De voorzitter opent de zitting op 30/01/2025 om 20:00.
Decreet over het lokaal bestuur dd. 22.12.2017 en latere wijzigingen, in het bijzonder artikelen 2, 40 en 41 met betrekking tot de bevoegdheden van de gemeenteraad.
Omzendbrief van de Vlaamse Regering betreffende het bestuurlijk toezicht en de bekendmakingsplicht in het decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur en het Provinciedecreet van 9 december 2005.
Decreet lokaal bestuur van 22 december 2017, in het bijzonder artikels 32, 277 §1 en 278 §1.
Huishoudelijk reglement gemeenteraad goedgekeurd in zitting van 21 februari 2019.
Enig artikel
De raad voor maatschappelijk welzijn verleent goedkeuring aan de notulen van de zitting van Meulebeke van 11.12.2024, van de zitting van Tielt van 23.12.2024 en de installatievergadering van 02.01.2025.
Het decreet van 22.12.2017 over het lokaal bestuur, en latere wijzigingen, in het bijzonder artikel 78, tweede lid 4° en artikel 249 §3 over de bevoegdheid van de raad voor maatschappelijk welzijn inzake het vaststellen van de beleidsrapporten.
Het decreet van 22.12.2017 over het lokaal bestuur, en latere wijzigingen, in het bijzonder de artikelen 249 tot 253 over de beleidsrapporten, de artikelen 254 tot 256 over het meerjarenplan, artikel 259 over het bestuurlijk toezicht op het meerjarenplan en artikel 368 over het eenjarig meerjarenplan voor het eerste jaar van een bestuursperiode in het geval van een vrijwillige samenvoeging van gemeenten.
Het besluit van de Vlaamse regering van 30.03.2018 over de beleids- en beheerscyclus van de lokale en de provinciale besturen, en latere wijzigingen, in het bijzonder de artikelen 8 tot 13 over het meerjarenplan en artikel 16 over het financieel evenwicht.
Het ministerieel besluit van 26.06.2018 tot vaststelling van de modellen en de nadere voorschriften van de beleidsrapporten, de rekeningenstelsels en de digitale rapportering van de beleids- en beheerscyclus van de lokale en de provinciale besturen, en latere wijzigingen.
In de beleids- en beheerscyclus ("BBC") van de lokale besturen wordt de beleids- en financiële planning opgemaakt vanuit een meerjarig perspectief. In het eerste jaar na de gemeenteraadsverkiezingen maakt het bestuur de planning op voor de volgende 6 jaar. In de loop van 2025 zal het bestuur dus een nieuw meerjarenplan opstellen voor de periode 2026-2031. Het vorige meerjarenplan, voor de periode 2020-2025, loopt dan normaal nog verder in het eerste jaar na de gemeenteraadsverkiezingen.
Dat geldt echter niet in het geval van een vrijwillige samenvoeging van gemeenten. Voor fusiebesturen houden de oude meerjarenplannen op te bestaan op 31.12.2024. Voor het jaar 2025 stelt het fusiebestuur in de loop van het eerste kwartaal een éénjarig meerjarenplan vast.
Het ontwerp van Eénjarig Meerjarenplan 2025 van stad en OCMW Tielt werd opgemaakt volgens de nieuwe regelgeving "BBC 3.0" en bestaat uit een strategische nota, een financiële nota, een toelichting en een lijst met nominatieve subsidies. De bijkomende documentatie bevat een aantal aanvullende documenten en schema's die het ontwerp van éénjarig meerjarenplan verder verduidelijken.
Stad en OCMW maken geïntegreerde beleidsplannen op. Nochtans zijn stad en OCMW Tielt twee afzonderlijke rechtspersonen gebleven met elk hun eigen verplichtingen en verbintenissen, waardoor in het gezamenlijk meerjarenplan toch een duidelijk onderscheid blijft bestaan tussen de kredieten van de stad en de kredieten van het OCMW, ook al wordt het beleid van beide als één geheel voorgesteld.
De gemeenteraad en de raad voor maatschappelijk welzijn stellen dan ook elk hun deel van het meerjarenplan vast. Het deel van het OCMW wordt daarna ter goedkeuring voorgelegd aan de gemeenteraad, waardoor het meerjarenplan in zijn geheel geacht wordt definitief vastgesteld te zijn.
