen de Tieltse cadeaubon aanvaarden als betaalmiddel.
STOPZETTING OVEREENKOMST
Artikel 8
De handelaar kan op eender welk moment zich uitschrijven uit de lijst van deelnemende
handelaars nadat hij dit schriftelijk heeft gemeld aan het stadsbestuur en hiervan een
ontvangstmelding heeft ontvangen. De handelaar dient dit minstens één maand op voorhand te
melden aan het College van Burgemeester en Schepenen.
Deelname aan het initiatief stopt automatisch bij het stopzetten of verhuis buiten Tielt van de activiteiten van de onderneming.
VERKOOPPUNT
Artikel 9
De Tieltse cadeaubon kan aangekocht worden in het Stadhuis van Tielt (Markt 13, 8700 Tielt) en het Gemeentehuis van Meulebeke (Meulebeke Plaats 1, 8760 Tielt).
De aankoop van de Tieltse cadeaubonnen in andere verkooppunten gebeurt in een door het stadsbestuur erkend verkooppunt. De verkooppunten worden toegekend door het College van Burgemeester en Schepenen via een gemotiveerde beslissing.
AANKOOP CADEAUBON
Artikel 10
De cadeaubon kan aangekocht worden door eenieder: natuurlijk persoon, rechtspersoon of vereniging ongeacht de woon- of vestigingsplaats.
Er kan eveneens een bijhorende verpakking aangekocht worden op het verkooppunt. Indien men dit wenst, kan een factuur worden opgemaakt, dit wordt gemeld vóór de aankoop van de bon.
ONTWAARDING
Artikel 11
De consument kan de aangekochte cadeaubon inwisselen bij een deelnemende handelaar
naar keuze op het grondgebied van Tielt. De handelaar controleert bij afgifte van de bon de
geldigheid vooraleer deze definitief te ontwaarden.
De geldigheidscontrole gebeurt via een aangeboden online platform (zowel app als website) die de handelaar toelaat op elk moment de controle uit te voeren. Bij enige vorm van twijfel wordt aangeraden om de Tieltse cadeaubon niet aan te nemen en het stadsbestuur hiervan op de hoogte te brengen.
De cadeaubonnen kunnen partieel worden ontwaard.
TERUGBETALING AAN HANDELAARS
Artikel 12
Maximum 14 werkdagen nadat de cadeaubon werd ingeruild bij de deelnemende handelaar
zal het bedrag worden gestort op het rekeningnummer dat door de handelaar werd opgegeven.
De bon kan niet contant worden uitbetaald aan de handelaar.
Er worden geen commissiekosten of andere administratieve servicekosten aangerekend aan de handelaar.
TOEPASSING VOOR HET STADSBESTUUR
Artikel 13
Het stadsbestuur van Tielt kan zelf de Tieltse cadeaubonnen inzetten in het kader van haar
subsidiepolitiek of voor het geven van attenties binnen de daartoe voorziene beschikbare
kredieten.
AANSPRAKELIJKHEID
Artikel 14
Het stadsbestuur doet maximale inspanningen om aan de verplichtingen te voldoen, maar
kan niet aansprakelijk worden gesteld voor een vertraging of het niet plaatsvinden van een
levering die voortvloeit uit omstandigheden buiten zijn wil, zoals stakingen, werkonderbrekingen, natuurrampen of andere gebeurtenissen die de productie of levering van de Tieltse cadeaubonnen verhinderen.
Eveneens kan het stadsbestuur niet aansprakelijk worden gesteld voor de kwaliteit van de producten of diensten die werden geleverd na betaling met de Tieltse cadeaubonnen.
Het stadsbestuur kan op geen enkel moment aansprakelijk worden gesteld indien er vervalste cadeaubonnen in omloop worden gebracht.
BETWISTING
Artikel 15
In geval van betwisting en/of onduidelijkheden omtrent deelname en toepassing aan het
cadeaubonnensysteem neemt het College van Burgemeester en Schepenen een gemotiveerde
beslissing.
STOPZETTING
Artikel 16
Het stadsbestuur kan ten allen tijde beslissen om geen Tieltse cadeaubonnen meer uit te
geven. De bonnen die in omloop zijn, zullen in dit geval nog behandeld worden conform de
geldende afspraken.
INWERKINGTREDING
Artikel 17
Dit reglement treedt in werking op 1 januari 2026
BEKENDMAKING
Artikel 18
Dit reglement wordt bekendgemaakt via de website van de stad.
Artikel 4
Dit reglement treedt in werking op 01.01.2026.
Artikel 5
Dit besluit zal worden bekend gemaakt overeenkomstig artikel 286 en artikel 287 van het decreet over het lokaal bestuur van 22.12.2017.
Het decreet van 22.12.2017 over het lokaal bestuur, in het bijzonder artikel 2, artikel 40§3 en artikel 41.
Het decreet van 22.12.2017 over het lokaal bestuur in het bijzonder artikel 351
Besluit van de gemeenteraad van Tielt 06.06.2024 betreffende reglement voor het gebruik van de gemeentelijke jeugdlokalen.
Besluit van de gemeenteraad van Meulebeke van 08.07.2009 betreffende reglement huishoudelijk reglement gebruik jeugdlokalen site hoeve Vincent.
Het besluit van de gemeenteraad van Tielt van 06.06.2024 betreffende reglement voor het gebruik van de gemeentelijke jeugdlokalen en het besluit van de gemeenteraad van Meulebeke van 08.07.2009 betreffende het huishoudelijk reglement gebruik jeugdlokalen site hoeve Vincent dienen te worden opgeheven.
Er dient een nieuw reglement voor het gebruik van de jeugdlokalen vastgesteld te worden.
Het ontwerp van huishoudelijk reglement van de jeugdlokalen werd besproken in de algemene vergadering van de Stedelijke Jeugdraad.
De algemene vergadering van de Stedelijke Jeugdraad verleende positief advies op 24.10.2025.
De gemeenteraad beslist:
Artikel 1
Het besluit van de gemeenteraad van Tielt van 06.06.2024 betreffende het reglement voor het gebruik van de gemeentelijke jeugdlokalen wordt opgeheven.
Artikel 2
Het besluit van de gemeenteraad van Meulebeke van 08.07.2009 betreffende het huishoudelijk reglement gebruik jeugdlokalen site hoeve Vincent wordt opgeheven.
Artikel 3
Het reglement betreffende het huishoudelijk reglement van gemeentelijke jeugdlokalen wordt als volgt vastgesteld:
DOEL VAN HET REGLEMENT
Artikel 1
Met dit reglement wil de stad Tielt de erkende jeugdverenigingen ondersteunen door het kosteloos ter beschikking stellen van gemeentelijke jeugdlokalen. Dit reglement bepaalt de voorwaarden waaronder de lokalen gebruikt mogen worden, wie er gebruik van kan maken, en hoe het beheer en de afspraken geregeld zijn.
DEFINITIES
Artikel 2
• het College = het College van Burgemeester en Schepenen van het Stadsbestuur Tielt.
• jeugdverenigingen = de Tieltse jeugdverenigingen die erkend zijn op basis van het gemeentelijk reglement voor de erkenning en subsidiëring van jeugdverenigingen.
• jeugdlokaal = een gemeentelijk lokaal dat specifiek wordt voorzien voor het gebruik door het plaatselijk particulier en/of gemeentelijk jeugdwerk. Het gebruik en beheer van deze lokalen worden specifiek binnen dit reglement geregeld.
• gebruikers = de gebruikers van de gemeentelijke jeugdlokalen.
• lokaalverantwoordelijke = de persoon die op dat moment de hoofdverantwoordelijke/ voorzitter is van de jeugdvereniging die gebruik maakt van de jeugdlokalen.
• de Dienst Jeugd = de coördinator of het personeel van de Dienst Jeugd.
• de Stedelijke Jeugdraad = het officieel erkend adviesorgaan van de stad dat de belangen van de jeugd en de jeugdverenigingen vertegenwoordigt. De Stedelijke Jeugdraad verstrekt advies aan het College van Burgemeester en Schepenen in kader van dit reglement.
DOELGROEP EN TOEPASSINGSGEBIED
Artikel 3
De jeugdlokalen worden exclusief voorbehouden voor de activiteiten van de plaatselijke
jeugdverenigingen. Alle gebruik van deze lokalen, zowel regelmatig als uitzonderlijk, wordt geregeld via dit reglement.
ALGEMENE BEPALINGEN
Artikel 4 Beheer
Het beheer van de jeugdlokalen inzake het gebruik en de gebruikers, wordt waargenomen door de Dienst Jeugd in opdracht van het College. Het College verbindt er zich toe voor alle belangrijke beslissingen m.b.t. het beheer van de jeugdlokalen en de uitvoering van dit reglement advies in te winnen bij de Stedelijke Jeugdraad voordat een definitieve beslissing wordt genomen.
Artikel 5 Gebruiksovereenkomst en sleutelovereenkomst
Naast dit reglement worden de specifieke afspraken rond het gebruik van de jeugdlokalen beschreven in de gebruiksovereenkomst tussen het stadsbestuur en de jeugdverenigingen, die wordt opgemaakt door het College. Het College is gemachtigd om ook individuele sleutelovereenkomsten op te stellen, in het bijzonder voor elektronische badges op naam.
Artikel 6 Opvolging en overleg
De hoofdleiding of de lokaalverantwoordelijke van iedere jeugdvereniging moet jaarlijks aansluiten op de algemene vergadering van de Stedelijke Jeugdraad, in september/oktober of een speciaal daartoe belegde vergadering, waarbij het reglement en de gebruikersovereenkomst overlopen en ondertekend worden en desgevallend de praktische afspraken gemaakt worden tussen de verenigingen onderling.
Artikel 7 Naleving reglementaire bepalingen
Bij gebruik van de gemeentelijke jeugdlokalen gaat de gebruiker, zowel op niveau van de vereniging als individueel, akkoord met de bepalingen zowel beschreven in dit reglement als beschreven in de gebruikersovereenkomst opgemaakt door het College, zelfs al heeft die gebruiker de documenten niet zelf ondertekend. De gebruiker kan ook altijd persoonlijk ter verantwoording geroepen worden door het College.
Artikel 8 Vergoeding
Het gebruik van de jeugdlokalen is in principe kosteloos, maar n.a.v. concrete voorvallen (schade, extra kosten om afspraken te doen naleven (e.g. afvalverwijdering), hoog energieverbruik,…) kunnen in opdracht van het College altijd kosten doorgerekend worden naar de jeugdverenigingen.
SPECIFIEKE BEPALINGEN
Artikel 9 De jeugdlokalen
• Soorten lokalen
o Werkingslokalen
- Eigen lokalen: lokalen waarvan één jeugdvereniging de unieke gebruiker is voor een bepaalde periode.
- Gedeelde lokalen: Lokalen die door verschillende jeugdverenigingen en de dienst Jeugd gebruikt worden voor activiteiten. Elke gebruiker die gebruik maakt van een gedeeld lokaal dient dit lokaal leeg en net te houden en na iedere activiteit opnieuw in de oorspronkelijke staat te brengen.
- De verhouding tussen de gedeelde en eigen lokalen wordt door de dienst Jeugd bepaald in functie van de noodzaak, waarbij er steeds zoveel mogelijk gedeeld gebruik tussen de jeugdverenigingen is. Dit wordt jaarlijks meegegeven in de gebruiksovereenkomst.
o Gemeenschappelijke delen
Ruimtes die door alle verenigingen gebruikt worden, maar niet voor activiteiten, zoals sanitaire blokken, traphallen, etc. Deze ruimtes dienen door alle verenigingen in gelijke verhouding gekuist en onderhouden te worden.
o Bergingslokalen
Lokalen die door de verenigingen gebruikt worden om hun materiaal in te stockeren.
• Lokalen aangewezen als jeugdlokalen
| Locatie |
Aantal bergingslokalen |
Aantal werkingslokalen |
| Aarsele
|
4 (1 gelijkvloers, 1 op verdiep & 1 container, 1 tuinberging)
4 |
4 |
| Kanegem
|
2 |
6 (1 gelijkvloers, 4 tussenverdiepen & speelzolder |
| Schuiferskapelle (Brouwerijstraat 8A) |
2 (waarvan 1 tuinberging) |
4 |
| Tielt
|
6 (waarvan 4 garages)
1 |
8 (2 op verdiep, 5+1 gelijkvloers)
5 |
| Meulebeke
|
4 (gelijkvloers)
3 (2 gelijkvloers, 1 op verdiep) |
15 + 2 (3+1 gelijkvloers, 12+1 verdiep) 1 (gelijkvloers) |
Concrete ruimtegebonden afspraken met betrekking tot de eigen/gedeelde lokalen, het terrein, het
sanitair, etc. worden verder uitgewerkt in de gebruiksovereenkomst.
Artikel 10 De aanvraag
Jeugdverenigingen die regelmatig gebruik wensen te maken van gemeentelijke jeugdlokalen,
dienen jaarlijks vóór 1 juni een aanvraag in bij de dienst Jeugd, Generaal Maczekplein 2, 8700 Tielt – jeugddienst@tielt.be.
De aanvraag bevat minstens de volgende gegevens:
• de naam en contactgegevens van de verantwoordelijke(n) voor het komende werkjaar van de jeugdvereniging;
• een lijst van alle leiders die in het komende werkjaar gebruik wensen te maken van de gemeentelijke jeugdlokalen (wijzigingen tijdens het jaar worden gemeld via jeugddienst@tielt.be);
• het huidige en het gewenste aantal lokalen;
• de frequentie van het gebruik en, indien van toepassing, de vaste activiteitsdagen.
De dienst Jeugd kent de lokalen voor het komende werkjaar toe vóór 30 juni, waarbij de jeugdvereniging stilzwijgend dezelfde lokalen toegewezen krijgt als in het huidige werkjaar. Indien een aanvrager niet akkoord gaat met de beslissing, kan binnen de 30 dagen na de toewijzing beroep worden aangetekend bij het College van Burgemeester en Schepenen. Het College beslist na advies van de Stedelijke Jeugdraad.
De toewijzing geldt in principe voor één werkjaar (van 1 september tot 31 augustus). Indien de omstandigheden dit vereisen, kan de dienst Jeugd in onderling overleg met de betrokken verenigingen ook tijdens het werkjaar wijzigingen aanbrengen.
Artikel 11 Lokaalverantwoordelijke en leiding
De voorzitter van de vereniging is automatisch ook de lokaalverantwoordelijke. Indien er meerdere voorzitters zijn, wordt één van hen aangeduid als lokaalverantwoordelijke. Deze persoon moet vermeld worden in de gebruiksovereenkomst en die ook tekenen.
Naast de lokaalverantwoordelijke heeft iedere vereniging ook afgevaardigden (leiding) die een sleutel of badge ontvangen. Iedereen die over een sleutel of badge beschikt, moet de sleutelovereenkomst ondertekenen en wordt geacht dit reglement en de gebruiksovereenkomst te kennen en na te leven. Zij zijn persoonlijk verantwoordelijk voor hun sleutel/badge en het gebruik van de lokalen.
Artikel 12 Uitsluitingen
Wanneer een jeugdvereniging herhaaldelijk gemaakte afspraken niet naleeft, de richtlijnen van de Dienst Jeugd niet volgt, of ernstige inbreuken pleegt op dit reglement of de gebruiksovereenkomst, kan de toegang tot de jeugdlokalen tijdelijk ontzegd worden.
• De Dienst Jeugd kan, bij dringende omstandigheden, de toegang tot maximaal één maand ontzeggen. Het dossier wordt in dat geval overgemaakt aan het College.
• Het College kan de toegang onmiddellijk ontzeggen voor een periode van drie maanden, met de mogelijkheid tot verlenging met nog eens drie maanden. Binnen deze termijn brengt de Stedelijke Jeugdraad advies uit over het verdere gebruik van de lokalen. Op basis van dit advies neemt het College een definitieve beslissing. Eventuele betwistingen of verlengingen worden ook door het College beslecht.
Artikel 13 Verzekering en aansprakelijkheid
• Verzekeringen
Het gemeentebestuur voorziet een brandverzekering voor het gebouw. De vereniging is zelf verantwoordelijk voor aanvullende verzekeringen zoals voor inboedel/inbraak (indien nodig), lichamelijke ongevallen, wettelijke aansprakelijkheid tegenover derden.
• Aansprakelijkheid
Het stadsbestuur is niet verantwoordelijk voor bewaking of bewaring van goederen van gebruikers. Preventieve maatregelen tegen diefstal zijn de verantwoordelijkheid van de gebruiker. Het stadsbestuur is evenmin aansprakelijk voor ongevallen tijdens het gebruik van de jeugdlokalen.
Gebruikers en lokaalverantwoordelijken kunnen gehouden worden tot het herstel of het vergoeden van schade aangebracht aan de lokalen.
GEBRUIK VAN DE JEUGDLOKALEN
Artikel 14 Soort gebruik
• Algemeen gebruik
Onder algemeen gebruik vallen de activiteiten die deel uitmaken van de reguliere werking van de jeugdvereniging. Het algemeen gebruik moet voldoen aan de geldende wettelijke bepalingen en tijdens de activiteiten moet steeds een verantwoordelijke van de vereniging aanwezig zijn.
De lokaalverantwoordelijke, gebruiker of jeugdvereniging kan geen toestemming geven om andere activiteiten, dan activiteiten die onder het algemeen gebruik vallen, te laten doorgaan in de jeugdlokalen. Men is eveneens niet bevoegd om toestemming voor gebruik te geven aan externe personen of verenigingen.
Alle activiteiten in de lokalen moeten uiterlijk om 02u00 beëindigd worden. Bij uitzonderlijke activiteiten zoals een dropping, nachtspel of kerstwake kan hiervan afgeweken worden.
Gebruikers zijn persoonlijk en hoofdelijk aansprakelijk voor de aard van het gebruik, en moeten eventuele heffingen (taksen, auteursrechten, enz.) zelf dragen.
Na 22.00 uur moet nachtlawaai vermeden worden, tenzij uitdrukkelijke toestemming werd verleend. Bovendien zorgt de gebruiker niet voor geluidsoverlast. Bij gebruik van versterkte muziek, in het kader van een activiteit, moet de gebruiker zich houden aan de gemeentelijke en hogere regelgeving.
• Uitzonderlijke activiteiten
Voor activiteiten die afwijken van de reguliere werking moet minstens 14 dagen op voorhand schriftelijke melding gebeuren bij de dienst Jeugd. Bij activiteiten voor een ruimer publiek geldt dezelfde meldingstermijn en is voorafgaande goedkeuring vereist.
• Overnachten
Overnachten in de lokalen moet minstens één maand vooraf schriftelijk aangevraagd worden bij de dienst Jeugd. Na goedkeuring door het College, wijst de dienst Jeugd een slaapruimte aan. De brandweer wordt door de dienst Jeugd verwittigd, die richtlijnen geeft of -vóór of tijdens de overnachting- ter plaatse langskomt. Het volgen van deze richtlijnen is verplicht.
• Occasioneel gebruik
Onder occasioneel gebruik van de jeugdlokalen valt het gebruik door verenigingen die niet aangewezen zijn als reguliere gebruiker van de desbetreffende lokalen. Dit occasioneel gebruik kan enkel toegestaan worden in de gedeelde lokalen.
Andere Tieltse jeugdverenigingen kunnen mits toestemming van de dienst Jeugd en overleg met de reguliere gebruikers occasioneel gebruik maken van de lokalen. Er is geen minimumtermijn voor deze aanvraag.
Erkende Tieltse sport- of culturele verenigingen en muziekbands kunnen lokalen uitzonderlijk gebruiken, mits minstens drie maanden op voorhand schriftelijk een aanvraag in te dienen bij de dienst Jeugd. Regelmatig gebruik is uitgesloten. De dienst Jeugd beslist na overleg met de reguliere gebruikers, die steeds voorrang hebben op het gebruik van de lokalen. Beroep aantekenen tegen de beslissing van de dienst Jeugd kan bij het College.
Andere Tieltse of niet-Tieltse verenigingen kunnen enkel gebruik maken van de lokalen met toestemming van het College. Ook hier is regelmatig gebruik uitgesloten. De schriftelijke aanvraag gebeurt minstens drie maanden vooraf.
Onderverhuren of het ter beschikking stellen van de jeugdlokalen aan andere geïnteresseerden door de jeugdvereniging zelf is verboden.
Artikel 15 Afspraken bij gebruik
• Algemeen
Gebruikers moeten de lokalen gebruiken volgens het principe van "voorzichtig en redelijk persoon". Niet-gespecificeerde situaties kunnen hieraan worden afgetoetst. Specifieke afspraken worden opgenomen in de gebruiksovereenkomst tussen het stadsbestuur en de jeugdvereniging.
• Onderhoud
Gebruikers zijn verantwoordelijk voor het permanent netjes en verzorgd houden van de lokalen en aanverwante ruimtes, en het gepast onderhoud ervan.
• Afval
De jeugdvereniging staat zelf in voor de verwerking en de afvoer van al het afval. Het College en de dienst Jeugd kunnen ondersteuningsmaatregelen uitwerken.
• Energieverbruik
De gemeente betaalt het energieverbruik van de jeugdlokalen. Het College en de dienst Jeugd kunnen maatregelen nemen om energiezuinig gebruik te bevorderen of af te dwingen.
• Toegang
De burgemeester, schepenen, het dagelijks bestuur van de Stedelijke Jeugdraad en de dienst Jeugd hebben te allen tijde toegang tot de lokalen en bergruimtes. Zij mogen personen (laten) verwijderen die er niet thuishoren, zich ongepast gedragen of het reglement niet naleven.
SLOTBEPALINGEN
Artikel 16 Inwerkingtreding
Dit reglement treedt in werking op 1 januari 2026.
Artikel 17 Betwistingen
Bezwaren tegen de toepassing van dit reglement worden gericht aan het College. Betwiste of niet-voorziene gevallen worden door het College beslist, na advies van de Stedelijke Jeugdraad. Indien het College afwijkt van dit advies, bezorgt men een gemotiveerd schrijven aan de Stedelijke Jeugdraad binnen de wettelijke termijn van 30 dagen.
Artikel 18 Slotbepaling
Door de toewijzing en ingebruikname van de jeugdlokalen wordt de gebruiker geacht dit reglement te kennen en na te leven.
BEKENDMAKING
Artikel 19 Bekendmaking
Dit reglement wordt bekendgemaakt via de website van de stad.
Artikel 4
Dit reglement treedt in werking op 01.01.2026.
Artikel 5
Dit besluit zal worden bekend gemaakt overeenkomstig artikel 286 en artikel 287 van het decreet over het lokaal bestuur van 22.12.2017.
Het decreet van 22.12.2017 over het lokaal bestuur, in het bijzonder artikel 2, artikel 40§3 en artikel 41.
Het decreet van 22.12.2017 over het lokaal bestuur in het bijzonder artikel 351.
Besluit van de gemeenteraad van Tielt 07.04.2011 betreffende reglement Stedelijk reglement speelstraten.
Het reglement 'speelstraten' regelt het inrichten en de voorwaarden tot inrichten van speelstraten op het grondgebied van de Stad Tielt.
Het besluit van de gemeenteraad van Tielt van 07.04.2011 betreffende Stedelijk reglement speelstraten dient te worden opgeheven en er dient een nieuw reglement voor het inrichten van speelstraten vastgesteld te worden voor het gehele grondgebied.
Het ontwerp van reglement werd besproken in de Algemene Vergadering van de Stedelijke Jeugdraad.
De Algemene Vergadering van de Stedelijke Jeugdraad verleende positief advies op 24.10.2025.
De gemeenteraad beslist:
Artikel 1
Het besluit van de gemeenteraad van Tielt van 07.04.2011 betreffende Stedelijk reglement speelstraten wordt opgeheven.
Artikel 2
Het reglement betreffende het inrichten van speelstraten wordt als volgt vastgesteld:
DOEL VAN HET REGLEMENT
Artikel 1
Het reglement heeft tot doel het faciliteren van speelstraten.
Speelstraten zijn een instrument om de stad Tielt meer kindvriendelijk te maken. Met de speelstraten wordt het openbaar domein tijdelijk ter beschikking gesteld van de zwakste weggebruiker, namelijk het spelende kind. Dankzij het afsluiten van (een deel van) een straat kunnen kinderen er vrij spelen.
DEFINITIES
Artikel 2
• Speelstraat = Een straat die volledig wordt voorbehouden voor spelende kinderen. Tijdens de speelstraat wordt de straat volledig of gedeeltelijk afgesloten en hebben spelende kinderen en voetgangers voorrang op alle weggebruikers. Doorgaand gemotoriseerd verkeer is verboden.
DOELGROEP EN TOEPASSINGSGEBIED
Artikel 3
Bewoners kunnen een speelstraat aanvragen voor de straat waar ze officieel wonen.
Verenigingen en scholen kunnen geen aanvraag indienen voor het organiseren van een speelstraat.
Een straat komt in aanmerking als speelstraat als:
• de straat in een woonzone ligt;
• de snelheid in de straat beperkt is tot 50 km/uur;
• er geen openbaar vervoer door de straat rijdt;
• er geen belangrijk doorgaand verkeer door de straat rijdt;
• de omliggende straten na de invoering van de speelstraat bereikbaar blijven en er geen onveilige verkeerssituaties gecreëerd worden (omkeerbewegingen moeten zoveel mogelijk vermeden worden).
Naast de volledige straat, kan ook slechts een deel van de straat als speelstraat ingericht worden. Indien er doodlopende straten op de straat uitkomen, kunnen die meegerekend worden in de speelstraat, en zijn de voorwaarden van aanvraag ook op dat stuk van toepassing.
VOORWAARDEN
Artikel 4
• De speelstraat valt binnen het toepassingsgebied.
• Een speelstraat kan ingericht worden tijdens de paasvakantie, op ‘De Buitenspeeldag’ en tijdens de zomervakantie (juli en augustus). En dit voor maximum 1 week tijdens de paasvakantie en 6 weken gedurende de zomervakantie.
• Er kan slechts één aanvraag per vakantieperiode worden ingediend.
• De speelstraaturen zijn van maximaal 10u tot 19u in de paasvakantie/op ‘De Buitenspeeldag’ en van 10u tot 21u in de zomervakantie.
• De openbare weg die men als speelstraat wil inrichten moet tijdelijk afgesloten worden telkens tijdens dezelfde uren.
• Een speelstraat kan enkel ingericht worden als er minimaal 2 speelstraatverantwoordelijken zijn.
• De speelstraatverantwoordelijken;
o zijn de aanvragers van de speelstraat;
o zijn meerderjarig;
o wonen in de aangevraagde speelstraat;
o engageren zich voor de organisatie van de speelstraat.
• Een speelstraat kan enkel ingericht worden indien 2/3 of 67% van de bewoners akkoord gaat. Dit percentage wordt vastgelegd aan de hand van een bewonersenquête.
Elk huisnummer dat in de straat (of het deel van de straat waarvoor de aanvraag geldt) gelegen is, heeft één stem.
Voor het bepalen van het totale aantal stemmen wordt gekeken naar:
o de huisnummers die in het afgesloten deel van de speelstraat liggen of waarvan de enige toegangsweg naar de woning binnen het afgesloten deel ligt.
o Ligt er een handelszaak met retail/fysieke winkel binnen het afgesloten deel van de straat? Dan is een afzonderlijke toestemming van de handelaar nodig.
PROCEDURE
Artikel 5 Aanvraag
• De aanvraag wordt ingediend via het digitaal loket door de personen die fungeren als speelstraatverantwoordelijken.
• De aanvraag voor inrichting van een speelstraat in de paasvakantie of op ‘De Buitenspeeldag’ moet ingediend worden tussen 1 januari en 1 maart van het betrokken kalenderjaar.
• De aanvraag voor een speelstraat in de zomervakantie moet ingediend worden tussen 1 maart en 1 mei van het betrokken kalenderjaar.
• De bewonersenquête wordt als bijlage toegevoegd.
Artikel 6 Beoordeling
• De Dienst Jeugd controleert de voorwaarden verbonden aan de aanvraag.
• De Dienst Jeugd vraagt advies aan de Dienst Mobiliteit en de Politie inzake de voorwaarden betreffende het toepassingsgebied.
• Indien aan de voorwaarden onder artikel 4 voldaan wordt, legt de Dienst Jeugd de aanvraag samen met het advies van de dienst Mobiliteit en de Politie voor aan het College van Burgemeester en Schepenen.
Artikel 7 Beslissing
• Het College van Burgemeester en Schepenen neemt een beslissing op basis van het voorliggend dossier.
• De goedkeuring wordt verleend onder de voorwaarde van het ondertekenen door de speelstraatverantwoordelijken van de afsprakennota en van het naleven ervan.
• De beslissing wordt schriftelijk gecommuniceerd aan de aanvragers.
• De beslissing wordt eveneens per brief ter kennis gegeven aan alle bewoners van de speelstraat, samen met de contactgegevens van de speelstraatverantwoordelijken.
ALGEMENE BEPALINGEN
Artikel 8 Modaliteiten bij het inrichten van een speelstraat
• Een speelstraat is volledig voorbehouden voor spelende kinderen. Spelende kinderen en voetgangers hebben in de speelstraat voorrang op alle weggebruikers.
• Doorgaand gemotoriseerd verkeer is verboden.
• Alleen bestuurders van motorvoertuigen die in de straat wonen of er een garage hebben, voertuigen van de hulpdiensten en fietsers mogen - stapvoets en zeer voorzichtig - in de straat rijden. Alle bestuurders dienen hierbij voorrang te verlenen aan de spelende kinderen en moeten stoppen als dat nodig is. De bestuurders mogen de voetgangers niet in gevaar brengen en niet hinderen. Ze moeten bovendien dubbel voorzichtig zijn ten aanzien van kinderen.
• Fietsers moeten zo nodig afstappen.
• Tijdens de uren dat de openbare weg als speelstraat wordt gesignaleerd mag er speelinfrastructuur geplaatst worden mits de doorgang van toegelaten bestuurders en prioritaire voertuigen niet verhinderd wordt.
Artikel 9 Het verbod van gemotoriseerd verkeer in de speelstraat en uitzonderingen
Er geldt in de speelstraat een verbod op doorgaand gemotoriseerd verkeer. Uitzonderingen:
• Wie in de straat woont mag met een motorvoertuig de straat in, maar moet stapvoets rijden.
• Parkeren in de speelstraat is enkel mogelijk voor bewoners en garagehouders. Parkeren gebeurt zoveel mogelijk op de eigen oprit, zodat de straat zo ruim mogelijk over de ganse breedte van de weg voorbehouden blijft voor de kinderen.
• De bestuurders van de toegelaten voertuigen verplaatsen zelf de hekken en plaatsen deze nadien terug op de voorziene plaats.
• Klanten/leveranciers moeten toegang blijven hebben tot de handelaars (winkels of zelfstandigen) gelegen in de speelstraat.
VERANTWOORDELIJKHEDEN
Artikel 10
• Tussen de speelstraatverantwoordelijken en de stad Tielt worden afspraken vastgelegd in een afsprakennota.
• De speelstraatverantwoordelijken plaatsen de afsluitingen, houden toezicht op het goede verloop tijdens de speelstraaturen en zijn contactpersoon voor bewoners en stadsdiensten. Hun telefoonnummer wordt duidelijk zichtbaar aan een hekken bevestigd.
• De speelstraatverantwoordelijken zijn door de stad Tielt verzekerd voor burgerlijke aansprakelijkheid en lichamelijke ongevallen in het kader van het uitvoeren van hun functie.
• Er moeten voldoende afsluitingen geplaatst worden om de speelstraat duidelijk af te bakenen. De afsluitingen worden voorzien van een verkeersbord C3 en een onderbord met vermelding ‘speelstraat’. De uren waarbij de straat als speelstraat is ingericht, worden eveneens op het onderbord vermeld.
• De hekken en borden worden geleverd onder het toezicht en de verantwoordelijkheid van de stad Tielt als wegbeheerder.
• De speelstraatverantwoordelijken zorgen ervoor dat deze hekken correct en tijdig worden geplaatst en weggehaald tijdens de periode van de speelstraat.
• Ingeval van schade aan derden kan het stadsbestuur van Tielt niet aansprakelijk gesteld worden. De bewoners blijven aansprakelijk voor eventueel toegebrachte schade door henzelf of hun kinderen aan derden.
• Het inrichten van een speelstraat houdt op geen enkele manier kinderopvang in, maar is enkel het herdefiniëren van de openbare weg. Het ontslaat de ouders niet van het toezicht op hun kinderen.
SANCTIES
Artikel 11
Indien bewoners bepalingen van dit reglement niet naleven, kan het College van Burgemeester en Schepenen de beslissing tot het inrichten van de speelstraten intrekken. Vanaf de beslissing tot intrekking is genomen en de speelstraatverantwoordelijken hiervan schriftelijk op de hoogte zijn gebracht, kan door de betrokken bewoners geen speelstraat meer worden ingericht voor de toegestane periode.
SLOTBEPALINGEN
Artikel 12 Inwerkingtreding
Dit reglement treedt in werking op 1 januari 2026.
Artikel 13 Betwistingen
Alle betwistingen betreffende de toepassing van dit reglement worden beslecht door het college.
BEKENDMAKING
Artikel 14
Deze beslissing zal worden bekendgemaakt via de website van de stad en zal worden overgemaakt aan de Stedelijke Jeugdraad.
Artikel 3
Dit reglement treedt in werking op 01.01.2026.
Artikel 4
Dit besluit zal worden bekendgemaakt overeenkomstig artikel 286 en artikel 287 van het decreet over het lokaal bestuur van 22.12.2017.
Het decreet van 22.12.2017 over het lokaal bestuur, in het bijzonder artikel 2, artikel 40§3 en artikel 41.
Het decreet van 22.12.2017 over het lokaal bestuur in het bijzonder artikel 351.
Het decreet van 29.11.2023 houdende de organisatie en regie van buitenschoolse opvang en activiteiten (in werking vanaf 01.01.2026, met overgangsmaatregelen)
Besluit van de gemeenteraad van Tielt 03.12.2020 betreffende reglement 'wijzigen van het huishoudelijk reglement van IBO Tanneke Tielt-Aarsele en ZBKO Tanneke Kanegem' .
Besluit van de gemeenteraad van Meulebeke van 12.06.2024 betreffende reglement 'wijziging huishoudelijk reglement IBO 't Berenhuisje'.
Als gevolg van de fusie op 01.01.2025 werd het stadsbestuur Tielt door Agentschap Opgroeien erkend als één organisator voor alle opvanglocaties binnen de nieuwe fusiestad. Hoewel de uniformisering van het huishoudelijk reglement niet expliciet werd opgenomen in het fusiedraaiboek, is deze harmonisering een logisch gevolg van de fusie en een voorwaarde voor een uniforme erkenning en kwaliteitsopvolging door Agentschap Opgroeien.
Het nieuwe huishoudelijk reglement vervangt de bestaande afzonderlijke reglementen van de voormalige organisatoren en legt één eenduidig kader vast voor ouders, medewerkers en partners. Het is opgesteld in lijn met de doelstellingen en principes van het BOA-decreet (Buitenschoolse Opvang en Activiteiten) van 29 november 2023, dat gericht is op het garanderen van een laagdrempelig, inclusief, toegankelijk en kwaliteitsvol aanbod van opvang en activiteiten voor schoolgaande kinderen. Lokale besturen worden hierin aangemoedigd om als organisator of regisseur op te treden en te streven naar een uniforme en transparante werking.
Het reglement is van toepassing op alle kinderen die gebruikmaken van de buitenschoolse opvang, hun ouders of wettelijke vertegenwoordigers, alsmede op medewerkers en vrijwilligers die betrokken zijn bij de opvangactiviteiten.
Om het doel van een veilige, warme en goed georganiseerde opvang te realiseren, omvat het reglement afspraken en richtlijnen rond:
Uniform kader voor alle locaties, inclusief IBO Tanneke Tielt, IBO Tanneke Aarsele, IBO Tanneke Kanegem en IBO ’t Berenhuisje.
Duidelijk en transparant opnamebeleid, met criteria over leeftijd (2,5 jaar tot einde lagere school) en woon- of schoolbinding in Tielt.
Uniform retributiereglement, met tarieven, verminderingen, wijze van betaling en procedure bij niet-betaling.
Wederzijdse afspraken tussen opvang en gezin, met aandacht voor veiligheid, gezondheid, aanwezigheid, medicatie, kledij, persoonlijke verzorging, communicatie en dagelijkse routines.
Inclusie en gelijke kansen, met speciale focus op kleuters, kinderen uit kwetsbare gezinnen en kinderen met specifieke noden. 65% van de opvangcapaciteit wordt voorbehouden voor deze specifieke doelgroepen.
Gemeenschappelijke missie en visie, gericht op warme, toegankelijke opvang, huiselijke sfeer, het kind centraal, wederzijds respect, recht op rust, taalbeleid en aandacht voor specifieke zorgbehoeften.
Procedure rond grensoverschrijdend gedrag, om veiligheid en welzijn te waarborgen.
Monitoring en evaluatie van de werking, ter bevordering van kwaliteitsvolle opvang.
Uniforme inschrijvings- en reservatieprocedures, met aandacht voor gebruiksvriendelijkheid, en registratie van aanwezigheid.
Gelijke openingsuren en bereikbaarheid, inclusief telefonische en fysieke permanentie in IBO Tanneke Tielt van 7:00 tot 12:00 en van 14:00 tot 17:30, met specifieke openingsuren per locatie.
Het reglement werd opgesteld door de betrokken dienst en getoetst aan de erkenningsvoorwaarden en principes van het BOA-decreet. Het vormt samen met het retributiereglement, de schriftelijke overeenkomst tussen opvang en gezin en het inlichtingenformulier een uniform geheel van documenten dat de organisatie, rechten, plichten en verantwoordelijkheden duidelijk vastlegt.
Het besluit van de gemeenteraad van Tielt van 03.12.2020 betreffende 'Wijzigen van het huishoudelijk reglement van IBO Tanneke Tielt-Aarsele en ZBKO Tanneke Kanegem' en het besluit van de gemeenteraad van Meulebeke van 12.06.2024 betreffende 'Wijziging huishoudelijk reglement IBO 't Berenhuisje' dienen te worden opgeheven.
De gemeenteraad beslist:
Artikel 1
Het besluit van de gemeenteraad van Tielt van 03.12.2020 betreffende 'Wijzigen van het huishoudelijk reglement van IBO Tanneke Tielt-Aarsele en ZBKO Tanneke Kanegem' wordt opgeheven.
Artikel 2
Het besluit van de gemeenteraad van Meulebeke van 12.06.2024 betreffende 'Wijziging huishoudelijk reglement IBO 't Berenhuisje' wordt opgeheven.
Artikel 3
Het huishoudelijk reglement betreffende initiatief voor buitenschoolse kinderopvang Tanneke Aarsele, Tanneke Tielt, 't Berenhuisje en zelfstandig buitenschoolse kinderopvang Tanneke Kanegem wordt als volgt vastgesteld:
DOEL VAN HET REGLEMENT
Artikel 1
Dit huishoudelijk reglement bepaalt de interne afspraken en richtlijnen voor het functioneren van het initiatief voor buitenschoolse kinderopvang (IBO), nl. IBO Tanneke Tielt, IBO Tanneke Aarsele, IBO ’t Berenhuisje en de zelfstandige kinderopvang (ZBKO) Tanneke Kanegem – hierna verder kinderopvang Tanneke - ’t Berenhuisje genoemd.
Het reglement heeft tot doel duidelijkheid te scheppen over de werking, verantwoordelijkheden, rechten en plichten van de betrokken gebruikers, en een vlotte en transparante samenwerking te bevorderen.
CONTACTGEGEVENS
Artikel 2
Voor meer informatie over dit reglement kan u terecht bij de coördinator van de kinderopvang Tanneke - ’t Berenhuisje. De coördinator coördineert de activiteiten, heeft leiding over het personeel en onderhoudt contacten met ouders, het ruime publiek en externe instanties. De coördinator is te bereiken via 051 82 68 74 of per mail naar kinderopvang@tielt.be.
Het organiserend bestuur van de kinderopvang Tanneke- ‘t Berenhuisje is:
Stad Tielt
Markt 13, 8700 Tielt
051 82 66 00
www.tielt.be
BEGUNSTIGDEN/KLANTEN
Artikel 3
Dit huishoudelijk reglement is van toepassing op alle gezinnen en hun kinderen die gebruikmaken van de werking van de kinderopvang Tanneke - ’t Berenhuisje.
OPNAMEVOORWAARDEN
Artikel 4
In de kinderopvang Tanneke - ’t Berenhuisje kunnen kinderen vanaf 2,5 jaar tot het einde basisschool terecht voor voorschoolse en naschoolse opvang, vakantieopvang en opvang op schoolvrije dagen. De kinderopvang Tanneke - ’t Berenhuisje staat open voor alle kinderen uit het kleuter- en lager onderwijs, die aan min. 1 van de 2 voorwaarden voldoen:
▪ De kinderen lopen school op het grondgebied van Tielt
▪ Het gezin of één van beide ouders is woonachtig op het grondgebied van Tielt
LOCATIES EN OPENINGSUREN
Artikel 5
5.1 Locaties
Het stadsbestuur Tielt organiseert buitenschoolse kinderopvang op de volgende 4 locaties:
IBO Tanneke Tielt
Belgiëlaan 2, 8700 Tielt
T 051 82 68 70
IBO Tanneke Aarsele
Jules van Ooststraat 43, 8700 Aarsele
T 051 82 68 71
ZBKO Tanneke Kanegem
Kanegemstraat 168, 8700 Kanegem
T 051 82 68 72
IBO ’t Berenhuisje
Karel van Manderstraat 26B, 8700 Tielt
T 051 82 68 73
Bovenstaande locaties zijn erkend door het Agentschap Opgroeien en voldoen bijgevolg aan alle kwaliteitseisen ter zake.
5.2 Openingsuren en sluitingsdagen
Op weekdagen is er dagelijks telefonische en fysieke permanentie in IBO Tanneke Tielt van 7:00 tot 12:00 en van 14:00 tot 17:30.
Openingsuren van de locaties tijdens het schooljaar:
|
|
Maandag |
Dinsdag |
Woensdag |
Donderdag |
Vrijdag |
| Tanneke Tielt |
6:30 tot 8:30 15:30 tot 19:00 |
6:30 tot 8:30 15:30 tot 19:00 |
6:30 tot 8:30 10:45 tot 19:00 |
6:30 tot 8:30 15:30 tot 19:00 |
6:30 tot 8:30 14:30 tot19:00 |
| Tanneke Aarsele |
6:30 tot 8:30 16:00 tot 19:00 |
6:30 tot 8:30 16:00 tot 19:00 |
6:30 tot 8:30 11:30 tot 19:00 |
6:30 tot 8:30 16:00 tot 19:00 |
6:30 tot 8:30 15:00 tot 19:00 |
| Tanneke Kanegem |
|
|
6:30 tot 8:30 11:30 tot 19:00 |
|
|
| ’t Berenhuisje |
6:30 tot 8:30 15:30 tot 19:00 |
6:30 tot 8:30 15:30 tot 19:00 |
6:30 tot 8:30 12:00 tot 19:00 |
6:30 tot 8:30 15:30 tot 19:00 |
6:30 tot 8:30 15:30 tot 19:00 |
|
|
Maandag |
Dinsdag |
Woensdag |
Donderdag |
Vrijdag |
| Tanneke Tielt |
6:30 tot 19:00 |
6:30 tot 19:00 |
6:30 tot 19:00 |
6:30 tot 19:00 |
6:30 tot 19:00 |
| Tanneke Aarsele |
6:30 tot 19:00 |
6:30 tot 19:00 |
6:30 tot 19:00 |
6:30 tot 19:00 |
6:30 tot 19:00 |
| Tanneke Kanegem |
6:30 tot 19:00 |
6:30 tot 19:00 |
6:30 tot 19:00 |
6:30 tot 19:00 |
6:30 tot 19:00 |
| ’t Berenhuisje |
6:30 tot 19:00 |
6:30 tot 19:00 |
6:30 tot 19:00 |
6:30 tot 19:00 |
6:30 tot 19:00 |
Openingsuren van de locaties tijdens schoolvakanties en op schoolvrije dagen
Opvang wordt voorzien op schoolvrije dagen en tijdens vakantieperiodes. De organisatie behoudt zich het recht voor om, in functie van het aantal inschrijvingen en de beschikbaarheid van begeleiders, de locatie van de opvang vast te stellen. Dit gebeurt steeds onder voorbehoud van organisatorische wijzigingen.
Sluitingsdagen en -periodes
Sluitingsperiodes worden per locatie vastgelegd en ten laatste een maand op voorhand aan de ouders gemeld. Overige sluitingsdagen worden minstens 14 dagen vooraf aangekondigd via e-mail en/of het ouderportaal Kwandoo en/of het ouderportaal Tjek® en/of aan de toegangsdeur. Alle afdelingen van de kinderopvang Tanneke – ’t Berenhuisje zijn gesloten op officiële feestdagen en tijdens het weekend.
MISSIE EN VISIE
Artikel 6
6.1 Missie
De kinderopvang Tanneke – ’t Berenhuisje staat in voor kwalitatieve buitenschoolse opvang van kleuters en lagere schoolkinderen. Onze opvang streeft ernaar om een warme tweede thuis te zijn, een plek waar kinderen zich veilig, welkom en geborgen voelen.
Kinderen zijn het kloppende hart van onze werking. We bieden hun ruimte om vrij te spelen, nieuwe dingen te ontdekken, creatief te zijn en vooral plezier te maken. Ik durf, ik mag, ik kan is ons uitgangspunt: kinderen krijgen kansen om zichzelf te zijn, om fouten te maken, om te leren en om te groeien op hun eigen tempo.
Onze opvang draait niet alleen om kinderen, maar ook om samenwerking met ouders, scholen, begeleiders en partners. Samen trekken we aan hetzelfde zeil en bouwen we aan een plek waar respect, empathie, inclusie, verbondenheid en fun centraal staan. Zo kunnen ouders hun kinderen met een gerust hart aan ons toevertrouwen.
6.2 Visie
De kinderopvang Tanneke- ‘t Berenhuisje richt zich tot de schoolgaande kinderen van het kleuter- en lager onderwijs die opvang wensen. Kleuters (minstens 2,5 jaar oud) mogen ten vroegste gebruik maken van de buitenschoolse opvang de vakantie voorafgaand aan de schoolstart.
De kinderopvang Tanneke- ‘t Berenhuisje wenst alle kinderen op te vangen en discrimineert niemand op basis van cultuur, afkomst, nationaliteit, geslacht, geloof of levensovertuiging.
De belangrijkste speerpunten binnen onze werking zijn:
Welbevinden en veiligheid – We streven ernaar dat elk kind zich fysiek en mentaal veilig en geborgen voelt. Regels en afspraken zorgen voor duidelijkheid en rust.
Spel en ontwikkeling – Kinderen ontdekken en leren via (vrij)spel. We bieden een breed spelaanbod aan waarin vrije keuze, creativiteit, experimenteren en plezier centraal staan.
Huiswerk en rustmomenten – We voorzien de mogelijkheid voor kinderen om in een rustige omgeving huiswerk te maken of te studeren, waarbij we inspelen op hun individuele noden. Deelname is nooit verplicht.