In het ontwerp van Eénjarig Meerjarenplan 2025 – deel OCMW - worden de kredieten voor de exploitatie, investeringen en financiering voor het boekjaar 2025 vastgesteld. Ook de lijst met nominatieve subsidies voor 2025 wordt goedgekeurd via dit éénjarig meerjarenplan.
Het ontwerp van Eénjarig meerjarenplan bevat geen nieuwe beleidskeuzes en bestaat voor wat de ramingen betreft in hoofdzaak uit een samenvoeging van de ramingen van Tielt en Meulebeke, al werden de ramingen voor de individuele sociale dienstverlening wel geactualiseerd. Het is financieel in evenwicht, waarbij ook de gecorrigeerde autofinancieringsmarge positief is en het geconsolideerd financieel evenwicht van stad, OCMW en AGB Tielt gegarandeerd is.
Het ontwerp werd toegelicht en besproken op het infomoment van 27.01.2025.
Artikel 1
Het Eénjarig Meerjarenplan 2025 van stad en OCMW Tielt, bestaande uit de strategische nota, de financiële nota, de toelichting en de nominatieve subsidies, wordt vastgesteld voor wat het deel OCMW betreft, met volgende gezamenlijke financiële evenwichten:
| Eénjarig Meerjarenplan 2025 |
2025 |
| Beschikbaar budgettair resultaat | 669.647 |
| Autofinancieringsmarge | 5.135.077 |
Artikel 2
De exploitatie-, investerings- en financieringskredieten van het OCMW Tielt worden vastgesteld voor het boekjaar 2025 overeenkomstig het schema M3 van het Eénjarig Meerjarenplan 2025:
| 2025 | Uitgaven | Ontvangsten |
| Exploitatie | 16.705.562 | 10.319.312 |
| Investeringen | 70.000 | 0 |
| Financiering | 158.482 | 0 |
| Leningen en leasings | 158.482 | 0 |
Artikel 3
De nominatieve subsidies van het OCMW Tielt opgenomen in het Eénjarig Meerjarenplan 2025 worden goedgekeurd voor het boekjaar 2025.
Artikel 4
Deze beslissing zal worden bekendgemaakt in toepassing van de artikelen 285-287 en 330 van het decreet over het lokaal bestuur.
Decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017, in het bijzonder artikel 77 en 78.
Decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017, in het bijzonder artikel 78 3° en 15°, artikel 84 §2, §3 2° en artikel 179.
Besluit van de raad voor maatschappelijk welzijn van Meulebeke van 23 januari 2019 betreffende de delegatie van bevoegdheden aan het vast bureau.
Besluit van de raad voor maatschappelijk welzijn van Meulebeke van 14 juli 2021 betreffende de delegatie van de rechtspositieregeling, organogram en personeelsformatie aan het vast bureau.
Besluit van de raad voor maatschappelijk welzijn van Meulebeke van 8 maart 2023 betreffende een reglement betreffende de delegatie van personeelsaangelegenheden aan het vast bureau.
Besluit van de raad voor maatschappelijk welzijn van Tielt van 5 december 2019 betreffende het reglement betreffende de delegatie van een aantal bevoegdheden inzake personeel.
In het kader van de fusie tussen Tielt en Meulebeke die ingegaan is op 1 januari 2025 dient er een nieuw reglement betreffende de delegatie van bevoegdheden inzake personeel aan het vast bureau te worden goedgekeurd.
Dergelijk reglement is noodzakelijk voor een vlotte en efficiënte werking binnen de organisatie, om binnen de dagdagelijkse werking snel te kunnen handelen en op een flexibele manier te kunnen bijsturen en om eventuele wijzigingen zo snel mogelijk te kunnen doorvoeren. Het betreft hier aangelegenheden die zich eerder op het operationele niveau situeren.
Er werd een ontwerp reglement betreffende de delegatie van bevoegdheden inzake personeel aan het vast bureau opgemaakt waarbij er voorgesteld wordt om volgende bevoegdheden inzake personeel te delegeren van de raad voor maatschappelijk welzijn naar het vast bureau:
- vaststellen van de rechtspositieregeling
- vaststellen van het organogram (inclusief de aanduiding in het organogram van de functies waaraan het lidmaatschap van het managementteam gekoppeld is)
- de personeelsformatie en/of het personeelsplan
- het vaststellen van reglementen betreffende personeelsaangelegenheden (tijdsregistratiereglement, arbeidsreglement,...)