Wederzijds respect – Wederzijds respect is een basishouding in de opvang. Begeleiders gaan op een informele en persoonlijke manier om met de kinderen. Er wordt verwacht van alle kinderen dat ze respectvol omgaan met elkaar en met het spelmateriaal.
Inclusie – Ieder kind is uniek. We hebben oog voor diversiteit en bieden ook kinderen met specifieke zorgbehoeften een plek. Elk kind hoort erbij en mag er zijn zoals het is.
Samenwerking met partners – Kinderen krijgen de kans om vanuit de opvang deel te nemen aan externe activiteiten (bv. sport, cultuur, muziek), mits dit praktisch en veilig kan binnen de mogelijkheden van de werking en het team.
Communicatie in het Nederlands – Alle communicatie binnen het team en met ouders en kinderen gebeurt in het Nederlands, omdat dit de verbindende taal is in onze opvang.
We zetten actief in op het stimuleren van de Nederlandse taal bij kinderen. Via spel, verhalen, voorlezen, gesprekken, liedjes en dagelijkse interacties bieden we een rijke taalomgeving, zodat elk kind kansen krijgt om zijn of haar taalvaardigheid te versterken. Dit doen we met respect voor de thuistaal van kinderen en ouders.
6.2.1Pedagogisch beleid
Wij geloven dat kinderen het best tot hun recht komen in een omgeving die voelt als een gezellige en veilige haven, een tweede thuis. Daarom creëren we een huiselijke sfeer waar kinderen zichzelf mogen zijn en waar vertrouwen, warmte en structuur hand in hand gaan. Dit betekent dat er rekening wordt gehouden met de capaciteiten van elk kind.
De opvang in grote groepen wordt zoveel mogelijk vermeden. Kinderen worden waar mogelijk opgedeeld in subgroepen. Af en toe wordt opvang georganiseerd in leeftijdsgemengde groepen omdat dit de sociale ontplooiing van de kinderen ten goede komt.
Op vakantiedagen, woensdagnamiddag en schoolvrije dagen is er een geleid activiteitenaanbod. Er wordt gestreefd naar een gevarieerd activiteitenaanbod dat zich richt op de verschillende leeftijdsgroepen. Tijdens vakantiedagen wordt op geregelde tijdstippen op uitstap gegaan. Kinderen kunnen vrij deelnemen aan activiteiten en uitstappen.
Zowel voor kleuters als voor kinderen uit de lagere school is er voldoende spelmateriaal aanwezig.
In onze werking hechten we veel belang aan kinderparticipatie. De kinderen worden op regelmatige basis betrokken bij het opvanggebeuren. Zowel op het vlak van de algemene werking als bij activiteiten wordt met de kinderen overlegd. De afspraken met de kinderen en de belangrijkste afspraken over werking van de opvang worden samen met de kinderen in de huisregels genoteerd.
Onze begeleiders vormen een hecht en professioneel team dat op een warme, speelse en respectvolle manier met kinderen omgaat. Ze blijven zich ontwikkelen via vorming en reflectie, zodat de opvang voortdurend kwaliteitsvol blijft. Samen zorgen we ervoor dat kinderen met plezier naar ons toekomen en elke dag met mooie ervaringen naar huis gaan.
6.2.2 Kinderen met een specifieke behoefte
Kinderen met een fysieke, psychische of sociale beperking of andere zorgnoden zijn welkom. Bij de inschrijving is het belangrijk dat ouders melden als hun kind een specifieke zorgbehoefte heeft. Dat kan bijvoorbeeld gaan om een fysieke of mentale beperking, psychologische begeleiding, gedragsmoeilijkheden of het volgen van bijzonder onderwijs. Zo kunnen we van bij de start bekijken welke ondersteuning nodig is en wat haalbaar is binnen onze werking.
Het opvangtraject verloopt in nauwe samenwerking met de coördinator en de pedagogisch coach. Tijdens dit traject wordt regelmatig overleg gepland om te bekijken hoe het met het kind, de groep en de begeleiders gaat. Op basis van deze gesprekken kunnen afspraken worden bijgestuurd waar nodig. We stemmen waar mogelijk onze aanpak af op de mogelijkheden en grenzen van het kind. Daarbij werken we nauw samen met de ouders en, waar nodig, met externe partners of diensten. Samen zoeken we naar haalbare aanpassingen, zodat elk kind zich op zijn of haar manier kan ontwikkelen.
Elke opvang start met een proefperiode van één maand. Na die periode wordt samen met de ouders geëvalueerd of de opvang verdergezet kan worden. Als blijkt dat de draagkracht van het kind, de groep of het team te sterk onder druk komt te staan, kan – in overleg met de ouders en het bestuur – beslist worden om de opvang tijdelijk of definitief stop te zetten.
6.2.3 Samenwerking met ouders
Wij erkennen ouders als eerste opvoeders en hechten veel belang aan hun vragen, suggesties en bedenkingen. De begeleiding, pedagogisch coach en coördinator staan open voor overleg en gesprekken met ouders. Ouders worden via verschillende kanalen geïnformeerd over de werking, zoals:
Mondelinge communicatie bij brengen en afhalen
Digitale berichten via e-mail of het ouderportaal
Sociale media “facebook – website stad Tielt”
Nieuwsbrieven en infomateriaal (affiches, flyers…)
Ouderavonden en themabijeenkomsten.
Zo zorgen we ervoor dat ouders altijd op de hoogte zijn en een actieve rol kunnen spelen in de opvang van hun kind.
6.2.4 Gescheiden ouders en nieuw samengestelde gezinnen
Gescheiden ouders kunnen elk hun eigen dossier laten opmaken. Zo ontvangt elke ouder zijn factuur op basis van inschrijving, zijn eigen fiscaal attest en alle informatie die verstuurd wordt per e-mail/ per post.
Bij kinderen waarvan de ouders gescheiden zijn, wordt door de ene ouder soms gevraagd om het kind tijdens de week waarin het kind bij hem/haar verblijft niet te laten meegaan met de andere ouder. Wettelijk gezien kan de begeleiding niet weigeren om een kind met één van de ouders mee te geven, tenzij er een uitspraak van de rechtbank is en de kinderopvang Tanneke- ‘t Berenhuisje over een bewijs van deze uitspraak beschikt.
Het kan voorvallen dat de wisseling van de ene ouder naar de andere ouder op een weekdag plaatsvindt waardoor de kinderen heel wat materiaal mee hebben naar school. Om de veiligheid van alle kinderen te bewaren tijdens de verplaatsing naar de opvanglocatie is het voor de begeleiding niet mogelijk om koffers of ander materiaal mee te nemen naar de opvanglocatie. We bieden de mogelijkheid om koffers en ander materiaal tijdens de openingsuren van de locatie binnen te brengen zodat ze ’s avonds meegenomen kunnen worden door de andere ouder.
PROCEDURES EN TIMING INSCHRIJVINGEN
Artikel 7
7.1 Inschrijfprocedure
Enkel wie ingeschreven is, kan gebruik maken van de kinderopvang Tanneke- ‘t Berenhuisje. Kinderen kunnen gebruik maken van de opvang vanaf de vakantie voorafgaand aan de 1ste schooldag van het kind, mits ze 2,5 jaar oud zijn.
Ouders die gebruik wensen te maken van IBO Tanneke Aarsele, IBO Tanneke Tielt en ZBKO Tanneke Kanegem kunnen hun kinderen online registreren op https://tielt.kwandoo.com of contact opnemen via kinderopvang@tielt.be of bellen naar 051 82 68 70, vanaf het schooljaar waarin het kind met school start.
Ouders die wensen gebruik te maken van IBO ’t Berenhuisje kunnen hun kind inschrijven aan de hand van het inschrijvingsformulier. Het inschrijfformulier is beschikbaar op www.tielt.be of te verkrijgen in IBO ’t Berenhuisje of door contact op te nemen via kinderopvang@tielt.be vanaf het schooljaar waarin het kind met school start.
Om de registratie af te ronden, moeten de ouders langs te komen in één van de locaties, het liefst de locatie waar hun kind zal worden opgevangen, tijdens de openingsuren. Tijdens dit bezoek wordt het huishoudelijk reglement overlopen en worden individuele wensen en noden besproken en vastgelegd in het persoonlijke dossier. Bij de ondertekening van de schriftelijke overeenkomst verklaart de ouder zich akkoord met het huishoudelijk reglement.
Daarnaast kunnen ouders en hun kind kennismaken met de infrastructuur, de werking en de aanwezige begeleiding. Hierbij krijgen ouders een zicht op de werking en visie. Om als ouder een goed beeld te kunnen vormen van de geboden opvang, gebeurt de rondleiding best tijdens de opvanguren van de kinderopvang.
Gezinnen die al gebruikmaken van de kinderopvang en die een extra kind willen inschrijven, vullen het inlichtingenformulier in (IBO ’t Berenhuisje) of registeren hun kind op https://tielt.kwandoo.com (IBO Tanneke Aarsele &Tielt, ZBKO Tanneke Kanegem). Daarnaast komen ze naar de locatie waar hun kind zal worden opgevangen en vullen aan de balie de naam van het nieuwe kind aan op de schriftelijke overeenkomst van het gezin.
Eens het inschrijvingsformulier of de registratie op Kwandoo en de schriftelijke overeenkomst zijn ingediend, is het nieuwe kind ingeschreven en kan het gebruikmaken van de kinderopvang Tanneke- ‘t Berenhuisje.
Door hun kind in te schrijven in de kinderopvang Tanneke-’t Berenhuisje gaan de gezinnen akkoord met het huishoudelijk reglement. Wijzigingen aan het huishoudelijk reglement deelt de dienst buitenschoolse kinderopvang zo vlug mogelijk aan de gezinnen mee.
7.2 Procedure en timing reserveren en annuleren van opvangmomenten
Om hoogstaande kwalitatieve opvang aan te bieden en de veiligheid van het kind te garanderen dient de kinderopvang Tanneke- ‘t Berenhuisje vooraf te weten hoeveel kinderen er tijdens de verschillende opvangmomenten in de verschillende locaties zullen aanwezig zijn, dit om voldoende begeleiding te kunnen inzetten.
De opvangplaatsen in de locaties van de kinderopvang Tanneke- ‘t Berenhuisje zijn beperkt in functie van de erkenning door Agentschap Opgroeien, de BOA doelstellingen en de doelstellingen van de opvang. Hierdoor hanteren we bij het verdelen van de plaatsen de volgende voorrangsregels in de 4 locaties.In elke locatie wordt 65% van de plaatsen voorbehouden volgens onderstaande prioriteiten:
Voorrang voor kleuters.
Voorrang voor kinderen uit kwetsbare gezinnen, ongeacht hun leeftijd (voetnoot 1)
Voorrang voor kinderen met een specifieke zorgbehoefte, ongeacht hun leeftijd.
7.2.1 Reserveren en annuleren tijdens het schooljaar (incl. schoolvrije dagen)
Enkel kinderen voor wie een plaats is gereserveerd in de voorschoolse en/ of naschoolse opvang of een schoolvrije dag kunnen naar de kinderopvang Tanneke- ‘t Berenhuisje komen. Wie niet op de aanwezigheidslijst staat bij afhalen op school wordt niet meegenomen naar de locatie.
Voetnoot 1 Kwetsbare gezinnen zijn gezinnen die extra ondersteuning krijgen en/of die worden toegeleid door de dienst Welzijn, Huis van het Kind, brugfiguren of erkende organisaties.
Ouders kunnen zelf een plaats reserveren voor hun kind(eren) tijdens het schooljaar tot 1 dag voor het opvangmoment. Wanneer er geen beschikbare plaatsen meer zijn, komen de kinderen terecht op een reservelijst. Kinderen op de reservelijst staan kunnen niet naar de opvang komen.
Een plaats reserveren voor het IBO Tanneke Aarsele, IBO Tanneke Tielt en het ZBKO Tanneke Kanegem gebeurt via https://tielt.kwandoo.com.
Een plaats reserveren voor IBO ’t Berenhuisje gebeurt via het ouderportaal Tjek® https://ouderportaal.tjek.be (e-mail met link en code)
Een annulering moet per e-mail te worden verstuurd naar kinderopvang@tielt.be. Tijdens het schooljaar is annuleren kosteloos tot 2 dagen voor de gereserveerde opvang. Bij laattijdige verwittiging of niet verwittigen, wordt een annulatievergoeding (voetnoot 2) aangerekend.
Bij ziekte kan kosteloos geannuleerd worden op de reservatie dag zelf. Een annulering omwille van ziekte kan per mail naar kinderopvang@tielt.be of telefonisch op het nummer 051 82 68 70. De opvang moet echter voor het einde van het opvangmoment (voorschools en/of naschools) op de hoogte gesteld worden van de ziekte/de afwezigheid. Op schooldagen is het niet noodzakelijk om een doktersattest binnen te brengen, op schoolvrije dagen wel.
Per kind worden per schooljaar drie dagen respijt toegekend voor schooldagen en schoolvrije dagen. Hiermee kan, wegens onvoorziene omstandigheden, alsnog kosteloos geannuleerd worden.
7.2.2 Reserveren en annuleren van vakantiedagen
Enkel kinderen voor wie een plaats is gereserveerd op een vakantiedag kunnen naar de kinderopvang Tanneke- ‘t Berenhuisje komen.
Ouders kunnen zelf hun kind(eren) inschrijven voor vakantiedagen tijdens de inschrijfperiodes. Wanneer er geen beschikbare plaatsen meer zijn, komen de kinderen terecht op een reservelijst. Kinderen op de reservelijst staan kunnen niet naar de opvang komen.
Tijdens de vakantie kan in IBO Tanneke Aarsele en Tielt, ZBKO Tanneke Kanegem en IBO ’t Berenhuisje ingeschreven worden voor een voormiddag (6u30 - 13u00) en/of namiddag (13u00 – 19u00). Kinderen ingeschreven in de voormiddag dienen ten laatste worden afgehaald om 13u30. Kinderen inschreven in de namiddag kunnen ten vroegste om 12u30 aankomen in de opvang.
Een annulering moet per e-mail te worden verstuurd naar kinderopvang@tielt.be en is kosteloos bij kleine vakanties tijdens de inschrijfperiode.
Tijdens de grote vakantie kan t.e.m. 15 juni kosteloos geannuleerd worden voor opvang in de maand juli en t.e.m. 15 juli voor opvang in de maand augustus.
Na deze periodes kan enkel kosteloos geannuleerd worden bij ziekte van het kind met een doktersattest, bij ziekte van een ouders met doktersattest of via een attest ‘tijdelijke werkloosheid’. Het attest geldt voor alle leden van het gezin om kosteloos te annuleren.
Bij laattijdige verwittiging of niet verwittigen, wordt een annulatievergoeding aangerekend. Het doktersattest moet binnen de 5 dagen worden bezorgd. Het attest ‘tijdelijke werkloosheid’ moet binnen de maand binnengebracht worden.
Per kind worden per schooljaar drie dagen respijt toegekend voor vakantie dagen. Hiermee kan, wegens onvoorziene omstandigheden, alsnog kosteloos geannuleerd worden.
Voetnoot 2 Een overzicht van de annulatievergoedingen, zie bijlage 1 in het retributiereglement
7.2.3 Occasionele opvang
Bij een duidelijk aantoonbare noodsituatie kan een kind voor een korte periode een opvangplaats toegewezen krijgen. Enkele voorbeelden hiervan zijn:
Als ouder start u plots met een opleiding
Als ouder werkt u niet en vindt plots werk
Als ouder neemt u deel aan een sollicitatiegesprek
Er is een acute crisissituatie in het gezin
U gezin heeft nood aan een korte draaglastvermindering
Opvang buiten gezin is wenselijk voor kind omwille van sociale of pedagogische redenen.
Als u onder een van voorgaande voorwaarden valt, gelieve dit te bespreken met de coördinator. In de kinderopvang Tanneke- ‘t Berenhuisje worden in elke locatie een beperkt aantal opvangplaatsen voorbehouden voor occasionele opvang. De duur van de occasionele opvang bedraagt 3 maanden. In uitzonderlijke situaties kan deze duur nogmaals met 3 maanden worden verlengd.
OUDERBIJDRAGEN (voetnoot 3)
Artikel 8
De ouderbijdrage voor de buitenschoolse kinderopvang is vastgelegd in het retributiereglement.
Gebruikers zijn een vergoeding (retributie) verschuldigd op basis van de effectief geregistreerde aanwezigheidsduur van hun kind(eren) in de buitenschoolse kinderopvang. Afhankelijk van de dag van opvang (schooldag of vakantiedag of schoolvrije dag) gelden verschillende tarieven, zoals nader bepaald in het retributiereglement. Deze tarieven kunnen jaarlijks worden aangepast in functie van de gezondheidsindex.
Naast de ouderbijdrage op basis van aanwezigheidsduur kan een aanvullende ouderbijdrage worden aangerekend voor extra activiteiten of diensten, waaronder onder meer uitstappen, lunch, aanwezigheid zonder reservatie …
Verder wordt een annulatievergoeding aangerekend wanneer:
Geen gebruik wordt gemaakt van gereserveerde opvang zonder effectieve aanwezigheid
De opvang niet tijdig wordt geannuleerd volgens de geldende bepalingen
De tarieven en toepassingsmodaliteiten van deze vergoedingen zijn opgenomen in het retributiereglement.
WEDERZIJDSE AFSPRAKEN
Artikel 9
9.1 Schriftelijke overeenkomst
Bij inschrijving wordt een schriftelijke overeenkomst afgesloten. De schriftelijke overeenkomst is bindend voor zowel de ouders, als de kinderopvang Tanneke- ‘t Berenhuisje. De mogelijke opzegmodaliteiten voor de opvang staan hierin geregeld. Elke ouder ontvangt een exemplaar van de schriftelijke overeenkomst.
9.2 Inlichtingenfiche en het aanwezigheidsregister
Voetnoot 3 Een overzicht van de tarieven, zie bijlage 1 in retributiereglement
Bij de registratie van nieuwe kinderen wordt gevraagd om een inlichtingsfiche in te vullen. Hier vragen we alle relevante informatie m.b.t. het kind, o.a. de gewoontes en eigenheden van het kind, belangrijke medische gegevens, telefoonnummers waarop ouders bereikbaar zijn, hun wensen, enz. Wijzigingen in de bestaande gezinssituatie dienen zo snel mogelijk worden meegedeeld aan de kinderopvang Tanneke- ’t Berenhuisje via mail naar kinderopvang@tielt.be.
Ouders die gebruik maken van de locaties Tanneke Tielt, Tanneke Aarsele en Tanneke Kanegem kunnen ten alle tijde hun gegevens controleren en up to date houden via hun klantenzone op Kwandoo.
De kinderopvang Tanneke- ‘t Berenhuisje houdt een schriftelijk en/ of digitaal aanwezigheidsregister bij afhankelijk van de locatie. Daarin staat voor elk kind het uur van aankomst en vertrek per dag.
9.3 Facturatie van de opvang
Na het verstrijken van de maand worden alle aanwezigheden en extra’s gefactureerd.
De betaling gebeurt binnen de 30 kalenderdagen door overschrijving of domiciliëring van het verschuldigde bedrag. De mededeling moet correct overgenomen te worden. Als er geen mededeling genoteerd werd, is het niet altijd mogelijk om te achterhalen welke factuur betaald werd en kan voor deze factuur een aanmaning uitgestuurd worden.
Ouders die gebruikmaken van de locaties Tanneke Tielt, Tanneke Aarsele en Tanneke Kanegem kunnen via Kwandoo hun facturen en de betaalstatus raadplegen.
Ouders die gebruik maken van IBO ’t Berenhuisje kunnen hun betaalstatus navragen via kinderopvang@tielt.be.
Als ouders een fout vaststellen in de factuur, kan contact opgenomen worden met de administratieve medewerker via kinderopvang@tielt.be of op het nummer 051 82 68 70. Eventuele fouten worden rechtgezet in een volgende factuur of er wordt hiervoor een creditnota opgemaakt.
Bij het niet betalen van de factuur ontvangen de ouders een eerste aanmaning verstuurd door de financiële dienst van de stad Tielt. Daarna volgt een tweede aanmaning en tenslotte volgt een aangetekend schrijven. Bij dit aangetekend schrijven worden extra administratiekosten aangerekend. Blijft de factuur onbetaald, dan wordt het kind geweigerd van verdere opvang tot alle openstaande facturen betaald zijn en wordt de gerechtsdeurwaarder ingeschakeld
9.4 Fiscale attesten
De kosten voor de kinderopvang tot 12 jaar zijn fiscaal aftrekbaar. Hiervoor wordt aan de ouders voor de dagen dat de kinderen betalend aanwezig waren in de kinderopvang een fiscaal attest afgeleverd. Dit fiscaal attest omvat niet de bijkomende kosten of annulatiekosten, enkel de betaalde basisbijdrage voor opvang.
PRAKTISCHE AFSPRAKEN
Artikel 10
10.1 Brengen en ophalen van kinderen
Kinderen kunnen vanaf het openingsuur naar de kinderopvang Tanneke-’t Berenhuisje worden gebracht en dienen ten laatste vijf minuten voor sluitingstijd te worden afgehaald.
Bij het brengen van de kinderen wordt van ouders verwacht dat zij het kind effectief begeleiden tot in het gebouw en hun aanwezigheid melden aan de begeleiding, tenzij het kind zelfstandig naar de opvang komt.
In IBO Tanneke Tielt kunnen kinderen aankomen tussen 6u30 en 7u45, in IBO Tanneke Aarsele en IBO ’t Berenhuisje tussen 6u30 en 8u00.
Na deze tijdstippen is begeleiding naar school niet meer mogelijk.
Tijdens het brengen of ophalen kan de begeleiding nuttige informatie uitwisselen met de ouders.
Wanneer ouders merken dat ze niet tijdig kunnen afhalen, dienen ze onmiddellijk telefonisch contact op te nemen met het IBO. Bij laattijdige afhaling zonder verwittiging of geldige reden wordt een boete per begonnen kwartier per kind aangerekend, zoals opgenomen in het retributiereglement. Herhaald laattijdig ophalen kan aanleiding geven tot een gesprek met de coördinator en eventueel verdere maatregelen.
10.1.1 Procedure aan- en afmelden Tanneke Tielt, Tanneke Aarsele en Tanneke Kanegem
Ouders melden hun kind persoonlijk aan bij de begeleiding bij het brengen. Bij afhaling melden ouders zich opnieuw aan bij de begeleiding. Ouders ondertekenen het aanwezigheidsregister. Deze registratie geldt als basis voor de facturatie. De betaling van de factuur geldt als bevestiging van de geregistreerde opvangmomenten.
Wanneer een aankomst of een vertrek niet wordt gemeld, wordt de aanwezigheid automatisch geregistreerd volgens de maximale aanwezigheid, namelijk binnen de openingsuren van het opvangmoment op die dag
10.1.2 Procedure aan- en afmelden ’t Berenhuisje
Ouders melden hun kind persoonlijk aan bij de begeleiding en registreren de aanwezigheid van hun kind met de badge aan de scanner bij het brengen. Bij afhalen melden ouders zich opnieuw aan bij de begeleiding en registeren ze de aanwezigheid van hun kind met de badge aan de scanner bij het afhalen. Deze registraties gelden als basis voor de facturatie. De betaling van de factuur geldt als bevestiging van de geregistreerde opvangmomenten.
Wanneer een aankomst of een vertrek niet wordt gemeld, wordt de aanwezigheid automatisch geregistreerd volgens de maximale aanwezigheid, namelijk binnen de openingsuren van het opvangmoment op die dag
10.2 Personen die het kind mogen afhalen
Enkel personen vermeld op het inlichtingenformulier of in het reservatiesysteem mogen een kind ophalen.
Als een andere persoon het kind komt afhalen, moet dit vooraf worden gemeld via het reservatiesysteem, per e-mail of schriftelijke nota.
Elke persoon die een kind ophaalt, moet zich kunnen identificeren.
Wanneer een ouder of andere persoon geen afhalingsrecht heeft (bijv. door een gerechtelijke beslissing), moet de ouder dit schriftelijk aan de kinderopvang Tanneke- ‘t Berenhuisje meedelen, met bewijsstukken.
Wijzigingen in gezinssamenstelling, ouderlijk gezag of bezoekregeling moeten onmiddellijk worden gemeld
10.3 Zelfstandig aankomen of vertrekken
Ouders kunnen toelaten dat hun kind zelfstandig de kinderopvang Tanneke- ’t Berenhuisje verlaat of er zelfstandig aankomt. Deze toestemming wordt vastgelegd via het formulier “De opvang verlaten” of via het ouderportaal.
Zelfstandig naar huis: Kinderen mogen enkel zelfstandig naar huis gaan mits ouderlijke toestemming. Ze volgen steeds de kortste en veiligste weg. Enkel in dat geval is het kind verzekerd voor lichamelijke ongevallen.
Deelname aan activiteiten: Kinderen die de kinderopvang Tanneke- ’t Berenhuisje verlaten voor een activiteit (sport, jeugdbeweging, muziekles …) vallen niet langer onder de verantwoordelijkheid van de kinderopvang Tanneke- ’t Berenhuisje.
10.4 Ziekte
Een ziek kind kan niet naar kinderopvang Tanneke- ’t Berenhuisje komen of blijven, omwille van de gezondheid van het kind in kwestie als van de overige kinderen en de begeleiding. Om zowel uw kind als de andere kinderen en de begeleiding te beschermen, wordt aan ouders gevraagd de kinderopvang te informeren over alle- ook niet onmiddellijk zichtbare- medische problemen. Zo kan de kinderopvang beter de mogelijke gevaren inschatten en met de nodige waakzaamheid handelen. Is er een besmettelijke ziekte in de kinderopvang Tanneke – ‘t Berenhuisje, dan verwittigt de opvang u. Om de privacy van de ouders en het kind te beschermen, zijn deze waarschuwingen anoniem. Ouders dienen medische informatie, waaronder allergieën, op het inlichtingenformulier te noteren.
Wanneer een kind ziek wordt tijdens de opvang:
De begeleiding verwittigt de ouders en spreekt af over afhaling.
Als de ouders niet bereikbaar zijn, worden de noodcontacten verwittigd.
In dringende gevallen wordt medische hulp ingeschakeld.
Een kind wordt niet toegelaten bij:
Diarree met koorts of bloederige ontlasting;
Braken met algemene malaise;
Zware hoest met koorts of lusteloosheid;
Koorts boven 38,5°C met andere symptomen;
Algemene toestand die deelname aan activiteiten verhindert.
Afwezigheden door ziekte moeten via kinderopvang@tielt.be worden gemeld. Tijdens vakantieperiodes en bij een schoolvrije dag moet een doktersattest binnen de vijf dagen te worden bezorgd. Wanneer de opvang niet op de hoogte wordt gebracht van de afwezigheid van het kind, zal een kost aangerekend worden.
10.5 Medicatie
In principe wordt er geen medicatie toegediend in de kinderopvang Tanneke- ’t Berenhuisje. Uitzonderlijk kan hiervan worden afgeweken, dit kan evenwel op medisch voorschrift. Er wordt gevraagd om op het voorschrift of de originele verpakking medicatie duidelijk het onderstaande te vermelden:
Naam van het kind
Datum van het voorschrift
Naam medicijn
Dosering en toedieningswijze
Tijdstip en duur van de behandeling
Naam van de arts
Medicatie wordt enkel toegediend door de begeleiding als het voorschrift in orde is en als de medicatie in de originele verpakking wordt aangeboden aan het de kinderopvang Tanneke- ’t Berenhuisje.
In dringende gevallen kan, met ouderlijke toestemming, éénmalig een koortswerend middel worden toegediend.
10.6 Maaltijden en tussendoortjes
Kinderen kunnen hun ontbijt meebrengen en nuttigen als ze voor 07:30 in de kinderopvang Tanneke- ’t Berenhuisje aanwezig zijn.
Naschools, op woensdagnamiddag en op schoolvrije- en vakantiedagen voorzien we vaste momenten waarop de kinderen een tussendoortje kunnen eten.
Kinderen krijgen op schooldagen een vieruurtje en een drankje. Op vakantiedagen en schoolvrije dagen voorziet de kinderopvang Tanneke- ’t Berenhuisje een tussendoortje en een drankje om 10:00 en om 16:00. We streven zoveel mogelijk naar gezonde tussendoortjes en drankjes.
Gezonde tussendoortjes, zoals seizoen fruit of groenten, yoghurt of platte kaas, boterhammen en af en toe eens een koekje, zitten inbegrepen in de opvangprijs.
Op woensdagmiddag en op schoolvrije- en vakantiedagen brengen de kinderen zelf een lunchpakket mee van thuis. De kinderopvang Tanneke- ’t Berenhuisje voorziet geen maaltijden, enkel verse soep. De verse soep is inbegrepen in de opvangprijs.
De kinderen kunnen tijdens het opvangmoment onbeperkt water drinken.
Allergieën
Geef mogelijke allergieën steeds door aan het de kinderopvang Tanneke- ’t Berenhuisje. Dit is zowel belangrijk voor tussendoortjes en drankjes als voor kookactiviteiten. Allergieën worden per kind bijgehouden. Wanneer aangegeven wordt dat een kind allergisch is aan een bepaalde stof zal het kind niets van deze stof krijgen. Het is aldus niet mogelijk om aan te geven dat het kind allergisch is aan melk, maar wel melk of pudding mag eten omdat het dit lekker vindt.
10.7 Huisregels
Kledij
Tijdens de opvang ligt de nadruk op het spel van de kinderen. Na een dagje school, op woensdagnamiddag en op schoolvrije dagen hebben kinderen er echt behoefte aan om zich uit te leven. Klimmen, lopen, ravotten, fietsen, knutselen, sporten enz.… het staat allemaal op het opvangmenu. Zorg ervoor dat de kinderen zo gekleed zijn dat ze zich in het spel kunnen uitleven. Dure merkkledij en zondagse kledij zijn dus uit den boze.
Om verloren voorwerpen te vermijden vragen we om de jassen, boekentassen, brooddozen en andere waardevolle voorwerpen te naamtekenen.
Als uw kind nog niet volledig zindelijk is, gelieve dit mee te delen aan de begeleiding en voldoende reservekledij en/of een pamperbroekje te voorzien. Als er kledingstukken van de kinderopvang Tanneke- ’t Berenhuisje worden ontleend, dienen deze binnen de twee weken gewassen te worden terugbezorgd.
Speelgoed & knuffels
Omwille van hygiëne en het vermijden van misverstanden en ruzies, kunnen er geen speelgoed en knuffels van thuis meegebracht worden naar de kinderopvang. Eventueel kan een knuffel voor bij het slapen worden meegebracht.
Uitstappen
Betalende uitstappen worden tijdig meegedeeld aan de ouders en zijn vrijblijvend, hiervoor moet altijd ingeschreven te worden via Kwandoo of Tjek®. Soms kan het voorvallen dat bij een betalende uitstap de locatie gesloten wordt, in dit geval kan het kind terecht in een andere locatie.
Door uw kind in te schrijven in de opvang, stemt u er mee in dat uw kind deelneemt aan niet betalende uitstappen, wandelingen en verplaatsingen georganiseerd in het kader van de opvang. Deze verplaatsingen gebeuren op een veilig manier en onder gepaste begeleiding.
Luizen
Luizen zijn van alle tijden en kunnen bij iedereen voorkomen, niemand hoeft zich hiervoor te schamen. Wanneer u luizen constateert bij uw kind wordt gevraagd meteen de kinderopvang Tanneke- ’t Berenhuisje te verwittigen zodat opgetreden kan worden. Als er geen behandeling komt vanuit de ouders, dan kan een kind uitgesloten worden van de opvang.
Foto’s
Tijdens de activiteiten worden er door de begeleiding soms foto’s genomen. De foto’s kunnen op de website van stad Tielt, in het stadsmagazine, Tannekes B(r)abbel en de vakantiekrant geplaatst worden. Wanneer ouders expliciet wensen dat de foto’s van hun kind niet gepubliceerd worden, dan duidt men dit aan in Kwandoo of het inlichtingenformulier.
Huisregels voor kinderen
Om het in de opvang voor iedereen aangenaam en gezellig te maken, zijn een aantal afspraken noodzakelijk. Van de kinderen wordt verwacht dat zij zich aan de huisregels en de richtlijnen van de begeleiders houden.
Wie wil spelen moet ook opruimen! Het spelmateriaal heeft in elke opvang een vaste opbergplaats. We verwachten dat de kinderen het materiaal, het speelgoed, de beplanting e.d. respecteren en de afspraken naleven. Bij moedwillige vernieling aan het terrein, een lokaal of spelmateriaal, zal er door het stadsbestuur een vergoeding worden gevraagd.
Kinderen die zich bij herhaling niet houden aan de huisregels, kunnen worden geschorst. Een schorsing wordt na een mondelinge mededeling steeds schriftelijk aan de ouders overgemaakt. Tegelijkertijd worden de ouders uitgenodigd tot een gesprek over de schorsing.
VEILIGHEID
Artikel 12
12.1 Risicoanalyse
De kinderopvang Tanneke- ’t Berenhuisje zorgt voor een veilige opvang. Met een risicoanalyse schat de kinderopvang risico’s in en tracht deze te voorkomen en weg te werken. De kinderopvang volgt de regels over brandveiligheid, voedselveiligheid, veilige speeltoestellen en speelterreinen, enz. De opvang is voorbereid op gevaar. Een procedure legt de stappen en de manier van communiceren vast in geval van crisis. De crisis wordt zo snel mogelijk aan het Agentschap Opgroeien gemeld.
12.2 Veilige toegang
De kinderopvang Tanneke- ’t Berenhuisje zorgt voor een veilige toegang. Niemand kan de lokalen en de buitenruimte ongemerkt binnenkomen. De toegankelijkheid is een verantwoordelijkheid van iedereen. Sluit altijd de deur bij het binnenkomen en weggaan. Laat zelf ook geen andere mensen binnen bij het binnen of buitengaan van de locatie.
12.3 Afspraken rond verplaatsingen
Om de veiligheid van onze kinderen tijdens verplaatsingen naar school en tijdens uitstappen te waarborgen, worden de volgende richtlijnen gehanteerd:
Alle kinderen worden begeleid door voldoende begeleiders om een veilige verplaatsing te garanderen.
Vooraf worden duidelijke afspraken gemaakt voor elke verplaatsing, inclusief route, vervoerswijze en contactinformatie van begeleiders.
Kinderen dragen waar nodig reflecterende vestjes of identificatiemateriaal om hun zichtbaarheid te vergroten.
Kinderen dragen altijd een veiligheidsgordel bij verplaatsingen met de bus.
12.4 Grensoverschrijdend gedrag
De kinderopvang Tanneke- ’t Berenhuisje heeft een beleid rond preventie, detectie en aanpak van grensoverschrijdend gedrag. Hieronder wordt elk bedreigend of gewelddadig gedrag ten aanzien van een kind verstaan, zowel actief als passief. Dit op lichamelijk, emotioneel en/of seksueel vlak door een volwassene die in een vertrouwens- en/of gezagsrelatie staat ten opzichte van het kind en waardoor schade wordt berokkend of dreigt te worden berokkend aan het kind.
Elk signaal en/of vermoeden van grensoverschrijdend gedrag t.a.v. een kind in de kinderopvangvoorziening kan je steeds melden aan de coördinator. Elke melding wordt ernstig genomen, onderzocht en opgevolgd.
12.4.1 Ongewenst gedrag bij kinderen
Voor kinderen met ongewenst gedrag wordt in iedere locatie een logboek aangelegd waarin nota genomen wordt van dergelijke feiten (agressie en ongewenst gedrag ten opzichte van de begeleidsters en andere kinderen). Bij ernstige of terugkerende gebeurtenissen wordt door de coördinator contact opgenomen met de ouders. Ook met de school of het CLB kan contact opgenomen worden, zodanig problemen vlugger te signaleren en op te vangen. Als deze maatregelen hun effect missen, kan in laatste instantie de kinderopvang de kinderen (tijdelijk) schorsen. Hierbij wordt een grondig verslag opgemaakt en voorgelegd aan het College van Burgemeester en Schepenen die hierin de effectieve beslissing neemt.
12.5 verzekering
De kinderopvang Tanneke- ’t Berenhuisje heeft een verzekering voor de burgerlijke aansprakelijkheid voor het personeel en de kinderen. Er is ook een verzekering tegen lichamelijk ongevallen voor de kinderen tijdens de momenten dat het kind onder het toezicht van de kinderopvang staat.
Aangifte van schade of een ongeval moet onmiddellijk na de feiten gebeuren aan de begeleiding of de coördinator. De polisvoorwaarden kan u bij de coördinator inkijken.
RECHT VAN HET GEZIN
Artikel 13
De ouders zijn heel belangrijke partners en de eerste en belangrijkste opvoeders van hun kinderen. We respecteren hun waarden, wensen en verwachtingen. De opvang vormt de schakel tussen thuis
en school. Heldere communicatie, ondersteuning en betrokkenheid zijn dan ook heel belangrijke waarden.
Ouders hebben recht op duidelijke en tijdige informatie over de opvang en de ontwikkeling van hun kind. Daarnaast hechten we veel belang aan het beschermen van de persoonlijke levenssfeer van zowel kinderen als ouders. Alle persoonlijke gegevens worden vertrouwelijk behandeld en enkel gebruikt in het kader van de opvang.
Ouders hebben ook het recht om vragen, bezorgdheden of klachten te uiten. Klachten worden steeds serieus genomen en op een respectvolle en zorgvuldige manier behandeld. Op die manier willen we samen werken aan een open en constructieve samenwerking tussen ouders en opvang.
13.1 Heldere communicatie
Het IBO wil met u praten als ouder. Tijdens de dagelijkse breng- en haalmomenten staat zowel de coördinator als de begeleiding open voor alle vragen, suggesties en bedenkingen van de ouders. Ze verstrekken u zoveel mogelijk informatie over de dienstverlening en de werkwijze van de kinderopvang. Gelieve dan ook alle inlichtingen te bezorgen die relevant zijn om de kinderopvang af te stemmen op de noden van het kind.
Ouders hebben – nadat ze zich hebben aangemeld - steeds toegang tot alle opvangruimten tijdens de opvanguren. Van de ouders wordt wel verwacht dat zij activiteiten van de kinderopvang Tanneke- ’t Berenhuisje niet storen. De ouders worden op de hoogte gehouden over de vakantieprogramma’s, schoolvrije dagen en organisatorische wijzigingen.
Wanneer hier reden toe is, worden alle ouders van wie de kinderen ingeschreven zijn uitgenodigd tot een overlegvergadering.
13.2 Betrokkenheid van de ouders
Wij willen de gezinnen op diverse manieren betrekken bij onze werking via ouderparticipatie. We willen weten of u tevreden bent over de opvang. Als ouder wordt u tijdens de volledige verblijfsperiode van uw kind minimum één keer bevraagd naar uw tevredenheid over de kinderopvang Tanneke- ’t Berenhuisje. De tevredenheidsenquête is vrijblijvend. Als we uw verwachtingen, opmerkingen en suggesties kennen, kunnen we onze werking verbeteren.
13.3 Ondersteuning van ouders
De kinderopvang Tanneke- ’t Berenhuisje biedt ondersteuning aan bij het aanmaken van een dossier, het reserveren en/of annuleren van opvang en bij vragen rond de opvang.
Op weekdagen is er dagelijks permanentie in alle locaties tijdens de openingsuren. In IBO Tanneke Tielt is er fysieke en telefonische permanentie van 7:00 tot 12:00 en van 14:00 tot 17:30.
Bij de kinderopvang Tanneke- ’t Berenhuisje kan u terecht met al uw vragen over de ontwikkeling en opvoeding van uw kind. Onze medewerkers luisteren graag naar u verhaal en denken samen met u na over mogelijke antwoorden of oplossingen. Of het nu gaat over slapen, eten, gedrag, emoties of de ontwikkeling van uw kind — we staan klaar om u te ondersteunen.
13.4 Klachtenprocedure
Wie met vragen of opmerkingen zit, kan steeds terecht bij de coördinator of de begeleiding, we willen onze werking immers zoveel mogelijk afstemmen op uw vragen en noden. In onderling overleg kunnen oplossingen, verbeterpunten, een nieuwe aanpak… besproken worden.
Bij effectieve klachten kunnen de ouders een klachtenformulier invullen. Samen met de coördinator zal naar een oplossing gezocht worden. Als het bovenstaande geen afdoend antwoord biedt, dan kan de officiële klachtenprocedure van het stadsbestuur in werking worden gesteld. Een klacht kan:
• mondeling worden ingediend bij de informatie- en ombudsambtenaar,
• schriftelijk worden bezorgd aan eender welke stadsdienst,
• of online via het klachtenformulier. Het klachtenformulier vindt u op de website stad Tielt onder Meldingen en klachten - Stad Tielt
Als u van mening bent dat uw klacht ontoereikend beantwoord werd, kan u zich wenden tot de klachtendienst van Kind & Gezin, Hallepoortlaan 27, 1060 Brussel. U kan dit doen via klachtendienst@kindengezin.be of 025 33 14 14.
13.4 Respect voor de privacy en bescherming van de persoonsgegevens
Bij de inschrijving en tijdens de opvang heeft de kinderopvang informatie nodig over de gezinssituatie en relevante sociale en medische gegevens van het kind. Deze informatie is zelf aan te passen via Kwandoo of kan u doorgeven per mail naar kinderopvang@tielt.be.
Het stadsbestuur waarborgt de veiligheid en het vertrouwelijk karakter van deze informatie.
De inlichtingenfiche kan alleen en op elk moment geraadpleegd worden door het stadsbestuur, de coördinator, de kinderbegeleiders, de toezichthouders voor controle op de naleving van de vergunningsvoorwaarden, Kind en Gezin en de ouders betreffende de gegevens over zichzelf en hun kind.
Leden/gebruikers hebben de plicht om:
Wanneer bepaalde gegevens van het gezin of het kind wijzigen, geven de gezinnen dit zo snel mogelijk door aan de kinderopvang Tanneke- ’t Berenhuisje. Dit gebeurt via het ouderportaal of per mail naar kinderopvang@tielt.be.
INWERKINGTREDING EN BEKENDMAKING
Artikel 14
Het huishoudelijk reglement van het IBO Tanneke Aarsele & Tielt, IBO ‘t Berenhuisje en de ZBKO Tanneke Kanegem werd goedgekeurd in de gemeenteraad van 18 december 2025 en treedt in werking op 1 februari 2026.
Wijzigingen aan dit reglement worden opnieuw aan de gemeenteraad ter goedkeuring voorgelegd. Elke verandering aan het huishoudelijk reglement in het nadeel van de ouders melden we schriftelijk minstens 2 maanden vóór de aanpassing. Andere wijzigingen melden we tot een maand op voorhand. Elke verandering moet u als ouder ondertekenen voor ontvangst en kennisname. U hebt recht om 2 maanden na kennisname van een aanpassing in uw nadeel, de schriftelijke overeenkomst op te zeggen zonder enige schade- of opzegvergoeding.
BIJHORENDE DOCUMENTEN
Artikel 15
Bijlage 1: retributiereglement initiatief buitenschoolse kinderopvang Tanneke Aarsele, Tanneke Tielt, ’t Berenhuisje en zelfstandige buitenschoolse kinderopvang Tanneke Kanegem.
Schriftelijke overeenkomst IBO Tanneke Aarsele & Tielt; IBO ’t Berenhuisje en ZBKO Tanneke Kanegem.
Inlichtingenformulier IBO Tanneke Aarsele & Tielt; IBO ’t Berenhuisje en ZBKO Tanneke Kanegem.
Artikel 4
Dit reglement treedt in werking op 02.02.2026.
Artikel 5
Dit besluit zal worden bekend gemaakt overeenkomstig artikel 286 en artikel 287 van het decreet over het lokaal bestuur van 22.12.2017.
Het decreet van 22.12.2017 over het lokaal bestuur, in het bijzonder artikel 2, artikel 40§3 en artikel 41.
Besluit van de gemeenteraad van Meulebeke van 28.04.2010 betreffende het reglement voor het toekennen van een subsidie voor het verwijderen of opvullen van buiten gebruik gestelde ondergrondse, huishoudelijke stookolietanks.
Besluit van de gemeenteraad van Tielt van 12.05.2016 betreffende het gemeentelijk reglement voor individuele behandelingsinstallaties voor afvalwater (IBA's).
Besluit van de gemeenteraad van Meulebeke van 09.06.2021 betreffende het gemeentelijk subsidiereglement voor het plaatsen van een “individuele behandelingsinstallatie voor afvalwater” (IBA).
Besluit van de gemeenteraad van Tielt 11.12.2014 betreffende reglement subsidie voor afkoppelingen afvalwater en hemelwater op privaat domein.
Besluit van de gemeenteraad van Meulebeke van 11.05.2016 betreffende reglement tussenkomst in de kosten van de afkoppelings- deskundige en keuring bij afkoppeling van hemel- en afvalwater bij de aanleg van een gescheiden riolering.
Besluit van de gemeenteraad van Meulebeke van 20.12.2017 betreffende het reglement gemeentelijke verbeteringspremie.
Besluit van de gemeenteraad van Meulebeke van 07.04.2021 betreffende het subsidiereglement voor een gemeentelijke tussenkomst in het duurzaam verharden van toegangswegen.
Besluit van de gemeenteraad van Tielt 07.03.2022, gewijzigd op 05.02.2009 en 08.11.2012 betreffende reglement voor het toekennen van een aanmoedigingspremie voor het laten uitvoeren van een grondontleding of minerale stikstofontleding.
Besluit van de gemeenteraad van 01.07.1993 houdende het goedkeuren van een reglement voor sociale voordelen aan Tieltse basisscholen die ochtend-, middag- en avondtoezicht aanbieden.
Besluit van de gemeenteraad van Tielt van 31.05.2011 betreffende het reglement voor vervoer van materiaal en/of bagage van de Tieltse jeugdverenigingen tijdens vakantiekampen.
Besluit van de gemeenteraad van Tielt 26.04.1995 en gewijzigd op 02.10.2003 betreffende reglement voor artiesten en gezelschappen.
Besluit van de gemeenteraad van Tielt van 09.09.1993 betreffende subsidiereglement tot het verlenen van toelagen aan sportverenigingen voor kampioenstitel of promoveren.
Besluit van de gemeenteraad van Meulebeke van 23.04.2003 betreffende het reglement ‘Gemeentelijke premie voorhuwelijkssparen’.
Besluit 2015 betreffende gebruikersreglement multisportterrein Ter Borcht.
Besluit van de gemeenteraad van Meulebeke van 07.12.2023 betreffende het gemeentelijk reglement voor wegwijzers naar bedrijven en instellingen.
Ingevolge de fusie die ingegaan is op 01.01.2025 en in overeenstemming met de uitgangspunten van het meerjarenplan 2026-2031 worden diverse bestaande subsidiereglementen opgeheven. Deze beslissing vloeit voort uit noodzakelijke financiële afwegingen en uit evaluaties waaruit blijkt dat bepaalde reglementen hun beoogde doel niet bereiken of onvoldoende worden benut.
Reglement voor het toekennen van een subsidie voor het verwijderen of opvullen van buiten gebruik gestelde ondergrondse, huishoudelijke stookolietanks.