- het vaststellen van de inhoud van het begrip dagelijks personeelsbeheer
- dadingen met personeelsleden, naar aanleiding van het beëindigingen van het dienstverband
Artikel 1
De besluiten van de raad voor maatschappelijk welzijn van Meulebeke van 23 januari 2019 betreffende de delegatie van bevoegdheden aan het vast bureau, van 14 juli 2021 betreffende de delegatie van de rechtspositieregeling, organogram en personeelsformatie aan het vast bureau en van 8 maart 2023 betreffende een reglement betreffende de delegatie van personeelsaangelegenheden aan het vast bureau worden opgeheven.
Artikel 2
Het besluit van de raad voor maatschappelijk welzijn van Tielt van 5 december 2019 betreffende het reglement betreffende de delegatie van een aantal bevoegdheden inzake personeel wordt opgeheven.
Artikel 3
Het reglement betreffende de delegatie van bevoegdheden inzake personeel aan het vast bureau wordt als volgt vastgesteld:
Artikel 1
Het vast bureau is bevoegd voor het vaststellen van de lokale rechtspositieregeling.
Artikel 2
Het vast bureau is bevoegd voor het vaststellen van het organogram. Dit houdt onder meer in dat het vast bureau bevoegd is om te beslissen wie binnen het managementteam zetelt, binnen de grenzen van artikel 179 van het decreet over het lokaal bestuur.
Artikel 3
Het vast bureau is bevoegd voor het vaststellen van de personeelsformatie en/of het personeelsplan. Dit houdt onder meer in dat het vast bureau bevoegd is om te beslissen of de personeelsformatie in dezelfde of gewijzigde vorm behouden blijft.
Artikel 4
Het vast bureau is bevoegd voor het vaststellen van reglementen betreffende personeelsaangelegenheden (arbeidsreglement, tijdsregistratiereglement,...).
Artikel 5
Het vast bureau is bevoegd voor het vaststellen van de inhoud van het begrip dagelijks personeelsbeheer.
Artikel 6
Het vast bureau is bevoegd tot het aangaan van dadingen met personeelsleden naar aanleiding van een beëindiging van het dienstverband, die de gevolgen van de beëindiging van het dienstverband als voorwerp hebben.
Artikel 4
Dit reglement treedt in werking vanaf heden.
Artikel 5
Dit besluit zal worden bekendgemaakt overeenkomstig artikel 286 en artikel 287 van het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017.
Decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017, in het bijzonder artikel 77 en artikel 78.
Decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017, in het bijzonder artikel 78, tweede lid 9°, 10°en 11° en artikel 84 §3 1°, 5°, 6° en 8°.
Besluit van de raad voor maatschappelijk welzijn van Meulebeke van 23 januari 2019 betreffende het reglement houdende de vaststelling van wat onder het begrip dagelijks bestuur wordt verstaan inzake de bevoegdheidsverdeling tussen de raad voor maatschappelijk welzijn en het vast bureau.
Besluit van de raad voor maatschappelijk welzijn van Tielt van 5 december 2019 betreffende het reglement houdende de vaststelling van wat onder het begrip dagelijks bestuur wordt verstaan inzake de bevoegdheidsverdeling tussen de raad voor maatschappelijk welzijn en het vast bureau.
In het kader van de fusie tussen Tielt en Meulebeke die ingegaan is op 1 januari 2025 dient er een nieuw, eenvormig reglement houdende de vaststelling van wat onder het begrip dagelijks bestuur wordt verstaan inzake de bevoegdheidsverdeling tussen de raad voor maatschappelijk welzijn en het vast bureau te worden vastgesteld.
Dergelijk reglement is noodzakelijk voor een vlotte en efficiënte werking binnen de organisatie en zorgt ervoor dat de bevoegdheidsverdeling tussen de raad voor maatschappelijk welzijn en het vast bureau op maat van de eigen organisatie afgelijnd wordt.
Het komt aan de raad voor maatschappelijk welzijn toe om vast te stellen wat onder het begrip 'dagelijks bestuur' dient verstaan te worden.
Het vast bureau is bevoegd voor het vaststellen van de plaatsingsprocedure en de voorwaarden van overheidsopdrachten die passen binnen het door de raad voor maatschappelijk welzijn gedefinieerde begrip dagelijks bestuur en voor het stellen van daden van beheer over de gemeentelijke inrichtingen en eigendommen binnen de door de raad voor maatschappelijk welzijn vastgestelde algemene regels.
Er werd een ontwerp reglement houdende de vaststelling van wat onder het begrip dagelijks bestuur wordt verstaan inzake de bevoegdheidsverdeling tussen de raad voor maatschappelijk welzijn en vast bureau opgemaakt.
Artikel 1
Het besluit van de raad voor maatschappelijk welzijn van Meulebeke van 23 januari 2019 betreffende het reglement houdende de vaststelling van wat onder het begrip dagelijks bestuur wordt verstaan inzake de bevoegdheidsverdeling tussen de raad voor maatschappelijk welzijn en het vast bureau wordt opgeheven.
Artikel 2
Het besluit van de raad voor maatschappelijk welzijn van Tielt van 5 december 2019 betreffende het reglement houdende de vaststelling van wat onder het begrip dagelijks bestuur wordt verstaan inzake de bevoegdheidsverdeling tussen de raad voor maatschappelijk welzijn en het vast bureau wordt opgeheven.
Artikel 3
Het nieuwe reglement houdende de vaststelling van wat onder het begrip dagelijks bestuur wordt verstaan inzake de bevoegdheidsverdeling tussen de raad voor maatschappelijk welzijn en het vast bureau wordt vastgelegd als volgt:
REGLEMENT DAGELIJKS BESTUUR
Artikel 1 : Algemene omschrijving van het begrip dagelijks bestuur
§1. De handelingen van dagelijks bestuur hebben betrekking op de regeling van de behoeften van het dagelijks leven, de zaken van gering belang en de zaken die naar snelheid van optreden een dringend karakter vertonen.
§2. Alle beheersdaden zonder financiële impact die niet tot de bevoegdheid van de raad voor maatschappelijk welzijn behoren, behoren tot het dagelijks bestuur.
§3. Alle beheersdaden die betrekking hebben op het aangaan van verbintenissen met financiële impact op het exploitatiebudget en die niet onder toepassing van de overheidsopdrachtenwetgeving vallen, behoren tot het dagelijks bestuur.
Dit omvat ook de bevoegdheid om leningen aan te gaan en schuldpapier uit te geven met het oog op de financiering van de uitgaven die voorzien zijn in het meerjarig financieel beleidsplan.
Artikel 2 : Omschrijving van het begrip dagelijks bestuur in het kader van overheidsopdrachten
§1. Het dagelijks bestuur in het kader van overheidsopdrachten voor werken, leveringen en diensten omvat de hiernavolgende bevoegdheden, die toegewezen worden aan het vast bureau:
§2. Worden eveneens als dagelijks bestuur beschouwd, waarvoor het vast bureau bevoegd is: alle beslissingen met betrekking tot het aanbrengen van wijzigingen aan een lopende overheidsopdracht, hetzij geïnitieerd door de raad voor maatschappelijk welzijn, hetzij door het vast bureau, genomen in toepassing van artikel 37 en 38 van het koninklijk besluit van 14 januari 2013 tot bepaling van de algemene uitvoeringsregels van de overheidsopdrachten en latere wijzigingen.
§3. De bepalingen en beperkingen opgenomen in de voorgaande paragrafen van onderhavig artikel kunnen in geen geval afbreuk doen aan de bevoegdheid van het vast bureau om op eigen initiatief de plaatsingsprocedure en de voorwaarden van overheidsopdrachten vast te stellen in gevallen van dwingende en onvoorziene omstandigheden, zelfs indien dit niet valt onder de huidige omschrijving van het begrip “dagelijks bestuur”, voor zover het vast bureau zich hierbij beroept op de bepalingen van artikel 84 §4 en artikel 269 en artikel 273 van het decreet lokaal bestuur.
Artikel 3 : Omschrijving van het begrip dagelijks bestuur in het kader van daden van beheer over de gemeentelijke inrichtingen en eigendommen
§1. Het vast bureau is bevoegd voor alle daden van beheer over onroerende goederen. Hieronder worden begrepen alle daden en handelingen die nuttig en nodig zijn voor het behoud, de goede werking, de opbrengst, … van het goed. Deze daden worden beschouwd als dagelijks bestuur.
§2. Worden eveneens beschouwd als daden van beheer over de inrichtingen en eigendommen van het openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn door het vast bureau, en dus dagelijks bestuur, de vestiging van onroerende zakelijke rechten en contracten betreffende onroerende goederen met een maximale duur van 9 jaar.
Artikel 4 : Rapportage
De besluiten door het vast bureau genomen met toepassing van onderhavig reglement houdende de vaststelling van het begrip dagelijks bestuur, kunnen door de raadsleden worden ingezien in de notulen van het vast bureau.