Voorstel tot het opheffen van het reglement voor het toekennen van een subsidie voor het verwijderen of opvullen van buiten gebruik gestelde ondergrondse, huishoudelijke stookolietanks, zoals goedgekeurd in de zitting van de gemeenteraad van Meulebeke van 28.04.2010. De subsidie is niet voldoende motiverend om de stookolietanks te gaan verwijderen. Bovendien is de tendens dat de hogere overheid via Vlaamse wetgeving de omschakeling naar niet-fossiele brandstoffen zal verplichten, met uiteindelijk het buitengebruikstellen van de stookolietanks tot gevolg. Bovendien werd de subsidie de voorbije jaren zeer weinig opgevraagd (gemiddeld slechts een 4-tal per jaar).
Reglement voor individuele behandelingsinstallaties voor afvalwater (IBA's) - Tielt.
In de gemeenteraad van Tielt van 12.05.2016 werd het gemeentelijk reglement voor individuele behandelingsinstallaties voor afvalwater (IBA's) goedgekeurd. Er wordt voorgesteld om het bestaande reglement op te heffen. Dit reglement is immers niet meer relevant gezien gezien de bepalingen zijn opgenomen in de overeenkomst met RioPact. Als we niet van deze overeenkomst afwijken is geen apart reglement nodig.
Reglement subsidie voor het plaatsen van een “individuele behandelingsinstallatie voor afvalwater” (IBA) - Meulebeke.
In de gemeenteraad van Meulebeke van 09.06.2021 werd het gemeentelijk subsidiereglement voor het plaatsen van een “individuele behandelingsinstallatie voor afvalwater” (IBA) goedgekeurd. Er wordt voorgesteld om het bestaande reglement op te heffen. Dit reglement is immers niet meer relevant gezien het grondgebied van Meulebeke sinds de fusie ook mee opgenomen is in de overeenkomst van Tielt met Riopact (Aquafin). In uitvoering van deze overeenkomst betaalt de burger enkel de aansluitkost van zijn IBA. Een bijkomende subsidiëring van de plaatsing van de IBA zou bijgevolg een dubbele subsidiëring inhouden ten laste van de stad.
Reglement subsidie voor afkoppelingen afvalwater en hemelwater op privaat domein en reglement betreffende tussenkomst in de kosten van de afkoppelings- deskundige en keuring bij afkoppeling van hemel- en afvalwater bij de aanleg van een gescheiden riolering.
In de gemeenteraad van Tielt van 11.12.2014 werd het subsidiereglement voor afkoppelingen afvalwater en hemelwater op privaat domein goedgekeurd. In de gemeenteraad van Meulebeke van 11.05.2016 werd het reglement betreffende de tussenkomst in de kosten van de afkoppelings- deskundige en keuring bij afkoppeling van hemel- en afvalwater bij de aanleg van een gescheiden riolering goedgekeurd. Er wordt voorgesteld om de bestaande reglementen op te heffen. De gemeentelijke riolering van zowel Tielt als Meulebeke is in beheer van de rioolbeheerder RIOPACT. De rioolbeheerder RIOPACT voorziet voortaan zelf in de aanstelling van de afkoppelingsdeskundige én in de aanstelling van de keurder. Aangezien RIOPACT de kost voor deze dienstverlening op zich neemt, is er niet langer een subsidie nodig. Voor de rioleringsprojecten in uitvoering werden de eigenaars tijdig geïnformeerd opdat er niet nodeloos een eigen keurder aangesteld wordt.
Reglement gemeentelijke verbeteringspremie.
De gemeente Meulebeke beschikt momenteel nog over een gemeentelijke verbeteringspremie waarmee eigenaars- of bewoners-investeringen in de kwaliteit van hun woning financieel ondersteund worden. Deze premie heeft in het verleden een belangrijke rol gespeeld in het verbeteren van het woningpatrimonium in de gemeente en heeft haar nut bewezen. Door de fusie met stad Tielt wordt vanaf 01.01.2026 een eengemaakt lokaal woonbeleid ingevoerd voor het volledige grondgebied van de nieuwe stad Tielt. In dit kader werd beslist om het reglement op de gemeentelijke verbeteringspremie van Meulebeke op te heffen. Deze beslissing kadert in een streven naar vereenvoudiging, afstemming en efficiëntie binnen het beleid van de nieuwe fusiegemeente. Bovendien zijn er vandaag reeds aanzienlijke subsidiemogelijkheden beschikbaar op het niveau van de hogere overheid, zoals de Vlaamse MijnVerbouwpremie en de aanpassingspremie voor ouderen en mensen met een beperking. Om dubbele subsidiëring te vermijden en het lokaal beleid te concentreren op flankerende ondersteuning, zal de stad Tielt haar engagement binnen het intergemeentelijk samenwerkingsverband Woondienst Regio Tielt versterken, met bijzondere aandacht voor het begeleiden van burgers bij hun aanvraag van deze Vlaamse premies. Zo wordt blijvend ingezet op een kwaliteitsvolle en betaalbare woonomgeving, zonder dat een aparte gemeentelijke premie behouden wordt.
Reglement subsidie voor een gemeentelijke tussenkomst in het duurzaam verharden van toegangswegen.
Conform het decreet houdende de gemeentewegen dd. 03.05.2019 staat het stadsbestuur in voor het onderhouden van de openbare wegenis. Dit omvat de wegenis zoals ook opgenomen in de Atlas der Buurtwegen, opgesteld in uitvoering van de wet van 10.04.1841 op de buurtwegen. Deze is tevens aangevuld met het patrimonium (wegenis, waterlopen, groenzones) dat sindsdien door de gemeentebesturen van Aarsele, Kanegem, Meulebeke, Schuiferskapelle en Tielt verworven werd. Het aanleggen en onderhouden van private opritten behoort toe aan de eigenaar van de betrokken percelen. Het is dus aan de eigenaar om in te staan voor deze private wegenis conform de stedenbouwkundige wettelijke bepalingen. De beperkte financiële middelen van de overheid dienen bijgevolg prioritair ingezet te worden voor de openbare wegenis. Er wordt voorgesteld om het subsidiereglement voor een gemeentelijke tussenkomst in het duurzaam verharden van toegangswegen zoals goedgekeurd in zitting van de gemeenteraad van Meulebeke van 07.04.2021, op te heffen.
Reglement voor het toekennen van een aanmoedigingspremie voor het laten uitvoeren van een grondontleding of minerale stikstofontleding.
Gedurende de voorbije jaren is gebleken dat van het reglement voor het toekennen van een aanmoedigingspremie voor het laten uitvoeren van een grondontleding of minerale stikstofontleding onvoldoende gebruik wordt gemaakt, m.u.v. een aantal jaarlijks terugkerende aanvragers. Er wordt voorgesteld om het reglement voor het toekennen van een aanmoedigingspremie voor het laten uitvoeren van een grondontleding of minerale stikstofontleding op te heffen.
Reglement voor sociale voordelen aan Tieltse basisscholen die ochtend-, middag- en avondtoezicht aanbieden.
In het kader van de verschillende kosten waarmee basisscholen geconfronteerd worden, werden binnen de stad Tielt en de gemeente Meulebeke voorheen enkele verschillende ondersteuningsmaatregelen voorzien om een deel van deze uitgaven te compenseren: o.a. in Tielt het voorzien van een subsidie voor toezicht en in Meulebeke een nominatieve toelage als algemene ondersteuning van de werking. Het reglement voor het aanbieden van sociale voordelen aan Tieltse basisscholen voor ochtend-, middag- en avondtoezicht werd door de gemeenteraad goedgekeurd in 1993. Het reglement bevat een normenstelsel om de beschikbare budgetten toe te wijzen onder de verschillende basisscholen. Naast een verouderde wetgeving, is de berekening en aangifte van de cijfers gedateerd, administratief complex en belastend voor zowel de scholen als de administratie. Er wordt voorgesteld om een nieuwe berekening toe te passen om het beschikbare budget te verdelen. In Meulebeke werden de toelagen nominatief toegewezen. Om tot een objectieve toewijzing van het budget te komen is een door cijfers ondersteunde verdeelsleutel echter aangewezen. In toepassing van het decreet betreffende het flankerend onderwijs, kan een lokaal bestuur sociale voordelen en andere voordelen toekennen aan scholen op haar grondgebied. De voordelen mogen geen van de betrokken scholen een concurrentievoordeel of -nadeel opleveren. Samen met de scholen zal in het voorjaar van 2026 bekeken worden hoe de in het meerjarenplan voorziene middelen best kunnen toegewezen worden op basis van een objectieve en meetbare verdeelsleutel, zodat de scholen deze middelen kunnen inzetten als ondersteuning om de diverse kosten waarmee ze jaarlijks geconfronteerd worden, te helpen dragen. Er wordt voorgesteld om het reglement voor het aanbieden van sociale voordelen aan Tieltse basisscholen voor ochtend-, middag- en avondtoezicht, zoals goedgekeurd door de gemeenteraad op 01.07.1993 op te heffen.
Reglement voor vervoer van materiaal en/of bagage van de Tieltse jeugdverenigingen tijdens vakantiekampen.
In de gemeenteraad van Tielt van 31.05.2011 werd het reglement voor vervoer van materiaal en/of bagage van de Tieltse jeugdverenigingen tijdens vakantiekampen goedgekeurd. Er wordt voorgesteld om het bestaande reglement op te heffen. Het reglement wordt geïntegreerd in het reglement voor de erkenning en subsidiëring van jeugdverenigingen. Het voorstel tot het opheffen van het reglement voor vervoer van materiaal en/of bagage van de Tieltse jeugdverenigingen tijdens vakantiekampen werd besproken in de Algemene Vergadering van de Stedelijke Jeugdraad. De Algemene Vergadering van de Stedelijke Jeugdraad verleende positief advies op 24.10.2025.
Reglement voor artiesten en gezelschappen.
In de gemeenteraad van Tielt van 26.04.1995 en gewijzigd op 02.10.2003 werd het reglement voor artiesten en gezelschappen goedgekeurd. Er wordt voorgesteld om het bestaande reglement op te heffen. Het reglement wordt geïntegreerd in het reglement voor de erkenning en subsidiëring van jeugdverenigingen. Het voorstel tot het opheffen van het reglement voor artiesten en gezelschappen werd besproken in de Algemene Vergadering van de Stedelijke Jeugdraad. De Algemene Vergadering van de Stedelijke Jeugdraad verleende positief advies op 24.10.2025.
Reglement subsidie tot het verlenen van toelagen aan sportverenigingen voor kampioenstitel of promoveren.
In de gemeenteraad van Tielt van 09.09.1993 werd het subsidiereglement tot het verlenen van toelagen aan sportverenigingen voor kampioenstitel of promoveren goedgekeurd. Er wordt voorgesteld om het bestaande reglement op te heffen en het geld in te zetten voor de kampioenenhulde. Het huldigen van de kampioenen moet jaarlijks met heel beperkt budget gebeuren. Het aandenken is hierdoor vaak iets heel klein. Er komen ook veel kampioenen (uit Meulebeke) bij waardoor budget dus omhoog moet. Voorstel om budget van subsidiereglement kampioen hiervoor in te zetten waardoor dit ook voor zelfde doelpubliek gebruikt kan worden. Het voorstel tot het opheffen van het subsidiereglement tot het verlenen van toelagen aan sportverenigingen voor kampioenstitel of promoveren werd besproken in het bestuur van de sportraad dd. 27.10.2025. Het bestuur van de sportraad verleende positief advies op 27.10.2025.
Reglement ‘Gemeentelijke premie voorhuwelijkssparen’.
Op 23.04.2003 keurde de gemeenteraad van Meulebeke het reglement ‘Gemeentelijke premie voorhuwelijkssparen’ goed. Het voorstel is om het reglement op te heffen, gezien het aantal vragen voor ‘Gemeentelijke premie voorhuwelijkssparen’ blijft dalen. Sinds 2024 kunnen er geen nieuwe contracten voor voorhuwelijkssparen meer worden opgestart bij de mutualiteiten. Alle bestaande contracten blijven verder lopen tot hun natuurlijke einde en worden als uitdovend beschouwd.
Gebruikersreglement multisportterrein Ter Borcht.
In Meulebeke werd in 2015 het gebruikersreglement multisportterrein Ter Borcht goedgekeurd. Er wordt voorgesteld om het bestaande reglement op te heffen. Het terrein wordt niet verhuurd en kan door iedereen gratis vrij gebruikt worden. Indien gereserveerd wordt voor een bepaalde club kan dit wel nog steeds. Hierdoor wordt dit reglement beter opgeheven en mee opgenomen in reglement buitenaccommodaties Ter Borcht. Het voorstel tot het opheffen van het gebruikersreglement multisportterrein Ter Borcht werd besproken in het bestuur van de sportraad dd. 15.10.2025 en 27.10.2025. Het bestuur van de sportraad verleende positief advies op 27.10.2025.
Reglement voor wegwijzers naar bedrijven en instellingen.
In de gemeenteraad van Meulebeke van 07.12.2023 werd het gemeentelijk reglement voor wegwijzers naar bedrijven en instellingen goedgekeurd. Er wordt voorgesteld om het bestaande reglement op te heffen. We stelden vast dat er in 2023 slechts 1 aanvraag voor 1 bord de diensten bereikte. Doordat er hieruit weinig inkomsten voor de stad uit voortvloeien, wordt voorgesteld om dit reglement op te heffen.
Artikel 1
De gemeenteraad beslist om navolgende reglement op te heffen met ingang van 01.01.2026:
Artikel 2
Dit besluit zal worden bekendgemaakt overeenkomstig artikel 285 van het decreet over het lokaal bestuur van 22.12.2017.
Decreet over het lokaal bestuur dd. 22.12.2017 en latere wijzigingen, in het bijzonder artikelen 2, 40 en 41 met betrekking tot de bevoegdheden van de gemeenteraad.
Artikel 119 van de nieuwe gemeentewet op grond waarvan de gemeenteraad bevoegd is voor de gemeentelijke politieverordeningen, met uitzondering van de tijdelijke politieverordeningen op het wegverkeer bedoeld in artikel 130 bis van de nieuwe gemeentewet.
Artikel 135 §2 1° van de nieuwe gemeentewet m.b.t. de algemene bevoegdheid van de gemeenten m.b.t. het veilig en vlot verkeer op openbare wegen, straten,...
Nieuwe Gemeentewet van 24.06.1988, in het bijzonder artikel 119 , gewijzigd door de wet van 12.01.2006.
Decreet van 22.12.2017 over het lokaal bestuur, zoals later gewijzigd.
Wet betreffende de politie over het wegverkeer, gecoördineerd bij koninklijk besluit van 16.03.1968, zoals later gewijzigd.
Decreet van 16.05.2008 betreffende de aanvullende reglementen over het wegverkeer en de plaatsing en bekostiging van de verkeerstekens.
Koninklijk Besluit van 01.12.1975 houdende algemeen reglement op de politie over het wegverkeer en van het gebruik van de openbare weg, zoals later gewijzigd.
Ministerieel Besluit van 11.10.1976 waarbij de minimumafmetingen en de bijzondere plaatsingsvoorwaarden van de verkeerstekens worden bepaald.
Besluit van de Vlaamse Regering van 23.01.2009 betreffende de aanvullende reglementen op het wegverkeer en de plaatsing en bekostiging van de verkeerstekens.
Omzendbrief MOB/2009/01 van 03.04.2009 betreffende de gemeentelijke aanvullende reglementen op de politie over het wegverkeer.
Beslissing gemeenteraad in zitting van 07.11.2002 houdende goedgekeurde aanvullend politiereglement betreffende invoering zone 30 in de wijk Dierdonk – Zwarte Gevel.
Beslissing gemeenteraad in zitting van 07.07.2005 houdende goedgekeurde aanvullend politiereglement betreffende invoering zone 30 in de Tieltse schoolomgevingen.
Beslissing gemeenteraad in zitting van 05.01.2012 houdende goedgekeurde aanvullend politiereglement betreffende invoering zone 30 in diverse centrumstraten.
Beslissing gemeenteraad in zitting van 03.10.2013 houdende goedgekeurde aanvullend politiereglement betreffende invoering zone 30 ter hoogte van het Polenplein (N327).
Beslissing gemeenteraad in zitting van 05.06.2014 houdende goedgekeurde aanvullend politiereglement betreffende invoering zone 30 in de Feestewegel.
Beslissing gemeenteraad in zitting van 11.12.2014 houdende goedgekeurde aanvullend politiereglement betreffende invoering zone 30 in de Julius Hostelaan.
Beslissing gemeenteraad in zitting van 11.12.2014 houdende goedgekeurde aanvullend politiereglement betreffende invoering zone 30 schoolomgeving op het kruispunt H. D’Hontstraat met de Brouwerijstraat.
Beslissing gemeenteraad in zitting van 02.07.2015 houdende goedgekeurde aanvullend politiereglement betreffende invoering zone 30 in de Bruggestraat.
Beslissing gemeenteraad in zitting van 12.05.2016 houdende goedgekeurde aanvullend politiereglement betreffende invoering zone-30 in de Kronkelbeekstraat, Hazepad, Drie Wilgen en Brouwerijstraat.
Beslissing gemeenteraad in zitting van 07.09.2017 houdende goedgekeurde aanvullend politiereglement betreffende invoering zone 30 in de Europawijk, Beneluxlaan, Euromarktlaan, J. Baertstraat en R. Schumanstraat.
Rekening houdend met de doelstellingen van de verkeersleefbaarheidsstudie om doorgaand verkeer uit onze centra te weren, de snelheid te minderen en de fietsers en voetgangers een veiliger plaats te geven;
Op basis van de conclusies uit de verkeersleefbaarheidsstudie waaruit blijkt dat met het invoeren van een verruimde permanente zone 30 in de centra de verkeersveiligheid en de verkeersleefbaarheid sterk verbeterd wordt;
Op basis van de bevindingen uit de verkeersleefbaarheidsstudie waarin aanbevolen wordt om de stadskern van Tielt in te richten als één fietszone met fietsstraten vanuit de belangrijkste omliggende woonwijken naar deze centrale fietszone;
Het in overweging nemend dat fietszones en fietsstraten een rol spelen in het fietsvriendelijk maken van de stad en ze duidelijk maken dat de fiets in de stadskern één van de meest geschikte vervoermiddelen is voor korte en middellange verplaatsingen;
Rekening houdend met het verkeersveiligheidsprobleem, waarbij weggebruikers soms onbewust de geldende voorrangsregeling negeren op het kruispunt Europalaan/ Sint-Janstraat;
Het in overweging nemen dat in de eerste fase met een proefperiode werd gewerkt waarbij na een gunstige evaluatie de maatregelen een permanent karakter kunnen krijgen;
Op basis van de ontvangen bezwaren omtrent de ingevoerde maatregelen bij de testfase van het verkeersleefbaarheidsplan;
Op basis van de tussentijdse evaluatie van de verkeersleefbaarheidsstudie en van de evaluatie van de circulatieaanpassingen;
Rekening houdende met de veiligheid van de bewoners in de straat, de zwakke weggebruikers, de weggebruikers in het algemeen en de verkeersleefbaarheid van de stadskernen te waarborgen;
Op basis van het gunstig advies van de stedelijke mobiliteitsraad van 04.12.2025 met vertegenwoordiging van de verkeersdienst van de Politiezone Regio Tielt;
Rekening houdend dat dit reglement betrekking heeft op zowel gemeentewegen als gewestwegen.
Door Team BURGEMEESTER werd volgend amendement ter stemming aan de gemeenteraad voorgelegd:
Met 12 stemmen voor (Danny Bossuyt, Veerle Vervaeke, Dirk Verwilst, Katrien Seys, Benedikt Van Staen, Kristof Vande Walle, Jean-Marie Gunst, Bernard De Marez, Lieven Vaneeckhoute, Koen Desmet, Filip Naert, Isabelle Van de Cappelle), 18 stemmen tegen (Glenn Lambert, Luc Vannieuwenhuyze, Pascale Baert, Birger De Coninck, Lieve Germonprez, Vincent Byttebier, Grietje Goossens, Didier Van Nieuwenhuyse, Bert Verdru, Marie De Cloet, Klaas Carrette, Simon Bekaert, Nele Callens-Gelaude, Hedwig Verdoodt, Joris Vande Vyvere, Mouna Belkadi, Rik Stevens, Stijn Dermul)
Het amendement wordt bijgevolg niet goedgekeurd.
De gemeenteraad stelt het aanvullend politiereglement betreffende de uitbreiding van de zone 30 in de centra van Tielt en Schuiferskapelle, de invoering van beperkt eenrichtingsverkeer, fietszones en verkeerscirculatieaanpassingen als volgt vast:
Artikel 1
§1. De bestaande zones met een snelheidsregime van maximaal 30 km/u (zone 30) in de stadskern van Tielt en Schuiferskapelle worden uitgebreid en als volgt afgebakend:
1° Zone stadscentrum Tielt:
2° Zone wijk Hoogserlei:
3° Zone Oude Kapellestraat:
4° Zone centrum Schuiferskapelle:
§2. De toegangen tot de zone 30 worden aangeduid met de zoneborden ‘F4a’ en F4b’.
Artikel 2
§1. In volgende centrumstraten of straatdelen is beperkt éénrichtingsverkeer van toepassing waarbij fietsers en bestuurders van speedpedelecs in de beide rijrichtingen mogen rijden:
1° Vijverstraat, de toegelaten rijrichting is deze van het Rameplein naar de Hoogstraat;
2° Karnemelkstraat, de toegelaten rijrichting is deze van de Hoogstraat naar de Adolf Loosveldtstraat (N399);
3° Steenstraat, de toegelaten rijrichting is deze van de Grote Hulststraat (N399) naar de Kortrijkstraat;
4° Oude Stationstraat, het deel gelegen tussen de Kortrijkstraat en de Grote Hulststraat, de toegelaten rijrichting is deze van de Kortrijkstraat naar de Grote Hulststraat;
5° Oude Stationstraat, het deel gelegen tussen het Stationsplein en het kruispunt met de Dwangstraat, de toegelaten rijrichting is deze van de Dwangstraat naar het Stationsplein;
6° Oude Stationstraat, het deel gelegen tussen het kruispunt met de Dwangstraat en het kruispunt met de Stoktmolenstraat, de toegelaten rijrichting is deze van de Dwangstraat naar de Stoktmolenstraat;
7° Volderstraat, het deel gelegen tussen het kruispunt met de Deken Darraslaan (N327) en het kruispunt met de Stedemolenstraat, de toegelaten rijrichting is deze van de Deken Darraslaan (N327) naar de Stedemolenstraat;
8° Volderstraat, het deel gelegen tussen het kruispunt met de Stedemolenstraat en het kruispunt met de Steenbakkerstraat, de toegelaten rijrichting is deze van de Stedemolenstraat naar de Steenbakkerstraat;
9° Oude Pittemstraat, gedeelte tussen de rotonde Holdestraat en het kruispunt met de Stedemolenstraat, de toegelaten rijrichting is deze van de Stedemolenstraat naar de Holdestraat;
10° Stedemolenstraat, gedeelte tussen het kruispunt met de Leiaardsboomstraat en het kruispunt met de Oude Pittemstraat, de toegelaten rijrichting is deze van de Leiaardboomstraat naar de Oude Pittemstraat;
11° Stedemolenstraat, gedeelte tussen het kruispunt van de Holdestraat en het kruispunt met de Leiaardsboomsraat, de toegelaten rijrichting is deze van de Leiaardsboomstraat naar de Holdestraat;
12° Leiaardsboomstraat, de toegelaten rijrichting is deze van de Papenholwegel naar de Stedemolenstraat;
13° Feestewegel, gedeelte tussen het kruispunt met de Stationsstraat (N327) en het kruispunt met de Pieter Simonsstraat, de toegelaten rijrichting is deze van de Stationsstraat (N327) naar de Pieter Simonsstraat;
14° Bedevaartstraat, gedeelte tussen het kruispunt met de Gruuthusestraat (N327) en het kruispunt met de Korteweg, de toegelaten rijrichting is deze van de Gruuthusestraat (N327) naar de Korteweg;
15° Sint-Janstraat, wegvak tussen de Europalaan en de Kalverstraat, de toegelaten rijrichting is deze van de Europalaan naar de Kalverstraat;
16° Hulstplein, wegvak tussen de Hulststraat en de Karnemelkstraat, de toegelaten rijrichting is deze van de Hulststraat naar de Karnemelkstraat;
17° Hulstplein, wegvak tussen Karnemelkstraat en Adolf Loosveldstraat, de toegelaten rijrichting is deze van de Karnemelkstraat naar de Adolf Loosveldstraat.
§2. Deze verkeersmaatregelen worden ter kennis van de weggebruiker gebracht door het plaatsen van de volgende verkeerssignalisatie:
1° Verkeersbord ‘C1’ (verboden richting) met onderbord ‘M11’ (uitgezonderd fietsers en speedpedelecs) bij het einde van een éénrichtingsstraat;
2° Verkeersbord ‘F19’ (openbare weg met éénrichtingsverkeer) met onderbord ‘M17’ (fietsers en speedpedelecs mogen in beide richtingen fietsen) bij het begin van een éénrichtingsstraat.
Artikel 3
§ 1. Er wordt een fietszone ingevoerd in de stadskern in de volgende straten:
1° Het gebied gevormd door de Krommewalstraat, Bruggestraat, Velodroomstraat, Diksmuidse Boterweg, Peperstraat, Kerkstraat, Lakenmarkt, Generaal Maczekplein (verbindingsweg tussen Lakenmarkt en De Kommel/vroegere zwembad/Europahal), Markt, Ieperstraat (wegdeel tussen Markt en Kerkstraat), Nieuwstraat, Rameplein, Vijverstraat, Ramestraat, Hulststraat, Hulstplein (tot gewestweg N399), Karnemelkstraat, Kreupelstraat, Kortrijkstraat (wegdeel tussen Markt en Ontvangerstraat), Patersdreef, Vakstraat en Ontvangerstraat;
2° Het gebied gevormd door het fietspadtraject tussen Kasteelstraat en Joris Lannoostraat, Joris Lannoostraat (wegdeel tussen fietspad aan huisnummer 9 en Papenholwegel), Leiaardsboomstraat en de Stedemolenstraat (wegdeel tussen Leiaardsboomstraat en Sint-Michielstraat (N327)), Volderstraat en Steenbakkerstraat (wegdeel tussen het kruispunt met de Plantinstraat en het kruispunt met de Volderstraat);
3° Hollebeekstraat tussen fietspad naar Kasteelstraat en Plantinstraat;
4° Het traject Oude Stationstraat en de Stoktmolenstraat;
5° Oude Stationstraat, wegdeel tussen Kortrijkstraat en Vredestraat (N399);
6° Luchtbalstraat;
7° Julius Hostelaan, inclusief zijtakken, vanaf het kruispunt met de Beernegemstraat tot en met huisnummer 6A;
8° Driesstraat, vanaf de fietstunnel aan de spooronderdoorgang tot en met de Meerlaantjesstraat;
9° Wittestraat, wegdeel tussen Wulfstraat tot en met kruispunt met de Feestewegel;
10° Burggraaf Vande Vyverelaan, verbindingsweg naar Ringlaan (N37) en wegdeel tussen huisnummer 11 en 59;
11° Huttegemstraat;
12° Blekerijstraat;
13° Het gebied gevormd door de Geluwestraat, Zusters Passionistinnenstraat, Petronella Van Ryckeghemstraat en Dames Van Biervlietstraat.
§2. De fietszones worden afgebakend met verkeersborden F111 en F114, beide met zonale geldigheid.
Artikel 4
§1. De Stedemolenstraat wordt ter hoogte van het kruispunt met de Sint-Michielstraat afgesloten voor alle verkeer uitgezonderd fietsers, bestuurders van tweewielige bromfietsen en bestuurders van speedpedelecs.
§2. Deze maatregel wordt ter kennis gebracht van de weggebruiker door middel van volgende verkeerstekens:
1° Op de Deken Darraslaan (N327) wordt ter hoogte van het kruispunt met het Polenplein het verbodsbord ‘C31b’ en het onderbord ‘M11’ geplaatst;
2° Op de Sint-Michielstraat (N327) wordt ter hoogte het kruispunt met het Polenplein het verbodsbord ‘C31a’ en het onderbord ‘M11’ geplaatst;
3° Voor fietsers uit de richting Stedemolenstraat met bestemming de N327 wordt op het kruispunt van het afgesloten gedeelte van de Stedemolenstraat met de N327 het voorrangsbord ‘B1’ geplaatst;
4° In de Stedemolenstraat wordt ter hoogte van het kruispunt met de Volderstraat het aanwijzingsbord ‘F45b’ geplaatst.
Artikel 5
§1. De voorrangsregeling op het kruispunt Europalaan en Sint-Janstraat wordt gewijzigd waarbij de as Pontweg / Europalaan voorrang krijgt op verkeer uit de Sint-Janstraat.
§2. Deze verkeersmaatregelen worden ter kennis gebracht van de weggebruiker door het plaatsen van de volgende verkeerssignalisatie:
1° Op de takken Pontweg en Europalaan wordt de dwarsmarkering, zijnde een stopstreep zoals bedoeld in art. 76.1 van het KB van 1 december 1975, en het voorrangsbord ‘B5’ verwijderd en vervangen door het voorrangsbord ‘B15’;
2° Op de tak Sint-Janstraat, wegvak kant centrum, wordt voor fietsverkeer richting Europalaan het voorrangsbord ‘B15’ vervangen door het voorrangsbord ‘B1’;
3° Op de tak Sint-Janstraat, wegvak kant centrum, wordt voor het verkeer vanaf de Pontweg en de Europalaan, het beperkt éénrichtingsverkeer gesignaleerd met het aanwijzingsbord ‘F19’ (verboden richting) met onderbord ‘M17’ (fietsers en speedpedelecs mogen in beide richtingen rijden);
4° Op de tak Sint-Janstraat, wegvak kant centrum, wordt voor het verkeer vanaf het centrum, het beperkt éénrichtingsverkeer gesignaleerd met het verbodsbord ‘C1’ (verboden richting) met onderbord ‘M11’ (uitgezonderd fietsers en speedpedelecs mogen in beide richtingen rijden).
Artikel 6
§1. Volgende verkeerscirculatie is van toepassing in de Europawijk:
1° Op het kruispunt Beneluxlaan / Europalaan / Felix D’Hoopstraat (N399) is het vanaf de Europalaan / Felix D’Hoopstraat (N399) verboden de Beneluxlaan in te rijden uitgezonderd voor fietsers en speedpedelecs;
2° Binnen de zone gevormd vanaf de Euromarktlaan (kruispunt met Sint-Janstraat), Belgiëlaan (kruispunt met Europalaan) en Beneluxlaan (kruispunt met Europalaan) wordt een zone met inrijverbod, uitgezonderd plaatselijk verkeer, ingevoerd.
§2. Deze verkeerscirculatie wordt bekendgemaakt aan de weggebruiker door middel van volgende verkeerstekens:
1° Op de Europalaan, ter hoogte van het kruispunt met de Beneluxlaan, worden de verbodsborden ‘C31a’ / ‘C31b’ (verbod aan het volgend kruispunt af te slaan in de richting door de pijl aangegeven) met het onderbord ‘M11’ (uitgezonderd fietsers en speedpedelecs) geplaatst;
2° Op de Beneluxlaan, ter hoogte het kruispunt met de Europalaan, wordt voor verkeer vanaf de Europalaan, het verbodsbord ‘C1’ (verboden richting) met het onderbord ‘M11’ (uitgezonderd fietsers en speedpedelecs) geplaatst;
3° De toegangen tot de zone met inrijverbod, uitgezonderd plaatselijk verkeer, zijnde de Euromarktlaan, Belgiëlaan en Beneluxlaan worden aangeduid met het verbodsbord ‘C3’ met onderborden 'M11' en ‘uitgezonderd plaatselijk verkeer’.
Artikel 7
§1. Er geldt een inrijverbod, uitgezonderd plaatselijk verkeer, in de woonwijk omsloten door de Wittestraat, Kasteelstraat, Stationstraat (N327), spoorweg en daarnaast de Huffeselestraat.
§2. De toegangen tot de zone met inrijverbod, uitgezonderd plaatselijk verkeer, worden aangeduid met het verbodsbord ‘C3’ met onderbord ‘uitgezonderd plaatselijk verkeer’.
Artikel 8
Op de verbindingsweg tussen De Kommel, het vroegere zwembad en de Europahal op het Generaal Maczekplein is dubbelrichtingsverkeer van toepassing.
Artikel 9
Het verkeer van alle gemotoriseerde voertuigen is verboden op de Markt, weggedeelte tussen de Bruggestraat en de Kortrijkstraat. Dit gedeelte heeft ten allen tijde een minimumbreedte van 3 meter om hulpdiensten doorgang te verlenen. Binnen deze strook volgen voetgangers en fietser de kant die hen toegewezen wordt aan de hand van het verkeersbord F99b.
Het verkeer van alle gemotoriseerde voertuigen komende van de Kortrijkstraat wordt verplicht links af te slaan in de Ieperstraat, het verkeer van alle gemotoriseerde voertuigen komende uit de Bruggestraat wordt verplicht links af te slaan over de Markt.
Artikel 10
De precieze grootte van de zones 30 en de fietszones in het centrum van Tielt worden ter illustratie geduid op het als bijlage 1 toegevoegde plan.
Artikel 11
De precieze grootte van de zone 30 in het centrum van Schuiferskapelle wordt ter illustratie geduid op het als bijlage 2 toegevoegde plan.
Artikel 12
De bepalingen van dit reglement treden in werking op 01.03.2026.
Artikel 13
Dit aanvullend reglement wordt ter goedkeuring overgemaakt aan het Departement Mobiliteit en Openbare Werken.
Artikel 14
Dit aanvullend reglement wordt, na goedkeuring door het Departement Mobiliteit en Openbare Werken, ter kennisgeving en opvolging overgemaakt aan de lokale politie.
Artikel 15
Dit reglement wordt, na goedkeuring door het Departement Mobiliteit en Openbare Werken, bekendgemaakt in overeenstemming met de voorschriften van het Decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur en vanaf 1 maart 2026 door middel van passende verkeerssignalisatie.
Artikel 16
Afschriften van deze verordening worden, na goedkeuring door het Departement Mobiliteit en Openbare Werken, aan de bevoegde hogere overheden toegestuurd.
Decreet over het lokaal bestuur dd. 22.12.2017 en latere wijzigingen, in het bijzonder artikelen 2, 40 en 41 met betrekking tot de bevoegdheden van de gemeenteraad.
Artikel 119 van de nieuwe gemeentewet op grond waarvan de gemeenteraad bevoegd is voor de gemeentelijke politieverordeningen, met uitzondering van de tijdelijke politieverordeningen op het wegverkeer bedoeld in artikel 130 bis van de nieuwe gemeentewet.
Artikel 135 §2 1° van de nieuwe gemeentewet m.b.t. de algemene bevoegdheid van de gemeenten m.b.t. het veilig en vlot verkeer op openbare wegen, straten,...
Nieuwe Gemeentewet van 24.06.1988, in het bijzonder artikel 119 , gewijzigd door de wet van 12.01.2006.
Decreet van 22.12.2017 over het lokaal bestuur, zoals later gewijzigd.
Wet betreffende de politie over het wegverkeer, gecoördineerd bij koninklijk besluit van 16.03.1968, zoals later gewijzigd.
Decreet van 16.05.2008 betreffende de aanvullende reglementen over het wegverkeer en de plaatsing en bekostiging van de verkeerstekens.
Koninklijk Besluit van 01.12.1975 houdende algemeen reglement op de politie over het wegverkeer en van het gebruik van de openbare weg, zoals later gewijzigd.
Ministerieel Besluit van 11.10.1976 waarbij de minimumafmetingen en de bijzondere plaatsingsvoorwaarden van de verkeerstekens worden bepaald.
Besluit van de Vlaamse Regering van 23.01.2009 betreffende de aanvullende reglementen op het wegverkeer en de plaatsing en bekostiging van de verkeerstekens.
Omzendbrief MOB/2009/01 van 03.04.2009 betreffende de gemeentelijke aanvullende reglementen op de politie over het wegverkeer.
Overwegende de problematiek van zwaar doorgaand vrachtverkeer door de dorpskern van Schuiferskapelle waardoor de verkeersleefbaarheid en de verkeersveiligheid ernstig wordt aangetast in deze dorpskern.
Het zwaar verkeer vanaf de Ringlaan (N37) met bestemming slachthuis Ruiselede rijdt geregeld via de Schuiferskapelsesteenweg en de dorpskern van Schuiferskapelle naar Ruiselede.
Het lokaal bestuur wenst het probleem duurzaam aan te pakken.
Het gemeentebestuur van Ruiselede nam, op vraag van het stadsbestuur van Tielt, een beslissing om een tonnagebeperking in te voeren in de Abeelstraat te Ruiselede.
In een eerste fase werd met een proefperiode gewerkt waarbij na een gunstige evaluatie deze maatregelen een permanent karakter kunnen krijgen.
Agentschap Wegen en Verkeer West-Vlaanderen verleende op 25.11.2024 voorwaardelijk gunstig advies.
De stedelijke mobiliteitsraad verleende gunstig advies op 04.12.2025.
De veiligheid van de bewoners in de straat en de weggebruikers dient in het algemeen gewaarborgd.
Dit reglement heeft betrekking op de gemeentewegen en gewestwegen.
De gemeenteraad stelt de aanvullende politieverordening betreffende het invoeren van tonnagebeperking + 7,5 ton, uitgezonderd plaatselijk verkeer en landbouwvoertuigen, in de Stokerijstraat vanaf het kruispunt met de Wingensesteenweg (N327) en in de B.A. Guilbertlaan vanaf het kruispunt met de Wingensesteenweg (N327) als volgt vast:
Artikel 1
Er wordt een tonnagebeperking van + 7,5 ton, uitgezonderd plaatselijk verkeer en landbouwvoertuigen, ingevoerd in de Stokerijstraat vanaf het kruispunt met de Wingensesteenweg (N327) en in de B.A. Guilbertlaan vanaf het kruispunt met de Wingensesteenweg (N327).
Artikel 2
De maatregelen zoals vermeld in artikel 1 van dit reglement, worden ter plaatse aangeduid in de Burgemeester A. Guilbertlaan en de Stokerijstraat met het verbodsbord ‘C23’ met onderbord ‘+7,5 ton’, ‘uitgezonderd plaatselijk verkeer’ en ‘uitgezonderd landbouwvoertuigen’.
Artikel 3
Langs de Wingensesteenweg (N327) wordt ter hoogte van het kruispunt met de Stokerijstraat het aanwijzingsbord ‘F29’ met pijl naar links en opschrift ‘Ruiselede + 7,5 ton via Wingene’ geplaatst.
Artikel 4
De bepalingen van dit reglement treden in werking op 01.03.2026.
Artikel 5
Dit aanvullend reglement wordt ter goedkeuring overgemaakt aan het Departement Mobiliteit en Openbare Werken.
Artikel 6
Dit aanvullend reglement wordt, na goedkeuring door het Departement Mobiliteit en Openbare Werken, ter kennisgeving en opvolging overgemaakt aan de lokale politie.
Artikel 7
Dit reglement wordt, na goedkeuring door het Departement Mobiliteit en Openbare Werken, bekendgemaakt in overeenstemming met de voorschriften van het Decreet van 22.12.2017 over het lokaal bestuur en door middel van passende verkeerssignalisatie.
Artikel 8
Afschriften van deze verordening zullen, na goedkeuring door het Departement Mobiliteit en Openbare Werken, aan de bevoegde hogere overheden worden toegestuurd.
Decreet over het lokaal bestuur dd. 22.12.2017 en latere wijzigingen, in het bijzonder de artikelen 2, 40 en 41 met betrekking tot de bevoegdheden van de gemeenteraad.
Wet van 17.06.2016 inzake overheidsopdrachten, in het bijzonder artikel 41 m.b.t. de onderhandelingsprocedure met voorafgaande bekendmaking.
Wet van 17.06.2013 betreffende de motivering, de informatie en de rechtsmiddelen inzake overheidsopdrachten, bepaalde opdrachten voor werken, leveringen en diensten en concessies.
Koninklijk Besluit Plaatsing overheidsopdrachten in de klassieke sectoren van 18.04.2017.
Hierbij wordt het ontwerp en bestek, raming en gunningswijze voor de "Herstellen koker Devebeek - Kapellestraat Meulebeke" ter goedkeuring voorgelegd.
Dit dossier met referentie "Demey: 25.19" werd opgesteld door het studiebureau Infrabureau Demey bv.
De oude overwelving als toegang naar Kapellestraat 116-118 is in slechte staat en hiertoe werd er reeds een tijdelijke schoring in de koker aangebracht.
Het ontwerp voorziet in de opbraak en heraanleg van dit oudste gedeelte. De overige delen van de koker worden hersteld.
Raming: 253.845,90 euro btw inclusief.
Budget: GBB-WEGEN/0200-00/2140007/STAD/CBS/IP-GEEN.
Artikel 1
De opdracht "Herstellen koker Devebeek - Kapellestraat" te plaatsen bij wijze van vereenvoudigde onderhandelingsprocedure met voorafgaande bekendmaking.
Artikel 2
Goedkeuring te verlenen aan de voorwaarden van de opdracht zoals vervat in het ontwerp en bestek met dossiernr. Demey: 25.19 voor de opdracht "Herstellen koker Devebeek - Kapellestraat", opgesteld door het studiebureau Infrabureau Demey bv.
Artikel 3
Aan de financieel directeur zal voor deze uitgave een visum worden gevraagd.
Artikel 4
Het college van burgemeester en schepenen te gelasten het nodige te doen voor de gunning van deze opdracht.
Artikel 5
Deze beslissing over te maken aan de Technische dienst en de Financiële dienst van het Lokaal bestuur Tielt.
Decreet over het lokaal bestuur dd. 22.12.2017 en latere wijzigingen, in het bijzonder de artikelen 2, 40 en 41 met betrekking tot de bevoegdheden van de gemeenteraad.
Wet van 17.06.2016 inzake overheidsopdrachten, in het bijzonder artikel 41 m.b.t. de onderhandelingsprocedure met voorafgaande bekendmaking.
Wet van 17.06.2013 betreffende de motivering, de informatie en de rechtsmiddelen inzake overheidsopdrachten, bepaalde opdrachten voor werken, leveringen en diensten en concessies.
Koninklijk Besluit Plaatsing overheidsopdrachten in de klassieke sectoren van 18.04.2017.
Hierbij wordt het ontwerp en bestek, raming en gunningswijze voor de "Herstellen aan diverse wegen Tielt - dienstjaar 2025" ter goedkeuring voorgelegd.
Dit dossier met referentie "Demey 25.41" werd opgesteld door het studiebureau Infrabureau Demey bv.
Dit omvat plaatselijke herstellingen aan beton- en asfaltwegenis en dit in de volgende straten:
1. B.A. Guilbertlaan
2. Ervestraat
3. Keizerstraat
4. Oosthoekstraat
5. Artemeersstraat
6. Egemsesteenweg
7. Szamotulystraat
8. niet van toepassing
9. Tenhovestraat
10. Godskrijgstraat
11. Keibosstraat
12. Appelstraat
13. Abeelstraat
14. Maerlestraat
15. Sneppewegel
16. Sint-Martensstraat
17. Godshuisstraat
18. Steenovenstraat
19. Aanwijsstraat
20. Pittemse Binnenweg
21. Smokkelstraat
22. Goed Te Karelstraat
Het ontwerp voorziet volgens noodzaak in de heraanleg van de toplaag en/of de heraanleg van de fundering en optimalisatie van de afwatering. Er zijn hierin geen gecombineerde werken met riolering of overige nutsmaatschappijen vereist.
Zodoende wordt het wegcomfort en de veiligheid van de weggebruikers op deze locaties terug gewaarborgd.
Raming: 562.609,77 euro btw inclusief.
Budget: 2025/GBB-WEGEN/0200-00/2240007/BESTUUR/CBS/600/IP-GEEN.
Wijze van gunnen: vereenvoudigde onderhandelingsprocedure met voorafgaande bekendmaking.
Artikel 1
De gemeenteraad beslist de opdracht "Onderhoudswerken aan diverse wegen Tielt" te plaatsen bij wijze van vereenvoudigde onderhandelingsprocedure met voorafgaande bekendmaking.
Artikel 2
De gemeenteraad beslist goedkeuring te verlenen aan de voorwaarden van de opdracht zoals vervat in het ontwerp en bestek met dossiernr. Demey 25.41 voor de opdracht "Onderhoudswerken aan diverse wegen Tielt", opgesteld door het studiebureau Infrabureau Demey bv.
Artikel 3
Aan de financieel directeur zal voor deze uitgave een visum worden gevraagd.
Artikel 4
Het college van burgemeester en schepenen te gelasten het nodige te doen voor de gunning van deze opdracht.
Artikel 5
Deze beslissing over te maken aan de Technische dienst en de Financiële dienst van Lokaal bestuur Tielt.
Decreet lokaal bestuur van 22.12.2017, in het bijzonder de artikelen 2, 40 en 41 houdende de bevoegdheden van de gemeenteraad.
Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening, Titel II, Hoofdstuk II, afd.4, artikelen 2.2.18 t.e.m. 2.2.25.
Besluit van de Vlaamse Regering van 17.02.2017 betreffende het geïntegreerde planningsproces voor ruimtelijke uitvoeringsplannen, planmilieueffectrapportage, ruimtelijke veiligheidsrapportage en andere effectbeoordelingen.
Op 09.05.2022 besliste het college van burgemeester en schepenen van Meulebeke tot opmaak van het gemeentelijk ruimtelijk uitvoeringsplan 'Herziening PRUP regionaal bedrijf Dubaere-Dubatex' en tot aanstelling van de WVI, Koning Albert I-laan 122, 8200 Brugge als ontwerper.
Aangezien het bedrijf zijn productie activiteiten verplaatste naar Aalter, is de bedrijfssite komen leeg te staan en worden de voorziene uitbreidingsmogelijkheden uit het PRUP niet benut. De gemeente wil leegstand voorkomen en vindt het aangewezen om deze verouderde en geïsoleerde site te transformeren naar een duurzame en geïntegreerde bedrijfssite op schaal van de gemeente.
De startnota van gemeentelijk ruimtelijk uitvoeringsplan 'Herziening PRUP Regionaal bedrijf Dubaere-Dubatex' werd door het college van burgemeester en schepenen van Meulebeke goedgekeurd op 22.05.2023.
Over de startnota werd een publieke raadpleging georganiseerd van 12.06.2023 tot en met 10.08.2023. Het participatiemoment ging door op 27.06.2023.
Na de periode van publieke raadpleging werden de adviezen en inspraakreacties op de startnota verwerkt in de scopingnota. De scopingnota dateert van mei 2024.
Het voorontwerp van gemeentelijk ruimtelijk uitvoeringsplan werd goedgekeurd door het college van burgemeester en schepenen van Meulebeke op 27.05.2024 waarbij het college besliste een plenaire vergadering te organiseren.
Op 31.07.2024 werd de beslissing betreffende de ontheffing plan-MER-plicht ontvangen.
Door de deputatie van de provincie West-Vlaanderen werd op 31.10.2024 plandelegatie verleend om het PRUP Regionaal bedrijf Dubaere-Dubatex op gemeentelijk niveau te kunnen herzien.
De plenaire vergadering over het voorontwerp van gemeentelijk ruimtelijk uitvoeringsplan ging door op 06.11.2024. Van de plenaire vergadering werd een verslag opgemaakt.