Artikel 4
Dit besluit is van toepassing vanaf heden.
Artikel 5
Dit besluit zal worden bekendgemaakt overeenkomstig artikel 286 en artikel 287 van het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017.
Het decreet van 22.12.2017 over het lokaal bestuur, en latere wijzigingen, in het bijzonder artikel 78, tweede lid 16° en artikel 266 en 273 over de bevoegdheid van de raad voor maatschappelijk welzijn om de nadere voorwaarden van het visum vast te stellen.
Het decreet van 22.12.2017 over het lokaal bestuur, en latere wijzigingen, in het bijzonder de artikelen 177, 266 en 267 over het voorafgaand visum door de financieel directeur.
Het besluit van de Vlaamse regering van 30.03.2018 over de beleids- en beheerscyclus van de lokale en de provinciale besturen, en latere wijzigingen, in het bijzonder artikel 99 over de visumverplichting.
De wet van 17.06.2016 inzake overheidsopdrachten, en latere wijzigingen, in het bijzonder artikel 92 over de overheidsopdrachten van beperkte waarde.
Het besluit van de raad voor maatschappelijk welzijn van Meulebeke van 23.01.2019 betreffende de vaststelling van de vrijgestelde verrichtingen voor het uitoefenen van een voorafgaand visum door de financieel beheerder.
Besluit van de raad voor maatschappelijk welzijn van Tielt van 05.12.2019 betreffende het reglement betreffende de voorwaarden voor de uitoefening van het voorafgaand visum door de financieel directeur.
De financieel directeur staat in volle onafhankelijkheid in voor de voorafgaande krediet- en wetmatigheidscontrole van de beslissingen van het OCMW met budgettaire en financiële impact. Financiële verbintenissen die resulteren in een uitgaande nettokasstroom kunnen niet worden aangegaan zonder voorafgaand visum.
De raad voor maatschappelijk welzijn bepaalt, na advies van de financieel directeur, de nadere voorwaarden waaronder de financieel directeur deze controle uitoefent. De raad voor maatschappelijk welzijn kan ook bepaalde categorieën van verrichtingen uitsluiten van de visumverplichting, binnen de grenzen die door de Vlaamse Regering zijn vastgelegd. Volgende verrichtingen kunnen niet uitgesloten worden van de visumverplichting:
1° de aanstelling van statutaire personeelsleden;
2° de aanstelling van contractuele personeelsleden voor onbepaalde duur;
3° de aanstelling van contractuele personeelsleden voor een periode van één jaar of meer, met uitzondering van tewerkstelling in het kader van artikel 60 van de OCMW-wet of van andere werkgelegenheidsmaatregelen;
4° de verbintenissen waarvan het bedrag hoger is dan vijftigduizend euro;
5° de verbintenissen die een contractuele looptijd hebben van meer dan één jaar en waarvan het jaarlijkse bedrag hoger is dan vijfentwintigduizend euro;
6° de investeringssubsidies waarvan het bedrag hoger is dan tienduizend euro.
De financieel directeurs van de voormalige gemeenten en OCMW's van het nieuwe fusiebestuur stellen voor om de volgende categorieën van verrichtingen uit te sluiten van de visumverplichting:
- De voorgenomen financiële verbintenissen die resulteren in een uitgaande nettokasstroom die het totaal bedrag van € 30.000 exclusief BTW niet overschrijden
- De aanstelling van contractuele personeelsleden voor bepaalde duur voor een periode van minder dan 1 jaar
- De aanstelling van contractuele personeelsleden in het kader van artikel 60 van de organieke wet op de OCMW's of van andere werkgelegenheidsmaatregelen
- De investeringssubsidies waarvan het bedrag niet hoger is dan € 10.000
Dit voorstel wordt gemotiveerd door:
- het grote aantal dossiers van beperkte waarde of tijdelijke tewerkstelling in het fusiebestuur;
- de ruimere budgetten en dus ruimte voor interne kredietverschuivingen;
- de wetgeving overheidsopdrachten, die voor opdrachten van beperkte waarde geen vormvereisten oplegt. De drempel voor opdrachten van beperkte waarde is € 30.000 excl. BTW;
- de decentrale werking binnen de nieuwe organisatie, waarbij diensthoofden budgetverantwoordelijkheid hebben.
Om die redenen biedt een visumverplichting voor deze verbintenissen geen meerwaarde.