Naar aanleiding van de adviezen van de plenaire vergadering werd het voorontwerp van gemeentelijk ruimtelijk uitvoeringsplan aangepast.
De gemeenteraad heeft het ontwerp van gemeentelijk ruimtelijk uitvoeringsplan 'Herziening PRUP Regionaal bedrijf Dubaere-Dubatex' voorlopig vastgesteld op 05.06.2025.
Het ontwerp van gemeentelijk ruimtelijk uitvoeringsplan werd onderworpen aan een openbaar onderzoek van 09.07.2025 tot en met 06.09.2025, conform de wettelijke bepalingen.
Op 20.10.2025 heeft de commissie voor ruimtelijke ordening een gemotiveerd advies uitgebracht. Naar aanleiding van dit advies werd het ontwerp van gemeentelijk ruimtelijk uitvoeringsplan aangepast.
Het gemeentelijk ruimtelijk uitvoeringsplan 'Herziening PRUP Regionaal bedrijf Dubaere-Dubatex' met RUP ID: RUP_37007_214_00009_00001 bevat de bestaande toestand, het grafisch plan van gemeentelijk ruimtelijk uitvoeringsplan, het register plancompensaties, de procesnota, de toelichtingsnota en de stedenbouwkundige voorschriften, opgemaakt door de WVI, Koning Albert I-laan 122, 8200 Brugge.
De gemeenteraad stelt binnen honderdtachtig dagen na het einde van het openbaar onderzoek het gemeentelijk ruimtelijk uitvoeringsplan definitief vast.
Enig artikel
De gemeenteraad stelt het gemeentelijk ruimtelijk uitvoeringsplan 'Herziening PRUP Regionaal bedrijf Dubaere-Dubatex', RUP ID: RUP_37007_214_00009_00001, opgemaakt door de WVI, Koning Albert I-laan 122, 8200 Brugge, definitief vast.
Het decreet over het lokaal bestuur van 22.12.2017, inzonderheid artikel 41, tweede lid, 11° met betrekking tot de bevoegdheid van de gemeenteraad.
Decreet over het lokaal bestuur van 22.12.2017, in het bijzonder artikel 40, 11°.
Gewestplan "Roeselare-Tielt".
Het lokaal bestuur wil in de bestemming "Parkgebied" van het gewestplan Roeselare-Tielt aan de Ommegangsdreef ten zuiden van Meulebeke een groenzone ontwikkelen; hiertoe dienen dus gronden te worden verworven.
In zitting van 04.09.2025 werd door de gemeenteraad een eenzijdige verkoopbelofte gelicht.
Notaris Cluyse stelde ontwerpakten op voor de aankoop.
De gemeenteraad dient goedkeuring te verlenen aan deze ontwerpen.
Bedrag van aankoop: 163.362,00 euro.
Artikel 1
In de beslissing van de gemeenteraad van 04.09.2025 werd een handgeschreven bepaling bij de verkoopsovereenkomst niet mee opgenomen, niettegenstaande deze op de verkoopsovereenkomst zoals in het dossier aanwezig was wel werd bijgeschreven. De gemeenteraad nam dus kennis van de bepaling maar voor de volledigheid wordt hier bijkomend vermeld dat in de overeenkomst wel degelijk volgende werd afgesproken:
"Indien de verkopende partij tegen eind januari 2025 grond aanbrengt om te ruilen zal de gemeente een ruilconstructie opzetten waarbij de gemeente de aangebrachte grond in eerste instantie zal aankopen en direct daarna ruilen voor het goed in deze overeenkomst; de meer- of minprijs wordt verrekend tussen de partijen. De meerkost aan aktekosten voor die bijkomende akte zal betaald worden door de verkopende partij dhr. en mevr. Depypere-Corijn."
Artikel 2
De gemeenteraad verleent goedkeuring aan de ontwerpaktes opgemaakt door Notaris Cluyse:
1) voor de verwerving van 1 perceel grond ten aanzien van:
De heer VANDEN BERGHE Luc Adiel, geboren te Roeselare op 20 augustus 1961, (rijksregisternummer 61.08.20-187.65) en zijn echtgenote mevrouw DESMET Colette Helena Maria, geboren te Roeselare op 30 april 1961, (rijksregisternummer 61.04.30-222.90), samen wonende te 8760 Tielt (Meulebeke), Knorrebosstraat 1;
met name:
Een perceel landbouwgrond, gelegen te 8760 Tielt (Meulebeke), aan en nabij de Knorrebosstraat, aldaar gekend als ‘Leembrughoek’, bekend op het kadaster onder Tielt/7de afdeling/Meulebeke/1ste afdeling, sectie E, volgens eigendomstitel voorheen gekend als deel van nummer 1099 en volgens recent kadastraal uittreksel heden gekend als deel van ex-nummer 37007-E-1099-P0000; zijnde lot 1 van het hierna vermeld metingsplan en ingevolge prekadastratie van gemeld metingsplan heden kadastraal gekend onder het gereserveerde perceelsidentificatienummer 37007-E-1099A-P0000, met een totale oppervlakte volgens gemelde meting van één hectare vijftien are zesentachtig centiare (1ha 15a 86ca).
Een perceel landbouwgrond, gelegen te 8760 Tielt (Meulebeke), aan en nabij de Knorrebosstraat, aldaar gekend als ‘Leembrughoek’, bekend op het kadaster onder Tielt/7de afdeling/Meulebeke/1ste afdeling, sectie E, volgens eigendomstitel voorheen gekend als deel van nummer 1099 en volgens recent kadastraal uittreksel heden gekend als deel van ex-nummer 37007-E-1099-P0000; zijnde lot 1 van het hierna vermeld metingsplan en ingevolge prekadastratie van gemeld metingsplan heden kadastraal gekend onder het gereserveerde perceelsidentificatienummer 37007-E-1099A-P0000, met een totale oppervlakte volgens gemelde meting van één hectare vijftien are zesentachtig centiare (1ha 15a 86ca).
twee percelen landbouwgrond, gelegen te 8760 Tielt (Meulebeke), aan en nabij de Vuilputstraat en aldaar gekend als ‘Hulsveldhoek, bekend op het kadaster onder Tielt/7de afdeling/Meulebeke sectie E, volgens titel voorheen gekend onder de nummers 549B en 552/A en volgens recent kadastraal uittreksel heden gekend onder de nummers 37007-E-549C-P0000 en 37007-E-552R-P0000, met een totale oppervlakte volgens nagemelde meting van één hectare drieënveertig are dertig centiare (1ha 43a 30ca).
Artikel 3
De burgemeester (bij delegatie namens de voorzitter van de gemeenteraad in toepassing van artikel 281 van het decreet lokaal bestuur) en de algemeen directeur worden gelast om de stad te vertegenwoordigen en om over te gaan tot de ondertekening van de akte.
Artikel 4
Voor de aankoop en vergoeding is krediet voorzien in het éénjarig meerjarenplan 2025, op 2025/ACT-25-011/340-00/2200700/Stad/IP-25-04.
Artikel 5
Afschrift van deze beslissing over te maken aan de financieel directeur van de stad Tielt.
Decreet over het lokaal bestuur dd. 22.12.2017 en latere wijzigingen, in het bijzonder artikelen 2, 40 en 41 met betrekking tot de bevoegdheden van de gemeenteraad.
Samenwerkingsovereenkomst met vzw Regionaal Landschap West-Vlaamse hart in kader van West-Vlaams Kruisbestuiversplan dd. 06.06.2024.
De huidige samenwerkingsovereenkomst tussen stad Tielt en het Regionaal Landschap West-Vlaamse hart in het kader van het West-Vlaams kruisbestuiversplan loopt eind dit jaar af. Regionaal Landschap West-Vlaamse hart legt een nieuwe overeenkomst voor voor de periode 2026-2031. In toepassing van de beslissing van het bestuursorgaan van het Regionaal Landschap blijven de gemeentelijke bijdragen voor de komende periode ongewijzigd.
Het West-Vlaams kruisbestuiversplan beoogt een samenwerking tussen de gemeente en het Regionaal Landschap, waarbij gewerkt wordt aan een betere omgeving voor bestuivers via monitoring, sensibilisatie en acties in het openbaar domein. Deze overeenkomst is een verderzetting van de eerdere samenwerkingsovereenkomst die reeds liep met Stad Tielt.
De abonnementskost van 3.000,00 euro per jaar wordt voorzien in het meerjarenplan 2026-2031.
Artikel 1
De gemeenteraad beslist om de de samenwerkingsovereenkomst met het Regionaal Landschap West-Vlaamse Hart vzw in kader van het West-Vlaams Kruisbestuiversplan goed te keuren als volgt:
Samenwerkingsovereenkomst in kader van het West-Vlaams Kruisbestuiversplan in stad Tielt
tussen de partijen
De vzw Regionaal Landschap West-Vlaamse hart, waarvoor optreden de heer Jurgen Vanlerberghe, voorzitter en de heer Roeland Vanlerberghe, algemeen coördinator, hierna genoemd ‘RLWVH’
en
stadsbestuur Tielt vertegenwoordigd door het College van Burgemeester en Schepenen, voor wie optreedt de heer Luc Vannieuwenhuyze, burgemeester en de heer Hendrik Vandenbruwane, algemeen directeur, hierna genoemd ‘de stad/gemeente’.
wordt overeengekomen hetgeen volgt:
Artikel 1. Voorwerp van de overeenkomst
Het West-Vlaams Kruisbestuiversplan beoogt een samenwerking tussen de stad/gemeente en het Regionaal Landschap, waarbij gewerkt wordt aan een betere omgeving voor bestuivers via monitoring, sensibilisatie en acties in het openbaar domein.
Deze overeenkomst is een verderzetting van de eerdere samenwerkingsovereenkomst. De stad/gemeente en RLWVH willen samen werk maken van:
1. Uitwerken van goede voorbeelden op openbaar domein via:
a. Analyse kansrijke locaties voor insectenvriendelijk beheer
b. Advies natuurvriendelijke begraafplaats
c. Doorlichting fytobeleid, informatie en demo’s rond alternatieve methodes van onkruidbestrijding
2. Realiseren van bijvriendelijke maatregelen via:
a. Aanleg en beheer zoemrijk grasland
b. Advies rond bloeibogen in borders, aanleg groenzones, etc.
c. Advies rond bijennestelplaatsen (natuurlijk, bijenhotels, bijenburchten, etc.)
d. Mascottesoorten voorstellen op maat van de gemeente of stad en bijhorende acties uitwerken
3. Ondersteuning bij sensibiliseren naar verschillende doelgroepen door:
a. Organisatie en vormgeving van infoavonden en bijen/insectensafari
b. Vormgeving en inhoud infobordjes
c. Organisatie van workshops voor inwoners
d. Uitwerking sensibilisatie-acties, brochures, etc.
4. Kennisverhoging over bestuivers binnen de stad/gemeente door:
a. Het opmaken van een overzicht van gekende soorten bestuivers en inventarisatiegraad
b. De opmaak van een raamcontract inventarisatie door professionelen
c. De coördinatie van monitoring door professionelen en vrijwilligers
d. De organisatie van jaarlijkse opleidingen (50% korting) en gratis terreinbezoeken op maat met betrokken beheerders
5. De opmaak van subsidiedossiers ifv het realiseren van concrete uitvoeringsdossiers.
Artikel 2. Duur van de overeenkomst
Deze samenwerkingsovereenkomst treedt in werking op 1 januari 2026 en eindigt op 31 december 2031. Deze samenwerkingsovereenkomst is telkens verlengbaar voor de duur van zes jaar. De verlenging van de samenwerkingsovereenkomst wordt door de partijen telkens uitdrukkelijk en schriftelijk bevestigd door de daartoe bevoegde organen.
Artikel 3. Engagementen van RLWVH
Het RLWVH engageert zich via begeleiding en advies op maat en het plannen van een haalbare set van acties uit het voorgesteld keuzemenu tot het realiseren van de taken zoals beschreven in artikel 1. RLWVH voorziet hiervoor maximum 15 werkdagen per jaar van een bestuiversexpert of andere experten uit het team (publieksmedewerker, communicatiemedewerker, …). Spreiding en timing van de gekozen engagementen worden door RLWVH samen met het lokaal bestuur uitgestippeld.
Artikel 4. Engagementen van de stad/gemeente
De stad/gemeente engageert zich tot:
1. Een financiële bijdrage van € 3000 per jaar. De bijdrage wordt jaarlijks opgevraagd door het RLWVH.
2. Het voorzien van € 2000 per jaar als werkingsmiddelen binnen de gemeentelijke begroting voor acties rond bestuivers.
3. Het uitwerken van een jaarplanning a.d.h.v. een keuzemenu of eigen voorstellen samen met de medewerker van het RLWVH.
4. Alle noodzakelijke ondersteuning m.b.t. de realisatie van de beoogde output, concreet:
a. Het aanleveren van de nodige info m.b.t. het gemeentelijke patrimonium en groenzones in beheer van de stad/de gemeente.
b. De organisatie van publieke betrokkenheid bij sensibiliseringsacties
c. De terbeschikkingstelling van infrastructuur i.f.v. publiekscampagnes en opleidingen (locaties, logistieke en organisatorische samenwerking, …)
d. Communicatie richting inwoners i.k.v. acties binnen de gemaakte doelstellingen als Kruisbestuiversstad – of gemeente.
5. Het formele engagement als Kruisbestuiversstad/gemeente en deelname aan het Kruisbestuiversnetwerk.
6. De maximale toepassing van een bestuiversvriendelijk beleid in de dagdagelijkse werking van de stad/gemeente met als doel het behouden en verbeteren van de leefomgeving van bestuivende insecten, een behoud en toename van het bestuiversbestand en ecosysteemdiensten zoals bestuiving opwaarderen.
7. Aanwezigheid met de juiste medewerkers op vormingen die het RLWVH organiseert in kader van deze overeenkomst.
Artikel 5: Communicatieve engagementen van RLWVH en de stad/gemeente
Het RLWVH en de stad/gemeente communiceren allen over het West-Vlaams Kruisbestuiversplan als zijnde een samenwerking tussen de gemeente, RLWVH en de provincie West-Vlaanderen. De logo’s van deze drie instanties worden altijd samen vermeld. Er wordt voor de stad/gemeente een specifiek campagnebeeld uitgewerkt met de slagzin ‘stad/gemeente x zoemt!’. Dit campagnebeeld samen met de logo’s van de twee partners worden altijd samen vermeld.
Opgemaakt in tweevoud te Roeselare op 10 oktober 2025
Namens het Regionaal Landschap West-Vlaamse hart
De Voorzitter,
Jurgen Vanlerberghe
De algemeen coördinator
Roeland Vanlerberghe
Namens de stad/gemeente
De algemeen directeur
Hendrik Vandenbruwane
De Burgemeester,
Luc Vannieuwenhuyze
Artikel 2
De burgemeester (bij delegatie voor de voorzitter in toepassing van artikel 281 van het decreet lokaal bestuur) en de algemeen directeur te machtigen tot het ondertekenen van de overeenkomst.
Artikel 3
Deze beslissing samen met de ondertekende overeenkomst over te maken aan het Regionaal Landschap West-Vlaamse Hart, via roeland.vanlerberghe@west-vlaanderen.be (coördinator).
Decreet over het lokaal bestuur dd. 22.12.2017 en latere wijzigingen, in het bijzonder artikelen 2, 40 en 41 met betrekking tot de bevoegdheden van de gemeenteraad.
Samenwerkingsovereenkomst dd. 23.06.2025 met vzw Regionaal Landschap West-Vlaamse hart in kader van het bomenplan.
Op 23.06.2025 tekende de stad in op een samenwerkingsovereenkomst met Regionaal Landschap West-Vlaamse hart in het kader van het opmaken van een inventaris voor het Bomenplan Tielt.
Voorliggende overeenkomst is een verderzetting van de eerdere samenwerkingsovereenkomsten.
De abonnementskost van 3.500,00 euro per jaar wordt voorzien in het meerjarenplan 2026-2031.
Artikel 1
De gemeenteraad beslist om de samenwerkingsovereenkomst met het Regionaal Landschap West-Vlaamse Hart vzw in kader van het Bomenplan goed te keuren als volgt:
Samenwerkingsovereenkomst in kader van het abonnement Bomenplan TIELT 2026-2031.
tussen de partijen
De vzw Regionaal Landschap West-Vlaamse hart, waarvoor optreden de heer Jurgen Vanlerberghe, voorzitter en de heer Roeland Vanlerberghe, algemeen coördinator, hierna genoemd ‘RLWVH’.
en
Het gemeentebestuur van TIELT, vertegenwoordigd door het College van Burgemeester en Schepenen, voor wie optreedt Luc Vannieuwenhuyze, burgemeester en Hendrik Vandenbruwane, algemeen directeur, hierna genoemd ‘de gemeente’.
wordt overeengekomen hetgeen volgt:
Artikel 1. Voorwerp van de overeenkomst
De gemeente tekent in op het abonnement bomenplan 2026-2031. Dit abonnement is een verderzetting van de eerdere samenwerkingsovereenkomst Bomenplan TIELT en bouwt verder op de bomeninventaris, het beheerplan en de kansenkaart uit deze overeenkomst.
Artikel 2. Inhoud abonnement
Binnen het abonnement biedt het RLWVH volgende diensten aan:
1. Up-to-date houden inventaris: het RLWVH zorgt ervoor dat alle wijzigingen (vellingen, nieuwe aanplantingen, beheerwerken, eenmalige ingrepen …) steeds actueel in de inventaris worden opgenomen.
2. Digitaal ontsluiten inventaris: Via een Cloud gebaseerd GIS-systeem kan de gemeente steeds de actuele inventaris raadplegen.
3. Opvolgen beheerplan: twee keer per jaar zet het RLWVH alle noodzakelijke ingrepen aan het bomenpatrimonium klaar in een overzichtelijk beheerplan. Dit gebeurt via een Cloud gebaseerd GIS-systeem.
4. Periodieke boomcontrole: het RLWVH zorgt ervoor dat alle bomen op tijd opnieuw gecontroleerd worden. De frequentie van de controles volgt uit de conditie en opmerkingen die de bomen eerder kregen.
5. Plantvoorstellen: het RLWVH ondersteunt de gemeente om concrete plantvoorstellen uit te werken.
6. Subsidiedossiers: het RLWVH ondersteunt de gemeente bij het zoeken naar middelen om aanplantingen te realiseren.
7. Visieontwikkeling: het RLWVH ondersteunt de gemeente bij het ontwikkelen van een visie rond bijvoorbeeld nieuwe aanplantingen, klachtenbehandeling rond bomen …
8. Advies: de gemeente kan steeds bij het RLWVH terecht voor advies over het gemeentelijk bomenpatrimonium.
9. Opleidingen en demo’s: het RLWVH organiseert jaarlijks één of meerdere gratis opleidingen of demo’s over boombeheer.
Artikel 3. Duur van de overeenkomst
Deze samenwerkingsovereenkomst treedt in werking op 1 januari 2026 en eindigt op 31 december 2031. Deze samenwerkingsovereenkomst is telkens verlengbaar voor de duur van zes jaar. De verlenging van de samenwerkingsovereenkomst wordt door de partijen telkens uitdrukkelijk en schriftelijk bevestigd door de daartoe bevoegde organen.
Artikel 4. Engagementen RLWVH
Het RLWVH engageert zich tot het uitvoeren van de taken zoals beschreven in artikel 2 en voorziet hiervoor maximum 18 werkdagen per jaar. Binnen het abonnement kan de gemeente gebruik maken van 1 gebruikersaccount binnen de GIS-cloud omgeving. Per extra account rekent het RLWVH 250 € per jaar aan.
Artikel 5: Engagementen van de gemeente
De gemeente engageert zich tot:
1. Het betalen van de abonnementskost van € 3500 per jaar. De bijdrage wordt jaarlijks opgevraagd door het RLWVH.
2. Alle noodzakelijke ondersteuning m.b.t. de realisatie van de beoogde output, concreet :
a. Het aanleveren van alle beschikbare info m.b.t. het gemeentelijke patrimonium en het actuele bomenbestand in beheer van de gemeente.
b. De rechtstreekse communicatie met de burger bij vragen rond bomen.
c. De organisatie van publieke betrokkenheid bij plannen die voortkomen uit het bomenplan.
3. De maximale toepassing van het beheerplan in de dagdagelijkse werking van de gemeente met als doel het bekomen van een vitaal en gevarieerd bomenbestand.
4. Aanwezigheid met de juiste medewerkers op vormingen die het RLWVH organiseert in kader van deze overeenkomst.
Artikel 6. Databeheer en -delen
De data die voortvloeien uit de opmaak van de inventaris en de kansenkaart wordt beschouwd als gedeelde eigendom van de gemeente en het RLWVH. Het delen van deze data met partijen buiten deze overeenkomst kan enkel mits onderling schriftelijk akkoord.
Artikel 7. Vrijwaring
Het RLWVH, haar personeelsleden en aangestelden kunnen niet aansprakelijk worden gesteld voor enige directe, indirecte, contractuele of buitencontractuele schade die voortvloeit uit eventuele fouten, onvolledigheden of onnauwkeurigheden in het Bomenplan. De gemeente verbindt zich ertoe het RLWVH, haar personeelsleden en aangestelden te vrijwaren en schadeloos te stellen voor alle aanspraken van derden die hieruit zouden kunnen voortvloeien. De gemeente erkent haar eigen verantwoordelijkheid als eigenaar en beheerder van de bomen en ziet uitdrukkelijk af van elke vorm van aansprakelijkheidsstelling ten aanzien van het RLWVH.
Artikel 8. Communicatieve engagementen van het RLWVH en de gemeente
Het RLWVH en de gemeente communiceren allen over het bomenplan als zijnde een samenwerking tussen de gemeente, RLWVH en de provincie West-Vlaanderen. De logo’s van deze drie instanties worden altijd samen vermeld.
Opgemaakt in tweevoud te Roeselare op 6 oktober 2025.
Namens het Regionaal Landschap West-Vlaamse hart
De voorzitter,
Jurgen Vanlerberghe
De algemeen coördinator
Roeland Vanlerberghe
Namens de gemeente
De algemeen directeur
Hendrik Vandenbruwane
De burgemeester,
Luc Vannieuwenhuyze
Artikel 2
De burgemeester (bij delegatie voor de voorzitter in toepassing van artikel 281 van het Decreet lokaal bestuur) en de algemeen directeur te machtigen tot het ondertekenen van de overeenkomst.
Artikel 3
Deze beslissing samen met de ondertekende overeenkomst over te maken aan het Regionaal Landschap West-Vlaamse Hart, via roeland.vanlerberghe@west-vlaanderen.be (coördinator).
Het decreet van 22.12.2017 over het lokaal bestuur, in het bijzonder artikel 2, artikel 40§3 en artikel 41.
De gemeenteraadsbeslissing dd. 24.04.2014 omtrent de goedkeuring van een convenant afgesloten tussen Stad Tielt en de Tieltse Gidsenkring, die de voorwaarden verbond aan een jaarlijkse subsidie.
De gemeenteraadsbeslissing dd. 12.01.2017 omtrent de goedkeuring van een convenant afgesloten tussen Stad Tielt en de Tieltse Gidsenkring, die de voorwaarden verbond aan een jaarlijkse subsidie.
De gemeenteraadsbeslissing dd. 05.03.2020 omtrent de goedkeuring van een convenant afgesloten tussen Stad Tielt en de Tieltse Gidsenkring, die de voorwaarden verbond aan een jaarlijkse subsidie.
De Tieltse Gidsenkring is een belangrijke partner binnen de promotie en productontwikkeling van het toerisme in Tielt. Al heel wat jaren wordt intens samengewerkt en dit vertaalde zich in een convenant tussen Stad Tielt en de Tieltse Gidsenkring waarbij de samenwerking inhoudelijk werd gekaderd en de taken structureel werden omlijnd.