Voor wat betreft de nadere voorwaarden voor het uitoefenen van de visumplicht, adviseren de financieel directeurs om volgende bepalingen op te nemen:
- In functie van het verlenen van een visum dient het volledige dossier aan de financieel directeur te worden bezorgd, zijnde alle stukken vereist om de wettigheid en regelmatigheid te kunnen beoordelen;
- Een visum wordt in principe nooit achteraf gegeven
- Het visum wordt aangevraagd voorafgaand aan de desbetreffende zitting van het vast bureau of de raad voor maatschappelijk welzijn, door middel van een adviesvraag bij het betreffende agendapunt in de notuleringstoepassing.
- Indien het vast bureau of de raad voor maatschappelijk welzijn ter zitting een beslissing neemt die afwijkt van het geviseerde voorstel, komt het visum te vervallen en moet een nieuw visum aangevraagd worden.
- De financieel directeur moet steeds over een redelijke tijdsspanne beschikken om het dossier te beoordelen (in verhouding tot de complexiteit van het dossier).
- Het visum ontslaat de budgetverantwoordelijke niet van zijn verantwoordelijkheid om de wettigheid en regelmatigheid van de voorgenomen verbintenis te controleren.
- De nadere modaliteiten voor de uitoefening van de visumverplichting worden vastgelegd in het organisatiebeheersingssysteem.
Het organisatiebeheersingssysteem bepaalt verder de nadere voorwaarden die gelden om advies te kunnen vragen aan de financieel directeur over de wettigheid en regelmatigheid van verrichtingen die van de visumverplichting zijn uitgesloten.
Artikel 1
Het besluit van de raad voor maatschappelijk welzijn van Meulebeke van 23.01.2019 betreffende de vaststelling van de vrijgestelde verrichtingen voor het uitoefenen van een voorafgaand visum door de financieel beheerder wordt opgeheven.
Artikel 2
Het besluit van de raad voor maatschappelijk welzijn van Tielt van 05.12.2019 betreffende het reglement houdende de voorwaarden voor de uitoefening van het voorafgaand visum door de financieel directeur wordt opgeheven.
Artikel 3
Het reglement betreffende de voorwaarden voor de uitoefening van het voorafgaand visum door de financieel directeur wordt vastgesteld als volgt:
__________________________
Artikel 1 - vrijgestelde verrichtingen
De volgende categorieën van verrichtingen zijn uitgesloten van de visumverplichting:
- De voorgenomen financiële verbintenissen die resulteren in een uitgaande nettokasstroom die niet hoger is dan € 30.000 exclusief BTW.
Voor het bepalen van het bedrag van de uitgaande nettokasstroom van de voorgenomen financiële verbintenis wordt rekening gehouden met de kostprijs gedurende de volledige looptijd van de voorgenomen verbintenis. Indien de looptijd niet bepaald kan worden, wordt rekening gehouden met een forfaitaire looptijd van 4 jaar.
- De aanstelling van contractuele personeelsleden voor bepaalde duur voor een periode van minder dan 1 jaar. Bij opeenvolgende contracten voor de aanstelling van contractuele personeelsleden voor dezelfde functie wordt de totale duur aangenomen voor de toepassing van deze bepaling.
- De aanstelling van contractuele personeelsleden, in geval van
1° een tewerkstelling met toepassing van artikel 60, paragraaf 7, van de organieke wet van 8 juli 1976 betreffende de openbare centra voor maatschappelijk welzijn, ongeacht de duur van het contract;
2° een tewerkstelling ter uitvoering van andere werkgelegenheidsmaatregelen van hogere overheden dan de werkgelegenheidsmaatregelen, vermeld in punt 1°, voor maximaal vier jaar, in het kader van de opdracht van het openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn, vermeld in hoofdstuk IV, afdeling 1, van de voormelde wet, of in het kader van de opdracht van het openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn, vermeld in artikel 8, 9 of 13, van de wet van 26 mei 2002 betreffende het recht op maatschappelijke integratie.
- De investeringssubsidies waarvan het bedrag niet hoger is dan € 10.000.
Artikel 2 - nadere voorwaarden voor het uitoefenen van de visumplicht
- In functie van het verlenen van een visum dient het volledige dossier aan de financieel directeur te worden bezorgd, zijnde alle stukken vereist om de wettigheid en regelmatigheid te kunnen beoordelen.
- Een visum wordt in principe nooit achteraf gegeven.
- Het visum wordt aangevraagd voorafgaand aan de desbetreffende zitting van het college van burgemeester en schepenen of de gemeenteraad, door middel van een adviesvraag bij het betreffende agendapunt in de notuleringstoepassing.
- Indien het college van burgemeester en schepenen of de gemeenteraad ter zitting een beslissing neemt die afwijkt van het geviseerde voorstel, komt het visum te vervallen en moet een nieuw visum aangevraagd worden.
- De financieel directeur moet steeds over een redelijke tijdsspanne beschikken om het dossier te beoordelen (in verhouding tot de complexiteit van het dossier).
- Het visum ontslaat de budgetverantwoordelijke niet van zijn verantwoordelijkheid om de wettigheid en regelmatigheid van de voorgenomen verbintenis te controleren.
- De nadere modaliteiten voor de uitoefening van de visumverplichting worden vastgelegd in het organisatiebeheersingssysteem.
Artikel 3 - Advies voor van de visumplicht uitgesloten verrichtingen
De voorwaarden die gelden om advies te kunnen vragen aan de financieel directeur over de wettigheid en regelmatigheid van verrichtingen die van de visumverplichting zijn uitgesloten, worden vastgelegd in het organisatiebeheersingsmodel.
__________________________
Artikel 4
Dit reglement treedt in werking vanaf heden.
Artikel 5
Dit besluit zal worden bekendgemaakt overeenkomstig artikel 286 en artikel 287 van het decreet over het lokaal bestuur van 22.12.2017.
Decreet over het lokaal bestuur dd. 22.12.2017 en latere wijzigingen, in het bijzonder artikelen 77 en 78 met betrekking tot de bevoegdheden van de raad voor maatschappelijk welzijn.
Het huishoudelijk reglement van de beleidsgroep en kredietcommissie van het Energiehuis WVI.
Ingevolge de nieuwe legislatuur 2025-2030 en de vernieuwing van de raad voor maatschappelijk welzijn, dient overgegaan te worden tot het aanduiden van volgende mandaten voor de beleidsgroep van Energiehuis WVI:
Gelet op de ontvangen kandidaturen als vertegenwoordiger:
De gemeenteraad is overgegaan tot de geheime stemming.
Met 18 stemmen voor Klaas Carrette, 13 stemmen voor Bernard De Marez, 0 stemmen onthouden.
Artikel 1
Dhr. Klaas Carrette aan te duiden als plaatsvervanger van het OCMW voor de beleidsgroep van Energiehuis WVI.
Artikel 2
Indien de raad voor maatschappelijk welzijn dit besluit niet herroept, blijft het geldig tot de eerstvolgende algehele vernieuwing van de raad voor maatschappelijk welzijn.
Artikel 3
Afschrift van deze beslissing over te maken aan Energiehuis WVI via energiehuis@wvi.be.
Decreet over het lokaal bestuur dd. 22.12.2017 en latere wijzigingen, in het bijzonder artikelen 77 en 78 met betrekking tot de bevoegdheden van de raad voor maatschappelijk welzijn.
De statuten van EthiasCo.
Ingevolge de nieuwe legislatuur 2025-2030 en de vernieuwing van de raad voor maatschappelijk welzijn, dient overgegaan te worden tot het aanduiden van volgende mandaten voor de algemene vergaderingen van EthiasCo:
Gelet op de ontvangen kandidaturen als vertegenwoordiger:
Gelet op de ontvangen kandidaturen als plaatsvervanger:
De gemeenteraad is overgegaan tot de geheime stemming.
Stemming plaatsvervanger:
Met 19 stemmen voor Peter Raedt, 12 stemmen voor Katrien Seys, 0 stemmen onthouden.
Stemming vertegenwoordiger:
Met 18 stemmen voor Lieve Germonprez, 13 stemmen voor Benedikt Van Staen, 0 stemmen onthouden.
Artikel 1
Mevr. Lieve Germonprez aan te duiden als vertegenwoordiger van de stad voor de algemene vergaderingen van EthiasCo.
Artikel 2
Dhr. Peter Raedt aan te duiden als plaatsvervanger van de stad voor de algemene vergaderingen van EthiasCo.
Artikel 3
Indien de raad voor maatschappelijk welzijn dit besluit niet herroept, blijft het geldig tot de eerstvolgende algehele vernieuwing van de raad voor maatschappelijk welzijn.
Artikel 4
Afschrift van deze beslissing over te maken aan EthiasCo via ass.generale@ethias.be.
Decreet over het lokaal bestuur dd. 22.12.2017 en latere wijzigingen, in het bijzonder artikelen 77 en 78 met betrekking tot de bevoegdheden van de raad voor maatschappelijk welzijn.