Het eerste convenant werd goedgekeurd door de gemeenteraad in zitting van 24.04.2014 en had betrekking op de werkjaren 2014, 2015 en 2016. Het convenant eindigde op 31.12.2016.
Het tweede convenant werd afgesloten op 01.01.2017 en eindigde op 31.12.2019 en werd goedgekeurd in de gemeenteraadszitting van 12.01.2017.
Nu wenst het bestuur voor de werkjaren 2026 - 2031 opnieuw een convenant aan te gaan.
Het ontwerp van het convenant werd besproken in de najaarsvergadering van de Tieltse Gidsenkring dd. 04.11.2025.
Dit convenant wordt ter goedkeuring voorgelegd aan de gemeenteraad.
Door Veerle Vervaeke (Team BURGEMEESTER) werd volgend amendement ter stemming aan de gemeenteraad voorgelegd:
Met 12 stemmen voor (Danny Bossuyt, Veerle Vervaeke, Dirk Verwilst, Katrien Seys, Benedikt Van Staen, Kristof Vande Walle, Jean-Marie Gunst, Bernard De Marez, Lieven Vaneeckhoute, Koen Desmet, Filip Naert, Isabelle Van de Cappelle), 18 stemmen tegen (Glenn Lambert, Luc Vannieuwenhuyze, Pascale Baert, Birger De Coninck, Lieve Germonprez, Vincent Byttebier, Grietje Goossens, Didier Van Nieuwenhuyse, Bert Verdru, Marie De Cloet, Klaas Carrette, Simon Bekaert, Nele Callens-Gelaude, Hedwig Verdoodt, Joris Vande Vyvere, Mouna Belkadi, Rik Stevens, Stijn Dermul)
Het amendement wordt bijgevolg niet goedgekeurd.
In het convenant werd het subsidiebedrag voor de Tieltse Gidsenkring opgenomen. Deze bedraagt 1.600,00 euro, wat ten opzichte van vorige jaren een stijging van 400,00 euro betreft.
De geraamde uitgaven voor de jaarlijkse subsidie aan de Tieltse Gidsenkring worden opgenomen in het meerjarenplan 2026-2031.
De gemeenteraad beslist:
Artikel 1
Goedkeuring te verlenen aan het convenant afgesloten tussen de Stad Tielt en de Tieltse Gidsenkring voor de periode 2026-2031 volgens deze bepalingen:
CONVENANT
TUSSEN DE STAD TIELT EN DE TIELTSE GIDSENKRING
voor de periode 2026 - 2031
Dit convenant wordt gesloten tussen:
De stad Tielt, vertegenwoordigd door Luc Vannieuwenhuyze, burgemeester en Hendrik Vandenbruwane, algemeen directeur, handelend in naam en voor rekening van het lokaal bestuur van Tielt, in uitvoering van het besluit van de gemeenteraad genomen in zitting van 18 december 2025;
hierna genoemd: Stad Tielt of de stad;
en de Tieltse Gidsenkring, rechtsgeldig vertegenwoordigd door Geert Storme, voorzitter en Paul Roelens, penningmeester;
hierna genoemd: de Tieltse Gidsenkring of Gidsenkring.
Met dit convenant — voor de periode 2026–2031 — leggen Stad Tielt en de Tieltse Gidsenkring hun samenwerking vast. Het convenant is bedoeld als een duurzaam en positief samenwerkingsverband tussen beide partijen en vormt de basis voor de afspraken die hierna volgen.
Artikel 1 – Financiële ondersteuning
Stad Tielt erkent de Tieltse Gidsenkring als een volwaardige partner in toerisme en erfgoed, meer bepaald de toeristische promotie en productontwikkeling. Daarom voorziet de stad jaarlijks een ondersteuning van 1.600 euro.
Artikel 2 – Engagement van de Tieltse Gidsenkring
1. De Tieltse Gidsenkring is een feitelijke vereniging die zich met enthousiasme inzet voor de promotie van Tielt. Elk lid is een ambassadeur van de stad.
2. Er wordt een zorgvuldige ledenlijst bijgehouden. Elk jaar, uiterlijk op 31 januari, krijgt de stad een overzicht met volledige naam, telefoonnummer en e-mailadres.
3. Reservaties van gidsen verlopen via de dienst Toerisme, evenementen en lokale economie. Stad Tielt houdt de statistieken van groepsbezoeken bij.
4. De gidsen zorgen steeds voor kwaliteitsvolle rondleidingen. De Tieltse Gidsenkring volgt de aanbevelingen van Toerisme Vlaanderen, de Federatie van Toeristische Gidsenkringen en de Koninklijke West-Vlaamse Gidsenkring om de kwaliteit van het gidsen blijvend op een hoog niveau te houden. De kring engageert zich om uitsluitend te werken met gidsen die een degelijke opleiding genoten en zich regelmatig blijven bijscholen.
5. De communicatie met de stad verloopt via de dienst Toerisme, evenementen en lokale economie.
6. Er wordt gewaakt over de kwaliteit van de gidsbeurten door middel tevredenheidsmetingen bij de cliënt. Elke gids schrijft na afloop van een beurt een kort verslag voor de Tieltse Gidsenkring en de dienst Toerisme, evenementen en lokale economie.
7. De Tieltse Gidsenkring neemt deel aan vergaderingen en studiedagen van Westtoer, Toerisme Vlaanderen, de Federatie van Toeristische Gidsenkringen en de Koninklijke West-Vlaamse Gidsenkring.
8. De Tieltse Gidsenkring voorziet en bekostigt jaarlijks minstens 4 uur vorming voor alle leden aangesloten bij de Tieltse Gidsenkring.
9. De Tieltse Gidsenkring bezorgt jaarlijks een vormingsboek aan de leden van de Tieltse Gidsenkring en het lokaal bestuur.
10. Stad Tielt doet beroep op de Tieltse Gidsenkring om nieuwe producten uit te werken. De Tieltse Gidsenkring zorgt voor begeleiding in de uitwerking van themawandelingen, zoals de “Tieltse Ommetjes” e.a. georganiseerd door de dienst Toerisme, evenementen en lokale economie. Jaarlijks komt er minstens één nieuw aanbod op basis van degelijk historisch onderzoek.
11. Voor de jaarlijkse startvergadering worden het college van burgemeester en schepenen en een afvaardiging van de dienst Toerisme, evenementen en lokale economie uitgenodigd.
12. De Tieltse Gidsenkring staat zelf in voor de eigen administratie en de kosten die daarmee gepaard gaan, en streeft naar een optimale digitale werking.
13. Bij interne en externe communicatie wordt steeds het logo van Stad Tielt geplaatst met de vermelding: ’met medewerking van’.
Artikel 3 – Engagement van Stad Tielt
1. De dienst Toerisme, evenementen en lokale economie is de vaste aanspreekpartner en werkt constructief samen met de Tieltse Gidsenkring.
2. Stad Tielt doet enkel beroep op gidsen van de Tieltse Gidsenkring, tenzij gemotiveerde uitzonderingen zich opdringen.
3. De stad stelt gratis een vergaderlokaal ter beschikking voor algemene vergaderingen, vormingen en werkgroepen.
4. Bij vergaderingen en vormingen in een stadsgebouw voorziet de stad drank.
5. De Tieltse Gidsenkring wordt uitgenodigd op toeristische en erfgoedactiviteiten van Stad Tielt.
6. Extra vragen van de Tieltse Gidsenkring worden afgewogen tegen de beleidsdoelstellingen van de stad.
7. Tarieven voor gidsbeurten worden jaarlijks samen afgesproken, met respect voor de richtlijnen van Toerisme Vlaanderen.
8. Leden van de Tieltse Gidsenkring krijgen gratis toegang tot betalende toeristische activiteiten die stad Tielt zelf organiseert.
9. Stad Tielt promoot het aanbod van de Tieltse Gidsenkring actief via eigen kanalen en via partners zoals Westtoer, Toerisme Vlaanderen en het Regionaal Landschap West-Vlaanderen, met aandacht voor een constructieve samenwerking tussen alle partners.
10. De stad houdt de Gidsenkring op de hoogte van nieuwe initiatieven en vraagt hun, proactief op de vergaderingen van de deelraden, advies waar relevant.
Artikel 4 - Algemene bepalingen
1. De overeenkomst loopt van 1 januari 2026 tot en met 31 december 2031.
2. Bij niet-naleving kan de overeenkomst vroegtijdig beëindigd worden. Opzeg gebeurt via een gemotiveerde aangetekende brief, gevolgd door een verzoeningsgesprek binnen 15 dagen.
3. De subsidie wordt jaarlijks uitbetaald na het indienen van het jaarverslag.
4. De bepalingen van het Decreet Lokaal Bestuur blijven onverminderd gelden.
5. Met dit convenant vervalt voor de Tieltse Gidsenkring het recht op andere stedelijke subsidies of financiële tussenkomsten.
6. De procedures voor de praktische afhandeling tussen de Stad Tielt, de Tieltse Gidsenkring en de individuele gidsen worden nader geregeld in een afzonderlijk document.
Artikel 2
Het schepencollege te gelasten met de verdere uitvoering van dit convenant alsmede de burgemeester (bij delegatie namens de voorzitter van de gemeenteraad in toepassing van artikel 281 van het decreet lokaal bestuur) en de algemeen directeur te machtigen tot ondertekening van dit convenant.
Artikel 3
Deze beslissing met als bijlage het door de burgemeester en algemeen directeur ondertekend convenant over te maken aan de financieel directeur en de dienst Toerisme, Evenementen en Lokale Economie.
Decreet over het lokaal bestuur van 22.12.2017 en latere wijzigingen, in het bijzonder artikelen 2, 40 en 41, met betrekking tot de bevoegdheden van de gemeenteraad.
Decreet over het lokaal bestuur van 22.12.2017, in het bijzonder artikel 304.
Decreet lokaal cultuurbeleid van 06.07.2012, in het bijzonder artikel 52 tot en met artikel 58.
Decreet betreffende het cultuurpact van 28.01.1974, in het bijzonder artikel 6 tot en met artikel 9.
Beslissing van de gemeenteraad dd. 08.05.2025 houdende het bepalen van de beheersvorm van de culturele infrastructuur (cultuurcentrum) en vaststellen van het aantal leden van de vertegenwoordiging.
Beslissing van de gemeenteraad dd. 08.05.2025 houdende het bepalen van de beheersvorm van de Openbare Bibliotheek en vaststellen van het aantal leden van de vertegenwoordiging.
Beslissing van de gemeenteraad dd. 03.07.2025 houdende het aanduiden van de vertegenwoordigers van de gemeenteraad bij de raden van beheer van het cultuurcentrum en de Openbare Bibliotheek.
In de gemeenteraad van 08.05.2025 werd het aantal vertegenwoordigers van de gemeenteraad per politieke fractie in de raden van beheer van het cultuurcentrum en de Openbare Bibliotheek vastgesteld. Deze vertegenwoordigers omvatten de helft van het aantal leden van de raden van beheer (12/24). Het aantal vertegenwoordigers per politieke fractie werd berekend volgens het evenredigheidsstelsel met deze verdeling:
In de gemeenteraad van 03.07.2025 werden de vertegenwoordigers binnen de raden van beheer ook aangeduid als volgt:
Raad van beheer van het cultuurcentrum
Raad van beheer van de Openbare Bibliotheek
Per e-mail dd. 18.11.2025 en 02.12.2025 verzoekt raadslid Filip Naert tot vervanging van zijn vertegenwoordiging namens het Vlaams Belang in de raad van beheer van het cultuurcentrum en de Openbare Bibliotheek, de voorgestelde vervanger is dhr. Christ Pickavet.
Het komt de gemeenteraad toe goedkeuring te verlenen aan de vervanging van de vertegenwoordiger namens het Vlaams Belang in de raad van beheer van het cultuurcentrum en de Openbare Bibliotheek.
Artikel 1
De gemeenteraad verleent goedkeuring aan de vervanging van raadslid Filip Naert namens het Vlaams Belang in de raad van beheer van het cultuurcentrum en de Openbare Bibliotheek door dhr. Christ Pickavet.
Artikel 2
De geactualiseerde samenstelling van de raden van beheer van het cultuurcentrum en de Openbare Bibliotheek wordt als volgt bepaald:
Raad van beheer van het cultuurcentrum
Raad van beheer van de Openbare Bibliotheek
Artikel 3
Een getekende versie van deze beslissing wordt overgemaakt aan de raden van beheer van het cultuurcentrum en de Openbare Bibliotheek.
Decreet over het lokaal bestuur dd. 22.12.2017 en latere wijzigingen, artikelen 2, 40 en 41 met betrekking tot de bevoegdheden van de gemeenteraad en artikel 262, §1.
Decreet van 22.12.2017 over het lokaal bestuur en in het bijzonder de artikelen 260 t.e.m. 262.
Besluit van de Vlaamse Regering van 30.03.2018 over de beleids- en beheerscyclus van de lokale en provinciale besturen, en in het bijzonder de artikelen 17 t.e.m. 26.
Ministerieel besluit van 26.06.2018 tot vaststelling van de modellen en de nadere voorschriften van de beleidsrapporten, de rekeningenstelsels en de digitale rapportering van de beleids- en beheerscyclus van de lokale en de provinciale besturen, en in het bijzonder de artikelen 2 t.e.m. 4.
Besluit gemeenteraad van 05.06.2025 houdende de vaststelling van de jaarrekening 2024 van Lokaal bestuur Tielt, deel stad.
De gemeenteraad stelde in zitting van 05.06.2025 de jaarrekening 2024 van Lokaal bestuur Tielt vast.
Via het digitaal loket van het Agentschap Binnenland Bestuur, ontving het lokaal bestuur op 27.10.2025 het besluit van de gouverneur dd. 27.10.2025 houdende de goedkeuring van de jaarrekening over het financieel boekjaar 2024 van Lokaal bestuur Tielt.
Artikel 332, §1, derde lid van het Decreet Lokaal Bestuur, bepaalt dat "alle besluiten en opmerkingen van de toezichthoudende overheid ter kennis gebracht worden op de eerstvolgende vergadering van de gemeenteraad of van de raad voor maatschappelijk welzijn".
Enig artikel
De gemeenteraad neemt in toepassing van artikel 332, §1, derde lid van het decreet over het lokaal bestuur kennis van:
Decreet over het lokaal bestuur dd. 22.12.2017 en latere wijzigingen, artikelen 2, 40 en 41 met betrekking tot de bevoegdheden van de gemeenteraad en artikel 262, §1.
Het decreet van 22.12.2017 over het lokaal bestuur en in het bijzonder de artikelen 241, 243 en 260 tot en met 262.
Het besluit van de Vlaamse Regering van 30.03.2018 over de beleids- en beheerscyclus van de lokale en de provinciale besturen, en in het bijzonder de artikelen 17 tot en met 26.
Het ministerieel besluit van 26 juni 2018 tot vaststelling van de modellen en de nadere voorschriften van de beleidsrapporten, de rekeningenstelsels en de digitale rapportering van de beleids- en beheerscyclus van de lokale en de provinciale besturen, en in het bijzonder de artikelen 2 tot en met 4.
Besluit gemeenteraad van 05.06.2025 houdende de goedkeuring van de jaarrekening 2024 van het Autonoom Gemeentebedrijf Tielt.
De gemeenteraad stelde in zitting van 05.06.2025 de jaarrekening 2024 van het Autonoom Gemeentebedrijf Tielt vast.
Via het digitaal loket van het Agentschap Binnenland Bestuur, ontving het lokaal bestuur op 27.11.2025 het besluit van de gouverneur dd. 26.11.2025 houdende de goedkeuring van de jaarrekening over het financieel boekjaar 2024 van het Autonoom Gemeentebedrijf Tielt.
Artikel 332, §1, derde lid van het Decreet Lokaal Bestuur, bepaalt dat "alle besluiten en opmerkingen van de toezichthoudende overheid ter kennis gebracht worden op de eerstvolgende vergadering van de gemeenteraad of van de raad voor maatschappelijk welzijn".
Enig artikel
De gemeenteraad neemt in toepassing van artikel 332, §1, derde lid van het decreet over het lokaal bestuur kennis van:
Het decreet van 22.12.2017 over het lokaal bestuur, in het bijzonder artikel 333 tweede lid.
Besluit van de Vlaamse Regering van 19.05.2000 tot vaststelling van nadere regels voor de samenstelling, de organisatie en de werkwijze van de provinciale, (intergemeentelijke) en gemeentelijke commissies voor ruimtelijke ordening (hierna ‘BVR GECORO’), in het bijzonder artikel 2.
Besluit van de gemeenteraad dd. 08.05.2025 houdende het goedkeuren van de samenstelling en presentiegelden van de gemeentelijke commissie voor ruimtelijke ordening (GECORO).
Brief van het Agentschap Binnenland Bestuur dd. 10.06.2025 houdende de opvraging van de betrokken besluiten, het dossier en een uitgebreide toelichting en standpunt n.a.v. een ontvangen klacht tegen het besluit van de gemeenteraad van 08.05.2025 van Tielt – samenstelling en presentiegelden gemeentelijke commissie voor ruimtelijke ordening (GECORO).
Antwoordbrief van het Lokaal bestuur Tielt dd. 03.07.2025 houdende het antwoord aan het Agentschap Binnenlands Bestuur n.a.v. de ontvangen klacht tegen het besluit van de gemeenteraad van 08.05.2025 van Tielt – samenstelling en presentiegelden gemeentelijke commissie voor ruimtelijke ordening (GECORO).
Antwoord van het Agentschap Binnenlands Bestuur dd. 25.07.2025, bezorgd via het digitaal loket op 27.07.2025 houdende het antwoord aan het lokaal bestuur n.a.v. de ontvangen klacht tegen het besluit van de gemeenteraad van 08.05.2025 van Tielt – samenstelling en presentiegelden gemeentelijke commissie voor ruimtelijke ordening (GECORO).
Brief van het Agentschap Binnenland Bestuur dd. 22.09.2025 houdende de opvraging van de betrokken besluiten, het dossier en een uitgebreide toelichting en standpunt n.a.v. een ontvangen klacht tegen het nalaten van de gemeenteraad van Tielt tot het vaststellen van het bedrag van de reis- en verblijfsvergoedingen voor de leden van de GECORO op de eerstvolgende gemeenteraad en de toezichtsbeslissing ter kennisname te agenderen.
Antwoordbrief van het Lokaal bestuur Tielt dd. 13.10.2025, opgeladen op het digitaal loket op 15.10.2025 houdende het antwoord aan het Agentschap Binnenlands Bestuur n.a.v. de ontvangen klacht tegen het nalaten van de gemeenteraad van Tielt tot het vaststellen van het bedrag van de reis- en verblijfsvergoedingen voor de leden van de GECORO op de eerstvolgende gemeenteraad en de toezichtsbeslissing ter kennisname te agenderen.
Antwoord van het Agentschap Binnenlands Bestuur dd. 06.11.2025 houdende het antwoord aan het lokaal bestuur n.a.v. de ontvangen klacht tegen het nalaten van de gemeenteraad van Tielt tot het vaststellen van het bedrag van de reis- en verblijfsvergoedingen voor de leden van de GECORO op de eerstvolgende gemeenteraad en de toezichtsbeslissing ter kennisname te agenderen.
Besluit van de gemeenteraad dd. 06.11.2025 houdende het vaststellen van de reis- en verblijfsvergoedingen van de leden van de GECORO.
Op 22.09.2025 werd via het digitaal loket het bericht van het Agentschap Binnenlands Bestuur ontvangen m.b.t. de kennisgeving van de ontvangen klacht tegen het nalaten van de gemeenteraad van Tielt tot het vaststellen van het bedrag van de reis- en verblijfsvergoedingen voor de leden van de GECORO op de eerstvolgende gemeenteraad en de toezichtsbeslissing ter kennisname te agenderen.
Op 17.10.2025 werd het antwoord van het lokaal bestuur als argumentatie en motivering via het digitaal loket aan het agentschap bezorgd.
Op 06.11.2025 werd via het digitaal loket het antwoord van het Agentschap Binnenlands Bestuur ontvangen m.b.t. voormelde klacht.
Het Agentschap weerlegt het standpunt van de klager, volgend antwoord werd aan de klager bezorgd:
“Naar aanleiding van uw klacht van 16 september 2025 over de hierboven omschreven zaak werd een onderzoek ingesteld door mijn diensten.
U diende klacht in tegen het nalaten van de gemeenteraad van Tielt om op de zitting van 4 september 2025 het bedrag van de reis- en verblijfsvergoeding voor de leden van de GECORO vast te leggen en dit in weerwil van hetgeen de toezichthoudende overheid het bestuur had opgedragen.
Daarnaast stelt u dat de gemeenteraad tijdens de zitting van 4 september 2025 geen kennis heeft genomen van het schrijven van de toezichthoudende overheid van 25 juli 2025.
Het bestuur van Tielt stelt dat het onmogelijk was om het dossier degelijk voor te bereiden voor de zitting van 4 september 2025. Het bestuur wijst hierbij naar de vakantieperiode, de vereiste voorzichtigheid waarmee het dossier moet worden voorbereid en behandeld en het feit dat die reis- en verblijfsvergoeding deel uitmaken van een breder financieel kader waar nog over wordt onderhandeld in de nieuwe fusiestad.
Het bestuur engageert zich ditmaal heel concreet om het bedrag van de reis- en verblijfsvergoeding voor de leden van de GECORO vast te stellen tijdens de gemeenteraad van 6 november 2025 waarvoor het dossier werd geagendeerd.
Daarenboven zijn de aangehaalde redenen waarom dit niet gebeurde tijdens de zitting van 4 september 2025 niet onredelijk (vakantieperiode, nodige voorzichtigheid waarmee dit dient te worden voorbereid en behandeld en het gegeven dat het vaststellen van het bedrag van de reis- en verblijfsvergoeding voor de leden van de GECORO deel uitmaakt van een ruimer financieel kader waarover onderhandeld dient te worden binnen het nieuwe fusiebestuur).
Daarnaast heeft het bestuur nagelaten het schrijven van mijn ambt van 25 juli 2025 ter kennis te brengen op de eerstvolgende vergadering van de gemeenteraad waartoe het bestuur gehouden is overeenkomstig artikel 333, tweede lid van het decreet van 22 december 2017 over het lokaal
bestuur (hierna: ‘DLB’). Het bestuur stelt dat dit uitzonderlijk niet gebeurd is omdat het efficiënter leek dat te doen tijdens de gemeenteraad waarop de vaststelling van het bedrag van de reis- en verblijfsvergoeding voor de leden van de GECORO geagendeerd staat.
Hoewel het uitstel van de kennisgeving van het schrijven van mijn ambt van 25 juli 2025 aan de gemeenteraad strijdig is met artikel 333, tweede lid DLB, lijkt het niet opportuun om hiertegen op te treden, gelet op de reden die het bestuur aanhaalt waarom dit gebeurd is. Het bestuur wordt er wel op gewezen om naar de toekomst toe artikel 333, tweede lid DLB strikt na te leven.
Op grond van het bovenstaande zie ik geen redenen om een toezichtsmaatregel op te leggen.”
De gouverneur ziet op basis van de argumentatie en motivering geen reden om een toezichtsmaatregel op te leggen, maar wijst het Lokaal bestuur van Tielt er wel om deze nieuwe beslissing ter kennisgeving te agenderen op de eerstvolgende gemeenteraad in toepassing van artikel 333, 2e lid van het decreet over het lokaal bestuur.
Enig artikel
De gemeenteraad neemt in toepassing van artikel 333 tweede lid van het decreet over het lokaal bestuur kennis van:
De voorzitter sluit de zitting op 19/12/2025 om 02:15.
Namens gemeenteraad,
Hendrik Vandenbruwane
algemeen directeur
Glenn Lambert
voorzitter