De statuten van Fluvius.
Besluit van de Vlaamse Regering van 21.12.2018 betreffende de samenstelling en de werking van de lokale adviescommissie omtrent de minimale levering van elektriciteit, gas en water.
Ingevolge de nieuwe legislatuur 2025-2030 en de vernieuwing van de raad voor maatschappelijk welzijn, dient overgegaan te worden tot het aanduiden van volgende mandaten voor de Lokale Adviescommissie van Fluvius:
Gelet op de ontvangen kandidaturen als vertegenwoordiger:
De gemeenteraad is overgegaan tot de geheime stemming.
Met 18 stemmen voor Klaas Carrette, 13 stemmen voor Danny Bossuyt, 0 stemmen onthouden.
Artikel 1
Dhr. Klaas Carrette aan te duiden als vertegenwoordiger van het OCMW voor de Lokale Adviescommissie van Fluvius.
Artikel 2
Indien de raad voor maatschappelijk welzijn dit besluit niet herroept, blijft het geldig tot de eerstvolgende algehele vernieuwing van de raad voor maatschappelijk welzijn.
Artikel 3
Afschrift van deze beslissing over te maken aan Fluvius via fluvius-SecretariaatSODV@fluvius.be.
Decreet over het lokaal bestuur dd. 22.12.2017 en latere wijzigingen, in het bijzonder artikelen 77 en 78 met betrekking tot de bevoegdheden van de raad voor maatschappelijk welzijn.
De statuten van Woonstart.
Ingevolge de nieuwe legislatuur 2025-2030 en de vernieuwing van de raad voor maatschappelijk welzijn, dient overgegaan te worden tot het aanduiden van volgende mandaten voor de algemene vergaderingen van Woonstart:
Gelet op de ontvangen kandidaturen als vertegenwoordiger:
Gelet op de ontvangen kandidaturen als plaatsvervanger:
De gemeenteraad is overgegaan tot de geheime stemming.
Stemming plaatsvervanger:
Met 18 stemmen voor Dominique Wambeke, 13 stemmen voor Kristof Vande Walle, 0 stemmen onthouden.
Stemming vertegenwoordiger:
Met 18 stemmen voor Claudine Wittevrongel, 13 stemmen voor Dirk Verwilst, 0 stemmen onthouden.
Artikel 1
Mevr. Claudine Wittevrongel aan te duiden als vertegenwoordiger van het OCMW voor de algemene vergaderingen van Woonstart.
Artikel 2
Dhr. Dominique Wambeke aan te duiden als plaatsvervanger van het OCMW voor de algemene vergaderingen van Woonstart.
Artikel 3
Indien de raad voor maatschappelijk welzijn dit besluit niet herroept, blijft het geldig tot de eerstvolgende algehele vernieuwing van de raad voor maatschappelijk welzijn.
Artikel 4
Afschrift van deze beslissing over te maken aan Woonstart via kris.verwaeren@woonstart.be.
Decreet over het lokaal bestuur dd. 22.12.2017 en latere wijzigingen, in het bijzonder artikelen 77 en 78 met betrekking tot de bevoegdheden van de raad voor maatschappelijk welzijn.
Enig artikel
De raad neemt kennis van de notulen van de raad van bestuur dd. 04.11.2024 en 25.11.2024 van de welzijnsvereniging Zorg Tielt.
Het decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur, artikel 262, §1 en art. 332 § 1.
Het decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur en in het bijzonder de artikelen 260 tot en met 262.
Het besluit van de Vlaamse Regering van 30 maart 2018 over de beleids- en beheerscyclus van de lokale en de provinciale besturen, en in het bijzonder de artikelen 17 tot en met 26.
Het ministerieel besluit van 26 juni 2018 tot vaststelling van de modellen en de nadere voorschriften van de beleidsrapporten, de rekeningenstelsels en de digitale rapportering van de beleids- en beheerscyclus van de lokale en de provinciale besturen, en in het bijzonder de artikelen 2 tot en met 4.
Enig artikel
De raad voor maatschappelijk welzijn neemt in toepassing van art. 332 § 1 van het decreet over het lokaal bestuur kennis van:
De voorzitter sluit de zitting op 30/01/2025 om 20:20.
Namens raad voor maatschappelijk welzijn,
Hendrik Vandenbruwane
algemeen directeur
Bert Verdru
voorzitter